25-10-07.09 Relevant stuk 17. Bijlagenbundel bij overeenkomst met Vivare
Tekst van het document
L AN DSC HAP P E LIJ KE I N RIC H T I NG | P L AT E N MAKE RSST R AAT | E LST
L EG E N DA woonwagenstandplaatsen met woonwagen en bijgebouw | standplaatsen liggen verankerd in een landschappelijk raamwerk met landschapselementen (o.a. struweelà hagen, knotwilgen, boomgaarden en weides)
SC HAA L 1:10 00 | 03.07. 2 02 5
S N
aan de voorzijde van de woonwagens is ruimte voor 2 langsparkeervakken per woning | parkeerplaatsen bij voorkeur uitgevoerd in grasbetonstenen
O D
E N
nieuwe ontsluiting / rijbaan geeft toegang tot de standplaatsen | betonstraatsteen | rekening houden met ‘monumentale’ wilg ter hoogte van Platenmakersstraat-Rädecà kerstraat
H
O
E K
S E
S T
R A
A T
de zijkanten van de kavels zijn deels voorzien van een streekeigen knip- en scheerheg aan de voorzijde is de heg max. 1.20 m hoog | vanaf 3.00 m achter de voorgevel mag de heg hoger i.v.m. privacy (ca. 2.00 m) | voorzijde kavel is open of hekwerk toepassen struweelhagen op perceelsgrenzen (noord-zuid gericht) met streekeigen bloem- en besdragende soorten | struweelhagen zorgen voor inpassing standplaatà sen, afwisselend landschap (open-dicht) en creëren zichtlijnen naar open landschap in het landschap zijn twee boomgaarden voorgesteld met historische fruitrassen of sierlijke bloesembomen i.v.m. beheer | eventueel kan men de boomgaard door vrijwilligers laten beheren of verhuren vergelijkbaar als volkstuinen toepassen knotwilgenrij (h.o.h. min. 8 meter) langs wandelpaden (oost-west gericht) | samen met struweelhagen worden lijnvormige elementen gecreëerd waarlangs eventueel kleine zoogdieren zich kunnen voortbewegen en foerageren vrijstaande bomen en boomgroepen op of aan de rand van een weide zijn markante herkenningspunten | toe te passen bomen zijn veelal streekeigen, vrucht- en besdragend (vogels), drachtbomen (bij) of voor het klimaat
S
de watergang aan de Platenmakersstraat wordt voorzien van een natuurvriendelijke oever (NVO) | insteek NVO is vanaf openbare weg max. 8.00 m | hierdoor is vanaf één zijde beheer mogelijk | talud NVO 1 : 4 à 6 boven waterpeil | berging ca. 178 m 3
K E
wandelpaden zijn minimaal 2.00 m breed (volgens Leidraad inrichting openbare ruimte) en zijn gemaaide paden | ter hoogte van de watergangen zorgen eenvoudige overbrugging of duiker voor de verbinding
C K E R
ter P e m 47
M A
A A T
R Ä D E
B
E N L A T
T R R S S
een netwerk van wandelpaden geven toegang tot het landschap (plangebied) en maken een lokaal ommetje mogelijk | wandelpaden sluiten aan op wandelpadenstrucà tuur buitengebied (Snodenhoeksestraat)
S T R A
H O L L A
A T
de wandelpaden zijn aan beide zijde voorzien van een brede bloem- en kruidenrijk grasberm | op enkele plekken zijn rustpunten (zitbank) voorgesteld
R O
D E R
E R B
V A N
N D
ten oosten van het plangebied is ruimte voor een ontmoetingsplek en een natuurlijke speelweide met speelaanleidingen (geen traditionele speeltoestellen maar boomstammen of een omgevallen boom) passend bij het agrarische karakter
T
A T
T
M
A A
T R A
R A A
65
E N
T R
N S
E S T
V E E
E K S
A
P
T L A
E A K
S R S
R E I
er met
S S J E R
T R A
bloem- en kruidenrijk grasland (weides) zorgen voor openheid | weides kunnen eventueel verhuurd worden voor hobbymatig beweiding van bv. schapen of pony’s (natuurlijk beheer, geen intensieve bemesting of chemisch bestrijding)
A T
de steenuil komt met name voor in een (halfopen) cultuurlandschap met knotbomen, boomgaarden, erf- en laanbeplanting en vooral extensief beheerde graslanden | in bestaande boom aan de noordzijde is ruimte voor een nestkast voor een steenuil de perceelsgrens aan de west- en oostzijde van de volkstuinen worden voorzien van een natuurlijke bijenhaag met streekeigen soorten | hoogte max. 1.50 m i.v.m. hoogspanningstracé
A
B
NVO 1,0 m lengte 65 m1 Bergingscapaciteit 65 m3 2
+8.60 m +8.10 m
+8.60 m
+8.70 m
+8.60 m
+8.10 m +7.50 m
+7.30 m
beheerstrook 4 m
in verband met diefstal en vandalisme is in overleg met huurders volkstuincomplex gekozen om het wandelpad niet te verbinden met het landschap
NVO 2,4 m2 lengte 47 m1 Bergingscapaciteit 113 m3
NVO ca. 4 m
0 berm
Platenmakersstraat
1:100
hoogtes AHN-viewer
beheerstrook 4 m
NVO ca. 6 m
watergang
berm
Platenmakersstraat
1:100
hoogtes AHN-viewer
10
20
30
40
50 METER
Bijlage 6
Leveren van daadwerkelijk bouwrijpe grond, welke voldoet aan de volgende eisen: 1. Vrij van obstakels tot minimaal twee meter diep; 2. Ontdaan van opstallen en funderingen (m.u.v. bestaande funderingspalen, die zijn afgehakt op 2 meter onder peil), verhardingen, begroeiingen waaronder (stobben van) bomen en struiken; 3. Bouwrijp perceel wordt afgegraven dan wel aangevuld tot op het peil van de onderkant van de bestaande fundering; 4. Bouwperceel bereikbaar vanaf de openbare weg, toegankelijk en voldoende draagkrach g voor zwaar bouwmateriaal en -transport 1. Bijvoorbeeld door een toplaag van minimaal een halve meter schoon zand met daarop 300 mm Repac (granulaat). De kosten hiervan zijn voor de verkoper; 5. Vrij van explosieven; 6. De opgestelde rapportage m.b.t. bodemonderzoek beves gt dat er geen sprake is van bodemontreiniging en dat er geen nader onderzoek naar verontreiniging in de bodem benodigd is: uit het rapport volgt géén belemmering voor de beoogde bouw en het beoogde gebruik; 7. Ontdaan van kabels en leidingen voor zover deze een belemmering vormen voor toekoms ge bebouwing en gebruik.
