25-10-07.09 Relevant stuk 9. Ruimtelijke motivering
Tekst van het document
09-07-2025
Ontwikkeling woonwagenstandplaats locatie Platenmakersstraat, Elst / Ruimtelijke motivering ten behoeve van buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)
Sweco
De Holle Bilt 22
Sweco Nederland B.V.
T +31 (0) 88 811 6600
NL 3732 HM De Bilt
Handelsregister 30129769
www.sweco.nl
Netherlands
Statutair gevestigd te De Bilt
Documentreferentie NL25-648800269-139379
Versie: D01 Auteur: Reinier Goedemondt Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe Klant: Gemeente Overbetuwe Projectleider: Koen de Weert
1/31
1
Inleiding
09-07-2025 Versie D01
Voor u ligt de ruimtelijke motivering ten behoeve van de buitenplanse omgevingsplanactivitiet (BOPA) waarin wordt toegelicht dat het voorliggende initiatief voldoet aan een evenwichtig toedeling van functies aan locaties. Het betreft hier de aanleg van vier woonwagenstandplaatsen met bijbehorende infrastructuur aan de Platenmakersstraat in Elst. In de planvorming is rekening gehouden met een eventuele toekomstige uitbreiding naar maximaal acht standplaatsen. In deze motivering BOPA worden de relevante gegevens en de impact op de omgeving uiteengezet.
1.1
Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Aanleiding en doel
Gemeente Overbetuwe is voornemens om 4 woonwagenstandplaatsen te realiseren aan de Platenmakersstraat in Elst. De gemeente zal de inrichting van het projectgebied voorzien en vervolgens zal een woningcorporatie de woonwagens plaatsen en verhuren. Deze ontwikkeling is strijdig met het geldende omgevingsplan. Om het project mogelijk te kunnen maken, is een omgevingsvergunning nodig voor een omgevingsplanactiviteit (art 5.1 lid 1 sub a Ow). Omdat de ontwikkeling strijdig is met het omgevingsplan, gaat het om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het doel van deze ruimtelijke motivering is om aan te tonen dat de realisatie van vier standplaatsen, inclusief vier woonwagens en bijbehorende infrastructuur, voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (hierna: ETFAL), waarbij de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) in acht worden genomen. Op basis van deze motivering kan de benodigde omgevingsvergunning verleend worden, waarmee het project gerealiseerd kan worden.
1.2
Leeswijzer
In dit inleidende hoofdstuk zijn de aanleiding en het doel van het project uiteengezet. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie, de toekomstige situatie, het vigerend omgevingsplan en de strijdigheid ten opzichte van dit vigerend omgevingsplan. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 staat vervolgens stil bij de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 gaat in op de uitvoerbaarheid van het project. De benodigde milieu- en omgevingsaspectenonderzoeken zijn bijgevoegd in de bijlagen.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
2/31
2
Huidige situatie en nieuwe situatie
09-07-2025 Versie D01
2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling omschreven. Hierbij wordt allereerst ingegaan op de bestaande situatie en vervolgens op de toekomstige situatie en het vigerend omgevingsplan.
2.2
Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Huidige situatie
De locatie van voorliggende ontwikkeling bevindt zich in gemeente Overbetuwe aan de Platenmakersstraat in Elst. Kadastraal bekend onder sectie I, nummer 3951. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 2-1.
Figuur 2-1: Ligging van het plangebied (rood omlijnd)
De omgevingsdienst namens de gemeente is Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). Gemeente Overbetuwe is gelegen in provincie Gelderland. In het midden van het perceel bevinden zich momenteel volkstuinen. Deze blijven in de nieuwe situatie gehandhaafd. De overige gedeelten van het perceel worden momenteel verhuurd door de gemeente aan drie verschillende huurders. Deze stukken typeren zich als weide waarin paarden en ander vee rondloopt, zie Figuur 2-2 & Figuur 2-3 voor een visuele impressie van de huidige situatie.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
3/31
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Figuur 2-3: Visuele impressie huidige situatie (1)
Figuur 2-2: Visuele impressie huidige situatie (2)
Toekomstige situatie Voorliggende ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 4 woonwagenstandplaatsen in Elst op de locatie aan de Platenmakersstraat. Er is in de planvorming rekening gehouden met een mogelijke uitbreiding naar 8 standplaatsen in de toekomst. In Figuur 2-3 is de toekomstige situatie weergegeven waarin de 8 woonwagenstandplaatsen ingetekend zijn op locatie. De gemeente is voornemens om deze ontwikkeling gefaseerd te laten plaatsvinden, waarbij in fase 1 de 4 woonwagenstandplaatsen aan de westkant van het plangebied gerealiseerd worden en mogelijk later in fase 2 de overige 4 woonwagenstandplaatsen in het oosten van het plangebied worden gerealiseerd, zie Figuur 2-4 voor de fasering.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
4/31
Deze ruimtelijke motivering is enkel bedoeld voor de aanleg van fase 1. Dit houdt in dat voor deze ruimtelijke motivering enkel fase 1 en de 4 meest westelijke woonwagens in deze ruimtelijke onderbouwing beschouwd worden.
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Figuur 2-5: Toekomstige situatie ontwikkeling woonwagenstandplaatsen Platenmakersstraat te Elst
Figuur 2-4: Fasering ontwikkeling woonwagenstandplaatsen
Naast het realiseren van 4 woonwagenstandplaatsen, wordt in het plangebied ook het volgende gerealiseerd:
ondergrondse kabels en leidingen; rijbanen; kandschappelijke inpassing, zoals het aanplanten van bomen, onverharde voetpaden en aanleggen waterhuishouding.
