CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

26-02-24.15 Relevant stuk 1. Motivering en regels OP Kerkstraat

Gemeenteraadsvergadering 24 februari 2026, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen omgevingsplan “Woningbouw Kerkstraat, Randwijk”28.971 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Inhoudsopgave

Motivering Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing besluitgebied 1.3 Leeswijzer

3 3 3 5

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige ruimtelijke situatie 2.2 Huidige juridisch-planologische situatie 2.3 Toekomstige situatie 2.4 Strijdigheden met het (tijdelijke) omgevingsplan

6 6 9 10 11

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

12 12 13 17 18

Hoofdstuk 4 Gevolgen fysieke leefomgeving 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Trillingen 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Spuitzonering 4.8 Ontplofbare oorlogsresten 4.9 Kabels en leidingen 4.10 Omgevingsveiligheid 4.11 Gezondheid 4.12 Water 4.13 Klimaatadaptatie 4.14 Duurzaamheid 4.15 Natuur 4.16 Archeologie 4.17 Cultuurhistorie 4.18 Mobiliteit en parkeren 4.19 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.20 Omgevingskwaliteit

21 21 22 24 29 30 31 33 34 35 35 38 39 44 47 49 51 53 53 56 57

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Inleiding 5.2 Opzet van de regels 5.3 Verantwoording van de regels

59 59 59 61

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Participatie en overleg

62 62 62

Hoofdstuk 7

65

Eindnoten

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

65

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk

Bijlagen bij motivering Bijlage 1

Mer-beoordeling

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeer

Bijlage 4

Geuronderzoek

Bijlage 5

Weging van het waterbelang

Bijlage 6

Quickscan Wnb

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek

Bijlage 8

Verkeersonderzoek

Bijlage 9

Projectleiderssamenvatting ontplofbare oorlogsresten

Bijlage 10

Toets Ladder voor duurzame verstedelijking

Bijlage 11

Notitie stikstofdepositie

Bijlage 12

Verslag participatietraject

2

Motivering (ontwerp)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De gemeente Overbetuwe hecht veel waarde aan huisvesting voor alle doelgroepen. Daarom bestaat het voornemen om ten oosten van de Kerkstraat in het oosten van de kern Randwijk 15 grondgebonden nieuwbouwwoningen te realiseren. De ontwikkeling kent een gevarieerd woningbouwprogramma bestaande uit zowel koop- als huurwoningen, starterswoningen, twee-onder-één kappers, vrijstaande woningen en woonwagens. Aan de Koningin Julianastraat worden tevens een 16 rug-aan-rug woningen gerealiseerd. Voor deze woningen wordt een andere procedure doorlopen en maken zodoende geen onderdeel uit van deze motivering. In een aantal onderzoeken worden beide projecten echter behandeld binnen één onderzoek. De ontwikkeling past niet binnen de juridisch-planologische kaders die ter plaatse gelden op grond van het tijdelijk omgevingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een wijzigingsbesluit omgevingsplan worden opgesteld. Het voorliggend document voorziet in de motivering behorende bij de wijziging van het omgevingsplan.

1.2

Ligging en begrenzing besluitgebied

Het besluitgebied maakt onderdeel uit van de kern Randwijk gelegen in het noordwesten van de gemeente Overbetuwe. De Kerkstraat begrenst het westen van het besluitgebied. Het noorden en zuiden van het besluitgebied wordt begrensd door bestaande woningen en het oosten wordt begrensd door de bestaande sloot en het naastliggende agrarische perceel. Kadastraal gezien maakt het besluitgebied deel uit van het kadastrale perceel Randwijk, sectie C en nummer 1779. De oppervlakte van het besluitgebied is 12.535 m2. In navolgende afbeelding is het besluitgebied met een rode ster weergegeven binnen de kern Randwijk en haar omgeving. De volgende afbeelding geeft de begrenzing van het besluitgebied weer.

Motivering (ontwerp)

3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk

Projectlocatie, weergegeven met de rode ster, binnen de kern Randwijk (bron: arcgis.com/mapviewer)

Begrenzing besluitgebied weergegeven met het rode kader (bron: arcgis.com/mapviewer)

4

Motivering (ontwerp)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk

1.3

Leeswijzer

De voorliggende motivering bij het wijzigingsbesluit is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie in het besluitgebied, waarbij zowel de ruimtelijke, juridisch-planologische, als functionele aspecten aan de orde komen. Vervolgens wordt kort ingegaan op de nieuwe ontwikkeling en de strijdigheden met het (tijdelijke) omgevingsplan. Hoofdstuk 3 gaat in op de relevante geldende beleidskaders die van invloed zijn op de ontwikkeling. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in hoeverre de ontwikkeling gevolgen heeft op de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 5 wordt een juridische toelichting op het wijzigingsbesluit gegeven en hoofdstuk 6 gaat in op de economische uitvoerbaarheid van de ontwikkeling, de participatie en het overleg dat heeft plaatsgevonden. Tot slot bevat het hoofdstuk 7 een conclusie over hoe de ontwikkeling aansluit op het principe van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Motivering (ontwerp)

5

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

2.1

Huidige ruimtelijke situatie

2.1.1

Historische ontwikkeling

Het dorp Randwijk is in de vroege Middeleeuwen ontstaan op een kruising van een evenwijdig langs de rivier de Neder-Rijn gelegen stroomrug en een dwars op deze rivier lopende stroomrug richting Zetten. In tegenstelling tot de meeste dorpen aan de grote rivieren, heeft geen evenwijdige dorpsuitbreiding langs de dijk plaatsgevonden, maar is een verdraaiing ten opzichte van de rivier c.q. de Randwijkse Rijndijk ontstaan. De oorspronkelijke structuur van Randwijk wordt bepaald door de van noordwest naar zuidoost lopende Achterstraat en Bredeweg, als verbinding tussen de Randwijkse Rijndijk en de Nijburgsestraat (N837) tussen Heteren en Zetten. Tussen deze wegen bevond zich een groot open dorpsgebied met daarin de kerk en de boerderijen langs de Kerkstraat, de Erfstraat en de Dijkstraat. De noordwestelijke - zuidoostelijke hoofdstructuur met daarin korte dwarsverbindingen is karakteristiek voor Randwijk. In de tweede helft van de 20e eeuw is geleidelijk de moderne dorpsstructuur ontstaan.

