25-09-09.03 A27 Informatiememo; Tussentijdse evaluatie beleidsplan schulddienstverlening
Tekst van het document
INFORMATIEMEMO RAAD Kenmerk: 2025-015145 Datum b&w-vergadering: 14 juli 2025 Onderwerp: Tussentijdse evaluatie beleidsplan schulddienstverlening Kennis nemen van: De tussentijdse evaluatie van het beleidsplan schulddienstverlening gemeente Overbetuwe 20232026 ‘Op weg naar een vitale financiële huishouding’ Status advies: openbaar Argument: n.v.t. Portefeuillehouder: Wethouder Rik van den Dam Betrokkenen bij voorstel extern: n.v.t. Betrokkenen bij voorstel intern: TSOS, strategisch beleidsadviseur sociaal domein TBS, teammanager Beleid Sociaal TBI, teammanager Bestaanszekerheid en Inburgering TBI, consulenten schuldhulpverlening TF, financieel adviseur TCPJ, communicatieadviseur Bijlagen: • 2025-015145 Bijlage 2 Agenderingsverzoek aan de Agendacommissie 23 september 2025
Inleiding In maart 2023 heeft de raad het beleidsplan schulddienstverlening 2023-2026 ‘Op weg naar een vitale financiële huishouding’ (hierna: beleidsplan schulddienstverlening) vastgesteld. In februari 2024 is er een eerste evaluatie uitgevoerd die met de raad is gedeeld. De looptijd van het beleidsplan is in totaal vier jaar. We zijn nu halverwege de looptijd van het beleidsplan. Dit maakt dat we u nu graag meenemen in de resultaten die de afgelopen twee jaar zijn bereikt. Ook blikken we graag vooruit op de resterende twee jaren. De focus van dit memo ligt vooral op de kritieke prestatie-indicatoren (hierna: KPI’s) zoals vermeld in het beleidsplan, de toezeggingen die eerder zijn gedaan tijdens de politieke avond van 28 februari 2023 en de belangrijkste beleidsdoelstellingen uit het beleidsplan. Ook gaan we kort in de belangrijke (landelijke) initiatieven om de schuldhulpverlening bij gemeenten te verbeteren. We geven daarnaast nog antwoord op een openstaande aanbeveling vanuit het Rekenkamerrapport “Overbetuwe uit de schulden” (2021). Samenvatting 1. KPI’s KPI 1: 80% van alle “Vroeg Eropaf” meldingen kent binnen 21 dagen opvolging. (doel; zo snel mogelijke interventies). De wettelijke termijn (zoals vastgelegd in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening) om een melding op te volgen is vier weken.
Binnen die vier weken zijn we verplicht om te melden in het systeem voor vroegsignalering of een inwoner onze ondersteuning heeft geaccepteerd en wat de geboden oplossing is (bijvoorbeeld doorverwijzing of betalingsregeling). We kunnen uit het systeem van vroegsignalering alleen zien wat de gemiddelde doorlooptijd is vanaf moment aanmelding tot eindresultaat. Dit is over 2024 – net als over 2023 – gemiddeld 21 dagen. We blijven dus ruim binnen de wettelijk gestelde termijn van vier weken. KPI 2: Het aantal deelnemers aan het financieel spreekuur van Forte Geldzaken stijgt per jaar met minimaal 15%. Inwoners die herhaaldelijk deelnemen worden actief doorverwezen (doel: meer gebruik maken van een actief voorliggend veld van maatschappelijke partners) Forte Geldzaken is een maatschappelijke partner van de gemeente die inwoners ondersteunt bij het op orde brengen van de administratie (thuisadministratie) en het begrijpen en invullen van lastige formulieren van overheidsorganisaties (formulierenbrigade). Forte Geldzaken organiseert daarnaast in drie verschillende kernen spreekuren (financieel spreekuur) waar inwoners vrijblijvend en soms op afspraak kunnen binnenlopen met allerlei vragen over geld. We zien in onderstaande figuren 1 en 2 dat het aantal aanmeldingen bij Forte Geldzaken, na een eerdere toename in 2023 ten opzichte van 2022, in 2024 opnieuw is toegenomen.
De toename is ongeveer 28,5% ten opzichte van 2023. Inwoners blijven, net als in voorgaande jaren, vooral op eigen initiatief ondersteuning zoeken. Een kleiner deel van de doorverwijzingen komt vanuit de gemeente of andere maatschappelijke partners. Positief is dat inwoners de weg makkelijk weten te vinden naar de maatschappelijke partners en gebruikmaken van het voorliggend veld.