De landelijk kaders voor woonwagenstandplaatsen waaraan voorliggende ontwikkeling voldoet, zijn de volgende:
minimumeisen in het kader van brandveiligheid en qua kosten; grootte standplaats = 11 x 22 meter = 242 m2; grootte bouwvlak = woonwagen, inclusief overstekken = 6 x 16 meter = 96 m2; effectief woonwagen = 5 x 15 = 75 m2 (zonder overstekken meegerekend); berging = 3 x 4 meter = 12 m2; ruimte voor eigen opstallen (gearceerd) = 3 x 7 meter = 21 m2; tuin = links 1,5 meter // rechts 3,5 meter = 5 meter tussen elke woonwagen.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
5/31
2.3
Vigerend omgevingsplan
09-07-2025
Voor de gronden binnen het plangebied vigeert het omgevingsplan gemeente Overbetuwe. Het volgende bestemmingsplan is van rechtswege van toepassing. Bestemmingsplan Buitengebied Overbetuwe
Status Vastgesteld 30-04-2014 – Deels onherroepelijk in werking
Bestemming plangebied Agrarisch Waarde – Archeologie verwachting 2
Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
De ontwikkeling valt enkel binnen de functie Agrarisch en de nevenfunctie Waarde – Archeologie 2 zie Figuur 2-5.
Figuur 2-5, Bestemmingsplan van rechtswege 'Buitegebied Overbetuwe'
De voor ‘agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf, met dien verstande dat nietgrondgebonden agrarische bedrijven niet zijn toegestaan, met uitzondering van: 1. de intensieve veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'; 2. de glastuinbouwbedrijven ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw'; 3. de overige bestaande niet-grondgebonden agrarische bedrijven; b. het houden van dieren uitsluitend op de begane grondvloer; c. hobbymatig agrarisch grondgebruik; d. de bestaande bedrijfswoning(en), waarbij inwoning is toegestaan in de bedrijfswoningen, met dien verstande dat: 1. waar dat is aangeduid een bedrijfswoning alleen is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; 2. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; e. nevenactiviteiten, met dien verstande dat: 1. uitsluitend nevenactiviteiten zijn toegestaan zoals opgenomen in bijlage X, 'Lijst van nevenactiviteiten' met inachtneming van de gebiedsaanduidingen, zoals opgenomen in die bijlage; 2. maximaal 25% met een absoluut maximum van 350 m2 van de bestaande bebouwing mag worden gebruikt; 3. er geen detailhandel anders dan de verkoop van lokaal of streekeigen geproduceerde agrarische producten mag plaatsvinden;
Documentreferentie NL25-648800269-139379
6/31
4. parkeren op eigen erf dient plaats te vinden; 5. buitenopslag niet is toegestaan; f. de bestaande paardenbakken binnen het bouwvlak of direct aansluitend aan het bouwvlak; g. de bestaande (verblijfs)recreatieve voorzieningen; h. teeltondersteunende voorzieningen; i. extensieve dagrecreatie met bijbehorende wegen en paden; j. parkeerterrein ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; k. een zend-/ontvangstinstallatie ter plaatse van de aanduiding 'zend-/ ontvangstinstallatie'; l. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; m. de bestaande nutsvoorzieningen; n. evenementen als medegebruik gedurende maximaal 7 aaneengesloten dagen, inclusief opbouw en afbraak van bijbehorende voorzieningen; o. proefboerderij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - proefboerderij'; p. zorgboerderij ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij'.
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
De voor ‘Waarde - Archeologische verwachting 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen (artikel 3 tot en met 29), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische resten in de bodem.
Relatie met de ontwikkeling Voorliggende ontwikkeling is strijdig met de bestemming ‘agrarisch’ en daarom dient af te worden geweken van het vigerend omgevingsplan. Hiervoor wordt voorliggende motivering BOPA gebruikt.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
7/31
3
Beleidskader
09-07-2025 Versie D01
3.1
Algemeen
Voor een goede ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) is het belangrijk om het eerder vastgestelde ruimtelijk beleid van de overheid na te gaan. In dit hoofdstuk wordt getoetst of de voorgenomen ontwikkeling binnen het ruimtelijk beleid van de verschillende overheidslagen past.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie
Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van onze leefomgeving. Hiermee wil het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes het Rijk maakt en welke richting het Rijk meegeeft aan decentrale keuzes. Deze keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt worden.
Nationale belangen Nationale belangen zijn de inhoudelijke belangen bij de fysieke leefomgeving, waarbij het Rijk een rol voor zichzelf ziet en waarvoor het kabinet in politieke zin aanspreekbaar is. De behartiging van de nationale belangen en de realisatie van de daaruit voortvloeiende beleidsdoelen en opgaven gebeuren niet alleen door het Rijk. Veel belangen zijn gedeeld, veel verantwoordelijkheden sluiten op elkaar aan. Dat betekent, dat het Rijk moet afstemmen met gemeenten, waterschappen en provincies en andere belanghebbenden. Er zijn in totaal 21 nationale belangen waar de NOVI zich op richt: 1. bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. beperken van klimaatverandering; 11.
realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie;
Documentreferentie NL25-648800269-139379
8/31
14. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. ontwikkelen van een duurzame visserij.
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Betekenis voor dit project De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de NOVI. In nationaal belang 5 wordt beschreven dat de woningvoorraad aan dient te sluiten op de woningbehoefte, voorliggende ontwikkeling sluit hierop aan. De NOVI vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
3.2.2
Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid
In 2018 heeft de Rijksoverheid mede naar aanleiding van een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, een beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid ontwikkeld dat in lijn is met het mensrechtelijke kader voor de culturele identiteit van Roma, Sinti en woonwagenbewoners. Het beleidskader geeft in veel gemeenten aanleiding tot een herijking van het woonwagen- en standplaatsenbeleid. Concreet geeft dit beleidskader het volgende aan:
de gemeente stelt het beleid voor woonwagens en standplaatsen vast als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid; het beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners; de behoefte aan standplaatsen moet in kaart worden gebracht; corporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners, voor zover deze tot de doelgroep behoren; de afbouw van standplaatsen is niet toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) zo lang er behoefte is aan standplaatsen; een woningzoekende Roma, Sinti of woonwagenbewoner die dit wenst, moet binnen redelijke termijn kans maken op een standplaats.
