26-01-27.19 Relevant stuk 1. Motivering en regels TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst_20251107
Tekst van het document
Bestemmingsplan
TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst Gemeente Overbetuwe Status:
Vastgesteld
Datum:
November 2025
IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0412BUITEimren5-VSG1
TAM-Omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
Datum November 2025
Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST
Telefoon 0481 362 300
E-Mailadres info@overbetuwe.nl
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
Inhoudsopgave
Motivering
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Huidig juridisch-planologisch regime 1.4 Leeswijzer
5 5 5 6 7
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
8
Hoofdstuk 3
Toekomstige situatie
10
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
12 12 13 15
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.2 Geluid (spoor)wegverkeer 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Activiteiten en milieuzonering 5.5 Geurhinder 5.6 Bodem 5.7 Omgevingsveiligheid 5.8 Explosieven 5.9 Kabels en leidingen 5.10 Waterparagraaf 5.11 Flora en fauna 5.12 Archeologie en cultuurhistorie 5.13 Verkeer en parkeren 5.14 Gezondheid 5.15 Duurzaamheid
18 18 18 20 21 26 27 27 29 30 30 33 35 36 37 37
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemene opzet 6.2 Toelichting op de regels
39 39 39
Hoofdstuk 7
42
Financiële toelichting
Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak 8.1 Inleiding 8.2 Participatie 8.3 Overleg 8.4 Vaststellingsprocedure 8.5 Beroep
43 43 43 43 43 43
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
Motivering Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Eimerensestraat 5 te Elst is een voormalig bedrijf met bedrijfsbebouwing en een bedrijfswoning aanwezig. De eigenaar van het perceel wil de bestaande voormalige bedrijfsbebouwing slopen en daarvoor in de plaats een woongebouw met twee wooneenheden realiseren. De bestaande bedrijfswoning wordt een reguliere woning, die in de toekomst kan worden gesplitst. Om de realisatie van de nieuwe twee-onder-één-kapwoningen en de woningsplitsing van de bestaande woning mogelijk te maken, is een wijziging van het tijdelijk omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe nodig. De gemeente heeft ervoor gekozen om een wijziging van het omgevingsplan te doorlopen met toepassing van de Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM). Dit TAM-omgevingsplan maakt het beoogde gebruik en de beoogde bebouwing mogelijk en stelt nieuwe kaders vast voor het plangebied.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Eimerensestraat 5 te Elst. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Elst (ELS00), sectie M, perceelnummers 1960 en 1961 met een totale oppervlakte van 14.340 m2. Het perceel ligt in het buitengebied van Overbetuwe, ten zuidwesten van de kern Elst en circa 5,5 kilometer ten zuidwesten van de rand van Arnhem. Op afbeelding 1 is de ligging van het plangebied weergegeven. In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie nader beschreven.
Afbeelding 1: ligging plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com)
Motivering (vastgesteld)
5
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
1.3
Huidig juridisch-planologisch regime
In het plangebied is op grond van het op 1 januari 2024 ontstane tijdelijke omgevingsplan het bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe', dat is vastgesteld op 5 maart 2013, van toepassing. Tevens maakt het bestemmingsplan 'Overbetuwe, Paraplubestemmingsplan plussenbeleid', dat thematische aanvullende regels stelt voor niet-grondgebonden veehouderijen, onderdeel uit van het tijdelijke omgevingsplan. In afbeelding 2 is de begrenzing van het plangebied binnen de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' indicatief aangegeven. Er gelden de volgende bestemmingen: Bestemming 'Agrarisch' met een bouwvlak; Dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 1' en 'Waarde - Archeologische verwachting 2'. Er is geen sprake (meer) van een agrarisch bedrijf in het plangebied. De initiatiefnemer wil het perceel hoofdzakelijk voor woondoeleinden gaan gebruiken. Hiervoor is een wijziging van de functie nodig. Een wijziging van het omgevingsplan is noodzakelijk om hierin te voorzien. Daarnaast is het niet mogelijk om binnen de huidige regels de bestaande woning te splitsen. Ook hiervoor is een wijziging van het omgevingsplan nodig.
Afbeelding 2: uitsnede huidig bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
6
Motivering (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
1.4
Leeswijzer
Deze motivering is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk, worden in hoofdstukken 2 en 3 respectievelijk de bestaande en de toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het bij deze omgevingsplanwijziging van toepassing zijnde rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt of en hoe de ontwikkeling voldoet aan het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In hoofdstuk 6 is de juridische planopzet beschreven en in hoofdstuk 7 is de financiële toelichting opgenomen. In hoofdstuk 8 is de procedure beschreven.
Motivering (vastgesteld)
7
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
Het plangebied bestaat uit de twee percelen aan de Eimerensestraat 5 te Elst. De Eimerensestraat maakt onderdeel uit van het buurtschap Eimeren in de gemeente Overbetuwe. Dit buurtschap is gelegen tussen Valburg en Elst, ten noorden van de A15. De Eimerensestraat ontsluit via de Kloosterstraat op de N837, die richting de A15 en Elst loopt. Het plangebied ligt in een van oorsprong agrarisch gebied ten zuidwesten van Elst. In de omgeving van het plangebied zijn afwisselend solitaire woonpercelen, agrarische percelen en agrarische bedrijven, waaronder (glas)tuinbouw aanwezig. Kadastraal staat het plangebied bekend als gemeente Elst, Sectie M, perceelnummers 1960 en 1961. De omvang van het plangebied is circa 1,4 hectare. Het wordt begrensd door de Eimerensestraat aan de noordwestkant en naburige agrarische en woonpercelen aan de overige kanten. Op afbeelding 3 is een luchtfoto van de huidige situatie weergegeven.
Afbeelding 3: luchtfoto plangebied (bron: pdokviewer)
In het plangebied is momenteel een vrijstaande bedrijfswoning met aangebouwde schuur aanwezig. Daarnaast zijn achter de bedrijfswoning twee voormalige agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig. Er is geen sprake meer van agrarische bedrijfsactiviteiten. Het westelijke bedrijfsgebouw heeft een oppervlakte van 280,8 m2, het oostelijke bedrijfsgebouw een oppervlakte van 546,06 m2. Dit komt neer op een oppervlakte van in totaal 826,86 m2 aan voormalige bedrijfsbebouwing. De gronden rondom de woning zijn ingericht als tuin met erfbeplanting. De rest van het plangebied
8
Motivering (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst bestaat uit agrarische gronden, die momenteel als grasland en weiland in gebruik zijn.
