25-11-04.13 Relevant stuk 3, Bijlage 2. Samen naar een sterker armoedebeleid onderzoeksverslag HAN
Tekst van het document
-
Onderzoeksdeelnemer 14
Met name de waarde van (de toegang tot) een uitgebreid sociaal netwerk komt naar voren in de interviews.
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
30/120
“Maar van de buren kregen wij dat soort dingen. Als er een regeling binnen de gemeente is, horen wij dat van hen.” -
Onderzoeksdeelnemer 6 “Als je nu levensmiddelen moet kopen… Er zijn gewoon mensen hier in de buurt die koken voor mij.”
-
Onderzoeksdeelnemer 11 “Ja, dat heeft geloof ik mijn zoon gedaan. Nu heb ik ook op de kalender staan dat je dat aan moet vragen voor een bepaalde tijd.”
-
Onderzoeksdeelnemer 4 “Nou eigenlijk een tip door een vriendin, want ik stond er nooit bij stil.”
-
2.6
Onderzoeksdeelnemer 12
Beeld van de gemeente en wantrouwen
Gedurende de interviews is in 8 gevallen naar voren gekomen dat de onderzoeksdeelnemers geen gebruik maken van de minimaregelingen vanwege een vorm van wantrouwen. Dat kan een angst zijn om te moeten bijbetalen, zoals ook is gebleken uit hoofdstuk 2.1, maar ook door een verminderd vertrouwen in de gemeente, de overheid of instanties zoals de Belastingdienst. “De Belastingdienst zit overal en heeft ogen overal. Dus dan moet je zo goed uitkijken.” -
Onderzoeksdeelnemer 5 “In mijn optiek doe ik gewoon afstand van die regelingen, omdat het me beperkt in mijn vrijheid, omdat ik niet echt goed mobiel ben en ik heb mijn auto gewoon nodig.”
-
Onderzoeksdeelnemer 12 “Ik ben redelijk op de hoogte van IT, cyberpriority en cybercrime. Ik weet maar al te goed hoe makkelijk het is om eventjes iemand die niet oplet of zijn computer aan laat staan. Dan komt iemand met een usb-stick en die kan de hele server platleggen.”
-
Onderzoeksdeelnemer 10 “Ik kan het niet maken om niet met de gemeente in zee te gaan, maar voor mijn gevoel zou ik dat niet doen.”
-
Onderzoeksdeelnemer 9
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
31/120
“Als jij iets van iemand krijgt, hebben zij macht over jou. Zo zie ik dat. Dan kunnen zij bepalen: ik geef jou dat en dan moet je naar mijn regels leven, want anders haal ik het terug.” -
Onderzoeksdeelnemer 2
Ook is in de interviews nagevraagd welk beeld de onderzoeksdeelnemers in het bijzonder bij Overbetuwe hebben. De resultaten daarvan zijn wisselend, alsook de ervaringen met Overbetuwe. Wat wel opvalt is dat Overbetuwe vaak (8 keer in totaal), zij het indirect, afstandelijk of bureaucratisch wordt genoemd, maar in 4 gevallen zelfs kwetsend of niet transparant. Er worden ook 7 neutrale en/of positieve ervaringen met Overbetuwe gedeeld. In het navolgende worden eerst een aantal negatieve ervaringen uitgelicht. “Ik ben uitgelachen aan de telefoon. “Jongeman! Je bent een jonge kerel, je gaat toch niet in de bijstand?! Ga werken joh!” -
Onderzoeksdeelnemer 9 “Ja die stap om te bellen, die wordt op een gegeven moment ook zo hoog, die drempel wordt hoger en hoger en doe ik niet meer.”
-
Onderzoeksdeelnemer 9 “Neem maar mee, en dat mag best gezegd worden, dat de manier waarop omgegaan wordt met mensen, en dan met name mensen die aankloppen voor financiële hulp, dat veel van die mensen woest zijn op de gemeente.”
-
Onderzoeksdeelnemer 9 “When I asked her, she was responsible just only for my inburgerprogram.”
-
Onderzoeksdeelnemer 3 “Je loopt van het kastje naar de muur. En zo word je behandeld en dat merk ik met meerdere gescheiden vrouwen als ze hulp zoeken, is het hulp van het kastje naar de muur. Het lijkt alsof niemand je helpt, dat je gewoon in de steek gelaten wordt.”
-
Onderzoeksdeelnemer 5 “Ik ben weinig gesteund. In de jaren dat ik hier zit, heb ik weinig steun aan de gemeente gehad. Vroeger had je nog gewoon een balie en kende je de mensen achter de balie. Nu ben je een nummer.”
-
Onderzoeksdeelnemer 11
Ook een bureaucratische houding valt de onderzoeksdeelnemers op:
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
32/120
“Dan wordt de telefoon niet opgenomen. Spreek je met de receptie. Die verbinden je door. Dan is het heel lang niks, kom je weer bij de receptie. Verbinden ze je nog een keer door, maar hangen ze gewoon op.” -
Onderzoeksdeelnemer 9 “Dan denk je van: wat is dit? Wat heb je nodig? Jullie hebben toch alle informatie? Dus ik snap niet waarom ik al die informatie moet aanleveren.”
-
Onderzoeksdeelnemer 5 “Ja, dat vind ik raar, want de gemeente weet dat jij onder de minima valt. Ik moet elk jaar die papieren opvragen. Waarom worden die niet automatisch toegestuurd?”
-
Onderzoeksdeelnemer 12
Andere onderzoeksdeelnemers hebben echter meer neutrale of juist positieve ervaringen met Overbetuwe. Ze noemen de gemeente bijvoorbeeld kleinschalig of persoonlijk. “Het orgaan de gemeente doet heel veel en doet ook heel veel goede dingen.” -
Onderzoeksdeelnemer 14 “Ja goed. Het is geen grote gemeente. Het geeft een gevoel dat je persoonlijke aandacht krijgt. Hier ben je wat minder een getal.”
-
Onderzoeksdeelnemer 6 “Er was niet echt iets op aan te merken van dit is slecht, of duurt lang of er is iets aan de hand, maar ook niet in de zin van “Het gaat super goed”, of “dit was super makkelijk”, het is wat ik ervan verwacht.”
-
2.7
Onderzoeksdeelnemer 10
Tips
Ten slotte zijn we in de interviews ingegaan op de vraag hoe de gemeente de bekendheid van de minimaregelingen zou kunnen vergroten onder de doelgroep. Een aantal tips gingen over de inhoud van de regelingen, bijvoorbeeld door jaarabonnementen bij sportscholen mogelijk te maken, een aantal andere tips gingen in op de bekendheid in algemene zin en het creëren van binding met de inwoners. “Je kan een sportabonnement doen, maar dan kun je maar een half jaar, dan is het budget op.” -
Onderzoeksdeelnemer 14
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
33/120
“Misschien een keer een enquête houden, wat mensen leuk vinden en wat mensen aantrekkelijk vinden en waar mensen tegenaanlopen, zoals ik als chronisch zieke heb niets aan drie maanden sporten.” -
Onderzoeksdeelnemer 12 “Doe toch maar folders, want veel mensen hebben geen computers, e-mail of mobiele telefoons.”
-
Onderzoeksdeelnemer 15 “Kijk, dan is zo’n plaatselijk krantje wel heel handig, als de gemeente daarin dingen zet. Want die plaatselijke krant, die krijg je huis aan huis.”
-
Onderzoeksdeelnemer 2 “Nou, ik denk dat mensen met een brief wakker geschud worden, al doen ze dat bij wijze van spreken aan het einde van het jaar met de belastingen.”
-
Onderzoeksdeelnemer 12 “Al zou het een zak Elstars zijn, of iets. Een klein appelboompje. Dat zou ik grappig vinden als een soort welkomstcadeau.”
-
2.8
Onderzoeksdeelnemer 13
Conclusie
Onder 12 inwoners van Overbetuwe is onderzocht waarom inwoners nauwelijks, of zelfs geen gebruik maken van de bestaande minimaregelingen. Na een analyse van de interviews is gebleken dat het relatief lage gebruik van de minimaregelingen een aantal oorzaken kent.
In de eerste plaats zijn we ingegaan op het wel of niet bekend zijn van de regelingen. Uit de interviews blijkt dat er nog inwoners zijn die volstrekt onbekend zijn met de minimaregelingen, maar ook dat het niet bekend is voor welk type hulp men zich kan wenden tot de gemeente. De oorzaken daarvan zijn verschillend, bijvoorbeeld: geen beltegoed, niet weten wat er mogelijk is met een bepaalde regeling of niet weten dat een bepaalde regeling vanuit de gemeente komt. Als inwoners wel bekend zijn met één of meerdere minimaregelingen, is dat bijvoorbeeld vanuit de lokale krant, via vrijwilligers (met name van Vluchtelingenwerk), of vanuit het sociale netwerk.
