CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

26-01-27 A14 TIC; Lokale energiestrategie (LES), uitvoeringsagenda en blauwdruk programma warmte

Voorronde Zaal 2 13 januari 2026, gemeente OverBetuweBij agendapunt: RTGC Warmteprogramma en Lokale Energiestrategie (LES)2.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

B&W VOORSTEL Kenmerk: 13226 Datum b&w-vergadering: 16 december 2025 Onderwerp: Lokale energiestrategie (LES), uitvoeringsagenda en blauwdruk programma warmte Te nemen besluit: 1. Vaststellen van de Lokale Energiestrategie (LES) en uitvoeringsagenda; 2. In te stemmen met het toepassen van de blauwdruk warmteprogramma als vertrekpunt voor het definitieve warmteprogramma; 3. De uitgaven van de uitvoeringsagenda ten laste te brengen van de beschikbare middelen binnen de huidige begroting conform de paragraaf financiën. Team/ behandelend ambtenaar: SDF / Anne ten Brummelhuis Status advies: openbaar Portefeuillehouder: Wethouder Evert Westerbeek Doorgeleiding naar de raad: ja, informerend Betrokkenen bij advies extern: Betrokkenen bij advies intern:

    

Juridisch adviseur Financieel adviseur Inkoop adviseur P&O-adviseur Communicatieadviseur

Overig, te weten: Burgemeester Hoytink - Roubos (portefeuille P&O), strateeg warmte TIC: ja

Bijlagen voor B&W: Verwijzen naar: • Bijlage 1: Blauwdruk programma warmte • Bijlage 2: Lokale energiestrategie en uitvoeringsagenda

1/8

•

Bijlage 3: Technische uitwerking lokale energiestrategie

Bijlagen voor raad: Verwijzen naar: • Bijlage 1: Blauwdruk programma warmte • Bijlage 2: Lokale energiestrategie en uitvoeringsagenda • Bijlage 3: Technische uitwerking lokale energiestrategie • Bijlage 4: Collegevoorstel Lokale energiestrategie (LES), uitvoeringsagenda en blauwdruk warmteprogramma

onskenmerk

2/8

Te nemen besluit 1. Vaststellen van de Lokale Energiestrategie (LES) en uitvoeringsagenda; 2. In te stemmen met het toepassen van de blauwdruk warmteprogramma als vertrekpunt voor het definitieve warmteprogramma; 3. De uitgaven van de uitvoeringsagenda ten laste te brengen van de beschikbare middelen binnen de huidige begroting conform de paragraaf financiën.

Inleiding De gemeente Overbetuwe wil een energieneutrale gemeente zijn in 2050. Dit is een complexe lange-termijn opgave, waarvoor nu acties nodig zijn om de ambitie te realiseren. Het gaat hierbij om het samenspel om de energievraag te beperken, de resterende energie duurzaam op te wekken inclusief een duurzaam alternatief voor aardgas en een toekomstbestendig energiesysteem. Om te kunnen sturen op het realiseren van de al eerder vastgestelde lange termijn doelstellingen en ambities en tussentijds te monitoren, is de Lokale Energiestrategie (LES) opgesteld, met doelen voor 2050, 2040 en 2030. In het uitvoeringsplan zijn de maatregelen voor de periode 2026 - 2029 beschreven.

Beoogd resultaat Duidelijkheid voor inwoners, verenigingen, stichtingen en bedrijven over de toekomstige warmtevoorziening en over de aanpak van de energietransitie in de komende jaren vanuit de gemeente Overbetuwe. Daarnaast biedt het beschrijven van tussendoelen handvatten voor monitoring en evaluatie en de mogelijkheid om tijdig bij te sturen.

