26-06-02.17 Relevant stuk 2. Bijlagenboek Homoetsestraat 27 Homoet
Tekst van het document
Inhoudsopgave Bijlagen motivering_Bijlage 1 Landschappelijke inpassing.pdf ................................................................5 Bijlagen motivering_Bijlage 2 Watertoets.pdf ........14 Bijlagen regels_Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan.pdf .....................................................17 Bijlagen regels_Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten.pdf ...............................................18 Bijlagen regels_Bijlage 3 Ontwerpbesluit vergunning stikstof ....................................................20
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING HOMOETSESTRAAT 27 HOMOET
Inhoud 1
Aanleiding ....................................................................................................................................... 3
2
Huidige landschappelijke inpassing locatie en landschappelijke elementen in omgeving ............ 3
3
Landschappelijke kenmerken ......................................................................................................... 4
4
Inrichtingsplan ................................................................................................................................ 7
5
Beplantingsplan .............................................................................................................................. 9
6
Afsluiting ......................................................................................................................................... 9
2
1 Aanleiding Initiatiefnemer is eigenaar van het perceel aan de Homoetsestraat 27 te Homoet, kadastraal bekend gemeente Valburg, sectie M, nrs. 180, 192, 193 en 131. Op de locatie wordt een agrarisch bedrijf geëxploiteerd. Initiatiefnemer is voornemens het agrarisch bedrijf te staken en hier een niet-agrarische bedrijfsactiviteit te exploiteren in de vorm van opslag voor derden. Ten behoeve van het plan wordt een gedeelte van de bestaande bedrijfsbebouwing hergebruikt en een gedeelte gesloopt.. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen gepaard te gaan met een goede landschappelijke inpassing. Derhalve is een analyse uitgevoerd van de landschappelijke kwaliteiten ter plaatse en op basis daarvan een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit plan is in voorliggend document nader uitgewerkt. 2 Huidige landschappelijke inpassing locatie en landschappelijke elementen in omgeving Het bedrijf van initiatiefnemer is gelegen in een cluster van bebouwing aan de Homoetsestraat. Verder bestaat de omgeving uit agrarisch weide- en productieland. Het landschap kent een blokverkaveling. Binnen het verkavelingspatroon bevindt zich het agrarisch erf. Het erf wordt in de huidige situatie gevormd door de bedrijfswoning, vijf bedrijfsgebouwen, erfverharding en erfbeplanting. De bebouwing is grotendeels smal en diep.
De erfbeplanting bestaat uit hagen en bomen rondom de woning en wilgenbomen aan de noordwestzijde van het erf. De oprit wordt begeleid door een aantal bomen. Langs de oostelijke perceelsgrens is vanaf het bedrijfserf een gemengde houtsingel aangeplant. Deze loopt door tot het einde van het perceel. Aan de voorzijde loopt deze houtsingel wat naar binnen. Langs de westelijke perceelsgrens is tevens een houtsingel aangeplant. Deze begint eerder en loopt door tot achter de bestaande kapschuur. Hier maakt de houtsingel een afslag het erf op. In aansluiting op deze forse houtsingel is een nieuwe houtsingel aangeplant om de bestaande houtsingel te versterken. Deze loopt door tot de achterzijde van het perceel. Verder uitgezoomd zijn er in de omgeving van het plangebied weinig beplantingselementen aanwezig. Er is sprake van wegbeplantingen, erfbeplantingen en zo her en der komt een bosschage voor.
Figuur 1: luchtfoto plangebied en omgeving. Bron: streetsmart.cyclomedia.com
3
Figuur 2: Luchtfoto plangebied in vogelvlucht
3 Landschappelijke kenmerken Het perceel is gelegen binnen het Stroomruglandschap. Het Stroomruggengebied bestaat uit hogere en lagere stroomruggen en oude stroomgeulen. Aanvankelijk waren bewoning en agrarische bouwlanden en fruit- en boomteelt geconcentreerd op de hogere stroomruggen. Hier was een kleinschalig en afwisselend coulissenlandschap aanwezig. Lagere stroomruggen en oude stroomgeulen werden vooral gebruikt als hooi- en weiland. Het relatief dichte coulissenlandschap heeft door de jaren heen een steeds meer open karakter gekregen. Ook vond er ruilverkaveling plaats waarbij de percelen rechtgetrokken en vergroot werden. De kwaliteit van het landschap zit in de contrasten tussen het omliggende open landschap en de beslotenheid van de linten met hoogopgaande erfbeplanting. Het plangebied is gesitueerd op de hogere oeverwal van Valburg-Homoet. Het betreft een kleinschalig/besloten landschap met veel microreliëf. Bij Homoet is sprake van een smalle oeverwal. Hier is de relatie met de omliggende open kommen duidelijk beleefbaar. De oeverwal is in de loop der jaren steeds meer open en grootschaliger geworden en daardoor slechter herkenbaar in het landschap. De aanleg van karakteristieke erf- en kavelgrensbeplantingen wordt gestimuleerd.
Via topotijdreis.nl is voor een specifieke locatie te bekijken hoe de kavelstructuren vroeger liepen en welke beplanting er aanwezig was. Op de kaarten is te zien dat de verkavelingsstructuur door de tijd heen op gebiedsniveau grootschaliger is geworden. Ook het erf heeft door de jaren heen een ontwikkeling doorgemaakt. Waar de gronden eerst in gebruik waren voor de boomteelt of fruitteelt, is in de loop der jaren op de locatie een veehouderij gevestigd welke is qua omvang is uitgegroeid tot aan de zuidelijke perceelgrens. De beplanting in het gebied is in de loop der jaren afgenomen.
4
Figuur 3: Topografische kaart ter hoogte van het plangebied, jaar 1900. Bron: www.topotijdreis.nl
Figuur 4: Topografische kaart ter hoogte van het plangebied, jaar 1950. Bron: www.topotijdreis.nl
5
Figuur 5: Topografische kaart ter hoogte van het plangebied, jaar 1980. Bron: www.topotijdreis.nl
Figuur 6: Topografische kaart ter hoogte van het plangebied, jaar 1990. Bron: www.topotijdreis.nl
Tevens is het plan onderdeel van de Gelderse streek Overbetuwe. Artikel 5.41 van de Omgevingsverordening, dat is opgesteld met als doel om het (Gelderse) landschap te beschermen, bevat de instructieregel dat bij het toestaan van een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening moet worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. Kernkwaliteiten zijn de essenties van het landschap van de Gelderse streken; de te behouden kenmerken waarmee de deelgebieden zich van elkaar onderscheiden. Deze kernkwaliteiten vormen de basis van de ruimtelijke kwaliteit en bepalen de identiteit van Gelderland. Ze zijn gebaseerd op de ruimtelijke opbouw van het historisch gegroeide landschap met de karakteristieken van de bodem en
6
het watersysteem, de ecologie, ontginningsgeschiedenis, cultuurhistorie en verstedelijking. De ontwikkeldoelen geven aan wat wordt beoogd met versterking van de kernkwaliteiten. Uitgangspunt is dat alle ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan de versterking van de kernkwaliteiten van de Gelderse streken. De kernkwaliteiten voor de streek Over-Betuwe zijn als volgt geformuleerd: 1. Verstedelijkt rivierengebied (als “Gelderse poort van de delta”) tussen Pannerdens Kanaal, Nederrijn en Waal, met een afwisseling van enkele nog relatief open (vrij van bebouwing) overwegend agrarische landschappen. 2. Van oudsher wringt de Rijn zich tussen de stuwwallen van Montferland, Nijmegen en Veluwe. Met indrukwekkende en unieke splitsingspunten van rivieren: Rijn-Waal en Rijn-IJssel. Ruimtelijke ensembles waarin de combinatie van landschap en historie, afzijdige ligging, barrièrewerking en grens tot uitdrukking komt. 3. Rivierengebied met klassieke opbouw van rivier, brede en smalle uiterwaarden, dijktrajecten, fijnmazige (hoger gelegen) oeverwallen en min of meer open (lager gelegen) komgronden. 4. Vrij uitzicht vanaf dijken over het binnendijkse landschap, over de rivieren en naar de stuwwallen van de Veluwe en van Nijmegen. 5. Verstedelijking vanuit Arnhem en Nijmegen via ‘riviersprongen’, aangevuld met landschapspark Lingezegen als buffergebied.
