25-11-04.17 Bijlage 2 - Akte van statutenwijzigingen Wonderwijs
Tekst van het document
Ref:2025.000443.01/PH
STATUTENWIJZIGING
Blad 1 Heden, #, verscheen voor mij, mr. Johannes Petrus Wilhelmus Victor Hopmans, notaris te Nijmegen: # INLEIDING De verschenen persoon verklaarde dat: Bij een akte verleden op negen juni tweeduizend vijf voor mr. T.A.M. Weijermans, destijds notaris te Overbetuwe is de statutair te gemeente Overbetuwe (feitelijk adres: Hoenderik 9, 6662 VM Elst) gevestigde stichting Stichting Wonderwijs, samenwerkingsbestuur voor openbaar en katholiek onderwijs in Overbetuwe en Lingewaard, ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel sedert veertien juni tweeduizend vijf onder nummer 09152075, opgericht. De Stichting Wonderwijs, samenwerkingsbestuur voor openbaar en katholiek onderwijs in Overbetuwe en Lingewaard, voornoemd, hierna te noemen: de “Stichting”. De statuten van de Stichting voor het laatst zijn gewijzigd bij een akte verleden op éénentwintig december tweeduizend tweeëntwintig voor een waarnemer van het vacante kantoor van mr. E. Oldenburger, voormalig notaris in de gemeente Overbetuwe Het College van Bestuur van de Stichting heeft besloten om de statuten van de Stichting partieel te wijzigen. Bij die gelegenheid werd de verschenen persoon gemachtigd om de daarvoor benodigde formaliteiten namens het College van Bestuur van de Stichting te verrichten en de hiervoor benodigde akten en stukken te ondertekenen.
De krachtens artikel 25 lid 1 van de statuten van de Stichting vereiste goedkeuring van de Raad van Toezicht van de Stichting is verleend. De krachtens artikel 25 lid 1 van de statuten van de Stichting vereiste goedkeuring van de gemeenteraad van de gemeente Overbetuwe is verleend. De krachtens artikel 29 lid 1 van de statuten van de Stichting vereiste goedkeuring van de Nederlandse Katholieke Schoolraad te ’s-Gravenhage is verleend. De wijziging van de statuten van de Stichting houdt verband met de bestuursoverdracht, waarvan blijkt uit een akte mede op heden voor mij notaris, verleden. Van voormeld besluit, voormelde machtiging en voormelde goedkeuringen blijkt uit geschriften, welke zijn gehecht aan een akte eerder vandaag verleden voor de in het hoofd van deze akte genoemde notaris. Ter uitvoering van gemeld bestuursbesluit verklaarde de verschenen persoon dat de gewijzigde statuten van de Stichting met ingang van vandaag luiden als volgt: STATUTENWIJZIGING De verschenen persoon verklaarde dat de na te melden artikelen in de statuten worden gewijzigd als volgt: Artikel 1 lid 1 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 1. De Stichting draagt de naam: Stichting Wonderwijs, samenwerkingsbestuur voor openbaar, algemeen bijzonder en katholiek onderwijs in Overbetuwe en Lingewaard. Artikel 2 sub. 4 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 4.
Gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Overbetuwe en/of de gemeenteraad van de gemeente Lingewaard; Artikel 2 sub. 5 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 5. College van burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe en/of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard; Aan artikel 2 wordt een nieuw sub 13 toegevoegd dat luidt als volgt: 13. Schriftelijk: communicatie via enig elektronisch communicatiemiddel, waaronder e-mail.
Blad 2 Voorts geldt dat ten aanzien van het bepaalde in deze statuten aan de eis van schriftelijkheid wordt voldaan indien de kennisgeving, mededeling, besluitvorming, volmacht, stemming, respectievelijk het verzoek, elektronisch is vastgelegd. De laatste zin van artikel 2 komt te vervallen en wordt vervangen door: Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld ziet een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud ook op de meervoudsvorm van dit begrip of woord en omgekeerd. In deze statuten zullen woorden die een geslacht aangeven alle geslachten omvatten. Artikel 3 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: De Stichting stelt zich ten doel het, zonder winstoogmerk, verzorgen en bevorderen van kwalitatief hoogwaardig onderwijs in afzonderlijke openbare-, algemeen bijzondere, katholieke- en samenwerkingsscholen voor openbaar, algemeen bijzonder en katholiek onderwijs. Artikel 5 lid 2 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 2. Het onderwijs aan de openbare, algemeen bijzondere en samenwerkingsscholen draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Artikel 7 lid 2 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 2.
Het College van Bestuur stelt na voorafgaande goedkeuring door de Raad van Toezicht een reglement vast, waarin de samenstelling, benoeming, herbenoeming, ontslag, duur van de benoeming, werkwijze, inrichting en bevoegdheden van de identiteitscommissie alsmede een voorziening voor het beslechten van geschillen tussen het bevoegd gezag en de identiteitscommissie zijn vastgelegd, met dien verstande dat: de identiteitscommissie zodanig is samengesteld dat er sprake is van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en katholiek onderwijs; de werkwijze en het handelen van de commissie gebaseerd zijn op principiële gelijkwaardigheid van en respect voor de godsdienstige en levensbeschouwelijke achtergrond van de schoolbevolking; de identiteitscommissie minimaal tot taak heeft: het mede bewaken van de identiteit van de school, overleg met directie (team) over de invulling en planning van activiteiten op identiteitsgebied, het mede zorg dragen voor een goede communicatie met ouders omtrent identiteitszaken; het reglement moet voldoen aan het bepaalde in artikel 17d WPO of een daarvoor in de plaats tredende regeling. Artikel 9 lid 5 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 5. De Gemeenteraad houdt overeenkomstig de wet en deze statuten toezicht voor zover het openbaar onderwijs betreft. Artikel 11 lid 2 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 2.
Een lid van het College van Bestuur dat door handelen of nalaten afbreuk doet aan het functioneren van het College van Bestuur kan door de Raad van Toezicht voor maximaal vier maanden worden geschorst of worden ontslagen. De schorsing vervalt van rechtswege indien de Raad van Toezicht niet binnen voormelde periode van vier maanden na de schorsing overgaat tot ontslag. Artikel 11 lid 7 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 7. De Raad van Toezicht doet van een besluit als bedoeld in lid 3 mededeling aan de Gemeenteraad. Aan artikel 11 wordt een nieuw lid 8 toegevoegd dat luidt als volgt: 8. Leden van de Raad van Toezicht verrichten nimmer taken van het College van Bestuur. Artikel 12 lid 8 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 8. Het College van Bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander
Blad 3 communicatiemiddel vergaderen, mits alle bestuurders die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een bestuurder kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van het College van Bestuur deelnemen, mits die bestuurder steeds alle andere aan die vergadering deelnemende bestuurders kan verstaan en door die andere bestuurders wordt verstaan. Het bepaalde in artikel 13 lid 2 komt te vervallen, onder vernummering van het derde lid van dat artikel tot lid 2. Onder opname van de huidige tekst van artikel 14 in lid 1 wordt een tweede lid toegevoegd aan dat artikel dat luidt als volgt: 2. Een lid van het College van Bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstijdig is met het belang van de stichting. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht. Artikel 15 lid 3 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 3.
