CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

26-01-27.21 Relevant stuk 1. Motivering en regels_TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst_vastgesteld

Gemeenteraadsvergadering 27 januari 2026, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen omgevingsplan "Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst"23.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l

Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

Inhoudsopgave

Motivering

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Huidig juridisch-planologisch regime 1.4 Leeswijzer

5 5 5 6 7

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

8

Hoofdstuk 3

Toekomstige situatie

9

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

11 11 12 13

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Activiteiten en milieuzonering 5.5 Geurhinder 5.6 Bodem 5.7 Omgevingsveiligheid 5.8 Ontplofbare oorlogsresten 5.9 Kabels en leidingen 5.10 Waterparagraaf 5.11 Natuur 5.12 Archeologie en cultuurhistorie 5.13 Verkeer en parkeren 5.14 Trillingen 5.15 Gezondheid 5.16 Duurzaamheid

16 16 16 17 18 20 20 21 23 25 25 27 29 32 32 33 33

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemene opzet 6.2 Toelichting op de regels

35 35 35

Hoofdstuk 7

37

Financiële toelichting

Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak 8.1 Inleiding 8.2 Participatie 8.3 Overleg 8.4 Wijziging van het omgevingsplan 8.5 Beroep

38 38 38 38 38 38

Bijlagen bij motivering

39

Bijlage 1

Akoestisch onderzoek

39

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

39

Bijlage 3

Wateradvies

39

Bijlage 4

Quickscan Flora en Fauna

39

Bijlage 5

Stikstofdepositieonderzoek

39

Bijlage 6

Archeologisch onderzoek

39

2

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

Regels

40

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3

Inleidende regels Toepassingsbereik Begrippen Meet- en rekenbepalingen

41 41 42 47

Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Functies en activiteiten Agrarisch Wonen Leiding - Gas Waarde - Archeologische verwachting 2

48 48 49 53 55

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Anti-dubbeltelregel

58 58 59 60 61 62

Hoofdstuk 4 Artikel 13

Overgangsregels Overgangsrecht

63 63

Bijlagen bij regels

64

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

64

Bijlage 2

Te slopen agrarische bedrijfsbebouwing

64

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

Motivering

4

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De initiatiefnemer is voornemens twee vrijstaande woningen te realiseren na sloop van alle nietkarakteristieke agrarische bedrijfsbebouwing op het perceel Landgoed Schoonderlogt aan de Logtsestraat 6 in Elst. Door de sloop van de bebouwing ontstaat er een mogelijkheid tot de ontwikkeling van twee woningen. Deze twee woningen zijn voorzien op het achtergelegen perceel aan de Logtsestraat 6 en 6a in Elst waarbij een deel van het agrarische perceel zal worden veranderd tot twee woonfuncties. De twee bedrijfswoningen zijn in een BOPA procedure al omgezet naar burgerwoning, en worden in dit TAM-omgevingsplan opgenomen in het omgevingsplan. Het voorliggende initiatief is in strijd met het huidige omgevingsplan. Om het verzoek mogelijk te maken is een wijziging van het tijdelijke omgevingsplan noodzakelijk. De wijziging van het omgevingsplan wordt doorlopen met toepassing van de tijdelijke alternatieve maatregel (TAM).

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Logtsestraat ter hoogte van nummers 6 en 6a lokaal bekend als het Landgoed Schoonderlogt. Het perceel is bebouwd en is gelegen in het buitengebied van Overbetuwe, tussen Elst en Valburg. Het perceel heeft een compacte vorm en wordt aan de Logtsestraat ontsloten. De toegangsweg loopt door de woonbebouwing bekend als Logtsestraat 4 en 4a welke onderdeel vormen van één van de monumentale panden van het Landgoed Schoonderlogt.

Globale aanduiding locatie van het plangebied aan de Logtsestraat Het perceel aan de Logtsestraat betreft de recent gesplitste kadastrale percelen bekend als gemeente Elst, sectie M, perceelsnummers 2071, 2072, 2073, en 2074. Binnen het perceel 2072 staan tevens de woningen aan Logtsestraat 4a, 6, en 6a. De percelen 2071 en 2073 zijn opgesplitst voor de toekomstige woningen. Op een klein deel van 2074 komt ook de tweede nieuwe woning te staan. De percelen zijn nu nog in eigendom van de initiatiefnemer.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

5

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

Luchtfoto van de locatie Schoonderlogt en omliggende percelen Om aan het functieveranderingsbeleid van de gemeente te voldoen worden er agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt. Momenteel staan er twee grote bedrijfsgebouwen van gezamenlijk ca. 1.500 m² die daarvoor in aanmerking komen. De twee voornoemde grote agrarische bedrijfsgebouwen zijn door de beoogde bedrijfsbeëindiging overtollig en kunnen daarom gesloopt worden. De overige bedrijfsbebouwing is karakteristieke bebouwing die juist behouden blijft. De woningen aan de Logtsestraat 6 en 6a waren in gebruik als bedrijfswoning bij het agrarische bedrijf. Door de beëindiging van het bedrijf en de voorziene sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing zijn deze woningen omgezet naar burgerwoning. De omzetting naar burgerwoning voor deze twee bedrijfswoningen is met een BOPA dus reeds mogelijk gemaakt. Deze woningen en aangebouwde karakteristieke schuren zijn (deels) aangewezen als gemeentelijk monument, waardoor het waardevol is om deze te behouden. Door het opnemen van deze burgerwoningen in dit TAMomgevingsplan zal het gehele agrarische bouwvlak verdwijnen.

1.3

Huidig juridisch-planologisch regime

Ten aanzien van alle gronden is van toepassing het bestemmingsplan “Buitengebied Overbetuwe”, welke op 5 maart 2013 werd vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Overbetuwe en onherroepelijk werd door de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 30 april 2014. Het bestemmingsplan is van rechtswege per 1 januari 2024 opgenomen in het tijdelijke omgevingsplan.

6

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

Uitsnede geldend omgevingsplan Buitengebied Overbetuwe Volgens dit bestemmingsplan rust op de grond de enkelbestemming “Agrarisch”. Daarnaast is er een bouwvlak opgenomen. Deze gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, met dien verstande dat niet-grondgebonden agrarische bedrijven niet zijn toegestaan. Ter plaatse van de gasleiding is een dubbelbestemming “Leiding – Gas” opgenomen. Er geldt voor het gehele plangebied een dubbelbestemming “Waarde- Archeologische verwachting 2”. Tot slot is de gebiedsaanduiding 'waardevol landschap' van toepassing op het gebied waar onderhavig plangebied zich binnen bevindt. Door deze aanduiding zijn de gronden mede bestemd voor het beschermen en ontwikkelen van de bijzondere kwaliteiten van het waardevol landschap.