Uit de interviews blijkt dat de behoefte van de onderzoeksdeelnemers vooral ligt in financiële hulp, maar tegelijkertijd
in
het
ervaren
van
autonomie.
Die
autonomie
zit
vooral
op
kennisniveau:
onderzoeksdeelnemers willen weten hoe zij ‘wegwijs’ worden binnen de gemeentelijke dienstverlening.
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
34/120
In sommige gevallen is daarvoor nodig dat de regie tijdelijk bij een hulpverlener komt te liggen: men geeft aan dat het hoofd te vol zit om het zelf te doen. Dat heeft te maken met de persoonlijke omstandigheden die in elk uniek geval een andere rol spelen. Life events zoals dakloosheid of een depressie, ziekte, overlijden, beïnvloeden het doenvermogen van de inwoner, maar ook een persoonlijke overtuiging kan maken dat een inwoner snel of minder snel aanklopt bij de gemeente.
Ten slotte valt op dat er sprake kan zijn van willekeur: de ene vrijwilliger wijst op de minimaregelingen, de andere niet. De ene ambtenaar wijst bij een gesprek over een bijstandsuitkering op het PMB, de andere niet. Dat gevoel van willekeur draagt bij aan een minder positief beeld van de gemeente en zelfs aan wantrouwen vanuit de inwoners. Dat wantrouwen is ook ingegeven vanuit een negatief beeld rondom toeslagen van de Belastingdienst.
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
35/120
3
RESULTATEN DIEPTE-INTERVIEWS MEEDOENREGELING
3.1
De onderzoeksdeelnemers
Zoals uit hoofdstuk 1.2 blijkt hebben aan de interviews 11 unieke gebruikers van de Meedoenregeling deelgenomen; 7 vrouwen en 4 mannen. Alle deelnemers behoorden op het moment van deelname ofwel tot de leeftijdsgroep 31 tot 50 jaar oud ofwel tot de leeftijd 51 tot 65 jaar oud. We hebben geen gebruikers van de Meedoenregeling kunnen vinden ouder dan 65 jaar. Over de oorzaak daarvan voor inwoners van Overbetuwe kunnen we enkel speculeren. Uitkomsten van een onderzoek van de Ombudsman in 2022 onder financieel kwetsbare ouderen kan hierin wel voor inzicht zorgen in de zowel de problematiek zelf als de redenen om niet deel te nemen aan een onderzoek.7
In de groep tot en met 30 jaar oud hebben we ook geen deelnemers aan de Meedoenregeling geïnterviewd, maar voor een deel van deze groep wel informatie ontvangen. Negen van de respondenten hebben een of meerdere kinderen. Soms hebben zij de ervaringen van hun kinderen met ons gedeeld, met name daar waar het gaat om gebruik en effect. De minderjarigen over wie we op deze wijze informatie hebben verzameld zijn niet als afzonderlijke deelnemers opgevoerd in het onderzoeksverslag. Daar waar ervaringen van deze groep worden aangehaald, wordt dat vermeld.
Van de deelnemers hebben er 8 de Nederlandse nationaliteit, 3 deelnemers zijn/waren ten tijde van het onderzoek statushouder. Van de onderzoeksdeelnemers wonen er 9 in Elst en 2 in andere delen van Overbetuwe, wat in het onderzoek is aangeduid als niet-Elst. Eén deelnemer is alleenstaand, één deelnemer is gehuwd/samenwonend zonder kind(eren), 3 deelnemers zijn gehuwd/samenwonend met kind(eren) en de overige 6 deelnemers zijn alleenstaand met kind(eren).
De uitspraken van de onderzoeksdeelnemers zijn in beginsel citaten, maar omwille van de leesbaarheid zijn deze geparafraseerd. Ook zijn citaten waar nodig ingekort.
Deelname was op vrijwillige basis en deelnemers konden anoniem meedoen. Deelnemers zijn via een informatiebrief geïnformeerd en hebben een informed consent getekend voor de start van het interview.
3.2
Definitie
Bij de vragen over de Meedoenregeling hebben we gevraagd wat gebruikers verstaan onder meedoen. De indruk bestaat onder onderzoeksdeelnemers dat de gemeente met ‘meedoen’ vooral het actief sporten wil stimuleren, maar meedoen wordt door gebruikers zelf ruimer opgevat. 7https://www.nationaleombudsman.nl/system/files/rapport/74207_Ombudsman_Met%20te%20weinig%20genoege
n%20nemen_TG_PDFA%20%281%29_0.pdf
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
36/120
“Want meedoen is dus niet persé sporten of bewegen.” -
Onderzoeksdeelnemer 12 “Hoeft niet altijd sport te zijn om mee te doen, toch?”
-
Onderzoeksdeelnemer 8
Gebruikers benoemen de mogelijkheid om te sporten als onderdeel van meedoen, zeker daar waar het kinderen betreft die net als vriendjes kunnen sporten en sportkleding kunnen kopen. “Zodat ze ook hier in de buurt kan sporten. De Meedoenregeling is natuurlijk vooral bedoeld om mee te doen, eigenlijk naar buiten te gaan, mee te doen met sport, mee te doen met activiteiten.” -
Onderzoeksdeelnemer 15
Maar gebruikers van de Meedoenregeling zien in meedoen ook een mogelijkheid om er even uit te gaan of iets extra's te kunnen aanschaffen wat ze zonder de Meedoenregeling niet kunnen kopen, hetgeen blijkt uit antwoorden op de vraag: Wat is meedoen voor jou? “Sociale contacten.” -
Onderzoeksdeelnemer 12
“Als dat potje er is en je kunt er wat mee om even uit die vier muren te komen, dan is het al heerlijk.” -
Onderzoeksdeelnemer 15
“Je kan gewoon een keer iets nieuws kopen, als je het wil gebruiken voor kleding of schoenen of wat dan ook.” -
Onderzoeksdeelnemer 14
“Because to be honest, otherwise, if you don't have this budget or this way, I cannot help my children to improve his or her talents.” -
Onderzoeksdeelnemer 3
“Eigenlijk dat je er gewoon bijhoort. (…) Gewoon sociale contacten hebben, dat is mijn meedoen in de samenleving.” -
Onderzoeksdeelnemer 1
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
37/120
“Je wil dat jouw kinderen goed kunnen meedoen op school.” -
Onderzoeksdeelnemer 5
“Of bij de Bakker Bart een keer dat dure broodje kunnen halen, waar je nu gewoon aan alle kanten omheenzeilt, dat vind ik eigenlijk het meedoen. (…) meedoen met de mensen die wel werken en een inkomen hebben.” -
3.3
Onderzoeksdeelnemer 8
Bekendheid
Gebruikers
zijn
op
verschillende
manieren
bekend
geraakt
met
de
Meedoenregeling.
2
onderzoeksdeelnemers uit Elst vertellen door de gemeente te zijn gewezen op het bestaan van de Meedoenregeling. “En ik meen ook eigenlijk dat het vrij vanzelf is gegaan, die Meedoenregeling. Dat het voor mij is aangevraagd toen ik me eenmaal bij de gemeente had gemeld.” -
Onderzoeksdeelnemer 8 Vraag: “Je noemde ook dat je toen de Gelrepas was afgeschaft, dat je werd geïnformeerd door de gemeente. Antwoord: “Ja, daarover kregen wij een brief.”
-
Onderzoeksdeelnemer 6
En een deelnemer die niet uit Elst komt is ook door de gemeente gewezen op de Meedoenregeling. “Ik ben met de Meedoenregeling (in aanraking) gekomen via de gemeente Sociaal Kernteam.” -
Onderzoeksdeelnemer 15
Een andere onderzoeksdeelnemers noemt maatschappelijk werk als de instanties die heeft gewezen op het bestaan van de Meedoenregeling. “Dat heb ik van, toevallig, van maatschappelijk werk gehoord.” -
Onderzoeksdeelnemer 5
Ook andere instanties worden genoemd door onderzoeksdeelnemers als de organisatie waar ze voor het eerst gehoord hebben over de Meedoenregeling.
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
38/120
“Ik kwam daarvan op de hoogte via Stichting Leergeld, waar ik toen als vrijwilliger werkte. Dus wij kregen als organisatie Leergeld te horen dat de Gelrepas vervangen werd door de Meedoenregeling en zodoende wist ik dat en kon ik me daar ook bij aansluiten.” -
Onderzoeksdeelnemer 14
Meer dan de helft van de onderzoeksdeelnemers geeft aan dat ze via vrienden of bekenden op de hoogte zijn gesteld van het bestaan van de Meedoenregeling. Bijvoorbeeld in de rij bij de voedselbank, via een mede-vluchteling of op een andere wijze. “En we krijgen ook informatie door onze omgeving, zoals bijvoorbeeld die vriend. Die woont hier ook, (…), dus mensen leren van elkaar.” -
Onderzoeksdeelnemer 6 “Nou eigenlijk een tip door een vriendin, want ik stond er nooit bij stil.”
