CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

26-01-27.20 Relevant stuk 2. Bijlagenboek_TAM-omgevingsplan Buitengebied, Wolfhoeksestraat 1, Elst

Gemeenteraadsvergadering 27 januari 2026, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen omgevingsplan "Buitengebied, Wolfhoeksestraat 1, Elst"19.871 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

28

In onderstaande tabel worden de toepasbare vangmiddelen per soort weergegeven.

Toepasbare vangmiddelen om beschermde grondgebonden zoogdieren weg te vangen uit het plangebied. Deze vangmiddelen zijn het hele jaar toepasbaar in de gehele provincie (bron: Omgevingsverordening Gelderland d.d. 20-03-2023).

Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen beschermde grondgebonden zoogdieren opzettelijk doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein natuurvrij maken); Vleermuizen • Verblijfplaatsen Als gevolg van de voorgenomen activiteit wordt geen vleermuis opzettelijk verstoord of gedood en wordt geen verblijfplaats opzettelijk beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepaling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen; • Essentieel foerageergebied Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepaling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen; • Essentiële Vliegroute Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op (essentiële) vliegroutes1 van vleermuizen.

1

Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats van een vleermuis. Niet ieder lijnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële vliegroute. 29

Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepaling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen; Amfibieën Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde amfibieën gedood worden en dat (winter)rustplaatsen beschadigd of vernield worden. Voor de beschermde amfibieën, waarvan mogelijk de (winter)rustplaatsen negatief worden beïnvloed geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling `beschadigen/vernielen van voortplantings- en rustplaats’. Voor het opzettelijk doden van beschermde amfibieën geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde amfibieën opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden (en elders losgelaten), of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit van de Omgevingswet vereist. De betekenis van het plangebied als foerageergebied is niet beschermd. Aantasting leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepaling.

Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde amfibieën opzettelijk gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot een overtreding van de verbodsbepaling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen (mits er zorgvuldig gehandeld wordt); Ongewervelden Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten worden geen beschermde ongewervelden gedood en worden geen eitjes van dag- en nachtvlinders, larven van kevers en voortplantings- en rustplaatsen beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepaling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen; Rode-lijstsoorten Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot een afname van de Rode-lijstsoorten op populatieniveau.

Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen; Overige soorten Het plangebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is niet noodzakelijk. 30

In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven. Soortgroep

Functie

Beschermde soorten planlocatie

Verbodsbepalingen

Aandachtspunt

Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren

Foerageergebied

Diverse soorten

Geen

Voortplantings- en rustplaats Doden van dieren

Diverse soorten

Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Art. 11.54 lid 1a

Vogels

Foerageergebied

Diverse soorten

Vogels

Diverse soorten Mogelijk steenuil

Art. 11.37 lid 1b

Vogels

Bezette nesten (niet jaarrond beschermd) Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Doden van dieren

Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Art. 11.37 lid 1b

Diverse soorten

Art. 11.37 lid 1a

Vleermuizen Vleermuizen

Verblijfplaats Foerageergebied

Niet aanwezig Diverse soorten

Vleermuizen Vleermuizen

Vliegroute Doden van dieren

Amfibieën

Foerageergebied

Niet aanwezig Niet van toepassing Diverse soorten

Niet van toepassing Niet van toepassing; er wordt geen essentieel foerageergebied aangetast Niet van toepassing Niet van toepassing

Amfibieën

Rustplaats

Diverse soorten

Amfibieën Amfibieën

Voortplantingsplaats Doden van dieren

Niet aanwezig Diverse soorten

Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing Art. 11.54 lid 1a

Overige soorten

Dieren en overige functies

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Vogels

Diverse soorten

Geen Geen grondgebonden zoogdieren opzettelijk doden Geen Geen bezette nesten negatief beïnvloeden Nader onderzoek uitvoeren Geen vogels opzettelijk doden Geen Geen

Geen Geen Geen Geen Geen Geen amfibieën opzettelijk doden Geen

Samenvatting van de wettelijke consequenties. Soortgroep

Rustplaats

Voortplantingsplaats

Vliegroute (vleermuizen)

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Ja

n.v.t.

Essentieel foerageergebied Nee

Vogels Vleermuizen

Ja Nee

Ja Nee

n.v.t. Nee

Amfibieën

Ja

Nee

n.v.t.

Wettelijke consequenties Ja

Nader onderzoek vereist Nee

Nee Nee

Ja Nee

Ja Nee

Nee

Ja

Nee

Omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit vereist Nee, tenzij grondgebonden zoogdieren opzettelijk gedood worden Mogelijk, steenuil Nee Nee, tenzij amfibieën opzettelijk gedood worden

6.5 Historische gegevens en overige bronnen Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend. 6.6 Volledigheid van het onderzoek Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden.

31

HOOFDSTUK 7 CONCLUSIES De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Gelderland een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ’opzettelijk beschadigen en vernielen van de voortplantings- en rustplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Beschermde soorten mogen niet opzettelijk gedood worden. Voor beschermde soorten waarvoor die vrijstelling niet geldt, is een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist om ze te mogen doden en om opzettelijk rusten voortplantingslocaties te beschadigen en te vernielen. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone of Natura 2000gebied. Vanwege de ligging buiten de GNN en Go, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het GNN en Go, omdat de bescherming van het GNN en Go geen externe werking kent in Gelderland.

Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, de afstand tussen het plangebied en het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied en de duur van de ontwikkelfase kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden uitgesloten worden. Tevens kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden uitgesloten worden gedurende de gebruiksfase. Het uitvoeren van een stikstofberekening voor zowel de ontwikkel- als de gebruiksfase is niet noodzakelijk. Overige negatieve effecten op Natura 2000-gebied kunnen ook worden uitgesloten. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten grondgebonden zoogdieren er een voortplantings- en rustplaats en bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats. Vleermuizen benutten het plangebied uitsluitend als foerageergebied. Als gevolg van het slopen van de jongveestal wordt er mogelijk een steenuil gedood en wordt er mogelijk een nestplaats verstoord, beschadigd of vernield. Het nest van een steenuil is jaarrond beschermd.

