CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

26-02-24.14 Relevant stuk 2. Bijlagenboek Boterhoeksestraat 11

Gemeenteraadsvergadering 24 februari 2026, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen omgevingsplan "Buitengebied, Boterhoeksestraat 11, Heteren"3.745 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Boterhoeksestraat 11, Heteren

Quickscan flora en fauna Quickscan flora en fauna van drie gebouwen op het erf van Boterhoeksestraat 11 in Heteren

Bram van Dijk 23 juli 2025

Terra Silva KVK-nummer 87064448 Nude 50 3911 VK Rhenen 0618720881 info@terrasilva.nl www.terrasilva.nl

Titel Ondertitel Versie Datum Auteur Opdrachtgever

Quickscan flora en fauna Boterhoeksestraat 11, Heteren Quickscan flora en fauna van drie gebouwen op het erf van Boterhoeksestraat 11 in Heteren 1.0 23 juli 2025 B. (Bram) van Dijk BMG B.V.

© Terra Silva Van Dijk, B. (2025), Quickscan flora en fauna Boterhoeksestraat 11, Heteren. Quickscan flora en fauna van drie gebouwen op het erf van Boterhoeksestraat 11 in Heteren

Inhoudsopgave Samenvatting ..........................................................................................................................5 1.

Inleiding ...........................................................................................................................6 1.1.

Aanleiding en doelstelling.........................................................................................6

1.2.

Huidige situatie en voorgenomen ontwikkelingen ......................................................6

1.2.1.

Huidige situatie ................................................................................................6

1.2.2.

Voorgenomen ontwikkelingen ...........................................................................7

1.3 Leeswijzer .....................................................................................................................7 2.

3.

Wettelijk kader en methode ..............................................................................................8 2.1

Omgevingswet .........................................................................................................8

2.2

Onderzoeksmethode................................................................................................8

2.2.1

Bureaustudie .......................................................................................................8

2.2.2

Quickscan veldbezoek..........................................................................................8

2.2.3

Toets flora- en fauna-activiteit...............................................................................8

Soortbescherming ............................................................................................................9 3.1 Flora ..............................................................................................................................9 3.2 Zoogdieren .....................................................................................................................9 3.2.1 Vleermuizen ............................................................................................................9 3.2.2 Kleine marterachtigen ............................................................................................ 11 3.2.3 Overige zoogdieren ................................................................................................ 11

3.3 Vogels ............................................................................................................................. 11 3.3.1. Vogels met jaarrond beschermd nest ..................................................................... 12 3.3.2 Vogels zonder jaarrond beschermd nest ................................................................. 13 3.4 Amfibieën.................................................................................................................... 14 3.5. Overige soortgroepen .................................................................................................. 14 3.6 Specifieke zorgplicht .................................................................................................... 14 Bronnen ................................................................................................................................ 16

Samenvatting BMG B.V. is voornemens om drie agrarische gebouwen (een mestsilo, koeienstal en vloedschuur) op het adres Boterhoeksestraat 11 in Heteren te slopen. Het initiatief valt onder de Omgevingswet en vereist een ecologische toetsing op mogelijke effecten op beschermde soorten. Gebiedsbescherming en houtopstanden vallen buiten de scope van dit onderzoek. Onderzoeksmethode Het onderzoek bestond uit een bureaustudie naar recente waarnemingen van beschermde soorten in de NDFF, gevolgd door een veldbezoek op 10 juli 2025 en een toetsing op potentiële effecten op beschermde flora en fauna. Conclusies per soortgroep • Binnen het projectgebied zijn geen beschermde of invasieve plantensoorten aangetroffen of te verwachten, waardoor effecten op flora kunnen worden uitgesloten. • De aanwezige bebouwing en omgeving bieden geen geschikt habitat voor vleermuizen als verblijfplaats, vliegroute of foerageergebied, waardoor negatieve effecten uitgesloten zijn. • Voor kleine marterachtigen en overige grondgebonden zoogdieren zoals veldmuis en bosmuis geldt dat verstoring beperkt kan blijven tot incidentele schade, mits volgens de zorgplicht wordt gewerkt. • Het projectgebied biedt marginaal geschikt overwinteringshabitat voor algemene amfibieën, maar door het nemen van voorzorgsmaatregelen kan schade aan deze soorten worden voorkomen.