-
Onderzoeksdeelnemer 12 “Ik heb het gehoord van iemand anders.”
-
Onderzoeksdeelnemer 17 “Ik wist er niks van af. Er is mij nooit iets verteld (…) Toen sprak ik een keer iemand die wel op bijstand niveau zit (…) Zij zei “die hebben waarschijnlijk Meedoen Overbetuwe.” Ik kende het niet en toen ben ik gaan Googelen en zo ben ik er eigenlijk ingerold maar vanaf de gemeente af wordt er niks van gezegd.”
-
Onderzoeksdeelnemer 1 “From the Meedoenpoints, I heard it by chance from one of the person. He was here like 2 or 3 years”
-
Onderzoeksdeelnemer 3 “Ja, die vluchteling heeft tegen mij gezegd, jij hebt kans om die punten te gebruiken. En daar heb ik me gewoon voor ingeschreven. En toen kreeg ik die punten.”
-
Onderzoeksdeelnemer 7 “Ja, ik heb het wel een heel tijdje. Ja, via-via geloof ik, ja, ja, dat.”
-
Onderzoeksdeelnemer 16
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
39/120
De Meedoenregeling als zodanig is onder de deelnemers vooral bekend geworden via het eigen netwerk. De interviews geven geen blijk van volledige informatievoorziening door of namens de gemeente. Hieruit blijkt dat er dus sprake is van willekeur bij de informatievoorziening rondom de Meedoenregeling.
Ook is gebleken dat sommige onderzoeksdeelnemers pas laat van regelingen op de hoogte zijn geraakt en zo zeer welkome voorzieningen mislopen. “Een jaar lang heb je het niet geweten, dat die Meedoenregeling bestond.” -
Onderzoeksdeelnemer 5 Vraag: “En is het een lange periode geweest waarin je er wel recht op had gehad, maar het niet wist. Hoe lang was dat denk je?” Antwoord: “Eigenlijk had ik er recht op vanaf 2019, maar het wordt nu mijn tweede jaar.”
-
Onderzoeksdeelnemer 15
Als wordt doorgevraagd naar bekendheid van de criteria van de Meedoenregeling en of direct bekend was of onderzoeksdeelnemers ook wisten of ze in aanmerking zouden komen voor de Meedoenregeling, is het antwoord redelijk eenduidig. Voor de meeste onderzoeksdeelnemers was dit direct duidelijk vanwege het feit dat ze op bijstandsniveau leven. Dit wordt door een onderzoeksdeelnemer ook zo expliciet gezegd. “Ja, dat wist ik, omdat wij op bijstand niveau zitten.” -
Onderzoeksdeelnemer 1
Maar niet voor iedereen waren de criteria direct duidelijk: “Het is het is dat mijn vriendin zei van: “Je valt onder minima, dus heb je recht op die Meedoenregeling.” -
Onderzoeksdeelnemer 12 “De uitleg van de gemeente wanneer je er wel of geen recht op hebt, ik vind dat vrij onduidelijk, heel onduidelijk, want er staat gewoon niet keihard van: “Nou, als je zoveel euro maar hebt, dan heb je daar recht op.”
-
Onderzoeksdeelnemer 8
Bij een interview bleek ook dat onduidelijkheid bestaat over het verkrijgen van een zelfstandig recht op de regeling bij het bereiken van de achttienjarige leeftijd.
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
40/120
“Dus dan zou ze volgend jaar ook zelfstandig gebruik krijgen van die Meedoenregeling, denk ik.” -
Onderzoeksdeelnemer 15
Op de vraag of het voldoende duidelijk is wat de procedure is voor kinderen die achttien worden, antwoordt deze deelnemer als volgt.
"Dat weet ik eerlijk gezegd niet, dat zal ik eens even vragen.” -
Onderzoeksdeelnemer 15
Opvallend is nog te noemen dat meerdere deelnemers in de interviews refereren aan de oudere minima en aan mensen voor wie de taal (zowel voor allochtone als autochtone Nederlanders en voor statushouders) een barrière vormt of kan vormen om goed bekend te worden met de minimaregelingen in het algemeen en de Meedoenregeling in het bijzonder. Daarvan enkele voorbeelden. “Ja, ik hoor dat het best wel moeilijk is dat mensen dat weten. Voor oudere mensen lijkt het me moeilijk, ja. Mensen die zijn soms niet met de computer bezig. Ik zie het ook in mijn werk. En ik hoor het ook van [naam]. -
Onderzoeksdeelnemer 16. “Dat denk ik echt, ook omdat er wat oudere mensen zijn die daar naartoe gaan of mensen die met een taalbarrière zitten, die komen er ook. Ik geloof nooit dat iedereen dat weet dat je van de Meedoenregeling gebruik van kan maken, terwijl die daar ook recht op hebben.”
-
Onderzoeksdeelnemer 17 “Nou niet dat het echt heel duidelijk in de krant staat. En met de krant bereik je wel heel veel mensen die een AOW hebben, want volgens mij zijn er heel veel mensen hier in de omgeving die alleen van de AOW rondkomen. Die hebben ook recht op de Meedoenregeling.”
-
Onderzoeksdeelnemer 8 “Jip en Janneke-Taal. Er zijn ook buitenlandse mensen die van een heleboel regelingen gebruik zouden willen of kunnen maken. Die snappen het ook allemaal niet, want die snappen de taal al niet. En dan komt er een vertaling, misschien in het Arabisch of wat dan ook, en die is ook heel erg officieel, met heel veel officiële dingen, terwijl veel mensen… Er zijn mensen die gestudeerd hebben, die hier komen. Maar er zijn ook mensen die laaggeletterd zijn of analfabeet zijn. Hoe ga je dat dan regelen? Die vallen dus sowieso buiten de boot.”
-
Onderzoeksdeelnemer 14
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
41/120
3.4
Toegankelijkheid
8 deelnemers geven aan de aanmeldprocedure zelf als eenvoudig te hebben ervaren, waarvan hieronder enkele quotes. “Het is vrij simpel. (…) Je gaat gewoon naar de website en vult die in. (…) Kijk als jij bekend bent omdat je een uitkering krijgt, dan is dat allemaal niet zo'n probleem.” -
Onderzoeksdeelnemer 14 “Heel makkelijk, heel makkelijk.”
-
Onderzoeksdeelnemer 1 “Dus dat was nog wel te doen, voor mij.”
-
Onderzoeksdeelnemer 8 “Eerlijk, was dat niet zo ingewikkeld.”
-
Onderzoeksdeelnemer 17
2 gebruikers hebben de aanmeldprocedure als niet eenvoudig aangemerkt. Een van hen geeft aan dat het te veel tijd en energie kostte die op dat moment nodig was voor de persoonlijke problemen die er speelden. “Ja, want mijn hoofd is al vol. Moest ik informatie gaan zoeken en “Oh waar moet ik dat zoeken?” En dan kost het weer tijd, terwijl zit te denken van: “Oh ja, ik moet weer weg met de kinderen, ik moet dat doen, ik moet even het huis opruimen voordat de kinderen komen” en het kost allemaal tijd en energie.” -
Onderzoeksdeelnemer 5
De andere gebruiker noemt de aanmeldprocedure moeilijk en geeft aan daar hulp van derden bij nodig te hebben gehad, ten minste voor wat betreft de digitale procedure. “Dat is moeilijk, want ik kon het zelf niet. Toen ik het wilde gebruiken lukte dat niet en ben ik naar Vluchtelingenwerk gegaan. Daar heb ik het gevraagd en ze hebben het geregeld (…) Het was echt moeilijker voor mij en bijvoorbeeld, als ik ergens aanspraak op wil maken of iets wil aanschaffen dan moet dat eerst via internet. Je krijgt bericht en het is allemaal elektronisch. En dat was moeilijk.“ -
Onderzoeksdeelnemer 7
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
42/120
Ook wordt nog benoemd dat het aanleveren van bewijsstukken van je financiële situatie wel als barrière is ervaren. “Maar als je nu geen uitkering hebt, dan moet je heel veel bewijs inleveren. Dat is moeilijk, dan denk je gewoon: Ik ga het niet aanvragen.” -
Onderzoeksdeelnemer 6
Onderzoeksdeelnemers geven enkele malen aan dat de toegankelijkheid van de Meedoenregeling voor henzelf weliswaar voldoende is, maar wijzen ook hier weer op rechthebbenden op de regeling die niet zo proactief, taalvaardig of digitaal vaardig zijn als zijzelf, waaronder de oudere minima.