Grote variatie in grondgebruik, infrastructuur en bebouwing. 6. Gegraven Linge als structurerend landschapselement. 7. Waardevol open komgebied Hollanderbroek: uitgestrekt grootschalig open landschap en rustig en stil gebied met oud ontwateringssysteem met de Linge. Zicht op de stuwwallen van het Veluwemassief. 8. IJssellinie: (relicten van) een historische verdedigingslinie uit de jaren '50 van de 20e eeuw. 9. Ecologische waarden met name langs de rivieren en zegen en in weidevogelgebieden. Natura 2000 waarden in Rijntakken en Huissense waarden. 10.Overblijfselen en verwijzingen naar de Hollandse Waterlinie (Fort Pannerden) en Limes (UNESCO-waarde). 11.Relatieve stilte en rust als contrast met de stedelijke zones, zoals in omgeving van Doornenburg, in de brede uiterwaarden en in de nog relatief ‘lege’ gebieden zoals het Hollanderbroek. 4 Inrichtingsplan Met de functiewijziging op het perceel van agrarisch naar bedrijf zal de ruimtelijke indeling op het perceel worden gewijzigd. Drie van de bestaande bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Deze bedrijfsgebouwen zijn in de huidige situatie het diepst in het landschap gelegen. Door de sloop hiervan wordt het erf ruimtelijk gezien zeer verkleind. Het erf wordt in de gewenste situatie hierdoor kleinschalig en ligt als blok binnen de verkaveling (conform het landschapstype).
De bebouwing vormt tezamen een compact bebouwingsensemble langs de Homoetsestraat. Een gedeelte van de gronden wordt ingericht als erfverharding. Deze erfverharding wordt ingezet als manoeuvreerruimte voor vrachtwagens. Er is hier geen sprake van buitenopslag. Het perceel is in de beoogde situatie toegankelijk via twee inritten vanaf de Homoetsestraat.
7
Met de functiewijziging zal tevens de landschappelijke inpassing op het perceel wijzigen. Immers verdwijnt een deel van de bebouwing, waardoor een groot deel van de verharding wordt verwijderd. Deze gronden worden in de beoogde situatie ingericht als grasland. Het omliggende open landschap wordt hierdoor vergroot en het erf wordt kleinschaliger. In de beoogde situatie zal worden gestreefd naar het accentueren van de overgang van het beplante erf naar het open landschap. Dit door middel van de aanplant van opgaande beplanting langs de erfgrenzen. Dit in de vorm van een houtsingel, deels met ondergroei. Hierdoor komt het erf als groen eiland in het landschap te liggen. Er wordt in de beoogde situatie geen bestaande beplanting van het perceel verwijderd. Het plan heeft geen negatieve effecten op de kernkwaliteiten van de Gelderse Streek Over-Betuwe. Het betreft een ontwikkeling op perceelniveau, waardoor deze geen invloed heeft op de algehele gradiënt van het landschap. De ontwikkeling vindt plaats op een bestaand erf op de oeverwal, wat van oorsprong de ontginningsbasis voor wonen en werken betrof. De bebouwing blijft compact en de openheid van het omliggende gebied wordt vergroot en tevens geaccentueerd. Er is in de beoogde situatie geen sprake van de aantasting van zichtlijnen. Tevens blijft het bestaande verkavelingspatroon ongewijzigd.
DE gekozen erfbeplanting sluit daarnaast aan bij het kleinschalige karakter van het erf.
8
5 Beplantingsplan De beschreven beplantingselementen worden ingevuld met de volgende streekeigen soorten.
Figuur 10: Beplantingsplan
6 Afsluiting Uit voorliggende beschrijving blijkt dat wordt ingezet op het behoud van het landschappelijk raamwerk zoals deze typerend is voor het stroomruglandschap ter hoogte van het plangebied. Het erf verkrijgt door haar compacte bebouwing en beplanting haar kleinschalig karakter binnen het grootschaligere open landschap. Het plan past hiermee binnen de uitgangspunten zoals beschreven in de beleidsanalyse. Verder wordt de biodiversiteit ter plaatse versterkt door toepassing van verschillende streekeigen beplantingssoorten. De beplantingsstructuren trekken namelijk verscheidene soorten aan. Er wordt in de gewenste situatie derhalve voorzien in een goede landschappelijke inpassing. Een visualisatie van het plan is tevens opgenomen als bijlage bij dit document.
9
Het wateradvies
Het wateradvies Het wateradvies helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Geen belang procedure
Op basis van onderstaande locatie
07-10-2025 15:14
1
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies
Vragen en antwoorden uit de check Gaat het plan uitsluitend over functiewijziging van bestaande bebouwing zonder fysieke aanpassing van bebouwing en ruimte?
ja
07-10-2025 15:14
2
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies
Details 1. Geen belang procedure Wateradvies Geen Waterschapsbelang Op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de taken en belangen van het waterschap. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets van waterschap Rivierenland. Uit de gegevens die u heeft ingevoerd volgt dat het plan uitsluitend een functieverandering van bestaande bebouwing betreft. Er vindt geen aanpassing van bebouwing of ruimte plaats. Waterschap Rivierenland heeft geen bezwaar tegen dit plan. Het plan hoeft in het kader van de watertoets niet meer voorgelegd te worden aan Waterschap Rivierenland. "
Wat moet ik doen? Aanvullend overleg met het waterschap is niet nodig. Mochten zich in de toekomst wijzigingen in het plan voordoen waardoor geen sprake is van uitsluitend een functieverandering van de bestemming, dan kunt u de Digitale Watertoets nogmaals doen.
Waar moet ik op letten? Eventueel vereiste (water)vergunningen worden niet geregeld met deze Digitale Watertoets en zullen via de daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Wij willen u ook wijzen op de verwerking van afvalwater. Omdat in de meeste gevallen de gemeente bevoegd gezag is, dient u hiervoor contact op te nemen met uw gemeente.
Achtergrondinformatie
07-10-2025 15:14
3
https://hetwateradvies.nl
Bijlage 3 Staat van Bedrijfsactiviteiten Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 2) SBI-code
SBI-code 2008
Nr.
Omschrijving
01
01
-
Landbouw en dienstverlening t.b.v. de landbouw
014
016
0
Dienstverlening t.b.v. de landbouw:
014
016
2
algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m²
2
014
016
4
plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²
2
15
10, 11
-
Vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken
1581
1071
0
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:
1581
1071
1
1584
10821
0
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
1584
10821
3
v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens
cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o.
Cat.
2
2
<= 200 m² 1584
10821
1593 t/m 1595
1102 t/m 1104
18
14
182
141
20
16
205
162902
22
58
2222.6
18129
2223
1814
2223
1814
2224 2225
6
suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m²
Vervaardiging van wijn, cider e.d.
-
2
Houtindustrie en vervaardiging artikelen van hout, riet, kurk e.d. Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
-
2
Vervaardiging van kleding; bereiden en verven van bont Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)
-
2
2
Uitgeverijen, drukkerijen en reproduktie van opgenomen media Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
2
A
Grafische afwerking
1
B
Binderijen
2
1813
Grafische reproduktie en zetten
2
1814
Overige grafische aktiviteiten
2
223
182
Reproduktiebedrijven opgenomen media
1
26
23
-
Vervaardiging van glas, aardewerk, cement-, kalk- en gipsprodukten
262, 263
232, 234
0
Aardewerkfabrieken:
262, 263
232, 234
1
30
26, 28, 33
-
Vervaardiging van kantoormachines en computers
30
26, 28, 33
A
Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie
36
31
-
Vervaardiging van meubels en overige goederen n.e.g.