• De aanwezigheid van broedvogels zoals roodborst en winterkoning wordt verwacht in het struweel rondom de vloedschuur, maar verstoring is te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken. • Voor steenuil geldt dat het erf mogelijk deel uitmaakt van essentieel leefgebied; met gerichte mitigerende maatregelen kan verstoring worden voorkomen en is een vergunning niet nodig. Zie hiervoor paragraaf 3.3.1. • Voor overige soortgroepen zoals reptielen, vissen en ongewervelden worden geen beschermde soorten verwacht, al blijft de specifieke zorgplicht van toepassing. Zorgplicht en aanbevelingen Om schade aan natuurwaarden zoveel mogelijk te voorkomen, wordt geadviseerd om de werkzaamheden uit te voeren onder begeleiding van een ecologisch deskundige, buiten kwetsbare perioden voor fauna, en met vastlegging in een ecologisch logboek. Conclusie Bij uitvoering conform de voorgestelde maatregelen en met inachtneming van de specifieke zorgplicht is het project uitvoerbaar zonder vergunning voor flora- en fauna-activiteiten, en is vervolgonderzoek niet nodig.

1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doelstelling BMG B.V. is voornemens drie gebouwen op het erf aan de Boterhoeksestraat 11 in Heteren te slopen en binnen de bestaande contouren van de bebouwing nieuw te realiseren. Het betreft een koeienstal, een vloedschuur en een betonnen mestsilo. Deze gebouwen maakten deel uit van een melkveehouderij die is beëindigd in het kader van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv). Voor de uitvoering van het voornemen is een omgevingsvergunning vereist voor een omgevingsplanactiviteit. Wet- en regelgeving omtrent natuurbescherming verplicht initiatiefnemers vooraf te toetsen of een activiteit kan leiden tot conflicten met beschermde natuurwaarden. In deze quickscan natuurtoets zijn de effecten van het voornemen beoordeeld in het licht van de soortenbescherming onder de Omgevingswet. Gebiedsbescherming (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland) en de bescherming van houtopstanden vallen buiten de scope van dit onderzoek.

1.2. Huidige situatie en voorgenomen ontwikkelingen 1.2.1.

Huidige situatie

Het projectgebied omvat – van west naar oost – een mestsilo, een koeienstal en een vloedschuur (zie figuur 1 t/m 4). Alle te slopen bebouwing bevindt zich op het erf van Boterhoeksestraat 11 in Heteren. De directe omgeving bestaat uit verharding van klinkers en beton, gemaaid gras, enkele bomen en overige schuren en gebouwen. Mestsilo De mestsilo, gebouwd in de jaren negentig, bestaat uit massieve betonnen wanden met een kunststof afdekking. De silo heeft een diameter van circa 15 meter en is ongeveer 4 meter hoog. Koeienstal De koeienstal dateert uit de jaren zeventig en bestaat uit gelamineerde houten spanten. De kopgevels zijn voorzien van horizontale houten rabatdelen en de zijgevels zijn bekleed met kunststof panelen. Het dak bestaat uit sandwichpanelen met isolatie; op een deel hiervan zijn zonnepanelen geplaatst. De nok is verhoogd ten opzichte van het dakvlak, waardoor een open ventilatiestrook is ontstaan. De afmetingen van de stal zijn circa 60 bij 20 meter, met een nokhoogte van ongeveer 8 meter. Vloedschuur De vloedschuur stamt uit het einde van de 19e eeuw. In de loop van de vorige eeuw is de schuur meerdere malen verbouwd. Daarbij is onder andere een dak van asbesthoudende golfplaten aangebracht. De gevels bestaan deels uit massieve bakstenen muren en deels uit horizontale houten bekleding.

De schuur meet ongeveer 15 bij 12 meter en heeft een geschatte nokhoogte van circa 10 meter boven het maaiveld.

Figuur 1. Het erf met binnen het rode kader van links naar rechts de mestsilo, koeienstal en vloedschuur.

1.2.2.