Op de vraag of ze ook hebben gehoord hoe de aanmeldprocedure door anderen is ervaren, laten vier van hen weten dat ze wel horen dat het verplichte gebruik van de computer tot problemen leidt of heeft geleid. Ook geven meerdere onderzoeksdeelnemers aan dat ze verwachten dat vooral ouderen geen gebruik zullen maken van de Meedoenregeling omdat ze onvoldoende digitaal-vaardig zijn. “(…) het obstakel is vooral die computer.” -
Onderzoeksdeelnemer 15
"en dat vindt hij te ingewikkeld, omdat hij dan denkt dat hij dat niet kan, met de computers en zo. Dat komt wel goed, ik help hem wel. Maar dat is ook een belemmering.” -
Onderzoeksdeelnemer 17 “Als je niet kan lezen, je kan niet bijvoorbeeld op de site gaan of informatie hebben. Dat is moeilijk van hem.”
-
3.5
Onderzoeksdeelnemer 7
Gebruik
Het inzetten van punten wordt over het algemeen niet als ingewikkeld ervaren. “Yeah. I can do it alone. I can manage.” -
Onderzoeksdeelnemer 3 “Dat vond ik ook wel heel makkelijk. Het is even goed kijken, maar het is wel makkelijk.”
-
Onderzoeksdeelnemer 1
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
43/120
“Ja, je kan het gewoon aangeven: ik wil een voucher. Je voucher komt in je mail te staan en daar zit zo’n scancode in of gewoon een nummer. En dan laat je dat zien en dan is het goed. Je kan het ook uitprinten maar ja mijn printer is kapot. Dus dan is het heel fijn dat het gewoon op de telefoon kan en dat het op die manier digitaal verwerkt kan worden.” -
Onderzoeksdeelnemer 14
Gebruikers geven aan dat ze wel goed moeten plannen hoe ze de punten inzetten, omdat het om een jaarsaldo gaat en niet te voorspellen is wat je in de loop van het jaar (onverwacht) nog nodig zult hebben. “Met de Meedoenregeling ga ik nu één keer in de week, omdat ik het gewoon wat wil uitspreiden en tegen het einde van het jaar, als het dan richting september gaat en ik heb nog budget over, dan ga ik dat inwisselen voor de zwemkaart en dan ga ik twee keer in de week. Maar ik wil nog even de slag om de arm houden. Stel je voor dat er iets gebeurt en ik wil iets kopen, maar ik heb geen budget meer omdat ik dat allemaal al in een zwemkaart heb omgezet, dan baal ik daarvan. (…) Of mijn zwempak blijft haken en het gaat stuk, dan vind je het toch wel fijn als je gewoon nog een stukje achter de hand hebt.” -
Onderzoeksdeelnemer 14
En als je als gebruiker niet zo goed bent in plannen dan kan dat ook tot problemen leiden. “Als ja, we hadden niet gedacht dat we te weinig punten zouden hebben voor zwemles daar hadden we niet goed over nagedacht. Bijvoorbeeld hadden wij in de winkel geld uitgegeven, dat hadden we beter kunnen uitgeven voor de zwemles.” -
Onderzoeksdeelnemer 6
De verwerkingstijd van de punten wordt door onderzoeksdeelnemers soms als een nadeel ervaren. Dit hangt wel af van de winkel die men kiest. “Ja, en bij de Switch moet je twee dagen wachten. Dan kan je hem uitprinten, of aanvragen, uitprinten maar dan bij de Switch moet je twee dagen wachten omdat ze het pasje nog niet klaar hebben.” -
Onderzoeksdeelnemer 1 “Wanneer je het nodig hebt, dan, want ja, ik heb het voor morgen nodig, niet volgende week ik heb het voor morgen nodig en kinderen vergeten het. […] zo van: “Oh ja, ik heb het voor morgen nodig,” weet je, ze komen, je krijgt geen informatie. Ja het is ook weer zo, middelbare school, dan moet je het zelf doen, maar ze vergeten het en dan komen ze: “Mama, ik heb het voor morgen nodig.” En dan denk ik: “Oh… Morgen.”
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
44/120
-
Onderzoeksdeelnemer 5 “En die gaat ook, als je bijvoorbeeld iets in Scapino wil kopen en gebruik je die punten en die duurt één week, daarna kan jij die gebruiken.”
-
Onderzoeksdeelnemer 7
Gebruikers geven aan dat de website wel gebruiksvriendelijker zou kunnen worden gemaakt, zodat het zoeken van aanbod en inzetten van punten eenvoudiger wordt. “Hij heeft er nog niet gebruik van gemaakt, omdat die het ingewikkeld vindt, omdat die niet weet waar die die punten kan vinden, moet die te veel handelingen doen zeg maar om dan op die op die site te komen, waar je dan die punten kan vinden en dan zit er ook nog een bug op, weet je wel? Als je dan wil aanklikken op die punten komt het heel vaak niet tevoorschijn moet je hem steeds refreshen om die punten weer te zien.” -
Onderzoeksdeelnemer 17 “De website vind ik echt een gedrocht van de Meedoenregeling zelf (…) Alleen sindsdien altijd als ik wil inloggen moet ik: klikken, wachtwoord vergeten en dan krijg ik weer een nieuwe link van dat bedrijf die dat doet en dan kan ik erop. Dat vind ik ook wel heel erg vervelend.”
-
Onderzoeksdeelnemer 8 “Wat ik irritant vind is, er staan dan bijvoorbeeld, er staat niet bij bijvoorbeeld uitjes waar je op kan klikken. Er staat alleen maar op naam van de degene die het geeft. Als ik nou klik op uitjes dan wil ik graag een lijst met uitjes, wil ik naar de kapper, dan kan ik een lijst zien met kappersdingen, wil ik ontspanning of… weet ik veel iets, dan krijg ik een lijst met massages of sporten, dat! Weet je wel dat je dat zo in één oogopslag kan zien. Dan moet ik helemaal moeilijk doen om dan daar te komen en ik moet als ik alles wil zien, moet ik 24 pagina's lang, moet ik blijven zoeken of ik iets leuks heb gevonden. Ja dat vind ik veel te veel.”
-
Onderzoeksdeelnemer 17
Daarbij zit de helpdesk van de website op afstand en medewerkers van de helpdesk zijn onvoldoende op de hoogte van de situatie in Overbetuwe zodat dit vaak niet tot een oplossing leidt. “Als je iemand belt, dan kom in een of ander bedrijf in Breda of zo uit en die weet ook van niks.” -
Onderzoeksdeelnemer 8
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
45/120
De onderzoeksdeelnemers geven aan het puntensaldo voor verschillende zaken te hebben ingezet. Voor zwemlessen, kapper, een fiets, zwemmen, yoga, voetbal, sportschool, maar vooral ook voor kleding en schoenen. Deze zaken worden vooral bij Scapino gehaald. Ook worden de punten wel eens ingezet voor accessoires voor een telefoon of een laptop (voor kinderen).
Wat als nadeel wordt ervaren is dat de website niet actief informeert over alternatieven en weinig keuzemogelijkheden bevat. Dit leidt er soms toe dat mensen de punten inzetten voor aankopen die ook op andere wijze gefinancierd hadden kunnen worden. “Ja, dat bestaat, ik heb er zelf stom genoeg te weinig gebruik van gemaakt. Er zijn jaren geweest dat ik er geen gebruik van heb gemaakt, terwijl ik wel tussen haakjes recht op had, en dan denk ik van “oh, ja, dat is dom”. Dat inductieding had ik ook met het persoonlijk minima budget kunnen doen. Dan had ik mijn vakantiegeld daar niet aan uit hoeven geven.” -
Onderzoeksdeelnemer 14 “En daarbij bijvoorbeeld: je hebt dan ook nog Stichting Leergeld. Dat staat dan weer los van de Meedoenregeling, maar dat is ook niet helemaal duidelijk, daar moet je ook maar zelf achter komen, dat je daar gebruik van kan maken. (…) Oh ja, dan heb je ook nog weer wat anders, dat is dit pasje ik kan even niet op de naam komen. (...) Maar dat is een pasje wat ik via-via-via schoolspullen (...) maar het is een schoolspullenpasje, dat moet je weer via Stichting Leergeld aanvragen. Maar dat soort dingen staan ook niet daar in die Meedoenregeling (…) Je kunt mensen die in een Meedoenregeling zitten, kunnen ook daarvan gebruik maken, maar dat kun je daar niet op vinden,(…) Je kan een bon krijgen bij Van Dam van 300 gulden, 300 euro, 300 zoveel punten weet ik veel voor een fiets. Maar als ik Stichting Leergeld benader krijg ik van hen een nieuw, krijg ik een fiets, hoef ik geen punten voor in te leveren, dus wat is dan logischer snap je? Ga ik dan die fiets halen bij Stichting Leergeld waar ik geen punten voor in hoef te leveren? Of koop ik een fiets voor, of gebruik je die 300 euro voor die fiets bij Van Dam? Ja, dan denk ik Van Dam ga dat met Stichting Leergeld regelen en zorg ervoor dat jullie ook fietsen gaan leveren aan Stichting Leergeld regel iets met de gemeente, maar dat is een beetje onzinnig, onnodig.”
