CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

26-05-07.14 Relevant stuk 1. Motivering en regels omgevingsplan Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel_vastgesteld_1

Gemeenteraadsvergadering 7 mei 2026, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen omgevingsplan "Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel21.711 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

23

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

Uitsnede aandachtsgebied omgevingsveiligheid met aanduiding plangebied (bron: atlasleefomgeving.nl) De planlocatie is niet gelegen binnen de aandachtsgebieden van de spoorlijn Nijmegen - Arnhem (ten oosten) of de vaarroute van gevaarlijke stoffen op de Nederrijn (ten noorden). Daarnaast zijn er geen andere activiteiten in de nabije omgeving van het plangebied die risico vormen op het gebied van omgevingsveiligheid. Een nadere beschouwing van het groepsrisico is derhalve niet benodigd. Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.

5.8

Ontplofbare oorlogsresten

In de Tweede Wereldoorlog is de gemeente Overbetuwe getroffen door explosieven. Geschat wordt dat circa 10% van deze explosieven niet tot ontploffing is gekomen. Een deel hiervan is tijdens en na de Tweede Wereldoorlog al geruimd. Echter is er een kans op niet gesprongen explosieven in de grond. Beoordeling en conclusie Bij bodemroerende werkzaamheden, zoals het oprichten van gebouwen, graafwerkzaamheden, aanleg van kabels en leidingen en het uitvoeren van bepaalde onderzoeken, is de aanwezigheid van mogelijke niet-gesprongen explosieven (NGE's) van belang. Aangezien er geen nieuwe gebouwen worden opgericht is er geen sprake van bodemroerende werkzaamheden. Voor het eventueel verwijderen van plaatselijk aanwezige verharding is nader onderzoek naar explosieven afkomstig uit WOII niet benodigd. Het aspect ontplofbare oorlogsresten vormt geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.

24

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

5.9

Kabels en leidingen

Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten en -kabels en dergelijke, kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken moet de hoogspanningleidingbeheerder aangeven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig plaats kunnen vinden. Beoordeling en conclusie In het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante hoogspanningskabels en -leidingen aanwezig. Dit aspect levert dan ook geen belemmeringen op voor het plan.

5.10

Waterparagraaf

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij zijn de hierna beschreven beleidsstukken van belang. Rijksbeleid Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is de opvolger van het Nationaal Waterplan uit 2015. Het NWP plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode tot en met 2027 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het NWP richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen, waaronder het overstromingsrisicobeheerplan en stroomgebiedbeheerplannen voor de rijkswateren. Provinciaal beleid Provinciaal Waterplan In het Waterplan Gelderland is het waterbeleid beschreven aan de hand van een aantal thema's, zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen voor 2027 en 2015 er liggen. Daarbij is beschreven hoe de provincie voor de planperiode de uitvoering van acties ziet om die doelstellingen te bereiken. Bij sommige thema's gelden aanvullende waterdoelstellingen voor specifieke waterhuishoudkundige functies.

Waterschap Rivierenland Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het waterbeheerprogramma (WBP) beschrijft het waterschap wat men in de periode tot en met 2027 wil bereiken, met wie, hoe en waarom. Eén van de voornaamste en voor de ruimtelijke ordening relevante principes is dat water bepalend is voor de inrichting van een gebied. De ambitie en samenwerking worden door gebiedsgericht te werken vormgegeven. Overbetuwe maakt onderdeel uit van het deelgebied Betuwe. Kerntaken van het waterschap zijn:  Dagelijks beheer van water en dijken;  Beschermen tegen overstromingen;  Water eerlijk verdelen;  Voorbereiden op extreem weer (klimaatadaptatie);  Werken aan schoon water;  Bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur. Voor al deze taken zijn in het WBP ambities voor de lange termijn, concrete doelen voor de plantermijn, de strategie en maatregelen beschreven. Waterschapsverordening Waterschap Rivierenland Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Waterschapsverordening Waterschap Rivierenland' (2024) van toepassing. De waterschapsverordening bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Denk hierbij aan het onttrekken of infiltreren van water, lozingsactiviteiten, veranderingen van het watersysteem, etc.

De wateren en waterkeringen waarop de regels uit de verordening van toepassing zijn, zijn vastgelegd in de legger wateren. Realisatie van nieuwe bebouwing en/of verhard oppervlak moet hydrologisch neutraal worden

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

25

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

uitgevoerd. Bij het toevoegen van bebouwing of verharding geldt een compensatieplicht. Er geldt een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht wanneer minder verharding dan 500 m² in stedelijk gebied of minder dan 1.500 m² in landelijk gebied wordt toegevoegd. Gemeente Overbetuwe Waterplan Overbetuwe In 2008 stelde de gemeente Overbetuwe in samenwerking met het Waterschap Rivierenland het Waterplan Overbetuwe vast wat daarna verschillende keren is geactualiseerd in het waterbeheerplan. In het Waterplan Overbetuwe wordt het beleidskader geschetst en worden concrete maatregelen voor het watersysteem uitgewerkt. Met het waterplan wordt inzicht gegeven in de relevante wateropgaven voor de gemeente Overbetuwe, zoals:  wateroverlast, het zoeken van oplossingen om wateroverlast tegen te gaan;  waterkwaliteit, het onderzoeken van mogelijkheden voor het verbeteren van de waterkwaliteit;  grondwater, het inventariseren van grondwateroverlast;  beleving van water, burgers betrekken bij water;  afspraken en taken van waterschap en gemeente. In 2024 is het Water- en Rioleringsplan Overbetuwe vastgesteld: Samen Werken aan een Klimaatbestendige Toekomst. In het nieuwe Water- en Rioleringsprogramma (Wrp) voor 2025-2029 is er aandacht voor klimaatadaptatie (aanpassing aan het klimaat) en is er de wens wateroverlast en droogte aan te pakken en de kwaliteit van het water te verbeteren.