Ontwikkeling Randwijk 1880 - 1925 - 1970 - 2020 (bron: topotijdreis.nl)

6

Motivering (ontwerp)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk

2.1.2

Ruimtelijke en functionele structuur

De ruimtelijke structuur van Randwijk is grofweg te onderscheiden in drie onderdelen: de historische bebouwing en linten, de uitbreidingen in de wederopbouwperiode tot de jaren '70 en enkele recentere uitbreidingen. Het besluitgebied valt onder de historische linten. In Randwijk vormen de Achterstraat, de Bredeweg (vroeger: Puinweg) en de Kerkstraat/Erfstraat het oudste gedeelte van de kern Randwijk. Deze wegen sluiten allemaal aan op de Randwijkse Rijndijk aan de westkant en lopen in oostelijke/zuidoostelijke richting. De kerk en omgeving vormen de kern van het dorp. Aan deze wegen loopt de bebouwde kom geleidelijk over in het buitengebied en de lintbebouwing verandert van ruim opgezette landelijke bebouwing in de vorm van (voormalige) boerderijen naar meer aaneengesloten stedelijke bebouwing. De bebouwing aan deze wegen is grotendeels vóór de Tweede Wereldoorlog tot stand gekomen, alsmede deels tijdens de wederopbouwperiode. Het meest voorkomende woningtype is de vrijstaande woning bestaande uit één tot twee bouwlagen met kap. De hoofdvorm is eenvoudig, meestal gebaseerd op een rechthoek, met een zadeldak. De goot- en bouwhoogte variëren, maar de boerderijen hebben meestal een lage goothoogte. De rooilijn wordt niet strikt gevolgd. De hoofdfunctie binnen de kern Randwijk is wonen.

Verder zijn er nog enkele niet-agrarische bedrijven en maatschappelijke functies in de kern gevestigd. Het besluitgebied zelf valt nog onder het buitengebied, maar ligt zoals benoemd aan de Kerkstraat aan de oostelijke rand van het dorp. De locatie ligt op de overgang van de kern naar het buitengebied. Het besluitgebied wordt in noordelijke, westelijke en zuidelijke richting ingesloten door woonfuncties. Het betreffen agrarische percelen, maar het bijbehorende agrarische bedrijf is gestopt en de voormalige agrarische bebouwing heeft nu tevens een woonfunctie. De percelen zijn onverhard. De enige aanwezig bebouwing binnen het besluitgebied is een schuur die toe behoort aan Kerkstraat 33. De onderstaande afbeeldingen geven een impressie van het besluitgebied.

Uitzicht op het noordelijke deel van het besluitgebied vanaf de Kerkstraat (bron: google streetview)

Motivering (ontwerp)

7

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk

Uitzicht op het zuidelijke deel van het besluitgebied vanaf de Kerkstraat (bron: google streetview)

Uitsnede van een luchtfoto met besluitgebied rood omkaderd (bron: PDOK)

8

Motivering (ontwerp)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk

2.2

Huidige juridisch-planologische situatie

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden, waardoor het (tijdelijke) Omgevingsplan gemeente Overbetuwe van kracht is. De op dat moment vigerende bestemmingsplannen zijn opgenomen in het (tijdelijke) omgevingsplan, voor onderhavige besluitgebied gelden de regels welke opgenomen zijn in het voormalig bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' van de gemeente Overbetuwe. Binnen dit plan zijn aan de locatie de bestemming 'Agrarisch' en 'Water' toegekend. Ook heeft het gehele besluitgebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2'. In de navolgende afbeelding is de verbeelding van het voormalig bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' opgenomen voor het besluitgebied.

Verbeelding voormalig bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' met besluitgebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Daarnaast komen op de locatie het voormalige bestemmingsplan 'Overbetuwe, Paraplubestemmingsplan Plussenbeleid', dat is vastgesteld op 7 januari 2020 en het voormalige bestemmingsplan 'Overbetuwe, Paraplubestemmingsplan planologische afwijkingsmogelijkheden' dat is vastgesteld op 19 december 2023, te vervallen. Ter plaatse van het besluitgebied gelden tevens de regels uit de bruidsschat, die onderdeel uitmaken van het tijdelijk omgevingsplan.

Motivering (ontwerp)

9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk

2.3

Toekomstige situatie

2.3.1

Ruimtelijke aspecten en programma

Voor de ontwikkeling is een stedenbouwkundig plan opgesteld. In dit stedenbouwkundig plan wordt uitgegaan van de realisatie van 15 woningen. Dit betreffen 8 levensloopbestendige tussen/hoek woningen, 4 twee-onder-één kap woningen, 2 woonwagens en 1 vrijstaande woning. De 8 rijwoningen (betaalbare koop) en de 2 woonwagens (sociale huur) vallen binnen het betaalbare segment, dit betreft 2/3 van de woningen.

Inrichtingstekening nieuwe situatie De 2 woonwagens, de 4 twee-onder-één-kap woningen en de vrijstaande woning zijn gesitueerd aan de Kerkstraat als eerstelijns bebouwing. De woningen sluiten aan op de omgeving en volgen de rooilijn van de bestaande bebouwing aan de Kerkstraat. Zowel de vrijstaande woningen als de twee-onder-één-kappers bestaan uit twee bouwlagen met kap. De woonwagens krijgen een bouwlaag met kap. De levensloopbestendige rijwoningen zijn gesitueerd achter de woonwagens en de vrijstaande woning en zijn verbonden met de Kerkstraat met een inrit die tevens naar de achterzijde van de woonwagens en de vrijstaande woning loopt. Iedere woning is voorzien van een eigen tuin. Het besluitgebied is groen ingericht met bomen en hagen. Daarnaast wordt er een wadi aangelegd binnen het plangebied.

10

Motivering (ontwerp)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk

2.3.2

Verkeer en parkeren

In het westen van het besluitgebied wordt een aansluiting gerealiseerd op de Kerkstraat, waarop een deel van de ontwikkeling zal worden ontsloten. Vanaf dat punt loopt de weg rechtdoor het besluitgebied heen, gevolgd door een bocht van 90°, waar de straat doodloopt. Deze oprit is bestemd voor zowel de rijwoningen als een twee-onder-een-kapper en de vrijstaande woning. De andere twee-onder-één kap woningen worden voorzien van een eigen oprit in de vorm van een karrespoor, een onverharde oprit, met aansluiting op de Kerkstraat. Parkeren wordt hoofdzakelijk gerealiseerd in de parkeerkoffer naastgelegen aan de rijwoningen of op eigen terrein van de toekomstige woningen. In totaal worden er 26 openbare parkeerplaatsen gerealiseerd binnen het besluitgebied.