De Raad van Toezicht benoemt zijn leden, waarvan: a) één lid op bindende voordracht van de GMR; b) tenminste één lid dan wel tenminste twee leden indien de Raad van Toezicht bestaat uit vijf (5) of meer leden, daadwerkelijke belangstelling heeft voor de levensbeschouwelijke, maatschappelijke, culturele en sociale ontwikkeling van het kind vanuit een katholieke inspiratie en zich verbonden weet met de katholieke geloofsgemeenschap in de regio. Artikel 15 lid 4 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 4. De voordracht van een lid van de Raad van Toezicht vindt plaats aan de hand van een door de Raad van Toezicht vast te stellen werving- en selectieprocedure en openbare profielschets. De profielschets bevat de kwaliteiten en deskundigheden waaraan een lid van de Raad van Toezicht dient te voldoen. Bij het ontstaan van een vacature voert de Raad van Toezicht overleg over de inkleuring van het profiel, gelet op de in de Raad van Toezicht aanwezige en gewenste deskundigheden en levensbeschouwelijke achtergrond. De GMR heeft een adviesrecht ten aanzien van de vaststelling van de profielschets. De profielschets wordt pas vastgesteld nadat (vertegenwoordigers van) het College van burgemeester en wethouders in de gelegenheid is (zijn) gesteld om binnen een redelijke termijn hierover overleg te voeren.
De Raad van Toezicht betrekt de eventuele zienswijze van het College van burgemeester en wethouders bij de definitieve vaststelling van het profiel. De werving- en selectieprocedure en de profielschets worden ter kennisgeving aan de gemeenteraad gezonden. De werving- en selectieprocedure is onderdeel (of bijlage) van het reglement Raad van Toezicht. Artikel 15 lid 6 komt onder vernummering van de opvolgende leden te vervallen. Artikel 15 lid 12 (na vernummering lid 11) wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 12. Ingeval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de Raad van Toezicht zijn de overblijvende leden/is het overblijvende lid met het toezicht belast. Ingeval van ontstentenis of belet van alle leden van de Raad van Toezicht wordt het toezicht tijdelijk uitgeoefend door twee personen die daartoe door het College van Bestuur en de GMR gezamenlijk worden aangewezen. Deze twee personen voorzien zo spoedig mogelijk in de benoeming van een voltallige Raad van Toezicht met inachtneming van het bepaalde in de statuten. De door het College van Bestuur en de GMR aan te wijzen personen dienen te voldoen aan de eisen die de wet en de statuten stellen aan interne toezichthouders.
Indien het College van Bestuur en de GMR er niet in slagen om binnen twee weken na het belet of ontstentenis van de gehele Raad van Toezicht twee personen aan te wijzen om tijdelijk de functie van lid of voorzitter van de Raad van Toezicht op zich te nemen, verzoekt de Stichting het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard om ieder één persoon als lid van de Raad van Toezicht aan te wijzen,
Blad 4 die voldoet aan de eisen die de wet en de statuten stellen aan interne toezichthouders. Onder belet wordt in deze statuten verstaan de omstandigheid dat (a) het lid van de Raad van Toezicht gedurende een periode van meer dan drie weken aaneengesloten onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken of (b) het lid is geschorst. Het bepaalde in artikel 15 lid 13 wordt verplaatst naar artikel 18 en vormt daar een nieuw tiende lid. Artikel 16 lid 3 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 3. De Raad van Toezicht kan wegens de in lid 2 genoemde gronden een lid van de Raad van Toezicht voor maximaal vier maanden schorsen. De schorsing vervalt van rechtswege indien de Raad van Toezicht niet binnen voormelde periode van vier maanden na de schorsing overgaat tot ontslag. Het betrokken lid van de Raad van Toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden en kan zich daarbij doen bijstaan door een raadsman. Het besluit tot (voorstel tot) ontslag wordt niet eerder genomen dan nadat het betrokken lid van de Raad van Toezicht in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. Aan artikel 16 wordt een nieuw lid 4 toegevoegd dat luidt als volgt: 4.
Voor een besluit tot schorsing of ontslag is een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen vereist in een vergadering waarin alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, met uitzondering van het lid van de Raad van Toezicht wiens schorsing of ontslag aan de orde is, dat lid wordt niet in de besluitvorming betrokken. Indien het in de vorige volzin genoemde quorum niet behaald is, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeen geroepen waarin alsdan, mits meer dan de helft van het aantal leden van de Raad van Toezicht aanwezig is, met twee derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen besluiten omtrent een zodanig voorstel kunnen worden genomen. Dit met uitzondering van het lid van de Raad van Toezicht wiens schorsing of ontslag aan de orde is, dat lid wordt niet in de besluitvorming betrokken. Artikel 17 leden 4 en 5 worden gewijzigd en komen te luiden als volgt: 4. De Raad van Toezicht benoemt de accountant, als bedoeld in artikel 2:393 Burgerlijk Wetboek, van de Stichting. 5.
Met inachtneming van de wet- en regelgeving op het gebied van de bescherming van privacy en persoonsgegevens, na overleg met het College van Bestuur en na een daartoe genomen besluit, heeft de Raad van Toezicht of één of meer door de Raad van Toezicht gemachtigde leden, toegang tot alle lokaliteiten van de Stichting en het recht om te allen tijde inzage te krijgen in alle bescheiden en boeken van de Stichting. De Raad van Toezicht kan zich daarbij, voor rekening van de Stichting, na overleg met het College van Bestuur, laten bijstaan door de accountant, als bedoeld in artikel 2:393 Burgerlijk Wetboek, van de Stichting dan wel een door de Raad van Toezicht aan te wijzen deskundige aan wie inzage van de volledige administratie dient te worden verleend. De Raad van Toezicht kan het College van Bestuur aanwijzingen geven omtrent de soort te verschaffen informatie, alsmede omtrent de wijze en frequentie van informatieverstrekking. Artikel 18 lid 4 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 4. De vergadering vindt geen doorgang als niet ten minste de helft van het aantal zittende leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Ieder lid van de Raad van Toezicht heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen, tenzij de statuten een grotere meerderheid voorschrijven.
Staken de stemmen, dan is de stem van de voorzitter doorslaggevend, tenzij er nog slechts twee stemgerechtigde leden van de Raad van Toezicht zijn, in welk geval het voorstel is verworpen. Aan artikel 18 wordt een nieuw lid 11 toegevoegd dat luidt als volgt: 11. De Raad van Toezicht pleegt ten minste tweemaal per jaar overleg met de GMR.