Er geldt geen vrijstelling voor het opzettelijk doden van een steenuil of het opzettelijk verstoren, beschadigen en vernielen van de nestplaats van de steenuil, daarom dient er nader onderzoek uitgevoerd te worden of er nestplaatsen aanwezig zijn in het plangebied. Indien er nesten van steenuilen aanwezig zijn moet er een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd worden voor het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten. In dat geval mag de jongveestal pas gesloopt worden nadat de Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is verleend en de voorschriften uit de Omgevingsvergunning zijn nageleefd. Mogelijk wordt er als gevolg het slopen van de stallen ook een ander bezet vogelnest verstoord, beschadigd of vernield. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten is het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van een bezet nest (eieren) of het opzettelijk doden van een vogel kan geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren of vernielen van vogelnesten dienen daarom bij voorkeur buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari.

Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten opzettelijk verstoord, beschadigd of vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode van vogels, dient voor aanvang van de werkzaamheden een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

32

Mogelijk wordt als gevolg van de uitvoering van de voorgenomen activiteiten een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt een voortplantings- of rustplaats beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren, waarvan mogelijk de voortplantings- en/of rustplaats negatief beïnvloed worden, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van voortplantings- en rustplaats’. Voor het opzettelijk doden van beschermde grondgebonden zoogdieren geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden zoogdieren opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden (en elders losgelaten) of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist. De betekenis van het plangebied als foerageergebied is niet beschermd. Aantasting leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde grondgebonden zoogdieren opzettelijk gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot overtreding van de verbodsbepaling. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde amfibieën gedood worden en dat (winter)rustplaatsen beschadigd of vernield worden.

Voor de beschermde amfibieën, waarvan mogelijk de (winter)rustplaatsen negatief worden beïnvloed geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling `beschadigen/vernielen van voortplantings- en rustplaats’. Voor het opzettelijk doden van beschermde amfibieën geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde amfibieën opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden (en elders losgelaten), of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit van de Omgevingswet vereist. De betekenis van het plangebied als foerageergebied is niet beschermd. Aantasting leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepaling. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde amfibieën opzettelijk gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot een overtreding van de verbodsbepaling.

33

Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Omgevingswet Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen:

34

Bijlage Toelichting Omgevingswet flora- en fauna-activiteit

2

Drie beschermingsregimes De Omgevingswet kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of Omgevingsvergunning. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een Omgevingsvergunning moet aan drie criteria zijn voldaan: -

-

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Omgevingswet sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. In het Besluit activiteit leefomgeving is het als volgt verwoord: Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat: a.

voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van: 1°.van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van die richtlijn; 2°.van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; 3°.dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vierde lid, onder a, onder 4°, van de wet; en 4°.voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; b. als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten;

35

c. als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; d. alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen. Vrijstelling regelgeving Onder de Omgevingswet is niet altijd een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode.

Ook zijn voor beschermde soorten andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Welke soorten zijn beschermd? De Omgevingswet kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ (Nationaal beschermde soorten) waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Art. 11.37 Bal Art. 11.37 lid 1a. Het is verboden opzettelijk in het wild levende vogels te doden en vangen.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Art. 11.46. Bal art. 11.46 lid 1a. Het verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

Beschermingsregime andere soorten. Art. 11.54 Bal Art. 11.54 lid 1a. Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

art. 11.37 lid 1b. Het is verboden opzettelijk nesten en eieren te vernielen en te beschadigen

Art. 11.46 lid 1d. Het is verboden de Art. 11.54 lid 1b. Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

art. 11.37 lid 1b. Het is verboden opzettelijk eieren te rapen of bij zich te hebben

art. 11.46 lid 1 Bal. Het is verboden eieren niet van toepassing van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Art. 11.37 lid d. Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art. 11.46 lid 1b. Het is verboden dieren niet van toepassing opzettelijk te verstoren.

niet van toepassing

Art. 11.46 lid e. Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art. 11.54 lid c. Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Verbodsbepalingen omgevingswet

36

Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden is het toegestaan om van de onderstaande soorten de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk ‘doden’ van onderstaande soorten is in sommige provincies eveneens toegestaan. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: -

de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.

37

38

Legenda ‘Overzicht algemene vrijstelling soorten per provincie’.

39

Bijlage 3. Fotobijlage

40

41

42

Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Internet: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://pdokviewer.pdok.nl/ https://www.ndff.nl/

43

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Wolfhoeksestraat 1, Elst

Bijlage 2 Aanvullend onderzoek Steenuil

Bijlagen bij motivering (vastgesteld)

49

Steenuilkartering Wolfhoeksestraat 1 Elst

1

Colofon Steenuilkartering Wolfhoeksestraat 1 Elst

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131 PZ Lichtenvoorde BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0850-509852

Opdrachtgever:

VanWestreenen

Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: 7637 versie 1.0 Ligging plangebied: Wolfhoeksestraat 1 Elst Auteur: Ing. P. Leemreise

Status: definitief Rapportdatum: 3-6-2025 Veldwerk uitgevoerd door: Ing. P.Leemreise

De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

2

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1

INLEIDING ..................................................................................................................................... 4

1.1 Inleiding ....................................................................................................................................................... 4 1.2 Reikwijdte .................................................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2

Methode .................................................................................................................................... 5

2.1 Inleiding ....................................................................................................................................................... 5 2.2 Bezoeken ..................................................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 3

Resultaten en conclusie............................................................................................................. 6

3.1 Resultaten onderzoek.................................................................................................................................. 6 3.2 Conclusie...................................................................................................................................................... 6

3

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Inleiding Er zijn plannen voor de sloop van stallen op een erf op het adres Wolfhoeksestraat 1te Elst. Om het effect van de voorgenomen werkzaamheden op beschermde soorten en gebieden te onderzoeken is een verkennend natuurwaardenonderzoek1 uitgevoerd op 14 februari 2025. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat de aanwezigheid van een nest van steenuilen in de te slopen opstallen niet op voorhand uitgesloten kon worden middels een Quickscan natuurwaardenonderzoek. Om te onderzoeken of steenuilen een nestplaats bezetten in de te slopen gebouwen is in het voorjaar van 2025 aanvullend onderzoek uitgevoerd. Op onderstaande afbeelding van de topografische kaart wordt de ligging van het plangebied weergegeven Het onderzoeksgebied is gesitueerd op het adres Wolfhoeksestraat 1 te Elst. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart. De ligging van het onderzoeksgebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).

Ligging van het onderzoeksgebied op de topografische kaart. Het onderzochte erf wordt met de rode cirkel aangeduid.