2.4

Strijdigheden met het (tijdelijke) omgevingsplan

De bouw en het gebruik van de woningen is niet toegestaan op basis van de opgenomen regels in het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. De ontwikkeling past derhalve niet binnen de juridisch-planologische kaders die ter plaatse gelden op grond van het tijdelijke omgevingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een wijzigingsbesluit omgevingsplan worden opgesteld. Ter plaatse van het besluitgebied gelden tevens de regels uit de bruidsschat, welke onderdeel uitmaken van het tijdelijk omgevingsplan. Het voorliggende plan maakt geen milieubelastende activiteiten mogelijk, waardoor er geen strijd ontstaat met de instructieregels uit het Bkl. De regels uit de bruidsschat voor bouwwerken, open erven en terreinen zijn wel van toepassing voor een woningbouwplan. Deze regels staan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties niet in de weg. De ontwikkeling past niet binnen de juridisch-planologische kaders die ter plaatse gelden op grond van het tijdelijke omgevingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt het tijdelijke omgevingsplan gewijzigd, dit zal gebeuren door middel van een TAM-omgevingsplan.

Motivering (ontwerp)

11

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

De Nationale omgevingsvisie

De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In de NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan vóór enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Toetsing Voorliggend plan voorziet in de realisatie van 15 grondgebonden woningen.

Binnen het plan wordt ingespeeld op een ruime verscheidenheid van behoeften. Daarnaast is aandacht besteed aan de kenmerken en identiteit van de al bestaande woningen in de omgeving. De inrichting van de openbare ruimte heeft een zo groen mogelijk karakter, met toevoeging van bomen en hagen en een wadi. Verder worden de woningen toekomstbestendig en duurzaam gebouwd. De voorliggende ontwikkeling is daarmee in lijn met de doelstellingen van de NOVI. 3.1.2

Besluit kwaliteit leefomgeving

Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving is één van de vier AMvB's die invulling geven aan de Omgevingswet. In het besluit staan:  instructieregels voor programma's, omgevingsplannen, omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en projectbesluiten: het betreft onder meer normen en regels voor geluid en geur van bedrijfsmatige activiteiten, externe veiligheid en erfgoed, maar ook inhoudelijke randvoorwaarden voor de programma's voor de kwaliteit van de buitenlucht, de waterprogramma's, de actieplannen geluid en de beheerplannen voor Natura 2000-gebieden.  omgevingswaarden: het Bkl bevat o.a. omgevingswaarden voor luchtkwaliteit en de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en zwemwater.  regels voor omgevingsvergunningen: dit betreft de regels die het bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, het opnemen van voorschriften in een omgevingsvergunning en het wijzigen van voorschriften of intrekken van een omgevingsvergunning.

 monitoring en informatie: dit gaat over de regels over monitoring, gegevensverzameling, gegevensbeheer, toegang tot gegevens, kaarten en verslagen over de toestand van de fysieke leefomgeving.

12

Motivering (ontwerp)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk Toetsing Op basis van het Bkl is het besluitgebied gelegen binnen de Romeinse Limes. Romeinse Limes is de locatie bekend als een serie van archeologische monumenten van de vroegere Romeinse rijksgrens, die van Katwijk aan Zee tot de grens met Duitsland loopt over het grondgebied van de provincies Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland, waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd. De kernkwaliteiten van de Romeinse Limes zijn: a. de unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven voormalige (militaire) grens van het Romeinse Rijk; en b. archeologische overblijfselen uit de periode 0 tot 400 na Christus langs de toenmalige loop van de Rijn, bestaande uit: 1. forten (castella), burgerlijke nederzettingen (kampdorpen/vici) en grafvelden; 2. militaire infrastructuur, bestaande uit wegen, waterwerken en wachttorens; en 3. scheepswrakken. Er is archeologisch onderzoek uitgevoerd op de locatie ter bescherming van de archeologische waarden binnen het gebied, dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.16. Bij omgevingsverordening worden in het belang van de instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten van de werelderfgoederen en erfgoederen regels gesteld over regels in omgevingsplannen en projectbesluiten.

Er zijn in de Omgevingsverordening Gelderland echter geen regels opgenomen over de Romeinse Limes binnen het besluitgebied. Op basis van het Bkl is het besluitgebied eveneens gelegen binnen 'Uitsluitingsgebieden hyperscale datacentra'. Binnen dit gebied laat het omgevingsplan geen hyperscale datacentrum toe. Met voorliggend project wordt de realisatie van 16 rug-aan-rug woningen mogelijk gemaakt, er wordt geen hyperscale datacentrum gerealiseerd. Daarnaast is het besluitgebied gelegen binnen 'Gebieden waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren'. De locatie valt binnen het gebied van radarstation Herwijnen waar bouwwerken die hoger zijn dan 90 meter het radarbeeld kunnen verstoren. De woningen hebben een maximale bouwhoogte van 9 meter.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie

Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld.  Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid.  Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.

Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema's:  energietransitie: van fossiel naar duurzaam;  klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer;  circulaire economie: sluiten van kringlopen;  biodiversiteit: werken met de natuur;  bereikbaarheid: duurzaam verbonden;  vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio;  woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.

Motivering (ontwerp)

13

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk Toetsing Met betrekking tot de woon- en leefomgeving streeft de provincie naar duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Hierbij sluit het aanbod aan woningtypen en woonmilieus aan bij de diversiteit van de woningvraag. Dit betekent voor iedereen een duurzame passende woning, waarbij de bestaande bebouwde omgeving optimaal wordt benut met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Daarnaast wordt alle nieuwbouw aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van maximaal 15 grondgebonden woningen binnen de kern Randwijk. Het project kent een gevarieerd aanbod aan woningtypen en sluit aan op de lokale behoefte. De woningen worden gasloos en volgens de nieuwste BENG-normen gerealiseerd en worden gedeeltelijk voorzien van zonnepanelen. Het terrein wordt klimaatadaptief ingericht met toevoeging van bomen en hagen en de aanleg van een wadi. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in lijn met het gegeven uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 3.2.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Toetsing Intrekgebied De provincie heeft vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving een zorgplicht voor het beschermen van de kwaliteit van het grondwater vanwege de waterwinning.