361
9524
2
Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2
1
362
321
Fabricage van munten, sieraden e.d.
2
363
322
Muziekinstrumentenfabrieken
2
3663.1
32991
Sociale werkvoorziening
2
45
41, 42, 43
-
Bouwnijverheid
45
41, 42, 43
3
vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW
aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²
2
2
2
Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 2) SBI-code
SBI-code 2008
Nr.
Omschrijving
52
47
-
Detailhandel en reparatie t.b.v. particulieren
527
952
60
49
6022
493
63
52
-
Dienstverlening t.b.v. het vervoer
6312
52109
B
Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)
2
633
791
Reisorganisaties
1
64
53
641
531, 532
642
61
71
77
711
7711
Personenautoverhuurbedrijven
2
714
772
Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.
2
72
62
-
Computerservice- en informatietechnologie
72
62
A
Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.
1
72
58, 63
B
Datacentra
2
73
72
-
Speur- en ontwikkelingswerk
731
721
74
63, 69tm71, 73,
Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
-
1
Vervoer over land Taxibedrijven
-
Cat.
2
Post en telecommunicatie Post- en koeriersdiensten
2
A
Telecommunicatiebedrijven
1
-
Verhuur van transportmiddelen, machines, andere roerende goederen
Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk
-
2
Overige zakelijke dienstverlening
74, 77, 78, 80tm82 7481.3
74203
Foto- en filmontwikkelcentrales
90
37, 38, 39
-
Milieudienstverlening
9001
3700
B
rioolgemalen
9002.2
382
A0
Afvalverwerkingsbedrijven:
9002.2
382
A7
93
96
-
Overige dienstverlening
9301.2
96012
9301.3
96013
9301.3
96013
verwerking fotochemisch en galvano-afval
2
2
2
Chemische wasserijen en ververijen
2
A
Wasverzendinrichtingen
2
B
Wasserettes, wassalons
1
Ontwerpbesluit Verlenen vergunning
Datum
11 november 2025 Zaaknummer
2025-010013 Onderwerp
Omgevingsvergunning Natura 2000activiteit Inlichtingen bij
Maassen Pluimvee & Eierhandel B.V Homoetsestraat 27 6676 LA HOMOET
Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl Blad
1 van 15
Locatie
Homoetsestraat 27 te Homoet Activiteit
Vastleggen activiteiten n.a.v. wijziging activiteiten en intrekking vergunning
Beste meneer/ mevrouw, Op 25 juli 2025 heeft u een aanvraag ingediend voor een vergunning in het kader van een activiteit Natura 2000 voor de locatie Homoetsestraat 27 te Homoet omdat u deelneemt aan de landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting Lbv-plus. Hierbij ontvangt u een ontwerpbesluit. Ontwerpbesluit Wij zijn van plan: 1. U allereerst de vereiste omgevingsvergunning voor de activiteit Natura 2000, op grond van de Omgevingswet (artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder e) te verlenen. De vergunning wordt verleend voor: o De sloop van de pluimveestallen; o Het realiseren en het gebruik van een bedrijfsmatige agrarische opslag; o Het realiseren en in bedrijf hebben van een winkel voor verkoop van streekproducten; o Het hobbymatig houden van vee; o Het gebruik van de bestaande bedrijfswoning, zoals weergegeven in bijlage 1 en 3. 2. Daarna de eerder verleende vergunning met zaaknummer 2016-011081 geheel in te trekken in het kader van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties Lbv-plus. 3. Alle eerder verleende Wet natuurvergunningen anders dan genoemd onder punt 2 volledig in te trekken. 4. Dat de beschrijving van het project, in de aanvraag en de bijlagen bij deze beschikking, voor zover deze betrekking heeft op de activiteit en emissiepunten, onderdeel uitmaakt van deze beschikking. 5.
De in bijlage 2 bij dit besluit opgenomen voorschriften aan deze vergunning te verbinden.
Markt 11 | 6811 CG Arnhem Postbus 9090 | 6800 GX Arnhem 026 359 99 99 post@gelderland.nl www.gelderland.nl
BNG Bank Den Haag NL74BNGH0285010824 BIC-code BNG Bank: BNGHNL2G Btw-nummer: NL001825100.B03 KvK-nummer: 51468751
Datum
11 november 2025 Zaaknummer
2025-010013 Blad
2 van 15
U ontvangt nu het ontwerpbesluit. U mag pas met de activiteiten beginnen als u het definitieve besluit heeft ontvangen en aan de daarin opgenomen voorschriften wordt voldaan. Wij publiceren dit ontwerpbesluit op www.overheid.nl. Iedereen kan op dit besluit reageren door middel van het indienen van een zienswijze. Wilt u een zienswijze indienen? Dat kan mondeling door contact op te nemen met het Provincieloket, telefoonnummer 026 359 99 99, schriftelijk via Gedeputeerde Staten van Gelderland, Postbus 9090, 6800 GX Arnhem of digitaal via post@gelderland.nl. Meer informatie Heeft u nog vragen? Kijk daarvoor op gelderland.nl. U kunt ook contact opnemen met het Provincieloket via telefoonnummer 026 359 99 99. Houd u het zaaknummer van deze brief bij de hand. We kunnen u dan sneller helpen. Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
Janine van der Zijl Teammanager Vergunningverlening
Bijlagen Bijlage 1 – Motivering van het besluit Bijlage 2 – Voorschriften Bijlage 3 – AERIUS-berekeningen o Verschilberekening voor de gebruiksfase (kenmerk RjgGBZoAXvGn d.d. 27 oktober 2025) o Beoogde situatie (kenmerk S5d8tyZ68gkd d.d. 27 oktober 2025) o Verschilberekening voor de aanlegfase (kenmerk Rzu5PqAcRxTZ d.d. 27 oktober 2025) Error! Reference source not found.Error! Reference source not found.
Datum
11 november 2025 Zaaknummer
2025-010013 Blad
3 van 15
BIJLAGE 1 MOTIVERING VAN HET BESLUIT
1
Toelichting
1.1 Leeswijzer De opbouw van deze toelichting op de vergunning is als volgt: Allereerst wordt de activiteit omschreven; dan volgt de procedure; vervolgens is het beoordelingskader toegelicht; onder het kopje beoordeling wordt de onderbouwing van het besluit gegeven; de beslissing wordt afgesloten met een conclusie, overige verplichtingen en de juridische grondslagen; de voorschriften zijn in bijlage 2 opgenomen. 1.2 Omschrijving activiteiten Het voorgenomen besluit voorziet in het toestaan van een nieuwe activiteit op Homoetsestraat 27 te Homoet die stikstofdepositie veroorzaakt op stikstofgevoelige habitat(s) binnen Natura 2000gebieden Rijntakken, Veluwe en Binnenveld. De nieuwe activiteit wordt aangevraagd in directe samenhang met beëindiging van de bestaande veehouderij-activiteiten op Homoetsestraat 27 te Homoet in het kader van de Landelijke beëindigingsregeling voor veehouderijlocaties Lbv-plus, hierna Lbv-regeling genoemd. Op grond van deze regelingen dient bestaande stikstofemissie op de locatie met ten minste 85% te worden gereduceerd. Om de stikstofemissie van de aangevraagde nieuwe activiteit te mitigeren wordt de reeds toegestane emissie als referentiesituatie gehanteerd. Daarmee is sprake van een situatie die wordt aangemerkt als intern salderen.