Betekenis voor dit project Dit project voorziet in woonruimte voor de doelgroep woonwagenbewoners. Met dit project vindt er uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen in Overbetuwe plaats. Bovendien zijn woonwagenbewoners betrokken in het participatieproces om te borgen dat het project ook daadwerkelijk aansluit bij het leven van de woonwagenbewoners.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
9/31
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
09-07-2025 Versie D01
De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland schetst de toekomst van de provincie met als kernwaarden: gezondheid, veiligheid, duurzaamheid en welvaart. Gelderland wil een provincie blijven waar natuur en stedelijke ontwikkeling in balans zijn en waar de leefomgeving optimaal wordt ingericht voor inwoners, bedrijven en bezoekers.
Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Om dit te realiseren, richt de visie zich op zeven belangrijke ambities: 1. Energietransitie – Versnelling van de overgang naar duurzame energiebronnen, zoals wind, zon en waterstof, met als doel klimaatneutraliteit in 2050. 2. Klimaatadaptatie – Weerbaarheid tegen klimaatverandering door waterbeheer, vergroening van steden en maatregelen tegen droogte en overstromingen. 3. Circulaire economie – Verminderen van afval en stimuleren van hergebruik, met als doel Gelderland als eerste afvalloze provincie van Nederland. 4. Biodiversiteit – Bescherming en versterking van natuur en landschap, inclusief natuurinclusieve landbouw en behoud van groene gebieden. 5. Bereikbaarheid – Duurzame mobiliteit met betere OV-verbindingen, fietsstimuleringsprogramma’s en slimme logistieke oplossingen. 6. Vestigingsklimaat – Stimuleren van een sterke economie door innovatie, kennisontwikkeling en een aantrekkelijke woon- en werkomgeving. 7. Woon- en leefomgeving – Aandacht voor voldoende, duurzame en diverse woonmogelijkheden binnen de bestaande stedelijke structuur. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland en werkt hiervoor samen met gemeenten, bedrijven en inwoners. Daarbij hanteert Gelderland vier leidende principes: Doen, Laten, Zelf en Samen, waarmee initiatieven en beleidskeuzes worden afgewogen.
Betekenis voor dit project De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. In ambitie 7 wordt ingegaan op de woon- en leefomgeving. Hierin wordt beschreven dat er aandacht is voor de woonbehoefte van alle Gelderlanders ook voor specifieke doelgroepen. Dit sluit ook aan bij de behoefte om woonwagenstandplaatsen te ontwikkelen. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Overbetuwe 2040
De Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 vormt een integrale en toekomstgerichte koers voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in gemeente Overbetuwe. De visie is opgesteld in samenwerking met inwoners, bedrijven en organisaties en biedt richting aan ruimtelijke en maatschappelijke opgaven tot 2040. De visie bouwt voort op drie kernprincipes: identiteit, samenspel en ontwikkeling. Identiteit wordt gevormd door het karakteristieke Betuwse rivierenlandschap en de samenhang tussen de elf kernen.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
10/31
Samenspel benadrukt de samenwerking tussen gemeente, inwoners en ondernemers, waarbij de gemeente een faciliterende rol vervult. Ontwikkeling richt zich op het creëren van een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving. Binnen de visie zijn zes thematische opgaven geformuleerd: 1. Vitaal buitengebied in beweging – Ruimte voor agrarisch gebruik, recreatie en natuurbehoud met aandacht voor differentiatie tussen deelgebieden. 2. Innovatieruimte voor ondernemerschap – Flexibele bedrijfslocaties en ondersteuning van economische ontwikkeling, onder andere in de logistieke sector. 3. Samen werken aan energietransitie – Stimulering van energiebesparing en duurzame opwekking van energie, onder andere via clustering in energiezones. 4. Gevarieerde dorpse woonomgeving – Streven naar een compact en divers woningaanbod met behoud van de dorpse identiteit en klimaatbestendige inrichting. 5. Netwerk verbonden met samenleving – Verbetering van duurzame mobiliteit, verkeersveiligheid en digitale infrastructuur. 6. Voorzieningen geclusterd – Concentratie van detailhandel en maatschappelijke voorzieningen, passend bij de schaal en functie van de verschillende dorpskernen.
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
De Omgevingsvisie biedt ruimte voor maatwerk en stimuleert initiatieven die bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving.
Betekenis voor dit project De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040. In thematische opgave 4 wordt ingegaan op de gevarieerde dorpse woonomgeving, waarin deze ontwikkeling past. De Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
3.4.2
Gemeentelijk woonbeleid
Gemeente Overbetuwe stelde op 15 februari 2022 de Woonagenda 2025 vast. Hierin is bepaald dat de gemeente op korte termijn vier extra standplaatsen in Elst gaat realiseren en twee in het westelijke deel van de gemeente. Uit het in 2019 uitgevoerde behoefteonderzoek blijkt namelijk dat er op korte termijn behoefte is aan vijf tot zes extra standplaatsen. Op de middellange termijn (2 tot 5 jaar) zou er mogelijk nog extra behoefte zijn aan uitbreiding van het aantal standplaatsen. De gemeenteraad stelde eerder ook al het toewijzingsbeleid voor woonwagenstandplaatsen vast. Dit toewijzingsbeleid houdt rekening met de familiebanden van woonwagenbewoners, tevens zijn woonwagenbewoners betrokken bij het opstellen van dit toewijzingsbeleid.
Betekenis voor dit project Dit project voorziet in de extra uitbreidingsbehoefte van vier woonwagenstandplaatsen in Elst. Bovendien is er bij het ontwerp rekening gehouden met eventuele toekomstige uitbreidingsmogelijkheden naar maximaal acht standplaatsen. De te realiseren woonwagenstandplaatsen worden conform het toewijzingsbeleid toegewezen aan de woonwagenbewoners.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
11/31
4
Milieu- en omgevingsaspecten
09-07-2025 Versie D01
De gevolgen voor de milieu- en omgevingsaspecten vormen een belangrijke afweging bij het al dan niet toelaten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, die (deels) in strijd zijn met het omgevingsplan. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling beschreven aan de hand van diverse milieu- en omgevingsaspecten.