Blad 5 Aan artikel 18 wordt een nieuw lid 12 toegevoegd dat luidt als volgt: 12. De Raad van Toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden daarvan die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een lid van de Raad van Toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van de Raad van Toezicht deelnemen, mits die bestuurder steeds alle andere aan die vergadering deelnemende leden kan verstaan en door die andere leden wordt verstaan. Artikel 21 lid 1 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 1. Niet lid van het College van Bestuur zijn: a) personen die lid zijn van de Raad van Toezicht; b) personen die de functie van interne toezichthouder vervullen bij een andere onderwijsorganisatie in dezelfde sector; c) personen die tegelijkertijd de functie van toezichthouder vervullen bij een organisatie in een aanpalende onderwijssector in hetzelfde voedingsgebied; d) oud leden van de Raad van Toezicht van de Stichting gedurende een periode van vier jaar na diens defungeren als lid van de Raad van Toezicht. Artikel 21 lid 3 sub b.
wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: b) lid zijn van de Gemeenteraad of het College van burgemeester en wethouders; Aan artikel 22 wordt – onder vernummering van de bestaande leden 5 en 6 tot leden 6 en 7 – een nieuw lid 5 toegevoegd dat luidt als volgt: 5. Het College van Bestuur biedt jaarlijks een ontwerp van de begroting met toelichting voor het komende jaar van de baten en lasten van de activiteiten ter goedkeuring aan de Raad van Toezicht aan. Artikel 22 leden 5 en 6 – na vernummering leden 6 en 7 – worden gewijzigd en komen te luiden als volgt: 6. De jaarrekening wordt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar door het College van Bestuur vastgesteld na voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. De jaarrekening gaat vergezeld van een verslag van een door de Raad van Toezicht aangewezen accountant, als bedoeld in artikel 2:393 Burgerlijk Wetboek, dat, behalve de verklaring bij de rekening, bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid. 7. De vaststelling van de begroting respectievelijk de jaarrekening kan pas plaatsvinden nadat de Gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld om hierover overleg te voeren. Artikel 25 lid 1 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 1.
Het College van Bestuur is na goedkeuring van de Raad van Toezicht en de Gemeenteraad en met inachtneming van artikel 29 sub 1 van de statuten bevoegd de statuten te wijzigen. De Gemeenteraad kan zijn goedkeuring slechts onthouden als door de voorgenomen statutenwijziging de wettelijk vereiste invloed van de overheid in het bestuur voor zover het openbaar onderwijs betreft niet langer verzekerd is. Indien de Stichting een samenwerkingsschool in stand houdt, is een wijziging van de statuten, voor zover die betrekking heeft op de regeling over de identiteitscommissie, slechts mogelijk indien het College van Bestuur en de identiteitscommissie daartoe gezamenlijk besluiten. Artikel 26 lid 1 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 1. Een besluit tot opheffing van een openbare school geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 148 WPO of een daarvoor in de plaats komende regeling. Artikel 26 lid 3 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 3. Een besluit tot opheffing van een samenwerkingsschool behoefte de voorafgaande goedkeuring van de Gemeenteraad en het bestuur van de NKSR. Artikel 27 lid 1 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt:
Blad 6 1.
Het College van Bestuur is na voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht bevoegd te besluiten tot juridische fusie en juridische splitsing van de Stichting, met inachtneming van artikel 29 van deze statuten. Artikel 27 lid 3 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 3. Een besluit tot juridische fusie waarbij de Stichting verdwijnt is bovendien onderworpen aan de goedkeuring van de Gemeenteraad en van de NKSR. Een besluit tot juridische fusie waarbij de Stichting als verkrijgende rechtspersoon optreedt, is niet onderworpen aan zodanige goedkeuring. Artikel 27 lid 4 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 4. Een besluit tot juridische splitsing van de Stichting ten gevolge waarvan de instandhouding van een door de Stichting in stand gehouden openbare school of samenwerkingsschool overgaat naar een andere rechtspersoon dan de Stichting, is onderworpen aan de goedkeuring van de Gemeenteraad. Andere besluiten tot juridische splitsing zijn niet onderworpen aan de goedkeuring van de Gemeenteraad. Artikel 28 lid 1 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 1. Het College van Bestuur is na voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht, de NKSR en de Gemeenteraad bevoegd de Stichting te ontbinden. Artikel 28 lid 2 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 2.
In geval van ernstige taakverwaarlozing door de Raad van Toezicht of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de Gemeenteraad de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het openbaar onderwijs in diens eigen gemeente te waarborgen. Artikel 28 lid 5 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 5. De Raad van Toezicht stelt de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast. Het batig liquidatiesaldo wordt zoveel mogelijk bestemd in overeenstemming met het doel van de Stichting, tenzij de Raad van Toezicht na goedkeuring van de Gemeenteraad anders beslist. Artikel 29 lid 2 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt: 2. Besluiten als genoemd in het voorgaande lid worden niet eerder genomen dan nadat de Gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld hierover advies uit te brengen. DOORLOPENDE TEKST STATUTEN Na doorvoering van bovenstaande wijzigingen luiden de gehele statuten als volgt: DOORLOPENDE TEKST STATUTEN Artikel 1 Naam en zetel 1. De Stichting draagt de naam: Stichting Wonderwijs, samenwerkingsbestuur voor openbaar, algemeen bijzonder en katholiek onderwijs in Overbetuwe en Lingewaard. 2. De Stichting heeft haar zetel in de gemeente Overbetuwe. Artikel 2 Begripsbepalingen In deze statuten wordt verstaan onder: 1. Bevoegd gezag: de Stichting Wonderwijs, in het vervolg aangeduid als de Stichting; 2.
Raad van Toezicht: de Raad van Toezicht als bedoeld in artikel 15 van deze statuten; 3. Bestuur: het College van Bestuur als bedoeld in artikel 9 van deze statuten; 4. Gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Overbetuwe en/of de gemeenteraad van de gemeente Lingewaard; 5. College van burgemeester en wethouders: College van burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe en/of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard; 6. De scholen: de scholen die onder het bevoegd gezag van de stichting vallen; 7. Een samenwerkingsschool: een school als bedoeld in artikel 17d van de Wet Primair
Blad 7 Onderwijs; De organisatie: het geheel van scholen, organen en functionarissen, ressorterend onder de Stichting; 9. NKSR: Nederlandse Katholieke Schoolraad; 10. WPO: Wet op het Primair Onderwijs; 11. GMR: Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad. 12. PO-Raad: sectorvereniging voor het primair onderwijs. 13. Schriftelijk: communicatie via enig elektronisch communicatiemiddel, waaronder e-mail. Voorts geldt dat ten aanzien van het bepaalde in deze statuten aan de eis van schriftelijkheid wordt voldaan indien de kennisgeving, mededeling, besluitvorming, volmacht, stemming, respectievelijk het verzoek, elektronisch is vastgelegd. Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld ziet een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud ook op de meervoudsvorm van dit begrip of woord en omgekeerd. In deze statuten zullen woorden die een geslacht aangeven alle geslachten omvatten. Artikel 3 Doel De Stichting stelt zich ten doel het, zonder winstoogmerk, verzorgen en bevorderen van kwalitatief hoogwaardig onderwijs in afzonderlijke openbare-, algemeen bijzondere, katholieke- en samenwerkingsscholen voor openbaar, algemeen bijzonder en katholiek onderwijs. Artikel 4 Middelen De Stichting tracht haar doel te bereiken langs wettige weg en wel door: 1.