-
Onderzoeksdeelnemer 17 “Ik dacht ook dat daar in eerste instantie dan eventueel volgens mij vergoedingen voor een fiets of leerboeken of dat soort zaken in die zaten, dat dat ook via die Meedoenregeling ging. Maar achteraf ben ik erachter gekomen dat daar weer andere stichtingen voor zijn.”
-
Onderzoeksdeelnemer 8
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
46/120
Ook is er aanbod dat via niet-deelnemers goedkoper te verkrijgen is, waarmee deze deelnemer lijkt te willen zeggen dat er ook wel kritisch(er) gekeken mag worden naar het aanbod om te voorkomen dat gebruikers onnodig dure aankopen doen. “Er staat bijvoorbeeld bij de prof pc staat er een tablethoes voor 150 punten, dan kan ik voor zes euro, haal ik er eentje bij de Action. Dan denk ik: weg met die tablethoes voor 150 punten, voor die 150 punten kan mijn kind zes keer naar de kapper.” -
Onderzoeksdeelnemer 17
Ook bevat de website een aanmeldmogelijkheid voor Sjors Sportief waardoor kinderen kennis kunnen maken met verschillende sporten en culturele activiteiten, maar als ze dan graag die sport of culturele activiteit vaker willen doen dan blijkt de aanbieder niet mee te doen met de Meedoenregeling en moeten kinderen toch teleurgesteld worden. “Want er staat ook sporten. Is maar één of twee keer voor de kinderen. Als het sporten is, zeggen ze heel belangrijk is, maar het is alleen maar één of twee keer, dat je kan sporten.” -
Onderzoeksdeelnemer 5
Daarbij blijkt veel sportaanbod niet voor het hele jaar te gelden en is er soms nog een eigen bijdrage vereist. “Naja aan zich wel goed, maar ik baalde ervan dat ik maar acht maanden met die punten kan krijgen bij de sportschool. En als je lekker bezig bent, dan wil je eigenlijk gewoon dat blijven continueren en dan heb ik eigenlijk een probleem om die vier maanden, die vier keer 45 euro op te hoesten. Dat is toch een behoorlijk bedrag, hè, dat gaat om 170 euro.” -
Onderzoeksdeelnemer 8 “Een sportabonnement, je kan een sportabonnement doen, maar dan kun je dus maar een half jaar, want dan is het budget op.”
-
Onderzoeksdeelnemer 14 “En nu met die Meedoenregeling, is dat maar een paar maanden. Dus eigenlijk sporten komt er niet van, omdat je zeg maar een paar maanden voordeel hebt van de Meedoenregeling en dan moet je alweer stoppen, maar je zit vaak aan een jaarabonnement vast.”
-
Onderzoeksdeelnemer 12
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
47/120
“Ja, nu zijn ze op (…) gebruiken die puntjes voor de zwemles voor mijn dochter zijn nu op. Nu moeten wij vanaf volgende week per les voor de zwemles betalen.” -
Onderzoeksdeelnemer 6 “Als je yoga wil doen wordt het één keer betaald en de rest moet je zelf betalen.”
-
Onderzoeksdeelnemer 5 “Het is nog maar bepaalde periodes kun je gaan sporten.”
-
Onderzoeksdeelnemer 12
De volgende gebruiker benoemt dat ze nu moet bijbetalen om te sporten terwijl ze nog wel punten heeft, maar dit puntensaldo te weinig is om nog in te zetten. Ze moet namelijk een strippenkaart voor meerdere sportmomenten kopen en die kost meer dan de 50 punten die ze nog heeft. Een los sportmoment kan ze niet aanschaffen via die laatste punten die ze nog van de Meedoenregeling heeft. “Nou, nou ja, ik moet nou, tot januari, moet ik nou achttien euro betalen omdat mijn punten op zijn, snap je? Maar ik heb nog wel 50 punten.” -
Onderzoeksdeelnemer 16
Voor deelnemers die in het geheel niet of niet alle sporten kunnen doen vanwege een fysieke beperking wordt het aanbod als heel beperkt ervaren. “Dus daarin blokkeert het eigenlijk, en bovendien als jij chronisch ziek bent, ja. (…) Niet al de sporten die aangeboden worden, kan aan niet allemaal meedoen.” -
Onderzoeksdeelnemer 12 “En voor de oudere mensen, ik vraag me eigenlijk af wat een ouder iemand met een Meedoenregeling kan. Volgens mij niet zo heel veel meer dan een bloemetje halen, want ik zie oudere mensen niet zo snel de sportschool in wandelen zoals ik.”
-
Onderzoeksdeelnemer 8
Van 1 van de 2 onderzoeksdeelnemers die niet uit Elst komen, horen we dat het aanbod buiten Elst niet optimaal is. “Te weinig uit Zetten, laat ik het zo zeggen. Ik zie allemaal wel Elst, Nijmegen weet je wel. (…) Dus dat zou ook wel mooi zijn als het gewoon meer dichterbij ook, alles.” -
Onderzoeksdeelnemer 15
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
48/120
Deze geïnterviewde zou graag zien dat het aanbod wordt uitgebreid buiten Elst of dat het vervoer naar Elst ook is inbegrepen. Uit antwoorden kan soms impliciet worden opgemaakt dat het aanbod met name voor kinderen interessant is. “Ik kan niet voor anderen praten, maar ik denk voor mensen met gezinnen is dat tuurlijk wel fijn. Die kinderen kunnen dan wel sporten en ook qua kleding, denk ik, ook voor kinderen is dat fijn.” -
Onderzoeksdeelnemer 12 “I found it useful. And exactly for the kinderen. And sometimes for main accessories for kinderen. I found, it's really useful as well as important.”
-
Onderzoeksdeelnemer 3
Maar ook wel expliciet. “En meer konden we niet vinden. Het was allemaal van nul tot twaalf jaar, activiteiten en zo was eigenlijk weinig. Ja allemaal van nul tot twaalf jaar.” -
3.6
Onderzoeksdeelnemer 15
Effect
Gebruikers van de Meedoenregeling zijn allemaal blij met het bestaan ervan en zien de regeling als een zeer wenselijke of zelfs soms noodzakelijke aanvulling op het inkomen. “Ja, ik denk, als het er niet was geweest, dan hadden we wel een beetje in een soort armoedige, hoe noem je dat, dat je eigenlijk meer binnen zit als dat je naar buiten gaat zeg maar. Nou, dat je zeg maar weinig buitenhuis iets kan ondernemen.” -
Onderzoeksdeelnemer 15
“Meedoen, ja, hoe heet dat, ja. Ik vind het gewoon fijn dat het bestaat, omdat, ja, alles wordt ook duurder. Dus ja, financieel soms niet te behappen, weet je wel? -
Onderzoeksdeelnemer 16
“Ik ben er heel erg blij mee” -
Onderzoeksdeelnemer 8
“Nou ja, in ieder geval dat ik geen strijd met m'n kinderen hoef te hebben, “Mam mag ik naar de kapper?” want dat is gewoon hartstikke duur naar de kapper gaan. Dan zeg ik: dat is goed kind,
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
49/120
ik print een bonnetje uit, dat kan. Maar als de punten op zijn, dan heb ik al een probleempje dan moet ik al punten overal weghalen bij mijzelf en verdelen om weer dat zeg maar te kunnen doen en dat is dan weer een nadeel. Maar in die zin heeft het mij opgeleverd dat ik vaak “Ja” kan verkopen dan “Nee” aan mijn kinderen.” -
Onderzoeksdeelnemer 17
Het tegoed van de Meedoenregeling wordt door iedereen anders besteed. De ene gebruiker betaalt er de zwemlessen van de kinderen mee, een ander de kapper en weer een ander gaat ervan zwemmen of naar de sportschool. De Meedoenregeling zorgt ervoor dat gebruikers toch weer wat meer mee kunnen doen in de samenleving. Wat uit meerdere interviews blijkt, maar door een van de gebruikers expliciet ook is gemeld: zelf regie hebben wordt als positief ervaren. "Er is zoveel mogelijk, maar je hebt zelf de regie en dat is zo fijn en zo belangrijk.” -
3.7
Onderzoeksdeelnemer 14
Behoefte
Gebruikers van de Meedoenregeling zouden nog wel meer mee willen doen. De reden dat dit nog niet lukt is divers. Het aanbod sluit voor sommige onderzoeksdeelnemers niet aan op de behoefte. Er is veel sportaanbod, maar vaak is daar toch ook weer een eigen bijdrage vereist. Er is veel aanbod voor kleinere kinderen, maar weinig voor tieners en volwassenen, zeker als sporten vanwege fysieke beperkingen niet mogelijk is. Daarbij zien gebruikers de definitie van meedoen ook ruimer. Een en ander is hiervoor al benoemd. Onderzoeksdeelnemers komen met suggestie om het aanbod uit te breiden, door andersoortig aanbod op te nemen. “Een keer en bioscoopje pakken, want als ik naar de film ga is het me zo vijftien euro.” -
Onderzoeksdeelnemer 12 “Dat, een pannenkoekenhuis (...) Dat zou ook wel leuk zijn. (…) Het zou wel een keer leuk zijn, maar ook voor mensen met kleine kinderen. Zoals in de vakantie, de kinderen hebben zes/zeven weken vakantie. Mensen zitten op bijstandsniveau, die hebben twee kinderen. Dat ze een keer kunnen zeggen van, in die zeven weken: “Goh we gaan een keer pannenkoeken eten,” ja een uitje. Of wat er vorig jaar wel bij zit en dit jaar niet bij zit, is Burgers Zoo.”