Voorgenomen ontwikkelingen

Vanwege de deelname aan de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) worden de gebouwen gesloopt. De mestsilo, koeienstal en vloedschuur zullen volledig worden verwijderd door BMG B.V. Alle vrijgekomen materialen worden afgevoerd en waar mogelijk hergebruikt. Na sloop wordt het terrein geëgaliseerd. Op (een deel van) de vrijgekomen ruimte worden nieuwe schuren gebouwd voor de opslag van materieel. De resterende ruimte zal worden opgenomen in de bestaande groene zone van het erf. Daarbij is het voornemen om gebiedseigen beplanting toe te passen, op een wijze die aansluit bij de cultuurhistorische context van het erf. De sloopwerkzaamheden staan gepland voor de herfst of winter van 2025, en/of in de eerste maanden van 2026, en zullen naar verwachting enkele weken in beslag nemen.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het juridische kader van deze quickscan natuurtoets beschreven, evenals de toegepaste methodiek. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de aanwezigheid of verwachte aanwezigheid van beschermde soorten binnen de invloedssfeer van het initiatief. Daarbij wordt aangegeven welke mitigerende maatregelen mogelijk zijn om schade aan soorten te voorkomen, of sprake is van een vergunningplicht en of vervolgonderzoek nodig is om kennisleemten aan te vullen. Ook wordt beoordeeld of het initiatief nadelige gevolgen kan hebben voor beschermde

natuurwaarden. Indien dat het geval is, worden de noodzakelijke vervolgstappen benoemd. Tot slot is in hoofdstuk 4 een overzicht opgenomen van de geraadpleegde bronnen.

2. Wettelijk kader en methode 2.1 Omgevingswet De juridische bescherming van natuur in Nederland is geregeld via de Omgevingswet. Deze wet bestaat, naast de wet zelf, uit vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) en één ministeriële regeling. De Omgevingswet regelt onder meer de bescherming van flora en fauna, Natura 2000-gebieden, houtopstanden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In dit rapport wordt uitsluitend ingegaan op het onderdeel soortenbescherming.

2.2 Onderzoeksmethode 2.2.1 Bureaustudie Om een eerste beeld te verkrijgen van aanwezige natuurwaarden in en rondom het projectgebied, is gestart met een bureaustudie. Daarbij zijn onder andere verspreidingsgegevens van beschermde soorten geraadpleegd via de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Voor deze analyse is een zoekgebied gehanteerd met een straal van ruim vijf kilometer rond het projectgebied, waarbij waarnemingen uit de afgelopen tien jaar zijn meegenomen.

2.2.2 Quickscan veldbezoek Op basis van de resultaten uit de bureaustudie is een veldbezoek uitgevoerd door een ecoloog van Terra Silva op 10 juli 2025. De weersomstandigheden tijdens het bezoek waren helder, droog, windstil en circa 17 °C. Tijdens het veldbezoek is het projectgebied en een omliggende zone van circa 100 meter onderzocht, met specifieke aandacht voor de aanwezigheid van (biotopen van) beschermde soorten. Naast een beoordeling van aanwezige biotopen is gelet op aanwijzingen voor onder andere jaarrond beschermde vogelnesten, verblijfplaatsen van vleermuizen en de mogelijke aanwezigheid van invasieve exotische plantensoorten, zoals Japanse duizendknoop.

2.2.3 Toets flora- en fauna-activiteit Op basis van de bureaustudie en het veldonderzoek is beoordeeld of beschermde soorten voorkomen of te verwachten zijn binnen de invloedssfeer van het project. Vervolgens is vastgesteld of het voornemen kan leiden tot schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde soorten of hun leefgebied. Tot slot is bepaald of nadere stappen noodzakelijk zijn, zoals het treffen van mitigerende maatregelen, het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit.

3. Soortbescherming 3.1 Flora In het projectgebied zijn enkele algemeen voorkomende plantensoorten waargenomen die duiden op voedselrijke omstandigheden, zoals grote brandnetel en heermoes. Tijdens het veldbezoek zijn geen plantensoorten aangetroffen waarvoor een vergunningplicht geldt bij ruimtelijke ingrepen. Ook zijn er geen invasieve exoten vastgesteld. Op basis van de aanwezige soortensamenstelling, terreinkenmerken en verspreidingsgegevens (NDFF, 2025) worden dergelijke soorten ook niet verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van de soortgroep flora zijn in het kader van de Omgevingswet niet aan de orde. Wel is de specifieke zorgplicht van toepassing (zie paragraaf 3.6).

