CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

26-01-27 A14 TIC; Lokale energiestrategie (LES), uitvoeringsagenda en blauwdruk programma warmte, blauwdruk warmteprogramma

Voorronde Zaal 2 13 januari 2026, gemeente OverBetuweBij agendapunt: RTGC Warmteprogramma en Lokale Energiestrategie (LES)25.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Inhoudelijke samenvatting Blauwdruk Warmteprogramma Voor u ligt de blauwdruk van het warmteprogramma voor Overbetuwe. Deze blauwdruk sluit aan bij de Lokale Energie Strategie waarin is vastgelegd hoeveel energie de gebouwde omgeving verbruikt in 2030, 2040 en 2050. Tevens is hierin opgenomen op welke wijze de warmtevoorziening zich weg beweegt van aardgas. Op zijn vroegst kan het Warmteprogramma in 2026 en naar verwachting uiterlijk eind 2027 vastgesteld worden onder de Omgevingswet. Met deze blauwdruk wordt op hoofdlijnen inzichtelijk welke richting de gemeente Overbetuwe op gaat met de warmtetransitie en daarmee breder de energietransitie. De voorliggende blauwdruk wordt in de toekomst nader uitgewerkt. Hieronder wordt in een beperkt aantal pagina’s een samenvatting gegeven van alle elementen in de blauwdruk van het warmteprogramma. De blauwdruk zelf volgt onder deze samenvatting.

Het Waarom en de context In Nederland gaan we stoppen met het gebruik van aardgas. Ook in Overbetuwe stoppen we met het gebruik van aardgas in 2050. Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners gaan we als gemeente op zoek naar de beste oplossingen voor een duurzaam Overbetuwe. Een warmteprogramma helpt om deze overgang gestructureerd en gezamenlijk vorm te geven. Het richt zich op het ontwikkelen van duurzame alternatieven, zoals warmtenetten, warmtepompen, geothermie en aquathermie. Door lokaal plannen te maken, kunnen gemeenten, bewoners en bedrijven samen bepalen welke oplossingen het best passen bij hun gebied en type bebouwing. Eind 2024 is de Wet Gemeentelijk Instrumentarium Warmtetransitie (Wgiw) in de Eerste Kamer aangenomen en deze treedt gefaseerd in werking. In deze wet, en de nog vast te stellen uitwerking, , wordt de bevoegdheid beschreven om een warmteprogramma onder de omgevingswet vast te stellen door gemeenten. De verwachting is dat deze bevoegdheid per juli 2026 in werking treedt. De warmtetransitie speelt zich af in een complexe context op vele schaalniveaus. Waaronder met essentiële stakeholders, zoals de woningcorporaties, het Rijk en vooral bewoners. Het Warmteprogramma kent een historie met de transitievisie Warmte.

Tevens zijn er technischfinanciële analyses uitgevoerd en gezamenlijke processen gelopen, zoals die van de Wijk van de toekomst en regionale samenwerking over het onderzoeken van geothermie. Ten slotte is de context van netcongestie van invloed op keuzes die we maken.

Energie besparen In ons warmteprogramma hanteren we de Trias Energetica + als leidraad voor het realiseren van een duurzame en robuuste warmtevoorziening. Dit betekent concreet dat we eerst de warmtevraag minimaliseren (stap 1), daarna inzetten op duurzame warmtebronnen en waar mogelijk lokale opslag (stap 2), en pas als laatste optie restwarmte of fossiele bronnen inzetten maar dan met maximale efficiëntie (stap 3). Als gemeente stimuleren we dat alle gebouwen in Overbetuwe goed worden geïsoleerd. Isolatie is geen bijzondere ingreep, maar we zien dit als een vorm van regulier onderhoud aan een gebouw. Hierbij helpen we de eigenaren met goede adviezen, subsidies en financiering. Door warmteverlies zoveel mogelijk te beperken kan de totale energievraag omlaag. Maatregelen zoals kierdichting en isolatie van vloer, dak, gevel en glas horen daarbij. Warmte die niet nodig is hoeft niet te worden opgewekt. En door goede isolatie ontstaat er meer comfort en zijn er efficiëntere warmteoplossingen mogelijk.

Rol en sturing incl. participatie De gemeente Overbetuwe vervult een centrale regierol in de warmtetransitie. De invulling van deze rol varieert afhankelijk van de setting en het onderdeel van de warmtetransitie. Een initiator rol is logisch bij het aanwijzen van een warmtenet gebied (warmtekavel) en de realisatie van warmtenetten aangezien die vanuit (nog niet vastgestelde) wetgeving in publiek meerderheidsbelang moet komen. Een regisserende rol past bij de taak van de gemeente om kaders te stellen in het warmteprogramma en samenwerkingspartijen te verbinden. En een faciliterende rol past bij het ondersteunen van burgerinitiatieven en de bijbehorende borging van het warmteprogramma. Deze rollen worden strategisch ingevuld om de transitie haalbaar, betaalbaar en rechtvaardig te maken, waarbij participatie met inwoners, bedrijven en partners – op basis van de visie "samenlevingsgericht, communicatief en betrouwbaar" – een integraal onderdeel is. Uit een enquête over de warmtetransitie in 2025 blijkt dat inwoners de noodzaak van de transitie inzien. Betaalbaarheid wordt als cruciaal gezien, net als betrouwbare oplossingen. Veel inwoners verwachten dat de gemeente regie neemt en helder communiceert over planning en kosten.

Afwegingskader warmte Van de gemeente wordt verwacht duidelijkheid te geven over de warmteoplossingen voor de toekomst. Op termijn krijgt de gemeente ook de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar na een zorgvuldige afweging én een overgangsperiode van minimaal 8 jaar de gasleiding verwijdert kan worden omdat er een duurzaam alternatief beschikbaar is. Er wordt met deze blauwdruk op dit moment niet voorgesorteerd op deze aanwijsbevoegdheid. Binnen de gemeente Overbetuwe willen we samen met stakeholders tot oplossingen komen en deze stakeholders begeleiden richting duurzame warmte. Om steeds meer en beter duidelijkheid te geven over de warmteoplossingen van de toekomst hanteren we een afwegingskader dat verder gaat dan duurzaamheid, betrouwbaarheid en betaalbaarheid (nationale kosten en eindgebruikerskosten). Als gemeente hechten we ook aan een afweging op basis van rechtvaardigheid en de effecten op de leefomgeving. Een rechtvaardige en daarmee sociale transitie is cruciaal voor succes. Samenwerking met bewoners en het wegnemen van belemmeringen voor kwetsbare groepen is hierbij noodzakelijk. Bij de afweging van oplossingen wordt ook gekeken naar geluidsoverlast, het ruimtebeslag binnen en buiten de woning en openbare ruimte. En de toenemende vraag naar koeling in relatie tot de gekozen warmteoplossing.

Wat betreft betaalbaarheid zal op termijn aangetoond moeten worden dat voor minimaal 70% van de eindgebruiker de kosten gelijk of voordeliger zijn dan de huidige situatie. Waarbij de financiële haalbaarheid van collectieve warmtenetten, die vanuit nationaal oogpunt aantrekkelijk zijn, sterk afhankelijk is van de warmtevraagdichtheid (hoeveel vraag per ha) en de mogelijkheid om aanleg van een warmtenet te combineren met andere infrastructuurwerken zoals rioolvervanging. Collectieve warmtenetten worden onderzocht omwille van versnelling van de CO₂-reductie, het verminderen van netcongestie en sociale gelijkheid. Netcongestie is een algemeen knelpunt voor de warmtetransitie, aangezien individuele warmteoplossingen en vaak ook collectieve warmteoplossingen het elektriciteitsnet anders benutten dan nu het geval is.