Afbeelding 4: huidige bedrijfswoning (bron: Google Streetview)
Motivering (vastgesteld)
9
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
Hoofdstuk 3
T oekomstige situatie
De initiatiefnemers, de huidige bewoners van de woning Eimerensestraat 5, willen de huidige bedrijfswoning behouden. Het agrarisch bedrijf op locatie kent een te kleine omvang. Daarnaast is de bebouwing op het perceel zeer verouderd. Initiatiefnemer wenst daarom op locatie functieverandering toe te passen naar wonen en daarbij ter compensatie van de sloop van gebouwen twee woningen in de vorm van een twee-onder-een-kap op locatie te realiseren. Afbeelding 5 geeft een schetsmatige weergave van de toekomstige situatie, waarbij de bestaande woning aan de noordwestkant zichtbaar is en ook de nieuwbouw (twee-onder-één-kapwoning) weergegeven is. Voor de toekomstige inrichting en de daarbij behorende randvoorwaarden is een landschappelijk inpassings- en beplantingsplan opgesteld, waarvan afbeelding 5 een uitsnede bevat. Het landschappelijk inpassings- en beplantingsplan is opgenomen in Bijlage 1 bij deze motivering en wordt in paragraaf 4.3 nader toegelicht met betrekking tot de landschappelijke inpassing. Met de beoogde positionering van de nieuwe tweekapper wordt het perceel op een stedenbouwkundig en landschappelijk logische wijze ingevuld. De nieuwe tweekapper is ruimtelijk ondergeschikt aan de bestaande bebouwing en sluit qua oriëntatie en nokrichting aan op deze bebouwing.
In de toekomstige situatie is er sprake van een compact woonerf met een vrijstaande woning, die in de toekomst gesplitst kan worden, en een twee-onder-éénkapwoning. Het woonerf is toegankelijk via de bestaande in-/uitrit aan de noordwestzijde op de Eimerensestraat.
10
Motivering (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
Afbeelding 5: landschappelijk inpassings- en beplantingsplan (bron: Van Westreenen Adviseurs)
De twee nieuwe woningen in de vorm van een tweekapper krijgen gezamenlijk een inhoud van maximaal 1.000 m3. Per wooneenheid komt dit neer op 500 m3. De goothoogte bedraagt maximaal 4 meter en de nokhoogte 8 meter. De twee-onder-één-kapwoningen zullen qua uitstraling en positionering aansluiten op de bebouwing en omgeving en als schuurwoning worden vormgegeven. Bij de nieuwe woningen worden ook bijbehorende bouwwerken gerealiseerd. Deze worden binnen het volume van de twee-onder-één-kapwoning gerealiseerd. Vrijstaande bijbehorende bouwwerken en overkappingen zijn niet wenselijk en worden daarom niet toegestaan. De bestaande bedrijfswoning wordt als reguliere woning behouden. De bestaande aangebouwde schuur bij deze woning blijft behouden en biedt ruimte voor parkeerplaatsen. In de toekomst wordt deze woning mogelijk gesplitst. Deze is hiervoor van ruim voldoende omvang. In dit geval worden op eigen erf parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiervoor biedt de erfinrichting voldoende ruimte.
Motivering (vastgesteld)
11
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland in 2050. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Het Rijk wil sturen en richting geven op vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3.
Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen. Beoordeling en conclusie Dit plan voorziet in de functieverandering van een bestaande bedrijfswoning naar een reguliere woning, die kan worden gesplitst. Daarnaast voorziet het plan in de sloop van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en de realisatie van twee woningen als twee-onder-één-kap. De agrarische bedrijfsfunctie in het plangebied vervalt. Gezien de aard en omvang van de wijziging, zijn er geen nationale belangen in het geding. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de 'ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt.
Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 5.129 g, eerste lid, Bkl bepaald: 'De ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is'. Bij de wijziging van een omgevingsplan, die voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet rekening worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling en een motivering, dat de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied of binnen stedelijk groen kan worden gerealiseerd als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Beoordeling en conclusie Uit de jurisprudentie blijkt dat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wanneer een plan voorziet in meer dan 11 woningen. Onderhavig plan voorziet in de realisatie en netto toevoeging van maximaal drie
12
Motivering (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst nieuwe woningen (één door splitsing van de bestaande woning en twee door de realisatie van de nieuwe tweekapper). Deze ontwikkeling is niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking is in het kader van dit plan daarom ook niet noodzakelijk.
4.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Deze is in werking getreden op 1 maart 2019. Het doel van de Omgevingsvisie is: een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland, vanuit het verleden én met het oog op de toekomst. De provincie is als middenbestuur een belangrijke schakel bij het bereiken van deze doelstellingen en wil op een aantal manieren waarde toevoegen: met een brede blik kijken naar de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving; stimuleren van ontwikkelingen enerzijds en beschermen van waarden anderzijds; focussen op duurzaamheid, onderlinge verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland; door middel van 7 ambities verder verdiepen van de focus. De 7 ambities van de provincie zien op de volgende thema's: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Per ambitie is de provinciale aanpak beschreven. Beoordeling en conclusie De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze verordening bevat concrete regels, waaraan het initiatief wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen regels, die voor de onderhavige wijziging direct van belang zijn.
Het initiatief is ook te kleinschalig van aard om een wezenlijke bijdrage aan de provinciale ambities uit de Omgevingsvisie bij te dragen. Het initiatief is dan ook in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening of verordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt geregeld geactualiseerd. De meest recente actualisatie van de Omgevingsverordening dateert van januari 2024. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Beoordeling Voor het plangebied zijn geen specifieke regels opgenomen welke dienen te worden toegepast bij een functieverandering naar Wonen. De beleidsmatige uitwerking laat de Provincie Gelderland over aan de gemeenten. De twee-onder-één-kapwoningen worden gerealiseerd op gronden welke geen onderdeel vormen van het Gelders Natuurnetwerk, de Groene Ontwikkelingszone, het Weidevogelgebied, Waardevol open gebied of Ganzenrustgebied. Gelderse streek: Over-Betuwe Het plangebied maakt onderdeel uit van de Gelderse streek Over-Betuwe.