het oprichten en in stand houden van één of meer openbare-, katholieke en samenwerkingsscholen voor openbaar en katholiek onderwijs; 2. het samenwerken met organisaties die een zelfde of verwant doel nastreven- voor zover het katholiek onderwijs betreft, geschiedt dit overeenkomstig hetgeen daaromtrent in het Algemeen Reglement voor Katholiek Onderwijs is bepaald; 3. aan te geven in het schoolplan op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan het openbaar karakter, de katholieke identiteit en de onderwijskundige identiteit van de onder haar bestuur staande scholen; 4. het aangaan en onderhouden van relaties met andere rechtspersonen en instellingen die een bijdrage kunnen leveren aan realisatie van de doelstelling; 5. alle andere wettig geoorloofde middelen die het doel kunnen dienen. Artikel 5 Grondslag en karakter 1. De Stichting hanteert een open toelatingsbeleid; de scholen zijn toegankelijk voor alle leerlingen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. 2. Het onderwijs aan de openbare, algemeen bijzondere en samenwerkingsscholen draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. 3.
Lid 2 is eveneens van toepassing op scholen die zijn ontstaan uit de samenvoeging van een katholieke school met en onder gelijktijdige opheffing van een openbare school. 4. Het onderwijs aan de katholieke scholen wordt gegeven op katholieke grondslag. De stichting handelt daarbij volgens de regelingen voor het katholiek onderwijs, overeenkomstig hetgeen daaromtrent in het Algemeen Reglement voor Katholiek Onderwijs is bepaald. 5. De Raad van Toezicht ziet toe op de uitvoering en handhaving van het eerste tot en met vierde lid van dit artikel. Artikel 6 Godsdienstige en levensbeschouwelijke zaken 1. De levensbeschouwelijke vorming en maatschappelijke bewustwording van de leerlingen maken een wezenlijk bestanddeel uit van het onderwijs. 2. Iedere leerling wordt met respect voor de overtuiging van anderen mede door het onderwijs tot 8.
Blad 8 volle rijping van zijn eigen levensbeschouwing gestimuleerd. De Stichting laat zich bij de verwerkelijking van haar doelstelling leiden door algemeen aanvaardbare normen en waarden vanuit verschillende levensbeschouwingen en streeft ernaar de levensbeschouwelijke identiteit en pluriformiteit van de scholen in haar beleid en bestuur tot haar recht te laten komen. 4. Het schoolplan en het lesrooster van de scholen bieden ruimte voor godsdienstonderwijs en/of levensbeschouwelijke vormingsonderwijs. 5. Voor godsdienstonderwijs geldt dat dit wordt gegeven met inachtneming van de uitgangspunten die de betrokken kerken aanbieden en waarin de ouders en leerlingen hun levensbeschouwing kunnen herkennen. 6. De Raad van Toezicht ziet toe op de uitvoering en handhaving van het eerste tot en met vijfde lid van dit artikel. Artikel 7 Identiteitscommissies 1. Elke samenwerkingsschool binnen de stichting kent een identiteitscommissie. Deze commissie adviseert gevraagd en ongevraagd het bevoegd gezag en de directeur over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de katholieke identiteit van de samenwerkingsschool. 2.
Het College van Bestuur stelt na voorafgaande goedkeuring door de Raad van Toezicht een reglement vast, waarin de samenstelling, benoeming, herbenoeming, ontslag, duur van de benoeming, werkwijze, inrichting en bevoegdheden van de identiteitscommissie alsmede een voorziening voor het beslechten van geschillen tussen het bevoegd gezag en de identiteitscommissie zijn vastgelegd, met dien verstande dat: de identiteitscommissie zodanig is samengesteld dat er sprake is van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en katholiek onderwijs; de werkwijze en het handelen van de commissie gebaseerd zijn op principiële gelijkwaardigheid van en respect voor de godsdienstige en levensbeschouwelijke achtergrond van de schoolbevolking; de identiteitscommissie minimaal tot taak heeft: het mede bewaken van de identiteit van de school, overleg met directie (team) over de invulling en planning van activiteiten op identiteitsgebied, het mede zorg dragen voor een goede communicatie met ouders omtrent identiteitszaken; het reglement moet voldoen aan het bepaalde in artikel 17d WPO of een daarvoor in de plaats tredende regeling. Artikel 8 Personeelsbeleid 1.
Bij benoeming van het aan haar scholen te verbinden personeel zal het bestuur zich ervan verzekeren dat het personeel de grondslag van de stichting respecteert en loyaal zal meewerken aan de doelstellingen van de school zoals die in deze statuten en in het schoolplan, mede ten aanzien van de identiteit zijn omschreven. 2. Inzake het personeelsbeleid bij benoeming, overplaatsing en noodzakelijke vermindering van personeel zal het bestuur zich inspannen aansluiting te zoeken bij de identiteit van de school en de levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid. Artikel 9 Organisatie van de Stichting 1. De functies van bestuur en intern toezicht op het bestuur zijn binnen de Stichting gescheiden. 2. De Stichting kent de volgende organen: a. De Raad van Toezicht; b. Het College van Bestuur. 3. Zowel de Raad van Toezicht als het College van Bestuur kunnen, al dan niet uit hun midden, commissies instellen, die onder verantwoordelijkheid van de Raad van Toezicht respectievelijk het College van Bestuur belast kunnen worden met aangelegenheden die tot de 3.
Blad 9 bevoegdheid van het betreffende orgaan behoren. Het instellende orgaan stelt nadere regels vast voor de werkwijze en samenstelling van de commissies. 5. De Gemeenteraad houdt overeenkomstig de wet en deze statuten toezicht voor zover het openbaar onderwijs betreft. Artikel 10 College van Bestuur: Samenstelling en benoeming 1. Het College van Bestuur bestaat uit een door de Raad van Toezicht te bepalen aantal van maximaal twee (2) leden. Alleen natuurlijke personen zijn benoembaar als lid van het College van Bestuur. 2. Als het College van Bestuur uit één lid bestaat, is dat lid de voorzitter van het College van Bestuur. Als het College van Bestuur uit twee leden bestaat, wijst de Raad van Toezicht een van hen aan tot voorzitter van het College van Bestuur. 3. Als het College van Bestuur uit twee leden bestaat, kan het College van Bestuur zijn taken onderling verdelen. De eventuele onderlinge verdeling van taken behoeft de goedkeuring van de Raad van Toezicht. 4. De Raad van Toezicht benoemt de leden van het College van Bestuur. De leden van het College van Bestuur worden benoemd voor de duur van hun aanstelling. 5.