Warmtebronnen en oplossingen Er zijn drie hoofdcategorieën van warmteoplossingen om Overbetuwe aardgasvrij te maken: •

individuele warmtepompen (lucht-water, hybride, bodemgebonden en PVT)

Individuele warmtepompen zijn breed toepasbaar, maar vereisen goede isolatie, elektrische capaciteit op het net en een hogere investering. De onafhankelijkheid die ervaren wordt en het voordeel van de koelmogelijkheid, zijn een pré •

Collectieve warmtenetten (MT, LT en ZLT)

Collectieve warmtenetten zijn efficiënt in dichtbebouwde gebieden en kunnen gevoed worden door diverse bronnen, zoals restwarmte (beperkt beschikbaar), ondiepe bodemenergie/WKO (beperkte mogelijkheden door drinkwaterbescherming), geothermie (veelbelovend, maar nog onderzoek nodig), aquathermie (TEO, TEA, TED) en collectieve warmtepompen. De uitdaging bij warmtenetten zijn de hoge aanlegkosten die de betaalbaarheid onder druk zetten, zeker in gebieden zonder hoge warmtevraagdichtheid. •

Duurzaam gas (groen gas en waterstof)

Duurzaam gas biedt een laagdrempelige optie voor moeilijk te isoleren panden of gebieden waar alternatieven niet haalbaar zijn. Groen gas is echter onvoldoende beschikbaar en kan niet overal gebruikt worden. En waterstof kunnen we maken met elektriciteit, maar vanwege de lage efficiëntie om dit te maken en bijbehorende hoge kosten is dit niet een primaire oplossing voor gebouwverwarming.

Keuzes per gebied De warmtetransitie in Overbetuwe ontwikkelt richting 2050 naar een energiemix waarin all-electric oplossingen (warmtepompen) de dominante rol spelen (65% in 2050), aangevuld met MT en ZLT warmtenetten én hybride systemen in de kleine dorpen en buitengebied. Als gemeente hebben we gedetailleerde, gebiedsspecifieke businesscases voor de warmteoplossingen. Als we alle gemaakte berekeningen beschouwen, zien we twee criteria die bepalend zijn of een warmtenet een optie is: 1. de warmtevraagdichtheid van een gebied. Is er voldoende warmteafname per km leiding die het mogelijk maakt de dure aanleg terug te verdienen. Warmtevraagdichtheid wordt beïnvloed door hoe ruim een gebied is opgezet én de bouwjaren van een gebied. Hoe nieuwer, hoe lager de warmtevraag. 2. Zijn er lokaal warmte- of energiebronnen beschikbaar die een nadere analyse van een warmtenet rechtvaardigen. Zoals geothermie of coöperatief beschikbare wind/zonne-energie.

Kernen met Individuele Oplossingen (All-Electric) Voor de meeste gebieden met een lagere warmtevraagdichtheid of waar collectieve oplossingen te duur blijken, is de route gericht op individuele verduurzaming: •

Wijk van de Toekomst buurten: Elst – Brienenshof / Omgeving Oude Bemmelseweg en Driel – Vogelbuurt / Kern Driel: Uit technisch-financieel onderzoek blijkt de individuele all-electric warmtepomp goedkoper dan een collectief warmtenet, voornamelijk door de hoge kosten voor de aanleg van warmteleidingen. De gekozen route is daarom individuele all-electric oplossingen (na isolatie). o

Planning: Isoleren tussen 2026-2030, overstappen op (hybride) warmtepomp vanaf 2026, met als streven aardgasvrij in 2041. Er volgt onderzoek naar het cumulatieeffect van warmtepompgeluid.

•

Kleine kernen en buitengebied (Slijk-Ewijk, Valburg, etc.): Door de lage bebouwingsdichtheid zijn warmtenetten uitgesloten. De aanbevolen 'no regret'-maatregel is isoleren en de aanschaf van een hybride warmtepomp. Er is nog geen zicht op een vervangingsopgave van gasleidingen in deze gebieden.

•

Oosterhout, Elst met uitzondering van het warmtenet gebied. Vanwege de lagere warmtevraagdichtheid en het ontbreken van eenvoudig winbare, betaalbare warmtebronnen, is de verwachting dat de transitie zich richt op all-electric oplossingen. Voor beide gebieden geldt dat bouwen aan een gemeenschap rondom de energietransitie van belang is. Tevens is het belangrijk om open vizier te houden bij het maken van keuzes rondom de warmtetransitie.

Kernen met Vervolgonderzoek Collectieve Oplossingen In deze gebieden wordt het potentieel voor collectieve systemen of integrale aanpakken nader onderzocht: •

Elst – Geothermie gebied (Noorden en Centrum): De regio heeft potentie voor geothermie (diepe aardwarmte) ten noorden van Elst. Als deze bron betaalbaar is, kan een MTwarmtenet grote delen van Elst, inclusief het centrum en mogelijk bedrijventerreinen, van warmte voorzien. o

•

Herveld/Andelst/Zetten – Energiegemeenschap: In Herveld, Andelst, Zetten wordt gewerkt aan een integrale, decentrale Energiegemeenschap met lokaal eigenaarschap. Eerste resultaten van onderzoek zijn positief: er is een financieel voordeel om het gehele energiesysteem via een coöperatieve manier te verbinden. Het draagt ook bij aan de sociale cohesie, het helpt netcongestie te verminderen, en het is bestand tegen volatiele marktprijzen. o

•

Planning: Vervolgonderzoek richt zich op de financiële uitwerking van de businesscase en de mogelijkheden voor een Zeer Laag Temperatuur (ZLT)-net met opslag, gekoppeld aan lokale opwek, incl. het potentieel voor warmtewinning uit de Waal.

Heteren: Een deel van Heteren kent een relatief hoge warmtevraagdichtheid wat mogelijkheden geeft voor een MT-warmtenet. Restwarmte bronnen (zoals een steenfabriek) zijn te beperkt voor Heteren. De nabijheid van de Rijn is een kans, ook voor de geplande nieuwbouw bij Heteren. Een onderzoek naar de Energievoorziening van de toekomst in Heteren wordt op korte termijn afgerond, wat lijkt te wijzen op een ZLT-net. Op basis van dat onderzoek zal nadere analyse plaatsvinden en een goede doorrekening naar de kansrijkheid van warmtenetten in de verbinding van nieuwbouw en bestaande bouw. o

•

Vervolgonderzoek richt zich op de haalbaarheid (harde en zachte criteria) en betaalbaarheid van de geothermiebron, de businesscase van het warmtenet, en de koppeling met andere opgaven (o.a. riolering). Het centrumgebied vraagt om een aparte analyse vanwege de diversiteit aan gebruikers.

Planning: Er volgt een traject om bewoners te activeren (energie opbouwwerk en thermografische dronebeelden) en nader onderzoek te doen naar de collectieve warmtemogelijkheden in de verbinding met de nieuwbouwplannen. Vooralsnog is isoleren en (hybride) warmtepompen de stappen die op dit moment gezet kunnen worden. Er is nog geen duidelijke richting voor Heteren te bepalen.

Driel – overig (niet Wijk van de Toekomst): Er wordt samen met bewoners in Driel onderzocht of en onder welke voorwaarden een warmtenet mogelijk is voor Driel. Met de aanwezige warmtevraagdichtheid lijken individuele oplossingen voor de hand te liggen. Echter zijn er bronnen aanwezig, zoals Fikkersdries (Thermische energie uit drinkwater), die een nadere analyse rechtvaardigen. Met onder meer een warmtestrategie waarbij de laagtemperatuurwarmte wordt opgewaardeerd tot 70 graden voor het Noordelijke deel en retourwarmte wordt gebruikt in het Zuidelijke deel van Driel. o

Planning: Onderzoek samen met Samen Driel Duurzaam naar de mogelijke warmtebronnen, mogelijkheden van een gedifferentieerde warmtestrategie en bijbehorende businesscases.