Artikel 5.41 van de Omgevingsverordening, dat is opgesteld met als doel om het (Gelderse) landschap te beschermen, bevat de instructieregel dat bij het toestaan van een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening moet worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap zoals bedoeld in 'Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Over-Betuwe. Kernkwaliteiten zijn de essenties van het landschap van de Gelderse streken; de te behouden kenmerken waarmee de deelgebieden zich van elkaar onderscheiden. Deze kernkwaliteiten vormen de
Motivering (vastgesteld)
13
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst basis van de ruimtelijke kwaliteit en bepalen de identiteit van Gelderland. Ze zijn gebaseerd op de ruimtelijke opbouw van het historisch gegroeide landschap met de karakteristieken van de bodem en het watersysteem, de ecologie, ontginningsgeschiedenis, cultuurhistorie en verstedelijking. De ontwikkeldoelen geven aan wat wordt beoogd met versterking van de kernkwaliteiten. Uitgangspunt is dat alle ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan de versterking van de kernkwaliteiten van de Gelderse streken. De kernkwaliteiten voor de streek Over-Betuwe zijn als volgt geformuleerd: 1. Verstedelijkt rivierengebied (als “Gelderse poort van de delta”) tussen Pannerdens Kanaal, Nederrijn en Waal, met een afwisseling van enkele nog relatief open (vrij van bebouwing) overwegend agrarische landschappen. 2. Van oudsher wringt de Rijn zich tussen de stuwwallen van Montferland, Nijmegen en Veluwe. Met indrukwekkende en unieke splitsingspunten van rivieren: Rijn-Waal en Rijn-IJssel. Ruimtelijke ensembles waarin de combinatie van landschap en historie, afzijdige ligging, barrièrewerking en grens tot uitdrukking komt. 3. Rivierengebied met klassieke opbouw van rivier, brede en smalle uiterwaarden, dijktrajecten, fijnmazige (hoger gelegen) oeverwallen en min of meer open (lager gelegen) komgronden. 4.
Vrij uitzicht vanaf dijken over het binnendijkse landschap, over de rivieren en naar de stuwwallen van de Veluwe en van Nijmegen. 5. Verstedelijking vanuit Arnhem en Nijmegen via ‘riviersprongen’, aangevuld met landschapspark Lingezegen als buffergebied. Grote variatie in grondgebruik, infrastructuur en bebouwing. 6. Gegraven Linge als structurerend landschapselement. 7. Waardevol open komgebied Hollanderbroek: uitgestrekt grootschalig open landschap en rustig en stil gebied met oud ontwateringssysteem met de Linge. Zicht op de stuwwallen van het Veluwemassief. 8. IJssellinie: (relicten van) een historische verdedigingslinie uit de jaren '50 van de 20e eeuw. 9. Ecologische waarden met name langs de rivieren en zegen en in weidevogelgebieden. Natura 2000 waarden in Rijntakken en Huissense waarden. 10. Overblijfselen en verwijzingen naar de Hollandse Waterlinie (Fort Pannerden) en Limes (UNESCO-waarde). 11. Relatieve stilte en rust als contrast met de stedelijke zones, zoals in omgeving van Doornenburg, in de brede uiterwaarden en in de nog relatief ‘lege’ gebieden zoals het Hollanderbroek. Het plangebied maakt onderdeel uit van het buitengebied van Overbetuwe, gelegen ten zuidwesten van de bebouwde kom van Elst in het buurtschap Eimeren. In dit gebied zijn nog herkenbare verhoogde woongronden (woerden) aanwezig, die kenmerkend zijn voor het landschap.
De Eimerensestraat ligt in het bebouwingscluster/ het buurtschap Eimeren op circa 1 kilometer van de kern en sluit aan op De Wuurde, een uitloper vanuit de kern Elst. De transformatie van een voormalig agrarisch bedrijfsperceel op korte afstand van de bebouwde kom tot een woonperceel, met behoud en versterking van de landschappelijke kenmerken en kwaliteiten, is in zijn algemeenheid passend binnen het woerdengebied. In paragraaf 4.3 onder het kopje 'Landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe (LOP)' is beschreven hoe de toekomstige erfopzet en landschappelijke inpassing zijn afgestemd op de landschappelijke en (cultuur)historische kenmerken in deze omgeving. Met de beoogde inpassing en inrichting wordt rekening gehouden met de voor de streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. Het plan is daarmee in overeenstemming met het provinciaal beleid op dit onderdeel. Thema 'wonen' Vanwege de aard van de ontwikkeling, namelijk het realiseren van twee woningen, is tevens het thema 'wonen' van belang (paragraaf 5.7.1 Woonlocaties en recreatiewoningen). Per regio maken Gedeputeerde Staten samen met gemeentebesturen afspraken over het aantal te realiseren woningen (artikel 5.63). Een omgevingsplan laat nieuwe woningen alleen toe wanneer deze passen binnen de regionale woonafspraken (artikel 5.64).
Met de ontwikkeling worden er maximaal 3 woningen toegevoegd (één door woningsplitsing en twee door de realisatie van de nieuwe tweekapper). Het is daarmee zonder meer in overeenstemming met de kwantitatieve opgave en afspraken.
14
Motivering (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst In kwalitatief opzicht is het plangebied een geschikte woonlocatie. Het plangebied ligt op korte afstand van de kern Elst. De omzetting van een (voormalige) agrarische bedrijfslocatie naar een woonlocatie past bovendien in de ruimtelijk-functionele structuur van het gebied, mede omdat er in de omgeving van het plangebied meerdere woonpercelen aanwezig zijn. Wonen en agrarische functies worden afgewisseld in het lint aan de Eimerensestraat. Conclusie De omgevingsplanwijziging is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.
4.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. Samenwerking tussen verschillende partijen staat centraal en is noodzakelijk om deze doelen te bereiken. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De gemeente onderscheidt een aantal kernwaarden die als vertrekpunt en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaan in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Deze worden eveneens als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied is een speerpunt in het beleid.
In de Omgevingsvisie wordt de focus gelegd op zes opgaven: Vitaal buitengebied in beweging; Innovatieruimte voor ondernemerschap; Samen werken aan energietransitie; Gevarieerde dorpse woonomgeving; Netwerk verbonden met samenleving; Voorzieningen geclusterd. Per thema wordt de toekomstige ontwikkeling van de Overbetuwse leefomgeving beschreven. Beoordeling Het plangebied ligt in het buitengebied van Overbetuwe, ten zuidwesten van de kern Elst. Eén van de centrale opgaven uit de Omgevingsvisie is het behouden van een vitaal buitengebied. De gemeente wil dit met differentiatie bereiken. In het buitengebied worden zeven deelgebieden onderscheiden, met specifieke ambities per deelgebied, die op concrete situaties worden toegepast. Het plangebied is gelegen in een landschappelijke zone. In de zone Landbouwlandschap dient als het landelijk en open agrarisch gebied als buffer tussen Elst, Valburg en de Betuweroute en Landschapspark De Danenberg met daarbij Strandpark Slijk-Ewijk. Sommige ontwikkelingen overstijgen de verschillende deelgebieden. Voor alle deelgebieden geldt o.a. dat: bij vrijkomende agrarische bebouwing waarde-creatie voorop wordt gesteld aan de hand van (verbeteren van) omgevings- en milieuwaarden, aansluitend op de ambities per deelgebied; toepassing van clustering en bundeling bij transformatie van (leegstaand) agrarisch vastgoed naar woonfuncties.