4.1
Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Stikstofdepositie
Kader Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan alleen worden vastgesteld als het plan geen significant effect heeft op de Natura 2000-gebieden ten opzichte van de feitelijke en planologisch legale situatie. Dit is het geval, indien uit de AERIUS-berekeningen blijkt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie (kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol N/ha/jaar). Indien uit de berekening blijkt dat er sprake is van een toename aan stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar) op de reeds overbelaste habitattypen, is net als bij de projecten meestal een passende beoordeling nodig en tenminste een voortoets. Als uit de passende beoordeling (of voortoets) blijkt dat significante gevolgen zijn uitgesloten of als de ADC-toets met succes is doorlopen, kan de ontwikkeling worden toegelaten. Stikstofdepositie staat dan niet in de weg aan de uitvoerbaarheid van het plan.
Situatie Om de eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te bepalen, is een stikstofonderzoek uitgevoerd (bijlage 1). In dit onderzoek zijn fase 1 en fase 2 tegelijkertijd beschouwd om eventuele cumulatieve waarden van beide fasen mee te nemen. Dit is een conservatieve en robuuste benadering. Indien alleen fase 1 beschouwd zou worden, bedraagt de stikstofdepositie nog minder. Uit dit onderzoek met conservatieve benadering waarbij fase 1 en 2 tegelijk zijn beschouwd, blijkt dat zowel in de realisatiefase als in de gebruiksfase de toename in stikstofdepositie niet meer bedraagt dan 0,00 mol N/ha/jaar. Negatieve effecten in de stikstofgevoelige habitattypen en/of in stikstofgevoelige leefgebieden zijn uitgesloten.
Betekenis voor dit project Het aspect stikstofdepositie voldoet aan de ETFAL en vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de voorliggende ontwikkeling.
4.2
Water
Kader Op grond van de Omgevingswet moet rekening worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen, ook wel de weging van het waterbelang genoemd. Het doel van de weging van het waterbelang is het waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle relevante plannen en besluiten. Door middel van de weging van het waterbelang wordt in een vroeg stadium aandacht besteed aan het wateraspect.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
12/31
Situatie
09-07-2025
Om de waterhuishouding van de ontwikkeling te waarborgen, is er een weging van het waterbelang uitgevoerd (bijlage 2). Uit de weging van het waterbelang komen een aantal zaken naar voren waarmee rekening gehouden dient te worden.
Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Zo dient er onder andere 436 m3 waterberging gecompenseerd te worden in de vorm van oppervlaktewater. Op dit moment is er nog geen definitief besluit genomen over de wijze waarop het water gecompenseerd zal worden. De oplossing waarbij water wordt gecompenseerd door middel van verbreding van de secundaire watergang grenzend aan de zuidelijke kant van het projectgebied, heeft de voorkeur. Tevens dient het hemelwater dat op de standplaatsen valt, te worden opgevangen en verzameld voordat het wordt geloosd op het oppervlaktewater. Verder dienen de woonwagens op de bestaande riolering te worden aangesloten, waarbij de riolering onder de toekomstige rijbanen wordt geplaatst. Daarnaast wordt geadviseerd om het bouwpeil met circa 10 cm te verhogen vanwege de relatief hoge waterstanden. Als laatste dient er een duikerconstructie te worden gerealiseerd om de oostelijke rijbaan die de secundaire watergang kruis,t mogelijk te maken.
Betekenis voor dit project Wanneer er aan bovenstaande mitigerende maatregelen voldaan wordt, voldoet het aspect water aan de ETFAL en vormt het daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de voorliggende ontwikkeling.
4.3
Bodem
Kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzame gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang:
beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigingen en aantastingen; evenwichtige toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteit van de bodem; duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen.
Situatie Voor de voorliggende ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek (bijlage 3) en een milieuhygiënisch vooronderzoek (bijlage 4) uitgevoerd. Hieruit blijkt dat wanneer er werkzaamheden uitgevoerd moeten worden ter plaatse boring O13, er een asbestonderzoek moet plaatsvinden.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
13/31
Verder blijkt dat vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen beperkingen hoeven worden gesteld voor de voorliggende ontwikkeling. Wel geldt er voor de geplande graafwerkzaamheden een informatieplicht.
Betekenis voor dit project Het aspect bodem voldoet aan de ETFAL en vormt het daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de voorliggende ontwikkeling.
4.4
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Geluid
Kader In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is voorgeschreven dat een omgevingsplan dat een nieuw geluidsgevoelig gebouw toelaat, erin voorziet dat het geluid vanwege het wegverkeer op dat gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde, zoals bedoeld in Tabel 4-1. Een omgevingsplan dat een nieuw geluidsgevoelig gebouw toelaat, kan erin voorzien dat het geluid op dat gebouw hoger is dan de standaardwaarde als:
geen geluidsbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen; de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidsbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; het geluid op geluidsgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde, zoals bedoeld in Tabel 4-1.
Geluidabeperkende maatregelen worden in aanmerking genomen als deze financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. Tabel 4-1: Standaardwaarden en grenswaarden Bkl wegverkeer Geluidbronsoort Standaardwaarde Grenswaarde Gemeentewegen 53 dB 70 dB
Indien een geluidsbelasting hoger dan de standaardwaarde wordt toegestaan, wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidsluwe gevel betrokken en wordt de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid beoordeeld. N.B.: voor woonwagens geldt als toetsingslocatie niet de gevel van de woonwagen, maar de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonwagen. Formeel zijn de bepalingen met betrekking tot geluid uit het Bkl niet van toepassing op wegen met een verkeersintensiteit van minder dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal. Vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn de geluidsbelastingen evenwel wel inzichtelijk gemaakt en beoordeeld aan de hand van de standaard- en grenswaarden conform het Bkl.