Monitoring Het is voor het realiseren van de doelen 2030, 2040 en 2050 zoals beschreven in de Lokale Energie Strategie belangrijk om het warmteprogramma actief te monitoren. Monitoring helpt om de aanpak tijdig bij te sturen, keuzes te onderbouwen en richting te geven aan zowel het uitvoeringsproces als de wettelijke verplichtingen van de warmtetransitie. Om dit te doen worden gericht gegevens verzamelt en aangevuld met kwalitatieve informatie. De monitoring start dus bij de doelen van de Lokale Energie Strategie (LES), waarin de stappen naar een energieneutraal Overbetuwe in 2030, 2040 en 2050 beschreven staan. De voortgang wordt jaarlijks gemonitord in een cyclus van reflectie naar actie. De monitoring geeft inzicht in de uitgevoerde acties, de behaalde resultaten, geleerde lessen, beïnvloedbare en externe factoren, en noodzakelijke aanpassingen in de aanpak. Deze reflectie helpt bij het zorgvuldig maken van afwegingen binnen een veranderend speelveld. Naast deze jaarlijkse rapportages wordt het warmteprogramma eens per twee jaar herijkt. Zodat we flexibel blijven in de uitvoering gezien de veranderende context.

Begroting De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) concludeerde in zijn advies "Koersen op klimaatneutraal" dat er een significant en structureel tekort is in de financiering door het Rijk van de decentrale klimaattaken. Het Rijk financiert de decentrale overheden onvoldoende voor de taken en verantwoordelijkheden die zij hebben gekregen bij de uitvoering van het Klimaatakkoord en de Warmtetransitie. Het Nationale Programma Lokale Warmtetransitie heeft een berekening gemaakt wat dit per gemeente betekent aan activiteiten en financiering. Hieronder is voor Overbetuwe inzichtelijk gemaakt wat idealiter de begroting is om de gedecentraliseerde taken uit te voeren. Voor 2026 is een begroting van bijna 5 miljoen berekend om de beoogde taken goed uit te voeren. De vastgestelde CDOKE (Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid) middelen van het Rijk zijn bijna 1,5 miljoen euro, met name bedoeld voor uitvoeringscapaciteit binnen gemeenten. Dit betekent dat het tempo waarop we invulling kunnen geven aan de doelen, lager is dan wenselijk en we minder snel tot uitvoering kunnen overgaan. Meerjarenbegroting

2025

2026

Overkoepelende taken Gebouwde omgeving Mobiliteit Industrie Elektriciteit Ondersteunende processen

€ 193.000 € 3.363.000 € 257.000 € 182.000 € 311.000 € 150.000

€ 193.000 € 3.806.000 € 257.000 € 182.000 € 311.000 € 150.000

Totaal alle taken

€ 4.456.000

€ 4.899.000

Omdat het onderdeel Gebouwde omgeving veruit het grootste deel van de begroting betreft is deze hieronder uitgesplitst. Gebouwde omgeving Aardgasvrije wijken met wijkgerichte collectieve oplossingen Aardgasvrije wijken met wijkgerichte individuele oplossingen Verzorgen gemeentebrede communicatie (energieloket) Verduurzamen eigen vastgoed Actualiseren warmteprogramma Oprichten publiek warmtebedrijf Soortenbescherming Totaal gebouwde omgeving

2025 € 692.000 € 1.800.000 € 470.000 € 134.000 € 47.000 € 110.000 € 111.000 € 3.364.000

2026 € 798.000 € 2.137.000 € 470.000 € 134.000 € 47.000 € 110.000 € 111.000 € 3.807.000

Met gelijkblijvende CDOKE financiering (hieronder de crème doorlopende lijn) vanuit het Rijk wordt het gat tussen begroting en financiering steeds groter. Dit is hieronder weergegeven. Het is dus belangrijk om de beschikbaarheid van middelen goed mee te nemen in de jaarlijkse monitoring en keuzes te maken in wat we wel en niet kunnen doen.

Blauwdruk warmteprogramma Leeswijzer Voor u ligt een blauwdruk van het warmteprogramma van de gemeente Overbetuwe. Het Warmteprogramma biedt een strategisch kader voor de overgang naar duurzame warmtevoorzieningen in onze gemeente. Dit doen we samenlevingsgericht, hiervoor bundelen we de strategische keuzes en operationele stappen die we zetten. Zodat inzichtelijk is waarom operationele stappen gezet worden vanuit de strategie. Het geeft inzicht voor alle stakeholders binnen de gemeente. De verwachting is dat in wetgeving wordt vastgelegd dat het Warmteprogramma vanaf juli 2026 kan worden vastgesteld. De blauwdruk geeft een eerste beeld van de richting van het Warmteprogramma, waarbij de kaders, mogelijkheden, rollen en oplossingen voor Overbetuwe zijn uitgewerkt. De komende maanden worden diverse onderzoeken afgerond en nog stappen gezet die voor nadere concretisering zorgen, zoals het onderzoek naar de verbinding nieuwbouw en bestaande bouw in Heteren, de waarde van de Energiegemeenschap in Herveld/Andelst/Zetten en de regionale bronnenstrategie. Het doel van deze blauwdruk is om inzicht te bieden, inspiratie te geven en de verbinding te duiden met de Lokale Energie Strategie die bijdraagt aan een energieneutrale gemeente met een duurzame warmtevoorziening.

De blauwdruk wordt in 2026 met input vanuit de gemeenteraad, andere partijen en nadere analyses verder uitgewerkt tot een volledig warmteprogramma onder de omgevingswet. Opzet blauwdruk Warmteprogramma a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

Voorwoord en samenvatting Waarom het Warmteprogramma Context Energie besparen Rol en sturing Participatie Afwegingspunten en kaders Warmtebronnen en -oplossingen Voorziene oplossingen per gebied Monitoring Begroting

Inhoud Inhoudelijke samenvatting Blauwdruk Warmteprogramma ................................................................... 1 Blauwdruk warmteprogramma ................................................................................................................ 7 Voorwoord - Samen aan de slag voor warmte van de toekomst .......................................................... 11 Samenvatting - procesmatig .................................................................................................................. 12 Waarom het Warmteprogramma .......................................................................................................... 14 Het warmteprogramma, procedureel................................................................................................ 15 Context ............................................................................................................................................... 16 Leidende principes energiesysteem............................................................................................... 17 Energie besparen ................................................................................................................................... 18 Isolatie en besparing woningen .........................................................................................................

19 Isolatie = onderhoud!? ................................................................................................................... 21 Isolatie en besparing utiliteit ............................................................................................................. 22 Lokale Energie Strategie gemeente Overbetuwe .............................................................................. 22 Isolatie en energievraag 2050 ........................................................................................................ 22 Rol en Sturing ......................................................................................................................................... 24 Passende keuze .............................................................................................................................. 24 Passende keuze - realisatie van warmtenetten incl. risicoafweging ............................................ 25 Participatie ............................................................................................................................................. 26 Inzicht enquête .............................................................................................................................. 26 Samenwerking met bewonersinitiatieven .....................................................................................