Motivering (vastgesteld)
15
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
Met de ontwikkeling wordt voormalig agrarisch vastgoed gesaneerd en in de plaats worden twee nieuwe woningen gerealiseerd in de vorm van een twee-onder-één-kapwoning. De bestaande woning kan worden geplitst. De bestaande en nieuwe woningen worden in de vorm van een boerenerf gepositioneerd als wooncluster. In het landschappelijk inpassings- en beplantingsplan is rekening gehouden met een goede aansluiting op het bestaande landschap. Ook de uitgangspunten van het Landschapsontwikkelingsplan van de gemeente (LOP), waarin specifieke landschappelijke ambities en randvoorwaarden voor het van toepassing zijnde deelgebied 'Oeverwal Elsterveld', zijn uitdrukkelijk gehanteerd bij het opstellen van dit inrichtings- en inrichtingsplan. Hierop wordt verderop in deze paragraaf ingegaan. Het plangebied ligt in het buurtschap Eimeren. Dit kenmerkt zich als een historisch, kleinschalig bebouwingslint in een relatief open buitengebied. Hierbij worden agrarische bedrijfslocatie en woonpercelen afgewisseld. De transformatie van een voormalig agrarisch bedrijfsperceel tot een woonperceel met het toevoegen van twee nieuwe woningen, met versterking van de landschappelijke kenmerken en kwaliteiten, past bij de kenmerken van het lint. Het plan sluit daarmee aan bij de ambities uit de Omgevingsvisie. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie.
Landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe (LOP) In het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) uit 2009 zijn de (algemene) doelstellingen en gebiedsspecifieke opgaven voor Overbetuwe geformuleerd. De hoofddoelstelling is het ontwikkelen van een sterke samenhangende landschappelijke structuur met een eigen Betuwse identiteit, die tegenwicht biedt aan de verstedelijking en waarbij belangrijke landschappelijke waarden duurzaam in stand worden gehouden. Per deelgebied zijn daarnaast gebiedsspecifieke opgaven opgenomen. Beoordeling Met deze omgevingsplanwijziging wordt een bestaande bedrijfswoning omgevormd tot reguliere woning. Daarnaast wordt de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesaneerd en worden er twee twee-onder-één kapwoningen gerealiseerd. Een voorwaarde om medewerking te kunnen verlenen aan de functiewijziging naar wonen is dat een goede landschappelijke inpassing van het woonperceel, op basis van een inrichtingsplan, plaatsvindt. Er is daarom een landschappelijk inrichtings- en beplantingsplan opgesteld (zie Bijlage 1), waarbij het LOP als kader is gebruikt. Het plangebied is gelegen binnen het deelgebied 'Oeverwal Elsterveld' (deelgebied 10). Kenmerkend zijn een lagere oeverwal, een redelijk open landschap, de oude boerderijen en de besloten oude buurtschappen Reeth, Eimeren en Lijnden. Het landschap is onder invloed van verstedelijking.
De lintvormige buurtschappen liggen als besloten enclaves in het open landschap. Als buffer tegen de verstedelijking worden de linten met karakteristieke, kleinschalige uitstraling behouden en versterkt. De oude boerderijen en buitenplaatsen langs de Wolfhoeksestraat, Eimeren en op de woerden aan de oostkant van Elst dienen als buffer tegen verstedelijking. Door stimulering van de aanplant van fruitbomen (hoogstam) op de oeverwal, wordt de kleinschaligheid versterkt en de historie voelbaar gemaakt. Verdichting van het landschap door de aanplant van elzenhagen en fruitbomen op de erven en de kavelgrenzen rond Reeth, Eimeren en Lijnden, versterkt de kleinschaligheid. Onderstaand in afbeelding 6 is het landschappelijk inrichtings- en beplantingsplan opgenomen, waarop de toekomstige inrichting is weergegeven (zonder splitsing van de bestaande woning). De aanplant van erfbeplanting, waaronder elzenhagen en fruitbomen als kavelgrensbeplantingen dragen bij het versterken van het lint en de verdichting van het landschap. Hierbij dient het kleinschalige besloten landschap met haar erven en bijbehorende perceelbeplanting te worden behouden en versterkt. Er worden landschapselementen toegevoegd die passend zijn in het gebied, zoals beukenhagen en houtwallen. De
16
Motivering (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst realisatie van de verschillende elementen is door middel van een voorwaardelijke verplichting geborgd in deze omgevingsplanwijziging. De realisatie in instandhouding van deze elementen is ook mogelijk bij splitsing van de bestaande woning. Het inrichtingsplan voorziet in het creëren van een compact en duidelijk herkenbaar woonerf in boerenopzet met de bestaande, eventueel te splitsen, woning en achter op het erf ondergeschikte bebouwing als twee-onder-één-kapwoningen, rondom een gezamenlijk toegangserf. Concreet worden de volgende inpassings- en inrichtingsmaatregelen uitgewerkt: 1. 2. 3. 4.
Houtwal aan de achterzijde van het perceel met bijvoorbeeld meidoorn, lijsterbes, elzen. Fruitboomgaard aan het lint; Aanplant van solitaire bomen en kleine boomgroepen, ruwe berken; Uitbreiding bestaande houtwal aan noordoostzijde van het perceel met bijvoorbeeld eik, meidoorn, lijsterbes, hulst; 5. Aanplanten beukenhagen als erfafscheidingen. Deze maatregelen sluiten goed aan bij de doelstellingen vanuit het LOP.
Afbeelding 6: weergave landschappelijke inpassing en beplanting (bron: Van Westreenen Adviseurs) Conclusie Na de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en de realisatie van de nieuwe woningen in de vorm van een tweekapper, inclusief de landschappelijke inpassingsmaatregelen, ontstaat een passende verhouding tussen bebouwing, erf, groen en grasland. Het woonerf staat in duidelijk contrast met het omliggende agrarische gebied. De relatie met het omliggende gebied wordt versterkt en het perceel wordt passend landschappelijk ingepast. Het plan levert een bijdrage aan meerdere doelstellingen van het LOP en is hiermee dus in overeenstemming.