De provincie wil de beschikbaarheid van de grondstof voor de openbare drinkwatervoorziening veiligstellen en daar bij besluiten rekening mee houden. Daarom zijn binnen de provincie verschillende grondwaterbeschermingsgebied opgenomen. Binnen een intrekgebied is het verboden een mijnbouwwerk aan te leggen en te exploiteren, behalve voor het opsporen of winnen van aardwarmte. Daarnaast is degene die een grondwaterbedreigende activiteit verricht in een intrekgebied en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de kwaliteit van het grondwater, verplicht te voldoen aan enkele voorwaarden. Met onderhavig project wordt echter geen mijnbouwwerk of grondwaterbedreigende activiteit gerealiseerd.

14

Motivering (ontwerp)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk Beschermen van landschap De provincie wil de landschappelijke waarden binnen de provincie behouden, beschermen en in stand houden. Daarom moet de toelichting van een omgevingsplan een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten bevatten, als een omgevingsplan een activiteit of ontwikkeling toelaat. Het besluitgebied is gelegen binnen de Gelderse streek Over-Betuwe. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek Over-Betuwe wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Over-Betuwe. De kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen zijn weergegeven in de onderstaande tabel: Kernkwaliteiten

Ontwikkeldoelen

1

Verstedelijkt rivierengebied (als “Gelderse Ruimtelijke ontwikkelingen houden rekening met en poort van de delta”) tussen Pannerdens dragen zo mogelijk bij aan de kernkwaliteiten van Kanaal, Nederrijn en Waal, met een Over-Betuwe. De ontwikkeling van het landschap afwisseling van enkele nog relatief open (vrij van Over-Betuwe richten op de versterking van de van bebouwing) overwegend agrarische identiteit als 'poort van de delta'. Creëren van een landschappen. robuust landschap als groene basis voor het verstedelijkende landschap van Arnhem-Nijmegen. Dijkversterking met versterking van de ruimtelijke kwaliteit en de dijk als scenic route.

2

Van oudsher wringt de Rijn zich tussen de De aantrekkingskracht van de landschappelijk stuwwallen van Montferland, Nijmegen en unieke splitsingspunten van rivieren meer Veluwe. Met indrukwekkende en unieke toeristisch-recreatief benutten. splitsingspunten van rivieren: Rijn-Waal en Rijn-IJssel. Ruimtelijke ensembles waarin de combinatie van landschap en historie, afzijdige ligging, barrièrewerking en grens tot uitdrukking komt.

3

Rivierengebied met klassieke opbouw van Accentueren van de landschappelijke opbouw van rivier, brede en smalle uiterwaarden, het rivierengebied: rivieren met natuurrijke dijktrajecten, fijnmazige (hoger gelegen) uiterwaarden, kleinschalige diversiteit op de oeverwallen en min of meer open (lager oeverwal met veel historische waarden en een gelegen) komgronden. Landschap mede rivierkomlandschap met rationele verkaveling en gevormd door continue strijd tegen het water grote maten. In contrast met de hoge, droge en en de klei-, zand- en grindwinning van de bosrijke (en zichtbare) stuwwallen Veluwe en laatste decennia. Dorpspolderstructuren met Nijmegen. (dwars)dijken, kaden, weteringen, sluizen etc.

4

Vrij uitzicht vanaf dijken over het binnendijkse landschap, over de rivieren en naar de stuwwallen van de Veluwe en van Nijmegen.

5

Verstedelijking vanuit Arnhem en Nijmegen Voorkomen dat het verstedelijkte gebied door via 'riviersprongen', aangevuld met mogelijk conflicterende, ruimtelijke ontwikkelingen landschapspark Lingezegen als verrommelt, door te sturen op ruimtelijke kwaliteit buffergebied. Grote variatie in grondgebruik, en adequaat in te zetten op aantrekkelijke infrastructuur en bebouwing. landschapsbouw: door inrichting van een robuuste groene dooradering van het hele landschap met Park Lingezegen als belangrijke kern, gekoppeld aan verbeterde recreatieve toegankelijkheid, goed aangesloten op de steden en dorpen. Zorgvuldige ruimtelijke ordening van ontwikkelingen langs de snelwegen (inclusief doortrekking van A15),

Motivering (ontwerp)

Zichtlijnen behoeden voor verstorende elementen.

15

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk gekoppeld aan landschappelijke investeringen, om ecologische barrièrewerking en landschappelijk kwaliteitsverlies te voorkomen. 6

Gegraven Linge als structurerend landschapselement.

7

Waardevol open komgebied Hollanderbroek: Behoud van de open weidsheid door zeer uitgestrekt grootschalig open landschap en terughoudendheid te zijn ten aanzien van rustig en stil gebied met oud ruimtelijke ontwikkelingen. Blijvend benutten voor ontwateringssysteem met de Linge. Zicht op grondgebonden en duurzame veehouderij en de stuwwallen van het Veluwemassief. mogelijk voor klimaatadaptatie. Zoveel mogelijk de karakteristieke verkaveling en zichtlijnen respecteren.

8

IJssellinie: (relicten van) een historische De IJssellinie behouden en markante onderdelen verdedigingslinie uit de jaren 50 van de 20e herstellen en recreatief toegankelijk maken, eeuw. mogelijk in combinatie met klimaatadaptatie in de voormalige inundatievlakten.

9

Ecologische waarden met name langs de Intensief inzetten op het verder aanleggen van rivieren en zegen en in weidevogelgebieden. ecologische verbindingszones en behoud en Natura 2000 waarden in Rijntakken en ontwikkeling van weidevogelgebieden.Beschermen Huissense waarden. Natura 2000 waarden.In de uiterwaarden is, naast de functie voor de doorstroming van het rivierwater en voor landbouw, natuur- en landschapsontwikkeling van belang, evenals benutting als recreatief uitloopgebied voor de steden en dorpen en voor klimaatadaptatie.

10 Overblijfselen en verwijzingen naar de Hollandse Waterlinie (Fort Pannerden) en Limes (UNESCO-waarde).

Versterken van de Linge als landschapsstructuur, gekoppeld aan kansen voor natuur, waterbeheer en recreatie.

Bijzondere aandacht geven aan de beleefbaarheid van de cultuurhistorische linies als uniek deel van het rivierenlandschap.