Situatie Voor de voorliggende ontwikkeling is een onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (Bijlage 5). Hieruit blijkt dat er vanwege verkeer over de Hollanderbroeksestraat en Platenmakersstraat ter plaatse van de woonwagens sprake is van een geluidsbelasting tot 49 dB.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
14/31
Dit is lager dan de standaardwaarde van 53 dB voor gemeentewegen op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
09-07-2025 Versie D01
Geconcludeerd kan worden dat de optredende geluidsbelasting in voorliggend plan als acceptabel kan worden gekwalificeerd. Er is, voor wat betreft geluid, sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Betekenis voor dit project Het aspect milieuzonering voldoet aan de ETFAL en vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de voorliggende ontwikkeling.
4.5
Ecologie
Kader Soortenbescherming Soortenbescherming is geregeld in de Omgevingswet. De beschermde soorten in Nederland zijn in te delen in drie categorieën: soorten van de Vogelrichtlijn, soorten van de Habitatrichtlijn en Andere beschermde soorten. Indien een activiteit mogelijk een gevolg heeft voor een in het wild levend dier- of plantensoort, ongeacht de beschermingsstatus, is er sprake van een flora- en faunaactiviteit. Het uitvoeren van schadelijke handelingen bij soorten van de eerste twee categorieën, te weten vangen, doden, verstoren of hun vaste rusten verblijfplaatsen aan te tasten, leidt tot een vergunningsplicht. Het verstoren van soorten uit de derde categorie, is geen schadelijke handeling die leidt tot een vergunningsplicht. Het uitvoeren van schadelijke handelingen bij soorten van de derde categorie, te weten vangen, doden of hun vaste rust- en verblijfplaatsen aan te tasten, leidt wel tot een vergunningsplicht. Soorten uit deze categorie kunnen door het bevoegd gezag onder voorwaarden vrijgesteld worden van een vergunningsplicht bij schadelijke handelingen.
Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden. Deze gebieden zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. In Nederland zijn deze richtlijnen geïmplementeerd in de Wet natuurbescherming. Per gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd voor de soorten waarvoor het gebied een belangrijke functie heeft. Activiteiten in Natura 2000gebieden zijn alleen toegestaan als significant negatieve effecten op de gestelde instandhoudingsdoelstellingen zijn uitgesloten, of als een afweging heeft plaatsgevonden over alternatieven, dwingende redenen van groot openbaar belang en de inzet van compenserende maatregelen. In de passende beoordeling worden de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Daarbij dient ook een eventuele externe werking van een initiatief op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden te worden bepaald. De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn bieden een juridisch kader dat verzekert dat menselijke activiteiten worden ondernomen op een wijze die de integriteit van Natura 2000gebieden niet negatief beïnvloeden.
Gelders Natuurnetwerk / Groene ontwikkelingszone Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is het landelijke netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het NNN bestaat uit afzonderlijke natuurgebieden en uit zones die die deze natuurgebieden met elkaar verbinden.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
15/31
De afweging voor ingrepen in het GNN gaat volgens het ‘ja, mits-principe’. Dat houdt in dat, voor zover een omgevingsplan van toepassing is, een nieuwe activiteit of ontwikkeling toegelaten wordt als uit onderzoek blijkt dat deze geen nadelige gevolgen heeft voor de oppervlakte, samenhang en kwaliteit van het Gelders Natuurnetwerk. Ingrepen met een significant negatieve invloed op de kernkwaliteiten mogen plaatsvinden, mits er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang en er geen alternatieven zijn. Indien bij een ingreep schade wordt aangericht aan een GNN-gebied, dan dient dit in ieder geval gemitigeerd te worden. De resteffecten aan verlies van de kwaliteit en/of het oppervlakte dienen te worden gecompenseerd. In provincie Gelderland is de externe werking van het GNN niet van toepassing. Een toetsing aan het GNN behoeft alleen te worden doorlopen, indien er sprake is van een RO-procedure met betrekking tot nieuwe activiteiten binnen een bestemming van het projectgebied.
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Gemeentelijk beleid Het projectgebied bevind zich binnen gemeente Overbetuwe in het dorp Elst. Deze gemeente heeft een beleid omtrent groenbeheer. Voor dit project zijn er echter geen relevante regelgevingen waarmee rekening gehouden dient te worden.
Situatie Voor de voorliggende ontwikkeling is een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd (bijlage 6). Hieruit blijkt het volgende. Er is een mogelijke toename aan stikstofdepositie, hierdoor is een AERIUSberekening noodzakelijk. Deze is ook uitgevoerd zie paragraaf 4.1. Tevens treedt er voor een aantal soorten een mogelijk effect op. In Tabel 4-2 is een overzicht van deze effecten weergegeven. Tevens is ook aangegeven welk vervolgonderzoek benodigd is en welke preventieve maatregelen genomen moeten worden om de effecten te mitigeren. Tabel 4-2: Overzicht effecten op soorten Soort Effecten
Vleermuizen.
Mogelijk verstoren van verblijfplaatsen van boom-en gebouwbewonende vleermuizen (gewoneen ruige dwergvleermuis, watervleermuis en laatvlieger) en van foerageer- en vliegroutes van vleermuizen (Bal Artikel 11.46 Lid 1b).
Documentreferentie NL25-648800269-139379
Nader veld- en/of effectenonderzoek N.v.t.
Passende preventieve maatregelen Maatregelen moeten worden beschreven in een ecologisch werkprotocol, deze omvatten o.a.: - Er wordt gewerkt buiten nachtelijke uren. - Er wordt geen gebruik gemaakt van nachtelijke verlichting met uitstraling op de omgeving. - Er kan ook met speciale armaturen worden gewerkt of indien mogelijk met ecodynamische verlichting. - Er wordt bij voorkeur gewerkt buiten de kwetsbare periode: van mei tot november.
16/31
Grondgebonden zoogdieren.