Argumenten en onderbouwing 1.1 en 2.1 Tussendoelen geven de mogelijkheid om te monitoren en tijdig bij te sturen. De ambitie voor een energieneutrale gemeente in 2050 is abstract. In de Lokale Energiestrategie en de uitvoeringsagenda wordt inzichtelijk gemaakt hoe de energiemix (vraag en aanbod) in 2050 eruit kan zien en wat dit betekent voor tussendoelen en aanpak de komende jaren. Dit laatste is uitgewerkt in een uitvoeringsagenda. Hierdoor wordt het makkelijker om te monitoren of we op koers liggen om de gestelde doelen te behalen en tijdig bij te sturen. Daarnaast geeft het inzicht in de keuzes die gemaakt moeten worden en vraagstukken die nog nader uitgewerkt moeten worden om de doelen te behalen. De complexe opgave van energietransitie vraagt om afstemming tussen de verschillende activiteiten. Hierbij gaat het om zowel de afstemming tussen de inhoudelijke doelstellingen als afstemming tussen gemeente en betrokken stakeholders, zoals inwoners, bedrijven, buurgemeenten en provincie. Deze afhankelijkheden beïnvloeden zowel de lange- als de korte termijnplanning. 1.2 en 2.2 Samenhang verschillende onderdelen vraagt om gelijktijdig besluitvorming. De lokale energiestrategie, bijbehorend uitvoeringsagenda en het warmteprogramma werken gezamenlijk toe naar de realisatie van doelstellingen rondom de energietransitie zoals beschreven in het programma duurzaamheid.

Het is lastig om de verschillende documenten los van elkaar te zien, daarom is ervoor gekozen de besluitvorming gelijktijdig plaats te laten vinden. Het huidige programma duurzaamheid heeft een looptijd t/m 2026. Eind 2026 wordt een nieuw programma duurzaamheid voorgelegd voor besluitvorming aan het college, waar de LES en het programma warmte een onderdeel van zijn. 1.3 Uitvoeringsplan 2026 – 2029 past binnen de bestaande financiële kaders. onskenmerk

3/8

Met de besluitvorming over het programma duurzaamheid in maart 2024, heeft de raad budget beschikbaar gesteld voor de realisatie van de ambities en doelstellingen. In de periode daarna heeft het Rijk aanvullende middelen beschikbaar gesteld waarover de raad is geïnformeerd via de P&C-cyclus en tweejaarlijkse voortgangsmemo’s over de energietransitie. Het uitvoeringsplan geeft een nadere uitwerking van de besteding van de beschikbaar gestelde financiële middelen, zodat invulling gegeven kan worden aan de lange termijn aanpak. Dit meerjarenperspectief biedt inwoners, bedrijven en verenigingen in de gemeente ook handelingsperspectief voor de toekomst. Door vast te houden aan de eerder gekozen route blijft de gemeente een betrouwbare samenwerkingspartner voor o.a. inwoners en bedrijven. De financiële basis van de uitvoeringsagenda 2026 -2029 zijn de reeds beschikbaar gestelde financiële middelen bij de besluitvorming rondom het programma duurzaamheid. 1.4 De Lokale Energiestrategie, uitvoeringsagenda en blauwdruk warmte passen binnen de bestaande beleidskaders. De Lokale Energiestrategie, uitvoeringsagenda en blauwdruk warmte passen binnen de huidige beleidskaders zoals de Omgevingsvisie, Regionale Energiestrategie (RES) en programma’s duurzaamheid, mobiliteit en economische zaken.

Voor de realisatie van sommige projecten dient separate (ruimtelijke) besluitvorming doorlopen te worden, zoals het plaatsen van batterijen of het nemen van een verkeersbesluit bij de plaatsing van laadpalen. • In de LES staat de visie beschreven op de energiemix in 2030, 20240 en 2050 richting de realisatie van de ambitie ‘energieneutraal Overbetuwe in 2050’. • Voor grootschalige opwek is uitgegaan van het zoekgebied beschreven in de omgevingsvisie en doelstellingen voor zonneparken en windmolens uit de RES. • Het onderdeel gebouwde omgeving inclusief alternatieven voor aardgas is nader uitgewerkt in de blauwdruk programma warmte. • In de uitvoeringsagenda staan de activiteiten voor de periode 2026 -2029 beschreven richting realisatie van de eerder vastgestelde ambities. • De uitvoeringsagenda sluit aan op de duurzaamheid doelstellingen in de eerder vastgestelde programma’s economische zaken en mobiliteit en de woonagenda.