11 Relatieve stilte en rust als contrast met de Verschillende recreatievormen afstemmen op rust stedelijke zones, zoals in omgeving van en stilte, eventueel werken met zonering. Doornenburg, in de brede uiterwaarden en in de nog relatief 'lege' gebieden zoals het Hollanderbroek. De omgeving van de kern Randwijk bestaat nog steeds uit een relatief open en overwegend agrarisch landschap. Door de woningen te realiseren tegen de bestaande dorpsrand blijft dit landschap zo veel mogelijk behouden. Er wordt aangesloten op bestaand stedelijk gebied. Daarnaast wordt met het ontwerp aangesloten op bestaande (historische) bebouwing in de omgeving van het besluitgebied. De woningen worden gerealiseerd op de oorspronkelijke oeverwal waardoor ook de klassieke opbouw van het rivierlandschap niet wordt aangetast. Daarnaast zijn de woningen vanaf de Randwijkse Rijndijk niet te zien, waardoor het vrije uitzicht vanaf de dijk niet wordt aangetast. De werkzaamheden kunnen van invloed zijn op Natura 2000-gebied de Rijntakken, dat op ca. 300 meter van het besluitgebied ligt. Dit wordt behandeld in paragraaf 4.15. De projectlocatie ligt niet nabij Park Lingezegen, de Linge, het komgebied Hollanderbroek, de IJssellinie, de omgeving van Doornenburg en de brede uiterwaarden. De genoemde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen gerelateerd aan deze locaties zijn daarom niet relevant voor het besluitgebied.

De locatie valt wel binnen de Limes. Derhalve is een archeologisch onderzoek uitgevoerd op de locatie om vast te stellen of er mogelijk archeologische waarden aanwezig zijn binnen het besluitgebied. Hieruit is gebleken dat de kans op aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische resten als klein wordt ingeschat. Het archeologisch onderzoek wordt nader toegelicht in paragraaf 4.16.

16

Motivering (ontwerp)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk Wonen In artikel 5.64 van de Omgevingsverordening Gelderland is vastgelegd dat een omgevingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. In paragraaf 3.3.1 en 3.3.2 wordt getoetst aan de regionale woondeal regio Arnhem-Nijmegen en de Woonagenda subregio Arnhem. Daarnaast wordt in paragraaf 4.19 de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte op lokaal niveau besproken. Op deze manier past de ontwikkeling binnen de gestelde regels met betrekking tot wonen. Klimaatadaptatie In artikel 5.85 van de provinciale omgevingsverordening is vastgesteld dat in de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving dient te worden gegeven van de maatregelen die worden genomen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken. In de beschrijving worden in ieder geval de aspecten waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte betrokken. Daarnaast moet de opgestelde beschrijving worden opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap. Het aspect klimaatadaptatie wordt nader besproken in paragraaf 4.13.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Woondeal 2.0 regio Arnhem-Nijmegen

Het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeenten uit de regio Arnhem-Nijmegen hebben gezamenlijk een woondeal gesloten. De woondeal regio Arnhem-Nijmegen bevat afspraken over onderwerpen en thema's die van belang zijn voor de gehele regio, zoals de woningbouwopgave, het betaalbaar houden van de woningvoorraad, het versterken van het groene profiel van de regio en de bereikbaarheids- en leefbaarheidsvraagstukken. Dit heeft geleid tot kernafspraken op het gebied van: 1. Woningbouwopgave en versnelling 2. Betaalbaarheid 3. Groen en circulair 4. Leefbaarheid 5. Verstedelijking en gebiedsontwikkeling 6. Specifieke doelgroepen en overige thema's In de woondeal wordt aangegeven dat de regio te maken heeft met een autonome groeiopgave, een bestaand woningtekort en een hoge binnenkomende migratie uit binnen- en buitenland. Geconstateerd wordt dat tot 2030 een minimale bouwproductie van 33.000 nieuwe woningen nodig is. Dit betekent een ophoging van de realisatie van nu 3.300 woningen per jaar naar zo'n 3.700 woningen per jaar. Op dit moment is er voor de periode tot en met 2030 voldoende plancapaciteit van minimaal 48.000 woningen, waarvan 13.800 woningen harde plancapaciteit. Daarmee is er in theorie voldoende plancapaciteit en zijn er mogelijkheden om eventueel een grotere productie te realiseren ten behoeve van een toenemende woningbehoefte.

Daarnaast heeft de regio afgesproken om 2/3 van de zachte plancapaciteit te realiseren in het betaalbare segment (sociale- en middeldure huur en betaalbare koop tot de NHG-grens, conform landelijke definities) en in de nieuwe woningbouwplannen spannen partijen zich in om minimaal 25% circulair te laten ontwikkelen. Ook leefbaarheid speelt een belangrijke rol, de regio spant zich in om sterke, toekomstbestendige en gemengde/gedifferentieerde wijken te realiseren. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over de huisvesting van speciale doelgroepen als kwetsbare groepen, ouderen, dak- en thuislozen, arbeidsmigranten, woonwagenbewoners, studenten en jongeren.

Motivering (ontwerp)

17

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk Toetsing Voorliggend plan is reeds opgenomen in de zachte plancapaciteit. Daarom wordt geacht dat met voorliggend plan concreet een bijdrage geleverd kan worden aan de ambities zoals gesteld in de Woondeal. In de planmonitor van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen is de plancapaciteit per gemeente opgenomen. Voor de gemeente Overbetuwe geldt dat circa 51% van de plancapaciteit 'zacht' is. Met voorliggend plan worden 15 wooneenheden gerealiseerd. De gemeente kent een restopgave van 2.845 woningen. Het voorliggend plan past daarom binnen de plancapaciteit. Binnen het besluitgebied worden in totaal 15 woningen gerealiseerd: 8 levensloopbestendige tussen/hoek woningen, 4 twee-onder-één kap woningen, 2 woonwagens en 1 vrijstaande woning. De 8 rijwoningen vallen binnen het betaalbare segment (minder dan €390.000). De 2 woonwagens vallen onder de sociale huurwoningen. De overige woningen betreffen koopwoningen in de vrije sector. In totaal valt dus 2/3 van de woningen binnen het betaalbare segment (sociale huur en betaalbare koop). Hiermee worden er voldoende betaalbare woningen gerealiseerd. De woningen worden duurzaam en gasloos ontwikkeld en binnen het plan wordt aandacht besteed aan klimaatadapatieve maatregelen.