1.2 Reikwijdte Er is onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van steenuilen op het erf aan de Wolfhoeksestraat 1 te Elst. Er is geen onderzoek gedaan naar de feitelijke rust- of nestplaats van steenuilen in het plangebied. Er is geen visuele inspectie uitgevoerd op het erf; zo is niet gezocht naar nestplaatsen van steenuilen (uitgezonderd de uitgevoerde Quickscan).

1

Rapport 7339 van Natuurbank Overijsel (eigen uitgave), 2025. 4

HOOFDSTUK 2

METHODE

2.1 Inleiding Het onderzoek is uitgevoerd volgens de methode zoals verwoord in de kennisdocument steenuil. Om de aanof afwezigheid van steenuilen kan vastgesteld worden door drie gerichte bezoeken aan het erf te brengen in de periode 15 februari – 15 april, bij geschikt weer. Tussen het eerste en laatste bezoek dient minimaal 1 maand te zitten. Er is tijdens het onderzoek gebruik gemaakt van stemnabootsing door de territoriumroep na te fluiten. Behalve stemnabootsing is gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar). Daarmee kunnen uilen in open veld en op gebouwen van ruime afstand (500m) waargenomen worden. Tijdens alle bezoeken is het erf geobserveerd vanaf de Wolfhoeksestraat en het fietspad naast de Rijksweg zuid.

2.2 Bezoeken Het erf is drie maal bezocht tijdens de vroege avond in de periode 21 februari – 10 april 2025. Alle bezoeken zijn afgelegd op avonden dat er geen neerslag viel en de windkracht <4 Bft. Datum 21-2-2025 25-3-2025 10-4-2025

tijdstip 18:40 – 19:10 uur 19:10 – 19:55 21:10 – 21:40

Onderzoeker P. Leemreise P.Leemreise P. Leemreise

Schema met bezoekdatums.

Onderzoeker De onderzoeken zijn uitgevoerd door Ing. P.Leemreise. Hij heeft ruim 40 jaar ervaring op het gebied van broedvogelkartering en heeft enkele jaren meegeholpen met het populatieonderzoek naar steenuilen in de Zuidoost-Achterhoek. Ook heeft hij steenuilen gekarteerd in de Rijnuiterwaarden rond Bienen (BRD). Daarnaast is het erg bekend met steenuilen; zo bezetten steenuilen met enige regelmaat een nestkast op het erf waar hij woont.

5

HOOFDSTUK 3

RESULTATEN EN CONCLUSIE

3.1 Resultaten onderzoek Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat steenuilen een territorium bezetten op het erf. Er zijn in het geheel géén steenuilen waargenomen in het onderzoeksgebied. Ook zijn geen steenuilen vastgesteld in de omgeving van het plangebied (hoorafstand). Overige waarnemingen Op een erf ten zuiden van het onderzoeksgebied werd op 25 maart een roepende ransuil waargenomen. Deze waarneming is toegevoegd aan de NDFF.

3.2 Conclusie Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt de aanwezigheid van een nestplaats van steenuilen in het onderzoeksgebied uitgesloten.

6

Bronnen BIJ12. 2017. Kennisdocument Steenuil. Eigen uitgave BIJ12.

7

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Wolfhoeksestraat 1, Elst

Bijlage 3 Stikstofonderzoek

Bijlagen bij motivering (vastgesteld)

57

Stikstofrapportage LBV-plus ten behoeve van het bedrijf aan de Wolfhoeksestraat 1 te Elst Gld

Initiatiefnemer:

Hoppenreijs Landbouw B.V.

Initiatieflocatie:

Wolfhoeksestraat 1 6662 PH ELST GLD

Datum:

22 april 2024

Rapportage:

Definitief, versie 1

Kenmerk:

TB/27035 /GedIntN2000

INHOUDSOPGAVE Stisktofrapportage voor het bedrijf aan de Wolfhoeksestraat 1 te Elst. 1.

ALGEMENE GEGEVENS INITIATIEFNEMER ........................................................................... 3

2.

LIGGING BOUWLOCATIE T.O.V. NATURA 2000-GEBIEDEN.................................................... 5

3.

TOEGEPASTE METHODE ..................................................................................................... 5

4.

REFERENTIESITUATIE PROJECTLOCATIE............................................................................... 6 4.1. 4.2. 4.3.

5.

R EFERENTIESITUATIE ................................................................................................. 6 V OORWAARDEN LBV- PLUS ......................................................................................... 6 R EFERENTIE VOLGENS VOORWAARDEN LBV- PLUS ............................................................ 7 GEWENSTE BEDRIJFSOPZET ................................................................................................ 8

5.1. O MSCHRIJVING ........................................................................................................ 8 5.2. E MISSIES UIT MESTOPSLAG ......................................................................................... 8 Drijfmestopslag ................................................................................................................................ 8 Vaste mestopslag............................................................................................................................. 8 5.3. V ERVOERSBEWEGINGEN ............................................................................................. 9 5.4. E XTERNE VERVOERSBEWEGINGEN ................................................................................. 9 5.5. I NTERNE VERVOERSBEWEGINGEN ............................................................................... 10 5.6. K OUDE STARTS ...................................................................................................... 10 5.7. O VERIGE BRONNEN ................................................................................................. 11 6.

SLOOPFASE ...................................................................................................................... 12 6.1. 6.2. 6.3. 6.4. 6.5.

7.

O MSCHRIJVING ...................................................................................................... 12 V ERVOERSBEWEGINGEN ........................................................................................... 13 B OUWVERKEER - E XTERNE VERVOERSBEWEGINGEN ........................................................ 13 B OUWVERKEER - E XTERNE VERVOERSBEWEGINGEN ........................................................ 14 B OUWVERKEER : K OUDE STARTS ................................................................................. 14 CONCLUSIE ...................................................................................................................... 16

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Wolfhoeksestraat 1 te Elst (Gld) 2

1.