Belangrijke punten uit het plan:  water vasthouden waar het kan en afvoeren waar het moet;  afspraken over rioolheffing;  samenwerken met inwoners, bedrijven en organisaties voor een betere leefomgeving  scheiden van vuil- en regenwaterafvoer;  nieuwe initiatieven zoals het Klimaat Meekoppelbudget. Beoordeling (watertoets) Met het initiatief wordt geen bebouwing opgericht of extra verharding aangelegd. Er is geen sprake van toename van verharding. Ten behoeve van het weghalen van het terras van de horecafunctie is er juist sprake van afname van verharding op het perceel. De functiewijziging heeft verder geen invloed op de waterhuishouding van het perceel. Oppervlaktewater Het plangebied is niet gelegen in de directe nabijheid van watergangen. Beschermingszones Het plangebied is gelegen binnen de provinciale beschermingszone voor: 'koude- warmteopslagvrije zone'. Deze zone is opgenomen met het oog op het beschermen van de kwaliteit van het grondwater vanwege de openbare drinkwatervoorziening. Met de omzetting van het horecabedrijf naar woonfunctie is geen sprake van grondwaterbedreigende activiteiten. De zone vormt daarmee geen beperking voor het initiatief. Conclusie Het plan heeft geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding. Dit aspect is in het plan op een evenwichtige wijze verwerkt en afgewogen.

Het aspect water vormt dan ook geen belemmering in het kader van de omgevingsplanwijziging.

26

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

5.11

Natuur

Onder de Omgevingswet wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende activiteiten die de natuur betreffen. Daarbij kan bij de meest voorkomende activiteiten een tweedeling worden gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. De Omgevingswet introduceert daarbij nieuwe terminologie: zo wordt een activiteit die significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied voortaan aangeduid als een 'Natura 2000-activiteit', en een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten als een 'flora- en fauna-activiteit'. Een verdere vernieuwing onder de Omgevingswet is de vormgeving van de zorgplicht voor natuur. De provincie blijft in beginsel het bevoegd gezag voor taken op het gebied van de natuur (artikel 2.18, lid 1, onder g Ow). De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een voortoets (afd. 11.1 Bal). Projecten en activiteiten die een significant negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig (Natura 2000-activiteit). Indien nadelige effecten te verwachten zijn, welke niet significant zijn, geldt de specifieke zorgplicht.

In dat geval moeten nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperkt, of ongedaan gemaakt worden. Gebiedsbescherming Op basis van artikel 7.8 lid 2 Bkl van de Omgevingswet dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd 'Natuurnetwerk Nederland'. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk is opgenomen in de omgevingsverordening van de provincie. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Binnen de provincie Gelderland bestaat het NNN uit het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Daarnaast worden ook de Groene Ontwikkelzones (GO) beleidsmatig beschermd. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

Soortenbescherming Soortenbescherming heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten (afd. 11.2 Bal). De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:  vogels;  europees beschermde soorten;  nationaal beschermde soorten. Er geldt een vergunningsplicht voor een flora- en fauna-activiteit wanneer schadelijke handelingen worden uitgevoerd. Op basis van de Omgevingswet is een flora- en fauna-activiteit een 'activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten'. Dit heeft betrekking op vrijwel alle ruimtelijke activiteiten. De provincie is het bevoegd gezag en kan bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen vrijstelling geven van de lijst met nationaal beschermde soorten in afstemming op de situatie in de provincie. Ook geldt er een specifieke zorgplicht om nadelige gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt voor alle beschermde soorten, alsmede soorten van de rode lijsten, en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. Voor deze soorten wordt vastgesteld of nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten.

Is dit niet mogelijk, dan dienen preventieve maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de zogenaamde bebouwingscontour houtkap (afdeling 11.3 Bal). Wanneer deze houtopstanden worden geveld, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie. Daarnaast geldt er een specifieke zorgplicht voor houtopstanden. Indien

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

27

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

natuurbescherming, instandhouding bosareaal of bescherming landschappelijke waarden in het geding komt, geldt een verplichting om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken, of achterwege te laten. Beoordeling Het plan voorziet in de functieverandering van horecabedrijf naar een burgerwoning. Om de nieuwe woning in te passen worden geen nieuwe bouwwerken opgericht. Negatieve effecten op beschermde flora en fauna zijn op voorhand dan ook uit te sluiten. Gebiedsbescherming Het plan is niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), het Gelders natuurnetwerk (GNN) of een ecologische verbindingszone. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het gebied Rijntakken, dat ten westen van het plangebied ligt. Gezien de omvang van het initiatief en de afstand tot Natura 2000-gebied (ca. 1.600 meter) zijn significante effecten op voorhand uit te sluiten.