3.2 Zoogdieren 3.2.1 Vleermuizen Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie kader 3.1). Binnen en rond het projectgebied zijn waarnemingen bekend van foeragerende en langsvliegende exemplaren van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis (NDFF, 2025). Kader 3.1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen bevinden zich in donkere, beschutte ruimten zoals spouwmuren, kelders, zolders of holle bomen. Voorbeelden zijn kraamverblijven, paarverblijven, baltsplekken en winterverblijven. Deze zijn beschermd; verstoring, beschadiging of verwijdering is verboden.. Vliegroutes Vleermuizen gebruiken vaste structuren zoals bomenrijen, houtwallen en bebouwingslijnen voor oriëntatie. Als alternatieven ontbreken, worden deze structuren als essentieel en juridisch beschermd beschouwd.. Foerageergebieden Foerageergebieden omvatten gebieden met een hoge insectendichtheid (bijvoorbeeld boven water of langs bosranden). Deze zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het voortbestaan van een populatie.

Verblijfplaatsen De gebouwen op het erf zijn op basis van constructie ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen (zie figuur 2, 3 en 4). Er ontbreken kenmerken zoals open spouwen of toegang tot donkere zolders. Schade aan verblijfplaatsen is uitgesloten; vervolgmaatregelen zijn niet noodzakelijk.

Figuur 2. Buitenzijde van de mestsilo en een deel van de koeienstal.

Figuur 3. Binnenzijde koeienstal met houten spanten en sandwichpanelen.

Figuur 2. Binnenzijde van de vloedschuur met asbest golfplaten.

Vliegroutes Het projectgebied bevat geen grootschalige lijnvormige structuren die als vliegroute dienen. De werkzaamheden worden bovendien uitsluitend bij daglicht uitgevoerd, waardoor verstoring van vliegroutes is uitgesloten. Foerageergebieden Door de afwezigheid van oppervlaktewater en dichte vegetatie is het projectgebied geen geschikt foerageergebied. Verstoring van foeragerende vleermuizen is uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen in het kader van vleermuizen aan de orde.

3.2.2 Kleine marterachtigen In de omgeving van het projectgebied zijn enkele oudere waarnemingen bekend van bunzing en wezel (NDFF, 2025), op meer dan één kilometer afstand. Het projectgebied zelf biedt geen geschikt leefgebied of verblijfplaatsen voor deze soorten. De erfgrenzen bevatten wel potentieel geschikt habitat, maar deze blijven bij de werkzaamheden ongemoeid. Vervolgmaatregelen zijn niet noodzakelijk.

3.2.3 Overige zoogdieren Voor bijvoorbeeld das, eekhoorn en steenmarter ontbreekt het binnen het projectgebied aan geschikte biotoop, bovendien zijn er geen waarnemingen van deze soorten bekend. (Vaste) verblijfplaatsen en/of essentieel foerageergebied van andere beschermde grondgebonden zoogdieren die zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde zoogdieren zonder provinciale vrijstelling (zoals bever) worden op basis van de terreinkenmerken, het veldbezoek en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2025) uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde. Wel zijn binnen het projectgebied vaste verblijfplaatsen van algemeen voorkomende grondgebonden zoogdiersoorten bekend en/of te verwachten. Dit zijn onder andere veldmuis, gewone bosmuis. Bij voorgenomen werkzaamheden in het projectgebied kunnen enkele exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Gelderland een vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Omgevingswet. Voor het opzettelijk doden van dieren geldt geen vrijstelling van vergunningplicht in Gelderland. In paragraaf 3.6 zijn voorzorgsmaatregelen genoemd om opzettelijk doden van dieren te voorkomen.

Indien volgens deze voorzorgsmaatregelen wordt gewerkt én dit wordt vastgelegd in een logboek (of ecologisch werkprotocol), kan worden aangetoond dat er zorgvuldig en conform de specifieke zorgplicht wordt gewerkt en opzettelijk doden van soorten wordt voorkomen.

3.3 Vogels Voor vogels wordt onderscheid gemaakt tussen soorten met en zonder jaarrond beschermde nestplaatsen. Nestlocaties van sommige soorten, inclusief de functionele omgeving, zijn permanent beschermd (zie kader 3.2).

Kader 3.2 Vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen Onder jaarrond beschermde nesten van vogels wordt in provincie Gelderland verstaan: in functie zijnde nesten en rustplaatsen van boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, torenvalk, wespendief en zwarte wouw. Voor sommige andere soorten geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.