ALGEMENE GEGEVENS INITIATIEFNEMER

Initiatiefnemer:

Hoppenreijs Landbouw B.V. Wolfhoeksestraat 1 6662 PH ELST GLD

Initiatieflocatie:

Wolfhoeksestraat 1 6662 PH ELST GLD

Kadastraal: Activiteit: KvK:

Gemeente Elst, sectie N, nummer 5251, 5250 en 1045 Functieverandering naar akkerbouw waarbij een veehouderij is uitgesloten 86611623 // 000052577864

Adviseur:

VanWestreenen B.V. te Lunteren Scherpenzeelseweg 11 6741 LX LUNTEREN Tel.: 0342-474255 Mail: omgevingsloket@vanwestreenen.nl

Contact:

mevrouw E. Haalboom Tel.: 0342-474255 E: haalboom@vanwestreenen.nl

Auteur:

de heer T.J.G Bronk Tel.: 06-13654837 E: bronk@vanwestreenen.nl

Rapportage:

Definitief, versie 1 22 april 2025

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Wolfhoeksestraat 1 te Elst (Gld) 3

Een luchtfoto en topografische kaart met daarop de ligging van de locatie is in navolgende figuren weergegeven.

Figuur 1 Luchtfoto perceel Wolfhoeksestraat 1 te Elst Gld (bron: Street Smart)

Figuur 2 Topografische ligging Wolfhoeksestraat 1 te Elst Gld (bron: Street Smart)

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Wolfhoeksestraat 1 te Elst (Gld) 4

2.

LIGGING BOUWLOCATIE T.O.V. NATURA 2000-GEBIEDEN

Afbeelding, ligging beoogde locatie t.o.v. N2000 gebieden (Bron: AERIUS Calculator).

De betreffende locatie is gelegen aan de Wolfhoeksestraat 1 te Elst Gld, op een afstand van circa 2.700 meter van het meest dichtbij gelegen Natura 2000-gebied, betreffende ‘Rijntakken’. Gelet op de forse afstand tot het eerste beschermde Natura 2000-gebied (circa 2.700 meter) is reëel te veronderstellen dat uitsluitend het aspect stikstof relevant is. Er zal geen sprake zijn van overige effecten. Activiteiten met betrekking tot geluid, trillingen, licht, enzovoorts, hebben een verwaarloosbare invloed op het Natura 2000-gebied.

3.

TOEGEPASTE METHODE

De stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden is berekend met het programma AERIUS® Calculator. Hierbij is de meest recente versie gebruikt. AERIUS Calculator dient gebruikt te worden om de stikstofdepositie van een bouwplan of project te bepalen op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden. Het toepassingsbereik van het programma erkend het gebruik van het programma voor onderhavige situatie. De AERIUS-berekeningen kunnen als worst case-situaties beschouwd worden. De ingevoerde emissies zijn namelijk ruim aangehouden en zullen in de praktijk derhalve naar verwachting lager uitvallen.

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Wolfhoeksestraat 1 te Elst (Gld) 5

4.

REFERENTIESITUATIE PROJECTLOCATIE

4.1.

Referentiesituatie

Voor het bedrijf is op 25 januari 2013 een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet verleend. Deze vergunning is voorzien van het kenmerk 2012-019134 en staat de navolgende maximale veebezetting toe; Stalsysteem Diercategorie

Aantal dieren

HA code

Melkkoeien

258

Melkkoeien Jongvee

Ammoniakemissie

Omschrijving

Kg NH3 per dier-plaats*

Kg NH3 totaal

HA1.100

overige huisvestingssystemen, incl. PAS-beweiden

12,35

3186,3

49

HA1.100

overige huisvestingssystemen

13

637

94

HA2.100

overige huisvestingssystemen

4,4

413,6

Totaal:

4236,9

OW code

* emissie in kg NH3 per dierplaats per jaar conform bijlage V en VI bij de Omgevingsregeling

In direct zijn in deze situatie ook vervoersbewegingen opgenomen, deze worden echter buiten beschouwing gelaten. 4.2.

Voorwaarden LBV-plus

Bij deelname aan de LBV of LBV-plus mag de stikstofemissie van de beoogde herbestemming niet meer bedragen dan 15% van de stikstofemissie waarvoor voorheen toestemming was verleend. Dit staat beschreven in artikel 5f van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting. In de bijbehorende toelichting wordt bovenstaande als volgt beschreven: “Subsidieontvangers kunnen na de beëindiging van hun veehouderijactiviteiten op de locatie andere dan veehouderijactiviteiten (gaan) verrichten. Die mogelijkheid is van belang om betrokkenen voldoende perspectief te bieden. Tegelijkertijd moet ook voor die situatie worden geborgd dat die activiteiten niet wezenlijke stikstofemissie en -depositie op overbelaste Natura 2000-natuur veroorzaken. In verband hiermee is voorzien dat het bevoegd gezag voor die activiteiten een besluit neemt waarin de maximale stikstofemissie als gevolg van die vervolgactiviteiten wordt bepaald, met een maximum van 15 % van de oorspronkelijk toegestane emissie.

Dit besluit strekt er niet alleen toe te borgen dat de emissie door de vervolgactiviteiten beperkt blijft maar ook om betrokkenen zekerheid te verschaffen dat zij na de sluiting andere dan veehouderijactiviteiten op de locatie kunnen (gaan) verrichten mits de emissie daarvan ten hoogste 15 % van de oorspronkelijk toegestane emissie bedraagt.” Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Wolfhoeksestraat 1 te Elst (Gld) 6

4.3.

Referentie volgens voorwaarden LBV-plus

De totale vergunde ammoniakemissie bedraagt in totaal 4236,9 kg ammoniak. In totaal mag maximaal 15% hiervan behouden worden wat resulteert in een totale ammoniakemissie van 4236,9*0,15= 635,535 kg ammoniak. Dit komt overeen met de navolgende veebezetting; Stalsysteem Diercategorie

Aantal dieren

HA code

Melkkoeien

31

Melkkoeien

Jongvee

Ammoniakemissie

Omschrijving

Kg NH3 per dier-plaats*

Kg NH3 totaal

HA1.100

overige huisvestingssystemen, incl. PAS-beweiden

12,35

382,85

13

HA1.100

overige huisvestingssystemen

13

169

19

HA2.100

overige huisvestingssystemen

4,4

83,6

Totaal:

635,45

OW code

* emissie in kg NH3 per dierplaats per jaar conform bijlage V en VI bij de Omgevingsregeling

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Wolfhoeksestraat 1 te Elst (Gld) 7

5.

GEWENSTE BEDRIJFSOPZET

5.1.