De woningen zijn geschikt voor ouderen en starters en daarnaast worden binnen het plan twee woonwagens gerealiseerd, derhalve is er oog voor speciale doelgroepen. Het project is in lijn met de woondeal regio Arnhem-Nijmegen. 3.3.2

Woonagenda subregio Arnhem

Voor de subregio Arnhem en omgeving (gemeenten Arnhem, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden en Rozendaal) is voor de periode 2019-2030 behoefte aan een netto toevoeging van circa 12.510 te realiseren woningen. De groei is het grootst in de komende vijf jaar: een kleine 1.800 woningen gemiddeld per jaar. In de huidige plancapaciteit van gemeenten zijn ca. 12.000 woningen opgenomen, waarvan ruim 6.300 in harde plannen en ruim 5.700 in zachte plannen is. Er zijn nog onvoldoende plannen om te voorzien in de restopgave tot 2025. Verder is er weinig ruimte voor planuitval, terwijl de praktijk leert dat hiermee wel rekening moet worden gehouden. Bij goed adaptief programmeren is het nodig dat er steeds voldoende potentiële bouwplannen klaarliggen om vertraging en uitval zoveel mogelijk te beperken. Toetsing Het onderhavig plan valt onder de zachte plancapaciteit binnen de gemeente Overbetuwe en voorziet in de lokale woningbehoefte. Het plan past binnen de woonagenda subregio Arnhem.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie

De gemeenteraad van Overbetuwe heeft op 1 oktober 2019 de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie is erop gericht de kwaliteit van de leefomgeving op niveau te houden en waar mogelijk (verder) te verbeteren. Een vitale en aantrekkelijke leefomgeving in Overbetuwe is belangrijk, voor nu en in de toekomst. Om deze optimaal te houden, hanteert Overbetuwe haar identiteit als fundament. De gemeente onderscheidt een aantal kernwaarden die als vertrekpunt en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaan in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Deze worden eveneens als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied is een speerpunt in het beleid.

18

Motivering (ontwerp)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk In de (door)ontwikkeling als gebied, moet rekening gehouden worden met belangrijke trends. Deze trends dwingen de gemeente Overbetuwe in de verdere ontwikkeling te kiezen voor een focus op zes opgaven:  Vitaal buitengebied in beweging;  Innovatieruimte voor ondernemerschap;  Samen werken aan energietransitie;  Gevarieerde dorpse woonomgeving;  Netwerk verbonden met samenleving;  Voorzieningen geclusterd. Toetsing Het besluitgebied valt binnen de bebouwde kom van Randwijk en voorziet in een deel van de lokale woningbehoefte. De woningen worden duurzaam ontwikkeld waarbij aandacht wordt besteed aan de energietransitie en klimaatadaptatie door het aanleggen van zonnepanelen en een wadi. Ook worden de woningen stedenbouwkundig logisch ingepast. Het project draagt dan ook bij aan het bereiken van een kwalitatief goede en gevarieerde dorpse woonomgeving. De beoogde ontwikkeling past derhalve binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. 3.4.2

Woonagenda Overbetuwe 2025

In de Woonagenda 2025 verwoordt de gemeente Overbetuwe haar doelen en ambities op het gebied van wonen. Als basis voor deze Woonagenda is een uitgangspuntennotitie opgesteld. Daarnaast vonden woningmarktanalyses en gesprekken met stakeholders plaats bij de voorbereiding van de Woonagenda. De Woonagenda bevat geen gedetailleerd uitvoeringsprogramma, maar een koers waarbinnen de komende jaren plannen voor kernen en locaties kunnen worden uitgewerkt. Centraal staat dat de gemeente over voldoende woningen met de juiste kwaliteit wil beschikken om huishoudens de gewenste stappen in hun wooncarrière te laten maken. Dat wil zeggen voor iedere stap in de levensloop een geschikt woonalternatief. De Woonagenda omvat vier centrale thema's:  Voorraadstrategie: nieuw en bestaand;  Verduurzaming en koppelkansen;  Bijzondere doelgroepen en woonvormen;  Wonen en zorg. Elk van deze thema's is nader beschouwd in de Woonagenda. De woningbehoefte voor de gemeente Overbetuwe in de periode 2019-2030 is minstens 2.000 woningen. De woningbouwproductie blijft achter bij deze groei. Daarnaast wil de gemeente een extra bijdrage leveren aan de versnellings- en groeiopgave vanuit de regionale Woondeal. Dit gaat om een nog nader te bepalen aantal woningen, waarbij gedacht wordt aan circa 3.000 à 4.000 extra woningen in het middengebied (Overbetuwe en Lingewaard).

In kwalitatief opzicht is het een belangrijke ondervinding dat betaalbaar wonen onder druk staat. Dit heeft verschillende oorzaken. De gemeente werkt in de Woonagenda toe naar een streefprogramma in de woningbouwprogrammering om de woningmarkt beter in balans te krijgen. Hierin wordt ook rekening gehouden met de veranderende woningvraag door bekende trends, zoals het toenemende aantal eenpersoonshuishoudens en de groei van het aantal huishoudens van 65 jaar en ouder.

Motivering (ontwerp)

19

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk Toetsing Het onderhavig plan betreft de realisatie van 15 grondgebonden woningen met een gevarieerd programma, waarvan 2/3 valt binnen het betaalbare segment. Het merendeel van de woningen zijn levensloopbestendig, wat de woningen aantrekkelijk maakt voor zowel starters als ouderen. Daarnaast is binnen het plan tevens ruimte voor twee woonwagens. Binnen het plan is daarom rekening gehouden met bijzondere doelgroepen. Daarnaast worden de woningen duurzaam ontwikkeld met voldoende groen. Het plan speelt in op de lokale woningbouwbehoefte en is in lijn met de Woonagenda Overbetuwe.

20

Motivering (ontwerp)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk

Hoofdstuk 4

Gevolgen fysieke leefomgeving

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Algemeen

De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma's waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Voor plannen en programma's die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.

Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma's die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De plan-m.e.r.-beoordeling betreft een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. 4.1.2

Toetsing

Onderhavig project (de realisatie van een appartementencomplex, levensloopbestendige woningen, twee-onder-een-kapwoningen, woonwagens en een vrijstaande woning) is een project zoals benoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit, namelijk 'een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen' (nr. J11). Voor dit project geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht, aangezien sprake is van aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. Een directe m.e.r.-plicht is voor projecten onder nummer J11 niet van toepassing. Vanwege het feit dat er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, is een m.e.r.-beoordeling nodig. In de m.e.r.-beoordeling1 is beoordeeld of vanwege de woningbouwontwikkeling nadelige effecten op het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer.

Motivering (ontwerp)

21

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk

Aspect

Beoordeling milieueffecten

Natuur (gebiedsbescherming)

Op grond van het stikstofonderzoek kunnen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden door stikstof worden uitgesloten.