Motivering (vastgesteld)
17
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
Hoofdstuk 5 5.1
M ilieu- en omgevingsaspecten
Milieueffectrapportage
Bijlage V bij het Omgevingsbesluit in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit bepalen of een besluit project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Bijlage V bij het Omgevingsbesluit heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van projecten waarvoor een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. In kolom 4 zijn de besluiten opgenomen die betrekking hebben op projecten waarvoor de m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Of er voor het besluit een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een m.e.r.-plicht. Anders geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Of een project, dat voorkomt in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit, aanzienlijke milieueffecten heeft, wordt beoordeeld door het bevoegd gezag. Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met: a. de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn; b. voor zover relevant: de resultaten van eerder uitgevoerde controles of andere beoordelingen van milieueffecten die op grond van verordeningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn verkregen.
Een initiatiefnemer die voornemens is een project uit te voeren, deelt dit voornemen zo spoedig mogelijk mee aan het bevoegd gezag (artikel 16.45 Omgevingswet). Deze mededeling kan plaatsvinden door middel van een aanmeldnotitie. Beoordeling en conclusie De ontwikkeling betreft het omzetten van een bestaande bedrijfswoning tot reguliere woning (inclusief splitsing), het slopen van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en het realiseren van twee-onder-één-kapwoningen. Er worden twee wooneenheden toegevoegd. De ontwikkeling behoort niet tot de in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit opgenomen categorieën. De ontwikkeling is ook niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in deze Bijlage, omdat er sprake is van een zeer kleinschalige ontwikkeling met de toevoeging van slechts (maximaal) 3 woningen. Er is daarom geen sprake van een m.e.r.-plichtige of m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit bij de wijziging van het omgevingsplan. Een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling is niet aan de orde.
5.2
Geluid (spoor)wegverkeer
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening te worden gehouden met het geluid door (spoor)wegen op geluidsgevoelige gebouwen. Daarbij gelden er geluidsaandachtsgebieden rondom (spoor)wegen. Binnen een dergelijk geluidsaandachtsgebied, moet het geluid op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn (par. 5.1.4.2a Bkl). Als het geluid op een geluidgevoelig gebouw (binnen een aandachtsgebied) niet meer bedraagt dan de standaardwaarde, dan is er in ieder geval sprake van een aanvaardbare woon- en leefomgeving. De standaardwaarden zijn aangegeven in onderstaande tabel. Deze geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Geluidbronsoorten
Standaardwaarde
Rijkswegen en provinciale wegen
50 Lden
Gemeentewegen en waterschapswegen
53 Lden
Hoofdspoorwegen en locale spoorwegen
55 Lden
18
Motivering (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
Tabel: Standaardwaarde geluid voor een geluidbron op een geluidgevoelig gebouw per (spoor)weg
De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een (spoor)weg. De gemeente Overbetuwe heeft specifiek beleid vastgesteld in de Nota geluidbeleid en de Nota hogere grenswaarden. Beoordeling Deze omgevingsplanwijziging maakt het oprichten van twee nieuwe woningen mogelijk ter vervanging van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Er is sprake van het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing. De beoogde woonlocatie ligt (mogelijk) binnen het geluidsaandachtsgebied van de Eimerensestraat. Het plangebied ligt buiten het geluidsaandachtsgebied van spoorwegen. Er is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De rapportage van het uitgevoerde onderzoek is opgenomen in Bijlage 2. De conclusies van het onderzoek zijn als volgt: De waarde voor geluid vanwege de gemeentelijke wegen bedraagt per weg maximaal 51 dB. De waarde voor het gezamenlijke geluid Lg vanwege alle beschouwde wegen bedraagt 52 dB Lden. De standaardwaarde van 53 dB wordt niet overschreden. Ook vanuit het toetsingskader uit de Omgevingswet hoeven geen hogere waarden voor geluid te worden vastgesteld.
Voor de objecten bedoeld voor bewoning moet worden voldaan aan de eisen uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) ten aanzien van de karakteristieke geluidwering van de gevels. De grenswaarde van het geluidsniveau in de geluidgevoelige ruimten van de nieuw te realiseren objecten voor bewoning mag daarbij volgens de gemeente maximaal 33 dB bedragen. Bij een waarde voor het gezamenlijke geluid van 52 dB betekent dit, dat de karakteristieke geluidwering tenminste 20 dB moet bedragen. Deze waarde is gelijk aan de minimale eis voor de karakteristieke geluidwering van een nieuwbouwwoning. In het akoestisch onderzoek is de toekomstige woningsplitsing nog niet onderzocht. Aangezien het hier niet om nieuwbouw gaat, maar om functiewijziging/verbouw, zijn de artikelen 4.102 en 2.103 van het Bbl (nieuwbouweisen) niet van toepassing. In het kader van afdeling 5.2 van het Bbl geldt dat het van rechtens verkregen niveau gehandhaafd moet worden. Een akoestisch onderzoek is daarom voor de splitsing niet vereist. Binnenwaarden van meer dan 38 dB Lden zijn niet meer als ETFAL (goed woonen leefklimaat) te beschouwen. Bij het indienen van de omgevingsvergunning voor de verbouw van de woning zal moeten worden aangetoond dat aan de eis van maximaal 38 dB Lden wordt voldaan. Hiervoor worden geen belemmeringen verwacht. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de nieuwe woningen.
Er zijn geen nadere maatregelen noodzakelijk. Conclusie Vanuit akoestisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor het oprichten van de nieuwe woningen aanwezig. In de woningen is een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat voldoende gegarandeerd.
Motivering (vastgesteld)
19
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
5.3
Luchtkwaliteit
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen ter bescherming van de gezondheid staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl (paragraaf 5.1.4.1). Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Aandachtsgebieden De toetsing en monitoring van de luchtkwaliteit vindt plaats in de aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties NO2 en/of PM10. Aandachtsgebieden voor zowel NO2 als PM10 staan vermeld in artikel 5.51, lid 2 van het Bkl. Aandachtsgebieden voor alleen PM10 zijn aangewezen in artikel 5.51, lid 3 van het Bkl. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen (artikel 5.51 Bkl). Niet in betekende mate De beoordeling van de luchtkwaliteit in een aandachtgebied vindt niet altijd plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor NO2 en PM10 nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties.
Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit Sinds 1 januari 2023 wordt de luchtkwaliteit berekend en gemonitord via het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Beoordeling Het voorziene project is een project bedoeld in de lijst met categorieën van gevallen die is opgenomen in Bijlage 3a van de Regeling NIBM. Het aantal te realiseren woningen, namelijk maximaal drie, ligt ver beneden de grenzen voor aantallen woningbouwlocaties die genoemd worden in de Bijlage 3a. Dat houdt in dat op voorhand vaststaat dat het project in kwestie niet in betekende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Daarom is het niet noodzakelijk om ten behoeve van vaststelling van het bestemmingsplan eerst te bepalen of voldaan wordt aan de gestelde norm voor de toename van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 van 3%. De NIBM–tool wordt dan ook buiten toepassing gelaten. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat Het is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties van belang om ook te bekijken of er ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hiervoor zijn de gegevens van het CIMLK geraadpleegd.
Volgens de Grootschalige concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) geldt in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde fijnstof concentratie (PM10) tussen de 16 en 18 µg/m³ en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) tussen de 12 en 14 µg/m³. De grenswaarde jaargemiddelde ligt voor beide stoffen op de 40 µg/m³ (jaargemiddelde concentratie 2019). De WHO advieswaarden liggen op 15 en 10 µg/m³. De luchtkwaliteit ter plaatse ligt derhalve binnen de norm en ligt dicht bij de WHO-advieswaarden. Daarmee wordt geconcludeerd dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat in het kader van de luchtkwaliteit. Conclusie Het aspect 'luchtkwaliteit' zorgt niet voor belemmeringen.
20
Motivering (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
5.4
Activiteiten en milieuzonering
Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang dat activiteiten met gebruiksruimte en milieugevoelige functies in evenwicht tot elkaar locaties krijgen toegedeeld in de fysieke leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren: 1. menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het kan en gewenst is; 2. scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het moet. Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. Daarbij moet worden voldaan aan de instructieregels uit het Bkl ten aanzien van geluid, geur en trilling door activiteiten, met als gevolg dat milieunormering in het omgevingsplan plaatsvindt om tot een evenwichtige toedeling van milieugevoelige en milieubelastende functies te komen. Deze milieunormen voor activiteiten met gebruiksruimte (gebiedsgerichte regels) beogen de gebruiksruimte van een activiteit specifiek te begrenzen, zodat die activiteit op een specifieke locatie kan worden verricht zonder onaanvaardbare gevolgen voor een milieugevoelige functie in dat gebied. Het uitgangspunt is dat alle activiteiten met gebruiksruimte in meer of mindere mate milieu gerelateerde gebruiksruimte nodig hebben en dus belastend kunnen zijn. Alleen het wonen is hiervan uitgezonderd.
Dat betekent dat wanneer het om wonen gaat, het niet nodig is om specifiek te kijken naar de impact op het milieu bij het bepalen van de ruimte die voor deze activiteit nodig is. Wel is wonen een milieugevoelige functie, net als o.a. onderwijs en gezondheidszorg. Bij een ontwikkeling die ziet op een milieugevoelige functie is het dus noodzakelijk te bepalen of er sprake is van een aanvaardbare woonen leefomgeving. Beoordeling Deze omgevingsplanwijziging voorziet in een wijziging van de huidige Agrarische (bedrijfs)bestemming naar een woonfunctie, waarbij de bestaande bedrijfswoning een reguliere woning wordt en er twee nieuwe woningen op het perceel worden opgericht. Deze wijzigingen kunnen in het kader van het aspect activiteiten en milieuzonering relevant zijn. In de directe omgeving van het plangebied zijn naast woonfuncties ook verschillende agrarische functies aanwezig. Het gebied kan het best worden gekenmerkt als gemengd buitengebied, de richtafstanden kunnen met één stap worden verlaagd. In de omgeving van de planlocatie zijn enkele milieubelastende functies gevestigd, namelijk enkele agrarische bedrijven. Van deze functies is in onderstaande tabel de toegestane milieucategorie met bijbehorende richtafstand op basis van de oude VNG-brochure, vermeld.
Vervolgens is in de vijfde kolom de milieucategorie omgezet aan de hand van de transponeertabel uit de nieuwe handreiking Activiteiten en Milieuzonering (zie 10.1.2 Transponering VNG-tabellen 2009, pagina 46). In de nieuwe handreiking is een getransponeerde tabel opgenomen welke is bedoeld om een indicatie te geven en als hulpmiddel te fungeren bij het inschatten van de milieugebruiksruimte van een milieubelastende activiteit.
Adres
Functie
Milieucat.
Eimerensestraat Rundveehouderij 3.2 7
Motivering (vastgesteld)
Richtafstand (gemengd buitengebied) 50 m
Werkelijke afstand Vanaf 50 meter 30 m van gemengd woongebied: basiswaarde: op 50 meter van eigen terreingrens
21
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
Eimerensestraat Violen & 10 Geranium kwekerij
2
10 m
Basiswaarde, 130 m traploos over eerste 50 meter tot grens woongebied
Eimerensedwar Agrarisch bedrijf 3.1 sstraat 2 (grondgebonden)
30 m
Basiswaarde 50, traploos over eerste 50 meter tot grens woongebied
Eimerensestraat Rundveehouderij 3.2 1 (grondgebonden)
50 m
Vanaf 50 meter 88 m van gemengd woongebied: basiswaarde: op 50 meter van eigen terreingrens
Eimerensestraat Rundveehouderij 3.2 2 (grondgebonden)
50 m
Vanaf 50 meter 155 m van gemengd woongebied: basiswaarde: op 50 meter van eigen terreingrens
Eimerensestraat Agrarisch bedrijf 3.1 4 (grondgebonden)
30 m
Basiswaarde, 75 m traploos over eerste 50 meter tot grens woongebied
82 m
Uit de tabel blijkt dat de richtafstand voor de meeste agrarische bedrijven niet over de nieuwe woningen reiken. Aangezien er wordt voldaan aan de indicatieve richtafstanden kan ook worden gesteld dat over het algemeen er sprake is van de basiswaarde van geluid en geur. Daarmee levert het bouwen van de nieuwe woning geen belemmering voor deze bedrijven. Andersom is een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat niet aan de orde. Een gedeelte van het achtererfgebied bij de nieuwe woningen ligt wel binnen 50 meter afstand van het agrarisch bedrijf (rundveehouderij) aan de Eimerensestraat 7. Binnen deze 50 meterzone worden nieuwe geurgevoelige gebouwen (zoals bedoeld in artikel 5.91 van het Besluit kwaliteit leefomgeving) niet toegestaan in het plan. Hiervoor is op de verbeelding een specifiek werkingsgebied opgenomen. Hiermee zijn belemmeringen over en weer uitgesloten. Spuitzones Ten aanzien van boom- en fruitteeltbedrijven is niet alleen de publicatie 'Activiteiten en milieuzonering' van belang, maar ook spuitzones in verband met het gebruik van bestrijdingsmiddelen bij deze bedrijven. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt namelijk dat in het algemeen een afstand van 50 meter moet worden aangehouden tussen gevoelige functies (zoals wonen) en agrarische bedrijvigheid waarbij bestrijdingsmiddelen worden gebruikt.