Planning proces en werkzaamheden woonwagenunits Platenmakersstraat in Elst Id
TaakmodusTaaknaam 1
Duur
Begindatum
Einddatum
Platenmakerstraat inrichting terrein
mei
jun
3de kwartaal jul
aug
38 dagen
maa 21-4-25 woe 11-6-25
3
Maken schetsontwerp
15 dagen
maa 21-4-25 vri 9-5-25
4
beoordelen schetsontwerp
10 dagen
maa 12-5-25 vri 23-5-25
3
beoordelen schetsontwerp
5
maken kostenraming
5 dagen
maa 26-5-25 vri 30-5-25
4
maken kostenraming
6
aanpassen schetsontwerp
5 dagen
maa 2-6-25 vri 6-6-25
5
aanpassen schetsontwerp
7
aanpassen kostenraming
3 dagen
maa 9-6-25 woe 11-6-25 6
aanpassen kostenraming
84 dagen
maa 16-6-25 don 9-10-25
2
Opstellen schetsontwerp van de 4 locaties
Voorafgaande 2de kwartaal taken apr
4de kwartaal okt
sep
nov
1ste kwartaal jan
dec
feb
mrt
2de kwartaal apr
mei
jun
3de kwartaal jul
aug
sep
4de kwartaal okt
nov
dec
Maken schetsontwerp
8 9
Uitwerken SO naar DO
Overleg riool beheer ivm aansluitingen
10
Overleg riool beheer ivm aansluitingen
5 dagen
maa 16-6-25 vri 20-6-25
11
Maken rioolontwerp
14 dagen
maa 23-6-25 don 10-7-25 10
12
Uitwerken terrein inrichting
15 dagen
vri 11-7-25
don 31-7-25 11
13
Controle ontwerp
5 dagen
vri 1-8-25
don 7-8-25
14
Toetsmoment openbare ruimte door beheer10 dagen
vri 8-8-25
don 21-8-25 13
15
Aanpassen ontwerp
10 dagen
vri 22-8-25
don 4-9-25
16
Maken werkomschrijving
10 dagen
vri 5-9-25
don 18-9-25 15
Maken werkomschrijving
17
Opstellen kosten raming
5 dagen
vri 19-9-25
don 25-9-25 16
Opstellen kosten raming
18
Vaststellen ontwerp
10 dagen
vri 26-9-25
don 9-10-25 17
Vaststellen ontwerp
Maken rioolontwerp Uitwerken terrein inrichting Controle ontwerp
12
Aanpassen ontwerp
14
19
104 dagen
don 26-6-25 din 18-11-25
21
Aanleveren raming en SO
1 dag
don 26-6-25 don 26-6-25
22
College besluit
1 dag
din 5-8-25
23
Raadsbesluit
1 dag
din 7-10-25 din 7-10-25
24
Bezwaartermijn BOPA 6wkn na raadsbesluit 6 wkn
20
Bestuurlijk proces
Aanleveren raming en SO College besluit
din 5-8-25
Raadsbesluit Bezwaartermijn BOPA 6wkn na raadsbesluit
woe 8-10-25 din 18-11-25 23
25 26
Bestellen woonwagens
304 dagen
woe 8-10-25 maa 7-12-26 Opdracht woonwagens bestelling
27
Opdracht woonwagens bestelling
1 dag
woe 19-11-25woe 19-11-2524
28
Levertijd woonwagens
52 wkn
don 20-11-25woe 18-11-2627
29
Plaatsen woonwagens
8 dagen
don 26-11-26maa 7-12-26 28BE+5 dagen
Vergunningen en procedures
Levertijd woonwagens
Plaatsen woonw
30
300 dagen
woe 8-10-25 din 1-12-26
32
Aanvragen stroomaansluiting
1 dag
woe 8-10-25 woe 8-10-25 23
33
procedure tijd stroomaansluiting
300 dagen
woe 8-10-25 din 1-12-26 23
34
Aanvragen watervergunning waterschap 1 dag
vri 10-10-25 vri 10-10-25 23BE+2 dagen
35
procedure tijd waterschap
50 dagen
maa 13-10-25vri 19-12-25 34
31
Aanvragen stroomaansluiting
procedure tijd stro Aanvragen watervergunning waterschap procedure tijd waterschap
36
66 dagen
woe 12-11-25woe 11-2-26
38
Opstellen aanbestedingsdocumenten
2 wkn
woe 12-11-25din 25-11-25 24BE-5 dagen
39
Start aanbestdingsprocedure
2 dagen
vri 28-11-25 maa 1-12-25 38BE+2 dagen
40
Calculatie periode inschrijvers
7 wkn
din 2-12-25 maa 19-1-26 39
Calculatie periode inschrijvers
41
Indienen inschrijvingen
1 dag
woe 21-1-26 woe 21-1-26 40BE+1 dag
Indienen inschrijvingen
42
Controleren inschrijvingen
1 wk
don 22-1-26 woe 28-1-26 41
43
Opdracht verstrekken aan laagste inschrijving 2 wkn
don 29-1-26 woe 11-2-26 42
37
Aanbestedingstraject
Opstellen aanbestedingsdocumenten Start aanbestdingsprocedure
Controleren inschrijvingen Opdracht verstrekken aan laagste inschrijving
44
213 dagen
don 12-2-26 maa 7-12-26
46
Voorbereidingstijd aannemer
4 wkn
don 12-2-26 woe 11-3-26 43
47
Uitvoeren grondwerk en riolering aanleg
8 wkn
don 12-3-26 woe 6-5-26 46
48
Aanbrengen verhardingen
3 wkn
don 7-5-26
49
Aanvragen stroom voor verlichting
1 dag
don 12-2-26 don 12-2-26 43
50
Plaatsen lichtmasten
3 dagen
don 28-5-26 maa 1-6-26 48
51
Aanbrengen groenvoorzieningen
4 wkn
maa 2-11-26 vri 27-11-26
52
Opleveren terrein
1 dag
maa 7-12-26 maa 7-12-26 51BE+5 dagen
45
Realisatie van het werk
Project: 250612-Platenmakersst Datum: don 12-6-25
Voorbereidingstijd aannemer Uitvoeren grondwerk en riolering aanleg Aanbrengen verhardingen
woe 27-5-26 47
Aanvragen stroom voor verlichting Plaatsen lichtmasten
Aanbrengen groenv
Opleveren terrein
Taak
Samenvatting
Inactieve mijlpaal
Alleen duur
Alleen begindatum
Externe mijlpaal
Splitsing
Projectsamenvatting
Inactieve samenvatting
Handmatige samenvatting
Alleen einddatum
Deadline
Mijlpaal
Inactieve taken
Handmatig taak
Handmatige samenvatting
Externe taken
Voortgang
versie 1.0 dd 12-06-2025
Voortgang, handmatig
Rapport Projectnummer: 51024737 Referentienummer: NL25-648800269-137561 Datum: 17-06-2024
Verkennend bodemonderzoek Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Definitief
Opdrachtgever: Gemeente Overbetuwe Dorpsstraat 67 6661 EH ELST
1/21
Revisiebeheer Revisie Definitief
Datum
Status D0
Belangrijkste wijzigingen -
2/21
Verantwoording Titel
Verkennend Bodemonderzoek
Subtitel
Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Projectnummer
51024737
Referentienummer
NL25-648800269-137561
Revisie Datum
17-06-2024
Auteur(s)
Mark Tijnagel
E-mailadres
mark.tijnagel@sweco.nl
Gecontroleerd door
Wim van der Horst
Paraaf goedgekeurd
Goedgekeurd door
Jan van Nuenen
Paraaf goedgekeurd
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. voldoet aan verschillende eisen en normen. Een algemeen overzicht hiervan is opgenomen in de laatste bijlage. Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Het onderzoek is derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens, door de SIKB, vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt, indien van toepassing, expliciet vermeld bij welke werkzaamheden is afgeweken van de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen. De consequenties hiervan zijn dan toegelicht.