28 Afwegingskader ...................................................................................................................................... 30 Rechtvaardig ...................................................................................................................................... 30 Effecten op de leefomgeving – geluid, ruimte, koeling ..................................................................... 31 Geluid ............................................................................................................................................. 31 Ruimtegebruik .................................................................................................................................... 31 Ruimtebeslag op pandniveau......................................................................................................... 31 Ruimtebeslag wijkniveau ............................................................................................................... 32 Koeling ................................................................................................................................................ 33 Koelteladder ...................................................................................................................................

34 Overzicht technische oplossingen en koeling: ........................................................................ 35 Betaalbaarheid – nationale kosten .................................................................................................... 36 Betaalbaarheid - eindgebruikers ........................................................................................................ 36 Betaalbaar verbinding warmtevraagdichtheid .................................................................................. 38

Betaalbaar, verbinding andere ontwikkelingen - Riolering en openbare inrichting ......................... 39 Waarom collectieve netten onderzoeken?........................................................................................ 40 Haalbaar – effect elektriciteitsnet ..................................................................................................... 40 Concreet netcongestie en warmteoplossingen ............................................................................. 41 Warmtebronnen en -oplossingen .......................................................................................................... 42 1.

Individuele oplossingen met een warmtepomp ....................................................................... 43

2.

collectieve oplossing via een warmtenet.................................................................................. 44 2a Bronnen voor een warmtenet................................................................................................... 45

Voorziene oplossingen per gebied ......................................................................................................... 51 Verduurzaming van warmtebronnen 2050.................................................................................... 51 Startanalyse ............................................................................................................................................ 52 Businesscases berekenen per gebied ................................................................................................ 52 Elst ...................................................................................................................................................... 54 Elst – Brienenshof / Omgeving Oude Bemmelseweg .................................................................... 54 Elst – geothermie gebied ............................................................................................................... 55 Elst – centrumgebied ..................................................................................................................... 56 Elst - overig ..................................................................................................................................... 56 Herveld/Andelst/Zetten - Energiegemeenschap ...............................................................................

57 Driel .................................................................................................................................................... 58 Vogelbuurt en Kern Driel ............................................................................................................... 58 Driel overig ..................................................................................................................................... 59 Heteren .............................................................................................................................................. 61 Oosterhout ......................................................................................................................................... 62 Slijk-Ewijk, Valburg, Hemmen, Randwijk, Homoet en buitengebied ................................................. 63 Monitoring ............................................................................................................................................. 64 Begroting ................................................................................................................................................ 65 Bijlage 1 Uitgebreide context van het warmteprogramma ...................................................................

67 Bijlage 2 wijkpaspoorten en Startanalyse Overbetuwe ..................................................................... 77 Bijlage 3 Technisch, financiële berekeningen per gebied Oosterhout, Herveld/Andelst/Zetten, Heteren, Driel, Elst ............................................................................................................................. 98

Voorwoord - Samen aan de slag voor warmte van de toekomst De energietransitie is geen verre stip op de horizon. Het is iets wat we samen, hier en nu, aan het realiseren zijn. We hebben een gezamenlijke opgave: onze wijken, onze huizen, onze bedrijven en onze toekomst stap voor stap duurzamer maken. Aan de slag! Maar om écht vooruit te komen, moeten we samenwerken, lef tonen en stappen vooruit zetten. En dat in een situatie waarbij we het liefste streven naar 100% zekerheid, oneindig betaalbaar en perfect eerlijk. De werkelijkheid is echter complex en de perfecte situatie is wellicht niet haalbaar, of voor iedereen anders. Juist daarom willen we werken met duidelijke kaders voor wat we willen bereiken, geven ook ruimte aan maatwerk, het opdoen van ervaringen en leren onderweg. De warmtetransitie vraagt om verandering en dit roept altijd vragen op. Onzekerheid over iets nieuws voelt groot als het dichtbij komt. Daarom gaan we het gesprek met elkaar aan en werken we samen. Soms betekent dit ook dat we niet praten over het óf maar hoe we dat samen het beste kunnen doen. Zo voorkomen we ‘not in my backyard’ en bouwen we aan draagvlak en vertrouwen. We weten dat betaalbaarheid voor veel partijen de rode draad is om stappen vooruit te zetten. Betaalbaar betekent ook eerlijk.

Als we nu niets doen, groeien de verschillen tussen mensen die wél en die niet kunnen meekomen in de energietransitie verder uit elkaar. We kunnen dus eindeloos blijven vergelijken en wachten op de 100% ideale oplossing, maar die bestaat niet. Wat wél bestaat, is de wil om samen te werken aan iets wat duurzaam, betaalbaar én van de gemeenschap is. Dat is de kern van de Blauwdruk warmteprogramma. Samen werken we aan warmte van iedereen, voor iedereen. In deze blauwdruk warmteprogramma laten we zien hoe we samen vooruitkijken, kansen onderzoeken en stappen zetten. Kunnen we de warmte uit de Waal benutten? Gaat het lukken om geothermie in te zetten? En kunnen we alle gebouwen klaar maken voor de toekomst? Veel weten we nog niet. Maar samen zetten we stap vooruit en vertalen we de vragen naar concrete acties en resultaten. Zo werken we samen aan een energieneutraal en aardgasvrij 2050. Daar nodigen we iedereen bij uit.

Samenvatting - procesmatig De gemeente Overbetuwe werkt aan een duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening, als onderdeel van de landelijke ambitie om in 2050 aardgasvrij te zijn. Het Warmteprogramma vormt het strategisch kader voor de overgang naar een duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening in de gemeente Overbetuwe. Het programma biedt richting aan de stappen die we gezamenlijk zetten op weg naar een aardgasvrije gemeente in 2050. Het beschrijft de visie, opgave, aanpak en samenwerking die nodig zijn om dit te bereiken. Dit doen we vanuit een integrale blik, waarbij de energievoorziening van de toekomst een samenspel is tussen Elektriciteit, warmtebronnen, isolatie en dus vermindering van de energievraag en koudevraag. Het warmteprogramma richt zich op het duurzaam verwarmen van de gebouwde omgeving en specifiek huizen, kantoren en andere (bedrijfs)gebouwen. Zeer grote energievragers, die bijvoorbeeld warmte gebruiken voor proces- of industriële warmte vallen buiten het Warmteprogramma. De blauwdruk bevat: • • •

Informatie op basis waarvan we tot keuzes komen; Rolneming van gemeente en samenwerking met de samenleving Een prognose van de meest geschikte aardgasvrije alternatieven per gebied en een stapsgewijze aanpak;

De blauwdruk bevat geen: • • •

Definitieve besluiten over het te kiezen aardgasvrije alternatief; Precieze kostenberekeningen of financiële verplichtingen; Verplichtingen voor inwoners, bedrijven of organisaties.

Hoofdlijnen van de aanpak •

• •

Samenwerking: Overbetuwe werkt samen met onder meer inwoners, woningcorporaties, netbeheerders, provincie en andere lokale partners. We streven naar decentrale oplossingen. Betaalbaarheid: De transitie moet eerlijk en haalbaar zijn voor iedereen. Duurzaam: toekomstbestendige, hernieuwbare en betrouwbare warmtevoorziening.

Planning De transitie splitsen we op in drie hoofddelen: • • •

Vanaf 2026: In alle kernen werken aan de warmtetransitie op een manier die passend is bij de kern en de energie die aanwezig is bij de stakeholders. Vanaf 2032: De warmtetransitie krijgt in elke kern vorm. In elke kern is gestart met de uitvoering van de warmtetransitie. De inzet van de aanwijsbevoegdheid is toegepast. Vanaf 2042: Voor alle gebieden in Overbetuwe is de aanwijsbevoegdheid ingezet zodat Overbetuwe aardgasvrij is in 2050.