Zo’n zone van 50 meter wordt een spuitzone, een spuit(vrije)zone of een milieuzone genoemd. In artikel 3.4.1 van het tijdelijk deel omgevingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' is bepaald dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en (glas)tuinbouw, fruit- en boomteelt in acht moet worden 22
Motivering (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst genomen. Artikel 3.5.8 bevat een afwijkingsbevoegdheid om een kortere afstand toe te staan, mits goed onderbouwd. In de directe omgeving van het plangebied zijn binnen 50 meter van de toekomstige woonfunctie meerdere agrarische percelen aanwezig. Hierna volgt een beschouwing van het aspect spuitzonering ten opzichte van de verschillende agrarische gronden. Eimerensedwarsstraat 2 Aan de overzijde van de Eimerensestraat is een perceel aanwezig, waar een agrarische bestemming op rust en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet is uitgesloten. Een gedeelte van dit perceel ligt binnen 50 meter van de bestaande woning in het plangebied. Hierdoor is dit gebruik strijdig met het omgevingsplan en enkel op basis van het overgangsrecht toegestaan. De onderhavige wijziging levert daarom geen nieuwe beperkingen op voor de eigenaar van het perceel. Er is enkel bij voortzetting van het huidige gebruik sprake van potentiële aantasting van het woon- en leefklimaat in het plangebied. Met de eigenaar van het betreffende perceel is door de initiatiefnemer een privaatrechtelijke overeenkomst afgesloten, waarin is vastgelegd dat geen gebruik van gewasbeschermingsmiddelen meer mag worden gemaakt op de gronden binnen 50 meter van de woning binnen het plangebied.
Op basis van deze privaatrechtelijke afspraak is gewaarborgd dat er, zolang er sprake is van potentiële gezondheidsrisico's, geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt binnen de spuitzone. Hierdoor is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat geborgd. Eimerensestraat 6 Aan de overzijde van de Eimerensestraat, ten noordwesten van het plangebied, is een kleinschalige boomgaard aanwezig. Rondom deze gronden zijn meerdere bestaande woningen aanwezig, waaronder de woning Eimerensestraat 6 die tot het betreffende perceel behoort. Hierdoor is dit gebruik strijdig met het omgevingsplan en enkel op basis van het overgangsrecht toegestaan. De onderhavige wijziging levert daarom geen nieuwe beperkingen op voor de eigenaar van het perceel. Er is enkel bij voortzetting van het huidige gebruik sprake van potentiële aantasting van het woon- en leefklimaat in het plangebied. Van belang is dat de betreffende gronden in eigendom van de initiatiefnemer zijn. Gelet op de belangen die initiatiefnemer heeft bij de realisatie van de ontwikkeling en het in stand houden van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de nieuwe woningen, is het redelijkerwijs uitgesloten dat het gebruik van (chemische) bestrijdingsmiddelen op grote schaal op dit perceel zal plaatsvinden. Overigens is een dergelijk gebruik ook gelet op de geringe omvang van de boomgaarden al redelijkerwijs uitgesloten.
Tot slot bevinden zich tussenliggende groenvoorzieningen in het plangebied (zie afbeelding 7), die naar verwachting voor een beperking van de driftreductie zorgen. De instandhouding van deze groenvoorziening is in het plan juridisch geborgd. De afstand van de boomgaard tot de rand van het plangebied is circa 20 meter. De nieuwe woningen liggen echter op meer dan 50 meter afstand, waardoor er bij deze woningen geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat aan de orde is. De bestaande woning Eimerensestraat 5 is op zichzelf al een voor spuitzones gevoelige functie. De afstand ten opzichte van deze woning (incl. bijbehorende tuin, die aan deze zijde reeds als zodanig functioneert) wijzigt niet en de wijziging zorgt niet voor een onevenredige beperking van de gebruiksmogelijkheden van het perceel. Door de beperkte omvang van het teeltperceel en de tussenliggende driftreducerende groenzone is het aannemelijk dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Motivering (vastgesteld)
23
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
Afbeelding 7: driftreducerende robuuste groenvoorziening binnen het plangebied (bron: google Streetview)
Gronden oostelijk en zuidelijk van plangebied Ten oosten en ten zuiden van het plangebied zijn agrarische gronden aanwezig. De aan het plangebied grenzende agrarische gronden (perceel M 1961) zijn eigendom van de initiatiefnemer, waardoor redelijkerwijs rekening kan worden gehouden met de komst van de nieuwe woningen. Agrarische gronden van derden, die voor de teelt van gewassen in gebruik kunnen worden genomen, bevinden zich op minimaal 25 meter afstand van de toekomstige woonfunctie (woningen incl. bijbehorende tuinen) in het plangebied. Ten opzichte van het perceel M 1906, ten zuiden van het plangebied, wordt een afstand van minimaal 50 meter behaald. De bestaande agrarische bedrijfswoning bevindt zich op meer dan 50 meter afstand van deze gronden, waardoor er in de huidige situatie geen belemmeringen over en weer aan de orde zijn. Er is in de huidige situatie geen sprake van hoogopgaande teelt en een dergelijk gebruik is in de afgelopen minimaal 15 jaar ook niet aan de orde geweest. Na onderhavige wijziging van het omgevingsplan, geldt voor de betrokken eigenaren van een deel van de agrarische gronden (enkel delen van de percelen M 1907 en M 242) dat binnen een beperkte zone van de betreffende gronden geen fruit- en boomteelt en glastuinbouw meer is toegestaan op basis van de regels van het tijdelijke omgevingsplan.