Soortenbescherming Het initiatief zal geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Houtopstanden Voor houtopstanden geldt dat er geen monumentale bomen gekapt zullen worden. Stikstof In de beoogde situatie zal geen sprake zijn van significante depositie-effecten (> 0,00 mol/ha/jaar) op Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstof in relatie tot Natura 2000 vormt gezien het alleen een functiewijziging betreft van een horecabedrijf naar burgerwoning geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie Vanuit het aspect natuur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

28

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

5.12

Archeologie en cultuurhistorie

De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de cultuurhistorie en archeologie in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Er moet bij het toestaan van ruimtelijke ontwikkelingen in een omgevingsplan rekening gehouden worden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, waaronder archeologische monumenten (par. 5.1.5.5 Bkl). Dit door regels te stellen ter bescherming van het cultureel erfgoed gericht op:  het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde archeologische monumenten;  het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. Beoordeling Cultuurhistorie De cultuurhistorische kenmerken zijn opgenomen in de Cultuurhistorische Waardenkaart van Overbetuwe. Het plangebied ligt niet binnen een specifiek aangewezen cultuurhistorisch waardevol gebied. Er is geen sprake van dorpsbebouwing van voor 1850, of een erf bekend als oude woongrond, opgehoogde woon- of vluchtplaats.

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Archeologie De regels voor archeologie in het omgevingsplan zijn opgenomen aan de hand van de archeologische beleidskaart. Het initiatief ligt op de grens tussen 'Waarde - Archeologische verwachting 2' en 'Waarde - Archeologische verwachting 3' waarbij respectievelijk sprake is van een hoge en middelhoge verwachte dichtheid aan archeologische resten. De vrijgestelde oppervlakten voor het bouwen van bouwwerken zijn daarin respectievelijk 200 m² en 1.000 m². De functiewijziging leidt niet tot het oprichten van nieuwe bouwwerken, waarmee de archeologische grenswaarden niet worden overschreden. Gezien de beperkte omvang van het project is er geen nader archeologisch onderzoek benodigd. Om de archeologische waarden in de toekomst te blijven beschermen zijn de archeologische verwachtingswaarden opgenomen in de regels van dit TAMomgevingsplan.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

29

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

Uitsnede uit archeologische beleidskaart Overbetuwe met aanduiding planlocatie Conclusie Vanuit het oogpunt van zowel cultuurhistorie als archeologie voldoet het plan aan een evenwichtige toedeling van functie aan locaties.

5.13

Verkeer en parkeren

Parkeren De gemeente Overbetuwe heeft haar parkeerbeleid en -normen vastgelegd in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016 (hierna: de Nota). Uitgangspunt is dat parkeren op eigen terrein plaatsvindt. Hierna is een overzicht opgenomen van de parkeerbehoefte in de nieuwe situatie en het aantal te realiseren parkeerplaatsen. Het plan maakt twee nieuwe woningen mogelijk. Voor ontwikkelingen in het buitengebied wordt bij het bepalen van de parkeernorm uitgegaan van de lagere stedelijkheidsgraad 'niet stedelijk'. Op basis van de Nota geldt een parkeernorm van 2,8 parkeerplaatsen voor deze woningen (locatie: buitengebied). In het plan is meer dan voldoende ruimte voor minimaal 3 parkeerplaatsen bij de woning, ook voor de 0,3 parkeerplaatsen per woning voor het aandeel bezoekers. Op het woonperceel is voldoende ruimte voor parkeren waarmee op eigen terrein voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Verkeer Voor de Honingveldsestraat geldt dat een horecabedrijf in zijn activiteiten wordt beperkt en er een burgerwoning mogelijk wordt. De woning zal een minder verkeersaantrekkende werking hebben dan het horecabedrijf, waarmee de ontwikkeling zorgt voor een verbetering van de verkeerssituatie. Mede omdat het perceel gelegen is op een kruising van de Dorpsstraat met de Honingveldsestraat is het wenselijk om de verkeerssituatie hier veiliger te maken.

Omdat de burgerwoning minder bezoekers naar de Honingsveldsestraat 2 zal trekken zal er daarmee een veiligere verkeerssituatie ontstaan. Om de verkeersgeneratie te berekenen wordt gebruikgemaakt van kencijfers van de CROWpublicatie 744 ‘Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering’ in combinatie met het gemeentelijke parkeerbeleid Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016. Voor vrijstaande woningen geldt een gemiddelde van 8,2 voertuigbewegingen per etmaal. Gezien de verkeersintensiteit met het initiatief zal verminderen is er aan de Honingveldsestraat sprake van voldoende capaciteit om de burgerwoning te ontsluiten.

30

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

Conclusie Vanuit het oogpunt van zowel parkeren als verkeer voldoet het plan aan een evenwichtige toedeling van functie aan locaties.

5.14

Trillingen

Er dient bij een wijziging van het omgevingsplan rekening te worden gehouden met trillingen door activiteiten in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen. Deze trillingen dienen aanvaardbaar te zijn (par. 5.1.4.4 Bkl). Indien de trillingen niet meer bedragen dan de standaardwaarde dan is er in ieder geval sprake van een aanvaardbare woon- en leefomgeving. Trillinggevoelige gebouwen zijn gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie of gezondheidszorgfunctie. Het gaat om activiteiten anders dan wonen die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaken in trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, uitgezonderd industrieterreinen en verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen. Bij het mogelijk maken van trillinggevoelige gebouwen in de buurt van spoorwegen moet in beginsel binnen een afstand van 100 meter van een spoorweg het risico op trillinghinder worden beoordeeld. In sommige gevallen is het nodig om het onderzoeksgebied uit te breiden tot 250 meter aan weerszijden van het spoor. Hier kan bijvoorbeeld sprake van zijn als er reeds klachten door trillinghinder van het spoor op een grotere afstand dan 100 meter bestaan. Beoordeling en conclusie Met deze omgevingsplanwijziging worden geen trillingsgevoelige gebouwen in de buurt van een spoorverbinding mogelijk gemaakt.