Een besluit tot benoeming kan door de Raad van Toezicht slechts worden genomen met een twee/derde meerderheid van de uitgebrachte stemmen in een speciaal daarvoor bijeengeroepen vergadering waarin ten minste twee/derde van de leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd is. 6. Te benoemen leden van het College van Bestuur dienen in te stemmen met het doel, de katholieke grondslag en het openbare karakter van de Stichting. 7. De voordracht van een lid van het College van Bestuur vindt plaats aan de hand van een door de Raad van Toezicht vast te stellen kenbare selectieprocedure en openbare profielschets(en). De GMR wordt in de gelegenheid gesteld een advies uit te brengen over de inhoud van het profiel. 8. Op voorgenomen besluiten tot benoeming of ontslag van een lid van het College van Bestuur, heeft de gemeenschappelijke medezeggenschapsorgaan adviesrecht; 9. Voor het benoemen van een nieuw lid van het College van Bestuur wordt een sollicitatiecommissie ingesteld, waarin een vertegenwoordiging namens de personeelsgeleding en de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad zitting neemt; 10. Het College van Bestuur wordt periodiek beoordeeld door de Raad van Toezicht. 11. De Raad van Toezicht stelt de bezoldiging en de regeling van de overige arbeidsvoorwaarden van de leden van het College van Bestuur vast.
Artikel 11 College van Bestuur: aftreden, schorsing en ontslag 1. Het lidmaatschap van het College van Bestuur eindigt door: a. het eindigen van de periode waarvoor een lid is benoemd; b. verklaring in staat van faillissement; c. verlening van surseance van betaling; d. ondercuratelestelling; e. opzegging of ontslag; f. overlijden; g. overige in de wet genoemde situaties. 2. Een lid van het College van Bestuur dat door handelen of nalaten afbreuk doet aan het functioneren van het College van Bestuur kan door de Raad van Toezicht voor maximaal vier maanden worden geschorst of worden ontslagen. De schorsing vervalt van rechtswege indien de Raad van Toezicht niet binnen voormelde periode van vier maanden na de schorsing overgaat tot ontslag. 3. Een schorsings- of ontslagbesluit kan alleen worden genomen bij een twee/derde meerderheid 4.
Blad 10 van de uitgebrachte stemmen in een speciaal daarvoor bijeengeroepen vergadering waarin ten minste twee derde van de leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd is. 4. Het betreffende lid wordt voorafgaand aan het schorsings- of ontslagbesluit in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de Raad van Toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich laten bijstaan door een raadsman. 5. In een vacature wordt zo spoedig mogelijk door de Raad van Toezicht voorzien. Bij ontstentenis of belet van één of meer leden van het College van Bestuur, berust het bestuur tijdelijk bij het overblijvende lid van het College van Bestuur. 6. Ingeval van ontstentenis of belet van een eenhoofdig College van Bestuur of ontstentenis of belet van alle leden van het College van Bestuur wordt het bestuur waargenomen door een of meer personen die daartoe door de Raad van Toezicht zijn of worden aangewezen. Onder belet wordt in deze statuten verstaan de omstandigheid dat (a) het College van Bestuur gedurende een periode van meer dan drie weken aaneengesloten onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken of (b) het College van Bestuur is geschorst. 7. De Raad van Toezicht doet van een besluit als bedoeld in lid 3 mededeling aan de Gemeenteraad. 8. Leden van de Raad van Toezicht verrichten nimmer taken van het College van Bestuur.
Artikel 12 College van Bestuur: Taken en bevoegdheden 1. Met inachtneming van de wet en de bevoegdheden van de Raad van Toezicht is het College van Bestuur belast met het besturen en het bewaken van het doel en de grondslag van de Stichting. Het College van Bestuur is eindverantwoordelijk voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden namens het bevoegd gezag. Bij het vervullen van zijn taak richt het College van Bestuur zich naar het belang van de organisatie als geheel, het belang van de scholen en het belang van de samenleving. 2. Het College van Bestuur bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Laatst bedoelde besluiten zijn onderworpen aan de goedkeuring van de Raad van Toezicht. 3.
Het College van Bestuur heeft voorts voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht nodig voor besluiten tot: a) de vaststelling van de kaderstellende missie, doelstellingen en ambities op stichtingsniveau; b) de vaststelling van de begroting; c) de vaststelling van de jaarrekening; d) het wijzigen van de statuten; e) de vaststelling van het jaarverslag; f) investeringen die niet zijn opgenomen in een door de Raad van Toezicht goedgekeurd investeringsplan en die meer bedragen van eenhonderdvijftigduizend euro (€ 150.000,00); g) het wijzigen van de grondslag, opheffing, overname, overdracht of afsplitsing van één of meerdere scholen, onverminderd de bevoegdheid van de gemeenteraad en de NKSR; h) het aangaan, wijzigen en verbreken van samenwerking met een andere rechtspersoon of organisatie voor zover die samenwerking van ingrijpende betekenis is voor de Stichting; i) het verkrijgen, wijzigen of beëindigen van een deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon en het oprichten van een andere rechtspersoon, alsmede de vaststelling en wijziging van diens statuten voor zover het College van Bestuur daartoe is bevoegd; j) het teweegbrengen van een belangrijke wijziging in de organisatie; k) een ingrijpende wijziging in of de beëindiging van een aanzienlijk aantal dienstverbanden
Blad 11 met werknemers binnen korte tijd; een ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanzienlijk aantal werknemers in dienst van de Stichting. m) het verlenen en uitbreiden van procuratie; n) het verkrijgen alsmede het overdragen van het bestuur van een school en het voorstel aan de gemeenteraad, respectievelijk de NKSR tot het sluiten van een school die onder het bevoegd gezag van de Stichting staat. 4. De Raad van Toezicht kan besluiten dat een in lid 2 en lid 3 genoemd besluit niet aan zijn goedkeuring is onderworpen wanneer het daarmee gemoeide belang een door de Raad van Toezicht te bepalen en schriftelijk aan het College van Bestuur op te geven waarde niet te boven gaat. 5. De Raad van Toezicht is bevoegd ook andere besluiten dan in lid 2 en 3 van dit artikel genoemd aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Die andere besluiten dienen duidelijk omschreven te worden en schriftelijk aan het College van Bestuur te worden meegedeeld. 6. Het ontbreken van goedkeuring als bedoeld in dit artikel tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het College van Bestuur en de leden van het College van Bestuur niet aan behoudens het bepaalde in lid 2 van dit artikel. 7. Het College van bestuur verstrekt de Raad van Toezicht gevraagd en ongevraagd alle informatie die de Raad van Toezicht nodig heeft voor zijn toezichthouden taak.