Rolneming gemeente – nu geen verplichting Met de komst van de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie, de Wgiw, krijgt de gemeente de wettelijke middelen om wijkgericht te bepalen welke warmteoplossing per gebied het meest geschikt is, de aanwijsbevoegdheid. En om de afbouw van aardgasgebruik in de bestaande

bouw planmatig vorm te geven. Hierbij heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om bewoners te betrekken en te borgen dat het draagvlak voor de transitie sterk is. Door de Wet collectieve warmtevoorziening, de Wcw, komt er bovendien een duidelijke rol voor de gemeente bij het aanwijzen en reguleren van warmtenetten. De gemeente borgt dat publieke belangen als betaalbaarheid, leveringszekerheid en duurzaamheid goed worden geborgd. De gemeente Overbetuwe zet in deze blauwdruk de aanwijsbevoegdheid nog niet in. Er wordt dus niet besloten om de gaskraan in een gebied dicht te draaien en warmtekavels worden niet aangewezen. Om tot zorgvuldige afwegingen te komen, wordt het warmteprogramma elke twee jaar bijgesteld. Vervolgstappen De volgende stap is om per gebied de analyses te verdiepen, de randvoorwaarden in te vullen en de details verder uit te werken. In de tussentijd zetten we gezamenlijk stappen om energie te besparen en vrijwillige stappen om de warmtetransitie te realiseren. Kortom: Het Warmteprogramma Overbetuwe schetst een realistische, lerende en samenwerkingsgerichte route naar een aardgasvrije en betaalbare warmtevoorziening in 2050 die duurzaam, betaalbaar en van de gemeenschap is.

Waarom het Warmteprogramma In Nederland gaan we stoppen met het gebruik van aardgas. Ook in Overbetuwe stoppen we met het gebruik van aardgas in 2050. Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners gaan we als gemeente op zoek naar de beste oplossingen voor een duurzaam Overbetuwe. In dit warmteprogramma bepalen we het pad naar een duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening.

De energietransitie is in volle gang. Nederland staat voor de grote uitdaging om haar energievoorziening te verduurzamen en de uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen. Een belangrijk onderdeel daarvan is de manier waarop we onze gebouwen verwarmen. Op dit moment komt een groot deel van de warmte in woningen en bedrijven nog uit aardgas, een fossiele brandstof die bij verbranding CO₂ uitstoot. Om de klimaatdoelen te halen, moeten we overstappen op duurzame warmtebronnen. Een warmteprogramma helpt om deze overgang gestructureerd en gezamenlijk vorm te geven. Het richt zich op het ontwikkelen van duurzame alternatieven, zoals warmtenetten, warmtepompen, geothermie en aquathermie. Door lokaal plannen te maken, kunnen gemeenten, bewoners en bedrijven samen bepalen welke oplossingen het best passen bij hun gebied en type bebouwing. Internationaal en nationaal zijn afspraken gemaakt die deze koers verplichten. In het Akkoord van Parijs (2015) spraken bijna alle landen ter wereld af om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius, en liefst tot 1,5 graad. Dat vereist een forse vermindering van de CO₂-uitstoot, vooral uit energieverbruik. Om deze afspraken nationaal vorm te geven, sloot Nederland het Klimaatakkoord (2019).

Hierin is afgesproken dat in 2030 de uitstoot van broeikasgassen met minstens 49% (en inmiddels 55%) verminderd moet zijn ten opzichte van 1990. Een belangrijk onderdeel van dat akkoord is de verduurzaming van de gebouwde omgeving, onder andere door de ontwikkeling van lokale warmteprogramma’s en de geleidelijke afbouw van aardgas als warmtebron.

De noodzaak hiervoor is ook ingegeven door de afhankelijkheid van andere landen af te bouwen. Zeker nu de gaswinning in Groningen is beëindigd. Een warmteprogramma is nodig om de overstap van aardgas naar duurzame warmte te organiseren. En om samen te werken aan een toekomst waarin warmte schoon, betaalbaar en betrouwbaar blijft.

Het warmteprogramma, procedureel In 2020 heeft de gemeente Overbetuwe in lijn met het landelijke Klimaatakkoord een Transitievisie Warmte opgesteld waarin de overstap van aardgas op andere, duurzame warmtebronnen beschreven stond. De Transitievisie warmte dient elke vijf jaar te worden vastgesteld. Eind 2024 is de Wet Gemeentelijk Instrumentarium Warmtetransitie (Wgiw) in de Eerste Kamer aangenomen en deze treedt gefaseerd in werking. In deze wet, en de uitwerking hiervan in het Besluit Gemeentelijk Instrumentarium Warmtetransitie (Bgiw), wordt de bevoegdheid beschreven om een warmteprogramma onder de omgevingswet vast te stellen. Daarmee komt de verplichting van een Transitievisie Warmte te vervallen. De verwachting is dat deze bevoegdheid per juli 2026 in werking treedt. Om die reden kan op dit moment het Warmteprogramma nog niet vastgesteld worden als Programma onder de omgevingswet. Om die reden is deze blauwdruk Warmteprogramma opgesteld. Zodra het Warmteprogramma onder de omgevingswet vastgesteld kan worden, zal de juiste procedure hiervoor gevolgd worden. De voorliggende blauwdruk warmteprogramma voldoet al aan de eisen die naar verwachting in 2026 aan het warmteprogramma worden gesteld: • • • • • •

Vooruitblik met in ieder geval een 10-jaars horizon De gebieden (locaties) waar de gemeente de aanwijsbevoegdheid wil inzetten, en het aantal gebouwen (te kwantificeren in woningequivalenten). Het aantal te isoleren gebouwen ter voorbereiding op die aanwijzingen. De energie-infrastructuur die aardgas gaat vervangen (bijv. warmtenet, all-electric). Een beschrijving van de totale (maatschappelijke/nationale) kosten van die infrastructuur. De verwachte gemiddelde warmtebehoefte van de betreffende gebouwen aan het begin en einde van de programmaperiode.

Samenwerking Voor de realisatie is de samenwerking met inwoners, maatschappelijke partners zoals woningcorporaties en bedrijven het belangrijkst. Binnen de Groene Metropoolregio werken we samen met buurgemeenten, de provincie Gelderland, netbeheerders en andere belanghebbenden. Samen hebben we afspraken gemaakt over de uitvoering van de energietransitie in de Regionale Energie Strategie (RES). Hierin zijn afspraken gemaakt over energieopwek, maar ook over de warmtetransitie. In de regio werken we ook samen om te komen tot het realiseren van warmtetransitie in de regio. Een voorbeeld hiervan is de samenwerking rondom geothermie die we als gemeente Overbetuwe in samenwerking met gemeente Lingewaard, Arnhem en Nijmegen, provincie Gelderland en EBN oppakken.