Deze wijziging betreft geen toevoeging van een trillinggevoelig object/gebouw in de betreffende contour. Derhalve is het aspect 'trilling' niet van toepassing op de wijziging.

5.15

Gezondheid

In artikel 1.3 van de Omgevingswet zijn de maatschappelijke doelen van de wet uiteengezet, waaronder het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving. Landelijk bestaat de wens om gezondheid meer integraal en volwaardig te betrekken in het beleid over de fysieke leefomgeving. De inrichting van de fysieke leefomgeving kan direct bijdragen aan de gezondheid van inwoners. Binnen de Omgevingswet hebben decentrale overheden de mogelijkheid om hun eigen gezondheidsambities en regels vast te leggen en uit te werken via instrumenten, zoals de omgevingsvisie, -verordening en programma's. Beoordeling en conclusie Het plangebied ligt op een locatie waar de verblijfskwaliteit goed is. Doordat er minder verkeersbewegingen naar de locatie zullen komen door de functieverandering zal er sprake zijn van zowel een verbetering van de verkeersveiligheid als van een verbetering van het woon- en leefklimaat. Dit is uit de voorgaande paragrafen gebleken. Bovendien zal er verharding worden verwijderd, zodat groen hiervoor in de plaats kan komen. Dit is goed voor het voorkomen van hittestress, wat de gezondheidsambities van de gemeente volgt. Er zijn daarnaast geen grote geurbelastende activiteiten zoals geitenhouderijen in de omgeving van het plangebied aanwezig.

Het plan houdt op een verantwoorde wijze rekening met het gezondheidsbelang en de beoogde functie is met het oog op de gezondheid verantwoord op deze locatie.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

31

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

5.16

Duurzaamheid

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties vereist dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen het onderdeel duurzaamheid integraal onderdeel uitmaakt van de belangenafweging in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Duurzaamheid is een breed begrip; de gemeente verstaat hieronder in ieder geval de volgende aspecten:  duurzaam en zorgvuldig omgaan met water;  duurzaam energieverbruik en beperking van energieverbruik en gebruik van andere natuurlijke hulpbronnen;  duurzaam materiaalgebruik en hergebruik;  bevorderen van het klimaatadaptief vermogen van de omgeving;  natuurinclusief bouwen;  versterking van landschaps-, natuur- en groene waarden. Beoordeling Het initiatief betreft een functieverandering van horecabedrijf naar burgerwoning. Er worden geen nieuwe bouwwerken opgericht. De bovenwoning wordt een volwaardige burgerwoning. Hiervoor zal alleen een interne verbouwing plaats hoeven te vinden. Dit zal moeten voldoen aan de duurzaamheidseisen die het Bbl daarvoor vereist. Daarnaast is sprake van de volgende duurzaamheidsaspecten:  Ter vermindering van hittestress blijft de woonkavel zo groen mogelijk en zal de hoeveelheid verharding bij voorkeur zo beperkt mogelijk worden toegepast.  De buitenopslag zal verwijderd worden waarmee er een natuurlijke tuin gecreëerd wordt en de verrommeling van het terrein tegengegaan zal worden.

 De bijgebouwen van de woning bieden ruimte voor natuurinclusieve elementen, met ruimte voor o.a. vleermuizen, huismussen en/of gierzwaluwen.  Het perceel is landschappelijk ingepast met hagen, bomenrijen en een groene afscheiding aan de zuidzijde. De groene elementen zullen worden gehandhaafd zodat de woonfunctie en de agrarische omliggende percelen een natuurlijke afscheiding hebben, die de groene uitstraling en biodiversiteit behouden.

32

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planopzet

Algemene opzet

Inleiding Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het juridisch-planologisch regelen van de functiewijziging van horeca- naar woonfunctie aan de Honingveldsestraat. Het TAM-omgevingsplan wordt als een nieuw hoofdstuk opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. Het TAM-omgevingsplan (nieuwe hoofdstuk) wordt bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening, op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. Het TAM-omgevingsplan wordt in een later stadium opgenomen in het definitieve omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. Het 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel' bestaat uit de volgende onderdelen: De motivering In de motivering is de ontwikkeling beschreven en verantwoord in het licht van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zowel op basis van het beleid als op basis van milieu-hygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet. De regels De regels worden opgenomen als afzonderlijk hoofdstuk binnen het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe.

De regels bevatten de bouw- en gebruiksregels, die zijn gekoppeld aan werkingsgebieden op de digitale verbeelding. De regels van dit hoofdstuk gelden naast de overige regels van het omgevingsplan. De (digitale) verbeelding Op de digitale verbeelding zijn werkingsgebieden opgenomen, die zijn gekoppeld aan bepaalde (primaire) functies, in dit geval 'Wonen'. Tot slot zijn werkingsgebieden met het oog op de borging van de belangen van bepaalde andere functies opgenomen, namelijk archeologie, grondwaterbeschermingsgebied en waardevol landschap. De opzet van het plan Het omgevingsplan bevat regels, die bindend zijn voor eenieder. Gekozen is voor zoveel mogelijk concrete regels, omdat er sprake is van een concreet initiatief. Daarbij is aansluiting gezocht bij de TAM-omgevingsplan systematiek zoals die voor de gemeente Overbetuwe is vastgesteld in eerdere plannen die aan dit format voldoen.