De Raad van Toezicht stelt ter zake nadere regels vast in een door de Raad van Toezicht vast te stellen reglement. 8. Het College van Bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle bestuurders die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een bestuurder kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van het College van Bestuur deelnemen, mits die bestuurder steeds alle andere aan die vergadering deelnemende bestuurders kan verstaan en door die andere bestuurders wordt verstaan. Artikel 13 Vertegenwoordiging 1. Het College van Bestuur, alsmede elk lid van het College van Bestuur zelfstandig, vertegenwoordigt de Stichting, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit en met uitzondering van het bepaalde in de volgende twee leden. 2. Het College van Bestuur kan ook aan andere personen de bevoegdheid geven om de Stichting te vertegenwoordigen. Artikel 14 College van Bestuur: Werkwijze 1. Het College van Bestuur stelt na voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht een bestuursreglement vast, waarin het zijn werkwijze regelt, waaronder de besluitvorming. Dit bestuursreglement bevat geen bepalingen die in strijd zijn met de wet en deze statuten. 2.
Een lid van het College van Bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstijdig is met het belang van de stichting. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht. Artikel 15 Raad van Toezicht: samenstelling en benoeming 1. De Raad van Toezicht bestaat uit een oneven aantal meerderjarige leden, dat tenminste drie (3) en ten hoogste zeven (7) bedraagt. Slechts natuurlijke personen zijn benoembaar als lid van de Raad van Toezicht. 2. De leden van de Raad van Toezicht dienen het doel en de katholieke grondslag en openbaar karakter van de Stichting te respecteren. 3. De Raad van Toezicht benoemt zijn leden, waarvan: a) één lid op bindende voordracht van de GMR; l)
Blad 12 b)
tenminste één lid dan wel tenminste twee leden indien de Raad van Toezicht bestaat uit vijf (5) of meer leden, daadwerkelijke belangstelling heeft voor de levensbeschouwelijke, maatschappelijke, culturele en sociale ontwikkeling van het kind vanuit een katholieke inspiratie en zich verbonden weet met de katholieke geloofsgemeenschap in de regio. 4. De voordracht van een lid van de Raad van Toezicht vindt plaats aan de hand van een door de Raad van Toezicht vast te stellen werving- en selectieprocedure en openbare profielschets. De profielschets bevat de kwaliteiten en deskundigheden waaraan een lid van de Raad van Toezicht dient te voldoen. Bij het ontstaan van een vacature voert de Raad van Toezicht overleg over de inkleuring van het profiel, gelet op de in de Raad van Toezicht aanwezige en gewenste deskundigheden en levensbeschouwelijke achtergrond. De GMR heeft een adviesrecht ten aanzien van de vaststelling van de profielschets. De profielschets wordt pas vastgesteld nadat (vertegenwoordigers van) het College van burgemeester en wethouders in de gelegenheid is (zijn) gesteld om binnen een redelijke termijn hierover overleg te voeren. De Raad van Toezicht betrekt de eventuele zienswijze van het College van burgemeester en wethouders bij de definitieve vaststelling van het profiel.
De werving- en selectieprocedure en de profielschets worden ter kennisgeving aan de gemeenteraad gezonden. De werving- en selectieprocedure is onderdeel (of bijlage) van het reglement Raad van Toezicht. 5. De Raad van Toezicht vult zichzelf aan met inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden. 6. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Zij treden af volgens een door de Raad van Toezicht op te stellen rooster en zijn maximaal éénmaal hernoembaar, tenzij de eerste periode korter is dan vier jaar, in verband met het op te maken rooster aftreden, in welk geval de Raad van Toezicht kan bepalen dat betreffend lid tweemaal herbenoembaar is. Echter zal de totale zittingstermijn nooit meer bedragen dan acht (8) jaar, zodat betreffende derde termijn altijd korter zal zijn dan vier jaar. Bij aantreden van betreffend lid zal bepaald worden welke positie deze inneemt in het rooster van aftreden en derhalve hoe vaak en voor welke periode deze herbenoembaar is. Bij iedere herbenoeming wordt rekening gehouden met (wettelijke) kaders zoals verwoord in de 'Code goed bestuur van de PO-Raad'. 7. De Raad van Toezicht benoemt uit zijn midden een voorzitter en kan eventuele taken onderling verdelen bij reglement. 8. Ingeval van vacatures behoudt de Raad van Toezicht zijn bevoegdheden. 9.
Leden van de Raad van Toezicht ontvangen als zodanig geen bezoldiging, noch middellijk noch onmiddellijk. Leden van de Raad van Toezicht hebben wel recht op een door de Raad van Toezicht vast te stellen honorering, conform de richtlijnen van de Vereniging Toezichthouders in het Onderwijs. De vergoedingsregeling is openbaar. 10. Een lid van de Raad van Toezicht vervult zijn taak zonder last en ruggespraak en onafhankelijk van bij de Stichting danwel haar scholen betrokken deelbelangen 11. Ingeval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de Raad van Toezicht zijn de overblijvende leden/is het overblijvende lid met het toezicht belast. Ingeval van ontstentenis of belet van alle leden van de Raad van Toezicht wordt het toezicht tijdelijk uitgeoefend door twee personen die daartoe door het College van Bestuur en de GMR gezamenlijk worden aangewezen. Deze twee personen voorzien zo spoedig mogelijk in de benoeming van een voltallige Raad van Toezicht met inachtneming van het bepaalde in de statuten. De door het College van Bestuur en de GMR aan te wijzen personen dienen te voldoen aan de eisen die de wet en de statuten stellen aan interne toezichthouders.
Indien het College van Bestuur en de GMR er niet in slagen om binnen twee weken na het belet of ontstentenis van de gehele Raad van Toezicht twee personen aan te wijzen om tijdelijk de functie van lid of voorzitter van de Raad van Toezicht op zich te nemen, verzoekt de Stichting het college van burgemeester en
Blad 13 wethouders van de gemeente Overbetuwe en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard om ieder één persoon als lid van de Raad van Toezicht aan te wijzen, die voldoet aan de eisen die de wet en de statuten stellen aan interne toezichthouders. Onder belet wordt in deze statuten verstaan de omstandigheid dat (a) het lid van de Raad van Toezicht gedurende een periode van meer dan drie weken aaneengesloten onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken of (b) het lid is geschorst. Artikel 16 Raad van Toezicht: aftreden, ontslag en schorsing 1. Een lid van de Raad van Toezicht treedt af: a. door zijn overlijden; b. door periodiek aftreden; c. doordat hij het vrij beheer over zijn vermogen verliest; d. door zijn onder curatele stelling; e. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); f. door zijn ontslag. 2. Een lid van de Raad van Toezicht kan worden ontslagen wegens: a) verwaarlozing van zijn taak of onvoldoende functioneren; b) onverenigbaarheid van functies of belangen; c) wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan zijn handhaving als lid redelijkerwijs niet kan worden verlangd. 3. De Raad van Toezicht kan wegens de in lid 2 genoemde gronden een lid van de Raad van Toezicht voor maximaal vier maanden schorsen.