2025-015145
2/11
Figuur 1: aantal aanmeldingen januari-juni 2022 t/m 2024
Figuur 2: verwijzers aanmeldingen januari-juni 2022 t/m 2024
KPI 3: Het percentage meldingen/dossiers dat leidt tot contact (bereik) met de inwoner stijgt. Toelichting: het percentage inwoners dat via één van de communicatiemiddelen binnen vroegsignalering (brief, e-mail of huisbezoek) wordt bereikt. Hiervoor worden de meetinstrumenten RIS Matching en RIS Vroeg Eropaf gebruikt – de systemen waar de signalen over betalingsachterstanden binnenkomen. (doel: er vroeg bij zijn met een hulpaanbod/ schulden voorkomen) Sinds 1 juni 2023 voeren de consulenten schuldhulpverlening vroegsignalering zelf uit. Eerder was dit bij Stichting Rijnstad belegd. In een eerdere tussenevaluatie hebben we laten weten dat het bereik (het percentage dossiers waarmee wij contact hebben kunnen leggen) door het zelf uitvoeren van vroegsignalering was gestegen van 20% − de periode voor 1 juni 2023 − naar ruim 30% − periode 1 juni tot en met 31 december 2024. Inmiddels zijn we nu ruim een jaar verder. Dit maakt dat het nu mogelijk is de resultaten voor de periode 1 januari tot met 31 december 2024 te delen. We zien dat in deze periode er in totaal 1.909 signalen van vaste lastenpartners zijn binnengekomen. Vaste lastenpartners zijn zorgverzekeraars, woningcorporaties, energiemaatschappijen en (drink)waterbedrijven. Zij zijn bij wet1 verplicht om signalen van betaalachterstanden door te geven aan de gemeente waar de inwoner woonachtig is.
Van deze signalen zijn er 1.288 meldingen (dossiers) opgepakt. Het aantal meldingen is lager dan het aantal signalen. Dat komt doordat er af en toe meerdere signalen op één adres zijn. Ook pakken wij niet alle signalen op. Vooral wanneer het gaat om enkelvoudige signalen met een erg lage betaalachterstand, maken wij soms de afweging geen contact op te nemen omdat dit niet in verhouding staat tot de hoogte van de betaalachterstand. Met 471 meldingen is het uiteindelijk gelukt om contact met de inwoner te krijgen. Het bereik over heel 2024 is dus ongeveer 36,6%, een stijging van 6,6% ten opzichte van de periode 1 juni 2023 tot en met 31 december 2023. We zien op basis van deze gegevens een stijgende lijn. Het in eigen beheer uitvoeren van vroegsignalering, met meer focus op direct contact met de inwoner (via telefonisch contact en huisbezoeken), pakt positief uit. Om nog meer inwoners te bereiken, willen we komend jaar vooral experimenteren met het gebruik van Whatsapp (voor jongeren) en het uitbreiden van het aantal contactpogingen. Uit onderzoek blijkt dat beide zaken het bereik verhogen met respectievelijk ruim 11% en bijna 5%. Ook 1 Volgens de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en bijbehorend Besluit gemeentelijke
schuldhulpverlening (Bgs). 2025-015145
3/11
onderzoeken we of we onze communicatiemiddelen moeten aanpassen aan verschillende doelgroepen (zoals jongeren, mensen met een AOW-uitkering etc). KPI 4: Meer inwoners accepteren een hulpaanbod in het kader van vroegsignalering. Toelichting: Het gaat om het percentage inwoners dat naar aanleiding van contact ook hulp accepteert. In de eerdere tussenevaluatie van het beleidsplan hebben we aangegeven dat het percentage hulpacceptatie (accepteren van een hulpaanbod door de gemeente nadat er contact is geweest met een inwoner) door het zelf uitvoeren van vroegsignalering was gestegen van 33% naar 36%. Hulpacceptatie betekent dat er met de inwoner een betalingsregeling is getroffen, de inwoner zelf de betalingsachterstand alsnog inlost of dat wij de inwoner doorverwijzen naar bijvoorbeeld schuldhulpverlening of een van de maatschappelijke partners voor een intensiever traject. Een inwoner maakt door het accepteren van hulp gebruik van een aanbod vanuit de gemeente. Hulpacceptatie betekent uiteindelijk dat een vaste lastenpartner de incasso tijdelijk, voor 30 dagen, opschort. In de periode 1 januari tot en met 31 december 2025 hebben 471 van de 1.288 meldingen geleid tot contact met de inwoner. Van deze 471 contacten hebben er 125 uiteindelijk geleid tot hulpacceptatie. Het percentage hulpacceptatie is daarmee 26,5%.