6.2

Toelichting op de regels

Op de verbeelding zijn werkingsgebieden opgenomen, die zijn gekoppeld aan functies met bijbehorende regels. Hierna worden deze functies met bijbehorende regels kort toegelicht. Wonen Het toekomstige woonperceel en de burgerwoning krijgen het werkingsgebied 'Wonen'. Deze gronden zijn bedoeld voor de functies wonen (eventueel met een aan huis gebonden beroep/bedrijf), groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en bijbehorende voorzieningen, waaronder tuinen en parkeervoorzieningen. Er zijn beoordelingsregels voor het bouwen van hoofdgebouwen, bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouw zijnde opgenomen. Voor de burgerwoning geldt dat bij eventuele herbouw, dit plaats moet vinden op dezelfde plek. In de beoordelingsregels zijn verder maatvoeringseisen voor de verschillende typen bouwwerken opgenomen. Indien aan deze beoordelingsregels wordt voldaan, kan een omgevingsvergunning worden verleend.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

33

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

Waarde - Archeologische verwachting 2 en 3 Deze werkingsgebieden zijn opgenomen met het oog op de overkoepelende belangen van de archeologische waarden in het plangebied. Binnen dit gebied gelden aanvullende regels op de overige werkingsgebieden, waarbij onder voorwaarden een onderzoeksplicht voor eventueel archeologische waarden wordt gesteld. Er zijn regels opgenomen waarbij advies van een archeologisch deskundige wordt verplicht. Algemene regels In de algemene regels zijn regels opgenomen, die voor het gehele werkingsgebied van dit TAMomgevingsplan van toepassing zijn. Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens het omgevingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene aanduidingsregels Hier zijn regels opgenomen die de aanduiding grondwaterbeschermingsgebied en waardevol landschap betreffen. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van de regels uit het omgevingsplan. Het gaat hier om kleinschalige afwijkingen van de voorschreven maatvoering of overschrijdingen van de bouwgrenzen.

Algemene bouwregels In dit artikel zijn beoordelingsregels voor het bouwen opgenomen, die voor elke omgevingsvergunningplichtige bouwactiviteit van toepassing zijn. Het betreft onder meer een regeling voor ondergronds bouwen, parkeren en ondergeschikte bouwdelen. Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat een algemene strijdige gebruiksbepaling, alsmede de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met het TAM-omgevingsplan. Ook is een parkeerregeling opgenomen, die van toepassing is bij een wijziging van het gebruik. Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk is overgangsrecht voor bouwwerken en voor gebruik opgenomen.

34

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

Hoofdstuk 7

Financiële toelichting

De realisatie van de ontwikkeling is in handen van één initiatiefnemer. Met deze partij heeft de gemeente een anterieure overeenkomst gesloten. Niet is gebleken dat de initiatiefnemer over onvoldoende middelen beschikt om de ontwikkeling te kunnen realiseren en de exploitatiebijdrage aan de gemeente te voldoen. Er zijn geen onvoorziene, hoge kosten te verwachten. De gemeente draagt bovendien geen hoge, financiële risico's. De ontwikkeling is dus economisch uitvoerbaar. De ontwikkeling betreft een activiteit waarvan kosten moeten worden verhaald, zoals bepaald in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Om de verschuldigde kosten te verhalen, is de gemeente op basis van artikel 13.13 van de Omgevingswet een overeenkomst aangegaan met de initiatiefnemer. Daarin zijn alle kosten voor de grondexploitatie meegenomen inclusief eventuele financiële bijdragen en nadeelcompensatie. Het opnemen van kostenverhaalsregels in het omgevingsplan is dus niet noodzakelijk.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

35

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

Hoofdstuk 8 8.1

Overleg en inspraak

Inleiding

De procedures voor een wijziging van het omgevingsplan zijn door de wetgever geregeld. Daarnaast bepaalt de Omgevingswet dat bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldige participatie moet plaatsvinden en de gemeente overleg met belanghebbende instanties moet voeren.

8.2

Participatie

De wijze waarop participatie wordt uitgevoerd is door de wetgever niet bepaald. Gemeenten kunnen hiervoor beleid opstellen. De gemeente Overbetuwe beschikt over beleid op dit gebied. De initiatiefnemer heeft de directe omgeving geïnformeerd over de plannen aan de Honingveldsestraat. Participatie heeft plaatsgevonden in de vorm van een omgevingsdialoog. Hieruit is gekomen dat omwonenden positief zijn over de voorgenomen plannen, en er zijn geen bezwaren naar voren gekomen. De verslaglegging van de omgevingsdialoog wordt als bijlage bij het besluit op dit plan opgenomen.

8.3

Overleg

Bij de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan moet overleg worden gevoerd met bestuursorganen en instanties die belast zijn met de behartiging van belangen, welke in het plan (mogelijk) in het geding zijn, zoals de provincie en het waterschap. De stukken behorende bij het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan zijn aan de betrokken vooroverlegpartners voorgelegd.