Hieronder wordt onderbouwd op welke wijze daarbij wordt voldaan aan de wetgeving en jurisprudentie inzake intern salderen en (indien van toepassing) aan de vereisten die volgen uit provinciale beleidsregels. De activiteiten waarvoor vergunning wordt aangevraagd betreffen: o De sloop van de pluimveestallen; o Het realiseren en het gebruik van een bedrijfsmatige agrarische opslag; o Het realiseren en in bedrijf hebben van een winkel voor verkoop van streekproducten; o Het hobbymatig houden van vee; o Het gebruik van de bestaande bedrijfswoning. 1.3 Lbv-regeling Er zijn drie landelijke beëindigingsregelingen. Dit zijn de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus), Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor stikstofreductie (Lbv) en Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties kleinere sectoren. Enkele voorwaarden voor deelname aan deze Lbv-regelingen zijn het staken van de veehouderij
Datum
11 november 2025 Zaaknummer
2025-010013 Blad
4 van 15
activiteiten, het intrekken van de vergunning(en), het slopen van de gebouwen en het omzetten van de bestemming naar een bestemming die het onmogelijk maakt om bedrijfsmatig vee te houden. Volgens de Lbv-regeling mag een bedrijf nog activiteiten verrichten na het meedoen aan de regeling, mits de emissie van deze activiteiten valt binnen de 15% van de emissie behorend bij de voorheen vergunde activiteiten en de beoogde activiteiten in ieder geval niet zien op het houden van landbouwhuisdieren met productie als doel.
2
Procedure
Op 24 juli 2025 hebben wij uw verzoek om intrekking in samenhang met een aanvraag voor een vergunning in het kader van de Omgevingswet voor een Natura 2000-activiteit ontvangen. Deze omgevingsvergunning is gebaseerd op de aanvraag en de daarbij overgelegde dan wel aangevulde stukken.
2.1 Flora en Fauna Dit besluit geldt alleen voor een Natura 2000-activiteit. Het is mogelijk dat u ook een vergunning moet aanvragen voor een flora- en fauna-activiteit. Dit kunt u laten bepalen met een quickscan soortenbescherming. Als u een vergunning nodig heeft, kunt u deze bij de provincie aanvragen. 2.2
Houtopstanden
Wanneer er houtopstanden worden gekapt die beschermd zijn in het kader van afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (activiteiten die houtopstanden betreffen) dient hiervoor een kapmelding bij de provincie Gelderland te worden gedaan en moet de houtopstand binnen 3 jaar op dezelfde locatie worden herplant.
3
Beoordelingskader
3.1 Bepalen vergunningplicht Artikel 5.29, eerste lid, van de Omgevingswet bepaalt dat beoordelingsregels voor de aanvraag van een Natura 2000-activiteit worden gesteld met het oog op de natuurbescherming. Het tweede lid bepaalt dat de beoordelingsregels in ieder geval strekken tot uitvoering van artikel 6, tweede, derde en vierde lid, en artikel 16 van de Habitatrichtlijn en artikel 9 van de Vogelrichtlijn, in het kader van gebieds- en soortenbescherming. Op grond van artikel 8.74b, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit alleen verleend als uit de passende beoordeling, bedoeld in artikel 16.53c, eerste lid, van de Omgevingswet, de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Datum
11 november 2025 Zaaknummer
2025-010013 Blad
5 van 15
Indien er Natura 2000-gebieden zijn waar de stikstofdepositie in de beoogde situatie boven de kritische depositie grenswaarde (0,00 mol N/ha/j) ligt, zijn onder dergelijke omstandigheden significant negatieve effecten niet op voorhand uit te sluiten zodat een passende beoordeling is vereist. In de uitspraak van 18 december 20241 heeft de afdeling bestuursrechtspraak een nuancering aangebracht op de vaste rechtspraak van de afdeling over intern salderen. De afdeling heeft aan deze uitspraak een schema beoordelingskader toegevoegd hoe te handelen bij intern salderen. 1. In de voortoets wordt beoordeeld of het project effect heeft op een Natura 2000-gebied. 2. Wanneer significante effecten van het gehele project niet zijn uitgesloten is er vergunningplicht en is er een passende beoordeling nodig. 3. De referentiesituatie wordt bepaald waarbij een onderscheid in beoordeling wordt gemaakt tussen een natuurvergunning of milieutoestemming. 4. Intern salderen mag als mitigerende maatregel ingezet worden waarbij de verwachte voordelen moeten vaststaan. 5. Wijziging of beëindiging van bestaande situatie moet zijn verzekerd. 6. Additionaliteitsvereiste: salderen mag alleen als de maatregel (inzet referentiesituatie) niet ook nodig is om natuur te behouden, herstellen of verslechtering te voorkomen.
3.2 Het additionaliteitsvereiste Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) volgt dat getoetst moet worden aan het additionaliteitsvereiste bij het inzetten van mitigerende maatregelen. Uit de PAS-uitspraak van 29 mei 20192 volgt dat een maatregel die als instandhoudings- of passende maatregel ingezet zou kunnen worden, alleen als mitigerende maatregel bij vergunningverlening ingezet mag worden als het behoud van natuurwaarden is geborgd. Hierbij moet worden gelet op de instandhoudingsdoelstellingen en huidige staat van instandhouding, op basis van bijvoorbeeld natuurdoelanalyses. Of, in het geval dat er een verbeter- of hersteldoelstelling geldt, dat doel ook op andere wijze kan worden gerealiseerd. In dit besluit lichten wij toe waarom het vervangen van de veehouderij door een andere activiteit met veel beperkte depositie aan te duiden is als instandhoudings- en passende maatregel waarbij het noodzakelijk is om een deel van de stikstofdepositie van de veehouderij in te zetten als mitigerende maatregel voor de nieuwe activiteit. Omdat de wijziging van de activiteit een passende maatregel betreft is het niet noodzakelijk deze nieuwe activiteit te toetsen aan het additionaliteitsvereiste.
Immers maakt deze reeds onderdeel uit van het maatregelpakket ter voorkoming van verslechtering en het op termijn halen van de instandhoudingsdoelen
1 2
ECLI:NL:RVS:2024:4923 https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@115602/201600614-3-r2/, zie r.o. 13.5 t/m 13.7
Datum
11 november 2025 Zaaknummer
2025-010013 Blad
6 van 15
3.3
Bepalen referentie
Aan de hand van de referentiesituatie wordt beoordeeld of de activiteit significante gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. De referentiesituatie wordt bepaald aan de hand van een natuurvergunning of aan de hand van een milieutoestemming die is verleend voor de Europese referentiedatum. Als het gaat om een milieutoestemming dan moet ook worden aangetoond dat de activiteit was toegestaan en feitelijk aanwezig is of nog kan zijn en zonder natuurtoestemming worden hervat. Wanneer er een situatie gemeld is of een milieuvergunning afgegeven is voor een situatie met minder gevolgen voor een Natura 2000-gebied dan in de situatie op de referentiedatum, dan wordt uitgegaan van de situatie met het laagste effect dat de stikstofemissie veroorzaakt 3.
3.4 Gelderse beleidsregels Op 1 juli 2025 hebben de Gedeputeerde Staten van Gelderland de beleidsregels salderen vastgesteld. In deze versie is onder andere het onderdeel intern salderen weer opgenomen. In artikel 8 is de realisatietermijn opgenomen waarin staat dat Gedeputeerde Staten in een natuurvergunning het voorschrift opnemen dat de activiteit waarvoor de natuurvergunning is verleend, binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van de natuurvergunning moet worden gerealiseerd.