1.4

Leeswijzer

Deze motivering is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk, worden in hoofdstukken 2 en 3 respectievelijk de bestaande en de toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het bij deze omgevingsplanwijziging van toepassing zijnde rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt of en hoe de ontwikkeling voldoet aan het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In hoofdstuk 6 is de juridische planopzet beschreven en in hoofdstuk 7 is de financiële toelichting opgenomen. In hoofdstuk 8 is de procedure beschreven.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

7

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

Op het perceel aan de Logtsestraat 6, 6a te Elst is in de bestaande situatie geen agrarisch bedrijf meer actief. Middels een (BOPA)vergunning zijn de twee voormalige bedrijfswoningen als burgerwoning in gebruik genomen. Deze zijn onderdeel van de karakteristieke bebouwing die bij het voormalige agrarische bedrijf behoorde. De niet-karakteristieke bedrijfsbebouwing ten noorden en oosten gelegen van dit ensemble hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 1.500 m² en zijn niet meer als agrarische bedrijfsbebouwing in gebruik. Daarnaast is er tussenliggende verharding binnen het bouwvlak aanwezig. Ten westen ligt het entreegebouw van het Landgoed waar de ontsluiting tussendoor loopt en waar twee woningen in gevestigd zijn (Logtsestraat 4 en 4a). Deze meer aan de weg gelegen 'poortwoningen' hebben dan ook al een woonfunctie. Ten noorden van het terrein ligt een watergang die ook als zodanig is bestemd. Ten oosten van het plangebied ligt een gasleiding die momenteel het agrarische bouwvlak doorsnijdt, maar die - door zorgvuldige inpassing van de twee nieuwe woningen buiten de aandachtscontouren, geen hinder zal geven aan de nieuw te realiseren woningen.

Plangebied Logtsestraat 6 en 6a te Elst

8

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

Hoofdstuk 3

Toekomstige situatie

Op basis van het geldende functieveranderingsbeleid hebben de initiatiefnemers de mogelijkheid om na sloop van twee bedrijfsgebouwen (ca. 1.500 m²), twee vrijstaande woningen te realiseren. In de toekomstige situatie zal middels dit TAM-omgevingsplan de bedrijfsbebouwing moeten worden gesloopt, en worden er op deze locatie twee woningen mogelijk gemaakt. Voor de stedenbouwkundige invulling is een inrichtingsschets opgenomen in het landschapsplan:

Inrichtingsplan met landschappelijke inpassing (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving) Met toepassing van het functieveranderingsbeleid mogen er in ruil voor de sloop van de bedrijfsgebouwen twee woningen terug gebouwd worden. Het voorliggende plan voorziet in het slopen van de agrarische bedrijfsbebouwing door het weghalen van het bouwvlak op deze locatie. Deze te slopen bebouwing is de bebouwing die niet-karakteristiek of als gemeentelijk monument onderdeel is van het landgoed. Deze gebouwen zijn na bedrijfsbeëindiging overtollig en worden derhalve gesloopt:

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

Te slopen agrarische bedrijfsgebouwen op basis van functieveranderingsbeleid Met toepassing van het functieveranderingsbeleid worden de achtergelegen gronden omgezet naar de functie 'Wonen'. Het bouwvlak voor het agrarische perceel zal op deze plek ook vervallen. Het woonperceel zal landschappelijk worden aangekleed door middel van streekeigen beplanting. De overige gronden rondom het perceel zullen worden ingezet ten behoeve van agrarische gronden (grasland). Landschappelijke kenmerken en inpassing De landschappelijke inpassing sluit aan op de waarden en ambities voor deelgebied 9 "Oeverwal Valburg-Homoet" zoals die in het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) staan. Het landschapsplan is opgesteld om de ruimtelijke kwaliteit en de aanwezigheid van natuurwaarden op het perceel te versterken en de biodiversiteit te vergroten. In het plangebied geven nieuwe solitaire streekeigen bomen diepte aan de tuin en zorgen voor landschappelijke inpassing. De bestaande boomgaard blijft behouden en wordt versterkt met historische fruitrassen. De bestaande knip- en scheerheg (beuk) rondom ensemble Landgoed Schoonderlogt blijft behouden en nieuwe knip- en scheerheggen en natuurlijke struweelhagen zorgen voor landschappelijke inpassing van de nieuwe woonkavels. De landerijen van boerderij Schoonderlogt waren vroeger ingericht als akkers, boomgaarden, weide (veeteelt) en kleinvee.

De weides bieden ruimte om als ‘landgoedeigenaar’ verder ingericht te worden met o.a. graanakkers, hoogstamboomgaarden, voedselbossen of dierenweides. Het beplantingsplan, als onderdeel van het landschapsinpassingsplan is als bijlage 1 bij de regels toegevoegd aan dit plan. Bij onderhavig plan zal worden ingezet op het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit. Voor de exacte juridische vertaling van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

10

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland in 2050. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Het Rijk wil sturen en richting geven op vier prioriteiten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel;  Sterke en gezonde steden en regio's;  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3.

Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Beoordeling en conclusie Gezien de kleinschalige omvang van het initiatief, zijn er in beginsel geen nationale belangen aan de orde. Het rijk zet in de NOVI voor het landelijk gebied in zijn algemeenheid in op een toekomstbestendige ontwikkeling. Dit betekent dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste mogen gaan van landschappelijke kwaliteiten. Met de sloop van de overtollige bedrijfsbebouwing en realisatie van twee woningen, in combinatie met een zorgvuldig landschappelijk ontwerp en inpassing, doet het initiatief geen afbreuk aan de landschappelijke kwaliteiten. Het initiatief sluit aan bij de ambities uit de NOVI. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de 'ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt.

Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 5.129 g, eerste lid, Bkl bepaald: 'De ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is'. Bij de wijziging van een omgevingsplan, die voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet rekening worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling en een motivering, dat de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied of binnen stedelijk groen kan worden gerealiseerd als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Beoordeling en conclusie Het plan ziet toe op de sloop van overtollige agrarische bedrijfsbebouwing, en de realisatie van twee nieuwe woningen in het kader van het functieveranderingsbeleid van Overbetuwe. De overige twee burgerwoningen in de karakteristieke bebouwing worden juridisch vastgelegd, maar zijn al bestaand. Volgens vaste jurisprudentie is er bij de realisatie van twee woningen geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Daarom is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde voor dit plan. Met de ontwikkeling van twee nieuwe woningen die middels het functieveranderingsbeleid passen binnen de behoefte aan woningbouw in de gemeente wordt voldaan aan de vereisten die zijn gesteld in het Bkl.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

11

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

4.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Deze is in werking getreden op 1 maart 2019. Het doel van de Omgevingsvisie is: een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland, vanuit het verleden én met het oog op de toekomst. De provincie is als middenbestuur een belangrijke schakel bij het bereiken van deze doelstellingen en wil op een aantal manieren waarde toevoegen:  met een brede blik kijken naar de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving;  stimuleren van ontwikkelingen enerzijds en beschermen van waarden anderzijds;  focussen op duurzaamheid, onderlinge verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland;  door middel van 7 ambities verder verdiepen van de focus. De 7 ambities van de provincie zien op de volgende thema's: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Per ambitie is de provinciale aanpak beschreven. Beoordeling en conclusie De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze bevat concrete regels, waaraan concrete ontwikkelingen moeten worden getoetst.

Ten aanzien van de Omgevingsvisie kan worden gesteld dat het initiatief een bescheiden bijdrage levert aan de realisatie van voldoende woningen, door op een daarvoor passende locatie en met behoud en versterking van de landschappelijke waarden nieuwe woonpercelen mogelijk te maken. Daarnaast wordt overtollige agrarisch bedrijfsbebouwing gesloopt en zal het bouwvlak in het plangebied vervallen, om nieuwe bedrijfsbebouwing uit te sluiten. Dit sluit aan bij de ambities van de provincie. Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten actualiseren de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening of verordening) regelmatig. De Omgevingsverordening is in januari 2024 in werking getreden en geactualiseerd in april 2025. De laatste actualisatie betreft kleine wijzigingen en heeft geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Wonen Artikel 5.64 van de Omgevingsverordening geeft de instructieregel dat nieuwe woningen in een omgevingsplanwijziging alleen mogen worden toegestaan, als die ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. Het plan past binnen de afspraken uit de woonagenda. Aan de instructieregel wordt voldaan. Gelderse streek Over-Betuwe Het plangebied maakt onderdeel uit van de Gelderse streek Over-Betuwe.

Artikel 5.41 van de Omgevingsverordening, dat is opgesteld met als doel om het (Gelderse) landschap te beschermen, bevat de instructieregel dat bij het toestaan van een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening moet worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. Kernkwaliteiten zijn de essenties van het landschap van de Gelderse streken; de te behouden kenmerken waarmee de deelgebieden zich van elkaar onderscheiden. Deze kernkwaliteiten vormen de basis van de ruimtelijke kwaliteit en bepalen de identiteit van Gelderland. Ze zijn gebaseerd op de ruimtelijke opbouw van het historisch gegroeide landschap met de karakteristieken van de bodem en het watersysteem, de ecologie, ontginningsgeschiedenis, cultuurhistorie en verstedelijking. De ontwikkeldoelen geven aan wat wordt beoogd met versterking van de kernkwaliteiten. Uitgangspunt is dat alle ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan de versterking van de kernkwaliteiten van de Gelderse streken. De kernkwaliteiten voor de streek Over-Betuwe zijn als volgt geformuleerd: 1. Verstedelijkt rivierengebied (als “Gelderse poort van de delta”) tussen Pannerdens Kanaal, Nederrijn en Waal, met een afwisseling van enkele nog relatief open (vrij van bebouwing) overwegend agrarische landschappen. 2.

Van oudsher wringt de Rijn zich tussen de stuwwallen van Montferland, Nijmegen en Veluwe. Met indrukwekkende en unieke splitsingspunten van rivieren: Rijn-Waal en Rijn-IJssel. Ruimtelijke

12

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

ensembles waarin de combinatie van landschap en historie, afzijdige ligging, barrièrewerking en grens tot uitdrukking komt. 3. Rivierengebied met klassieke opbouw van rivier, brede en smalle uiterwaarden, dijktrajecten, fijnmazige (hoger gelegen) oeverwallen en min of meer open (lager gelegen) komgronden. 4. Vrij uitzicht vanaf dijken over het binnendijkse landschap, over de rivieren en naar de stuwwallen van de Veluwe en van Nijmegen. 5. Verstedelijking vanuit Arnhem en Nijmegen via ‘riviersprongen’, aangevuld met landschapspark Lingezegen als buffergebied. Grote variatie in grondgebruik, infrastructuur en bebouwing. 6. Gegraven Linge als structurerend landschapselement. 7. Waardevol open komgebied Hollanderbroek: uitgestrekt grootschalig open landschap en rustig en stil gebied met oud ontwateringssysteem met de Linge. Zicht op de stuwwallen van het Veluwemassief. 8. IJssellinie: (relicten van) een historische verdedigingslinie uit de jaren '50 van de 20e eeuw. 9. Ecologische waarden met name langs de rivieren en zegen en in weidevogelgebieden. Natura 2000 waarden in Rijntakken en Huissense waarden. 10. Overblijfselen en verwijzingen naar de Hollandse Waterlinie (Fort Pannerden) en Limes (UNESCO-waarde). 11.

Relatieve stilte en rust als contrast met de stedelijke zones, zoals in omgeving van Doornenburg, in de brede uiterwaarden en in de nog relatief ‘lege’ gebieden zoals het Hollanderbroek. Beoordeling en conclusie Het plangebied ligt in het buitengebied tussen de kernen Elst en Valburg. Ongeveer 500 m ten noorden van de locatie is de rivier de Linge gelegen. Het gebied kenmerkt zich door de overwegend agrarische landschappen met een relatief open karakter. Het ligt in het rivierengebied waar de klassieke opbouw van rivier en de open komgronden herkenbaar zijn. Er liggen verschillende agrarische percelen met hier en daar woonfuncties op ruime vrijliggende percelen. De aanwezige bebouwing heeft een grote historische waarde met een landhuis en entreepoort waar momenteel 2 woningen in gehuisvest zijn. Op deze plek wordt dan ook bijzondere aandacht besteed aan de cultuurhistorische waarden die het terrein behelzen. De twee woningen lokaal bekend als Logtsestraat 6 en 6a zijn daarvoor al middels een BOPA voor omgezet naar burgerwoning. Het accent wordt met deze ontwikkeling extra gelegd op de karakteristieke panden, waar twee nieuw op te richten woningen op de achtergrond aanwezig zullen zijn, en extra beleefbaarheid aan het perceel toevoegen.