3/21
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding............................................................................................................................ 6 1.1
Algemeen ................................................................................................................................................ 6
1.2
Aanleiding en doelstelling ....................................................................................................................... 6
1.3
Opbouw van het rapport ......................................................................................................................... 6
Vooronderzoek ................................................................................................................ 7 2.1
Algemeen ................................................................................................................................................ 7
2.2
Locatiegegevens..................................................................................................................................... 7
2.3
Conclusies en advies vooronderzoek ..................................................................................................... 7
2.4
Onderzoekshypothese en -strategie ...................................................................................................... 8
Veldonderzoek ................................................................................................................. 9 3.1
Uitgevoerde veldwerkzaamheden .......................................................................................................... 9
3.2
Visuele beoordeling ................................................................................................................................ 9
3.3
Monstername grondwater ..................................................................................................................... 10
4
Laboratoriumonderzoek ................................................................................................. 12
5
Resultaten ...................................................................................................................... 14 5.1
5.1.1
Toetsingskader bodem ................................................................................................................ 14
5.1.2
Toetsingsresultaten ...................................................................................................................... 15
5.2
Toetsingskader waterbodem........................................................................................................ 17
5.2.2
Toetsingsresultaten ...................................................................................................................... 17
Asbest ................................................................................................................................................... 17
5.3.1
Toetsingskader asbest ................................................................................................................. 17
5.3.2
Toetsingsresultaten ...................................................................................................................... 18
5.4
7
Chemische parameters waterbodem.................................................................................................... 17
5.2.1 5.3
6
Chemische parameters bodem ............................................................................................................ 14
Voorlopige veiligheidsklasse ................................................................................................................ 18
Interpretatie .................................................................................................................... 19 6.1
Actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit ........................................................................................... 19
6.2
Noodzaak tot vervolgonderzoek ........................................................................................................... 20
6.3
Hergebruik ............................................................................................................................................ 20
6.4
Veiligheidsaspecten .............................................................................................................................. 20
Conclusies en advies ..................................................................................................... 21 7.1
Conclusies ............................................................................................................................................ 21
7.2
Advies ................................................................................................................................................... 21
4/21
Bijlage 1 Overzichtskaart Bijlage 2 Kaart onderzoekslocatie Bijlage 3 Vooronderzoek Bijlage 4 Boorprofielen Bijlage 5 Analysecertificaten Bijlage 6 Toetsingstabellen Bijlage 7 Toetsingskader Bijlage 8 Kwaliteitsborging
5/21
1
Inleiding
1.1 Algemeen In opdracht van de gemeente Overbetuwe heeft Sweco Nederland B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Platenmakersstraat te Elst. Voor het verkennend bodemonderzoek is gebruik gemaakt van de volgende onderzoeksnormen: • NEN 5725:2017 nl – bodem – Landbodem – strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. • NEN 5740:2009+A1:2016 nl – Bodem -Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. • NEN 5720: 2023 Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend onderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie. 1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek is het voornemen van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie en/of de Milieubelastende Activiteit (MBA)1 ‘graven in bodem’ ter plaatse van de Platenmakersstraat in Elst (hierna: de onderzoekslocatie/de locatie). Deze MBA wordt uitgevoerd vanwege de realisatie van acht woonwagenstandplaatsen. In het verkennend bodemonderzoek wordt door middel van een steekproef nagegaan of de bodem (grond en/of grondwater) verontreinigende stoffen bevat, in zodanige gehalten dat beperkingen dienen te worden gesteld aan het toekomstig gebruik van de locatie.
Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van eventuele verontreinigingen aan te geven. 1.3 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • de conclusies van het vooronderzoek en de onderzoeksstrategie (hoofdstuk 2); • het veldonderzoek (hoofdstuk 3); • het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 4); • de resultaten van het onderzoek (hoofdstuk 5); • de interpretatie van de resultaten (hoofdstuk 6); • de conclusies en het advies (hoofdstuk 7). De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.
1 Zie hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving van 12-12-2023.
6/21
2
Vooronderzoek
2.1
Algemeen
Voor het vooronderzoek conform de NEN 5725 wordt verwezen naar de rapportage van het bureauonderzoek uit november 2025 (Milieuhygiënisch vooronderzoek – Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe velden bodemonderzoeken, Sweco Nederland B.V., referentienummer: NL25-648800269-137564, d.d. 17-06-2025) (bijlage 3). In dit hoofdstuk zijn de resultaten van het vooronderzoek samengevat door middel van een korte beschrijving van de onderzoekslocatie en de conclusies van het vooronderzoek. Dit hoofdstuk eindigt met de onderzoekshypothese en -strategie. Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens NEN 5725. Voor de waterbodem is het vooronderzoek aangevuld met aspecten uit de NEN5717: 2023 nl. voor klein regionaal oppervlaktewater/groot oppervlaktewater. De bevindingen zijn uitgewerkt in hoofdstuk 2 en bijlage 3. 2.2 Locatiegegevens De onderzoekslocatie aan de Platenmakersstraat is zowel ten westen als ten oosten van het volkstuincomplex in gebruik als grasland. Het volkstuincomplex behoort niet tot de onderzoekslocatie. Het perceel direct ten noorden van de onderzoekslocatie is in gebruik voor akkerbouw (mais, bieten, uiten e.d.). De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. Een kaart van de locatie met de boorlocaties is weergegeven in bijlage 2. In tabel 2-1 zijn de gegevens van de onderzoekslocatie samengevat. Tabel 2-1:
Overzicht locatiegegevens
Adres locatie
Platenmakersstraat te Elst
Kadastrale gegevens locatie
ELS00-I-3951
Eigenaar locatie
Gemeente Overbetuwe
Coördinaten
x: 185758 y: 437492
Oppervlakte locatie (in m²) Huidig gebruik
Perceel west: ca. 65.10 m2 Perceel oost: ca 17.000 m2 Graslanden
Verhardingen
N.V.T.
Toekomstig gebruik
Woonwagenstandplaats
2.3 Conclusies en advies vooronderzoek Uit de informatie die verzameld is, zijn de onderstaande conclusies getrokken over de beïnvloeding van de bodem en de verwachting van de bodemkwaliteit: • Uit kaartmateriaal blijkt dat er ten noorden van de onderzoekslocatie boomgaarden hebben gestaan. Om uit te sluiten dat er verontreinigingen met chloorkoolwaterstof-bestrijdingsmiddelen aanwezig zijn, dienen de grondmonsters op OCB geanalyseerd te worden. • Ten westen van de onderzoekslocatie is een inrit aanwezig. Vorige onderzoeken tonen aan dat hier bijmengingen van puin en sintels zijn aangetroffen. Daarnaast is er een lichte verontreiniging met PAK geconstateerd. Het bodemonderzoek dateert uit 2009 en heeft inmiddels de geldigheidsduur van vijf jaar overschreden. • De verwachte ontgravings- en toepassingsklasse voor zowel de bovengrond als de ondergrond is klasse Landbouw/natuur. • Er zijn geen aanwijzingen voor verontreinigingen in het grondwater, met uitzondering van mogelijk licht verhoogde gehalten aan koper, die voornamelijk van natuurlijke oorsprong zijn of via de landbouw in het grondwater zijn terechtgekomen. • De door Sweco ontwikkelde PFAS-viewer is geraadpleegd. Deze viewer combineert alle openbaar beschikbare gegevens over PFAS-bronnen en bronlocaties in een landelijke risicokaart.
Uit de PFASviewer blijkt dat er mogelijke bronnen van PFAS aanwezig zijn in de directe omgeving. Het is te verwachten dat de PFAS-gehalten niet voldoen aan de achtergrondwaarden zoals vastgesteld in het 'Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie' (versie december 2021).
7/21
• •
• •
•
Het onderzoeksgebied ligt niet binnen een beschermingsgebied of een boringsvrije zone, en er zijn in de nabijheid geen voormalige stortplaatsen aanwezig. Bij ingrepen in de bodem worden archeologische resten bedreigd in verband met het aantreffen van oeverafzettingen welke archeologische waarden verwacht worden. Om aan te tonen of daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig zijn adviseert BAAC voor de aanleg van de woonwagenstandplaatsen een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven. Op de risicokaart van de gemeente Overbetuwe wordt geconcludeerd dat het projectgebied verdacht is op het aantreffen van geschut munitie. Voor dat de boorwerkzaamheden van staart gaan dient detectie plaats te vinden. Op de onderzoekslocatie is eerder nog geen onderzoek uitgevoerd. Binnen een straal van 25 meter is een interventiewaarde voor asbest aangetroffen, maar dit is inmiddels gesaneerd. Het slib uit de aangrenzende waterbodem vertoont lichte verontreiniging met enkele zware metalen, PAK's en minerale olie. Dit slib is echter vrij verspreidbaar op aangrenzende percelen. De ondergrond van de slibbodem was licht verontreinigd met PCB's. Er zijn of waren hbo-tanks binnen 25 meter aanwezig, maar het wordt verwacht dat dit geen invloed heeft gehad op de te onderzoeken gebieden. Overige onderzochte locaties vertonen alleen licht verhoogde gehalten.
De onderzoekslocatie is onderdeel van een klein regionaal oppervlaktewater/groot oppervlaktewater en is beoordeeld als een onbelaste landelijke watergang.