Hoewel we met meer inwoners uit de doelgroep in contact komen (zie ook KPI 3), blijft een succesvolle opvolging in de vorm van hulpacceptatie achter, ook ten opzichte van de resultaten in 2023. Veel inwoners geven uiteindelijk aan geen hulp te willen. Het lage percentage hulpacceptatie is een punt van aandacht gedurende de resterende looptijd van het beleidsplan. We richten ons daarbij in eerste instantie op de registratie en een eenduidige definitie wat er precies onder hulpacceptatie wordt verstaan. Gemeenten bepalen namelijk zelf welke type hulp ze op welke manier registreren. Dit kan per gemeente verschillen en is afhankelijk van eigen interpretatie en de vrijheid binnen het registratiesysteem. Zo kan het voorkomen dat de ene gemeente een bepaalde vorm van hulp niet registreert als hulpacceptatie en de andere gemeente wel. We onderzoeken of we anders moeten gaan registreren en hulpacceptatie wel volgens de juiste richtlijnen registreren. Mogelijk helpt dit al om het percentage hulpacceptatie te verbeteren. We zien verder ook dat gemeenten er verschillend mee omgaan als een inwoner zich na meer dan 4 weken meldt voor hulp. Wij sloten dan altijd de melding af, net zoals 18% van de gemeenten.
We zien echter dat 56% van de gemeenten dit alsnog registreert, ofwel bij de melding in het registratiesysteem voor vroegsignalering dan wel in een ander systeem (zoals de eigen schuldhulpverleningsapplicatie). We zijn recent pas begonnen om, net als de meerderheid van gemeenten, de hulpacceptatie te registreren in het registratiesysteem voor vroegsignalering wanneer een inwoner zich buiten de 28 dagen termijn alsnog meldt. Mogelijk leidt dit ook tot een verbetering. KPI 5: Het aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden in Overbetuwe daalt, stabiliseert of stijgt relatief gezien minder hard dan de landelijk trend. Toelichting: Hiervoor gebruiken we het dashboard ‘Schuldenproblematiek in beeld’ van het CBS. Dit dashboard monitort jaarlijks de informatie over schulden in het kader van het actieplan Brede Schuldenaanpak van het ministerie van SZW. We zien in onderstaande tabel dat het aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden in Overbetuwe sinds 2018 een aantal jaren op rij daalde, maar sinds 2021 weer een stijging laat zien. De toename staat niet op zichzelf; dit is een beeld dat we ook in de rest van Nederland zien. De toename komt doordat ondernemers in 2022 niet langer uitstel van betaling 2025-015145
4/11
konden krijgen voor openstaande verplichtingen en invorderingsmaatregelen weer werden opgestart. Daarnaast is de definitie, wanneer een schuld problematisch is, gewijzigd in 20222. Zo zijn er enkele nieuwe bronnen – zoals betalingsachterstanden bij de SVB en het UWV – toegevoegd aan de definitie en worden ontbrekende bronnen niet langer bijgeschat. Door de combinatie van deze factoren stijgt het percentage huishoudens met problematische schulden vanaf eind 2021, begin 2022. Deze stijging zien we ook terug in Overbetuwe. De stijging in het percentage huishoudens met problematische schulden in Overbetuwe komt overeen met de landelijke trend. We scoren in de gemeente Overbetuwe beter dan het landelijk gemiddelde (6,5% in Overbetuwe ten opzichte van 8,9% landelijk). Jaar
2017
2018
2019 5,3%
20201 5.2%
202010 4,9%
20211 5%
202110 5,2%
20221 6%
2023- 20241 1 6,4% 6,5%
% huishoudens met problematische schulden (Overbetuwe) Aantal huishoudens (Overbetuwe) & huishoudens met problematische schulden (Nederland) % instroom in problematische schulden (Overbetuwe) Aantallen instroom problematische schulden (Overbetuwe)
5,3%
5,6%
1.020 1.080
1.040
1.020
980
990
1.020
1.210
1.300
1.340
7.8%
8,3%
8,1%
-
-
7,4%
-
8,1%
8,8%
8,9%
-
-
0,8%
0,7%
0,5%
0,7%
0,9%
1,4%
1,5%
1,4%
-
-
150
130
100
130
170
270
290
260
Figuur 3: Overzicht huishoudens met problematische schulden in Overbetuwe 2017-2024 in procenten en aantallen