De oude overtollige bebouwing wordt gesloopt wat leidt tot ruimtelijke kwalititeitsverbetering, die verder wordt verbeterd door de zorgvuldige landschappelijke inpassing. De ontwikkeling past dan ook binnen de kernkwaliteiten van de Gelderse streek Over-Betuwe. De ontwikkeling is daarmee passend binnen de Omgevingsverordening Gelderland en de kernkwaliteiten die daarin worden omschreven.

4.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. In de Omgevingsvisie wordt een omschrijving gegeven welke ontwikkelingen passend zijn in het buitengebied. Agrarisch wordt hierbij als belangrijk en karakteristiek gezien. Er wordt opgemerkt dat door digitalisering, schaalvergroting, verstedelijking en klimaatverandering ruimte nodig is voor verbreding naast de agrarische activiteiten. In Overbetuwe worden er zeven deelgebieden onderscheiden met verschillende ontwikkelmogelijkheden. Er zijn echter ontwikkelingen die overstijgend zijn aan de deelgebieden en deze overstijgen. Het gaat om de volgende vier ontwikkelingen: 1. Bij vrijkomende agrarische bebouwing waardecreatie voorop stellen aan de hand van (verbeteren van) omgevings- en milieuwaarden, aansluitend op de ambities per deelgebied. 2. Meer gedifferentieerd bezien van mogelijke nieuwe functies voor tijdelijk gebruik van vrijkomende agrarische loodsen, met respect voor de ambities per deelgebied.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

13

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

3. Toepassing van clustering en bundeling bij transformatie van (leegstaand) agrarisch vastgoed naar woonfuncties. Waar nodig gebruiken we daarbij ook saldering om 'plussen' en 'minnen' op meerdere locaties met elkaar te verbinden en als totaal meerwaarde te creëren. 4. Kleinschalige extensieve recreatie (nevenfuncties) vooral stimuleren nabij het netwerk van recreatieve routes dat zich door het gehele buitengebied begeeft. Beoordeling en conclusie Het plangebied ligt in het buitengebied van Overbetuwe en biedt de mogelijkheid tot het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het terrein door overtollige bebouwing van het agrarische bedrijf te slopen en twee woningen achter op het terrein te realiseren die landschappelijk worden ingepast. Hierdoor wordt voor de vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing waardecreatie voorop gesteld en een toekomstbestendige functie aan het gebied gegeven. Door het behouden van de karakteristieke bebouwing blijven de unieke elementen uit het gebied behouden, en worden deze aangevuld met twee nieuwe woningen die worden ingepast en waarmee wordt aangesloten op de al bestaande bebouwing en een meerwaarde wordt gecreëerd voor Landgoed Schoonderlogt. Het landgoed blijft echter privéterrein en daarmee niet openbaar toegankelijk. Ook hierdoor blijft het karakter van het landgoed behouden.

Dit TAM-omgevingsplan is daarmee in overeenstemming met de gemeentelijke Omgevingsvisie. Landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe (LOP) In het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) uit 2009 zijn de (algemene) doelstellingen en gebiedsspecifieke opgaven voor Overbetuwe geformuleerd. De hoofddoelstelling is het ontwikkelen van een sterke samenhangende landschappelijke structuur met een eigen Betuwse identiteit, die tegenwicht biedt aan de verstedelijking en waarbij belangrijke landschappelijke waarden duurzaam in stand worden gehouden. Per deelgebied zijn daarnaast gebiedsspecifieke opgaven opgenomen. In het LOP formuleert de gemeente de volgende hoofddoelstellingen:  In stand houden en versterken van de waardevolle samenhang tussen kom-oeverwal en uiterwaard (gradiënten);  Behouden en versterken van openheid, grootschaligheid en kenmerkende weidebouw in de kommen, tegenover de kleinschalige structuur van oeverwallen;  Waardevolle landschappelijke en historische elementen en structuren beter herkenbaar maken in het landschap;  Benutten van de landschapsecologische potenties die het watersysteem biedt;  Verbeteren van de overgangen tussen de stads- en dorpskernen en het platteland. Beoordeling en conclusie Het plangebied ligt in deelgebied 9 “Oeverwal Valburg-Homoet” zoals die in het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) staat.

Kenmerken zijn hierin:  Hogere oeverwal met oude bewoning.  Veel karakteristieke en monumentale boerderijen rond Homoet en Valburg.  Het oude gedeelte van Valburg ligt op een rivierduin.  Kleinschalig/besloten landschap, veel microreliëf.  Kenmerkende hagen rond Homoet, boomgaarden rond Valburg. Daarnaast zijn er specifieke opgaven geformuleerd, waaronder monumentale beplanting op erven behouden en versterken, en behoud en versterking van het kleinschalige besloten landschap. Het Landgoed Schoonderlogt is een karakteristiek en monumentale boerderij met veel kenmerkende landschappelijke elementen. Naar aanleiding van opmerkingen van de gemeente is het landschapsplan aangepast en is gezorgd dat deze elementen zo goed mogelijk versterkt en ingepast worden. In het kader van deze ontwikkeling en op basis van het LOP is daarom een landschapsinpassingsplan opgesteld. Dit is opgenomen in bijlage 1 bij de regels van dit plan. Verder is er sprake van functieverandering, waar aan voorwaarden voldaan moet worden om te voorkomen dat de gemeente Overbetuwe volstroomt met niet-agrarische functies. Sloop van agrarische bebouwing is één van die voorwaarden. Uiteraard wordt ingezien dat bepaalde hergebruiksvormen niet onwenselijk zijn in bepaalde gebieden. Het omzetten van een agrarisch bedrijf naar een woonfunctie past dan ook binnen de uitgangspunten van het LOP.

Het plan sluit al met al goed aan op de doelstellingen uit het LOP.