De schorsing vervalt van rechtswege indien de Raad van Toezicht niet binnen voormelde periode van vier maanden na de schorsing overgaat tot ontslag. Het betrokken lid van de Raad van Toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden en kan zich daarbij doen bijstaan door een raadsman. Het besluit tot (voorstel tot) ontslag wordt niet eerder genomen dan nadat het betrokken lid van de Raad van Toezicht in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. 4. Voor een besluit tot schorsing of ontslag is een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen vereist in een vergadering waarin alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, met uitzondering van het lid van de Raad van Toezicht wiens schorsing of ontslag aan de orde is, dat lid wordt niet in de besluitvorming betrokken. Indien het in de vorige volzin genoemde quorum niet behaald is, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeen geroepen waarin alsdan, mits meer dan de helft van het aantal leden van de Raad van Toezicht aanwezig is, met twee derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen besluiten omtrent een zodanig voorstel kunnen worden genomen. Dit met uitzondering van het lid van de Raad van Toezicht wiens schorsing of ontslag aan de orde is, dat lid wordt niet in de besluitvorming betrokken.
Artikel 17 Raad van Toezicht: taken en bevoegdheden 1. De Raad van Toezicht is op basis van deze statuten belast met het op onafhankelijke wijze houden van integraal toezicht op het beleid van het College van Bestuur en op de algemene gang van zaken in de Stichting. De Raad van Toezicht heeft onder meer tot taak: het toezien op de naleving door het College van Bestuur van wettelijke verplichtingen, de door de Stichting gehanteerde code van goed bestuur en de afwijkingen van die code; het toezien op een rechtmatige verwerving van de middelen van de organisatie; het erop toezien dat middelen efficiënt en effectief worden ingezet en het erop toezien dat de organisatie haar maatschappelijke en wettelijke functie vervult en daardoor voldoende maatschappelijk is gelegitimeerd; het toezien op het waarborgen van de identiteit van de scholen;
Blad 14 -
het al dan niet goedkeuren van belangrijke strategische – en beleidsbeslissingen van het College van Bestuur en er op toezien dat rechtsgeldig genomen besluiten worden uitgevoerd en dat daarover verantwoording wordt afgelegd; werkgever te zijn van het College van Bestuur; het fungeren als klankbord voor het College van Bestuur; het aangaan van een dialoog met de achterban van de Stichting; het voorbereiden, organiseren, uitvoeren en evalueren van eigen werkzaamheden; het jaarlijks afleggen van verantwoording over de bevoegdheden en de effectiviteit van het eigen toezicht. 2. Verder is de Raad van Toezicht belast met de werkzaamheden die hem in de WPO, de door de Stichting aanvaarde code(s) voor goed bestuur, deze statuten en van toepassing zijnde reglementen zijn opgedragen. 3. Bij de vervulling van zijn taak richt de Raad van Toezicht zich naar het belang van de organisatie als geheel, de scholen van de Stichting en de samenleving. 4. De Raad van Toezicht benoemt de accountant, als bedoeld in artikel 2:393 Burgerlijk Wetboek, van de Stichting. 5.
Met inachtneming van de wet- en regelgeving op het gebied van de bescherming van privacy en persoonsgegevens, na overleg met het College van Bestuur en na een daartoe genomen besluit, heeft de Raad van Toezicht of één of meer door de Raad van Toezicht gemachtigde leden, toegang tot alle lokaliteiten van de Stichting en het recht om te allen tijde inzage te krijgen in alle bescheiden en boeken van de Stichting. De Raad van Toezicht kan zich daarbij, voor rekening van de Stichting, na overleg met het College van Bestuur, laten bijstaan door de accountant, als bedoeld in artikel 2:393 Burgerlijk Wetboek, van de Stichting dan wel een door de Raad van Toezicht aan te wijzen deskundige aan wie inzage van de volledige administratie dient te worden verleend. De Raad van Toezicht kan het College van Bestuur aanwijzingen geven omtrent de soort te verschaffen informatie, alsmede omtrent de wijze en frequentie van informatieverstrekking. Artikel 18 Raad van Toezicht: werkwijze, vergadering en besluitvorming 1. De Raad van Toezicht vergadert ten minste vier maal per jaar en verder zo dikwijls als door de voorzitter, dan wel de meerderheid van de leden van de Raad van Toezicht, nodig wordt geoordeeld.
Vergaderingen van de Raad van Toezicht kunnen ook worden gehouden door middel van telefonische- of videoconferenties, of door middel van enig ander communicatiemiddel, mits elk deelnemend lid van de Raad van Toezicht door alle anderen gelijktijdig kan worden gehoord. 2. De voorzitter draagt er zorg voor dat de oproepingen, spoedeisende uitgezonderd, tenminste zeven dagen voor de dag van de vergadering aan de leden en aan het College van Bestuur worden toegezonden. De bijeenroeping vermeldt de plaats en het tijdstip van de vergadering en de in de vergadering te behandelen onderwerpen. 3. Ieder lid van de Raad van Toezicht kan ter vergadering voorstellen een onderwerp aan de agenda toe te voegen. De Raad van Toezicht beslist of, en zo ja in hoeverre, aan dit voorstel gevolg wordt gegeven. 4. De vergadering vindt geen doorgang als niet ten minste de helft van het aantal zittende leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Ieder lid van de Raad van Toezicht heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen, tenzij de statuten een grotere meerderheid voorschrijven. Staken de stemmen, dan is de stem van de voorzitter doorslaggevend, tenzij er nog slechts twee stemgerechtigde leden van de Raad van Toezicht zijn, in welk geval het voorstel is verworpen. 5.
Alle stemmingen ter vergadering vinden mondeling plaats, tenzij de voorzitter anders wenselijk acht of één of meer leden anders verlangen. Stemmingen over personen gebeuren
Blad 15 schriftelijk. De Raad van Toezicht kan ook op een andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden van de Raad van Toezicht in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is pas genomen, als de volstrekte dan wel vereiste grotere meerderheid het aantal leden van de Raad van Toezicht zich voor het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten de vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering. Een dergelijke mededeling wordt in het verslag van die vergadering vermeld. 7. Tenzij de Raad van Toezicht voor een vergadering of onderwerp anders besluit, wonen de leden van het College van Bestuur de vergadering van de Raad van Toezicht bij. De leden van het College van Bestuur hebben als zodanig in de vergadering van de Raad van Toezicht een raadgevende stem. De Raad van Toezicht kan ook derden uitnodigen een vergadering van de Raad van Toezicht bij te wonen. 8. Ten minste eenmaal per jaar vergadert de Raad van Toezicht in afwezigheid van het College van Bestuur. In deze vergadering, die onderdeel kan uitmaken van een reguliere vergadering, komen het onderlinge functioneren van de Raad van Toezicht en het College van Bestuur aan de orde, alsmede het functioneren van de leden van het College van Bestuur.