Mogelijk doden en/of beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsen/of rustplaatsen van provinciaal vrijgestelde soorten (woel)muizen (Bal Artikel 11.54 Lid 1a, b en d).
N.v.t.
Broedvogels met jaarrond beschermde nesten.
Mogelijk verstoren van nesten en/of rustplaatsen van havik, sperwer, boomvalk, huismus en/of gierzwaluw (Bal Artikel 11.37 Lid 1d).
Broedvogelcontrole noodzakelijk voor aanvang van de werkzaamheden.
Algemene broedvogels.
Mogelijk verstoren van nesten en/of rustplaatsen van algemene broedvogels (Bal Artikel 11.37 Lid 1d).
Broedvogelcontrole noodzakelijk voor aanvang van de werkzaamheden.
Amfibieën.
Mogelijk doden en/of beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van gewone pad, kleine watersalamander, groene en bruine kikker (Artikel 11.54 Bal Lid 1a en b). Mogelijk doden of beschadigen en/of vernielen van vaste voortplantings-en/of rustplaatsen van ringslang (Artikel 11.54 Bal Lid 1a en b). Mogelijk doden of beschadigen en/of vernielen van vaste voortplantings-en/of rustplaatsen van niet beschermde vissoorten, waaronder kleine modderkruiper (Artikel 11.27 Bal).
N.v.t.
Reptielen.
Vissen.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
N.v.t.
N.v.t.
Maatregelen voor algemeen voorkomende (grondgebonden) zoogdieren moeten worden beschreven in een ecologisch werkprotocol, deze omvatten o.a.: - rustig opstarten van de werkzaamheden en één kant op werken; - aanwezige vegetatie in fasen kort af maaien en opslag (maaisel) verwijderen; - het gebied bij voorkeur ongeschikt maken in het voorjaar. Werken buiten broedperiode (ca. maart t/m half juli). Bij werkzaamheden binnen de broedperiode een broedvogelcontrole maximaal 3 dagen voorafgaand aan start van werkzaamheden uitvoeren. Werken buiten broedperiode (ca. maart t/m half juli). Bij werkzaamheden binnen de broedperiode een broedvogelcontrole maximaal 3 dagen voorafgaand aan start van werkzaamheden uitvoeren. Maatregelen moeten worden beschreven in een ecologisch werkprotocol, deze omvatten o.a.: Zie grondgebonden zoogdieren.
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Maatregelen moeten worden beschreven in een ecologisch werkprotocol, deze omvatten o.a.: Zie grondgebonden zoogdieren. Maatregelen opnemen in een ecologisch werkprotocol.
17/31
Ongewervelden.
Rode lijstsoorten.
Mogelijk doden, verstoren en/of beschadigen of vernielen van voortplantings-en/of rustplaatsen van platte schijfhoren (Artikel 11.46 Bal Lid 1a en d). Mogelijk vernielen van nesten, rustplaatsen en/of eieren en/of verstoren van weidevogels (Bal Artikel 11.37 Lid 1b en d). Mogelijk doden van (eieren, larven of poppen van) bruin blauwtje (Artikel 11.27 Bal).
Soortgericht onderzoek naar aanwezigheid van platte schijfhoren.
Indien aanwezig: maatregelen opnemen in een ecologisch werkprotocol.
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
M.b.t. vogels: broedvogelcontrole voorafgaand aan de werkzaamheden. M.b.t. ongewervelden: Controle (in het voorjaar) op aanwezigheid van waardplant en nectarplanten van het bruin blauwtje (of op aanwezigheid van imago’s).
Maatregelen opnemen in een ecologisch werkprotocol.
Betekenis voor dit project Wanneer voldaan wordt aan de mitigerende maatregelen en vervolgonderzoeken, zoals beschreven in Tabel 4-2, voldoet het aspect ecologie aan de ETFAL en vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van voorliggende ontwikkeling.
4.6
Archeologie
Kader Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten, waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is een onderzoek noodzakelijk: het archeologische vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden om hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.
Situatie Voor de voorliggende ontwikkeling is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in de vorm van een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (bijlage 7). Hieruit blijkt dat bij ingrepen in de bodem (deze zijn benodigd voor voorliggende ontwikkeling) archeologische resten worden bedreigd. Daarom is er een archeologisch vervolgonderzoek nodig in de vorm van proefsleuven. Voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek, dient een (door de bevoegde overheid goedgekeurd) Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld waarin de eisen waaraan het onderzoek dient te voldoen, zijn vastgelegd.
Betekenis voor dit project Wanneer voldaan wordt aan bovenstaande beschreven maatregelen voor het uitvoeren van een archeologisch vervolgonderzoek voldoet het aspect archeologie aan de ETFAL en vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de voorliggende ontwikkeling.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
18/31
4.7
Milieuzonering
Kader Indien door middel van een plan of project nieuwe milieugevoelige functies mogelijk worden gemaakt, zoals woningen, moet worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen bedrijven in de directe omgeving van de ontwikkelingslocatie niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkelingen die met een plan mogelijk worden gemaakt.
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Voor wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen functies met een milieuzone en gevoelige functies, is de VNG-publicatie als leidraad voor de milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn in een standaard bedrijvenlijst de richtlijnafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. In de VNG-publicatie zijn voor het bepalen van de richtafstanden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Het betreft 'gemiddeld' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. De richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen 'rustige woonwijk' en 'rustig buitengebied'. Bij het omgevingstype 'gemengd gebied' kan worden uitgegaan van kortere afstanden (verlaging met één afstandsstap, met uitzondering van het aspect 'gevaar'). De richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. De richtafstanden lopen op naarmate sprake is van een bedrijf in een hogere milieucategorie.