14

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

Beleidsregel functieverandering en nieuwvestiging in het buitengebied gemeente Overbetuwe Evenals de provincie Gelderland onderkent het gemeentebestuur van Overbetuwe de ‘leegloop’ in de agrarische sector en staat men niet in alle gevallen onwelwillend tegenover functieverandering in het buitengebied. Door functieverandering van bestaande gebouwen kan tegemoet worden gekomen aan de aanwezige behoefte aan wonen en werken in het buitengebied, zonder daarvoor extra bouwlocaties toe te voegen. Doelstelling van het beleid is een toetsingskader te bieden voor functieverandering in het buitengebied. In het agrarisch gebied kan functieverandering naar wonen plaatsvinden. Voor dit gebied geldt bij sloop van minimaal 1.500 m² dat medewerking kan worden verleend aan functieverandering van maximaal drie woningen. Hierbij kan een combinatie worden gemaakt van hergebruik van een bestaand bijgebouw voor één woning en één nieuw woongebouw met twee woningen of in geval van sloop van alle bijgebouwen de realisatie van één nieuw woongebouw met drie woningen. Vervangende nieuwbouw kan ook plaatsvinden in de vorm van twee vrijstaande woningen. Beoordeling en conclusie Het initiatief is een functieverandering in het buitengebied. Dergelijke initiatieven worden getoetst aan de beleidsregel functieverandering. De activiteiten van het agrarisch bedrijf zijn reeds beëindigd.

In totaal wordt er 1500 m² aan overtollige bebouwing gesloopt. In ruil voor het beëindigen van het agrarische bedrijf en de m² te slopen bedrijfsgebouwen is het mogelijk om twee nieuwe vrijstaande woningen te realiseren. Het initiatief voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in de beleidsregel en is daarmee in overeenstemming met het functieveranderingsbeleid. Plussenbeleid niet-grondgebonden veehouderij Overbetuwe (2020) Het doel van het plussenbeleid is meer kwaliteit bij de ontwikkeling van niet-grondgebonden veehouderijbedrijven: in dialoog met de omgeving en extra investeren in fysieke maatregelen passend bij een gebied. Iedere uitbreiding van mogelijkheden voor de niet-grondgebonden veehouderij ten opzichte van het geldende bouwvlak (incl. eventuele beperkende regels die gelden binnen het bouwvlak) moet worden getoetst aan het plussenbeleid. Tot het moment dat het plussenbeleid is geïmplementeerd in het omgevingsplan (voor een locatie of een gebied) wordt in de beleidsregels uitbreiding van agrarische bebouwing binnen de mogelijkheden van het bestaande bouwvlak gerespecteerd, wat betekent dat hierbij geen plussenbeleid toegepast hoeft te worden. De gemeente Overbetuwe heeft het plussenbeleid-gebied geregeld in het parapluplan bij gebruikmaking van de wijzigings- en afwijkings-bevoegdheden die flexibiliteit bieden.

Dit betekent dat bij iedere verruiming van de planologische mogelijkheden voor de nietgrondgebonden veehouderij de spelregels van het plussenbeleid toegepast moeten worden. Omdat het plussenbeleid niet onnodig belemmerend mag werken kan per niet-grondgebonden veehouderij(tak) elke 5 jaar éénmaal een uitbreiding van 500 m² of minder mogelijk worden gemaakt zonder dat de spelregels van het plussenbeleid van toepassing zijn. Bestaande niet-grondgebonden veehouderijen kunnen groeiruimte verdienen door maatschappelijke tegenprestaties (plussen) welke leiden tot een betere kwaliteit voor de leefomgeving en verduurzaming van de niet-grondgebonden veehouderij. Het voeren van een omgevingsdialoog speelt bij hierbij een belangrijke rol. Beoordeling en conclusie Het plussenbeleid van gemeente Overbetuwe is alleen van toepassing voor uitbreiding of verruiming van niet-grondgebonden veehouderijbedrijven. Onderhavige ontwikkeling gaat over het beperken van de veehouderij en verwijdering van het bouwvlak in het onderhavige plangebied van de agrarische functie.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

15

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

Hoofdstuk 5 5.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Milieueffectrapportage

Bijlage V bij het Omgevingsbesluit in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit bepalen of een besluit project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Bijlage V bij het Omgevingsbesluit heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van projecten waarvoor een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. In kolom 4 zijn de besluiten opgenomen die betrekking hebben op projecten waarvoor de m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Of er voor het besluit een m.e.r.plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een m.e.r.-plicht. Anders geldt een m.e.r.beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Of een project, dat voorkomt in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit, aanzienlijke milieueffecten heeft, wordt beoordeeld door het bevoegd gezag. Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met: a. de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn; b. voor zover relevant: de resultaten van eerder uitgevoerde controles of andere beoordelingen van milieueffecten die op grond van verordeningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn verkregen.

In kolom 1 zijn verschillende categorieën van projecten aangewezen, waaronder een 'stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen' (J11). Voor deze categorie projecten is een m.e.r.-plicht, zoals genoemd in artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a, niet van toepassing (kolom 2). Bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' geldt wel een m.e.r.-beoordelingsplicht (kolom 3). Dit houdt in dat de initiatiefnemer van een project mededeling dient te doen bij het bevoegd gezag. Of een project als een stedelijk ontwikkelingsproject wordt beschouwd, hangt af van de specifieke omstandigheden van dat project. Aspecten zoals de aard, omvang, locatie, en omgeving van de ontwikkeling, de toename van bebouwd oppervlak, en het al dan niet plaatsvinden van een functiewijziging spelen hierbij een rol. Dit is niet uitsluitend gebaseerd op de vraag of er (netto) aanzienlijke negatieve milieueffecten kunnen optreden. Het kan variëren per regio of een beoogde ontwikkeling als een stedelijk ontwikkelingsproject wordt aangemerkt. Beoordeling en conclusie Gezien de omvang en locatie kan de voorgenomen ontwikkeling, bestaande uit de functiewijziging van een agrarisch bedrijf met sloop van bedrijfsbebouwing en de realisatie van twee woningen, niet worden beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject.