De voorzitter doet van de uitkomst hiervan verslag aan de leden van het College van Bestuur. 9. Van elke vergadering wordt een verslag gemaakt en vastgesteld in de eerstvolgende vergadering. 10. Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. Wanneer de Raad van Toezicht hierdoor geen besluit kan nemen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. 11. De Raad van Toezicht pleegt ten minste tweemaal per jaar overleg met de GMR. 12. De Raad van Toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden daarvan die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een lid van de Raad van Toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van de Raad van Toezicht deelnemen, mits die bestuurder steeds alle andere aan die vergadering deelnemende leden kan verstaan en door die andere leden wordt verstaan. Artikel 19 Raad van Toezicht Geheimhouding van stukken 1.
De Raad van Toezicht kan omtrent het in de vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan hem zijn of worden voorgelegd, geheimhouding opleggen. 2. Deze geheimhouding wordt zowel door degenen die bij de behandeling tegenwoordig waren, alsmede door degenen die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennis nemen, in acht genomen, totdat de Raad van Toezicht de geheimhouding opheft. 3. De voorzitter kan omtrent de inhoud van stukken in het voorgaande lid voorlopige geheimhouding opleggen. De verplichting tot voorlopige geheimhouding vervalt, als zij niet in de eerstvolgende vergadering, waarin meer dan de helft van de leden tegenwoordig is, door de Raad van Toezicht wordt bekrachtigd. Artikel 20 Toezichtvisie en toezichtreglement 1. De Raad van Toezicht stelt – na overleg met het College van Bestuur – een toezichtvisie vast die inzicht biedt in de rolverdeling tussen Raad van Toezicht en College van Bestuur, in de stijl van het toezichthouden en de belangrijkste aandachtsvelden van het intern toezicht. 2. Deze toezichtvisie kan uitgewerkt worden in een bestuurs- en toezichtreglement, waarin bepalingen en richtlijnen over de werkwijze van de Raad van Toezicht, over de relatie tussen College van Bestuur en Raad van Toezicht en de informatievoorziening van de Raad van 6.
Blad 16 Toezicht zijn opgenomen. Leidend voor de toezichtvisie en het daar uit voortvloeiende reglement zijn de statuten van de Stichting en de door de Stichting aanvaarde code voor goed bestuur. Artikel 21 Onverenigbare functies en hoedanigheden, tegenstrijdig belang 1. Niet lid van het College van Bestuur zijn: a) personen die lid zijn van de Raad van Toezicht; b) personen die de functie van interne toezichthouder vervullen bij een andere onderwijsorganisatie in dezelfde sector; c) personen die tegelijkertijd de functie van toezichthouder vervullen bij een organisatie in een aanpalende onderwijssector in hetzelfde voedingsgebied; d) oud leden van de Raad van Toezicht van de Stichting gedurende een periode van vier jaar na diens defungeren als lid van de Raad van Toezicht. 2. Niet lid van de Raad van Toezicht zijn personen die lid zijn van het College van Bestuur. 3.
Niet lid van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht zijn voorts personen die: a) zitting hebben in een van de (G)MR-en verbonden aan de door de Stichting in stand gehouden scholen; b) lid zijn van de Gemeenteraad of het College van burgemeester en wethouders; c) als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de Stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de Stichting; d) als gemachtigde of adviseur van de Stichting werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de Stichting of in die hoedanigheid deelnemen aan het decentraal georganiseerd overleg; e) als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het rechtstreeks of middellijk aangaan van overeenkomsten met de Stichting betreffende: i. het aannemen van werk ten behoeve van de Stichting; ii. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de Stichting; iii. het doen van leveranties aan de Stichting; iv. het verhuren van roerende zaken aan de Stichting; v. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de Stichting; vi. het van de Stichting onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; vii. het onderhands huren van de Stichting.
f) wegens de vervulling van een bestuurs- of toezichtfunctie bij een andere organisatie in dezelfde sector en dezelfde regio met onverenigbare belangen geconfronteerd kunnen worden. 4. Niet lid van de Raad van Toezicht zijn personen - en hun bloed- en aanverwanten tot en met de eerste graad die werknemer zijn van de Stichting. 5. Leden van het College van Bestuur en van de Raad van Toezicht evenals hun bloed- en aanverwanten tot de tweede graad mogen geen enkel rechtstreeks of zijdelings persoonlijk voordeel genieten uit leveringen aan of overeenkomsten met de Stichting. Zij melden hun nevenfuncties aan de Raad van Toezicht. 6. Onverminderd het bepaalde in dit artikel waken de leden van het College van Bestuur en de leden van de Raad van Toezicht in algemene zin tegen verstrengeling van hun persoonlijke of zakelijke belangen met de belangen van de Stichting. Artikel 22 Financiën 1. Het vermogen van de Stichting dient ter verwezenlijking van het doel van de Stichting. 2. Het vermogen van de Stichting bestaat uit: 3.
Blad 17 a)
het bij de oprichting tot verwezenlijking van haar doel bestemde bedrag en de opbrengsten daarvan; b) rijksvergoedingen en andere subsidies; c) ouder- en andere bijdragen; d) inkomsten uit diensten verleend door de Stichting; e) schenkingen, erfstellingen (welke alleen onder het recht van boedelbeschrijving mogen worden aanvaard) en legaten; f) alle andere verkrijgingen en baten. 3. Het College van Bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de Stichting zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de Stichting kunnen worden gekend. 4. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. 5. Het College van Bestuur biedt jaarlijks een ontwerp van de begroting met toelichting voor het komende jaar van de baten en lasten van de activiteiten ter goedkeuring aan de Raad van Toezicht aan. 6. De jaarrekening wordt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar door het College van Bestuur vastgesteld na voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. De jaarrekening gaat vergezeld van een verslag van een door de Raad van Toezicht aangewezen accountant, als bedoeld in artikel 2:393 Burgerlijk Wetboek, dat, behalve de verklaring bij de rekening, bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid. 7.
De vaststelling van de begroting respectievelijk de jaarrekening kan pas plaatsvinden nadat de Gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld om hierover overleg te voeren. Artikel 23 Jaarverslag 1. Het College van Bestuur stelt jaarlijks voor één juli een jaarverslag op over het afgelopen boekjaar. Het jaarverslag is openbaar. In het verslag wordt in elk geval aandacht besteed aan het karakter en de levensbeschouwelijke of de onderwijskundige identiteit van de scholen. 2. De omvang en opbouw van de bezoldiging van het College van Bestuur alsmede de hoogte van de in enig jaar aan het College van Bestuur en de leden van de Raad van Toezicht verstrekte vergoedingen worden opgenomen in het jaarverslag. Artikel 24 Archief Het College van Bestuur draagt met inachtneming van de Archiefwet zorg voor de archiefbescheiden. Artikel 25 Statutenwijziging 1. Het College van Bestuur is na goedkeuring van de Raad van Toezicht en de Gemeenteraad en met inachtneming van artikel 29 sub 1 van de statuten bevoegd de statuten te wijzigen. De Gemeenteraad kan zijn goedkeuring slechts onthouden als door de voorgenomen statutenwijziging de wettelijk vereiste invloed van de overheid in het bestuur voor zover het openbaar onderwijs betreft niet langer verzekerd is.