2.4 Onderzoekshypothese en -strategie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek, zijn in tabel 2-3 de hypothese en strategie gedefinieerd. Tabel 2-3
Hypothese en onderzoeksstrategie
Locatie en oppervlakte
Bodemlaag
Verkennend bodemonderzoek Perceel westelijk van 0-2 volkstuincomplex: 6509 m2)
Strategie
Maaiveldinspectie
Aantal boringen
Aantal en soort analyses
tot 0,5 m -mv tot 2 m -mv
met peilbuis5)
Grondmonsters
Grondwatermonsters
VED-HONL
Ja
5
2
2
2 NEN-gr 1) + OCB’s 2) 2 PFAS3)
2 NEN-gw4)
0-2
VED-HONL
Ja
7
3
3
3 NEN-gr + OCB’s 3 PFAS
3 NEN-gw
Inrit (dam)
0-2
VED-HONL
Ja
3 + 1 gat
1 gat doorgeboord
-
2 NEN-gw
Waterbodem
Slib
LN
10 steken
-
-
2 NEN-gr) + OCB’s 2 PFAS 1 NEN-wb
Perceel oostelijk van volkstuicomplex: 17000 m² Aanvullend onderzoek
-
1)
NEN- gr:
2)
OCB:
Chloorkoolwaterstof-bestrijdingsmiddelen.
3)
PFAS:
Poly- en perfluoralkylstoffen. Pakket van 30 stuks. Aantal analyses gebaseerd op strategie VED-HO van de NEN 5740.
4)
NEN-gw:
pH, EC, NTU, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl), vluchtige aromaten
droge stof, lutum, organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PAK (10 van VROM), polychloorbifenylen (PCB, 7 stuks), minerale olie (GC) en organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s).
(benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen) en minerale olie (GC). 5)
met het filter 0,5 tot 1,5 meter beneden de actuele grondwaterspiegel (hierbij is ervan uitgegaan dat de grondwaterspiegel zich binnen 2 m -mv bevindt).
8/21
3
Veldonderzoek
3.1 Uitgevoerde veldwerkzaamheden Op basis van de gehanteerde onderzoeksstrategieën zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd. In tabel 3-1 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden beschreven. Tabel 3-1: Uitgevoerd veldwerk Locatie en oppervlakte
Bodemlaag
Verkennend bodemonderzoek Perceel westelijk van 0-2 volkstuincomplex: 6509 m2) Perceel oostelijk van volkstuincomplex: 17000 m²
Strategie
Maaiveldinspectie
Aantal boringen
Aantal en soort analyses
tot 0,5 m -mv tot 2 m -mv
met peilbuis
Grondmonsters
Grondwatermonsters
VED-HONL
Ja
5
2
2
2 NEN-gr + OCB’s 2 PFAS
2 NEN-gw
0-2
VED-HONL
Ja
7
3
3
3 NEN-gr + OCB’s 3 PFAS
3 NEN-gw
Slib 0-2
LN VED-HONL
Ja
10 steken 3 1 x asbestgat
1x asbestgat doorgeboord
-
1 NEN-wb 1 Abest + NENgr
Aanvullend onderzoek Waterbodem Inrit (dam)
-
Nabij de onderzoekslocatie is aanvullend onderzoek gedaan ter plaatse van de watergang aan de zuidzijde van het oostelijke perceel. Toekomstige werkzaamheden worden uitgevoerd ten behoeve van wegen welke de watergang kruisen. Hiervoor dient de milieuhygiënische kwaliteit bekend te zijn. Daarnaast is de inrit (dam) op het oostelijke perceel onderzocht op het voorkomen van asbest. Ook hier zal een ontsluiting komen ten behoeven van de woonwagens. Het plaatsen van boringen en peilbuizen is uitgevoerd door Sweco Nederland B.V. met certificaatnummer VB-082/8 op 26 maart 2025. De bemonstering van het grondwater en de waterbodem is uitgevoerd door Milieupartner B.V. met certificaatnummer EC-SIK-20304 op 2 mei 2025. Het veldwerk (vanaf acceptatie van de opdracht voor het veldwerk tot en met de overdracht van de veldgegevens, veldwerkrapportage en monsters aan Sweco Nederland B.V.) is verricht onder de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek) en de bijbehorende protocollen 2001, 2002 en 2003 (zie bijlage 8). Het veldwerk is uitgevoerd door persoonlijk gecertificeerde veldwerkers waarvan de naam vermeld is in de verantwoording in bijlage 4. De bemonstering van het grondwater uit de peilbuizen/peilbuis is eveneens uitgevoerd door persoonlijk gecertificeerde monsternemers (zie bijlage 4).
De boringen die beginnen met O behoren tot het oostelijke perceel en de boringen die beginnen met W behoren tot het westelijke perceel. De locaties van de boringen, asbestgaten en peilbuizen zijn weergegeven in bijlage 2. De boorlocaties zijn bepaald aan de hand van de bevindingen van het vooronderzoek, de KLIC-meldingen, de wensen van de perceeleigenaren en het terreingebruik. Bij de uitvoering van het veldwerk zijn geen afwijkingen van de NEN 5740 en NEN 5707 opgetreden. 3.2 Visuele beoordeling Uitvoering Bij het verrichten van boringen is de grond visueel geïnspecteerd op grondsoorten (klei, zand en/of veen), bodemvreemde bijmengingen en afwijkende kenmerken. De opgeboorde en opgegraven grond is bemonsterd per 0,5 m of per te onderscheiden bodemlaag. De boringen zijn beschreven in boorprofielen, weergegeven in bijlage 4.
9/21
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen Bij meerdere boringen zijn zintuiglijke verontreinigingen waargenomen. In tabel 3-2 wordt hiervan een overzicht gegeven. Boringen zonder zintuiglijke verontreinigingen zijn niet opgenomen in tabel 3-2. Tabel 3-2: Boringen met zintuiglijke verontreinigingen Boring
Maximale boordiepte
Diepte
Grondsoort
Zintuiglijke waarnemingen
Slib Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei
(m -mv)
(m -mv) WB01 O01 O02 O03 O04 O05
0,30 0,50 0,50 3,00 0,50 2,00
O09 O10 O11 O13
2,00 0,50 3,40 2,00
0,00 - 0,30 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,65 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,20 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,35
W06 W07 W08
0,50 3,20 2,00
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Klei Klei Klei
Gestaakt op beton resten baksteen, vergraven vergraven resten baksteen, vergraven resten baksteen, vergraven resten baksteen, vergraven laagjes zand, nat laag resten baksteen, vergrave resten baksteen, vergraven resten baksteen, vergraven matig puinhoudend, matig baksteenhoudend, vergraven resten baksteen, vergraven resten baksteen, vergraven resten baksteen, vergraven
0,50 0,50 2,00
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00
Klei Klei Klei Klei
zwak baksteenhoudend, vergraven zwak baksteenhoudend, vergraven zwak baksteenhoudend, vergraven zwak baksteenhoudend, vergraven
Inrit (dam) 3 4 5
Ter plaatse van beide deelgebieden zijn over de gehele oppervlakte bij verschillende boringen resten baksteen aangetroffen in de bovengrond. Verder zijn er bij boring O13 nabij de inrit aan de oostelijke zijde bijmengingen aangetroffen van baksteen en puin. 3.3 Monstername grondwater Uit de geplaatste peilbuizen zijn grondwatermonster genomen. Bij de bemonstering zijn de volgende werkzaamheden verricht: • Het opnemen van de grondwaterstand in de peilbuizen. • Het bepalen van de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid (NTU) van het grondwater. • Het nemen van grondwatermonsters uit de peilbuizen. In tabel 3-3 zijn de resultaten van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 3-3:
Resultaten veldmetingen grondwater
Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwater-stand (m -mv)
O03 O07 O11 W04 W07
2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 3,00 - 4,00 2,20 - 3,20 2,20 - 3,20
1,52 1,52 1,45 1,35 1,35
pH
EC
(-)
(µS/cm)
7,2 7,1 7,0 7,3 7,3
714 916 866 621 842
Troebelheid (NTU)
Belucht
53 85 48 49 51
Nee Nee Nee Nee Nee
10/21
Een eventueel afwijkende zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EC) of troebelheid, (Nephelometric Turbidity Units, NTU) in het grondwater kan een indicator zijn voor de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. Bij een troebelheid >10 NTU moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de concentraties aan relatief zware organische verbindingen beïnvloed zijn door de troebelheid van het water. De in tabel 3-3 weergegeven waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen worden niet als afwijkend beschouwd. Bij de bespreking van de analyseresultaten wordt rekening gehouden met de hoge NTU gemeten in het grondwater van de peilbuizen.