Een m.e.r-plicht of m.e.r.-beoordeling is daarom niet aan de orde. Vanuit het milieuaspect milieueffectrapportage is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.2

Geluid

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening te worden gehouden met het geluid door (spoor)wegen op geluidgevoelige gebouwen. Daarbij gelden er geluidaandachtsgebieden rondom (spoor)wegen. Binnen een dergelijk geluidsaandachtsgebied, moet het geluid op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn (par. 5.1.4.2a Bkl). Als het geluid op een geluidgevoelig gebouw (binnen een geluidaandachtsgebied) niet meer bedraagt dan de standaardwaarde, dan is er in ieder geval sprake van een aanvaardbare woon- en leefomgeving. De standaardwaarden zijn aangegeven in onderstaande tabel. Deze geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen.

16

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

Geluidbronsoorten

Standaardwaarde

Rijkswegen en provinciale wegen

50 Lden

Gemeentewegen en waterschapswegen

53 Lden

Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen

55 Lden

Tabel: Standaardwaarde geluid voor een geluidbron op een geluidgevoelig gebouw per (spoor)weg De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een (spoor)weg. Beoordeling Wegverkeer Omdat niet op voorhand uitgesloten is dat de woning binnen een geluidaandachtsgebied van een weg ligt, is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 1. Het plan bevindt zich op enige afstand van de A50, de A15, en de provinciale weg N836. Het plan valt buiten het aandachtgebied van deze rijkswegen. Er zijn geen wegen in de directe omgeving gelegen waarvoor een Geluidsproductieplafond (GPP) is vastgesteld. Het plan valt binnen het aandachtsgebied van de doorgaande gemeentelijke wegen. In deze situatie is er sprake van wegen met 1 rijstrook per richting en een rijsnelheid van 60 km/u. De geluidbronsoort betreft de gemeentelijke wegen die binnen het aandachtsgebied zijn gelegen. De waarde van het geluid bedraagt maximaal 44 dB. Dit punt is het meest nabij de Logtsestraat gelegen. Deze waarde op het plan is lager dan de standaardwaarde van 53dB genoemd in het Bkl (art. 3.20).

Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het realiseren van de ontwikkeling. Spoorwegverkeer Met de voorliggende wijziging van het omgevingsplan worden twee nieuwe geluidgevoelige gebouwen mogelijk gemaakt aan de Logtsestraat. De dichtstbijzijnde spoorlijn bevindt zich op meer dan 750 meter ten zuiden van het plangebied. Dit is de spoorlijn tussen Tiel en Elst. De spoorlijn van de Betuweroute ligt op meer dan 2 km ten zuiden van het plangebied en het aandachtsgebied hiervan valt niet in het plangebied. Conclusie Vanuit het aspect geluid vanwege (spoor)wegen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.3

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen ter bescherming van de gezondheid staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl (paragraaf 5.1.4.1). Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Aandachtsgebieden De toetsing en monitoring van de luchtkwaliteit vindt plaats in de aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties NO 2 en/of PM10. Aandachtsgebieden voor zowel NO2 als PM10 staan vermeld in artikel 5.51, lid 2 van het Bkl. Aandachtsgebieden voor alleen PM10 zijn aangewezen in artikel 5.51, lid 3 van het Bkl. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen (artikel 5.51 Bkl). Niet in betekende mate De beoordeling van de luchtkwaliteit in een aandachtgebied vindt niet altijd plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor NO2 en PM10 nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO 2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

17

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit Sinds 1 januari 2023 wordt de luchtkwaliteit berekend en gemonitord via het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Beoordeling Het plangebied valt niet in een van de aandachtsgebieden voor zowel NO 2 als PM10 of voor alleen PM10. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is daarom niet benodigd. Er wordt volstaan met een quickscan luchtkwaliteit, welke is gebaseerd op het CIMLK-instrument en de NIBM-tool. CIMLK In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het van belang om aan te tonen of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot luchtkwaliteit. Hierover kunnen uitspraken worden gedaan aan de hand van achtergrondwaarden voor NO2, PM10 en PM2.5 ter plaatse van het projectgebied. Op basis van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK), zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het monitoringsjaar 2023 (monitoringsronde 2024) bepaald. Hieruit blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden (40 µg/m3 voor NO2 en PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5) ter plaatse van het dichtstbijzijnde toetspunt 51468751_15563742 op de meest nabij gelegen gemonitorde weg, de Valburgseweg niet worden overschreden. De waardes bedragen 11,7 µg/m3 voor NO2, 15,0 µg/m3 voor PM10 en 8,4 µg/m3 voor PM2,5.

Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Hieruit kan worden afgeleid dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. Effect op de luchtkwaliteit De luchtkwaliteit eisen vormen geen belemmering voor een ruimtelijke ontwikkeling als een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. Het plan voorziet in de realisatie van een functiewijziging met twee nieuwe woningen. Voor de functieverandering van agrarisch bedrijf naar wonen zal de luchtkwaliteit verbeteren, aangezien de functiewijziging naar wonen minder voertuigbewegingen zal genereren dan het agrarische bedrijf wat voorheen op de locatie aanwezig was. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, is op voorhand duidelijk dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt. Nader onderzoek is daarom niet aan de orde. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.4

Activiteiten en milieuzonering

Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang dat activiteiten met gebruiksruimte en milieugevoelige functies in evenwicht tot elkaar locaties krijgen toegedeeld in de fysieke leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren: 1. Menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het kan en gewenst is. 2. Scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het moet. Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. Daarbij moet worden voldaan aan de instructieregels uit het Bkl ten aanzien van geluid, geur en trilling door activiteiten, met als gevolg dat milieunormering in het omgevingsplan plaatsvindt om tot een evenwichtige toedeling van milieugevoelige en milieubelastende functies te komen. Deze milieunormen voor activiteiten met gebruiksruimte (gebiedsgerichte regels) beogen de gebruiksruimte van een activiteit specifiek te begrenzen, zodat die activiteit op een specifieke locatie kan worden verricht zonder onaanvaardbare gevolgen voor een milieugevoelige functie in dat gebied. Het uitgangspunt is dat alle activiteiten met gebruiksruimte in meer of mindere mate milieu gerelateerde gebruiksruimte nodig hebben en dus belastend kunnen zijn. Alleen het wonen is hiervan uitgezonderd.

