Motiveringen afwijzen VKA's windpark van Stichting Bewonersplatform Windpark Midden-Betuwe
Tekst van het document
Formele stem en motivatie Stichting Bewonersplatform Windpark Midden-Betuwe 90% tegen beide VKA’s
Navraag bij onze achterban leverde het volgende beeld op: 90% is tegen beide VKA’s. 6,3% heeft een voorkeur voor VKA 1 en 3,7% heeft een voorkeur voor VKA 2, maar allen onder de voorwaarde dat er geen overlast van geluid of slagschaduw mag plaatsvinden voor omwonenden of natuur.
Geen wetenschappelijke onderbouwing van windmolennormen
Voor de algemene normen voor geluid, slagschaduw en veiligheid die in Nederland gelden voor de bouw en het gebruik van windturbines moet op grond van het Europese recht een beoordeling worden gemaakt van de gevolgen voor het milieu. Recent heeft het Europese Hof van Justitie zich uitgesproken over de gezondheidseffecten van grote windturbines op omwonenden. Het Europese Hof is van mening dat de huidige normering van geluidsbelasting door windturbines is achterhaald, doordat deze is gebaseerd op windmolens van relatief geringe afmetingen en niet op de veel grotere geluidsbelasting door de huidige mega turbines. Daarom moeten veel strengere richtlijnen worden gehanteerd om de hinder te beperken. De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van Staten van 30 juni jl. laat zien dat het Europese recht ook voor de Nederlandse windturbinenormen een milieubeoordeling moet worden gemaakt. De regering is nu aan zet om zo’n milieubeoordeling te maken. Tot die tijd mogen deze algemene normen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet worden gebruikt voor windturbineparken. Als die beoordeling op juiste wijze is afgerond, staat het overheden weer vrij om aan te sluiten bij de nieuwe windturbinenormen.
De gemeenteraad kan in een bestemmingsplan alleen eigen normen stellen als deze goed wetenschappelijk onderbouwd en getoetst worden voor het concrete bestemmingsplan. Momenteel zijn er geen wetenschappelijk onderbouwde lokale normen. De raad van Neder-Betuwe geeft aan te willen wachten op landelijke normen, en in de gemeenteraad van Overbetuwe is een initiatiefvoorstel aangenomen om eerst nogmaals goed met elkaar in gesprek te gaan voordat er een vervolgstap gemaakt kan worden.
Het is daarom voor het bewonersplatform onmogelijk om een voorkeur uit te spreken voor één van de twee voorgelegde VKA’s. Simpelweg omdat de impact van beide VKA’s op de gezondheid van omwonenden niet voldoende wetenschappelijk onderbouwd is.
Het platform is daarom tegen beide VKA’s
Naast het feit dat we door het ontbreken van goed wetenschappelijk onderbouwde windturbinenormen geen uitspraak kunnen doen over de twee voorgelegde VKA’s hebben we ook een aantal inhoudelijke bezwaren:
Te veel huizen binnen wettelijke geluidsnorm
Los van het feit of de windturbinenormen, na goed wetenschappelijk onderzoek, gaan wijzigen, staan er nu al een aantal woningen veel te dicht op de geplande windmolens. Onderzoek van Bosch en van Rijn heeft laten zien dat zelfs onder de door de RvS verworpen “oude” normen er maatwerk verricht zal moeten worden. Dat houdt in dat er hogere (geluids)normen geaccepteerd mogen worden voor die woningen. Maar in wezen wonen de bewoners straks op een plek die heel veel overlast gaat geven. Temeer omdat er steeds meer bewijs is dat de kans op ernstige gezondheidsschade rondom windparken alleen maar groter is. In totaal komen 8 woningen binnen de “oude” wettelijke norm van 47dB Lden te liggen. Daarnaast nog zeker 7 woningen binnen de 46 dB Lden. Hieruit blijkt duidelijk dat de VKA’s onacceptabel zijn. Het RIVM-rapport opgesteld in 2009 laat zien dat een keuze van 40 dB Lden een veel logischere en acceptabelere norm is*, en niet de later (politiek) gekozen norm van 47 dB Lden, waardoor het aantal woningen dat bij de VKA’s binnen deze norm vallen nog vele malen groter zal zijn.
Niet rendabel
Een gedegen rendementsberekening voor de VKA’s is nooit gedeeld met de gebiedstafel. Van eerdere VKA’s (met meer molens) was duidelijk dat een deel van het windpark nooit het project-rendement van 4% gaat halen. Dit rendement is nodig voor het verkrijgen van de SDE++ subsidie en financiering door banken. Hierdoor is de businesscase van het geplande windpark niet levensvatbaar. Nog los van het feit dat een windpark met zo’n laag projectrendement weinig kan bijdragen aan een gebiedsfonds of compensatie aan omwonenden voor de veroorzaakte overlast van het windpark.