3.3.1. Vogels met jaarrond beschermd nest Steenuil In de omgeving zijn waarnemingen bekend van steenuil (NDFF, 2025). De nesten van steenuilen zijn het gehele jaar beschermd. Bovendien staat de soort op de Nederlandse rode lijst in de categorie ‘kwetsbaar’ (van Kleunen et al. 2017). Steenuil komt voor in kleinschalige cultuurlandschappen en heeft nestplaatsen in holle bomen, onder dakpannen of in nestkasten. Steenuilen foerageren veelal binnen enkele honderden meters van hun nest dat ze jaarrond gebruiken. Hun nest is van groot belang voor het overleven en de voorplanting en iedere verstoring is daarom verboden. De bebouwing in het projectgebied is door de constructies ongeschikt als nestlocatie voor steenuil. Wel is het aannemelijk dat steenuil een nest en essentieel leefgebied heeft op het erf. In het kader van de bescherming van de jaarrond beschermde nestplaats en bijbehorend leefgebied van steenuil is daarom een aantal mitigerende maatregelen van toepassing. 1. Uitstraling van bouwlampen in het donker en in de schemer richting het essentiële leefgebied van steenuil moet worden voorkomen. Het essentiële leefgebied van de steenuil is weergegeven in figuur 5. 2. Negatieve effecten van geluid richting de omgeving moet tot een minimum worden beperkt. 3. De werkzaamheden moeten zo kort mogelijk duren om verstoring te minimaliseren. 4.

Er wordt gewerkt vanaf de bestaande verharding, groenelementen zoals bomen en gras worden behouden. 5. Er wordt buiten de broedperiode van de steenuil gewerkt. De broedperiode van steenuil is in april tot en met juni. 6. Om de steenuil de mogelijkheid te bieden om uit te wijken naar een rustig leefgebied, moeten er twee alternatieve nestkasten worden aangeboden die zich buiten de verstoringafstand van de werkzaamheden bevinden. Voorbeelden van mogelijke alternatieve locaties zijn weergegeven in figuur 5. Het plaatsen van de kasten kan gebeuren in overleg met de lokale steenuilenwerkgroep. Als bovenstaande maatregelen worden toegepast, dan wordt verstoring van steenuilen voorkomen en is zijn er geen vervolgstappen (zoals een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit) aan de orde.

Figuur 3. Het paarse gebied is essentieel leefgebied van de steenuil, hierin moet verstoring worden voorkomen. De rode stippen zijn voorbeelden van plekken waar steenuilenkasten kunnen worden opgehangen.

Overige vogels met een jaarrond beschermd nest In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van huismus en gierzwaluw. Bij de waarnemingen gaat het in de meeste gevallen om overvliegende of ter plaatse waargenomen dieren (NDFF, 2025). Beide soorten broeden in bebouwing, binnen de grenzen van het projectgebied ontbreekt het aan geschikte bebouwing. Negatieve effecten op overige jaarrond beschermde nesten als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden worden daarom uitgesloten. Mogelijk wordt het projectgebied wel gebruikt als foerageergebied door de bovengenoemde soorten. Door de voorgenomen werkzaamheden gaat echter geen foerageergebied verloren. Het nemen van vervolgstappen voor overige vogels met jaarrond beschermde nesten is niet aan de orde.

3.3.2 Vogels zonder jaarrond beschermd nest De struweelbegroeiing rondom de vloedschuur zorgt voor aanwezigheid van broedbiotoop voor algemene vogelsoorten zoals roodborst, tjiftjaf en winterkoning. Door te werken buiten de broedperiode van de meeste vogels (circa maart-augustus), wordt verstoring voorkomen.