4
Beoordeling
4.1 Vergunningplicht In de voortoets mag, anders dan voorheen, voor de beoordeling of significante gevolgen zijn uitgesloten, geen vergelijking worden gemaakt van de gevolgen van de bestaande vergunde situatie en de gevolgen van het project na wijziging. Uit de voortoets, waarbij de ingediende AERIUS-berekeningen (bijlage 3) zijn beoordeeld, blijkt dat er Natura 2000-gebieden zijn waarop als gevolg van de activiteiten van dit bedrijf depositie van stikstof plaatsvindt wat mogelijk significante effecten heeft op de te beschermen waarden. Hiervoor is een natuurvergunning nodig. 4.2 Effecten stikstof De AERIUS-berekeningen waarmee de effecten van stikstof worden berekend bevatten een referentiesituatie en een beoogde situatie. Dit betreft berekeningen voor de aanleg- en gebruiksfase. In deze paragraaf geven wij van de referentiesituatie aan hoe wij ze hebben vastgesteld en beschrijven wij de stikstofbronnen. Vervolgens beoordelen we of het project niet ingezet zou moeten worden voor natuurherstel (additionaliteitsonderbouwing). Ten slotte stellen wij vast of de berekende effecten van stikstof aanleiding geven om de aangevraagde vergunning te verlenen. 3
ECLI:NL:RVS:2013:1891
Datum
11 november 2025 Zaaknummer
2025-010013 Blad
7 van 15
4.2.1 Referentiesituatie Als referentiesituatie geldt de natuurvergunning van 6 december 2016 met zaaknummer 2016-011081. Onderstaande tabel is een samenvatting van de referentiesituatie uit de bijgevoegde AERIUSberekening (bijlage 3). In deze AERIUS-berekening is tevens de emissie van alle bronnen en de daarbij behorende depositie terug te vinden. Tabel 1: Referentiesituatie dierlijke stikstofbronnen AERIUS bron
Stal
Diersoort/omschrijving
Code/ Nr. systeembeschrijving
1
D
Legkippen
HE2.3.1
24.490
2
H
Legkippen
HE2.3.1
26.000
3
G
Legkippen
HE2.3.1
32.000
Droogtunnel
AP3.2
82.490
4
Aantal
Stikstofbronnen anders dan dieren hebben in het verleden nooit expliciet deel uitgemaakt van vergunningen. Voor zover deze onmisbaar zijn voor de vergunde activiteiten beschouwen we deze stikstofbronnen als impliciet vergund.
4.2.2 Aangevraagde situatie Onderstaande tabel geeft de aangevraagde situatie weer. Dit is een samenvatting van de beoogde situatie uit de bijgevoegde AERIUS-berekening voor de gebruiksfase. In deze berekening is tevens de emissie van alle bronnen en de daarbij behorende depositie terug te vinden. Tabel 2a: Aangevraagde situatie dierlijke stikstofbronnen AERIUS bron/ Stal
Hobby vee
Diersoort/omschrijving
Code/ Nr. systeembeschrijving
Aantal
Zoogkoeien
HA4.100
3
Overig vleesvee jonger dan 2 jaar
HA5.100
3
Overig rundvee van 2 jaar en ouder
HA6.100
3
Schapen
HB1.100
9
Geiten
HC1.100
6
Legkippen
HE2.100
20
Paarden van 3 jaar en ouder
HL1.100
4
Datum
11 november 2025 Zaaknummer
2025-010013 Blad
8 van 15
Tabel 2b: Aangevraagde situatie andere stikstofbronnen Bron
Soort/omschrijving
Externe transportbewegingen
Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer
Interne vervoersbewegingen
85.994 vervoersbewegingen/jaar 365 vervoersbewegingen/jaar 28.470 vervoersbewegingen/jaar
Landbouwtrekker Stage-IV (70 kW) Diesel
SCR Ja 3.739 l en 520 uur/jaar
Landbouwtrekker Stage-IV (100 kW) Diesel
SCR Ja 5.221 l en 520 uur/jaar
Stationair draaien
Continue emissie
Manoeuvreren op het erf
Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer
Koude start
Licht verkeer Zwaar verkeer
Overige stikstofbronnen
Aantal
CV
75,4 NOх kg/jaar 85.994 vervoersbewegingen/jaar 365 vervoersbewegingen/jaar 28.470 vervoersbewegingen/jaar 43.070 starts/jaar 14.235 starts/jaar 3,6 NOх kg/jaar
4.2.3 Beoordeling van de effecten van stikstofdepositie Uit de AERIUS-verschilberekening voor de gebruiksfase blijkt dat de depositie in Natura 2000-gebieden substantieel afneemt door deelname aan de Lbv-regeling en als gevolg van de activiteiten waarvoor u een vergunning aanvraagt. Wij baseren onze besluiten op berekeningen, gemaakt met de meest recente versie van AERIUS Calculator. Dat is nu versie 2025.0.1. U hebt AERIUS-berekeningen aangeleverd die zijn gemaakt met versie 2024.2 van AERIUS Calculator. Omdat het rekenhart van AERIUS Calculator sinds de vorige versie niet gewijzigd is en de in te voeren parameters evenmin veranderd zijn, hebben wij nieuwe AERIUS-berekeningen gemaakt door de aangeleverde berekeningen in AERIUS Calculator in te lezen en vervolgens te exporteren. Wij hebben het rekenjaar bij alle situaties op 2025 gezet. Deze exports zijn als bijlagen aan dit besluit toegevoegd.
4.3 Beoordeling onderbouwing additionaliteit 4.3.1 Stikstofdepositie aangevraagd project De aangevraagde activiteiten leiden tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden Tabel 3 geeft een overzicht van de gebieden waarop het project depositie veroorzaakt en de omvang van de depositie.
Datum
11 november 2025 Zaaknummer
2025-010013 Blad
9 van 15
Tabel 3: Resultaten AERIUS-berekening aangevraagde situatie
Voor 9 van de 23 habitattypen, die voorkomen in de Natura 2000-gebieden die in tabel 3 genoemd zijn, blijkt uit de natuurdoelanalyses dat eindoordeel ‘nee, tenzij’ wordt gegeven. Daarnaast is er ook effect op 7 leefgebieden. Uit de natuurdoelanalyses blijkt dat vanwege de soorten die gebruik maken van deze leefgebieden het eindoordeel ‘nee, tenzij’ wordt gegeven. Deze leefgebieden zijn eveneens stikstofgevoelig. Voor de Rijntakken betreft het de leefgebieden Lg02, Lg08 en Lg11 en voor Veluwe de leefgebieden Lg01, Lg09, Lg13 en Lg14. Dit houdt in dat het vastgestelde pakket aan maatregelen niet volstaat om verslechtering tegen te gaan en realisatie van instandhoudingsdoelstellingen mogelijk te maken. De natuurdoelanalyse maakt in dat geval duidelijk wat de knelpunten zijn. In 5 van de 15 habitattypen en in 5 van de 7 bovengenoemde leefgebieden is stikstofbelasting een knelpunt. In de natuurdoelanalyses is geconcludeerd dat aanvullende emissie- c.q. depositie reducerende maatregelen noodzakelijk zijn voor het behalen van de relevante instandhoudingsdoelstellingen. Zodoende is het noodzakelijk dat aanvullende maatregelen worden getroffen om tot het doelbereik te komen
4.3.2 Referentiesituatie van het project Om bovenstaande depositie van de aangevraagde activiteit te mitigeren (om daarmee verslechtering van de kwaliteit van de in paragraaf 4.3.1 genoemde habitats en leefgebieden te voorkomen) gaat de aanvraag uit van intern salderen met de toegestane activiteit op de locatie. Deze toestemming is weergegeven in tabel 1. 4.3.3 Mitigerende maatregel (intern salderen) In het kader van deelname aan de Lbv-regeling wordt de toestemming zoveel mogelijk ingetrokken. Om de nieuw aangevraagde activiteit voldoende te mitigeren (zodanig dat er geen verslechtering van stikstofgevoelige habitats optreedt) dient een deel van de toestemming als referentie te worden gehanteerd voor de nieuw aangevraagde activiteit. Dit gedeelte is gelijk aan de beoogde situatie en omvat 102,1 kg NH3 en 554,3 kg NOx wat overeenkomt met 253,6 kg stikstof.