11/21
4
Laboratoriumonderzoek
Op basis van de visuele inspectie zijn monsters geselecteerd voor analyse. De monsterselectie inclusief motivatie is opgenomen in de tabellen 4-2 (grond en waterbodem). De grond-, waterbodem- en grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de standaardpakketten van de NEN 5740 en 5720. In tabel 4-1 wordt de samenstelling van deze pakketten weergegeven. De grond- en waterbodemonsters zijn daarnaast op PFAS-verbindingen geanalyseerd. Dit pakket bestaat uit 30 verschillende poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS)-verbindingen en is voorgeschreven in het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (versie december 2023). De geselecteerde monsters zijn in het laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform de bijbehorende protocollen, vallend onder het accreditatieschema van de AS3000-richtlijn. De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 5. Tabel 4-1: Parameters in standaardpakketten Grond/Waterbodem
Grondwater
• •
•
• •
Bodemkenmerken (organische stof en lutum) Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink) Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 van VROM) Polychloorbifenylen (Som PCB’s)
•
• •
Minerale olie
•
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink) Vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl, 17 stuks: (vinylchloride, 1,1dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis-1,2dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform) Vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen) Minerale olie
Op de certificaten in bijlage 5 is een afwijking op de analyseprotocollen vermeld: • Voor monsters PFAS07 en PFAS09 is voor de analyses van PFBA (perfluorbutaanzuur) aangegeven dat door matrixverstoring de onzekerheid van het resultaat vergroot is. Gezien de gemeten gehalten die ruim onder de voorlopige achtergrondwaarde liggen en gezien de resultaten van de overige PFAS en van de PFAS-analyses van de overige monsters, wordt verwacht dat deze afwijking geen significante invloed heeft op het analyseresultaat. De afwijking wordt daarom als niet kritisch beschouwd. In tabel 4-2 is de monsterselectie weergegeven.
12/21
Tabel 4-2: Monsterselectie Monster Monstertraject (m -mv) O-BG01 0,00 - 0,50
Deelmonsters
Analysepakket
Motivatie
O01, O04, O10, O11
PFAS (30) advieslijst 12 juli, STAP1+OCB PFAS (30) advieslijst 12 juli, STAP1+OCB PFAS (30) advieslijst 12 juli, STAP1+OCB STAP1+OCB
Mengmonster van bovengrond met bijmengingen van baksteen Mengmonster van schone bovengrond
O-BG02
0,00 - 0,50
O02, O06, O08, O12
O-OG01
0,50 - 2,10
O03, O05, O07, O11
W-BG01
0,00 - 0,50
W06, W07, W08
W-BG02
0,00 - 0,50
W01, W02, W05, W09
W-OG02
0,50 - 2,00
W02, W04, W07, W08
WB01
0,00 - 0,40
WB01, WB02, WB03, WB04, WB05, WB06, WB07, WB08, WB09, WB10
Inrit (dam) 3-1
0,00 - 0,50
3
4-MM-1
0,00 - 0,50
4 en 5
PFAS (30) advieslijst 12 juli, STAP1+OCB PFAS (30) advieslijst 12 juli, STAP1+OCB STAPS+OCB
Standaardpakket incl. lu/os Grond Kwantitatief (10-12.5 kg)
Mengmonster van schone ondergrond Mengmonster van bovengrond met bijmengingen van baksteen Mengmonster van schone bovengrond Mengmonster van schone ondergrond Mengmonster waterbodem
Mengmonster bovengrond nabij de inrit Aangetroffen bijmengingen in de inrit bestaande uit puin
13/21
5
Resultaten
5.1 Chemische parameters bodem 5.1.1 Toetsingskader bodem Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Voor graafwerkzaamheden dient vastgesteld te worden of de grond sterk verontreinigd (interventiewaarde) is. Derhalve toetst Sweco conform de toetsingswaarden uit Regeling Bodemkwaliteit. Daarnaast toetsen we ook aan de vml. tussenwaarde. De voormalige tussenwaarde geeft een indicatie (bij mengmonsters) of mogelijk bij uitsplitsing sprake kan zijn van interventiewaarde overschrijding. In de toetsingstabel 5-4 wordt voor de gebruik gemaakt van de ’bodemindex’ (+index). Deze index geeft aan in welke mate er een overschrijding is of niet. Daarbij zijn in de tabel alleen de parameters met een bodemindex >0,5 opgenomen: • 0,5 > Index <= 1 : Toetsing tussen voormalige tussenwaarde en de Interventiewaarde. • index > 1 : Toetsing overschrijdt de interventiewaarde. Om te bepalen of en waar grond kan worden toegepast, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Regeling Bodemkwaliteit 2022, Bijlage B, Kwaliteitseisen voor bodem (grond en baggerspecie). De analyseresultaten in onderhavig rapport zijn indicatief getoetst aan de toetsingswaarden uit deze regeling. De hergebruiksklasse kan definitief bepaald worden middels een partijkeuring. De indeling in klasse is in onderstaande afbeelding weergegeven.
Standaardparameters
Klasse Landbouw/natuur
klasse Wonen
interventiewaarde
(lokale) maximale waarde industrie
(lokale) maximale waarde wonen
achtergrondwaarde
Een nadere toelichting op de toetsingskaders is opgenomen in bijlage 7.
Klasse
Niet
Nooit
Industrie
toepasbaar
toepasbaar
Maximale emissiewaarde
In grootschalige bodemtoepassing
Voor de kritische parameters PFOA, PFOS en overige PFAS-verbindingen wordt om de hergebruiksmogelijkheden te bepalen de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarden van het landelijk ‘Handelingskader PFAS’ d.d. december 2021 (tabel 5-1). De resultaten van de toetsing zijn samengevat in tabel 5-3.
14/21
Tabel 5-1
De handelingsopties PFAS gebaseerd op de landelijke achtergrondwaarden
Categorie
Toepassingswaarde (μg/kg d.s.) (2) (3) (4) (5) (7)
Toepassingssituatie
Op de landbodem 4.1
Grond en baggerspecie toepassen Bodemkwaliteitsklasse
Bodemfunctieklasse
wonen of industrie
wonen of industrie
PFOS = 3 PFOA = 7 Overige PFAS = 3
landbouw/natuur
wonen of industrie
PFOS = 1,4 PFOA = 1,9 Overige PFAS = 1,4
Landbouw/natuur, wonen of industrie
landbouw/natuur
PFOS = 1,4 PFOA = 1,9 Overige PFAS = 1,4
(2) Op de waarden uit deze tabel hoeft geen bodemtypecorrectie te worden toegepast als het gehalte van organische stof minder dan 10% bedraagt. Als het gehalte organisch stof ligt tussen 10-30% dient wel een bodemtypecorrectie uitgevoerd te worden. Als het gehalte organisch stof boven de 30% is aangetoond dient het gehalte organisch stof van 30% gebruikt te worden bij de bodemtypecorrectie. (3) Tenzij een lokale maximale waarde is vastgesteld (zie paragraaf 5). (4) PFOS en PFOA worden getoetst aan de hand van de sommatie van de concentraties lineair en vertakt. Overige PFAS worden getoetst per stof (dus niet gesommeerd). (5) Voor plassen waar nog geen verondieping heeft plaatsgevonden, kan niet van de toepassingswaarde in de tabel worden uitgegaan. In deze gevallen zal de waterbeheerder als bevoegd gezag in overleg met gemeente en provincie een uitvoerige afweging moeten maken of deze verondieping gewenst is en welke voorwaarden hieraan moeten worden gesteld. Hierbij moet op basis van de zorgplichten zelf worden bepaald welke kwaliteit grond en baggerspecie verantwoord kan worden toegepast.
(7) Indien meetgehalten onder de bepalingsgrens liggen, mag de beoordelaar naar analogie van bijlage G, onderdeel IV van de Rbk (Regeling bodemkwaliteit), ervan uitgaan dat de kwaliteit van de grond, grondwater, baggerspecie, bodem, bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam voldoet aan de toepassingswaarden.