8.4

Wijziging van het omgevingsplan

Het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan is door de gemeente bekendgemaakt en gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen tegen het plan ingediend. Het plan wordt daarom ongewijzigd vastgesteld. De omgevingsplanwijziging wordt vastgesteld door de gemeenteraad.

8.5

Beroep

Tegen het besluit van de gemeenteraad tot wijziging van het omgevingsplan kunnen belanghebbenden gedurende zes weken beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

36

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

Bijlagen bij motivering Bijlage 1

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 2

Onderzoek industrielawaai

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

37

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

38

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

Regels Dit TAM-omgevingsplan is gericht op de functiewijziging van horeca naar burgerwoning aan de Honingveldsestraat 2 te Driel. Dit TAM-omgevingsplan is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22q) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22q van het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22q' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22q’ worden gelezen.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

39

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Toepassingsbereik

a. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. b. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3, zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. c. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing in het plangebied, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1734.1423BUITHoningvld2VSG1 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

40

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

Artikel 2

Begrippen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22q van dit omgevingsplan gelden de begripsbepalingen die, op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in Bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Omgevingsbesluit en Bijlage I bij de Omgevingsregeling. Daarnaast gelden de volgende begripsbepalingen bij de toepassing van dit hoofdstuk 22q: 2.1 TAM-omgevingsplan Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel met identificatienummer NL.IMRO.1734.1423BUITHoningvld2-VSG1 van de gemeente Overbetuwe. 2.2

Aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

Een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn, en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse. 2.3

Aan- en uitbouwen

Een aan een hoofdgebouw gebouwde ruimte, die daaraan ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is - maximaal bestaande uit één bouwlaag al dan niet met kap - met dien verstande dat een aanbouw een zelfstandige ruimte is en een uitbouw een uitbreiding van een reeds bestaande ruimte van een hoofdgebouw is. 2.4 Agrarisch bedrijf Een bedrijf, dat is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden, fokken en/of africhten van landbouwhuisdieren, inclusief pensionstallen als ondergeschikte nevenactiviteit. 2.5

Archeologisch deskundige

De regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 2.6

Archeologisch onderzoek

Onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling beschikkend over een door een erkende certificerende instelling afgegeven certificaat voor opgraven en werkend conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) dan wel, na vaststelling ervan door de Minister van OCW, de normen zoals opgesteld door het Centraal College van Deskundigen Archeologie (CCvD). 2.7

Archeologische verwachting

Een toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden. 2.8

Archeologische waarde

Een toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 2.9 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde. 2.10

Bed & breakfast

Een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf in combinatie met het serveren van ontbijt.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

41

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

2.11 Bedrijf Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen, dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 2.12

Begane grond

De onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder. 2.13 Bestaand a. bij gebruik: legaal aanwezig op het moment van het van kracht worden van dit TAMomgevingsplan; b. bij bouwwerken: legaal aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan, en bouwwerken die op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan mogen worden gebouwd krachtens een daartoe verleende omgevingsvergunning voor het bouwen. 2.14 Bijgebouw Een niet aan een hoofdgebouw verbonden gebouw, dat door zijn vorm, functie, situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan dat op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 2.15 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 2.16

Bouwgrens

De grens van een bouwvlak. 2.17 Bouwlaag Een gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een kelder en de ruimte(n) in de kap. 2.18

Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 2.19

Bouwperceelsgrens

De grens van een bouwperceel. 2.20

Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegelaten. 2.21 Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 2.22

Dak

De gesloten bovenbeëindiging van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde. 2.23

Erf

Het gedeelte van een bouwperceel gelegen buiten het, binnen het bouwperceel gelegen, bouwvlak. 2.24 Extensieve dagrecreatie Recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden en fietsen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte.

42

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

2.25 Gebouw Elk bouwwerk, dat voor een mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden (twee of meer wanden die tot de constructie behoren) omsloten ruimte vormt. 2.26

Gebruiken

Gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven. 2.27 Grondgebonden agrarisch bedrijf Een agrarisch bedrijf waarvan de bedrijfsvoering volledig of nagenoeg volledig is gericht op het gebruik maken van grond als productiemiddel ten behoeve van de teelt van gewassen of de weidegang van vee. 2.28 Hobbymatig agrarisch grondgebruik Het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren op niet bedrijfsmatige wijze. Onder hobbymatig agrarisch gebruik wordt niet verstaan een volkstuin. 2.29

Hoofdgebouw

Een gebouw, of een gedeelte daarvan, exclusief aan- en uitbouwen, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is. 2.30

Huishouden

Een persoon of groep personen die gezamenlijk, onbestendig voor onbepaalde tijd, een huishouding voert. 2.31

Inwoning

Twee huishoudens die, in afwijking van het begrip woning, één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn. 2.32 Kamerverhuur Het bedrijfsmatig verhuren of het aanbieden van kamers voor bewoning. Hieronder wordt niet verstaan de verhuur door particulieren van maximaal twee kamers in de door hen zelf bewoonde woning. 2.33

Kas

Een gebouw waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander licht doorlatend materiaal ten behoeve van het kweken van vruchten, bloemen en/of planten, zoals een schuurkas en een permanente boog-/ tunnelkas. 2.34 Kelder Een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,50 meter boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen. 2.35

Laanboomteelt

Het bedrijfsmatig telen van houtgewassen, waaronder laan-, sier- en vruchtbomen, in open grond alsmede in potten, containers en dergelijke. 2.36 Landbouwhuisdier Zoogdier of vogel voor de productie van vlees, eieren, melk, wol of veren of een paard of pony voor het fokken. 2.37