2. Toezeggingen politieke avond Tijdens de politieke avond op 28 februari 2023 is het beleidsplan en de verordening beslistermijn schulddienstverlening besproken. Er is toen een aantal toezeggingen gedaan. Graag informeren wij u nu op welke wijze wij invulling hebben gegeven aan deze toezeggingen. Toezegging 1: toevoegen van een KPI duurzaam uit de schulden en een kwalitatieve KPI We zijn sinds de vaststelling van het beleidsplan bezig geweest met de ontwikkeling van een dashboard Schuldhulpverlening. In dit dashboard monitoren wij enkele (beleids)indicatoren, zoals de doorlooptijd van een schuldhulpverleningstraject (hoe snel wordt een inwoner geholpen) en de beslistermijn (hoe snel ontvangt de inwoner na het eerste gesprek een beschikking). In het 2 Zie CBS (2024), Bronnen, begrippen en afkortingen, Schuldenproblematiek in beeld, voor het verschil
tussen geregistreerde problematische schulden in de oude en nieuwe situatie. 2025-015145
5/11
dashboard hebben wij ook een KPI ingericht over recidive, dit in lijn met de wens die u geuit heeft tijdens de politieke avond. Onder recidive wordt verstaan:
Als een inwoner een formele aanvraag tot toelating in de schuldhulpverlening doet én in de periode van vijf jaar voorafgaand aan deze aanvraag een schuldhulpverleningstraject heeft doorlopen, is er sprake van recidive.
Het komt nu nog te vroeg om informatie te geven over recidive en dus of inwoners duurzaam uit de schulden blijven. Hiervoor is over een langere periode data nodig. Ook willen wij de resterende looptijd van het beleidsplan gebruiken om de data in het dashboard te verfijnen. Wij verwachten tijdens de volgende beleidsperiode over de indicator recidive meer info te kunnen geven. Daarnaast zijn we sociaal domein breed vorig jaar gestart in pilotvorm om de effectiviteit van de dienstverlening beter in beeld te brengen met een Effectmonitor sociaal domein (dit heet ook wel ‘outcome gericht meten’). We informeren de raad binnenkort uitgebreider over. In eerste instantie hebben we een beperkt aantal diensten geselecteerd. Één van de geselecteerde diensten is Forte Geldzaken. We hebben 19 respondenten die gebruik maken van Forte Geldzaken gevraagd naar de inwonersbeleving, dus hoe zij Forte Geldzaken als dienst ervaren. De eerste resultaten laten zien dat inwoners tevreden zijn over de dienstverlening. 53% van de respondenten geeft aan de geldzaken beter op orde te hebben door de dienstverlening van Forte Geldzaken. 79% van de respondenten geeft aan heel erg geholpen te zijn met de dienstverlening en nog een 11% geeft aan een beetje geholpen te zijn. Gemiddeld wordt de dienstverlening beoordeeld met het cijfer 7,6. De eerste resultaten zijn dus voorzichtig positief.
We onderzoeken nu of de pilot een vervolg kan krijgen. Toezegging 2: 8 weken beslistermijn onderdeel maken van tussenevaluatie in 2025 Tijdens de politieke avond is ook de toezegging gedaan om de 8 weken beslistermijn (de termijn tussen het eerste gesprek en het nemen van een besluit door middel van het sturen van een plan van aanpak met beschikking) onderdeel te maken van deze tussenevaluatie. In de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) staat dat de gemeenteraad in een verordening de termijn bepaalt waarbinnen een beschikking moet worden gegeven na het eerste gesprek. De beslistermijn is hier vastgesteld op 8 weken, zoals in eerste instantie opgenomen in de Verordening beslistermijn schulddienstverlening gemeente Overbetuwe 2023 en sinds april 2025 in de Verordening sociaal domein gemeente Overbetuwe 2024 (artikel 7.6.3). Dit is een gebruikelijke termijn en gelijk aan de maximale redelijke termijn zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Wij hebben twee indicatoren voor de beslistermijn opgenomen in het dashboard Schuldhulpverlening. Hierbij willen we wel aan de voorkant meegeven dat het dashboard nog volop in ontwikkeling is en de cijfers mogelijk nog niet volledig betrouwbaar zijn.