Natuur (soortenbescherming)

Volgens de verleende ontheffing is er een controle uitgevoerd of de panden ongeschikt zijn gemaakt voor beschermde soorten en of dit volgens de voorschriften uit de ontheffing is gedaan. Daarnaast is een check uitgevoerd of nog aanwezige vleermuizen aanwezig waren in het pand. Uit deze check blijkt dat er geen vleermuizen aanwezig zijn.

Verkeer

De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking met aansluitingen op de omliggende wegen zonder te verwachten afwikkelingsproblemen. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht.

Geluid

Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal er geen sprake zijn van een merkbare toename van de geluidbelasting als gevolg van de extra verkeersaantrekkende werking ten opzichte van de huidige situatie. Negatieve (milieu)effecten zijn daarmee uitgesloten.

Luchtkwaliteit

Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de projectbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.

Archeologie

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is voorzien in een archeologisch bureau- en booronderzoek. Daaruit blijkt dat de gronden op de plaats van de ontwikkeling geen noemenswaardige sporen bevatten. Negatieve (milieu)effecten zijn niet te verwachten.

4.1.3

Conclusie

Gelet op de kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen belangrijke negatieve milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.

4.2

Bodem

4.2.1

Algemeen

Om een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie toe te kunnen staan, dient op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.89i en 5.89j) aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik. Een locatie is bodemgevoelig als hier een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of omgevingsvergunning. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend of toebehorend aan een bodemgevoelig gebouw, zoals een tuin of terrein. Onder een bodemgevoelig gebouw wordt verstaan: een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn.

22

Motivering (ontwerp)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk Om aan te tonen of de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) noodzakelijk. Dit onderzoek moet uitwijzen of de locatie mag worden aangewend voor de beoogde ontwikkeling. Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie zijn (op grond van artikel 5.89i Bkl) opgenomen in het omgevingsplan. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. 4.2.2

Toetsing

Vanwege de realisatie van bodemgevoelige objecten in de vorm van woningen is er een verkennend bodem- en asbestonderzoek2 conform de NEN 5740 en 5707 uitgevoerd om te bepalen of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld, te weten:  Deellocatie A: voormalige boomgaard (bovengrond tot 30 cm minus maaiveld; OCB)  Deellocatie B: gehele onderzoekslocatie (parameters standaard pakket grond)  Deellocatie C: mogelijke voormalige watergang  Deellocatie D: drupzone ontbrekende dakgoot schuur 4 Conclusie deellocatie A: voormalige boomgaard Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bovengrond (0-0,3 m-mv) mogelijk diffuus verontreinigd is met bestrijdingsmiddelen met een heterogeen karakter op schaal van monsterneming en daarom de hypothese 'verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' geldt. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt het volgende:  Zintuiglijk zijn geen bijzonderheden waargenomen.  In de bovengrond zijn geen bestrijdingsmiddelen aangetoond in een gehalte boven de achtergrondwaarde. Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' formeel verworpen kan worden.

Conclusie deellocatie B: gehele onderzoekslocatie Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem van de locatie, buiten OCB in de bovengrond (zie deellocatie A) niet of slechts licht verontreinigd is en derhalve de hypothese 'onverdacht' geldt. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt het volgende:  Zintuiglijk zijn geen bijzonderheden waargenomen.  De bovengrond op het meest zuidelijke deel van de onderzoekslocatie is licht verontreinigd met kobalt, nikkel en zink.  In de overig geanalyseerde mengmonsters zijn geen van de onderzochte parameters aangetroffen in een gehalte boven de achtergrondwaarde. Deze licht verhoogde gehalten aan metalen zijn niet schokkend en vormen geen aanleiding tot nader onderzoek.  Het grondwater is licht tot matig verontreinigd met barium. Hiervoor wordt verwacht dat dit van nature in het grondwater aanwezig is.  Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de streefwaarde. Het matig verhoogd gehalte aan barium is niet schokkend en vormt geen aanleiding tot nader onderzoek.

Motivering (ontwerp)

23

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdacht' formeel kan worden verworpen. De aangetoonde lichte tot matige verontreinigingen zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische bodemkwaliteit is afdoende bekend. Conclusie deellocatie C: mogelijke voormalige watergang Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem ter plaatse van de mogelijke voormalige watergang mogelijk diffuus verontreinigd is met dempingsmateriaal met een heterogeen karakter op schaal van monsterneming en daarom de hypothese 'verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' geldt. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt het volgende:  Zintuiglijk zijn geen bijzonderheden waargenomen. Hierdoor gelden de analyseresultaten (tevens) als onderdeel van deellocatie A en B.  In de bovengrond zijn geen bestrijdingsmiddelen aangetoond in een gehalte boven de achtergrondwaarde.  In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan koper aangetroffen.  Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrondwaarde. Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' formeel verworpen kan worden. Ter plaatse van de voormalige watergang is geen dempingsmateriaal aangetroffen.

Het licht verhoogd gehalte aan koper in de ondergrond is niet specifiek toe te kennen aan de voormalige watergang. De aangetoonde lichte verontreiniging is niet verontrustend en geeft geen aanleiding tot nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische bodemkwaliteit is afdoende bekend. Conclusie deellocatie D: drupzone ontbrekende dakgoot schuur 4 Uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt het volgende:  Ter plaatse van de druppelzone schuur 4 zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen.  In de fijne fractie van de inspectiegaten G200 + G201 (schuur 4) is geen asbest aangetoond. Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit van het perceel vormt (verder) geen belemmering voor verlening van de geplande functiewijziging en een omgevingsvergunning (bouwen). 4.2.3

Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.3

Geluid

4.3.1

Algemeen

Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds.