Context De blauwdruk warmteprogramma speelt zich af in een complexe context op vele schaalniveaus. De uitwerking van de context is opgenomen in bijlage 1. Daar wordt de landelijke, provinciale, regionale en lokale context beschreven. Met belangrijke partners zoals de woningcorporaties, provincie Gelderland, het Rijk en vooral bewoners. Tevens is de evaluatie van de transitievisie Warmte, de wijk van de toekomst processen opgenomen, net als de context van netcongestie waarbinnen we opereren. Samengevat: De warmtetransitie vraagt om een grootschalige omschakeling naar duurzame warmte, waarbij bewoners, Rijk, provincies, regio’s, gemeenten, woningcorporaties en andere stakeholders samenwerken aan duidelijke plannen, ondersteuning en financiering. Niet alles is al geregeld om tot realisatie te komen, hier wordt op alle schaalniveaus aan gewerkt. Overbetuwe bouwt, samen met partners, voort op eerdere ervaringen, zet in op energiebesparing, participatie en betaalbare oplossingen, en houdt rekening en draagt waar mogelijk bij aan het verminderen van netcongestie. De energietransitie speelt overal en we versterken lokaal deze transitie. Belangrijke lessen die we geleerd hebben en blijken uit de evaluatie van de Transitie visie Warmte: -

-

-

-

Dat de aanwezige energie bij partners van doorslaggevend belang is voor de start van de aardgasvrij transitie. Het betrekken van partners bij het opstellen van het Warmteprogramma is dan ook van essentieel belang. Om de kwaliteit van besluitvorming te verbeteren én om te onderzoeken waar de warmtetransitie een vervolg kan krijgen. We hebben gemerkt dat de maatschappij behoefte heeft aan duidelijkheid. Dit vraagt om keuzes, waarbij we weten dat het mogelijk is dat over vijf jaar deze kunnen veranderen. Een basiskeuze die in de Transitievisie Warmte reeds gemaakt is en nog volledig ondersteund wordt is de keuze om eerst in te zetten op het verlagen van het verbruik, waarna daarna een aardgasvrije oplossing wordt aangesloten. Het Warmteprogramma vraagt daarnaast om keuzes over toekomstige aardgasvrije oplossingen en een tijdpad. Uit enquêtes van het afgelopen jaar blijkt de betaalbaarheid van oplossingen op huishoudenniveau doorslaggevend te zijn bij het sentiment hierover. Dit wil niet zeggen dat betaalbaarheid hetzelfde is als maatschappelijk laagste kosten. In toekomstige afwegingen dient dit onderscheid goed zichtbaar te worden gemaakt. Waarbij de maatschappelijke kosten beïnvloed kunnen worden door andere werkzaamheden die in de buurten plaatsvinden. De keuzes voor lokale duurzame oplossingen, zijn inmiddels ook verankerd op andere plaatsen.

In de Energievisie Gelderland is het Gelderse leidende principe beschreven dat we toewerken naar een decentraal energiesysteem met aandacht voor een combinatie van lokale opwek, opslag en lokaal gebruik. Deze principes zijn ook opgenomen in het Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie en sluiten goed aan bij de keuze voor lokale duurzame oplossingen.

Leidende principes energiesysteem De provincie Gelderland heeft een Beleidskader Energiesysteem Gelderland vastgesteld waarin kaders worden meegegeven die ook relevant zijn voor het Warmteprogramma van de gemeente Overbetuwe. Hieronder worden leidende principes beschreven. -

We organiseren het Gelderse energiesysteem zo veel mogelijk decentraal met aandacht voor de combinatie van lokale opwek, lokale opslag en lokaal gebruik. We besparen zo veel mogelijk energie. We zetten in op een diverse energiemix. We stimuleren betrokkenheid van Gelderlanders bij de energietransitie, onder andere via participatie en de mogelijkheid tot lokaal eigendom van opwek en opslag.

Opbouw van de blauwdruk Hiernaast is schematisch het gesprek weergegeven tussen college en raad in maart 2025 over het warmteprogramma. Het laat zien welke strategische thema’s centraal staan bij het vormgeven van de warmtetransitie in onze gemeente. Het doel was om gezamenlijk richting te bepalen, zodat het warmteprogramma een stevig bestuurlijk fundament heeft en gedragen keuzes bevat. De opbouw van het schema vormt de basis voor de komende hoofdstukken. Omdat de warmtetransitie begint met het verminderen van het energieverbruik, wordt deze als eerste toegelicht.

Energie besparen In ons warmteprogramma hanteren we de Trias Energetica + als leidraad voor het realiseren van een duurzame en robuuste warmtevoorziening. Dit betekent concreet dat we eerst de warmtevraag minimaliseren (stap 1), daarna inzetten op duurzame warmtebronnen en waar mogelijk lokale opslag (stap 2), en pas als laatste optie restwarmte of fossiele bronnen inzetten maar dan met maximale efficiëntie (stap 3). Alhoewel het plaatje een vaste volgorde weergeeft, kan er in de praktijk overlap zijn tussen stappen. Sommige duurzame bronnen kunnen bijvoorbeeld al goed ingezet worden vóórdat er sprake is van vraagreductie. De trias energietica+ vormt dus een handvat, geen formele harde lijn.

Figuur 1 Bron - gemeente Arnhem

Stap 1 Vraagreductie We nemen maatregelen om de benodigde hoeveelheid warmte te beperken: kierdichting, betere isolatie van vloeren, wanden en daken en een goed ingestelde verwarming op lage temperatuur. Door de energievraag te beperken, kunnen vervolgens de duurzame bronnen effectiever ingezet worden. Stap 2 Duurzame en lokale warmtebronnen Nadat de vraag is teruggebracht, voorzien we de resterende warmtebehoefte via duurzame bronnen, bijvoorbeeld via warmtepompen of lokaal warmtenet. Hierbij kan opslag van energie, zoals seizoensopslag middels WKO ingezet worden. We richten ons bovendien op de lokale inzet: energievraag en energieopwek bij elkaar brengen, zodat transportverliezen en infrastructuurkosten beperkt blijven. De huidige situatie met netcongestie op het elektriciteitsnet beperkt de mogelijkheden voor stap 2. Dit wordt hierna separaat behandeld. Stap 3 Efficiënt gebruik van resterende bronnen Voor het deel dat (nog) niet kan worden ingevuld met duurzame bronnen, kiezen we een zo efficiënt mogelijk gebruik van resterende fossiele oplossing. Het uitgangspunt hierbij is dat de milieuimpact zo klein mogelijk is.

Door deze prioritering voorkomen we verspilling van middelen (geld én energie), beperken we de CO₂-uitstoot en creëren we een toekomstbestendig warmtesysteem dat flexibel kan inspelen op veranderingen in technologie, energiemarkt en regelgeving.

Isolatie en besparing woningen Hieronder is de kaart weergegeven van Overbetuwe, met daarop de, veelal geschatte, isolatieprofielen van woningen. De kleur geeft aan wat de verwachte energielabels van de woningen

in een gebied. Figuur 2 Kaart met isolatieprofiel van woningen opgesteld door De Warmte Transitiemakers in opdracht van NPLW

Overbetuwe kent veel buitengebied met weinig bebouwingsdichtheid. En daarnaast vele kleinere kernen met een diversiteit aan bouwjaren binnen de kleine kernen. Een logische dorpsopbouw, maar gelijktijdig wel een belangrijk kenmerk voor de toekomstige warmteoplossingen in Overbetuwe. Zoals in de vorige paragraaf beschreven, start de warmtetransitie met het verduurzamen van alle panden in Overbetuwe. Warmte die niet nodig is, hoeft niet te worden opgewekt. Bij voorkeur zijn alle woningen over enkele jaren goed geïsoleerd, dat zorgt voor een forse vermindering van de uitstoot. Alle rode en oranje energielabels zijn dan verleden tijd. De keuze om te gaan isoleren ligt echter bij de pandeigenaar en, met uitzondering van het eigen vastgoed, niet bij de gemeente. Als gemeente kunnen we alle vastgoed eigenaren proberen te bewegen deze stappen te zetten, te helpen het makkelijk te maken, financieel te ondersteunen en goede voorbeelden delen. Gebruik makend van Specifieke Uitkeringen van het Rijk, hebben energiefixers bij veel huishoudens kleine maatregelen genomen en is er een isolatiecampagne opzet