Datum
11 november 2025 Zaaknummer
2025-010013 Blad
10 van 15
Wanneer de stikstofemissies van de bestaande toestemming worden vergeleken met de benodigde ruimte, geldt dat 4% van de bestaande toestemming nodig is om de nieuwe activiteit te mitigeren. Aangezien dit minder is dan 15% én een representatieve emissie is behorend bij de nieuw aangevraagde activiteit voldoet de aanvrager daarmee aan de voorwaarden van de Lbv-regeling. De Lbv-regeling leidt ertoe dat vergunde veehouderij activiteiten worden beëindigd ten behoeve van de natuur, waarbij er geen of een beperkte emissie overblijft voor een nieuwe activiteit. In dit geval is de nieuwe activiteit zoals omschreven in paragraaf 1.2. Deze regeling is een instandhoudings- en passende maatregel door de grote stikstofreductie die bereikt wordt waarmee de depositie op de omliggende Natura 2000-gebieden Rijntakken, Veluwe en Binnenveld wordt verlaagd, evenals de bijdrage van de depositie aan de landelijke stikstofdeken. De subsidieregeling ziet op het verlagen van de stikstofbelasting op overbelaste Natura 2000-gebieden door het wegnemen van emissies van bedrijven die hierop een relatief grote depositie veroorzaken, de zogenaamde piekbelasters.
4.3.4 Samenhang regeling Bovenstaande inzet van een beperkt deel van de bestaande toestemming als referentie voor de nieuw aangevraagde activiteit kwalificeert als mitigerende maatregel in het kader van een passende beoordeling. Wij beoordelen dat de mitigerende maatregel niet noodzakelijk is om ingezet te worden als passende maatregel in het kader van de Habitatrichtlijn. Bij deze afweging komt ons beoordelingsruimte toe. Wij geven met andere passende maatregelen invulling aan artikel 6, tweede lid van de Habitatrichtlijn. In het onderstaande gaan wij in het bijzonder in op de Lbvregeling, die als passende maatregel wordt aangemerkt. Van belang is dat de behaalde reductie door het vervangen van de veehouderij activiteiten door een nieuwe activiteit voldoende is om de wijziging als ‘passend’ te kunnen duiden in het kader van de natuuropgave. Het totale maatregelpakket ter voorkomen van verslechtering en op termijn behalen van de instandhoudingsdoelen is nog niet volledig uitgekristalliseerd. Daarom wordt van de individuele maatregel bepaald of deze ‘passend’ is in het licht van de natuuropgave. De totale reductie in emissie betreft 96%. Het gemiddelde aandeel in depositie van de deelnemers van de beëindigingsregelingen Lbv en Lbv-plus aan de totale overbelasting op het meest nabij gelegen overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebied Rijntakken, betreft 1,25%.
De totale reductie van het bedrijf is daarmee niet alleen veel groter dan het relatieve aandeel van veehouderijbedrijven in de overbelasting van het gebied, maar ook veel groter dan het relatieve aandeel van de groep piekbelasters waar het bedrijf onderdeel van uitmaakt. Het relatieve aandeel in de depositie op overige verder gelegen stikstofgevoelige gebieden is nog lager. De wijziging heeft dus een groot effect op het terugdringen van de stikstofbelasting. De lokale maatregel kan daarmee, ook zonder de totale aanpak volledig inzichtelijk te hebben, zeker als ‘passend’ worden bestempeld.
Datum
11 november 2025 Zaaknummer
2025-010013 Blad
11 van 15
4.3.5 Belang van nieuwe activiteit in het kader van een vrijwillige regeling De Lbv-regelingen zijn subsidieregelingen voor veehouders die willen stoppen met hun bedrijf of met een locatie van hun bedrijf. Het doel van de regeling is om de stikstofuitstoot vanuit de veehouderij te verlagen, zodat ook de stikstofdepositie op daarvoor gevoelige natuur vermindert, zodat deze kan herstellen. Essentieel is dat sprake is van een vrijwillige regeling, waarbij het (gedeeltelijk) stoppen van een veehouderijbedrijf wordt gesubsidieerd. Ondernemers komen in aanmerking voor één van beide regelingen indien zij voldoen aan gestelde drempelwaarden voor depositie op stikstofgevoelig Natura 2000-gebied. De initiatiefnemer van deze aanvraag neemt deel aan deze regeling. Om de effecten van deze regeling zeker te stellen is het van belang dat de initiatiefnemers een goed toekomstperspectief geboden krijgen, zodat deelname aantrekkelijk is. Ter ondersteuning hiervan is bepaald dat een deelnemer maximaal 15% van de vergunde stikstofemissie mag behouden voor een toekomstige activiteit. Op deze manier vindt minimaal 85% vermindering van de stikstofemissie vanaf de deelnemende locatie plaats, wat ten goede komt aan de natuur en de instandhouding van stikstofgevoelige habitattypen bevordert.
Niet onbelangrijk om hierbij te vermelden is dat deelnemers aan de regeling eraan zijn gehouden om slechts de stikstofruimte die benodigd is voor de toekomstige activiteiten te behouden, de 15% betreft dus een maximum waarbij niet meer ruimte behouden mag worden dan nodig voor de beoogde activiteiten. In dit geval is slechts 4% van de toegestane emissie benodigd voor de beoogde activiteit. 4.3.6 Onlosmakelijke samenhang deelname en nieuwe activiteit Gelet op de urgentie om depositie op de bij deze aanvraag betrokken Natura 2000-gebieden blijvend te verminderen zou de mitigerende maatregel in beginsel als een passende of instandhoudingsmaatregel kunnen worden beschouwd. Echter, de voorliggende aanvraag dient te worden beschouwd in de context van bedrijfsbeëindiging van de veehouderij op de locatie van de aanvrager, waarmee in totaal 96% van de toegestane emissie op de locatie wordt ingetrokken. Deze onlosmakelijke samenhang tussen de bedrijfsbeëindiging van de veehouderij en het voornemen tot de nieuw aangevraagde activiteit maakt dat wij de mitigerende maatregel in deze situatie niet als ‘passende of instandhoudings-maatregel ’ beoordelen in het kader van artikel 6, eerste en tweede lid Habitatrichtlijn. Deze beoordeling motiveren wij als volgt: Bij deelname aan de Lbv-regeling blijft slechts maximaal 15% stikstofemissie over.
Bij geen deelname volgt een voortzetting van de volledige agrarische bedrijvigheid (veehouderij) op de locatie. Dit overwegende hebben wij besloten dat de mitigerende maatregel ingezet kan worden voor de aangevraagde activiteit, gelet op de bijdrage aan de instandhoudingsdoelstellingen die voortvloeien uit de daarmee samenhangende passende maatregel, in de vorm van deelname aan de Lbv-regeling. 4.3.7 Effectiviteit en evenredigheid De regelingen bieden een vergoeding voor beëindiging van het bedrijf in de vorm van vergoeding van: a) waardeverlies productiecapaciteit,
Datum
11 november 2025 Zaaknummer
2025-010013 Blad
12 van 15
b) vergoeding inleveren dierrechten (pluimvee, varkens, fosfaat) en c) bijdrage aan sloopkosten. Deze vergoedingen maken het financieel mogelijk voor de aanvrager om het bedrijf op verantwoorde wijze te beëindigen, maar vormen geen dekkende inkomstenbron voor de toekomst. Met een nieuwe invulling van de locatie, in de vorm van aangevraagde toekomstige activiteit, krijgt de aanvrager de mogelijkheid tot financieel toekomstperspectief. Op grond van de kenmerken van de regeling is het bieden van ruimte voor een nieuwe functie daarom inherent aan het slagen ervan. De mogelijkheid om maximaal 15% van de oorspronkelijk vergunde emissie hiervoor aan te wenden bevestigt dat de regeling hierin ook uitdrukkelijk heeft willen voorzien. Als, in tegenstelling tot wat in de regeling staat beschreven, een nieuw activiteit toch niet wordt toegestaan, zal dit vaak ertoe leiden dat de aanvrager onvoldoende toekomstperspectief wordt geboden om deelname aan de Lbv-regeling voort te kunnen zetten. Er is een groot risico dat de emissiereductie van 96% als gevolg van beëindiging van de veehouderij geen doorgang zou vinden. Een niet vrijwillige beëindiging behoort in dit kader ook tot de bevoegdheden van het bevoegd gezag, maar heeft over het algemeen een veel langere doorlooptijd met daarnaast hoge maatschappelijke en economische kosten.