-
Onderzoeksdeelnemer 1 “Want dan zou ik zeggen: zet er een dinerbon neer voor twee personen of zo, dat ze ergens lekker, hoe heet dat, ergens kunnen eten. Of dagje pretpark, inclusief dan één drankje of een
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
50/120
boterhammetje weet ik veel. (…) Of bowlen, een uurtje, hier in de Wanmolen, we hebben hier een sport dingetje zitten en een schietvereniging hebben we zitten.” -
Onderzoeksdeelnemer 15
“Nou of, als het zou kunnen, zou ik daar dan een keertje lekker kopje koffie met een stuk gebak bij de Droom of zo in park Lingezegen voor kopen.” -
Onderzoeksdeelnemer 8
Ook wordt gesuggereerd om het aanbod te verbreden door meer keuzemogelijkheden in te bouwen. Dus niet alleen de dure PC-zaak, maar ook een goedkoper alternatief. Niet alleen de drukke sportschool, maar ook een rustiger alternatief. Niet alleen de plaatselijke ondernemer, maar ook de HEMA of de Action. “Want dan kan je misschien andere bedrijven, zeg maar, weer warm maken om iets anders dan daarin te doen en bijvoorbeeld, nu staat Prof pc in de Meedoenregeling, je hebt ook nog een Orbit en je hebt ook nog andere computer en telefoonwinkels zeg maar, want Prof pc is op zich al een hele dure winkel, want die dingen die hij weggeeft ja, daar is niet iedereen mee geholpen.” -
Onderzoeksdeelnemer 17 “Maar dan heb je bijvoorbeeld voor de kleding, heb je één winkel, dan moet je daar kleren kopen, dan heb je geen keuze.”
-
Onderzoeksdeelnemer 6 “Er moeten meer dingen komen, niet alleen maar van dat minder merk spul, maar ook iets weet je, minder- […] Het is alleen ja, hoe moet ik dat zeggen? De minste populaire dingen, die zijn er. Maar dingen waar veel kinderen nog graag aan mee willen doen, dat staat er niet. Zoals de winkels, de winkels staat alleen maar Scapino voor kleding. Waarom niet de HEMA? Bijvoorbeeld. Dat wordt heel veel gebruikt, weet je, andere winkels er ook bij. Misschien ook niet, of H&M iets Goedkoper of Primark, iets goedkopere kleding.”
-
Onderzoeksdeelnemer 5 “Een kledingwinkel zoals de Takko, die zitten ook niet bij. Dat zou ook wel leuk zijn, een HÈMA, een Action en dat soort.”
-
Onderzoeksdeelnemer 1
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
51/120
“Ja, dat die erop zitten, maar dat vind ik best wel een dure sportschool en het is veel ruimer en altijd druk, rumoerig.” -
Onderzoeksdeelnemer 15
Maar naast verbreden en uitbreiden van het aanbod, is er ook behoefte aan meer punten. Er zijn gebruikers die bijvoorbeeld wel meer willen sporten, maar dat gaat meestal vanwege de financiële situatie niet. “En als je dan één of twee keer in de week wil gaan zwemmen, omdat het gewoon goed is voor je Fysiek hè, (...) Ja, dat is gewoon niet te betalen, dat kan gewoon niet.” -
Onderzoeksdeelnemer 14
“Ik kan niet, ik ben gewoon-. Ik kan niet naar de gym gaan of heel af en toe een kopje koffie that’s it, de rest kan ik niet. (…) Ja, ook wel leuk vinden om wat te kunnen doen, maar dat kan ik niet. Want de rest heb ik nodig voor het eten en voor dingen van huis betalen, belasting te betalen. Nee, dat kan ik echt niet.” -
Onderzoeksdeelnemer 5
“Is veel te veel, is duur. Is echt duur. Bijvoorbeeld geen punten, in zwemles, elke les van mijn kleine dochter, die betaalt 20 euro.” -
Onderzoeksdeelnemer 7
“I cannot get another-, like two types of activity.” -
3.8
Onderzoeksdeelnemer 3
Cijfer Meedoenregeling
Onderzoeksdeelnemers is gevraagd een cijfer te geven voor de Meedoenregeling. Door 10 van de 11 deelnemers is een cijfer gegeven tussen 0 en 10 (0 betekent helemaal niet tevreden en 10 betekent helemaal tevreden) gegeven. De cijfers die werden gegeven waren als volgt: -
2x een 5
-
1x een 6,5
-
2x een 7
-
3x een 8
-
2x een 8,5 gegeven.
Het gemiddelde cijfer voor de Meedoenregeling dat onderzoeksdeelnemers geven, is een 7,15.
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
52/120
Onderzoeksdeelnemers zijn zonder uitzondering blij met het bestaan van de Meedoenregeling. Een van de onderzoeksdeelnemers die een 5 gaf heeft dat gedaan: “omdat er dingen aangeboden worden die niet voor mij relevant zijn” -
Onderzoeksdeelnemer 12
De 6,5 is minder positief vanwege meerdere redenen, waaronder de minder bruikbare website, onduidelijkheid over de inkomensnorm die geldt, scherpe grenzen die getrokken worden bij de inkomensnorm en de communicatie. Op de vraag wat voor deze gebruiker het zwaarste weegt, blijkt dat het vooral niet alleen om sporten zou moeten gaan bij de Meedoenregeling. “Dat meedoen niet per se sporten is.” -
3.9
Onderzoeksdeelnemer 8
Beeld gemeente algemeen
Het beeld van de gemeente is per geïnterviewde anders en sterk afhankelijk van individuele ervaringen. Er zijn gebruikers van de Meedoenregeling die aangeven weinig met de gemeente van doen te hebben. “Ik heb bijna geen contact met de gemeente. Alleen, ja, wanneer dat nodig is. Ja, mijn rijbewijs verlengen, paspoort. Eigenlijk, voor de rest eigenlijk helemaal niet.” -
Onderzoeksdeelnemer 12
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
53/120
“I don't have a connection with gemeente, to build an experience. I have only connection with contact person for inburgering program. Yeah, I'm just waiting to continue with that. So, I don't have any other connection.” -
Onderzoeksdeelnemer 3
Er zijn positieve ervaringen met de gemeente in het algemeen. “Nou, het loopt allemaal wel netjes op elkaar af, zeg maar. (…) En ja, dat het netjes geregeld wordt zeg maar, ja, ja.” -
Onderzoeksdeelnemer 15 “Maar qua gemeente, als ik zie van hè: waar ze mee bezig zijn, de innovaties, wethouders die heel benaderbaar zijn. Dan denk ik van oh: het is eigenlijk wel een hele fijne gemeente om in te wonen.”
-
Onderzoeksdeelnemer 14 “Ja goed het is geen grote gemeente, dat geeft een gevoel dat je persoonlijke aandacht krijgt. In gemeente Arnhem bijvoorbeeld is het heel groot en ben je een getal en hier is het wat kleiner en ben je minder een getal.”
-
Onderzoeksdeelnemer 6
Anderen zijn minder positief. Bijvoorbeeld op de vraag of de gemeente hetzelfde cijfer krijgt als de Meedoenregeling zegt een onderzoeksdeelnemer die voor de Meedoenregeling een zeven gaf aan: “Een zes, omdat ik niet het gevoel heb… dan ben jij nu met een prachtig mooi onderzoek bezig en dan komt er allemaal hele mooie dingen uit, en dan.” -
Onderzoeksdeelnemer 17 “Oh het beeld van de gemeente. (…) ik moet zeggen, zolang je niks met de gemeenten van doen hebt, is dat prima. En als je er wel iets mee van doen hebt, dan moet je wel soms een lange adem hebben.”
-
Onderzoeksdeelnemer 14 “Je moet maar eens proberen bijzondere bijstand aan te vragen. Dat is echt, dat lukt gewoon eigenlijk nooit. Dat wordt altijd afgewezen, dus dat is een beetje raar. (…) Nou dat dus, dat wat dat betreft ze toch heel erg gesloten zijn.”