Op basis van de gegevens die nu in het dashboard staan zien we dat de gemiddelde wachttijd tussen het eerste gesprek en het sturen van de beschikking in 2024 ongeveer 27 dagen was en in 2025 tot op heden ongeveer 18 dagen is. Ook zien we dat van alle beschikkingen in 2024, ongeveer 86% op tijd – dus binnen de termijn van 8 weken – is opgemaakt en verzonden. Voor 2025 is dat percentage tot op heden ongeveer 82%. Over het algemeen kunnen we stellen dat we inwoners die schuldhulpverlening nodig hebben ruim binnen de bij verordening bepaalde beslistermijn een beschikking met plan van aanpak sturen.
2025-015145
6/11
Toezegging 3: Bereik en integraliteit van alle regelingen bespreken in rondetafelgesprek Het rondetafelgesprek over het bereik en integraliteit van alle minimaregelingen heeft plaatsgevonden in het vierde kwartaal van 2023. Daarnaast is er een onderzoek uitgevoerd door de HAN naar het bereik van alle regelingen. U bent hierover via een TIC meegenomen in de resultaten van het HAN onderzoek en vervolgens ook in een rondetafelgesprek met het college RTGC) op 2 april 2024. Alle verbeterpunten en aanbevelingen zijn meegenomen bij de totstandkoming van het nieuwe armoedebeleid. Toezegging 4: termijn van nazorg uitbreiden naar 5 jaar Deze toezegging is opgepakt in samenhang met toezegging 1. Toezegging 5: zorg voor een concretere uitwerking van nazorg Het bieden van een goede nazorg richting inwoners na een schuldregelingstraject is de laatste tijd belangrijker geworden. Door de verkorting van de aflostermijn in de schuldhulpverlening voor zowel het minnelijke traject (Msnp) als het wettelijke traject (Wsnp) van 36 maanden naar 18 maanden is er minder tijd om te werken aan een structurele gedragsverandering. Gemeenten staan voor een intensiveringsvraagstuk om het perspectief van een toekomst zonder geldzorgen te kunnen realiseren. Nazorg en preventie spelen hierin een belangrijke rol. We hebben ons proces rondom nazorg de afgelopen periode aangescherpt.
Na afronding van een schuldregelingstraject vindt er altijd binnen drie tot zes maanden minimaal één gesprek plaats tussen de consulent schuldhulpverlening en de inwoner. In dit gesprek wordt er gekeken of de inkomsten en uitgaven nog in evenwicht zijn en of er geen nieuwe schulden zijn ontstaan. Als blijkt dat er toch nog aanvullende dienstverlening nodig is, dan wordt dit alsnog ingezet en verwerkt in het plan van aanpak. Ondanks deze stappen, zien we dat er meer nodig is om inwoners financieel gezond te houden na een schuldregeling zodat ze later niet terugkomen bij schuldhulpverlening (recidive). Om de financiële zelfredzaamheid bij inwoners te vergroten, onderzoeken we gedurende de resterende looptijd van het beleidsplan welke ondersteuningsmogelijkheden we nog kunnen inzetten. We denken concreet aan het inzetten van (verplichte) budgettrainingen/-cursussen, inzet van vrijwilligers (bijvoorbeeld van Forte Geldzaken) gedurende en na een schuldregeling om te werken aan financiële zelfredzaamheid, een langere periode van budgetbeheer of de inzet van een budgetcoach. Een andere mogelijkheid is de inzet van Plinkr Nazorg, een methode die landelijk door steeds meer gemeenten wordt gebruikt. Dit is een digitale coachingsmethode voor inwoners in een schuldhulpverleningstraject, met als doel deze inwoners weer financieel zelfredzaam te maken.