1.2 Warmteprogramma is een wettelijke verplicht programma. Na de zomer van 2026 wordt de WGIW 1naar verwachting vastgesteld door het Rijk waarmee het ook formeel mogelijk is om een warmteprogramma vast te stellen. Onder de Omgevingswet is het college bevoegd gezag om programma’s vast te stellen. Dit is ook toegelicht tijdens het RTGC warmteprogramma voorjaar 2025. In lijn met eerdere toezeggingen aan de Raad ligt de blauwdruk warmteprogramma nu voor ter besluitvorming. Dit geeft ook duidelijkheid voor betrokken partijen in de samenleving en de koers voor energietransitie in de gebouwde omgeving. Na vaststelling van de WGIW wordt het definitieve programma warmte voorgelegd ter besluitvorming. 1.3 Aandachtspunten ophalen raad voor het Warmteprogramma. Bij zowel het RTGC over het warmteprogramma voorjaar 2025 als in de voortgangsmemo programma duurzaamheid is een RTGC warmteprogramma en LES aangekondigd in november 2025. De agendacommissie heeft het RTGC verzoek doorgeschoven naar januari 2026. Hierdoor was het niet mogelijk om voorafgaand aan besluitvorming in het college aandachtspunten op te halen bij de raad. Met het RTGC op 13 januari 2026 en de ter inzagelegging van het warmteprogramma medio 2026 wordt de raad in staat gesteld om het college aandachtspunten mee te geven voordat het definitieve warmteprogramma wordt vastgesteld.

1 Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie

onskenmerk

4/8

3.1 De besteding van de middelen sluit aan bij het oorspronkelijke doel. Bij het vaststellen van de programma duurzaamheid zijn financiële middelen beschikbaar gesteld voor diverse doelstellingen. Met dit voorstel wordt uitvoering gegeven aan het realiseren van een deel van deze doelstellingen.

Kanttekeningen en onderbouwing 1.1 Behalen ambitie 2030 en 2040 vraagt om aanvullende financiële middelen De Raad van Openbaar Bestuur (ROB) heeft het onderzoek ‘uitvoeringskosten van het klimaatakkoord voor decentrale overheden 2022 – 2030 gepubliceerd2. Op basis van dit rapport heeft het Nationaal Platform Warmte (NPLW) berekend dat de gemeente Overbetuwe jaarlijks in 2025 € 4.456.000 nodig heeft, oplopend naar €6.802.000 in 2030, voor realisatie van de energietransitie in de gebouwde omgeving. De uitvoeringsagenda bij de lokale energiestrategie voorziet in realisatie van een basisscenario, waardoor de komende jaren stappen gezet kunnen worden. De activiteiten en ambitie zijn gekoppeld aan de beschikbare middelen. Ook in de periode daarna is nog een aanzienlijke inzet nodig, waarvoor niet voldoende middelen beschikbaar zijn. De incidentele gelden zijn dan besteed en de verwachte CDOKEi gelden zijn niet toereikend om de opgave te realiseren. De hoogte van de CDOKE gelden vanaf 2030 is niet bekend. In een recente brief van de ROB wordt de noodzaak onderkent om tijdig duidelijkheid te geven aan gemeenten over de financiering. Uitgangspunt is minimaal het bedrag van de periode tot 2030, met de opmerking dat eigenlijk meer nodig is om de doelen te realiseren.

Zoals al bij de Kadernota 2026 is aangegeven, is aanvullende financiering nodig voor het realiseren van de duurzaamheidsambitie. Het betreft dan zowel middelen voor capaciteit als investeringen in bijvoorbeeld een warmtenet of andere projecten. Door gebruik te maken van (toekomstige) subsidieregeling komt mogelijk aanvullend budget beschikbaar voor realisatie van de ambities. 1.2 Bedragen rijkssubsidie CDOKE zijn nog niet definitief vanaf 2027. Vanuit het Rijk zijn financiële middelen gereserveerd voor de periode t/m 20303. De gemeente heeft nog geen beschikking voor of over? de middelen vanaf 2027. Door veranderingen in het Rijksbeleid kunnen hier nog aanpassingen plaatsvinden. In het uitvoeringsplan zit ruimte om tijdig bij te sturen, als blijkt dat vanaf 2027 (aanzienlijk) minder Rijksmiddelen uitgekeerd worden. De aanpak sluit aan bij de oproep vanuit het Rijk om nu in te zetten op een meerjarige aanpak en het bereiken van de doelstellingen. 1.3 Besluitvorming decembercirculaire 2025 pas in januari 2026 In de uitvoeringsagenda zijn activiteiten opgenomen voor energiearmoede, waarbij de dekking komt uit de aangekondigde middelen decembercirculaire 2025 en 2026. Indien het college besluit om deze middelen niet toe te kennen, dienen de plannen bijgestuurd te worden.