Landschaps-/inrichtingsplan

Een plan bij realisering van nieuwe bouw- en/of gebruiksmogelijkheden waarin de ruimtelijke (waaronder landschappelijke) inpassing hiervan in de bestaande situatie wordt beschreven.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

43

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

2.38

Lawaaisporten

Sportbeoefening die met veel lawaai gepaard gaat zoals bijvoorbeeld motor- en autosport, karten, modelvoer- en vaartuigen. 2.39 Locatiegrens de grens van een locatievlak; 2.40 Locatievlak een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel. 2.41

Luifel

Afdak of overkapping aan of bij een gebouw, aan de openbare zijde, al of niet ondersteund. 2.42

Medegebruik

Gebruik dat niet direct gerelateerd is aan de functie, maar dat krachtens de regels tevens is toegestaan op de betrokken gronden. 2.43

Niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering

De agrarische bedrijfsvoering die niet geheel of hoofdzakelijk van de open grond als agrarisch productiemiddel afhankelijk is, maar waarvan de productie geheel of overwegend in gebouwen en/of verharding plaatsvindt, zoals varkens-, kalver- of pluimveefokkerij, eendenmesterij of -fokkerij en champignonkwekerij. 2.44

Normaal onderhoud, gebruik en beheer

Werkzaamheden die ter plaatse regelmatig terugkeren, teneinde tot een goed beheer van de gronden te komen; hieronder vallen niet de incidentele ingrepen in bijvoorbeeld de cultuurtechnische situatie of werkzaamheden die een onherstelbare aantasting betekenen van de aan een gebied toegekende waarde. 2.45 Nutsvoorzieningen Voorziening ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen/installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen, e.d. 2.46 Ondergeschikte bouwdelen Bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten het gebouw uitsteken, zoals schoorstenen, windvanen, dakoverstekken, balkons en liftschachten. 2.47 Ondergronds Onder peil. 2.48

Open teeltondersteunende voorzieningen

Teeltondersteunende voorzieningen welke niet voorzien zijn van voor- en/of zijwanden, met uitzondering van vogelgaas, en enkel bestaan uit een overkapping, zoals schaduw- en hagelnetten. 2.49 Overkapping Bouwwerken, geen gebouw zijnde met een dak en maximaal één gesloten wand. 2.50

Paardenbak

Een omheind terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of ander doorlatend materiaal ten behoeve van het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport. 2.51 Peil a. voor gebouwen: de hoogte van het maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang van het gebouw; b. voor overige bouwwerken: de gemiddelde bouwhoogte van het aansluitend terrein.

44

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

2.52

Prostitutie

Het zich tegen vergoeding beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander. 2.53

Publiekgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis

Een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak publieksaantrekkend zijn en waarvan de omvang en uitstraling zodanig is, dat de activiteit past binnen de desbetreffende woonomgeving en derhalve in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden toegestaan. 2.54 Seksinrichting Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang als zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 2.55

Teeltondersteunende voorzieningen

Voorzieningen, anders dan een kas, die door grondgebonden agrarische bedrijven toegepast worden om de teelt van fruit, bomen, groente of potplanten te bevorderen en te beschermen, daaronder begrepen pot- container- en gootteelt. 2.56 Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Teeltondersteunende voorzieningen welke buiten het teeltseizoen niet aanwezig zijn, met dien verstande dat de voorzieningen maximaal 7 maanden aanwezig mogen zijn. 2.57

Tuin

Een stuk grond in particulier eigendom dat ten dienste staat van het woon- of werkgenot. 2.58

Uitvoeren

Uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven. 2.59 Veehouderij Een agrarisch bedrijf waarin de primaire productie van landbouwproducten plaatsvindt door het houden van landbouwhuisdieren. 2.60

Verdieping

De bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grond gelegen is/zijn. 2.61 Voorgevel De naar de weg en/of fiets- en voetpad gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt. 2.62 Waterhuishoudkundige voorzieningen Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. 2.63

Woning

Een (gedeelte van een) gebouw inclusief aan- en uitbouwen dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

45

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

Artikel 3

Meet- en rekenbepalingen

Bij de toepassing van de regels van dit TAM-omgevingsplan wordt als volgt gemeten: 3.1 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen. 3.2

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen en wolfseinden buiten beschouwing gelaten. 3.3

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.4 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

46

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

Hoofdstuk 2 Artikel 4 4.1

Functies en activiteiten

Wonen

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1734.1423BUITHoningvld2-VSG1 is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen. 4.2

Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Wonen' heeft de volgende functies: a. wonen in één woning, waarbij inwoning is toegestaan; b. aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; c. hobbymatig agrarisch grondgebruik; d. groenvoorzieningen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals gebouwen, bouwwerken, geen gebouw zijnde, tuinen en erven, in- en uitritten en parkeervoorzieningen. 4.3