Omschrijving

In de beoogde situatie wordt de bestaande melkveehouderij omgezet naar een akkerbouwbedrijf met de daar bijbehorende activiteiten. In het kort is er sprake van de navolgende activiteiten; • Het opslaan van rundveedrijfmest/varkensdrijfmest voor het bouwland in de bestaande mestsilo (1200m3); • Het opslaan van vaste mest ten behoeve van de akkerbouwactiviteiten (300 ton); • Het opslaan van de opbrengsten van de akkerbouwtak; 5.2.

Emissies uit mestopslag

Drijfmestopslag Zoals reeds benoemd wordt er in de beoogde situatie rundveedrijfmest of varkensdrijfmest in de bestaande mestsilo opgeslagen. Voor de bepaling van de emissie uit een mestsilo heeft BIJ12 in opdracht van de provincie Drenthe de Notitie Mestsilo’s opgesteld. In deze notitie wordt beschreven hoe de emissie van een mestsilo bepaald moet worden. De formule hiervoor betreft: Kg NH3/jaar emissie = emitterend oppervlak x gemiddelde emissie kg/h x 24 uur x aantal gebruiksdagen x percentage dat vervluchtigt ondanks afdekking Omdat bij varkensdrijfmest meer emissie vrijkomt als bij rundveedrijfmest is als worstcase scenario uitgegaan van de emissie bij opslag van varkensdrijfmest in plaats van rundveedrijfmest, dit resulteert in de navolgende emissie; Totale NH3-emissie per jaar (in kg):

Emissie mestsilo, conform notitie BIJ12 Omschrijving Mestsilo, diersoort varken

Diameter m1

Oppervlak m2

23,0

415,48

222,20

Gebruiks- Emissiefactor NH3 emissie (g/u/m2)* dagen (kg/jaar) 365 0,407 222,20 365

* Provincies Drenthe en Gelderland hanteren de berekening op basis van oppervlaktes, en het onderzoek van De Bode uit 1987. Het vervluchtingspercentage betreft 15%.

Totaal:

222,20

Vaste mestopslag Ten behoeve van de akkerbouwtak wordt in de beoogde situatie op jaarbasis 300 ton vaste mest opgeslagen. De vaste mest is afkomstig van rundvee en bevat circa 6,4 kilogram stikstof per ton. Dit resulteert in een totale hoeveelheid stikstof van 1920 kilogram stikstof. Conform het model NEMA wordt gerekend met een emissiepercentage van 2% wat resulteert in een totale emissie van 38,4 kilogram stikstof. Ervan uitgaande dat de stikstof vervluchtigd in de vorm van ammoniak is er sprake van een totale emissie van (38,4/14*17=) 46,63 kilogram ammoniak.

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Wolfhoeksestraat 1 te Elst (Gld) 8

In totaal komt er dus 268,83 kilogram ammoniak vrij uit de opslag van mest op het bedrijf. Naast de emissie van mestopslag is er nog sprake van emissie als gevolg van vervoersbewegingen welke onderstaand worden beschreven. 5.3.

Vervoersbewegingen

Conform de Instructie gegevensinvoer voor de AERIUS Calculator dienen de emissies met betrekking tot wegvoertuigen uitgesplitst te worden in vijf categorieën. Deze worden navolgend beschreven en geïllustreerd aan de hand van een vrachtauto: I: II: III: IV: V:

Externe vervoersbewegingen / heen- en terugrit (Vrachtauto rijdt naar het terrein) Manoeuvreren op terrein (Vrachtauto rijdt naar de plek waar vracht gelost dient te worden) Stationair draaien wegvoertuig (Vrachtauto staat stil, motor draait en chauffeur is bezig met de administratie) Interne vervoersbewegingen (Vrachtauto is aan het lossen m.b.t. motor en dient op dat moment gemodelleerd te worden middels de categorie mobiele werktuigen.) Koude starts (Vrachtauto heeft 2 uur of langer stil gestaan en dient op dat moment te worden gemodelleerd middels ‘koude start’)

Alle overige mobiele werktuigen (o.a. heftrucks, gazonmaaier, etc.) welke op het terrein gebruikt worden voor werkzaamheden, vallen ook onder categorie IV: interne vervoersbewegingen. 5.4.

Externe vervoersbewegingen

Om de verkeersgeneratie van de bedrijfswoning in de gebruiksfase inzichtelijk te maken, is aansluiting gezocht bij de CROW-normen. Middels deze normen kan de verkeersgeneratie van een breed scala panden berekend worden. In deze specifieke situatie kan de bedrijfswoning geschaard worden onder de categorie wonen, subcategorie “Koop, huis, vrijstaand”.

Uit de bovenstaande tabel blijkt dat er maximaal sprake is van 8,6 vervoersbewegingen. Per jaar resulteert dit in een totale hoeveelheid vervoersbewegingen van circa 3140 stuks Ten behoeve van de akkerbouwtak wordt er gerekend met 30 zware verkeersbewegingen per jaar per hectare gerekend. Het bedrijf is momenteel in het bezit van 75 hectare bouwland, rekening houden

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Wolfhoeksestraat 1 te Elst (Gld) 9

met groei naar 100 hectare bouwland resulteert dit in 3000 verkeersbewegingen van zwaar wegverkeer. Externe vervoersbewegingen · beoogde situatie Type

Draaitijd stationair (u/j)

Emissiefactoren stationair

Emissie stationair draaien

Bewegingen per jaar

NOx (g/u)

NH3 (g/u)

NOx (kg/j)

NH3 (kg/j)

3140,0

131

4,24

0,17

0,56

0,02

Licht wegverkeer (personenauto's, bestelbusjes, etc.) Middelzwaar wegverkeer (bakwagens, etc.)

0

0

64,65

0,71

0,00

0,00

Zwaar wegverkeer (tractoren, vrachtauto's, etc.)

3000

500

92,49

0,90

46,24

0,45

Totaal:

46,80

0,47

Een voertuig veroorzaakt twee vervoersbewegingen, er is steeds sprake van een heenrit en terugrit. Echter, niet elke dag is er een beweging van ieder type voertuig. Het verkeer rijdt vanuit twee richtingen naar de inrichting. Stationaire tijd: licht verkeer: 5 minuten per voertuig; zwaar verkeer: 20 minuten per voertuig

5.5.