5.1.2 Toetsingsresultaten De resultaten van de toetsing ter bepaling van de mate van bodemverontreiniging van de grond en de hergebruiksmogelijkheden op basis van chemische parameters zijn samengevat in tabel 5-2. De resultaten en toetsingen van het grondwater is weergegeven in tabel 5-3. De indicatieve toetsing ten aanzien van de PFAS monsters zijn weergegeven in tabel 5-4. Hierbij is de bodemindex tussen haakjes weergegeven. Tabel 5-2 Monster
Overschrijdingen van de toetsingswaarden grondmonsters
Monstertraj ect (m -mv)
Boringnummers
O-BG01
0,00 - 0,50
O-BG02
0,00 - 0,50
O-OG01
0,50 - 2,10
W-BG01
0,00 - 0,50
O01 (0,00 - 0,50) O04 (0,00 - 0,50) O10 (0,00 - 0,50) O11 (0,00 - 0,50) O02 (0,00 - 0,50) O06 (0,00 - 0,50) O08 (0,00 - 0,50) O12 (0,00 - 0,50) O03 (1,60 - 2,10) O05 (1,20 - 1,70) O07 (0,50 - 0,90) O11 (1,30 - 1,80) W06 (0,00 - 0,50) W07 (0,00 - 0,50) W08 (0,00 - 0,50)
> AW (+index)
> T
> I
Beoordeling toetsing interventiewaarde bodemkwaliteit
Indicatieve kwaliteitsklasse (T.101 toetsing)
(T.130 toetsing) Nikkel (0,12)
-
-
Voldoet aan Interventiewaarde
Klasse landbouw/natuur
Nikkel (0,06) Cadmium (-)
-
-
Voldoet aan Interventiewaarde
Klasse landbouw/natuur
Nikkel (0,17)
-
-
Voldoet aan Interventiewaarde
Klasse landbouw/natuur
Nikkel (0,15) Cadmium (0,01)
-
-
Voldoet aan Interventiewaarde
Klasse landbouw/natuur
15/21
Monster
Monstertraj ect (m -mv)
Boringnummers
W-BG02
0,00 - 0,50
W-OG02
0,50 - 2,00
W01 (0,00 - 0,50) W02 (0,00 - 0,50) W05 (0,00 - 0,50) W09 (0,00 - 0,50) W02 (0,50 - 1,00) W04 (1,00 - 1,30) W07 (1,50 - 2,00) W08 (0,50 - 1,00)
> AW (+index)
> T
> I
Beoordeling toetsing interventiewaarde bodemkwaliteit
Indicatieve kwaliteitsklasse (T.101 toetsing)
(T.130 toetsing) Voldoet aan Interventiewaarde
Klasse landbouw/natuur
-
Voldoet aan Interventiewaarde
Klasse landbouw/natuur
-
Voldoet aan Interventiewaarde
Klasse landbouw/natuur
Nikkel (0,14)
-
-
Kobalt (0,02) Nikkel (0,34)
-
Nikkel (0,09) Cadmium (0,01)
-
Inrit (dam) 3-1
0,00 - 0,50
Tabel 5-3
3 (0,00 - 0,50)
Resultaten toetsing grondwater
Peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m- mv)
< Signaleringswaarde (+index)
> Signaleringswaarde
O03
2,00 - 3,00
1,52
Barium (0,12)
-
O07
2,00 - 3,00
1,52
Barium (0,09)
-
O11
3,00 - 4,00
1,45
Barium (0,17)
-
W04
2,20 - 3,20
1,35
Barium (0,07)
-
W07
2,20 - 3,20
1,35
Barium (0,04)
-
Tabel 5-4
Indicatieve toetsing hergebruiksklasse op basis van PFAS
(Meng)monster
Monstertraject (m -mv)
Boringen
Analysepakket
PFAS verbindingen
Gemeten gehalte (µg/kg ds)
Oordeel:
O-BG01
0,00 - 0,50
O01, O04, O10, O11
PFAS-pakket
0,00 - 0,50
O02, O06, O08, O12
PFAS-pakket
O-OG01
0,50 - 2,10
O03, O05, O07, O11
PFAS-pakket
W-BG02
0,00 - 0,50
PFAS-pakket
W-OG02
0,50 - 2,00
W01, W02, W05, W09 W02, W04, W07, W08
0,6 0,2 <0,1 0,7 0,3 <0,1 0,1 0,1 <0,1 0,7 0,3 <0,1 0,1 0,1 <0,1
landbouw/natuur
O-BG02
PFOA PFOS Overige PFAS PFOA PFOS Overige PFAS PFOA PFOS Overige PFAS PFOA PFOS Overige PFAS PFOA PFOS Overige PFAS
PFAS-pakket
landbouw/natuur
landbouw/natuur
landbouw/natuur
landbouw/natuur
* Overige PFAS-parameters; hoogst gemeten concentratie
16/21
5.2
Chemische parameters waterbodem
5.2.1 Toetsingskader waterbodem Voor de toepassing van grond en bagger geldt het toetsingskader op basis van het Besluit bodemkwaliteit. In de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit zijn normen opgenomen waaraan de kwaliteit van toe te passen grond of bagger of de kwaliteit van de ontvangende bodem kan worden getoetst. De analyseresultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden van de Regeling bodemkwaliteit. Het toetsingsresultaat is weergegeven in bijlage 6 en het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7. In de Regeling bodemkwaliteit worden voor waterbodems (bij toepassen in een oppervlaktewaterlichaam) de volgende toetsingswaarden (toetsing T3) onderscheiden: • Kwaliteitseis L/N: Landbouw/Natuur, het gehalte in onbelaste natuurgebieden en landbouwgronden. Dit betekent dat de waterbodem vrij toepasbaar is (L/N). • KLV: Kwaliteitseis licht verontreinigd, het maximale gehalte, waarbij de bodemkwaliteit in de waterbodem kwaliteitseis licht verontreinigd wordt ingedeeld. • KMV: Kwaliteitseis matig verontreinigd, het maximale gehalte, waarbij de bodemkwaliteit in de kwaliteitseis matig verontreinigd wordt ingedeeld. • >KMV: de maximale waarde kwaliteitseis matig verontreinigd wordt overschreden. Dit betekent dat de waterbodem niet toepasbaar is (klasse NT).
Tevens zijn de monsters getoetst op ‘Toepassen op of in de landbodem’ en op ‘Verspreiden op een aangrenzend perceel’ en ‘Grootschalige bodemtoepassing in oppervlaktewaterlichamen’. De analyseresultaten van de waterbodemmonsters zijn beoordeeld met de volgende Omgevingswet toetsingen: • T101 ‘Kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem’. • T103a ‘Kwaliteit van baggerspecie bij toepassen in een oppervlaktewaterlichaam’. • T.105 ‘Beoordeling kwaliteit van bagger bij verspreiden op een aangrenzend perceel (landbodem)’. • T.106 ‘Beoordeling geschiktheid van baggerspecie bij verspreiden in een zoet oppervlaktewaterlichaam’. 5.2.2 Toetsingsresultaten De toetsingsresultaten van de waterbodem zijn weergegeven in tabel 5-5 en bijlage 6. Tabel 5-5
Toetsingsresultaat waterbodemmonsters voor toepassing op of in de landbodem
Waterbodem
WB01
Monsteromschrijving
> AW (+index)
WB01 (0,00 - 0,30)
Nikkel (0,04)
WB02 (0,00 - 0,30)
Zink (0,13)
WB03 (0,00 - 0,40)
Cadmium (0,01)
WB04 (0,00 - 0,30)
Kwik (-)
WB05 (0,00 - 0,30)
Lood (0,01)
>T
-
>I
-
Toetsing
Toetsing
T101
T103a
klasse
klasse licht
industrie
verontreinigd
Toetsing T105
Toetsing T106
Verspreidbaar
Verspreidbaar
WB06 (0,00 - 0,30) WB07 (0,00 - 0,20) WB08 (0,00 - 0,30) WB09 (0,00 - 0,30) WB10 (0,00 - 0,30)
5.3
Asbest
5.3.1 Toetsingskader asbest Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, is het interventiewaarde asbest vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. De met dit verkennend onderzoek verkregen asbestgehalten, moeten volgens de NEN 5707 beschouwd worden als indicatieve gehalten. Deze indicatieve gehalten asbest zijn getoetst aan de helft van de interventiewaarde, zijnde 50 mg/kg ds gg. Directe toetsing aan de interventiewaarde (100 mg/kg ds gg) is niet mogelijk door de lagere onderzoek intensiteit in het verkennend onderzoek. Desalniettemin toetst Sweco de indicatieve gehalten aan asbest wel aan de interventiewaarde om inzicht te krijgen in de ernst van de verontreiniging.