Beoordelingsregels bouwwerken

4.3.1 Hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen a. Het is verboden om op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Wonen' zonder omgevingsvergunning hoofdgebouwen en aan- en uitbouwen te bouwen. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van hoofdgebouwen, en aan- en uitbouwen, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. gebouwd binnen het bouwvlak, met dien verstande dat aan- en uitbouwen ook buiten het bouwvlak op ten minste 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw zijn toegestaan; 2. per bouwvlak maximaal 1 woning is toegestaan; 3. goothoogte is maximaal 6 m, met dien verstande dat de goothoogte van aan- en uitbouwen maximaal 3 m is; 4. bouwhoogte is maximaal 10 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van aan- en uitbouwen maximaal 5 m is ; 5. de inhoud van de woning bedraagt maximaal 800 m³, dan wel de bestaande inhoud. 4.3.2 Bijgebouwen a. Het is verboden om op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Wonen' zonder omgevingsvergunning bijgebouwen te bouwen. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van bijgebouwen, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. gebouwd minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning, 2. afstand tot het hoofdgebouw maximaal 20 m; 3.

gezamenlijke oppervlakte bijgebouwen per bouwperceel maximaal 90 m²; 4. goothoogte is maximaal 3 m; 5. bouwhoogte is maximaal 5 m; 6. achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning blijft minimaal 50% van de gronden onbebouwd. 4.3.3 Overkappingen a. Het is verboden om op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Wonen' zonder omgevingsvergunning overkappingen te bouwen. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van overkappingen, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. gebouwd minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning; 2. afstand tot het hoofdgebouw maximaal 20 m;

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

47

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

3. gezamenlijke oppervlakte overkappingen maximaal 30 m²; 4. bouwhoogte maximaal 3 m; 5. achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning blijft minimaal 50% van de gronden onbebouwd. 4.3.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde a. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning zwembaden en bouwwerken, geen gebouw zijnde te bouwen. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van zwembaden, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. zwembaden mogen uitsluitend worden gebouwd minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning; 2. de afstand tot het hoofdgebouw bedraagt maximaal 20 m; 3. de oppervlakte bedraagt maximaal 90 m²; 4. de bouwhoogte bedraagt maximaal 0,3 m; 5. de verticale bouwdiepte bedraagt maximaal 4 m; c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouw en overkappingen zijnde, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 meter; 2. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 2 meter; 3. de bouwhoogte van masten mag niet meer bedragen dan 6 meter; 4.

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 2 meter; 5. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 3 meter. 4.3.5 Herbouw woning bestaande locatie Herbouw van een bestaande woning is uitsluitend toegestaan op de bestaande locatie binnen het bouwvlak met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.3.1. 4.4

Gebruiksactiviteit - verboden

Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 4.2 genoemde functies van de gronden. 4.5

Specifieke beoordelingsregels bouwwerken

4.5.1

Grotere gezamenlijke oppervlakte bijgebouwen en overkappingen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit verlenen in afwijking van artikel 4.3.2 sub b.3 en artikel 4.3.3 sub b.3 ten behoeve van een grotere gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en/of overkappingen, als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m² bedraagt; b. het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig wordt beperkt; d. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten van de omgeving.

48

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

4.5.2

Hogere bouwhoogte bijgebouwen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit verlenen in afwijking van artikel 4.3.2 sub b.5 ten behoeve van het bouwen van bijgebouwen met een hogere bouwhoogte, als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte maximaal 7 m bedraagt; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten van de omgeving. 4.6

Specifieke functieregels

4.6.1 Parkeren a. Een op de verbeelding als 'Wonen' aangewezen locatie mag slechts worden bebouwd of gebruikt conform de in lid 4.2 bedoelde functies onder de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid binnen de betreffende locatie wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden; b. Het bevoegd gezag bepaalt aan de hand van de parkeernormen in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016 of sprake is van voldoende parkeergelegenheid, met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregels voor aanvang van het betreffende gebruik worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; c. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a en b, mits dit geen onevenredige gevolgen heeft voor de omgeving en wordt voldaan aan de in de Nota Parkeernormen 2016 opgenomen regels en voorwaarden, met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregels voor aanvraag van de betreffende omgevingsvergunning worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging. 4.6.2 Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten zijn op een locatie die is aangewezen als 'Wonen' toegestaan, met dien verstande dat: a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning, inclusief aan-, uitbouwen en bijgebouwen, tot maximaal 75 m² wordt gebruikt voor de activiteit; b.

degene die de activiteit in de woning, inclusief aan-, uitbouwen en bijgebouwen, uitoefent tevens de bewoner van de woning is; c. de activiteit qua aard en omvang past in de woonomgeving; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de verkeers- en parkeersituatie ter plaatse; e. geen detailhandel anders dan de verkoop van lokaal of streekeigen geproduceerde producten plaatsvindt; f. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; g. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 4.7

Afwijken van de gebruiksregels

4.7.1

Publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.2 onder b en 4.6.2 voor het toestaan van een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, waarbij de volgende beoordelingsregels gelden: a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning, inclusief aan-, uitbouwen en bijgebouwen, tot maximaal 75 m² mag worden gebruikt voor de activiteit; b. degene die de activiteit in de woning, inclusief aan-, uitbouwen en bijgebouwen, uitoefent moet tevens de bewoner van de woning zijn; c. de activiteit moet qua aard en omvang passen in de woonomgeving; d. geen mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de verkeers- en parkeersituatie ter plaatse; e. er mag geen detailhandel anders dan de verkoop van lokaal of streekeigen geproduceerde producten plaatsvinden; f. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van in de omgeving aanwezige functies en waarden;

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

49

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Honingveldsestraat 2, Driel

g. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=0ceec47e-74ce-4ea5-b9e8-5173ee831558