In 2026 informeren wij u opnieuw over de aanpassing van onze werkwijze rondom nazorg. 3. Voortgang overige beleidsdoelstellingen uit beleidsplan Fase 2: zelf uitvoeren schuldregelingen Het in eigen beheer uitvoeren van de (complexe) schuldregelingen is een belangrijk beleidsdoel binnen het beleidsplan. Dit onderdeel van schuldhulpverlening lag eerder bij PLANgroep en vervolgens bij Kredietbank Nederland. De gedachte achter het zelf uitvoeren van de schuldregelingen was om één aanspreekpunt te hebben richting de inwoner gedurende het gehele schuldhulpverleningstraject – vanaf de vroegsignalering tot en met de nazorg – en daarmee voor meer duidelijkheid te zorgen. Een andere belangrijke reden was om kortere lijntjes te hebben richting het Sociaal Team Overbetuwe (STO). Een (externe) projectleider was aangetrokken om samen met een projectteam te zorgen voor een succesvolle implementatie. Het implementatietraject is 1 maart 2025 afgerond. De consulenten schuldhulpverlening zijn in 2024 gecoacht en opgeleid om dit onderdeel van schuldhulpverlening zelf uit te voeren. Ook is er een 2025-015145
7/11
passend klantvolgsysteem geïmplementeerd waar de consulenten nu mee werken. Voor sommige onderdelen blijven we samenwerken met Kredietbank Nederland, zoals budgetbeheer en coaching en het verstrekken van leningen en kredieten. Bij de volgende tussenevaluatie in 2026 informeren wij u weer over de stand van zaken van het zelf uitvoeren van de schuldregelingen. Preventie 1. Financiële educatie (geldlessen) Het voorkomen dat inwoners te maken krijgen met (problematische) schulden wordt een steeds belangrijker thema binnen schuldhulpverlening. In de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden van toenmalig minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, Carola Schouten, is preventie nadrukkelijk genoemd als één van de vier programmalijnen. Ook in het beleidsplan schulddienstverlening is preventie (van geldzorgen) een belangrijk speerpunt. Het inzetten op preventie kan op vele manieren. Wij hebben onder andere ervoor gekozen om in financiële educatie (kortweg ‘geldlessen’) bij scholen te investeren. Dit doen wij omdat een grote en diverse groep inwoners niet voldoende inzicht, kennis en/of vaardigheden heeft om de eigen financiën te beheren, gebruik te maken van de vele (complexe) regelingen en om financiële vaardigheden door te geven aan hun kinderen. Juist die laatste groep is dan later extra kwetsbaar om zelf dan ook (problematische) schulden te krijgen.
We willen dit voorkomen. Vaardigheden die op jonge leeftijd zijn geleerd, vormen namelijk de basis waar een leven lang op kan worden voortgebouwd. Financiële educatie, dat het startpunt is van preventie, is hierin cruciaal. In de tweede helft van 2024 zijn we daarom een pilot gestart op drie voortgezet onderwijs scholen, namelijk Lyceum Elst, OBC Elst en Hendrik Pierson College in Zetten. We werken samen met Stichting Knip, een organisatie die veel ervaring heeft in het bieden van geldlessen voor verschillende doelgroepen. De pilot richt zich vooral op de bovenbouw, meestal op de jaarlagen net voor het eindexamenjaar. In de geldlessen worden onderwerpen behandeld waar jongeren mee te maken hebben en die samenhangen met ingrijpende levensgebeurtenissen (life events), zoals het hebben van een bijbaan, het doen van een belastingaangifte of een spaaroverzicht maken. Voor de jongeren die bijna gaan studeren is er ook aandacht voor wat je moet regelen op het moment dat je 18 jaar oud wordt – denk hierbij aan het afsluiten van diverse verzekeringen. Ook is er aandacht voor de risico’s van achteraf betalen via Klarna of Riverty. In totaal zijn er 35 geldlessen gegeven. De pilot is kortgeleden geëvalueerd door middel van een korte vragenlijst onder de betrokken leerkrachten. De drie scholen zijn unaniem positief over de geldlessen.