Interne vervoersbewegingen

Naast stalemissies en aan- en afvoerbewegingen is er ook sprake van vervoersbewegingen op het bedrijf zelf. Deze bestaan op het betreffende bedrijf met name uit het rijden met tractoren. Tevens is er sprake van emissies van vrachtauto’s tijdens het manoeuvreren op het erf. Voorts is het soms noodzakelijk om bij laad- en loswerkzaamheden de motor van de vrachtauto te laten draaien, zoals bijvoorbeeld bij het transport van mest het geval is. De interne vervoersbewegingen zijn weergegeven in navolgende tabel: Interne vervoersbewegingen, beoogde situatie Werktuig

Totale emissie per jaar (in kg): Brandstof

STAGEklasse

Draaitijd AUB- type totaal (u/j)

Brandstofverbruik (l/j)

AdBlue verbruik (l/jaar)

230,85

0,24

NOx-emissie (kg/j)

NH3-emissie (kg/j)

vrachtauto's 200 kW, bouwjaar 2019

Diesel

Stage-V

ZUT

100

1954

n.v.t.

20,00

0,15

landbouwtrekker 100 kW, bouwjaar 2012

Diesel

Stage-IIIB

B

365

3665

n.v.t.

56,80

0,03

landbouwtrekker 100 kW, bouwjaar 2012

Diesel

Stage-IIIB

B

365

3665

n.v.t.

56,80

0,03

landbouwtrekker 100 kW, bouwjaar 2012

Diesel

Stage-IIIB

B

365

3665

n.v.t.

56,80

0,03

laadschoppen op banden 50 kW, bouwjaar 2019

Diesel

Stage-V

A

365

1931

n.v.t.

40,45

0,01

5.6.

Koude starts

Sinds de AERIUS release van 1 oktober 2024 zijn er voor de koude start van wegverkeer aparte emissiefactoren opgenomen. In voorgaande modellen was de koude start opgenomen in de bewegingen van wegverkeer. In nieuwe versie van AERIUS is voor een voertuig dat 2 uur of langer stil heeft gestaan een andere emissiefactor van toepassing dan de normale emissiefactor voor wegverkeer, namelijk de emissiefactor door koude start. Voor koude start is er onderscheid gemaakt tussen ‘parkeergarage’ en ‘overige koude start bronnen’. In de onderstaande situatie is geen sprake van een parkeergarage waardoor wordt aangesloten bij de categorie ‘overige koude start bronnen’. Op grond van de gegevens met betrekking tot externe vervoersbewegingen in paragraaf 4.3 is een inschatting gemaakt van het totale aantal koude starts per voertuigtype. Voor het voertuigtype ‘zwaar wegverkeer’ is als worst case scenario voor 50% van het aantal voertuigen binnen deze categorie een koude start opgenomen. Met betrekking tot het voertuigtype "middelzwaar wegverkeer' & ‘licht wegverkeer’ is als worst case scenario voor 50% van het aantal voertuigen binnen deze categorie een koude start opgenomen. Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Wolfhoeksestraat 1 te Elst (Gld) 10

Bovenstaande resulteert in het navolgende aantal koude starts. Koude Starts Beoogde situatie Aantal Koude starts (KS)/j

Type

emissiefactor/KS

emissie KS

Nox (g/KS) NH3 (g/KS) NOx (kg/jr) NH3 (kg/j)

Licht wegverkeer (personenauto's, bestelbusjes, etc.)

785

0,27

0,04

0,22

0,03

Middelzwaar wegverkeer (bakwagens, etc.)

0

18,77

0,21

0,00

0,00

Zwaar wegverkeer (tractoren, vrachtauto's, etc.)

750

23,83

0,29

17,87

0,22

Totaal

18,08

0,25

5.7.

Overige bronnen

Naast vervoersbewegingen is er op het bedrijf nog een NOx-bron aanwezig, namelijk de CV-ketel van de bestaande woningen. De CBS-NOx-emissienorm voor een vrijstaande, oudere woning betreft 3,59 kg per jaar, zoals blijkt uit navolgende tabel. Deze norm is dan ook gehanteerd in de AERIUSberekeningen.

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Wolfhoeksestraat 1 te Elst (Gld) 11

6. SLOOPFASE 6.1.

Omschrijving

In de sloopfase worden de gebouwen welke in de LBV-plus beschikking zijn opgenomen gesloopt. In de onderstaande figuur zijn dit de rood omlijnde gebouwen. Het totaal te slopen oppervlak betreft circa 2.305 vierkante meter. Als gevolg van de sloopfase zal er sprake zijn van vervoersbewegingen ten behoeve van de afvoer van o.a. het bouw en sloopafval. Ook zal er sprake zijn van emissies van het draaien met graafmachines. Onderstaand worden de emissies in de sloopfase beschreven.

Figuur 3 Luchtfoto met de te slopen bebouwing (rood omlijnd)

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Wolfhoeksestraat 1 te Elst (Gld) 12

6.2.

Vervoersbewegingen

Conform de Instructie gegevensinvoer voor de AERIUS Calculator dienen de emissies met betrekking tot wegvoertuigen uitgesplitst te worden in vijf categorieën. Deze worden navolgend beschreven en geïllustreerd aan de hand van een vrachtauto: I: II: III: IV: V:

Externe vervoersbewegingen / heen- en terugrit (Vrachtauto rijdt naar het terrein) Manoeuvreren op terrein (Vrachtauto rijdt naar de plek waar vracht gelost dient te worden) Stationair draaien wegvoertuig (Vrachtauto staat stil, motor draait en chauffeur is bezig met de administratie) Interne vervoersbewegingen (Vrachtauto is aan het lossen m.b.t. motor en dient op dat moment gemodelleerd te worden middels de categorie mobiele werktuigen.) Koude starts (Vrachtauto heeft 2 uur of langer stil gestaan en dient op dat moment te worden gemodelleerd middels ‘koude start’)

Alle overige mobiele werktuigen (o.a. heftrucks, gazonmaaier, etc.) welke op het terrein gebruikt worden voor werkzaamheden, vallen ook onder categorie IV: interne vervoersbewegingen. 6.3.