24

Motivering (ontwerp)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk Geluid door (spoor)wegen en industrieterreinen De mate waarin het geluid van (spoor)wegen en industrieterreinen omliggende geluidgevoelige functies mag belasten is geregeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Daarin zijn instructieregels opgenomen die erop zijn gericht het geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein te beheersen (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt daarbij onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (GPP) en bronnen met een basisgeluidemissie (BGE). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Daarom moet bij nieuwe ontwikkelingen gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de voornoemde bronnen, het geluid van deze bronnen op geluidgevoelige gebouwen altijd beoordeeld worden (artikel 3.20 Bkl). Daarbij wordt getoetst aan de onderstaande waarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Grenswaarde in Lden (dB) Geluidbronsoorten

Standaardwaarde in Lden Nieuwe geluidgevoelige Aanleg of (dB) gebouwen aanpassing bron

Rijks- en provinciale wegen

50

60

65

Gemeente- en waterschapswegen

53

70

70

Hoofd- en lokale spoorwegen

55

65

70

Industrieterreinen

50

55

60

40 Lnight

45 Lnight

50 Lnight

Als de (gezamenlijke) geluidbelasting niet voldoet aan de standaardwaarde kunnen geluidbeperkende maatregelen worden getroffen om het geluid te verminderen tot de standaardwaarde. Het Bkl biedt de mogelijkheid om een hogere geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toe te staan tot de grenswaarde, ook voor de geluidbelasting op bestaande geluidgevoelige gebouwen. Het bevoegd gezag kan dit alleen toestaan als met geluidbeperkende maatregelen niet aan de standaardwaarde voldaan kan worden. In dat geval moet gemotiveerd worden dat de maatregelen niet getroffen worden vanwege overwegende bezwaren van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, technische of financiële aard. Bovendien moet de binnenwaarde van 33 dB (artikel 4.30 Bbl) te allen tijde gewaarborgd zijn. Een geluidgevoelig gebouw kan binnen meer dan één geluidaandachtsgebied liggen. In dat geval moet bij de vaststelling van een hogere waarde, onderzoek worden gedaan naar de effecten van de cumulatie van alle geluidbronnen tezamen. Geluid door activiteiten Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, dient – naast het geluid afkomstig van (spoor)wegen en industrieterreinen – ook het geluid van overige activiteiten in de fysieke leefomgeving beoordeeld te worden.

Bij een aanpassing van het omgevingsplan houdt de gemeente rekening met het geluid door activiteiten met gebruiksruimte op geluidgevoelige gebouwen. Het gaat hierbij om het geluid van alle activiteiten tezamen. In de afweging betrekt de gemeente de specifieke plaatselijke situatie en de (cumulatieve) gevolgen van activiteiten voor de gezondheid van haar burgers en het milieu. Rekening houden met geluid werkt twee kanten op, het gaat om het toelaten van: 1. activiteiten met gebruiksruimte nabij geluidgevoelige gebouwen; 2. geluidgevoelige gebouwen nabij bestaande activiteiten met gebruiksruimte.

Motivering (ontwerp)

25

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk Dit wijzigingsbesluit maakt de realisatie van geluidgevoelige gebouwen mogelijk, op korte afstand van een locatie met activiteiten die geluid(hinder) veroorzaken. Hierbij geldt dat getoetst moet worden aan de standaard- en grenswaarden zoals omschreven in het permanente omgevingsplan of - indien dat nog niet aanwezig is - de standaard- en grenswaarden uit het Bkl (artikel 5.65 en 5.66). Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet werd gewerkt met de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering 2009'. Hierin is een lijst van inrichtingen opgenomen waarbij de inrichtingen op grond van de hinder die zij veroorzaken, zijn opgedeeld in 6 categorieën. Hierbij wordt ervan uit gegaan dat een inrichting uit categorie 1 relatief weinig hinder veroorzaakt en een inrichting uit categorie 6 bijzonder veel hinder veroorzaakt. In de Omgevingswet wordt niet langer gewerkt met de term inrichting en wordt gesproken over milieubelastende activiteiten. Omdat in voorliggende situatie het gemeentebrede omgevingsplan nog niet gereed is en daarmee de bestemmingsplannen nog onderdeel uitmaken van omgevingsplan, is het kader van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering 2009' nog wel relevant.

Onder de Omgevingswet worden echter alleen nog de aspecten geluid en geur meegenomen in de afweging evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.3.2

Toetsing

Geluid door wegen In het kader van de wijziging van het omgevingsplan is onderzoek noodzakelijk naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer. Derhalve is een akoestisch onderzoek geluid wegverkeer 3 uitgevoerd. Navolgende afbeelding laat de vertaling zien naar het akoestisch rekenmodel.

26

Motivering (ontwerp)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk

Akoestisch rekenmodel Op basis van dit onderzoek, waarbij is getoetst op de randen van de bouwvlakken, kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Gemeentewegen Als gevolg van de omliggende gemeente- en waterschapswegen tezamen wordt de standaardwaarde van 53 dB Lden in zijn geheel niet overschreden. De hoogste geluidbelasting bedraagt 46 Lden. Er wordt voldaan aan de instructieregels uit het Bkl. Het aspect geluid door wegverkeer vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Motivering (ontwerp)

27

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk Geluid door activiteiten De ontwikkellocatie ligt aan de oostrand van de bebouwde kom van Randwijk. In de directe omgeving van de ontwikkellocatie is zowel juridisch-planologisch als feitelijk gezien sprake van voornamelijk woonbebouwing. Alleen ten noorden en zuiden van de ontwikkellocatie liggen enkele maatschappelijke en gemengde functies. De omgeving is dan ook een gebied waar functiemenging vrijwel afwezig is, het gebied kan dan ook getypeerd worden als 'woongebied'. De voorgenomen ontwikkeling omvat de realisatie van 15 grondgebonden nieuwbouwwoningen. Woningen worden niet gezien als een hinderveroorzakende activiteit. Op basis van het Bkl (artikelen 3.21 & 5.91) worden woningen wel gezien al een geluidsgevoelige functie. Daarom wordt de geluidshinder door milieubelastende activiteiten getoetst op de ontwikkeling. De aanwezige bedrijvigheid met de bijhorende richtafstand voor geluid op basis van de oude VNG publicatie is in de navolgende tabel opgenomen en ook is de werkelijke afstand van de bedrijvigheid tot de nieuwbouwwoningen weergegeven. Bedrijfssoort Gemengde bestemming Kerkstraat

Adres

Omschrijving VNG

Kerkstraat 23

Max. milieucategorie 1 en 2

Richtafstand (m) 30 m

Gemeten afstand (m) ±5m

Basisschool Met de Kerkstraat 7 Bijbel

Scholen voor basis- 30 m en algemeen voortgezet onderwijs

± 175 m

Hervormde Kerkgemeente Randwijk

Kerkstraat 1

Kerkgebouwen e.d. 30 m

± 125 m

Gemende bestemmingen Bredeweg

Bredeweg 53, 51, 59a en 63

Max. milieucategorie 1 en 2

30 m

± 40

Dienstverlening Bredeweg 65 akker- en landbouw

Dienstverlening 50 m t.b.v. de landbouw: algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m²

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=242e53e8-1633-41f0-aebc-57bdfb4baaed