Zo zijn de geldlessen gemiddeld beoordeeld met een 8,2. De lessen zijn als informatief, leerzaam en begrijpelijk ervaren. Ook waren de scholen positief over de trainer van Stichting Knip. Er wordt momenteel bekeken of de pilot ook komend schooljaar een vervolg kan krijgen. Mocht dit lukken, dan willen wij ook vragenlijsten ook de leerlingen uitzetten om een beeld te krijgen hoe zij de lessen ervaren. 2. Voorlichting geven/kenniscentrum In het beleidsplan staat ook dat consulenten schuldhulpverlening actief hun kennis gaan delen door middel van voorlichting richting de ketenpartners en hier ook bijeenkomsten voor gaan organiseren. We hebben hier tot op heden nog relatief beperkt uitvoering aan gegeven. Dat komt doordat we in 2024 vooral bezig zijn geweest met het implementatietraject van fase 2 (zelf uitvoeren schuldregelingen). Dit heeft meer tijd en inzet van onze medewerkers gekost dan aanvankelijk gedacht. Voor de resterende looptijd van het beleidsplan onderzoeken we of we alsnog binnen de huidige formatie invulling kunnen geven aan dit beleidsvoornemen. Een andere 2025-015145
8/11
optie is om (een) bestaande opdracht(en) bij ketenpartners anders in te richten, zodat er meer nadruk komt te liggen op preventie en nazorg. Experimentele vormen van schuldhulpverlening In het beleidsplan staat dat wij willen kijken naar experimentele vormen van schuldhulpverlening, waaronder Speaking Minds en het Jongeren Perspectief Fonds (JPF). We zien dat nieuwe, experimentele vormen van schuldhulpverlening van toegevoegde waarde kunnen zijn om onze dienstverlening richting inwoners effectiever te maken. Zo hebben we al ruim drie jaar positieve ervaringen met Over Rood – één van de mogelijke experimentele vormen van schuldhulpverlening –, een organisatie die ondernemers met geldproblemen begeleidt naar een financieel gezonde toekomst. Ook kunnen nieuwe vormen van schuldhulpverlening helpen om schulden te voorkomen (preventie) of juist ervoor zorgen dat inwoners na een schuldhulpverleningstraject niet opnieuw schulden krijgen (recidive). Wij bekijken de komende tijd welke experimentele vormen van schuldhulpverlening nog geïmplementeerd kunnen worden, waarbij we rekening houden met de beschikbare middelen en uitvoeringscapaciteit. We gaan graag hierover met uw raad het gesprek aan tijdens de politieke avond op 23 september. Hiervoor dienen wij vanuit het college een agenderingsverzoek in (zie bijlage 2). 4.
Landelijke initiatieven om schuldhulpverlening te verbeteren Landelijk zijn er talrijke initiatieven opgezet om de schuldhulpverlening aan inwoners te verbeteren. Twee recente en belangrijke initiatieven lichten we er graag uit: Basisdienstverlening schuldhulpverlening Het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), NVVK en Divosa hebben in maart 2024 gezamenlijk hun handtekening gezet onder een plan om de schuldhulpverlening in Nederland verder te versterken. Het plan heet de ‘Basisdienstverlening Schuldhulpverlening’. Het doel is dat alle schuldhulpverleningsorganisaties en gemeenten een bepaalde basisdienstverlening, die verschillende elementen omvat, invoeren. In onderstaand figuur 1 zijn alle basiselementen te vinden Wij zijn nu bezig met de implementatie van de elementen in de bovenste (blauwe) rij. Dit zijn de korte termijn maatregelen waar we nu al mee aan de slag kunnen of die we in sommige gevallen (bijvoorbeeld VISH en beschikking met plan van aanpak) al in een eerder stadium hebben geïmplementeerd. Daarna volgt de implementatie van de maatregel op de middelste (oranje) rij. Dit zijn de elementen waarvoor samenwerkingspartners nu handreiking maken zodat we hier binnen één jaar mee aan de slag kunnen. Vooralsnog richten we ons niet op de elementen uit de onderste (paarse) rij.
Met deze elementen kunnen gemeenten nu nog niet aan de slag omdat deze elementen nog onderzocht moeten worden (door het Rijk) of nog in aanmaak zijn.
2025-015145
9/11
Figuur 1: elementen uit de basisdienstverlening schuldhulpverlening
Data Delen Armoede en Schulden (DDAS) DDAS is een landelijk dataproject van Divosa, VNG, NVVK en het CBS om de effecten van armoede- en schuldenbeleid duidelijker, eenduidiger en geautomatiseerd weer te kunnen geven. Gemeenten hoeven daardoor zelf minder data over schuldhulpverlening en armoede te verzamelen. Dit bespaart tijd en voorkomt fouten. Hiervoor werken deze partijen samen met de belangrijkste softwareleveranciers, zo ook met de leverancier waar wij gebruik van maken. DDAS is één van de maatregelen uit de basisdienstverlening schuldhulpverlening. De verwachting is dat wij in de loop van het derde kwartaal 2025 de eerste data vanuit het DDAS-project beschikbaar krijgen als gemeente, al hangt dit af van de ontwikkelingen bij de softwareleverancier. DDAS is onderdeel van de hierboven genoemde basisdienstverlening schuldhulpverlening. 5. Beantwoording openstaande aanbeveling Rekenkamerrapport In 2021 is er door de Rekenkamer onderzoek gedaan naar de schuldhulpverlening binnen Overbetuwe. Een opvallende uitkomst van het onderzoek was dat de uitgaven weliswaar iets lager liggen, maar per cliënt bijna twee maal zo hoog dan gemiddeld bij vergelijkbare gemeenten zijn. Één van de aanbevelingen was daarom om dit geconstateerde verschil te analyseren en om te onderzoeken of dit het gevolg is van de keuze voor ‘zware casussen’.