Bouwverkeer - Externe vervoersbewegingen

Ten aanzien van de externe vervoersbewegingen geldt dat één voertuig gelijk staat aan twee bewegingen, er is namelijk telkens een heenrit en een terugrit. In navolgende tabel zijn de externe vervoersbewegingen verband houdende met de realisatiefase weergegeven. Deze zijn uitgesplist naar type transport. Externe vervoersbewegingen: Sloopfase: • 250 vrachtauto’s vrachtauto); • 400 auto’s

afvoer puin, aanvoer grond en overig sloopafval (25 m3 per personeel

Externe vervoersbewegingen, sloopfase Type Licht wegverkeer (personenauto's, bestelbusjes, etc.)

Bewegingen per jaar 800

Draaitijd stationair (u/j)

Emissiefactoren stationair

Emissie stationair draaien

NOx (g/u)

NH3 (g/u)

NOx (kg/j)

NH3 (kg/j)

33

4,24

0,17

0,14

0,01

Middelzwaar wegverkeer (bakwagens, etc.)

0

0

64,65

0,71

0,00

0,00

Zwaar wegverkeer (tractoren, vrachtauto's, etc.)

500

83

92,49

0,90

7,68

0,07

Totaal:

7,82

0,08

Een voertuig veroorzaakt twee vervoersbewegingen, er is steeds sprake van een heenrit en terugrit. Echter, niet elke dag is er een beweging van ieder type voertuig. Het verkeer rijdt vanuit twee richtingen naar de inrichting. Stationaire tijd: licht verkeer: 5 minuten per voertuig; zwaar verkeer: 20 minuten per voertuig

De locatie is gesitueerd aan een erftoegangsweg. Naar verwachting zal 60% van het verkeer linksaf slaan, en 40% rechtsaf. Het verkeer is dan ook middels deze verdeelsleutel gemodelleerd. De rijroute van het verkeer is opgenomen vanaf de projectlocatie tot waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. In onderhavige situatie betreft dit een rijroute tot op 250 meter vanaf de kruising Wolfhoeksestraat - Rijksweg Zuid voor zowel linksaf- als rechts afslaand verkeer. Op deze punten is het Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Wolfhoeksestraat 1 te Elst (Gld) 13

namelijk aannemelijk dat het vrachtverkeer qua aantal en patroon van optrekken en afremmen niet meer te onderscheiden is van het overige verkeer ter plaatse. Voor stationair draaien van de wegvoertuigen binnen de inrichting is voor licht wegverkeer 5 minuten per voertuig aangehouden. Voor zwaar wegverkeer wordt 20 minuten per voertuig aangehouden. Het manoeuvreren van wegvoertuigen is ingevoerd met een lijnbron met 100% file op het erf. 6.4.

Bouwverkeer - Externe vervoersbewegingen

Naast de transportbewegingen naar de bouwplaats toe, zullen er ook mobiele werktuigen op de locatie zelf in gebruik zijn. Verder zullen er vrachtwagens laden en lossen op de bouwplaats (b.v. bouwmaterialen en bouwafval). De inzet van de mobiele werktuigen alsmede de verkeersbewegingen van het bouwverkeer zijn berekend conform navolgende waarden: Mobiele werktuigen: • • •

Graafmachine (200 kW) voor het slopen van de bestaande opstallen en aanvullen van putten met grond (200 draaiuren); Laadschop (shovel, 100 kW) voor het opscheppen van sloopafval en puin (50 draaiuren); Vrachtauto (200 kW) ten behoeve van het afvoeren van sloopafval en puin (totaal 125 voertuigen, 10 draaiuren met verhoogd toerental). Interne vervoersbewegingen, sloopfase Werktuig

Totale emissie per jaar (in kg): Brandstof

STAGEklasse

Draaitijd AUB- type totaal (u/j)

Brandstofverbruik (l/j)

AdBlue verbruik (l/jaar)

27,34

1,07

NOx-emissie (kg/j)

NH3-emissie (kg/j)

graafmachine 200 kW, bouwjaar 2014

Diesel

Stage-IV

D

200

3908

234,00

22,32

0,94

laadschoppen op banden 100 kW, bouwjaar 2015

Diesel

Stage-IV

D

50

502

30,00

3,02

0,12

vrachtauto's 200 kW, bouwjaar 2019

Diesel

Stage-V

ZUT

10

195

n.v.t.

2,00

0,01

6.5.

Bouwverkeer: Koude starts

Sinds de AERIUS release van 1 oktober 2024 zijn er voor de koude start van wegverkeer aparte emissiefactoren opgenomen. In voorgaande modellen was de koude start opgenomen in de bewegingen van wegverkeer. In nieuwe versie van AERIUS is voor een voertuig dat 2 uur of langer stil heeft gestaan een andere emissiefactor van toepassing dan de normale emissiefactor voor wegverkeer, namelijk de emissiefactor door koude start. Voor koude start is er onderscheid gemaakt tussen ‘parkeergarage’ en ‘overige koude start bronnen’. In de onderstaande situatie is geen sprake van een parkeergarage waardoor wordt aangesloten bij de categorie ‘overige koude start bronnen’. Op grond van de gegevens met betrekking tot externe vervoersbewegingen in paragraaf 6.3 is een inschatting gemaakt van het totale aantal koude starts per voertuigtype. Voor het voertuigtype ‘zwaar wegverkeer’ is als worst case scenario voor 25% van het aantal voertuigen binnen deze categorie een koude start opgenomen. Met betrekking tot het voertuigtype "middelzwaar wegverkeer' & ‘licht wegverkeer’ is als worst case scenario voor 100% van het aantal voertuigen binnen deze categorie een koude start opgenomen. Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Wolfhoeksestraat 1 te Elst (Gld) 14

Bovenstaande resulteert in het navolgende aantal koude starts. Koude Start realisatiefase Aantal Koude starts (KS)/j

Type

emissiefactor/KS

emissie KS

Nox (g/KS) NH3 (g/KS) NOx (kg/jr) NH3 (kg/j)

Licht wegverkeer (personenauto's, bestelbusjes, etc.)

400

0,27

0,04

0,11

0,02

Middelzwaar wegverkeer (bakwagens, etc.)

0

18,77

0,21

0,00

0,00

Zwaar wegverkeer (tractoren, vrachtauto's, etc.)

63

23,83

0,29

1,50

0,02

Totaal

1,61

0,04

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Wolfhoeksestraat 1 te Elst (Gld) 15

7.