Hierdoor ontstaat een beperking voor de betrokken grondeigenaren. Van een onevenredige beperking van de gebruiksmogelijkheden is echter geen sprake, omdat de percelen bruikbaar blijven voor agrarisch gebruik en het huidige gebruik zonder belemmeringen kan worden voortgezet (vgl. de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 6 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4506). Bovendien wordt slechts een zeer klein deel van de betreffende gronden beperkt. Ook is er binnen het tijdelijke omgevingsplan een mogelijkheid om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit te verkrijgen, indien kan worden aangetoond dat een aanvaardbaar verblijfsklimaat voor gevoelige functies kan worden gegarandeerd. Dit is aannemelijk gezien de relatief ruime afstand, in combinatie met de heersende windrichting (die niet richting het plangebied is) en de tussenliggende groenvoorzieningen rondom het woonerf (zie afbeelding 7), die naar
24
Motivering (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst verwachting voor een beperking van de driftreductie leiden. Conclusie spuitzones Gezien de voorgaande locatiespecifieke feitelijke en juridische omstandigheden kan worden geconcludeerd dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het plangebied voldoende geborgd is en dat de belangen van de eigenaren van de agrarische gronden niet onevenredig worden geschaad. Geconcludeerd wordt dat spuitzones geen belemmering vormt voor het planvoornemen. Conclusie Het aspect activiteiten en milieuzonering vormt geen belemmering voor de omgevingsplanwijziging. Omliggende functies worden niet belemmerd en is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen. Ook spuitzones vormen geen belemmering voor het oprichten van deze woningen.
Motivering (vastgesteld)
25
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
5.5
Geurhinder
Geurhinder kan optreden bij het houden van dieren in dierenverblijven (stallen, inclusief een vaste uitloop) en het opslaan en bewerken van agrarische bedrijfsstoffen (mest, kuilvoer, krachtvoer). Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Daarbij dient de geur op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar te zijn (par. 5.1.4.6 Bkl). Voor enkele, met name agrarische, activiteiten zijn standaardwaarden bepaald voor de geurbelasting of afstand waarbij er in ieder geval sprake is van een aanvaardbare woon- en leefomgeving. Voor bedrijfsmatige activiteiten, zoals industrie, worden geen waarden en afstanden toegekend. Ook in deze gevallen dient er rekening te worden gehouden met de geur afkomstig van deze activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Geurgevoelige gebouwen zijn gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie heeft. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geur op grond van artikel 4.2 van de Omgevingswet. Dat doet de gemeente vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Beoordeling In de omgeving van het plangebied zijn agrarische bedrijven gevestigd. Deze bedrijven zijn grondgebonden en zijn niet bestemd als intensieve veehouderijen.
Een intensieve veehouderij is in de omgeving van het plangebied niet toegestaan. Het meest nabijgelegen agrarische bedrijf is Eimerensestraat 7. Hier wordt al jaren geen vee meer gehouden en er bestaan voornemens om over te gaan tot een functiewijziging op deze locatie. Juridisch-planologisch gezien is hier wel een grondgebonden veehouderij toegestaan. In principe moet er worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden en daarmee het bouwvlak van de veehouderij. Op basis van het Omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe geldt een minimale afstand van 50 meter tussen een emissiepunt van een veehouderij en een woning. Ook geldt een vaste afstand van 50 meter ten opzichte van dieren zonder geuremissiefactor vanuit het Bkl. De afstand van de rand van het bouwvlak van de veehouderij tot de woningen is minimaal 47 meter. In dit geval ligt het niet voor de hand dat er aan de kant van de nieuwe woningen (zuidwestzijde) een emissiepunt binnen 50 meter wordt gerealiseerd, omdat aan die kant de (bedrijfs)woning Eimerensestraat 7 ligt en de toegangsweg tot de achter gelegen schuren. Het is daarom aannemelijk dat er bij de nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast wordt een eventuele toekomstige veehouderij aan de Eimerensestraat 7 niet belemmerd door de nieuwe woningen.
Er kan immers worden voldaan aan de afstand van 50 meter (tussen gevel woning en emissiepunt van veehouderij) en het is niet te verwachten dat er een emissiepunt/stal wordt gerealiseerd aan de kant van de nieuwe woningen. Daarnaast is er genoeg ruimte voor uitbreiding binnen het bouwvlak achter en naast de huidige schuren, respectievelijk in zuidelijke richting en in zuidwestelijke richting. Hiermee zijn onevenredige belemmeringen over en weer uitgesloten. Conclusie Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot het aspect geur agrarisch.
26
Motivering (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Buitengebied, Eimerensestraat 5, Elst
5.6
Bodem
Voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie gelden waarden, die in het omgevingsplan worden opgenomen (par. 5.1.4.5 Bkl). Het gaat daarbij om een gebouw of een deel van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Ook de aangrenzende tuin of perceel maakt hier onderdeel van uit. Bij het bepalen van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit houdt de gemeente rekening met de interventiewaarden voor de verschillende stoffen en neemt de gemeente de grenswaarden in acht. Bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit kan alleen gebouwd worden als de door de gemeente voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Daarnaast is in het omgevingsplan de landbodem in verband met grondverzet in de bodemfunctieklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingedeeld, rekening houdend met de functie van de locatie. Ook kunnen in het omgevingsplan bodembeheergebieden zijn aangewezen. Beoordeling Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een bestaande bedrijfswoning veranderd in een reguliere woning (eventueel te splitsen). Daarbij worden er voormalige agrarische bedrijfsgebouwen gesaneerd waarvoor in de plaats twee nieuwe woningen worden gerealiseerd.
Dit betekent dat het realiseren van een bodemgevoelige gebouwen mogelijk wordt gemaakt, waardoor een onderzoek naar de bodemkwaliteit noodzakelijk is. Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage van het onderzoek is opgenomen als Bijlage 3. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende: Ter plaatse van deellocatie A (voormalige bovengrondse tank) is minerale olie niet verhoogd aangetoond in de bovengrond en/of het grondwater. De locatie is onbelast. Ter plaatse van deellocatie B (onderzoekslocatie) zijn in de vaste bodem diverse enkele parameters licht verhoogd aangetoond. De locatie is enigszins belast. Ter plaatse van deellocatie C (voormalige boomgaard) is OCB niet verhoogd aangetoond in de toplaag. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit is voldoende voor het realiseren van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Omdat de landelijke interventiewaarden niet worden overschreden zijn geen risico's te verwachten. De kwaliteit van de bodem is in voldoende mate vastgesteld. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om asbest in grondonderzoek of nader bodemonderzoek te adviseren. Dit betekent dat er in zoverre geen belemmeringen voor het plan zijn. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de planologische procedure, aanvraag omgevingsvergunning en de geplande herontwikkeling van de locatie.
5.7
Omgevingsveiligheid
Inleiding Het beleid voor omgevingsveiligheid (externe veiligheid) is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is dat overheden bij hun plannen zo vroeg mogelijk kijken naar veiligheid zodat de gevolgen van een brand, ramp of crisis voorkomen kan worden of de gevolgen zoveel mogelijk beperkt kunnen worden.