Financiën In de huidige programmabegroting 2026 zijn diverse middelen beschikbaar voor het LES programma warmte en het uitvoeringsplan 2026 – 2029. De financiële middelen bestaan uit structurele budgetten en eenmalige budgetten. Vanuit het programmaplan duurzaamheid zijn twee structurele budgetten beschikbaar. Het eerste betreft het reguliere budget duurzaamheid waarvan de helft beschikbaar is voor dit programma, oftewel € 90.000. Daarnaast heeft het Rijk vanaf 2026 de specifieke uitkering (Spuk) voor capaciteit voor decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) omgevormd tot een decentralisatie-uitkering voor 2026 bij de septembercirculaire 2025. 2 AEF-onderzoeksrapport Uitvoeringskosten Klimaatakkoord | Raad voor het Openbaar Bestuur 3 zie ook Veelgestelde vragen CDOKE | RVO.nl

onskenmerk

5/8

Hierbij is aangegeven dat deze middelen ook beschikbaar zijn voor de periode 2027 tot en met 2030, maar dat de uitkeringsvorm nog niet bepaald is. De verwachting is dat dit een bijzondere fondsuitkering (BFU) wordt. De middelen blijven hiermee vrij besteedbaar, maar onder de BFU is wel een vorm van labelling en verantwoording noodzakelijk. De hoogte van de CDOKE gelden bedraagt jaarlijks € 1.457.000. In de huidige begroting is vanaf 2027 € 812.820 geraamd als inkomsten conform het Programmaplan Duurzaamheid. Wanneer de definitieve uitkeringsvorm bekend is zullen de extra inkomsten rechtmatig geraamd worden middels de reguliere P&C-cyclus. Naast de structurele middelen zijn er ook eenmalige middelen beschikbaar. Een groot deel van deze middelen kent zijn beschikbaarheidsstelling in boekjaar 2025. Echter de besteding van de middelen zal over meerdere jaren plaatsvinden. Daarom is het van belang dat de middelen worden overgeheveld naar het desbetreffende boekjaar. De overhevelingen worden meegenomen in het reguliere proces bij de jaarrekeningen. Dit geldt voor de middelen van de meicirculaire 2022 voor de uitvoering van het klimaatakkoord, het budget voor de warmtetransitie en de verwachte middelen voor energiearmoede. Voor het restant van de CDOKE gelden 2025 en de bestemmingsreserve duurzaamheid geldt dat deze middelen over meerdere jaren besteed mogen worden.

Voor een uitname uit de bestemmingsreserve zal in het jaar van besteding een aanvraag gedaan worden via de reguliere bestuursrapportages. Tevens worden nog nieuwe subsidiegelden aangevraagd. Omdat de hoogte van de bedragen en de regelingen zelf nog niet bekend zijn, zijn deze niet opgenomen in dit voorstel. De toekenning van nieuwe subsidieaanvragen zal worden verwerkt via de reguliere P&C-cyclus. Tabel 1 geeft een overzicht van de beschikbare financiële middelen voor het LES programma warmte en uitvoeringsplan 2026 – 2029 voor de komende jaren. Tabel 1: Beschikbaar budget duurzaamheid 2026 – 2029 Structureel beschikbaar 2026 2027 Begroting gemeente € 90.000 € 90.000 Overbetuwe CDOKE gelden € 1.457.000 € 1.457.000 Subtotaal structureel € 1.547.000 € 1.547.000 Eenmalig beschikbaar Restant CDOKE gelden 2025 Bestemmingsreserve duurzaamheid Budget Rijk 2019 Warmtetransitie Middelen meicirculaire 2022 Decembercirculaire energiearmoede 2025 en 2026 Subtotaal eenmalig Totaal beschikbaar