met subsidies voor de huishoudens met een slecht geïsoleerde woningen met een wat lagere WOZ-waarde. Tevens zijn er adviseurs die aan huis komen en worden collectieve inkopen georganiseerd. Als gemeente zijn we zichtbaar aanwezig met bijvoorbeeld een duurzaamheisdkeet en zorgen we voor goede lokale herkenbare voorbeelden, mede gekoppeld aan financiële instrumenten. Zo helpen we huishoudens op een praktische manier bij een logisch stappenplan voor de woning, zoals in het voorbeeld op de volgende pagina met een jaren 50 woning. Tussen 2010 en 2024 is het gasverbruik in Overbetuwe in panden die gebruikt worden door particulieren om in te wonen sterk gedaald, blijkt uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2010 was het gasverbruik gemiddeld nog 2100 m3 per woning, dat is inmiddels Figuur 3 Folder Isolatie subsidie Overbetuwe gedaald tot 900 m3 per woning. Veel huishoudens zijn zich door diverse omstandigheden veel bewuster geworden van het verbruik en hebben ook maatregelen toegepast aan de woning om energie te besparen. Met campagnes en subsidie willen we bereiken dat iedereen mee kan doen aan de energietransitie en we aanvullende doelgroepen bereiken. Naast gemeentelijke subsidie is er ook ISDE subsidie bij het Rijk beschikbaar. Naast isolatieactiviteiten, kan deze subsidie ook aangevraagd worden voor de installatie van een warmtepomp.

De ISDE subsidie geeft inzicht vanaf 2021 tot en met oktober 2025. In Overbetuwe is er bijvoorbeeld sinds 2021 bij 984 adressen glasisolatie gesubsidieerd, met een piek in 2025. En 763 adressen hebben vloerisolatie toegepast. Bijzonder is dat het grootste aantal adressen subsidie heeft gehad voor een all-electric of hybride warmtepomp. 1183 adressen hebben subsidie ontvangen, met al bijna 300 adressen tot en met oktober 2025. Op basis van data die Slimster heeft verzameld bij Liander blijkt dat 19,2 procent van de woningen en andere kleinverbruik aansluitingen in Overbetuwe aardgasvrij is. Dit percentage is inclusief nieuwbouw woningen die gebouwd zijn zonder gasaansluiting. Voor een gemeente zonder warmtenet is dit een enigszins hoog percentage. Enerzijds is dit positief voor de energietransitie en sluit dit goed aan bij de ambities van de gemeente om

Figuur 4 Verduurzamingsstappenplan jaren 50 woning Overbetuwe

energieneutraal te worden. Indien de gemeente op termijn besluit om een warmtekavel aan te wijzen om een warmtenet te realiseren, dan is de verwachting dat huishoudens met een individuele warmtepomp een laag percentage van adaptatie laten zien. Dit terwijl een warmtenet gebaat is bij zoveel mogelijk aansluitingen. Hoe langer we als gemeente wachten met het vastleggen van een warmtevoorkeur, hoe groter het percentage woningen is met een warmtepomp. Op basis van een subsidieoverzicht van het Rijk is inzichtelijk gemaakt hoeveel (hybride) warmtepomp subsidies er zijn versterkt per dorp. Er is een groot verschil tussen de dorpen, waar rekening mee gehouden dient te worden bij toekomstige stappen. In Zetten ligt het percentage huishoudens met een warmtepompsubsidie op 9%, in Elst op 4%. Er is dus een duidelijk verschil tussen de dorpen.

Isolatie = onderhoud!? Als gemeente stimuleren we dat alle woningen in Overbetuwe goed worden geïsoleerd. Isolatie is geen bijzondere ingreep, maar een vorm van regulier onderhoud aan de woning. Door warmteverlies zoveel mogelijk te beperken kan de totale energievraag omlaag. Maatregelen zoals kierdichting en isolatie van vloer, dak, gevel en glas horen daarbij. Warmte die niet nodig is hoeft niet te worden opgewekt. En door goede isolatie ontstaat er meer comfort en zijn er efficiëntere warmteoplossingen mogelijk, doordat de temperatuur van de verwarming lager kan worden. Er zijn meerdere redenen om isolatie op deze manier te benaderen: -

Voorkomt verspilling van energie en is dus goed voor het klimaat Scheelt in de maandelijkse portemonnee. Energie die niet nodig is, hoeft niet betaald te worden. Zorgt ervoor dat de beperkte duurzame bronnen effectiever ingezet worden waardoor er minder lokale opwek nodig is. Laat de waarde van de woning stijgen Zorgt voor comfortabeler wonen Maakt de woning toekomst klaar.

Isolatie past bij de normale zorg die een eigenaar heeft voor het onderhoud van de woning. Net zoals schilderwerk of dakbedekking eens in de zoveel jaar wordt vervangen, vraagt een woning ook om aandacht voor de woningschil. Dat maakt isolatie een logische onderhoudsstap, zeker wanneer delen van de woning toch al aangepakt worden. Inwoners in Overbetuwe zijn de afgelopen jaren ook actief bezig geweest met het besparen van energie. Het gemiddelde gasverbruik per woning is tussen 2010 en 2024 gedaald van ongeveer 2100 naar 900 kubieke meter gas. Dat komt onder andere doordat bewoners bewust zijn geworden van hun energieverbruik en actief maatregelen hebben genomen. De vele ISDE aanvragen in onze gemeente bevestigen dat beeld. Glasisolatie, vloerisolatie en warmtepompen worden steeds vaker toegepast. Gelijktijdig zien we dat van veel woningen het energielabel nog niet bekend is, zoals hiernaast zichtbaar. De verwachting is dat binnen deze groep veel woningeigenaren zijn die nog weinig met verduurzaming bezig zijn en er dus nog veel stappen gezet Figuur 5 Energielabels Overbetuwe - bron moeten worden. Tomahawk Omdat isoleren een keuze is van de woningeigenaar heeft de gemeente vooral een ondersteunende en faciliterende rol. We helpen bewoners om deze stap zo eenvoudig mogelijk te maken.

Dat doen we met lokale voorbeelden, een duurzaamheidskeet, onafhankelijke adviseurs, collectieve inkoopacties en subsidies voor huishoudens die dit het hardst nodig hebben. Energiefixers voeren kleine maatregelen uit en via Specifieke Uitkeringen van het Rijk bieden we extra steun in buurten met slechter geïsoleerde woningen.

Door isolatie te zien als regulier onderhoud ontstaat een helder en logisch stappenplan voor ieder gebouw. Eerst zorgen dat de basis goed is, daarna kijken naar duurzame warmtebronnen. Zo bouwen we samen aan een toekomstbestendige en energiezuinige gebouwde omgeving. Het resultaat is een lager energieverbruik, minder uitstoot en een robuust warmte-systeem dat klaar is voor de toekomst.

Isolatie en besparing utiliteit Voor utiliteitsgebouwen, zoals scholen, winkelpanden, zorginstellingen en sportaccommodaties, vormt isolatie ook een essentieel onderdeel van de energie- en warmtetransitie. Voor specifieke panden, zoals kantoren zijn er inmiddels ook verplichtingen waardoor slechte energielabels uitgefaseerd zijn. Voor alle utiliteitsgebouwen geldt dat ze vaak een groot vloeroppervlak, wisselende bezetting en lange bedrijfstijden, waardoor de warmtevraag aanzienlijk kan zijn. Het verbeteren van de isolatie van daken, gevels, vloeren en beglazing kan daarom direct substantiële energiebesparing opleveren. De energie- en warmtetransitie in de utiliteitsbouw is echter complex. Installaties zijn niet altijd eenvoudig te vervangen zonder ingrijpende verbouwingen. Ook is de verduurzaming afhankelijk van de financiële positie van eigenaren en gebruikers, die soms verschillende belangen hebben. Bijvoorbeeld bij een eigenaar van een winkelpand die onvoldoende verdienmodel heeft omdat deze niet zomaar een hogere huur kan vragen aan de winkelier na verduurzaming. Terwijl deze laatste wél een lagere energierekening krijgt door de verduurzaming. En boven de winkel zijn appartementen gevestigd die een andere eigenaar en huurders kennen als die van het winkelpand. Dit maakt stappen zetten niet makkelijk. Ook bij horeca panden is de transitie naar aardgasvrij een uitdaging.