17/21
Niet
Verhoogd
Criterium voor nader
hechtgebonden
Sterk verhoogd
Sterk verhoogd
onderzoek
hechtgebonden
verhoogd
100 mg/kg ds gg
en puin
100 mg/kg ds gg
50 mg/kg ds gg
0 mg/kg ds gg Asbest in grond
1000 mg/kg ds gg
Een uitgebreide toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7. De toetsingsmogelijkheden voor asbestgehalten verkregen met een verkennend bodemonderzoek asbest zijn als volgt:
5.3.2 Toetsingsresultaten Op basis van de visuele inspectie is een monster ter plaatse van de dam geselecteerd voor analyse op asbest. Asbestmonster is samengesteld in het veld. Het toetsingsresultaat is opgenomen in tabel 5.6. Tabel 5-6
Resultaat asbest in grond
Mengmonster (traject in m-mv) 4-MM-1
Gehalte in fractie >20 mm Cm
Gehalte in fractie <20 mm Ca
Gewogen totaal-gehalte Cgg
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,00
<2
<2
Toetsing
-
ventilatie
tussenwaarde
Veiligheidsklasse
Oranje
rood
SRC
<75% SRC
Niet-vluchtige stof
Mutagene en carcinogene stoffen
Veiligheidsklasse
Veiligheidsklasse zwart
1000 mg kg ds of 1000 µg/l
Alle stoffen Geen veiligheidsklasse
→ onvoldoende
Voldoende
Mutageen of carcinogeen
Vluchtige stof
interventie-waarde
5.4 Voorlopige veiligheidsklasse De resultaten, zoals weergegeven in de voorgaande tabellen, zijn getoetst aan de veiligheidsnormen conform CROW400. De toetsingsmogelijkheden zijn als volgt voor respectievelijk de bodem chemische en asbestresultaten:
Met behulp van de rekentool van CROW is de voorlopige veiligheidsklasse op basis van de chemische parameters vastgesteld op geen veiligheidsklasse. De definitieve veiligheidsklasse wordt vastgesteld door een hogere of middelbare veiligheidskundige. Een beschrijving van de veiligheidsmaatregelen voor werken in en met verontreinigde grond is opgenomen in bijlage 7.
18/21
6
Interpretatie
6.1 Actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit Grond De bodem bestaat in de bovengrond voornamelijk uit een zandige klei. In verschillende boringen verspreid over beide deelgebieden zijn in de bovengrond bijmengingen van baksteen resten aangetroffen. Ter plaatse van boring O13, nabij de inrit, zijn bijmengen van baksteen en puin waargenomen. In dit onderzoek is de bovengrond ter plaatse van O13 met bijmengingen niet milieuhygiënisch onderzocht op chemische parameters en asbest in overleg met de opdrachtgever, doordat ter plaatse geen werkzaamheden zijn beoogd. De ondergrond bestaat voornamelijk uit klei waarbij geen zintuigelijke verontreinigingskenmerken zijn waargenomen. Verder zijn bij de drie boringen die geplaatst zijn nabij de westelijk inrit visueel bijmengingen aangetroffen aan baksteen. De boven- en ondergrond ter plaatse van het perceel oostelijk van het volkstuinencomplex is maximaal een verhoogde waarde aan nikkel aangetoond (> voormalige achtergrondwaarde). De verhoogde waarde aan nikkel is hoogstwaarschijnlijk te relateren aan het van nature voorkomen in de bodem voor een aanzienlijk deel uit de atmosferische depositie en met mate uit bemesting (Nikkel - Toestand 2015-2018, z.d.1). Verder is in de bovengrond ter plaatse van het mengmonster zonder resten baksteen een maximaal verhoogde waarde aan cadmium aangetroffen.
Voor cadmium geldt hetzelfde als voor nikkel, echter landbouw heeft een grotere invloed samen met de atmosferische depositie (Cadmium – Toestand 2015-2018, z.d.1). In boven- en ondergrond van het perceel westelijk van het volkstuinencomplex is ook een maximaal verhoogde waarde aan nikkel gemeten. In de bovengrond met bijmengingen van resten baksteen is daarnaast een maximaal licht verhoogde waarde aan cadmium gemeten en in de ondergrond een licht verhoogde waarde aan kobalt. Hier wordt verwacht dat het om achtergrondwaarde gaat die vaker in de bodem voorkomt. Nabij de inrit (dam westzijde) zijn de monsters geanalyseerd en is er een overschrijding van de voormalige achtergrondwaarde aangetroffen aan nikkel en cadmium. Hier wordt verwacht dat het om achtergrondwaarde gaat die vaker in de bodem voorkomt. Waterbodem Op de waterbodem is slib aangetroffen zonder zintuigelijke verontreinigingskenmerken. De waterbodem is geclassificeerd als “Klasse Industrie” op basis van de aanwezigheid van voornamelijk zink en in mindere maten cadmium, kwik, lood en nikkel. Voor de watergang is ”Toepassing in een oppervlaktewaterlichaam” van de baggerspecie mogelijk, en is ook ’’Klasse licht verontreinigd’’ van toepassing. Voor de watergang is ”Verspreiden op aangrenzend perceel” en ”Verspreiden in zoet oppervlaktewaterlichaam” van de baggerspecie mogelijk
1
Webrapportage Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit over 2015 -2018. (z.d.). RIVM. https://www.rivm.nl/landelijk-meetnetgrondwaterkwaliteit/rapporten/rapportage_2015_2018
19/21
Grondwater In alle vijf de peilbuizen voor beide deelgebieden is een maximaal verhoogde concentratie aan barium aangetroffen. Er wordt verwacht dat deze van nature voorkomen in het grondwater. Bij alle peilbuizen was sprake van een hogere troebelheid. In deze peilbuizen zijn geen zware organische verbindingen aangetoond. Tevens was de onderzoekslocatie niet verdacht op het voorkomen van verontreinigingen met zware organische verbindingen. Daarom wordt verwacht dat de hogere troebelheid geen significante invloed heeft gehad op de analyseresultaten. Asbest Ter plaatste van de inrit aan de westzijde van het onderzoeksgebied is geen asbest aangetroffen. 6.2 Noodzaak tot vervolgonderzoek De onderzoeksresultaten geven vanuit de Omgevingswet (Bal) geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek. Echter, wanneer er werkzaamheden ter plaatse van boring O13 plaatsvinden dient hier verkennend bodem- en asbestonderzoek plaats te vinden in verband met het aantreffen van bijmengingen met puin en baksteen. 6.3 Hergebruik Grond Hergebruik binnen de grenzen van het project is mogelijk zolang de interventiewaarde niet wordt overschreden. Echter, indien sprake is van zorgplicht (nieuw geval, zie bijlage 7) is hergebruik van verontreinigde grond op locatie niet zonder meer mogelijk. Geadviseerd wordt hergebruik op locatie af te stemmen met de gemeente.
Alle onderzochte mengmonsters zijn geclassificeerd als Landbouw/ Natuur. Met betrekking tot PFAS zijn alle onderzochte mengmonsters geclassificeerd als Landbouw/Natuur. Dit betekent dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen beperkingen heeft voor de voorgenomen werkzaamheden. Waterbodem De onderzochte waterbodem is geclassificeerd als “Klasse Industrie”. Wanneer het slib gebruikt zal worden voor toepassing in oppervlaktewaterlichaam, heeft het “Klasse licht verontreinigd”. Verder is het slib uit de waterbodem vrij verspreidbaar op aangrenzende percelen en in zoete oppervlaktewaterlichamen. Wanneer het slib wordt afgevoerd dient hier rekening mee gehouden te worden. Daarnaast wordt geadviseerd altijd overleg te plegen met de gemeente om de exacte hergebruiksmogelijkheden van de waterbodem te bespreken. 6.4 Veiligheidsaspecten Op basis van de resultaten is de volgende (indicatieve) veiligheidsklasse bepaald: Basishygiëne (dat wil zeggen, geen verhoogde veiligheidsklasse). De definitieve veiligheidsklasse dient te worden vastgesteld door een middelbare of hogere veiligheidskundige.