Situatie Voor de voorliggende ontwikkeling heeft de ODRA een advies opgesteld op het gebied van milieuzonering en spuitzones ten opzichte van de woningbouwlocaties waaronder deze woonwagenstandplaatsontwikkeling aan de Platenmakersstraat. Hieruit blijkt dat voor de bestemming agrarisch, adres: Hollanderbroeksestraat 13, niet voldaan wordt aan de richtafstanden voor geur, stof en geluid. In dit advies staat dat de minimale richtafstand voor geur 100 m is. Echter betreft deze ontwikkeling een woningbouwontwikkeling buiten de bebouwde kom. Voor woningen buiten de bebouwde kom geldt op basis van het Omgevingsplan gemeente Overbetuwe een minimale afstand van 50 m voor geur. Aan de hand van het ontwerp, zie Figuur 2-5, blijkt dat de afstand tussen de woonwagenstandplaats en Hollanderbroeksestraat 13 meer dan 50 m bedraagt. Dus voldoet het in dit geval aan de richtafstanden voor geur, stof en geluid.
Betekenis voor dit project Het aspect milieuzonering voldoet aan de ETFAL en vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de voorliggende ontwikkeling.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
19/31
4.8
Verkeer en parkeren
Kader
09-07-2025 Versie D01
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn belangrijke beginselen vastgelegd met betrekking tot verkeer en parkeren, met name in artikel 5.15. Deze beginselen richten zich op het waarborgen van de verkeersveiligheid, de bereikbaarheid en het bevorderen van duurzame vervoerswijzen. Bij de ontwikkeling van nieuwe plannen dient er een integrale afweging te worden gemaakt van de verkeers- en parkeereisen, in relatie tot de omgeving.
Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Daarnaast zijn er in afdeling 5.2 van het Bkl specifieke regels opgenomen die betrekking hebben op de impact van verkeersgenererende activiteiten. Dit omvat onder andere de verplichting tot het uitvoeren van verkeers- en parkeereffectrapportages bij grotere ontwikkelingen, waarin de effecten op de verkeerssituatie en de parkeercapaciteit in de directe omgeving geanalyseerd en geadresseerd worden.
Situatie Voorliggende ontwikkeling leidt niet tot een significante verkeerstoename. De ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van vier woonwagens. Hierdoor is er geen sprake van een significante verkeerstoename. Parkeren zal op eigen terrein plaatsvinden. Hierin wordt voorzien in twee parkeerplaatsen per woonwagen. Hierdoor wordt het parkeren op eigen terrein opgelost en zal het aspect parkeren geen belemmering veroorzaken.
Betekenis voor dit project Het aspect verkeer en parkeren voldoet aan de ETFAL en vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de voorliggende ontwikkeling.
4.9
Spuitzone
Kader Er gelden geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en gevoelige functies (woon- en verblijfsfuncties, inclusief tuinen, kampeerterreinen, etc.). Echter geldt het volgende uitganspunt. In bestaande situaties mag de agrariër in principe niet spuiten binnen 50 m van gevoelige functies. Voor de ontwikkeling van nieuwe gevoelige functies (inclusief tuinen) moet worden uitgegaan van hetgeen planologisch maximaal mogelijk is op het nabijgelegen agrarische perceel waarop gewasbeschermingsmiddelen zijn toegelaten. Gevoelige functies mogen niet binnen deze 50 m spuitvrije zone worden ontwikkeld. Als de afstand kleiner is dan 50 m, is altijd een motivering noodzakelijk met een locatiespecifiek onderzoek. Afwijken van deze 50 m wordt mogelijk geacht door de rechter, maar recente jurisprudentie laat zien dat men zelden slaagt met in een goede motivering. Er is op dit moment geen geaccepteerde onderzoeksmethode voorhanden en daarom blijft de 50 m afstand de norm.
Situatie Ten noorden van het projectgebied bevindt zich de bestemming ‘Agrarisch’. De gevoelige functies, in dit geval de woonwagenstandplaatsen, dienen daar dus een minimale afstand van 50 m aan te houden.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
20/31
In Figuur 4-1 is met paars een 50 m buffer aangegeven waarbinnen geen gevoelige objecten geplaatst mogen worden. Zoals op dit figuur te zien is, zijn de gevoelige objecten, in dit geval woonwagen standplaatsen, buiten deze 50 m buffer gelegen. De situatie voldoet dus aan de 50 m spuitvrije zone. Wel moet erop gelet worden dat er geen tuinen gerealiseerd worden binnen de 50 m spuitvrije zone.
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Figuur 4-1: 50 meter afstand ten opzichte van bestemming 'Agrarisch'
Betekenis voor dit project Het aspect spuitzone voldoet aan de ETFAL en vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de voorliggende ontwikkeling.
4.10 Externe veiligheid Kader Voor externe veiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In het Bkl komen de instructieregels voor omgevingsplannen van gemeenten terug. Op basis van artikel 8.0b in dat besluit moeten deze instructieregels ook worden toegepast, in geval van een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Dit betreft onder andere regels over het plaatsgebonden risico, de aandachtsgebieden en het groepsrisico. Uit de bepalingen van de genoemde paragraaf vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico’s ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico’s dienen te worden beoordeeld aan de normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen de planontwikkeling en risicobron, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico.
Situatie Voor de voorliggende ontwikkeling is een externe veiligheidsparagraaf opgesteld door Omgevingsdienst Regio Arnhem. Hieruit blijkt het volgende. Het plaatsgebonden risico van de relevante risicobron vormt geen belemmering voor het voorgenomen initiatief. Daarnaast ligt het plangebied niet binnen een aandachtsgebied externe veiligheid. Dit betekent dat het groepsrisico cf. artikel 5.15 Besluit kwaliteit leefomgeving niet beschouwd hoeft te worden.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
21/31
Daarnaast zijn de mogelijkheden voor bestrijdbaarheid, zelfredzaamheid en geneeskundige hulpverlening voldoende onderzocht. De veiligheidsregio heeft hierover geadviseerd. Het advies van de VGGM op basis van artikel 5.2 Bkl is verwerkt in deze tekst. Gemeente Overbetuwe acht de externe veiligheidsrisico’s ,verbonden aan het initiatief, voldoende laag en aanvaardbaar. Het restrisico wordt geaccepteerd.