Deze kosten en langere doorlooptijd, in combinatie met juridische onzekerheid over het te behalen doel, wegen niet op tegen de zeer beperkte extra depositiedaling van een volledige onvrijwillige beëindiging ten opzichte van de met de beoogde situatie zeer grote vrijwillige beëindiging.
4.3.8 Conclusie additionaliteit Op basis van bovenstaande uiteenzetting kan worden geconcludeerd dat: De aanvraag direct samenhangt met het treffen van een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid Habitatrichtlijn, in de vorm van permanente beëindiging van de veehouderij op locatie Homoetsestraat 27 te Homoet. Er is sprake van een situatie waarbij op basis van vrijwilligheid tot bedrijfsbeëindiging wordt overgegaan, mits een toekomstige activiteit mogelijk is. Het niet toestaan van de nieuwe activiteit leidt ertoe dat een maatregel die op zeer korte termijn effect zou hebben, niet door gaat omdat de aanvrager niet langer meedoet. De beperkte depositie na inzet van een deel van de veehouderij activiteiten als mitigerende maatregel ruimschoots opweegt tegen het voorkomen van een langere doorlooptijd en hoge maatschappelijke en economische kosten bij een onvrijwillig beëindigingstraject; De relatieve individuele bijdrage aan de natuuropgave door de lokale wijziging zo groot is dat deze, ook zonder dat het volledige maatregelpakket inzichtelijk is gemaakt, ruimschoots als ‘passend’ is aan te merken. 4.4 Overige effecten De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken is 2,4 km.
Datum
11 november 2025 Zaaknummer
2025-010013 Blad
13 van 15
Door de afstand tot de Natura 2000-gebieden zijn er naast de effecten van stikstof geen andere effecten op deze gebieden.
4.5 Conclusie Op grond van het vorenstaande hebben wij de zekerheid verkregen dat de aanvraag direct samenhangt met het treffen van een instandhoudings- of passende maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid Habitatrichtlijn, het overgebleven gedeelte wat niet als passende maatregel gebruikt wordt ingezet mag worden als mitigerende maatregel en dat het project geen significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000gebieden. De aanvraag past binnen de beleidsregels salderen in Gelderland.
5
Overige verplichtingen
U bent zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van eventueel benodigde ontheffingen, vergunningen of toestemmingen op grond van andere wet- en regelgeving.
6
Juridische grondslagen
Dit besluit is genomen op grond van: Omgevingswet artikel 2.18, artikel 2.24, artikel 2.31a, artikel 4.11, artikel 4.3, artikel 4.5, artikel 5.1, artikel 5.18, artikel 5.29 Besluit activiteit leefomgeving afdeling 11.1 Wet stikstofreductie en natuurverbetering Besluit natuurbescherming, artikel 2.14, lid 3 Beleidsregels salderen Gelderland
Datum
11 november 2025 Zaaknummer
2025-010013 Blad
14 van 15
BIJLAGE 2 VOORSCHRIFTEN U bent verplicht om zich aan de volgende voorschriften te houden: 1. Deze vergunning is uitsluitend geldig voor (medewerkers van) de vergunninghouder en voor (rechts)personen die in opdracht van de vergunninghouder handelen. De vergunninghouder blijft verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze vergunning. 2. De (rechts)personen genoemd in het vorige voorschrift zijn volledig op de hoogte van deze vergunning en de voorschriften. Zij kunnen en zijn handelingsbekwaam om deze voorschriften uit te voeren. 3. Een (digitale) kopie van deze vergunning met de bijbehorende AERIUS-berekeningen zoals weergegeven in bijlage 3 moet aanwezig zijn op de plaats waar de activiteiten worden uitgevoerd. Het is verplicht om deze te tonen op verzoek van bevoegde toezichthouders en opsporingsambtenaren. 4. De activiteiten met bijbehorende emissies mogen niet voor extern salderen ingezet worden. 5. Het project waarvoor deze vergunning is verleend en weergegeven is in bijlage 3 van dit besluit moet binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van dit besluit zijn gerealiseerd. 6. Vergunninghouder moet deze natuurvergunning in laten trekken wanneer niet langer gebruik wordt gemaakt van de uit deze vergunning voorvloeiende stikstofruimte.
Datum
11 november 2025 Zaaknummer
2025-010013 Blad
15 van 15
BIJLAGE 3 AERIUS-BEREKENINGEN AERIUS-berekeningen o Verschilberekening voor de gebruiksfase (kenmerk RjgGBZoAXvGn d.d. 27 oktober 2025) o Beoogde situatie (kenmerk S5d8tyZ68gkd d.d. 27 oktober 2025) o Verschilberekening voor de aanlegfase (kenmerk Rzu5PqAcRxTZ d.d. 27 oktober 2025) Error! Reference source not found.Error! Reference source not found.
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Maassen Pluimvee & Eierhandel B.V. Homoetsestraat 27, 6676 LA Homoet Wijzigen bedrijf - te Homoet referentiesituatie (100%) vs. beoogde situatie
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RjgGBZoAXvGn 27 oktober 2025, 09:50 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Situatie 2 - Referentie beoogde situatie - Beoogd Situatie 2 - Referentie beoogde situatie - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RjgGBZoAXvGn (27 oktober 2025)
2025 2025
6,79 mol/ha/j 0,16 mol/ha/j 23,61 ha 33.461,12 ha 0,01 mol/ha/j 6,64 mol/ha/j
7.589,1 kg/j 102,1 kg/j 4149145 4107857
554,3 kg/j
Veluwe Rijntakken
2/11
Projectberekening
beoogde situatie (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 4 5 6 7 8
Anders... | III: Stationair draaien van wegvoertuigen op terrein Mobiele werktuigen | IV: Interne vervoersbewegingen Verkeer | Koude start: overig | V: Koude starts Wonen en Werken | Woningen | Woning Landbouw | Dierhuisvesting | Hobbyvee Verkeersnetwerk
RjgGBZoAXvGn (27 oktober 2025)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,0 kg/j 2,2 kg/j 6,4 kg/j 90,8 kg/j 1,7 kg/j
75,4 kg/j 53,9 kg/j 360,5 kg/j 3,6 kg/j 60,9 kg/j
3/11
Projectberekening
Situatie 2 (Referentie), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1 2 3 4
Landbouw | Dierhuisvesting | Stal D Landbouw | Dierhuisvesting | Stal H Landbouw | Dierhuisvesting | Stal G Landbouw | Dierhuisvesting | Droogtunnel
RjgGBZoAXvGn (27 oktober 2025)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2.204,1 kg/j 2.340,0 kg/j 2.880,0 kg/j 165,0 kg/j
-
4/11
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
10 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RjgGBZoAXvGn (27 oktober 2025)
5/11
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "beoogde situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
33.484,73
Per gebied
Berekend (ha gekarteerd)
Veluwe (57) Sint Jansberg (142) Rijntakken (38) De Bruuk (69) Binnenveld (65)
RjgGBZoAXvGn (27 oktober 2025)
33.324,52 91,34 45,49 13,25 10,12
Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr)
Met toename (ha Grootste gekarteerd) toename (mol N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr)
Met toename (ha Grootste gekarteerd) toename (mol N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
7.032,57
7.032,57 2.225,46 2.120,27 1.794,29 2.187,00
23,61
0,01
33.461,12
6,64
23,61 0,00
0,01 -
33.300,92 91,34
6,64 0,21
0,00 0,00 0,00
-
45,49 13,25 10,12
4,46 0,18 0,36
6/11
Projectberekening
beoogde situatie, Rekenjaar 2025
1 Verkeer | Rijdend verkeer Naam 1a: Externe vervoersbewegingen linksaf (25%) Links Rechts NOₓ Locatie X:182623,58 Y:438764,56 Type scherm - NO₂ Lengte 253,05 m Hoogte - NH₃ Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
58,9 /etmaal 0,3 /etmaal 19,5 /etmaal 0,0 /etmaal
2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam 1b: Externe vervoersbewegingen rechtsaf (75%) Links Rechts NOₓ Locatie X:182791,12 Y:438577,15 Type scherm - - NO₂ Lengte 253,93 m Hoogte - - NH₃ Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
176,7 /etmaal 0,8 /etmaal 58,5 /etmaal 0,0 /etmaal
3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam II: Manoeuvreren op terrein Links Rechts NOₓ Locatie X:182642,3 Y:438662,95 Type scherm - NO₂ Lengte 184,53 m Hoogte - NH₃ Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4
Naam
Anders...