2028 € 90.000

2029 € 90.000

€ 1.457.000 € 1.547.000

€ 1.457.000 € 1.547.000

€ 1.200.000 € 402.000 € 202.000 € 125.000 € 72.000 € 2.001.000

€0

€0

€0

€ 3.548.000

€ 1.547.000

€ 1.547.000

€ 1.547.000

Het totaal aan beschikbare middelen voor 2026 – 2029 bedraagt € 8.189.000. Deze middelen komen overeen met de geplande uitgaven per inhoudelijk thema zoals opgenomen in onderstaande tabel 2. Tabel 2 geeft de bestedingen per inhoudelijk thema weer. In de praktijk is het niet mogelijk om de inhoudelijke thema’s als losse onderdelen te zien omdat

onskenmerk

6/8

hier vaak sprake is van afhankelijkheden. Zo is de inzet vanuit communicatie en participatie lastig onder te verdelen in de verschillende inhoudelijke doelen. Daarnaast gaan sommige projecten over een beweging in de wijk en om inwoners te betrekken, waarbij activiteiten aan verschillende inhoudelijke doelstellingen bijdragen. Onderstaande verwachte uitgaven worden gedekt uit de beschikbare middelen zoals benoemd in tabel 1. Tabel 2: Verwachte uitgaven per inhoudelijke thema 2026

2027

2028

2029

Energietransitie gebouwde omgeving (inclusief warmtetransitie)

1.000.000

1.000.000

1.000.000

1.200.000

Netcongestie en energiesysteem

200.000

200.000

200.000

200.000

160.000 125.000 75.000 350.000 50.000 1.960.000

160.000 150.000 75.000 350.000 50.000 1.985.000

160.000 175.000 75.000 350.000 66.500 2.026.500

160.000 175.000 75.000 350.000 66.500 2.226.500

Duurzaam bedrijfsleven Circulariteit Duurzame mobiliteit Overkoepelend Onvoorzien Totaal

Om het uitvoeringsplan 2026-2029 te realiseren is er extra realisatiekracht nodig vanaf 2026. De kosten voor de realisatiekracht zijn onderdeel van de verwachte uitgaven in tabel 2. De uitbreiding van de vaste formatie wordt conform de systematiek en de eerdere aankondiging in de contouren van het Programma Duurzaamheid en de Kadernota 2025 toegevoegd aan het Personeelsbudget. Het gaat hierbij om 0,5 fte circulariteit, 1 fte borging beleidsambities in het proces van initiatief tot realisatie 1 fte voor netcongestie, 0,9 fte voor Energietransitie en 0,5 fte Duurzame mobiliteit. Tegenover de formatie-uitbreidingen staan de structurele middelen zoals weergegeven in tabel 1. Effect Overbetuwerichtlijn Met de formatie-uitbreiding van in totaal 3,9 fte neemt de Overbetuwe richtlijn met 0,080 toe ten opzichte van de richtlijn zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026. Conform afspraak zullen de effecten op de richtlijn worden meegenomen in de P&C-cyclus. Het eerstvolgende moment betreft de 1e bestuursrapportage 2026.

Rol gemeente, interactie en initiatiefnemer De gemeente heeft verschillende rollen. Initiatiefnemer voor het opstellen van beleid, wet- en regelgeving. Daarnaast faciliteert de gemeente processen in de wijken en kernen om te komen tot een energie neutrale gemeente. Hierbij wordt aangesloten op plekken waar al energie aanwezig is.

Eventuele bestuurlijke aandachtspunten Niet van toepassing

Duurzaamheid Dit voorstel geeft inzicht in de lange termijn ambities en doelstellingen rondom de energietransitie en realisatie ambitie energieneutraal Overbetuwe. Het uitvoeringsplan geeft de concrete acties voor de komende jaren weer om de doelstellingen te realiseren. Dit geeft ook handelingsperspectief voor verschillende stakeholders in de samenleving.

Vervolg Planning

onskenmerk

7/8

Na besluitvorming worden de bijlagen, inclusief presentatie, toegevoegd aan het RTGCverzoek op 13 januari 2026. Communicatie Dit collegevoorstel vraagt niet direct om aanvullende communicatie acties. Participatie en communicatie maakt een groot onderdeel uit van het uitvoeringsprogramma. Na besluitvorming wordt een communicatie- en participatieplan opgesteld met een communicatiekalender. Evaluatie Hiervoor wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande P&C cyclus. i Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE)

onskenmerk

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=8e6e5647-f245-4fb9-9b56-74d273c49442