20/21
7
Conclusies en advies
7.1 Conclusies Door middel van het uitgevoerde bodemonderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. Voor beide deellocaties ‘Perceel oostelijk van volkstuincomplex’ en Perceel westelijk van volkstuincomplex’ gold de hypothese ‘verdacht homogeen niet-lijnvormig’ conform NEN 5740. Deze hypothese is juist geacht op basis van het aantreffen van enkel licht verhoogde gehalten aan nikkel, cadmium en kobalt (allemaal kleiner dan de interventiewaarden) in de bodem. De resultaten van de grondanalyses geven geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek. Echter, wanneer er werkzaamheden ter plaatse van boring O13 plaatsvinden dient hier verkennend bodem- en asbestonderzoek plaats te vinden in verband met het aantreffen van bijmengingen met puin en baksteen. Het grondwater bevond zich tijdens de veldwerkzaamheden op een diepte van circa 1,45 m-mv. In het grondwater zijn slechts overschrijdingen gemeten van de signaleringsparameters (barium) welke geen verdere belemmeringen veroorzaken voor de beoogde werkzaamheden. De onderzochte waterbodem is geclassificeerd als “Klasse Industrie”. Wanneer het slib gebruikt zal worden voor toepassing in oppervlaktewaterlichaam, heeft het “Klasse licht verontreinigd”.
Verder is het slib uit de waterbodem vrij verspreidbaar op aangrenzende percelen en in zoete oppervlaktewaterlichamen. Wanneer het slib wordt afgevoerd dient hier rekening mee gehouden te worden. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek behoeven ervan uit milieuhygiënisch oogpunt gezien geen beperkingen te worden gesteld aan het toekomstige werkzaamheden. 7.2 Advies Op basis van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek gelden voor de voorgenomen graafwerkzaamheden de regels van paragraaf 3.2.21 ‘Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit’ van het Bal, indien het bodemvolume dat wordt ontgraven groter is dan 25 m³. Dit betekent dat er voor de geplande graafwerkzaamheden een informatieplicht geldt (zie paragraaf 4.119 van het Bal). Indien grond en waterbodem van de locatie vrijkomt en wordt toegepast, gelden de regels van het Besluit bodemkwaliteit. Er is mogelijk een generiek of gebied specifiek beleidskader van kracht voor het toepassen van grond en waterbodem, tevens wat betreft gehalten aan PFAS. Voor nadere informatie over de afzetmogelijkheden van de grond adviseren wij u contact op te nemen met de gemeente. Wanneer er werkzaamheden ter plaatse van boring O13 plaatsvinden dient hier verkennend bodem- en asbestonderzoek plaats te vinden in verband met het aantreffen van bijmengingen met puin en baksteen.
Bij uitvoering van de werkzaamheden is geen veiligheidsklasse van toepassing.
21/21
Bijlage 1
Overzichtskaart
Legenda
Topografische tekening Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe Opdrachtgever: Gemeente Overbetuwe Projectnummer: 51024737 Status: Definitief Datum: 27-02-2025 Schaal: 1:25.000 Formaat: A3 Getekend: MT - Gecontroleerd: WvdH 0
´
Op het gebruik van deze data en services zijn van toepassing de Esri Nederland Terms of Use. U dient hiervan 250 voor 500gebruik 750van de 1.000 1.250 1.500 data en services kennis te nemen. Zodra u de data of meter services gebruikt of downloadt stemt u in met deze Terms of Use.
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
C:\Users\NL1A1K\OneDrive - Sweco AB\Elst\Elst\Algemeen.aprx 27-2-2025 11:26
Onderzoekslocatie
Bijlage 2
Kaart onderzoekslocatie
Bijlage 3
Vooronderzoek
Rapport Projectnummer: 51024737 Referentienummer: NL25-648800269-137564 Datum: 17-06-2025
Milieuhygiënisch vooronderzoek Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Concept
Opdrachtgever: Gemeente Overbetuwe Dorpsstraat 67 6661 EH Elst
1/11
Verantwoording Titel
Milieuhygiënisch vooronderzoek
Subtitel
Ruimtelijke procedure woonwagens Overbetuwe
Projectnummer
51024737
Referentienummer
NL25-648800269-137564
Revisie Datum
17-06-2025
Auteur(s)
Mark Tijnagel
E-mailadres
mark.tijnagel@sweco.nl
Gecontroleerd door
Wim van der Horst
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Jan van Nuenen
Paraaf goedgekeurd
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. voldoet aan verschillende eisen en normen. Een algemeen overzicht hiervan is opgenomen in de laatste bijlage. Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Het onderzoek is derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens, door de SIKB, vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt, indien van toepassing, expliciet vermeld bij welke werkzaamheden is afgeweken van de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen. De consequenties hiervan zijn dan toegelicht.
2/11
Inhoudsopgave 1
Inleiding ........................................................................................................................... 4 1.1
2
3
Algemeen ................................................................................................................... 4
Historisch vooronderzoek ................................................................................................ 5 2.1
Informatiebronnen ...................................................................................................... 5
2.2
Onderzoekslocatie ...................................................................................................... 5
2.3
Historische en huidige situatie onderzoeksgebied ..................................................... 6
2.4
Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................... 7
2.5
Hoogteverschillen maaiveld ....................................................................................... 7
2.6
Bodemkwaliteitskaart.................................................................................................. 7
2.7
Achtergrondconcentraties grondwater ....................................................................... 7
2.8
Asbestgegevens ......................................................................................................... 8
2.9
PFAS .......................................................................................................................... 8
2.10
Stortplaatsen of boringsvrije zones ........................................................................ 8
2.11
Archeologie ............................................................................................................ 8
2.12
Ontplofbare oorlogsresten...................................................................................... 8
2.13
Dossieronderzoek .................................................................................................. 8
Conclusie en advies ...................................................................................................... 10 3.1
Conclusies en advies vooronderzoek ....................................................................... 10
3.2
Onderzoekshypothese en -strategie ........................................................................ 11
3/11
1
Inleiding
1.1 Algemeen In opdracht van gemeente Overbetuwe heeft Sweco Nederland B.V. een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Platenmakersstraat te Elst. Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek is het voornemen van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie1 en/of de Milieubelastende Activiteit (MBA)2 ‘graven in bodem’ ter plaatse van de Platenmakersstraat in Elst. Deze MBA wordt uitgevoerd vanwege de realisatie van acht woonwagenstandplaatsen. In dit verband is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) noodzakelijk. Het doel van het onderzoek is om de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie vast te stellen. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden bepaald of de milieuhygiënische bodemkwaliteit beperkingen met zich meebrengt en, indien dit het geval is, welke vervolgacties noodzakelijk zijn. Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens NEN 5725. Voor de stukken waterbodem is het vooronderzoek aangevuld met aspecten uit de NEN5717: 2023 nl. voor klein regionaal oppervlaktewater/groot oppervlaktewater. De bevindingen zijn uitgewerkt in hoofdstuk 2. Het vooronderzoek resulteert in een conclusie en een hypothese over de aard en verdeling van mogelijke verontreinigingen in het onderzoeksgebied. Deze hypothese wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie.
De conclusie en het advies zijn uitgewerkt in hoofdstuk 3.
1 2
Zie paragraaf 5.1.4.7 van het Besluit kwaliteit leefomgeving of het Omgevingsplan van de gemeente. Zie hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving van 12-12-2023.
4/11
2
Historisch vooronderzoek
2.1 Informatiebronnen De gebruikte informatiebronnen voor het vooronderzoek zijn in tabel 1 weergegeven. De bronnen zijn eveneens in onderstaande paragrafen weergegeven. Deze informatiebronnen zijn volgens ons voldoende betrouwbaar en volledig om, in relatie tot de aard van de onderzoekslocatie, een uitspraak te kunnen doen over de verdenking van bodemverontreiniging. Tabel 1: