26-05-07.12 Relevant stuk 7. Nota van zienswijzen en wijzigingen
Tekst van het document
Er zijn in het proces van de totstandkoming van het bestemmingsplan en de in dit kader gevoerde gesprekken geen andere toezeggingen gedaan met betrekking tot het voorkeursrecht. Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwendijk
3.7.1
Samenvatting zienswijze Dorpsstraat 45, Slijk-Ewijk
1. Reclamanten verzoeken om tussen hun perceel en het plangebied een deugdelijke groene afscheiding te realiseren over de gehele lengte. De groenafscheiding moet door de ontwikkelaar worden geplaatst. 3.7.2 Reactie zienswijze Dorpsstraat 45, Slijk-Ewijk 1. In het bestemmingsplan is langs de grens van het perceel van reclamant geen groene erfafscheiding voorzien. Een groot deel van de gronden langs grens met het perceel van reclamant heeft de enkelbestemming “Wonen” en wordt in de toekomst privé eigendom van bewoners van deze woningen. Bewoners kunnen, eventueel in overleg met reclamant, zelf bepalen welke erfafscheiding ze gaan plaatsen. Er is een bewuste keuze gemaakt om geen erfafscheiding tussen deze percelen op te nemen en te verplichten. Voor de gronden met een openbaar karakter (enkelbestemmingen “Groen” en “Agrarisch”) is geen groene erfafscheiding verplicht gesteld en ook niet wenselijk vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.8.1
Samenvatting zienswijze Waaldijk 30a, Slijk-Ewijk
1. Reclamanten exploiteren op Waaldijk 30a, een van de percelen aangrenzend aan het plangebied, een glastuinbouwbedrijf. Het naastgelegen perceel heeft in het ontwerpbestemmingsplan de enkelbestemming “Natuur”. Volgens het landschappelijk inrichtingsplan worden op deze gronden struiklagen met een eindhoogte van 4-5 meter en bomen met een eindhoogte van 5-10 meter aangeplant. Reclamanten vrezen dat met dit voornemen hun bedrijfsexploitatie in gevaar komt. Het groen zorgt voor schaduwwerking en groene aanslag op de tuinbouwkassen. Dit levert productieverlies op. Daarnaast valt er blad op het dek en in de goten, is er een waarschijnlijke toename van insecten- en ongedierte, inwaaiende zaden, toename van uitwerpselen van vogels op de kassen, glasbreuk door noten en afvallende takken. 2. Reclamant geeft aan dat een duidelijke en heldere visie voor het Landschapspark ontbreekt. Hiermee ontbreekt ook een duidelijke visie waarom het aangrenzende perceel in het bestemmingsplan de enkelbestemming “Natuur” heeft gekregen. In het verleden zijn deze gronden immers in gebruik geweest als landbouwgronden. Daarnaast zou aan reclamanten grenzende perceel geen enkele technische, organisatorische of functionele binding met de rest van het plangebied hebben. Volgens reclamant is er dan ook geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. 3.
Reclamant verzoekt het bewuste perceel uit het bestemmingsplan te halen; 4. Reclamant verzoekt alvorens verder te gaan met de ontwikkeling van natuur op dit perceel onderzoek te doen naar een breed gedragen toekomstvisie en hierin de bedrijfs- en privébelangen van reclamanten mee te wegen. 3.8.2 Reactie zienswijze Waaldijk 30a, Slijk-Ewijk 1. In het kader van dit bestemmingsplan is een zorgvuldig participatietraject doorlopen, waarin ook reclamanten aanwezig zijn geweest. Reclamanten hebben in dit participatietraject hun zorgen kenbaar gemaakt. Getracht is de belangen van reclamant zo goed mogelijk te borgen en potentiële gevolgen zo veel mogelijk te beperken. Naar aanleiding van deze zienswijze is een bezonningsstudie uitgevoerd om te bepalen wat de effecten van de landschapsontwikkeling op het perceel van reclamant zijn. Uit deze bezonningsstudie is gebleken dan inderdaad sprake is van schaduwwerking op de kassen en tunnels. Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwendijk
Naar aanleiding van deze bezonningsstudie is dan ook besloten het landschapsplan voor het aangrenzend perceel aan te passen. De hoog opgaande beplanting in het meest oostelijk deel van het aangrenzende perceel maakt plaats voor lage beplanting met minimale schaduwwerking op het perceel van reclamant. Het landschapsplan is onderdeel van het bestemmingsplan en middels een voorwaardelijke verplichting geborgd. Deze zienswijze tot aanpassing van het bestemmingsplan. 2. De stelling van reclamant dat een bredere visie op het Landschapspark ontbreekt is niet correct. Voor het gebied is een landschapsvisie opgesteld dat onderdeel is van de Omgevingsvisie. Het bestemmingsplan is een nadere uitwerking van deze landschapsvisie. Daarnaast heeft een uitgebreide beoordeling ten grondslag gelegen aan dit bestemmingsplan. Uit deze beoordeling blijkt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3. In het voorliggend bestemmingsplan worden de eerste twee deelgebieden van Landschapspark De Danenberg planologisch geregeld. Het perceel naast reclamant maakt onderdeel uit van het landschapspark en wordt in bredere context als onderdeel van het gehele landschapspark beschouwd.
Het landschapspark wordt gerealiseerd conform de Omgevingsvisie van de gemeente en de eerdere landschapsvisie op de Danenberg die ten grondslag heeft gelegen aan de Omgevingsvisie. Er is dan ook geen reden om dit deel van het plangebied uit het bestemmingsplan te halen. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 4. Een integrale afweging van alle belangen, waaronder de belangen van reclamant, is een belangrijk onderdeel van de totstandkoming van een bestemmingsplan. Naar aanleiding van het gevoerde participatietraject zijn ook de belangen van reclamant meegenomen in het plan. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen heeft een nadere beschouwing van de belangen van reclamant plaatsgevonden. Deze nadere beschouwing heeft geleid tot aanpassing van het landschapsplan om schaduwwerking op de percelen van reclamant te voorkomen. Het bestemmingsplan is een nadere uitwerking van het in de omgevingsvisie opgenomen landschapsplan voor Landschapspark De Danenberg waarin een brede visie voor het gebied is opgenomen. Het opstellen van een nieuwe visie voor het plangebied is dan ook niet noodzakelijk. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.9.1
Samenvatting zienswijze VGP Park
1. Reclamant is grotendeels eigenaar van de gronden op Park 15 ten noordoosten van het deelgebied Nieuwedijk. Reclamant is het oneens met de conclusie dat er sprake is van een aanvaardbaar geur-, geluid- of veiligheidsniveau. In het verleden hebben bewoners van bestaande woningen op Nieuwedijk al hinder ondervonden door licht op het bedrijventerrein. Nu woningen dichterbij Park 15 worden gebouwd is de kans op nieuwe hinder aannemelijk. Daarnaast stelt reclamant dat, ondanks dat voldaan wordt aan de richtafstand van 200 meter voor het aspect ‘geluid’, alsnog geluidhinder ervaren kan worden. De plannen zijn vanuit het oogpunt van reclamant dan ook ongewenst. 3.9.2 Samenvatting zienswijze VGP Park 1. Het aspect ‘geluid’ is in eerste instantie beoordeeld aan de hand van de systematiek van de publicatie van “Bedrijven en milieuzonering”. Uit deze beoordeling blijkt dat ruimschoots aan de richtafstanden wordt voldaan ten aanzien van Park 15. Een Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwendijk
nader onderzoek naar het aspect ‘industrielawaai’ is dan ook niet noodzakelijk. Reclamant stelt dat ondanks dat voldaan wordt aan de richtafstanden alsnog geluidhinder kan worden ervaren. Mocht iemand daadwerkelijk overlast ervaren als gevolg van de bestaande toegestane bedrijfsactiviteiten dan kan hier in de toekomst een handhavingsverzoek voor worden ingediend. In onderhavig geval wordt echter voldaan aan de richtafstanden en is er sprake van een goede ruimtelijke ordening en kan ten aanzien van het aspect ‘geluid’ een acceptabel woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Er is dan ook geen aanleiding om ten aanzien van dit plan andere richtafstanden of normen vast te stellen. Reclamant is overigens zelf primair verantwoordelijk voor het naleven van voorschriften en wet- en regelgeving ten aanzien van de exploitatie van het bedrijventerrein. De hoogte van de bedrijfscategorieën is vastgelegd. Aan de hand van deze maximale bedrijfscategorieën is bepaald dat een richtafstand van 200 meter acceptabel is. We gaan er van uit dat alle bedrijven op het bedrijventerrein passen binnen deze bedrijfscategorieën en voldoen aan de voorschriften die gelden ten aanzien van de exploitatie van deze bedrijven. Het aspect ‘geluid’ is op juiste wijze beoordeeld. Ten aanzien van mogelijke lichthinder zijn er geen wettelijke kaders waaraan getoetst kan worden.