3.4 Amfibieën Op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken en verspreidingsgegevens (NDFF, 2025) wordt voortplanting en overwintering van in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde amfibieën zonder vrijstelling in het projectgebied uitgesloten. Het marginaal geschikte landhabitat in het projectgebied wordt mogelijk wel gebruikt als overwinteringshabitat door soorten als gewone pad, bastaardkikker en bruine kikker. Daarnaast is geschikt overwinteringshabitat aanwezig in (oude) muizenholen. Bij het voornemen kunnen exemplaren en verblijfplaatsen van deze amfibieën geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Gelderland een vrijstelling van het verbodsartikel voor het beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- en rustplaatsen. Voor het opzettelijk doden van dieren geldt geen vrijstelling van vergunningplicht in Gelderland. In paragraaf 3.6 zijn voorzorgsmaatregelen genoemd om opzettelijk doden van dieren te voorkomen. Indien volgens deze voorzorgsmaatregelen wordt gewerkt én dit wordt vastgelegd in een logboek (of ecologisch werkprotocol), kan worden aangetoond dat er zorgvuldig en conform de specifieke zorgplicht wordt gewerkt en opzettelijk doden van soorten wordt voorkomen.

3.5. Overige soortgroepen Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2025), worden in het projectgebied geen (vaste) verblijfplaatsen of essentieel leefgebied verwacht van reptielen, vissen en ongewervelden waarvoor een omgevingsvergunningplicht geldt. Wel is (mogelijk) de specifieke zorgplicht van toepassing (zie paragraaf 3.6).

3.6 Specifieke zorgplicht Volgens de Omgevingswet geldt een zogeheten specifieke zorgplicht met betrekking tot beschermde soorten. Deze verplichting houdt in dat schade aan flora en fauna zoveel mogelijk moet worden voorkomen of beperkt. In het kader van dit project betekent dit dat er voorzorgsmaatregelen getroffen moeten worden om aan deze zorgplicht te voldoen. Deze plicht is van toepassing op alle inheemse wilde planten- en diersoorten. In dit geval gaat het om soorten uit de groepen vaatplanten, zoogdieren, vogels, amfibieën en ongewervelden. De geplande werkzaamheden kunnen mogelijk negatieve effecten hebben op belangrijke leefgebieden van deze soorten, zoals groeiplaatsen, nestlocaties, foerageergebieden, rustplekken en eieren. Om aan deze wettelijke zorgplicht te voldoen, worden hieronder maatregelen voorgesteld die gericht zijn op soortbescherming. Het wordt aanbevolen om deze maatregelen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden bij te houden in een logboek (zie bijlage 3 voor een voorbeeld). Zo’n logboek kan, indien nodig, worden gebruikt om aan te tonen dat zorgvuldig is gewerkt en dat er is gehandeld in lijn met de vereisten van de specifieke zorgplicht. Maatregelen • De maatregelen worden begeleid door een gekwalificeerd ecologisch deskundige. • Tijdens de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden wordt een ecologisch logboek bijgehouden.

Hierin worden maatregelen vastgelegd, bedoeld om schade op soorten te voorkomen waarvoor de specifieke zorgplicht geldt. Daarbij wordt

•

•

•

omschreven welke soort betrokken was en welke maatregelen zijn genomen op welke datum en locatie. Op deze manier kan in geval van handhaving eenvoudig worden aangetoond dat er zorgvuldig gewerkt wordt. De werkzaamheden vinden plaats buiten het broedseizoen van de meeste vogels (ongeveer maart – augustus) en buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van algemene amfibieën en zoogdieren (ongeveer maart – september). Om verstoring van nachtactieve dieren, zoals vleermuizen te voorkomen, worden de werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang uitgevoerd en wordt eventuele werkverlichting niet op bomen en bosranden gericht. Tijdens de werkzaamheden wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande wegen en paden.

Bronnen Literatuur van Kleunen A., Foppen R. & van Turnhout C. 2017. Basisrapport voor de Rode Lijst Vogels 2016 volgens Nederlandse en IUCN-criteria. Sovon-rapport 2017/34. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Internet NDFF (2025). Nationale databank flora en fauna. Uitvoerportaal (https://ndff-ecogrid.nl). Laatste raadpleging juli 2025.