Dat betekent dat wanneer het om wonen gaat, het niet nodig is om specifiek te kijken naar de impact op het milieu bij het bepalen van de ruimte die voor deze activiteit nodig is. Wel is

18

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

wonen een milieugevoelige functie, net als o.a. onderwijs en gezondheidszorg. Bij een ontwikkeling die ziet op een milieugevoelige functie is het dus noodzakelijk te bepalen of er sprake is van een aanvaardbare woon- en leefomgeving. Spuitzonering Een specifiek relevant aspect betreffen spuitzones bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet bij het toestaan van nieuwe gevoelige functies een afstand van 50 meter in acht worden genomen ten opzichte van percelen waar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aan de orde is. In het 'Buitengebied Overbetuwe' zijn regels opgenomen voor agrarische percelen en het in acht nemen van deze spuitzone. Deze regels zijn in dit TAM-omgevingsplan overgenomen. Beoordeling Dit TAM-omgevingsplan voorziet aan de Logtsestraat in de sloop van agrarisch bedrijfsbebouwing en het realiseren van twee woningen. Hiermee is er sprake van een milieugevoelige activiteit. Er worden met de oprichting van twee nieuwe woningen geen nieuwe milieubelastende activiteiten mogelijk gemaakt. Door de beëindiging van de agrarische bedrijfsactiviteiten zijn deze niet meer relevant en kunnen er met de functieverandering woningen gerealiseerd worden waarbij sprake is van een aanvaardbare woon- en leefomgeving.

Afstand tot bedrijven De dichtstbijzijnde bedrijfsfunctie is gelegen aan de Valburgseweg op meer dan 750 meter van het plangebied gelegen. Er zijn derhalve geen bedrijven in de omgeving aanwezig die hinder ondervinden van onderhavige functieverandering. Andersom zijn er geen bedrijven in de omgeving liggend die activiteiten ontplooien die een goed woon- en leefklimaat voor de woningen belemmeren. Spuitzonering Rondom het perceel liggen percelen met de functie 'Agrarisch'. In verband met het mogelijk spuiten van bestrijdingsmiddelen moet er tevens rekening worden gehouden met een spuitzone van 50 meter. Een tuin is ook een voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functie. De bestaande (voormalige) bedrijfswoningen die onderdeel maken van het stoppende agrarische bedrijf zijn al een gevoelige functie. Aangezien de bedrijfsvoering van dit agrarische perceel gaat stoppen, en het bouwvlak met bedrijfsbebouwing hiervoor wordt beperkt middels dit TAM-omgevingsplan is niet te verwachten dat hier nog gewerkt wordt met gewasbeschermingsmiddelen die invloed hebben op het plangebied. Het nieuwe woonensemble aan de Logtsestraat bevat ten noorden van het plangebied agrarische percelen waar gewasbeschermingsmiddelen zijn toegestaan en worden gebruikt.

Om te voorkomen dat dit overlast veroorzaakt tot de nieuwe te realiseren woningen zijn de woningen zo gesitueerd dat er minimaal 50 meter afstand van deze agrarische percelen is gehouden. Omdat er ook in het plangebied agrarische percelen over blijven (zonder bouwvlak) is een dergelijk gebruik uitgesloten in de regels. Door het opnemen van de regeling voor spuitzonering en afstand te houden tot omliggende agrarische percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, zorgt het niet voor belemmeringen van het initiatief of naastgelegen agrarische bedrijven. De twee burgerwoningen die eerder met een BOPA zijn omgezet zijn bestaand en vastgelegd in de verbeelding van dit TAM-omgevingsplan. Door het vastleggen van de woningen wordt bestaande rechten vastgelegd. Dat er al sprake is van burgerwoningen zal de agrarische bedrijfsvoering niet inperken. Door het opnemen van een ontsluiting binnen de functie agrarisch blijft de afstand tot de woonfuncties zodanig dat het perceel ten noorden van het plangebied niet in zijn bedrijfsvoering wordt geschaad. Conclusie Het aspect activiteiten en milieuzonering staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

19

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

5.5

Geurhinder

Geurhinder kan optreden bij het houden van dieren in dierenverblijven (stallen, inclusief een vaste uitloop) en het opslaan en bewerken van agrarische bedrijfsstoffen (mest, kuilvoer, krachtvoer). Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Daarbij dient de geur op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar te zijn (par. 5.1.4.6 Bkl). Voor enkele, met name agrarische, activiteiten zijn standaardwaarden bepaald voor de geurbelasting of afstand waarbij er in ieder geval sprake is van een aanvaardbare woon- en leefomgeving. Voor bedrijfsmatige activiteiten zoals onder meer industrie worden geen waarden en afstanden toegekend. Ook in deze gevallen dient er rekening te worden gehouden met de geur afkomstig van deze activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Geurgevoelige gebouwen zijn gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie heeft. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geur op grond van artikel 4.2 van de Omgevingswet. Dat doet de gemeente vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Beoordeling Dit TAM-omgevingsplan maakt de realisatie van geurgevoelige gebouwen mogelijk. Er worden daarentegen geen nieuwe geurbelastende activiteiten mogelijk gemaakt.

Voor het aspect geur geldt dat er voor het plangebied geen veehouderijen binnen 100 meter van het plan aanwezig zijn. Ten noorden van het plangebied aan de Logtsestraat 8 is een veehouderij gesitueerd waar rundvee is toegestaan. Deze ligt op meer dan 130 meter van het plangebied. Een tweede veehouderij is gelegen op aan de Stationsstraat 42 op ongeveer 240 meter afstand. Hiertussen liggen echter twee andere burgerwoningen die maatgevend zijn voor de geurbelastende activiteiten op de omgeving. Het plangebied ligt circa 6 km vanaf de dichtstbijzijnde geitenhouderij (Breedlersestraat 7, Elst). Voor geitenhouderijen geldt een afstand van 2.000 meter tot nieuwe gevoelige objecten (woningen). De woningen vallen buiten de milieuzonering voor geitenhouderijen. Ook op het gebied van geur van geitenveehouderijen zijn dus geen belemmeringen te verwachten. Bij de oprichting van geurgevoelige gebouwen is op deze plekken is dus sprake van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast worden er geen bedrijven met geurbelastende activiteiten geschaad in hun bedrijfsvoering. Conclusie Voor het aspect geur zijn er geen belemmeringen voor het plan.