CONCLUSIE

In opdracht van Hoppenreijs Landbouw B.V. is door VanWestreenen Adviseurs te Lunteren een onderzoek naar mogelijke significante stikstofeffecten uitgevoerd. Dit in verband met het voornemen van initiatiefnemer aan de Wolfhoeksestraat 1 te Elst Gld. Onderhavig voornemen betreft de functieverandering naar veehouderij uitgesloten. Gelet op de forse afstand van ca. 2.700 meter zijn er geen factoren die leiden tot een negatief effect op het dichtstbijzijnde, en daarmee maatgevende, Natura 2000-gebied. Op grond van de AERIUS-berekeningen welke zijn opgenomen als bijlage 1 tot en met 4 blijkt dat er ten opzichte van de referentiesituatie (gecorrigeerd voor deelname aan LBV-plus) geen sprake is van een toename van stikstofdepositie. Er is zelfs sprake van een afname van stikstofdepositie. De sloopfase alleen heeft geen stikstofdepositie tot gevolg. De toegepaste ‘worstcase’ benadering van de stikstofdepositie leidt niet tot significant negatieve effecten op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden.

Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4:

AERIUS-verschilberekening referentie - beoogde situatie AERIUS-berekening beoogde situatie AERIUS-berekening beoogde realisatiefase AERIUS-verschilberekening cumulatief

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Wolfhoeksestraat 1 te Elst (Gld) 16

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Van Westreenen BV Wolfhoeksestraat 1, - Elst Hoppenreijs Verschil berekening beoogd

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RfkYJRpSgX4r 22 april 2025, 14:22 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Referentie i.h.k.v. LBV-plus (15%) - Referentie beoogde situatie - Beoogd Referentie i.h.k.v. LBV-plus (15%) - Referentie beoogde situatie - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RfkYJRpSgX4r (22 april 2025)

2025 2025

0,21 mol/ha/j 0,09 mol/ha/j 83,71 ha 26.995,75 ha 0,01 mol/ha/j 0,12 mol/ha/j

635,5 kg/j 273,5 kg/j 4049812 3826524

303,6 kg/j

Rijntakken Rijntakken

2/10

Projectberekening

Referentie i.h.k.v. LBV-plus (15%) (Referentie), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1 2 3

RfkYJRpSgX4r (22 april 2025)

Landbouw | Dierhuisvesting | Stal E1 Landbouw | Dierhuisvesting | Stal C Landbouw | Dierhuisvesting | Stal B

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

382,9 kg/j 83,6 kg/j 169,0 kg/j

-

3/10

Projectberekening

beoogde situatie (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 4 Anders... | Anders... | III: Stationair draaien van wegvoertuigen op terrein 5 Mobiele werktuigen | Landbouw | IV: Interne vervoersbewegingen 6 Verkeer | Koude start: overig | Koude starts 7 Landbouw | Mestopslag | Mestsilo 8 Landbouw | Mestopslag | Vaste mestopslag 9 Wonen en Werken | Woningen | Bedrijfswoning  Verkeersnetwerk

RfkYJRpSgX4r (22 april 2025)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,5 kg/j 0,2 kg/j 0,3 kg/j 222,2 kg/j 46,6 kg/j 3,6 kg/j 0,2 kg/j

46,8 kg/j 230,8 kg/j 18,1 kg/j 7,9 kg/j

4/10

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

10 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RfkYJRpSgX4r (22 april 2025)

5/10

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "beoogde situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

27.079,46

Per gebied

Berekend (ha gekarteerd)

Veluwe (57) Sint Jansberg (142) Rijntakken (38) De Bruuk (69) Binnenveld (65)

RfkYJRpSgX4r (22 april 2025)

26.886,54 91,26 88,63 12,64 0,39

Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr)

Met toename (ha Grootste gekarteerd) toename (mol N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr)

Met toename (ha Grootste gekarteerd) toename (mol N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

6.545,84

6.545,84 2.297,94 2.472,71 1.606,99 1.907,93

83,71

0,01

26.995,75

0,12

83,71 0,00

0,01 -

26.802,83 91,26

0,09 0,01

0,00 0,00 0,00

-

88,63 12,64 0,39

0,12 0,01 0,01

6/10

Projectberekening

Referentie i.h.k.v. LBV-plus (15%), Rekenjaar 2025 1

Landbouw | Dierhuisvesting

Naam Stal E1 Locatie X:186103,67 Y:434587,93 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven

Uittreedhoogte Warmteinhoud

9,8 m 0,000 MW

NH₃

382,9 kg/j

Diersoort Huisvestingssysteem - Omschrijving Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Reductie Emissie

Overige Melkvee traditioneel beweiding 31 2

Landbouw | Dierhuisvesting

Naam Stal C Locatie X:186064,83 Y:434583,81 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven

Uittreedhoogte Warmteinhoud

NH₃ 12.35

5,3 m 0,000 MW

Diersoort Huisvestingssysteem - Omschrijving

Landbouw | Dierhuisvesting

Naam Stal B Locatie X:186037,31 Y:434589,73 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven

Uittreedhoogte Warmteinhoud

5,8 m 0,000 MW

Diersoort Huisvestingssysteem - Omschrijving

Rundvee HA1.100 - Overige huisvestingssystemen (Melk- en kalfkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief kalveren jonger dan 14 dagen))

RfkYJRpSgX4r (22 april 2025)

NH₃

Aantal Stof Emissiefactor dieren (kg/dier/j)

Rundvee HA2.100 - Overige huisvestingssystemen (Vrouwelijk 19 jongvee jonger dan 2 jaar, fokstieren jonger dan 2 jaar) 3

382,9 kg/j

Reductie Emissie

NH₃ 4,4

83,6 kg/j

NH₃

169,0 kg/j

Aantal Stof Emissiefactor dieren (kg/dier/j)

13

83,6 kg/j

NH₃ 13

Reductie Emissie

169,0 kg/j

7/10

Projectberekening

beoogde situatie, Rekenjaar 2025

1 Verkeer | Rijdend verkeer Naam 1a: Externe vervoersbewegingen linksaf (60%) Links Rechts NOₓ 2,7 kg/j Locatie X:185940,15 Y:434458,16 Type scherm - NO₂ 0,7 kg/j Lengte 350,42 m Hoogte - NH₃ 72,8 g/j Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Max. snelheid Aantal voertuigbewegingen In file

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

1.884,0 /jaar 0,0 /jaar 1.800,0 /jaar 0,0 /jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=ec21c3a7-6631-4374-b2c6-a06b4e619a44