-
Onderzoeksdeelnemer 8
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
54/120
“Ik heb voor de gemeente, op één uitzondering na, meerdere uitzonderingen na, heb ik een positief beeld. Sommige mensen niet hier in de gemeente, maar dat is zoals de burgemeester en de wethouders. Daar heb ik niks positiefs over.” -
Onderzoeksdeelnemer 1 “Nou, ik heb dus het idee dat sinds de verkiezingen en het opkomen van de- of het groter worden van kleinere partijen die echt voor de belangen van de Overbetuwenaren opkomt, dat dat ook beter gaat.”
-
Onderzoeksdeelnemer 8
Meerdere onderzoeksdeelnemers geven aan dat ze van de gemeente een actievere opstelling verwachten bij de Meedoenregeling specifiek of bij het toekennen van regelingen in het algemeen. “Ik vind eigenlijk dat zij de mensen zouden moeten benaderen. Je hebt recht op bepaalde regelingen of mogelijk recht op bepaalde regelingen. (…) Dan denk ik van dat is een kleine moeite om een brief op te stellen: “En deze regelingen zijn er en mogelijk komt u daarvoor in aanmerking. (…) Ik moet elk jaar die papieren opvragen waarom worden die niet automatisch toegestuurd?” -
Onderzoeksdeelnemer 12 “Nou, dan heeft het nu niet zozeer met de Meedoenregeling te maken, maar meer met de instelling van de gemeente in het algemeen, want ik moet dus wel gewoon gemeentelijke belasting betalen en de rivieren, de bsr en het is een giga papierwinkel en dan denk ik ‘jullie hebben al zolang gegevens van mij, jullie weten mijn inkomsten. Waarom moet ik weer drie maanden afschriften van mijn bank overleggen om te vragen of alsjeblieft die 465 euro gemeentelijke belasting kwijt gesloten kunnen worden?”
-
Onderzoeksdeelnemer 14 “Dan denk je van: hè, wat is dit? Wat heb je dit nodig? Jullie hebben- Ik moest al heel veel geld heb ik van jullie, jullie hebben toch alle informatie?”
-
Onderzoeksdeelnemer 5
3.10 Tips Op de vraag wat de gemeente nou zou kunnen verbeteren komen verschillende tips op meerdere terreinen.
Website
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
55/120
Allereerst wordt geadviseerd de website gebruiksvriendelijker te maken en om ervoor te zorgen dat de informatie op de website niet alleen de Meedoenregeling betreft, maar er ook informatie over andere regelingen te vinden is. “Maar misschien dat iemand een keer die er verstand van heeft, kan kijken hoe het dan op de telefoon is en dat die dan zeg maar misschien een indeling of een kopje net op een andere plek kan zetten, dat het net iets handiger is.” ‘
Onderzoeksdeelnemer 14 “Ja, ik denk dat ze hun website gewoon moeten aanpassen en vriendelijker moeten maken en duidelijker.”
-
Onderzoeksdeelnemer 8 “Iets duidelijker maken en meer punten en meer bedrijven d’r bij trekken.”
-
Onderzoeksdeelnemer 5
Werk aan bekendheid van de regeling Veel gebruikers vinden het belangrijk dat de bekendheid van de Meedoenregeling wordt verbeterd en raden aan een aanpak te kiezen die uitgaat van verschillende vormen van adverteren. Zowel online als offline, huis-aan-huis en daar waar mogelijk door middel van een brief van de gemeente, die in begrijpelijke taal is opgesteld. “Ja en mond-tot-mondreclame daar moet je het dan toch van hebben. En mensen zoals van stichting leer die bij mensen thuiskomen en die dan kunnen zeggen van ja, “maar de Meedoenregeling”. Dat is ook voor andere mensen, dus als je nog mensen weet, geven ze een tip, net als persoonlijk minimabudget.” -
Onderzoeksdeelnemer 14 “Jip en Janneke-Taal hè, d'r zijn ook buitenlandse mensen die van een heleboel regelingen gebruik zouden willen of kunnen maken. Die snappen het ook allemaal niet, want die snappen de taal al niet. En dan komt er vertaling, misschien in het Arabisch of wat dan ook, en die is ook heel erg officieel, met heel veel officiële dingen, terwijl veel mensen… d'r zijn mensen die gestudeerd hebben, die hier komen. Maar er zijn ook mensen die laaggeletterd zijn of analfabeet zijn.”
-
Onderzoeksdeelnemer 14 “Op een andere manier, ja bijvoorbeeld die energiebesparing die was in de markt en zo lijkt het alsof het iets is wat de gemeente verkoopt en niet gratis aanbiedt.”
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
56/120
- Onderzoeksdeelnemer 6 “Ik denk toch door lokaal of in ieder geval pamfletten of iets dergelijks, in een winkel. En dan niet bij de Albert Hein, want dan komen die mensen niet, maar dan bij de Lidl, bij de Aldi en bij de Jumbo, toch wat dingen ophangen, dan kun je natuurlijk bij de Albert een ophangen want anders dan is dat ook weer vooroordelen en “ze komen daar niet”. Ja, ik kom er ook, maar alleen voor de hele specifieke dingen. Dus ja, ik denk dat dat meer oplevert of samen met het lokale krantje in ieder geval het grootste deel moet.” -
Onderzoeksdeelnemer 14 “Vandaar heb ik dit niet gemerkt, maar als er een soort folder of een brief in de brievenbus komt, dan weet ik het gewoon.”
-
Onderzoeksdeelnemer 6 “Zet het in de krant.”
-
Onderzoeksdeelnemer 1 “Meer informatie, of misschien-. Heel veel informatie komt op Facebook, een social media, dat hebben heel veel mensen niet. Ik zie dat de gemeente heel veel op social-media doet. Maar misschien als mensen die in de woningbouw of de woningbrief sturen of van: “Hey, dit zijn de dingen die je kunt doen." Informatiepakketten, als je als gescheiden vrouw of iemand ja, informatiepakketten doorsturen. Of meer op tv, meer publiciteit doen en op de radio of zo, dat mensen erachter komen.”
-
Onderzoeksdeelnemer 5 “Ja precies ja, in de krant zetten of weet ik veel. Of misschien flyeren, ja ik weet het niet hoor, ja, of ergens-, ja.”
-
Onderzoeksdeelnemer 16 “Nee, die hebben het echt hier *wijst naar de krant*. Dan moet gewoon met duidelijke tekst staan- weet je zou bijna erin moeten zetten van: “De gemeente heeft nog geld voor je, zoek het uit!”
-
Onderzoeksdeelnemer 8
Centraal punt in de wijk en/of vast aanspreekpunt Ook denken meerdere onderzoeksdeelnemers dat een vast aanspreekpunt en/of een centraal punt in de wijk waar hulp en advies gegeven kan worden van meerwaarde is. Genoemd wordt een centraal punt in
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
57/120
de wijk waar mensen hulp kunnen krijgen bij het aanvragen van de punten, het inzetten van de punten en bestelde zaken ook op kunnen halen. “But I think as I mentioned, catalogue or session for explanation, it will be useful for all of the new families. Just maybe first, one time to know how and if there is like a contact person who is responsible for support. Like when you have any difficulties, try to help by phone. If it's more difficult, maybe you can arrange a visit to help him the first time about how to use it.” -
Onderzoeksdeelnemer 3 “Mensen gaan weg, je praat met iemand en dan gaat die weg, komt iemand anders en moet je weer opnieuw gaan beginnen.”
-
Onderzoeksdeelnemer 5 “En ja, dat is dan hier bij sociaal kernteam dat ze dat dan op kunnen halen of zo- bepaalde producten of wat dan ook. Ja, dat ze dan niet hoeven te reizen, weet je wel, dat ze dan toch ja. (…) Want nou ook, nou had ik zelf voor Scapino bon, zeg maar, gewoon echt naar Elst gemoeten. Hè, ik was afhankelijk van vervoer om die Scapino-bon op te halen, want ze sturen het niet op. Maar een computer, als je die bestelt met jouw punten, die komen ze gewoon thuisbrengen. En dan denk ik: ja, waarom de rest niet?”