In algemene zin dienen gevoelige functies wel beschermd te worden tegen (langdurige) lichthinder. Tussen Park 15 en de nieuw te realiseren woningen wordt een natuurlijke buffer aangelegd waarin bomen met een eindhoogte van 10 meter worden aangeplant. Er mag worden aangenomen dat deze groenstrook een groot deel van het mogelijk licht op de woningen breekt. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat dit in de toekomst tot problemen voor reclamant of huurders op Park 15 zal leiden. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.10.1 Samenvatting zienswijze Oosterhoutsestraat 5, Slijk-Ewijk 1. Reclamant heeft landbouwgronden ten noorden en zuiden van het deelgebied “Nieuwedijk” die hij bewerkt. Hij geeft aan dat in het bestemmingsplan rekening moet worden gehouden met de wettelijk verplichte spuitzonering van 50 meter. 3.10.2
Reactie zienswijze Oosterhoutsestraat 5, Slijk-Ewijk 1. Zowel ten noorden als zuiden van het plangebied betreft de minimale afstand tussen de nieuwe enkelbestemmingen “Wonen” en de akkerbouwgronden 50 meter. Ten aanzien van het aspect spuitzoneringen/gewasbeschermingsmiddelen is de wettelijk verplichte afstand van 50 meter aangehouden. De belangen van reclamant zijn daarmee voldoende beschermd. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
3.11.1 Samenvatting Dorpsstraat 57, Slijk-Ewijk 1. Reclamant heeft geen bezwaren tegen het bestemmingsplan, maar hoopt dat binnen het plan ruimte is voor betaalbare woningen voor jongvolwassenen uit Slijk-Ewijk die in de kern willen blijven wonen. 3.5.14 Reactie Dorpsstraat 57, Slijk-Ewijk 1. Binnen het bestemmingsplan, en dan bijzonder in deelgebied “Boerderij” worden 8 hoek- en rijwoningen, 4 twee-onder-een-kapwoningen en 7 vrijstaande woningen gebouwd. 4 van de hoek- en rijwoningen worden gerealiseerd in het goedkope segment en 4 in het middensegment. Het planvoornemen voorziet Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwendijk
daarmee in betaalbare woningen die ook voor jongvolwassenen geschikt zijn. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
4. Aanpassingen van het ontwerpbestemmingsplan Aanpassingen als gevolg van zienswijzen De ingediende zienswijzen geven aanleiding tot wijzigingen van het bestemmingsplan. Lijst wijzigingen Waar: Toelichting Bijlagen Toelichting, regels en bijlagen
Wat: Aanpassing en verduidelijking paragraaf 2.3.2 van de toelichting. Aanpassing en aanscherping akoestisch onderzoek. De toelichting is aangepast en beschreven is dat het groen en water(infiltratie) middels een voorwaardelijke verplichting geborgd zijn in het bestemmingsplan. Het waterplan is, als onderdeel van het landsschapsplan, verder uitgewerkt en verduidelijkt.