Dit speelt bijvoorbeeld bij een cafetaria, waar de frituur normaliter werkt op aardgas en duurder uit is wat betreft investering én operationele kosten bij een overstap naar een elektrische frituur. Maar ook bij restaurants die gewend zijn om kookplaten én ovens te hebben die werken op gas, en een flinke investering tegemoet zien bij de transitie naar aardgasvrij, zonder terugverdienmodel. Op dit moment is er geen regelgeving voor deze utiliteitsgebouwen. Inmiddels is er een Europese richtlijn die Nederland verplicht om regelgeving te implementeren die slechte labels bij alle utiliteitsgebouwen afbouwt. Implementatie wordt verwacht voor 2028 met de eerste verplichtingen vanaf 2030. Het is nog niet bekend welke verplichtingen vanaf wanneer gaan gelden. Om ervaringen op te doen en stappen te zetten, wordt samen met de vastgoedeigenaren en winkeliers in Elst, Heteren en Zetten een pilot opgestart waarbij inzichtelijk gemaakt wordt welke verduurzamingsinvesteringen uitgevoerd kunnen worden en welk voordeel dit heeft voor eigenaar of gebruiker. Hiermee worden gesprekken aangegaan en bekeken wat de benodigde vervolgstappen zijn. Vanaf 2026 wordt dit opgepakt.

Lokale Energie Strategie gemeente Overbetuwe De Lokale Energie Strategie (LES) van de gemeente Overbetuwe biedt de inhoudelijke basis met doelstellingen en ambities voor de jaren 2030, 2040 en 2050. De LES maakt gebruik van het Energietransitiemodel (ETM) om inzicht te geven in de verwachte energievraag, de verduurzamingsopgave en de samenstelling van de toekomstige energiemix. Voor het warmteprogramma is de energievraag van huishoudens, energievraag vanuit utiliteit en de verwachte energiemix een belangrijke basis.

Isolatie en energievraag 2050 De isolatie van woningen en utiliteitsgebouwen levert aanzienlijke energiebesparing op:

• • •

In 2050 is de gemiddelde besparing door isolatie bij woningen 40–43%, afhankelijk van bouwjaar. Voor utiliteitsgebouwen is de besparing 17%. Door deze maatregelen daalt de totale warmtevraag van gebouwen significant, ondanks de verwachte groei van de gebouwde omgeving.

Hiermee vormt isolatie een belangrijke eerste stap richting verduurzaming: minder energievraag betekent minder investeringen in grootschalige warmtelevering en infrastructuur.

Figuur 6 Uitwerking LES Overbetuwe

Figuur 7 Uitwerking LES Overbetuwe

Rol en Sturing Gemeenten zijn de schakel tussen landelijke doelen en lokale uitvoering rondom de warmtetransitie. Dit wordt versterkt met nieuwe wetgeving die betere invulling geven aan de regierol die gemeenten hebben. (Wet collectieve warmtevoorziening en Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie). De regierol wordt op verschillende momenten op verschillende manieren ingevuld, van actiever optreden als probleemeigenaar tot een meer kaderstellende of minimale rol. Hieronder is de rolneming op hoofdlijnen uitgewerkt, waaruit ook volgt wanneer we welke rol aannemen: De initiator Onder de Wet collectieve warmte (Wcw) heeft de gemeente een regierol bij de ontwikkeling van collectieve warmtevoorzieningen. Warmtenetten kunnen alleen gerealiseerd worden met een publiek meerderheidsbelang om de publieke belangen zoals betaalbaarheid, duurzaamheid of leveringszekerheid te borgen. Dit betekent dat de gemeente als initiator een publiek warmtebedrijf op kan richten of deel kan nemen in een warmtebedrijf waarin de overheid een meerderheidsbelang heeft. Ook kan de gemeente financiële instrumenten inzetten, zoals subsidies, garanties of bijdragen aan infrastructuur, om projecten financieel haalbaar te maken. En uiteraard hoort bij deze rol ook dat warmtekavels (waar komt een warmtenet) worden geïnitieerd.

De regisseur Als regisseur neemt de gemeente een actieve positie in, maar verwacht ook een duidelijke rolneming van andere partijen. De gemeente verbindt partijen, stimuleert samenwerking en zorgt dat bewoners, corporaties en bedrijven weten waar ze aan toe zijn. De regisseur stelt kaders voor samenwerking, organiseert communicatie en participatie en bewaakt dat kavelafspraken (waar mag een warmtenet komen) met warmtebedrijven met publiek meerderheidsbelang rechtvaardig en uitvoerbaar zijn. Uiteraard betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam. De gemeente bouwt eigen kennis en capaciteit op en gebruikt haar aanwijzingsbevoegdheid strategisch. De gemeente bepaalt waar een kavel komt, wie het warmtebedrijf is, en welke publieke belangen worden geborgd. Voor collectieve warmtenetten is samenwerking met andere publieke organisaties essentieel. Faciliterende rol Gemeenten moeten een warmteprogramma vaststellen en zorgen voor participatie bij de totstandkoming daarvan. In Overbetuwe zijn bewonersgroepen actief die zelf, in samenwerking met gemeente en andere stakeholders, willen bouwen aan de warmtetransitie. De gemeente borgt een fundament voor de warmtetransitie waarop andere partijen kunnen aanhaken.

Als gemeente stimuleren en ondersteunen we deze initiatieven omdat deze direct bijdragen aan de warmtetransitie en aansluiten bij de geleerde lessen dat we de transitie alleen kunnen realiseren wanneer bewoners, bedrijven en maatschappelijke partners actief betrokken zijn. De faciliterende rol betekent dat de gemeente niet alles zelf uitvoert, maar ruimte maakt voor samenwerking, initiatief en lokaal eigenaarschap. We zorgen voor duidelijke kaders, toegankelijk advies, overzicht in regelingen en een gelijk speelveld voor alle betrokkenen. Daarnaast verbinden we partijen, helpen we bij het organiseren van kennis en capaciteit, en zorgen we dat initiatieven aansluiten op het warmteprogramma en de bredere gemeentelijke opgaven.

Passende keuze De gemeente gebruikt haar bevoegdheden uit de Wgiw en Wcw strategisch. Op dit moment wordt niemand gedwongen om stappen te zetten. Wel willen we richting geven aan de warmtetransitie. Zo ontstaat een transitie die haalbaar, betaalbaar en rechtvaardig is voor inwoners en ondernemers in Overbetuwe. En de stappen willen we samen met alle stakeholders bepalen en zetten.

Voor de bredere uitdagingen van het warmteprogramma past een meer regisserende en faciliterende rol bij de gemeente. Daarmee bewaken we samenhang tussen lokale initiatieven, regionale samenwerking en landelijke kaders. En richten we ons op regie, coördinatie en participatie en stimuleren we initiatieven vanuit bewoners en marktpartijen. In het volgende hoofdstuk Participatie wordt de samenwerking met stakeholders verder uitgewerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=4ffc0224-431c-4f56-aa53-45490504f699