-
Onderzoeksdeelnemer 15
Ook hier wordt weer gedacht aan de oudere gebruikers van minimaregelingen die niet centraal in de gemeente wonen. Geopperd is een vast punt in de wijk waar punten ingezet kunnen worden met een vrijwilliger samen en waar producten ook afgehaald kunnen worden. “Voor ouderen die geen computer hebben, zeg maar, dat is dan iets van een tablet erin kunnen zetten met de punten. Dat is toch iets-, of ja, zo’n boek, dat is net zoiets als die tablet, zeg maar.” -
Onderzoeksdeelnemer 15
Verder vinden meerdere gebruikers het jammer dat iedere gebruiker het wiel zelf opnieuw moet uitvinden. Gebruikers vragen zich af waarom er niet actief wordt vermeld dat een fiets en schoolspullen bijvoorbeeld via andere regelingen gefinancierd kunnen worden en dat dus niet van de Meedoenregeling betaald hoeven te worden. Ook adviseren ze de gemeente om in duidelijker taal te communiceren of gebruikers zelfs te verplichten om de eerste keer hulp te krijgen van een vrijwilliger of medewerker zodat de gebruiker voldoende geïnformeerd is en het niet allemaal zelf hoeft uit te zoeken.
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
58/120
Voor wat betreft de behoefte van de gebruikers raden meerdere onderzoeksdeelnemers de gemeente aan een keer een enquête houden:
"Misschien is een keer een enquête houden, wat mensen leuk vinden en wat mensen aantrekkelijk vinden en waar mensen tegenaan lopen, zoals ik als chronisch zieke niks heb aan drie maanden sporten. Nou ja, ik denk niet alleen ik, meerdere mensen.” -
Onderzoeksdeelnemer 12 “Waarom vraag je niet aan, waarom wordt er geen enquête onder de meedoen zeg maar de mensen die de Meedoenregeling gebruiken, gevraagd van welke mis jij nog in de meedoen regeling. Dat je zelf aan het mensen vraagt: “Wat zou je er het liefste in willen hebben?”
-
Onderzoeksdeelnemer 17
Ook wordt geadviseerd om de mogelijkheid te bieden om gebruikers in staat te stellen om punten bij te verdienen als ze als vrijwilliger anderen helpen bij het aanvragen van de regeling, bij het bemannen van een helpdesk in de wijk of om mensen te helpen de schaamte te doorbreken. “Maar dat komt omdat je dus die punten, zeg maar, die punten zijn bijvoorbeeld met een nieuwe telefoon en mijn kind is zestien, ja, dan snap je wel, dat heb je vaker nodig toch? Dat is nu eenmaal niet anders, maar dan kan ik het hele jaar verder niks meer voor hem doen. Dus dan is het handig als je… of je doet er iets voor, weet ik veel dat je verplicht vrijwilligerswerk moet doen of zo. Weet je wel dat je dat je ‘voor wat hoort wat’, dan doe ik ook mee, met de Meedoenregeling.” -
Onderzoeksdeelnemer 17
Op de vraag hoe de gemeente ervoor kan zorgen dat de Meedoenregeling (beter) bekend is bij de mensen die ervoor in aanmerking komen, wordt door alle onderzoeksdeelnemers aangegeven dat er doorlopend geadverteerd moet worden via veel verschillende kanalen, waaronder de gesprekken die door de gemeente en vrijwilligers van verschillende organisaties worden gehouden met minima. Een duidelijk routeboekje of duidelijk (up-to-date) overzicht van alle mogelijke regelingen zou zeer helpend kunnen zijn. “Dan zou ik zeggen: doe toch nog maar folders want heel veel mensen hebben geen computers, hebben geen e-mails of hebben geen mobiele telefoons. En daar zijn er genoeg mensen die ik ken, die dat allemaal niet hebben. -
Onderzoeksdeelnemer 15
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
59/120
“Meer informatie, meer informatie, of misschien-. Heel veel informatie komt op Facebook, een social media, dat hebben heel veel mensen niet. Ik zie dat de gemeente heel veel op socialmedia doet. Maar misschien als mensen die in de woningbouw of de woningbrief sturen of van: “Hey, dit zijn de dingen die je kunt doen." Informatiepakketten, als je als gescheiden vrouw of iemand ja, informatiepakketten doorsturen. Of meer op tv, meer publiciteit doen en op de radio of zo, dat mensen erachter komen.” -
Als
Onderzoeksdeelnemer 5
laatste
stippen
meerdere
onderzoeksdeelnemers
het
onderwerp
schaamte
aan.
De
onderzoeksdeelnemers zijn bereid geweest om openheid van zaken te geven. Sommigen doen dat vanaf het begin van het gebruik van de Meedoenregeling, maar anderen hebben zelf in het verleden ook wel schaamte ervaren. Meerdere gebruikers benoemen schaamte als iets dat ze ook bij andere minima zien. “Maar wel die schaamte waar ik het eerder ook bij mezelf over had om- kijk, weet je, dan gaan alle kinderen leuk Judo-en, maar jouw kind doet het vanuit de Meedoenregeling, weet je? En als jouw kind een nieuw pakje wil hebben, die moet dan speciaal naar de stichting, dit of dat, om dat weer voor mekaar te krijgen.” -
Onderzoeksdeelnemer 8
Een geïnterviewde benoemt dat het fijn is om met een pasje te betalen. “Wat ik ook fijn vind, dat je met een pasje kan betalen en dat niet als je aan de kassa staat en staat iemand achter je die denkt van: Oh maar hij doet mee met de Meedoenregeling, want hij moet anders betalen, met een pasje, iedereen kan zo'n pasje krijgen.” -
Onderzoeksdeelnemer 1
Het is belangrijk dat de gemeente oog heeft voor gevoelens van schaamte en zich inzet voor het doorbreken van schaamte. Daar wordt een oplossing voor aangedragen in de vorm van een eerste gratis aankoop om te ervaren hoe het in zijn werk gaat en ook te ervaren dat er in de winkels of sportcentra niet anders met je wordt omgegaan. “Dat je schroom om dat de eerste keren te doen weghaalt en dat je dan ziet: hey er is eigenlijk niks aan de hand, niemand staat er raar van te kijken.” -
Onderzoeksdeelnemer 8
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
60/120
3.11 Conclusie Onder 11 gebruikers van de Overbetuwse Meedoenregeling is onderzoek gedaan naar (het gebruik van) de Meedoenregeling. Na een analyse van de interviews is gebleken dat de onderzoeksdeelnemers over het algemeen erg blij zijn dat de Meedoenregeling bestaat, maar dat het aanbod van de Meedoenregeling verbeterd kan worden. Dat is in eerste instantie gelegen in de definitie van ‘meedoen’ die gehanteerd wordt. Zo kan het bedrijven van sport als meedoen worden beschouwd, maar is dat in de ogen van de onderzoeksdeelnemers niet per definitie het geval. Sociale contacten of een lekker broodje kunnen eten, kan ook meedoen zijn. De meeste onderzoeksdeelnemers zijn door hun sociale netwerk op de Meedoenregeling gewezen, een factor die ook bij de minimaregelingen in het algemeen een rol speelt, maar ook zijn een aantal onderzoeksdeelnemers door de gemeente op de Meedoenregeling gewezen. Dikwijls pas in een relatief laat stadium. De aanmeldprocedure wordt over het algemeen als eenvoudig ervaren. Voor zover dat niet het geval was, lag dat vaak aan persoonlijke omstandigheden. Het gebruik van de regeling vergt wel de nodige planning, onder andere vanwege de verwerkingstijd. Ook de website en de helpdesk daarachter kan gebruiksvriendelijker worden ingericht. De Meedoenregeling voldoet niet altijd aan de behoefte van de onderzoeksdeelnemer.
De regeling wordt veel gebruikt voor kleding. Dat komt mede omdat niet al het aanbod even voordelig is, er voor sport beperkte mogelijkheden zijn/aanbod is of er geen sprake is van een jaarabonnement en men dus moet bijbetalen. Ook wordt genoemd dat het aanbod primair gericht is op Elst. Het effect van de Meedoenregeling is wel dat onderzoeksdeelnemers weer mee kunnen doen in de maatschappij en de onderzoeksdeelnemers zouden nog meer mee willen doen. Daarvoor mag het aanbod voor tieners en volwassenen echter uitgebreid worden, ook met niet-sportgerelateerd aanbod en breder aanbod dan voornamelijk lokaal. Ook wordt benoemd dat het aantal punten iets hoger zou mogen zijn. Over het algemeen wordt de Meedoenregeling wel goed beoordeeld.
SAMEN NAAR EEN STERKER ARMOEDEBELEID
61/120
4
RESULTATEN FOCUSGROEPINTERVIEW
In de voorgaande hoofdstukken zijn wij ingegaan op de semigestructureerde diepte-interviews die gehouden zijn met inwoners uit Overbetuwe over de minimaregelingen in het algemeen en de Meedoenregeling in het bijzonder. In dit hoofdstuk gaan we in op (de resultaten van) het focusgroepinterview. Tijdens dat focusgroepinterview zijn beleidsmakers en medewerkers vanuit de uitvoering aan de hand van vooraf geformuleerde stellingen over de minimaregelingen en het gemeentelijk beleid, met elkaar in gesprek gegaan onder begeleiding een gespreksleider. Op die manier is ook het gemeentelijke perspectief geborgd binnen dit onderzoek.