We hebben dit geconstateerde verschil onderzocht en zien twee oorzaken voor dit verschil: 1. Veel inwoners met (beginnende) geldzorgen melden zich niet altijd bij de gemeentelijke schuldhulpverlening maar bij lichtere vormen van begeleiding, zoals de ondersteuning die
2025-015145
10/11
Forte Geldzaken biedt. Dit gebeurt vaak zonder tussenkomst van de gemeente. Strikt genomen ontvangen deze inwoners ook schuldhulpverlening; meer preventieve inzet zoals de dienstverlening van Forte Geldzaken wordt ook gezien als schuldhulpverlening. We willen de drempel voor inwoners die zich rechtstreeks melden bij Forte Geldzaken laag houden en ze niet belasten met ingewikkelde procedures of beschikkingen. Deze groep tellen we ook niet mee als eigen ‘klanten’ schuldhulpverlening en zijn als zodanig ook niet meegenomen in de benchmarkrapportage waarop de Rekenkamer haar conclusies en aanbevelingen heeft gebaseerd. In werkelijkheid is het aantal klanten per 10.000 inwoners hoger in Overbetuwe. Het geconstateerde verschil ten opzichte van relevante omliggende gemeenten wordt daarmee ook kleiner. 2. De casussen die door de eigen (gemeentelijke) schuldhulpverlening worden opgepakt, zijn inderdaad over het algemeen de ‘zwaardere’ casussen. Veel van deze casussen worden/werden uiteindelijk voor een schuldregeling en/budgetbeheer doorgestuurd naar PLANgroep en later Kredietbank Nederland. Dit zijn gemiddeld genomen de trajecten die de meeste capaciteit vragen, langer duren en daardoor ook relatief duur zijn.
Van het geregistreerde aantal klanten is dus het merendeel de zwaardere casuïstiek, terwijl we de lichtere en goedkopere casuïstiek (zie punt 1) niet meetellen in het aantal klanten. Dit leidt ertoe dat we per cliënt gemiddeld twee keer zoveel betalen als omliggende gemeenten. Financiën De raad heeft bij het vaststellen van het beleidsplan extra middelen beschikbaar gesteld voor de uitbreiding van het team consulenten schuldhulpverlening. Voor het uitvoeren van fase 2 was nog € 190.000 beschikbaar voor uitbreiding met 2 fte consulenten schuldhulpverlening. Tijdens het implementatietraject van fase 2 is er geconcludeerd dat we binnen de huidige bezetting van team schuldhulpverlening fase 2 kunnen uitvoeren. Om die reden is op een eerder moment al € 80.000 als ombuiging ingeboekt. Het restant van € 110.000 is nu opgenomen als ombuiging in het dekkingsplan bij de vastgestelde Kadernota 2026. Het (demissionaire) kabinet heeft daarnaast een pakket aan maatregelen gepresenteerd om het aantal huishoudens met problematische schulden terug te dringen. Er wordt vooral geïnvesteerd in vroegsignalering: het eerder in beeld krijgen van mensen met dreigende schulden voordat financiële problemen zich opstapelen. Via de meicirculaire 2025 is er € 18,7 miljoen toegevoegd aan het gemeentefonds voor de verbetering van vroegsignalering. Onze gemeente ontvangt een bedrag van € 31.000 voor 2025.
Voor 2026-2028 komen waarschijnlijk vergelijkbare bedragen beschikbaar, maar daarover wil het kabinet eerst bestuurlijke afspraken maken. Er wordt nog bekeken of en op welke manier deze middelen worden ingezet. Communicatie Er is geen verdere communicatie nodig naar derden naar aanleiding van dit raadsinformatiememo. Behandelend adviseur voor technische vragen Jord Knuiman, tel.: 06-58081682, e-mail: j.knuiman@overbetuwe.nl HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS, de gemeentesecretaris de burgemeester, D.C. van Eeten
2025-015145
R.P. Hoytink-Roubos
11/11