26-01-13.01 Beantwoording aanvullende technische vragen RES 2.0 Lijst BOB
Tekst van het document
Technische vragen raadsvoorstel en ontwerp RES 2.0 Datum indienen: 06-01-2026 Datum politieke avond: 13 januari 2026 Agendapunt: voorbereidende vergadering RES 2.0 ter visie leggen en zienswijze Onderwerp: Regionale Energiestrategie (RES) 2.0 Toelichting: Deze vragen zijn primair technisch. Ze zijn bedoeld als voorbereiding en mogelijke opstap naar het goede gesprek over deze complexe materie in de voorronde, ook rekening houdend met wat eerder door inwoners is ingebracht bij discussies over duurzame energie. Het is ook prima als een deel van deze vragen in de voorronde zelf beantwoord kunnen worden. Vraag/vragen: Raadsvoorstel In de RES 2.0 geldt de doelstelling om als regio in 2030 1,62 terawattuur duurzame elektriciteit op te wekken als een gegeven. In het verlengde hiervan geldt voor Overbetuwe een ambitie van 604 TJ in zonnevelden en windturbines, ongeveer 1,6 maal wat op basis van de eigen lokale electriciteitsbehoefte nodig zou zijn (bron: memo/tic d.d. 12 juni 2023). Ook als Overbetuwe deze ambitie realiseert is er regionaal nog een resterende opgave van ca. 0,3 Twh om tot de 1,62 Twh te komen.
Vraag 1: Is er landelijk of vanuit de regio of het college een reflectie beschikbaar op deze doelstellingen (en de gekozen termijn van 2030) in het licht van de relevante ontwikkelingen in de afgelopen jaren, inclusief ontwikkelingen in de discussie over kernenergie en geo-thermie, de verwachte ontwikkeling van de energiebehoefte en/of de huidige situatie van energie-export vanuit Nederland naar bijv. België? In welke mate is er vanuit de inhoud aanleiding om (binnenkort) opnieuw naar deze doelstellingen (en de termijn van 2030) te kijken en zo ja, is er dan aanleiding naar boven of naar beneden bij te stellen? In de RES 2.0 worden de actuele zoekgebieden voor windenergie in Overbetuwe benoemd. Daaraan wordt ook een aantal windmolens en (theoretische potentie aan) capaciteit gekoppeld. En er wordt gesproken over een restopgave van 0,3 Twh, waar op de pagina’s 19 t/m 32 van de RES 2.0 nader wordt ingegaan. Daarbij worden 3 paralelle sporen benoemd.
Vraag 2: In welke mate is er – als we deze RES 2.0 zo vaststellen – nog ruimte voor dialoog met inwoner over aantal en omvang (hoogte) van windmolens in de aangewezen zoekgebieden? Zeker nu we – zonder nuancering – in de concept-zienswijze vragen om dit per zoekgebied al te specificeren? Vraag 3: Welke informatie kunt u delen over het betrekken van omwonenden bij de plannen/ontwikkelingen bij het zoekgebied Park 15? Zijn er nog nieuwe ontwikkelingen rond de planvorming in het zoekgebied Midden-Betuwe? In tabel 2 (pag. 23) is sprake van een aandeel windenergie per onderstation, waarbij ‘Elst’ en ‘Arnhem’ aardig in balans zijn, maar bijv. Dodewaard en Oosterhout niet. Vraag 4: Is tabel 2 op basis van feitelijke realisatie of op basis van vergunde of geplande capaciteit? Wat is het (voorziene) effect van de realisatie van plannen voor de zoekgebieden Park 15 en MiddenBetuwe op deze tabel? Op pag. 26 wordt geconstateerd dat er acht gemeenten zijn met goede mogelijkheden voor windenergie (= nieuwe zoekgebieden), waaronder Overbetuwe en Lingewaard.
Vraag 5: Zou het op basis van de beschouwing in 3.4 (pag. 26-32) niet logisch zijn om in de RES 2.0 voor evt. invulling van de restopgave van 0,3 Twh alleen te kijken naar gemeenten met minder dan 5 gerealiseerde, vergunde of geplande windturbines en Overbetuwe en Lingewaard daarbij buiten haken te plaatsen (ook rekening houdend met windturbines van andere gemeenten zoals Nijmegen op de grillige gemeentegrenzen)? Zouden we op dit punt de concept-zienswijze niet moeten aanscherpen?
Indiener/fractie: Aad Noordermeer, Lijst BOB Antwoord(en) ambtelijke organisatie: Antwoord 1: Een reflectie op de regionale doelstellingen voor 2030 is beschikbaar; zie daarvoor met name de RES 2024. Uit de daar beschreven ontwikkelingen volgt de noodzaak “om het aandeel van duurzame opwek te vergroten, de energievraag/aanbod beter te combineren en om de verhouding tussen het totale vermogen van wind en zon te verbeteren.” Voor de uitwerking hiervan bleek het niet nodig om het kader van de RES 1.0 aan te passen. Antwoord 2: Er is ruimte voor dialoog en participatie. Dit verandert niet ten opzichte van (het kader in) de RES 1.0. Overbetuwe zet hierop proactief in, allereerst door concreet in 2026 meer inzicht te geven in de mogelijke impact middels verkenningen. Zie ook beantwoording van vraag 3. Antwoord 3: Wij informeren mensen die in maart 2025 (na het rondetafelgesprek) aangaven betrokken te willen worden of blijven. De volgende informatie is beschikbaar (voor u en hen) over de verkenningen die we in 2026 willen uitvoeren binnen de twee zoekgebieden voor windenergie. We starten met de verkenning in het zoekgebied Park15 bij Oosterhout. De verwachting is dat vanaf april hier nieuwe onderzoeksresultaten gedeeld kunnen worden. Deze geven nader inzicht in wat de effecten van windmolens zijn, aan de hand van een door initiatiefnemers voorgestelde lijnopstelling.
Deze opstelling (inclusief de locatie, hoogte en het type windmolens) gebruiken we als uitgangspunt voor de verkenning. Zo krijgen we een beter beeld van de effecten. Voor het zoekgebied MiddenBetuwe (tussen Andelst en Dodewaard) is de planning op dit moment nog niet bekend. Antwoord 4: Het gaat in die tabel om feitelijk aangesloten projecten/capaciteit. Het effect hiervan op de zoekgebieden Park15 en Midden-Betuwe is niet in te schatten, omdat we (nog) niet weten om hoeveel capaciteit het in de windparken zal gaan. We verwachten dat hieromtrent na de verkenningen meer inzicht kan ontstaan. Antwoord 5: Dit betreft geen technische vraag.