Verschillende hoogtes zorgen voor onrustig beeld
In de VKA’s staan molens van verschillende hoogtes. In het traject vanaf 2016 tot aan eind 2019 hebben een aantal vergaderingen van de zogenaamde regiekamer plaatsgevonden met betrekking tot de realisatie van een windpark in het zoekgebied langs de A15 tussen Zetten en Dodewaard. Hier werd uitgesproken dat windturbines eenvormig van bouw (zelfde types windturbines van dezelfde leverancier) en hoogte dienen te zijn. Voorgestelde voorkeursopstellingen voldoen hier niet aan. Daarnaast is de meest oostelijke molen van de noordlijn een – om in windmolen termen te spreken – zgn. grasmaaier. Dit is een molen met een relatief lage ashoogte en een grote rotordiameter (RD). In dit geval een ashoogte van 108 meter en een RD van 149 meter. Hierdoor rijken de wieken voor je gevoel tot bijna op de grond. Tijdens de gebiedstafel van 13 oktober waarschuwde landschapsontwerper Jan van Minnenbruggen om dit soort molens niet toe te passen omdat deze ten eerste visueel een barrière vormen maar ook voor het gevoel van omwonenden bedreigend kunnen overkomen.
Gebied te klein, onderlinge turbulentie zorgt voor extra slijtage
Tijdens de gebiedstafel van 16 september, waar de twee VKA’s kort aan bod kwamen, is aangegeven dat windturbines onderling last van elkaar zullen hebben. Doordat bij deze twee VKA’s de westelijke molens van de noordlijn hoger zijn dan in eerdere VKA’s (omdat ze hopen dat de rentabiliteit van het project daardoor boven de geëiste 4% komt) is er meer onderlinge turbulentie te verwachten. Dit komt doordat de molens te dicht op elkaar staan binnen het project. Door zgn. harde barrières (wegen, spoorlijnen, hoogspanning en huizen) is het niet mogelijk om de molens verder uit elkaar te zetten.
* Bij 40 dB Lden is volgens het TNO-onderzoek nog ongeveer 1 tot 3% van de blootgestelden ernstig gehinderd. Dit percentage ernstig gehinderden komt overeen met de hinder bij de richtwaarden van 48 dB voor wegverkeer en 55 dB voor railverkeer. Een richtwaarde van 40 dB voor windturbines lijkt daarmee een consistente keuze
Deze turbulentie zorgt voor versnelde slijtage van de turbines. Om dit te voorkomen zal op de momenten dat er sprake is van deze turbulentie (die altijd zal optreden bij een bepaalde windrichting en windsnelheid) de molens terug geregeld of stilgezet moeten worden. Hierdoor gaat de businesscase nog verder naar beneneden omdat draaiuren afnemen en onderhoudskosten stijgen. Ook dit geeft weer aan dat de ruimte voor dit windpark ongeschikt is!
Waterwingebied
De provincie Gelderland heeft recent samen Vitens aangegeven om het gebied tussen Herveld/Andelst, Dodewaard en Slijk-Ewijk te gaan gebruiken voor het winnen van drinkwater. In dit gebied is er geen dikke kleilaag die het grondwater beschermt tegen vervuiling van bovenaf. Dit wingebied, waarin de zuidelijke molens komen te liggen, heeft daarom de status kwetsbaar gekregen en er gelden vanaf 1 juli 2022 strengere regels. In windturbines worden diverse gevaarlijke stoffen gebruikt. Voor het vervaardigen van de bladen van de wieken worden onder andere epoxyharsen (die voor circa 33% uit bisphenol A bestaan), urethaan, polyethyleen, polyester en metaalfolie gebruikt. Leading Edge Erosion (erosie van de rotorbladen) is een groot en niet onderkend probleem en wordt niet meegenomen in de milieuberekeningen. Volgens de Noorse wetenschappers maakt één windturbine per jaar 62 kg microplastics en hiervan is ruim 20 kg bisphenol. Dit wordt veroorzaakt door slijtage aan de wieken van de turbines. Deze slijtage (erosie) wordt groter naarmate de onderlinge afstanden tussen windturbines kleiner worden en elkaar dus meer interfereren. Deze 62 kg microplastics zullen rondom windturbines neerslaan en de bodem en het grondwater ernstig vervuilen. De windmolens zullen in dit kwetsbare wingebied ons drinkwater dus ernstig gaan vervuilen.
Kortom er zijn geen wetenschappelijke normen die aantonen dat het windpark niet leidt tot gezondheidsrisico’s, staan er te veel huizen binnen de “oude” wettelijke geluidsnorm, is het park niet rendabel, staan er te veel verschillende molens (hoogte) in de VKA’s, is het gebied te klein voor het windpark waardoor molens onderling last hebben van schadelijke turbulentie en staat een deel van de molens gepland in een kwetsbaar waterwingebied. We gaan ervan uit dat we onze afwijzing voor beide VKA’s zo voldoende te hebben onderbouwd en toegelicht, Met vriendelijke groet, Jan Teisman Voorzitter Bewonersplatform Windpark Midden Betuwe.