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Betekenis voor dit project Het aspect externe veiligheid voldoet aan de ETFAL en vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de voorliggende ontwikkeling.
4.11 MER Kader Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. In de Omgevingswet wordt onderscheid gemaakt in m.e.r. voor plannen (plan-m.e.r.) en m.e.r. voor projecten (project-m.e.r.). In beide gevallen kan er sprake zijn van een milieueffectrapport (MER) of m.e.r.-beoordeling (een procedure waarin moet worden onderzocht of een MER nodig is). In het Omgevingsbesluit (Ob) staat in bijlage V opgesomd welke projecten mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor projecten die onder deze bijlage vallen, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn een milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde ‘m.e.r.-beoordeling'. Pas als is vastgesteld dat belangrijk nadelige gevolgen zijn uitgesloten, geldt voor de activiteit geen m.e.r.-plicht.
Situatie De voorgenomen ontwikkeling valt niet onder een categorie in bijlage V van het omgevingsbesluit. Hierdoor is er geen mer- of mer-beoordelingsplicht geldig voor dit project. Er is dus geen mer of mer-beoordeling uitgevoerd voor deze ontwikkeling.
Betekenis voor dit project Het aspect MER voldoet aan de ETFAL en vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de voorliggende ontwikkeling.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
22/31
5
Uitvoerbaarheid
09-07-2025 Versie D01
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De gemeenteraad heeft in zijn besluit tot keuze van de Platenmakersstraat nadrukkelijk aangegeven dat het terrein ingericht wordt in co-creatie met de betrokkenen. Co-creatie betekent dat de gemeente wil samenwerken met omwonenden, de volkstuinhuurdersvereniging, een vertegenwoordiger van de woningcorporatie en woonwagenbewoners. Voor deze ontwikkeling is een klankbordgroep opgericht, bestaande uit 9 personen.
Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
twee woonwagenbewoners; één bewoner van de Hollanderbroeksestraat; twee bewoners van de Snodenhoeksestraat; twee bewoners van de Platenmakersstraat; één vertegenwoordiger van de volkstuinen; één medewerker van woningcorporatie Vivare.
In totaal zijn er, voor vaststelling van de planvariant door de gemeenteraad, vijf bijeenkomsten geweest met deze klankbordgroep. Tijdens deze bijeenkomsten hebben de verschillende partijen gesproken over verschillende aspecten. In het kader van een co-creatie proces is de agenda van deze bijeenkomsten ook grotendeels bepaald en ingevuld door de verschillende stakeholders om zo alle aspecten die voor de verschillende stakeholders relevant zijn, te behandelen. Aan de hand van deze bijeenkomsten zijn er, rekening houdend met de milieutechnische beperkingen, door de klankbordgroep een aantal varianten gekozen voor het inrichten van het gebied. Deze zijn verwerkt in de ‘eindrapportage klankbordgroep Platenmakersstraat’. Uiteindelijk zijn deze varianten voorgelegd aan het college en de gemeenteraad heeft uiteindelijk op 27 juni 2024 één variant vastgesteld. Dit betreft optie 1 uit de ‘eindrapportage klankbordgroep Platenmakersstraat’. Verder is er op 11 april 2024 nog een informatiebijeenkomst geweest omtrent het project voor allen die geïnteresseerd of betrokken zijn bij deze ontwikkeling. Tijdens deze bijeenkomst hebben vertegenwoordigers van gemeente Overbetuwe toelichting gegeven over de ontwikkeling. Tevens zijn ook de vragen van geïnteresseerden beantwoord. De vragen en antwoorden zijn later ook gepubliceerd op de website van de gemeente.
De klankbordgroep is in mei 2025 betrokken bij het vormgeven van de landschappelijke inpassing van het gebied. Een door de gemeente gevraagde landschapsarchitect heeft de input vanuit de deelnemers van de klankbordgroep uitgewerkt tot een landschappelijk inpassingsplan. De brede stakeholdergroep is vervolgens geïnformeerd over het inpassingsplan.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
De gemeente is de initiatiefnemer van deze ruimtelijke ontwikkeling, bestaande uit de aanleg van vier woonwagenstandplaatsen met bijbehorende infrastructuur aan de Platenmakerstraat en realiseert deze ontwikkeling voor eigen rekening en risico. De gemeente heeft vanuit het investeringsbudget ‘Woonwagens Platenmakerstraat te Elst’ middelen beschikbaar om deze ontwikkeling te realiseren. Daarmee is deze ontwikkeling financieel-economisch uitvoerbaar.
Documentreferentie NL25-648800269-139379
23/31
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Sweco Nederland B.V. Onderwerp
Projectnummer Klant Auteur Datum Versie Documentreferentie
Handelsregister 30129769 Ontwikkelingen woonwagenstandplaats locatie Platenmakersstraat, Elst Ruimtelijke motivering ten behoeve van buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 51024737 Gecontroleerd door Gemeente Overbetuwe Reinier Goedemondt 09-07-2025 Vrijgegeven door D01 NL25-648800269-139379
Documentreferentie NL25-648800269-139379
Pim Verhoef
Koen de Weert
24/31
Bijlage 1 – Stikstof AERIUS
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Documentreferentie NL25-648800269-139379
25/31
Bijlage 2 – Weging Waterbelang
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Documentreferentie NL25-648800269-139379
26/31
Bijlage 3 – Verkennend bodemonderzoek
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Documentreferentie NL25-648800269-139379
27/31
Bijlage 4 – Milieuhygiënisch vooronderzoek
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Documentreferentie NL25-648800269-139379
28/31
Bijlage 5 – Akoestisch onderzoek
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Documentreferentie NL25-648800269-139379
29/31
Bijlage 6 – Verkennend natuuronderzoek
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Documentreferentie NL25-648800269-139379
30/31
Bijlage 7 – Archeologisch vooronderzoek
09-07-2025 Versie D01 Projectnummer: 51024737 Onderwerp: Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Documentreferentie NL25-648800269-139379
31/31