Toelichting
Toelichting, regels en bijlagen
Toelichting, bijlagen
Verbeelding
Toelichting, regels, verbeelding
Het landschapsplan is middels een voorwaardelijke verplichting geborgd in de regels van het bestemmingsplan. Paragraaf 5.11 van de toelichting is aangepast. Ten aanzien van deelgebied Nieuwendijk is opgenomen dat alle noodzakelijke parkeerplaatsen voor dit deelgebied op eigen terrein bij de woningen worden gerealiseerd en dat er geen openbare parkeerplaatsen komen in dit deel van het plangebied. Verdere uitwerking en detaillering van het waterplan, borging in de regels van het bestemmingsplan. De beschrijving van de waterparagraaf in de toelichting is ook aangepast aan de hand van deze detaillering. Aanpassing Aerius-berekeningen en toelichting door vervallen mogelijkheid voor intern salderen. Actualisatie aan de hand van laatste versie van de Aerius-calculator en toevoeging Oplegnotitie actualisatie voortoets Natura2000. Ten westen van het adres Oosterhoutsestraat 64 wordt de bestemming ‘Groen’ enkele meters verder doorgetrokken naar het noorden. Daarnaast wordt over de gehele lengte de strook ‘Agrarisch met waarden’ vervangen door ‘Groen’. Aanpassing landschappelijk inpassingsplan deelgebied Boerderij om schaduwwerking om het naastgelegen perceel zoveel mogelijk te voorkomen. De schaduwwerking is inzichtelijk gemaakt doormiddel van een bezonningsstudie die als bijlage aan de toelichting van het bestemmingsplan is toegevoegd.
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwendijk
Het landschappelijk inpassingsplan is als voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan opgenomen.
Aanpassingen als gevolg van reacties van overlegpartners n.v.t. Ambtelijke aanpassingen Er is aanleiding om ambtelijke wijzigingen door te voeren in het bestemmingsplan. Voorstel ambtshalve wijziging 1: Verwerken regels paraplubestemmingsplan planologische afwijkingsmogelijkheden, vastgesteld in 2024 om te voorkomen dat de regels uit het paraplubestemmingsplan weer worden overschreden door de regels van dit bestemmingsplan. Voorstel ambtshalve wijziging 2: Verduidelijking paragraaf Omgevingsvisie Overbetuwe 2040: In de toelichting is beschreven dat de Landschapsvisie De Danenberg als deelvisie onderdeel uitmaakt van de Omgevingsvisie zoals beschreven op pagina 25 van de Omgevingsvisie. Tevens is een extra paragraaf aan de toelichting toegevoegd waarin de Landschapsvisie De Danenberg getoetst is aan deze deelvisie. Voorstel ambtshalve wijziging 3: In de toelichting zijn enkele aanpassingen en aanscherpingen doorgevoerd om te voorkomen dat onduidelijkheden over het plan ontstaan. Het betreft in dit geval enkel tekstuele wijzigingen en hernummering van bijlagen die geen invloed hebben op de uitgangspunten van het plan. Voorstel ambtshalve wijziging 4: Het landschappelijk inpassingsplan is gewijzigd naar de meest recente versie. In het ontwerp bestemmingsplan is per abuis een oudere versie opgenomen, waarin de oude wegenstructuur nog zichtbaar was.
Als gevolg van deze wijziging zijn de afbeeldingen van het inpassingsplan in het inpassingsplan zelf, het beeldkwaliteitsplan en de toelichting aangepast. De wijzigingen hebben geen gevolgen voor de inhoud van het landschappelijk inpassingsplan zelf.
5. Conclusies Er zijn 12 schriftelijke zienswijzen op het ontwerpwijzigingsplan ontvangen, en geen mondelinge zienswijzen. De ingediende zienswijzen leiden tot een aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. Daarnaast zijn er ambtshalve wijzigingen door gevoerd. Het bestemmingsplan wordt derhalve gewijzigd vastgesteld. Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 12 mei 2026.
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwendijk
De raad voornoemd,
de griffier, de voorzitter,
drs. D.E. van der Kamp
R.P. Hoytink-Roubos
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Landschapspark De Danenberg, deelgebieden Boerderij en Nieuwendijk