5.6

Bodem

Het omgevingsplan bevat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie (par. 5.1.4.5 Bkl). Het gaat daarbij om een gebouw of een deel van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Ook de aangrenzende tuin of perceel maakt hier onderdeel van uit. Bij het bepalen van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit houdt de gemeente rekening met de interventiewaarden voor de verschillende stoffen en neemt de gemeente de grenswaarden in acht. Bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit kan alleen gebouwd worden als de door de gemeente voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Daarnaast is in het omgevingsplan de landbodem in verband met grondverzet in de bodemfunctieklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingedeeld, rekening houdend met de functie van de locatie. Ook kunnen in het omgevingsplan bodembeheergebieden zijn aangewezen. Beoordeling Dit TAM-omgevingsplan maakt de realisatie van twee nieuwe woningen mogelijk waar een agrarisch bedrijf beëindigd wordt. Hiermee is er sprake van een nieuwe bodemgevoelige gebouwen op bodemgevoelige locaties. Daarom is een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek is uitgevoerd en de rapportage is opgenomen in bijlage 2.

Hierna worden de resultaten van het onderzoek toegelicht.

20

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

Bodem Uit de analyseresultaten blijkt dat de zintuiglijk schone, kleiige ondergrond licht verhoogde gehalten aan barium, nikkel en PAK bevat. De kleiige bovengrond met bijmenging aan baksteen en/of kolengruis is licht verontreinigd met barium. De interventiewaarde wordt nergens overschreden. In de kleiige toplaag zijn geen van de onderzochte parameters verhoogd aangetoond. De geanalyseerde bovengrond van alle mengmonsters voldoen indicatief aan de kwaliteitsklasse "Landbouw / Natuur". De opzet van het uitgevoerde onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Nader bodemonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Uit het onderzoek blijkt dat de bodem ter plaatse geschikt is voor de beoogde functie. Grondwater Uit de analyseresultaten van het grondwater blijkt dat barium in een licht verhoogde concentratie ten opzichte van de voormalige streefwaarde is aangetoond. Aangezien met betrekking tot de aangetoonde verhoogde concentratie barium geen antropogene bron bekend is, is barium vermoedelijk van nature in een verhoogde concentratie in het grondwater aanwezig. Asbest Voor asbest zijn geen verdachte deellocaties te onderscheiden. Een verkennend onderzoek asbest conform NEN5707 wordt niet noodzakelijk geacht. Conclusie Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties met betrekking tot de bodemkwaliteit.

5.7

Omgevingsveiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is dat overheden bij hun plannen zo vroeg mogelijk kijken naar veiligheid zodat de gevolgen van een brand, ramp of crisis voorkomen kan worden of de gevolgen zoveel mogelijk beperkt kunnen worden. Voor externe veiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In het Bkl komen de instructieregels voor omgevingsplannen van gemeenten terug. Op basis van artikel 8.0b in dat besluit moeten deze instructieregels ook worden toegepast in geval van een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dit betreft onder andere regels over het plaatsgebonden risico, aandachtsgebieden, en groepsrisico. Uit de bepalingen van de genoemde paragraaf vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's dienen te worden beoordeeld aan de normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6/jaar contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde voor (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties c.q. standaardwaarde voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties is.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

21

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

Groepsrisico De benadering van het groepsrisico, met aandachtsgebieden, moet ervoor zorgen dat het gemeentebestuur externe veiligheid eerder in ruimtelijke plannen meeneemt. Aandachtsgebieden laten zien waar extra aandacht nodig is om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden laten zien waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen gevaren uit de omgeving. Voorbeelden van die gevaren zijn warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Via de aandachtsgebieden worden deze gevaren zichtbaar op de kaart, zodat direct duidelijk is welke gevaren waar op kunnen treden. Daardoor heeft het bevoegd gezag bij het nemen van besluiten over ruimtelijke ordening de risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen meteen in beeld. Zo kan het bevoegd gezag ze al aan het begin van het planproces meenemen. Het groepsrisico blijft de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als gevolg van een ongewoon voorval. De gemeente moet in het omgevingsplan binnen aandachtsgebieden rekening houden met dit groepsrisico. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de veiligheidsregio.

Beoordeling Het initiatief betreft het slopen van agrarische bedrijfsbebouwing, oprichting van twee burgerwoningen en het verwijderen van het bouwvlak van de agrarische bedrijfsbebouwing ter plaatse. Op basis van de signaleringskaart omgevingsveiligheid is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In onderstaande afbeelding is een uitsnede opgenomen van de risicokaart:

Uitsnede aandachtsgebied omgevingsveiligheid met aanduiding plangebied (bron: atlasleefomgeving.nl) De planlocatie is niet gelegen binnen de aandachtsgebieden van de A50 (ten westen) en de spoorlijn Nijmegen - Arnhem (ten oosten). Daarnaast is op ongeveer 100 meter ten zuiden van het plangebied een Gasontvangststation (N-409) gelegen. De risicocontour valt niet binnen het plangebied en het plangebied is gelegen buiten het brandaandachtsgebied (50 m) van dit station.

22

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied, Logtsestraat 6 en 6a, Elst

Het plangebied is wel gelegen binnen de invloedssfeer van de buisleiding aan de oostzijde van het plangebied. Deze loopt in de bestaande situatie dwars door het agrarische bouwvlak heen. De buisleiding van Gasunie heeft een brandaandachtsgebied van 130 meter waarbinnen de realisatie van de twee woningen valt. De buisleiding heeft geen explosie- of gifwolkaandachtsgebied. In het vigerende 'Buitengebied Overbetuwe' is deze gasleiding als zodanig aangewezen. Voor de specifieke gasleiding geldt een aanduiding 'hartlijn leiding - gas 4' met een doorsnede van 323,9 mm en een druk van 40 bar. Hiervoor geldt dat binnen een afstand van 4 m aan weerszijden van de hartlijn van de gasleiding geen nieuwe bouwwerken mogen worden gebouwd. Mede hierdoor zijn de woonfuncties in dit plan (op basis van het inrichtingsplan) zodanig gesitueerd dat deze afstand tot de buisleiding in acht wordt genomen. Binnen het brandaandachtsgebied kan door het bevoegd gezag in het omgevingsplan een voorschriftengebied aangewezen worden (art. 5.14 Bkl). Binnen een brandvoorschriftengebied gelden conform art. 4.91 t/m 4.95 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) voor nieuw te bouwen gebouwen aanvullende bouweisen. Deze hebben betrekking op de brandwerendheid, de brandklasse van het buitenoppervlak en het dak, de vluchtroute en de sterkte bij brand.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=23e8aeaa-0526-4976-86ae-289cf86e084a