’waardevol landschap’

‘EHS natuur’

‘EHS verbinding’

FUNCTIE

‘EHS verweving’

Bijlage Lijst van nevenactiviteiten

Dagrecreatie - ijssalon

N

N

N

N

- bezoekerscentrum

N

N

N

N

- paardenpension / -stalling

N

N

N

N

- sauna

N

N

N

N

- paardenverhuur

N

N

N

N

- fietsenverhuur

N

N

N

N

- kanoverhuur

N

N

N

N

- trapautoverhuur

N

N

N

N

- manege

N

N

N

N

- huifkarcentrum

N

N

N

N

- privékliniek

N

N

N

N

- kuuroord/beautycentrum

N

N

N

- dagverblijf

N

N

N

N

- dierenkliniek

N

N

N

N

- sociale nevenfunctie op agrarisch-

N

N

-

N

- caravans / boten

N

N

N

N

- inboedel

N

N

N

N

- overige statische opslag

N

N

N

N

- loonbedrijven

-

-

-

N

- veehandelbedrijven

-

-

-

N

- spermabank

N

-

-

N

- fouragehandel

N

-

-

N

- zaaizaad en potgoed

N

-

-

N

- opslag agrarische producten

N

-

-

N

- hoefsmederij

N

-

-

N

- hoveniersbedrijven

N

-

-

N

- boomverzorgingsbedrijven

N

N

-

N

- natuur- en landschapsbeheer

N

N

N

N

- bosbouwbedrijven

N

-

-

N

Zorg

bedrijf (resocialisatie, therapie, gehandicapten) Opslag

Overige functies agrarische hulpbedrijven

toeleverende bedrijven

semi-agrarische bedrijven

- vis- escargot- wormkwekerij

’waardevol landschap’

‘EHS natuur’

‘EHS verbinding’

‘EHS verweving’

FUNCTIE

N

N

-

N

- slachterij

N

-

-

N

- vleesverwerking

N

-

-

N

- zuivelverwerking

N

-

-

N

- plantaardige produktverwerking

N

-

-

N

- imkerij

N

N

-

N

- palingrokerij

N

N

-

N

- wijnmakerij

N

N

-

N

- ijsmakerij

N

N

-

N

- bierbrouwerij

N

N

-

N

- riet- en vlechtwerk

N

N

-

N

- bouwbedrijven

N

-

-

N

- schildersbedrijven

N

-

-

N

- glas in lood zetterijen

N

-

-

N

- installatiebedrijven

N

-

-

N

- electrotechnisch installatiebedrijf

N

-

-

N

- dakdekkersbedrijf

N

-

-

N

- rietdekkersbedrijf

N

-

-

N

- houtbewerkingsbedrijven

N

-

-

N

- houtzagerij en -schaverij

N

-

-

N

- speeltoestellenfabricage

N

-

-

N

- lasinrichtingen / bankwerkerijen

N

-

--

N

- vervaardiging medische

N

-

-

N

- meubelmakerij / restauratie

N

-

-

N

- meubelstoffeerderijen

N

-

-

N

- vervaardigen en reparatie sieraden

N

-

-

N

- vervaardigen en reparatie muziek-

N

-

-

- spel- en speelgoedfabricage

N

-

-

N

- spinnen en weven van textiel

N

N

-

N

- vervaardiging van textielwaren

N

N

-

N

Ambachtelijke landbouwproduktverwerkende bedrijven

Overige ambachtelijke bedrijven

instrumenten/precisie-instrumenten en orthopedische artikelen

instrumenten

- kledingvervaardiging - reparatiebedrijven

N

-

N

N

N

-

N

N

N

-

N

gebruiksgoederen - pottenbakkerij

- natuursteenbewerking / beeld-

’waardevol landschap’

‘EHS natuur’

‘EHS verbinding’

‘EHS verweving’

FUNCTIE

N

N

-

N

- zeefdrukkerij

N

N

-

N

- grafische bedrijven

N

N

-

N

- cursuscentrum

N

N

-

N

- crèche / peuterspeelzaal

N

N

-

N

- museum/ / tentoonstellingsruimte

N

N

-

N

- dierenasiel / -pension

N

-

-

N

- kappersbedrijf

N

N

-

N

- computerservicebedrijf

N

N

-

N

- adviesbureau

N

N

-

N

- geluids- en/of TV-studio

N

N

-

N

- telecommunicatie

N

N

-

N

- antiekhandel

N

N

-

N

- kunsthandel

N

N

-

N

N

N

-

N

- dierenarts

N

N

-

N

- atelier

N

N

-

N

- overige aan-huis-gebonden-

N

N

-

N

houwerij

Overige dienstverlening

Aan-huis-gebonden-beroep - individuele (para)medische of therapeutische praktijk

beroepen

N = nevenactiviteit toegestaan - = nevenactiviteit niet toegestaan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=7306b55b-804d-451f-9cd8-1dc9b1c7b4f3