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
III: Stationair Uittreedhoogte draaien van Warmteinhoud wegvoertuigen op Spreiding terrein Locatie X:182608,1 Y:438600,33 Oppervlakte 1,43 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Transport RjgGBZoAXvGn (27 oktober 2025)
4,0 m 0,000 MW 4,0 m
6,7 kg/j 1,8 kg/j 0,3 kg/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 20,1 kg/j 5,4 kg/j 0,8 kg/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 34,1 kg/j 9,0 kg/j 0,6 kg/j
In file
235,6 /etmaal 1,0 /etmaal 78,0 /etmaal 0,0 /etmaal
100,0 % 100,0 % 100,0 % 100,0 %
NOₓ NH₃
75,4 kg/j 1,0 kg/j
7/11
Projectberekening
5
Mobiele werktuigen
Naam Locatie Oppervlakte
Naam/Stageklasse
IV: Interne vervoersbewegingen X:182608,1 Y:438600,33 1,43 ha
520 u/j 2,5 m 0,011 MW
0,4 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
22,9 kg/j 0,9 kg/j
520 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
30,9 kg/j 1,3 kg/j
NOₓ NH₃
360,5 kg/j 6,4 kg/j
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
V: Koude starts X:182608,1 Y:438600,33 1,43 ha
Koude starts
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 7
Wonen en Werken | Woningen
Naam Woning Uittreedhoogte Locatie X:182687,51 Warmteinhoud Y:438683,14 Spreiding Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
RjgGBZoAXvGn (27 oktober 2025)
53,9 kg/j 2,2 kg/j
BrandstofDraaiuren Uittreedhoogte/Warmteinhoud Spreiding/Temporele Stof Emissie verbruik/AdBlue variatie verbruik
landbouwtrekker 3.739 l/j 70 kW, bouwjaar 224 l/j 2015 Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja landbouwtrekker 5.221 l/j 100 kW, bouwjaar 313 l/j 2015 Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja 6
NOₓ NH₃
118,0 /etmaal 0,0 /etmaal 39,0 /etmaal 0,0 /etmaal 8,0 m 0,002 MW 0,0 m
NOₓ
3,6 kg/j
8/11
Projectberekening
8
Landbouw | Dierhuisvesting
Naam Hobbyvee Locatie X:182632,32 Y:438646,31 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven
Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding
Diersoort Huisvestingssysteem - Omschrijving
1,5 m 0,000 MW 0,0 m
Aantal Stof Emissiefactor dieren (kg/dier/j)
Rundvee HA4.100 - Overige huisvestingssystemen (Zoogkoeien 3 van 2 jaar en ouder (inclusief ongespeende kalveren)) Rundvee HA5.100 - Overige huisvestingssystemen (Overig 3 vleesvee vanaf spenen en jonger dan 2 jaar) Rundvee HA6.100 - Overige huisvestingssystemen (Overig 3 rundvee van 2 jaar en ouder) Schapen HB1.100 - Overige huisvestingssystemen (beweiden) 9 (Schapen van 1 jaar en ouder (inclusief lammeren)) Paarden HL1.100 - Overige huisvestingssystemen (Paarden 4 van 3 jaar en ouder) Geiten HC1.100 - Overige huisvestingssystemen (Geiten van 6 1 jaar en ouder) Kippen HE2.100 - Overige huisvestingssystemen (Legkippen 20 van 18 weken en ouder, ouderdieren van legkippen van 18 weken en ouder)
RjgGBZoAXvGn (27 oktober 2025)
NH₃
90,8 kg/j
Reductie Emissie
NH₃ 4,1
12,3 kg/j
NH₃ 5,3
15,9 kg/j
NH₃ 6,2
18,6 kg/j
NH₃ 0,7
6,3 kg/j
NH₃ 5
20,0 kg/j
NH₃ 1,9
11,4 kg/j
NH₃ 0,315
6,3 kg/j
9/11
Projectberekening
Situatie 2, Rekenjaar 2025 1
Landbouw | Dierhuisvesting
Naam Stal D Locatie X:182653,48 Y:438613,82 Wijze van ventilatie Geforceerd Temporele variatie Dierverblijven
Uittreedhoogte 9,1 m Spreiding 0,0 m Uittreeddiameter 0,9 m Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,0 m/s
Diersoort Huisvestingssysteem - Omschrijving
NH₃
Aantal Stof Emissiefactor dieren (kg/dier/j)
Kippen HE2.3.1 - Ten minste 50% rooster met mestband 24490 NH₃ 0,09 (Legkippen van 18 weken en ouder, ouderdieren van legkippen van 18 weken en ouder) 2
Landbouw | Dierhuisvesting
Naam Stal H Uittreedhoogte 7,3 m Locatie X:182543 Y:438551 Spreiding 0,0 m Wijze van ventilatie Geforceerd Uittreeddiameter 0,9 m Temporele variatie Dierverblijven Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 10,0 m/s Diersoort Huisvestingssysteem - Omschrijving
NH₃
Aantal Stof Emissiefactor dieren (kg/dier/j)
Kippen HE2.3.1 - Ten minste 50% rooster met mestband 26000 NH₃ 0,09 (Legkippen van 18 weken en ouder, ouderdieren van legkippen van 18 weken en ouder) 3
Landbouw | Dierhuisvesting
Naam Stal G Uittreedhoogte 7,5 m Locatie X:182583 Y:438563 Spreiding 0,0 m Wijze van ventilatie Geforceerd Uittreeddiameter 0,9 m Temporele variatie Dierverblijven Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 10,0 m/s Diersoort Huisvestingssysteem - Omschrijving
NH₃
Aantal Stof Emissiefactor dieren (kg/dier/j)
Kippen HE2.3.1 - Ten minste 50% rooster met mestband 32000 NH₃ 0,09 (Legkippen van 18 weken en ouder, ouderdieren van legkippen van 18 weken en ouder) 4
Landbouw | Dierhuisvesting
Naam Droogtunnel Locatie X:182547,19 Y:438537,25 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven
Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding
Diersoort Huisvestingssysteem - Omschrijving
Kippen voormalig E6.8
RjgGBZoAXvGn (27 oktober 2025)
2,0 m 0,000 MW 0,0 m
NH₃
2.204,1 kg/j
Reductie Emissie
2.204,1 kg/j 2.340,0 kg/j
Reductie Emissie
2.340,0 kg/j 2.880,0 kg/j
Reductie Emissie
2.880,0 kg/j 165,0 kg/j
Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Reductie Emissie
82490
NH₃ 0.002
165,0 kg/j
10/11
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2025.0.1_20251007_db4f14956b Database versie 2025.0.1_db4f14956b_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website