25-07-01 Relevant stuk; Kadernota 2026
Tekst van het document
Kadernota 2026
9
2
5
Registratienummer: 2025-027646
1 3
Inleiding ................................................................................................................................ 4 Leeswijzer ............................................................................................................................. 7 Ombuigingen ........................................................................................................................ 8 Programma 1 | Duurzame en gezonde samenleving ........................................................... 15 Programma 2 | Leefbare en bereikbare samenleving .......................................................... 17 Programma 3 | Interactie met de samenleving .................................................................... 20 Programma 4 | Inclusieve en participatiesamenleving ......................................................... 21 Programma 5 | Werkende en lerende samenleving ............................................................. 24 Programma 6 | Informatie en kennissamenleving ................................................................ 27 Programma 7 | Financiën en bedrijfsvoering ....................................................................... 29 Programma 8 | Algemeen bestuur en regionale samenwerking ..........................................
31 Financiën ............................................................................................................................ 32 Personeel en organisatie .................................................................................................... 38 Uitgangspunten ................................................................................................................... 41 Bijlage 1 Dekkingsvoorstellen 2026 - 2029.......................................................................... 42 Bijlage 2 Niet gekozen ombuigingsvoorstellen 2026 - 2029 ................................................ 44 Bijlage 3 Formats ombuigingen per programma .................................................................. 47 Bijlage 4 Uitwerking voorstellen van de raad ..................................................................... 182
3
Inleiding Wij presenteren bijgaand de Kadernota 2026. Overbetuwe blijft stappen zetten voor de maatschappelijke opgaven die we als gemeente hebben. Daarmee blijven we werken aan een leefbare, gezonde, duurzame en inclusieve gemeenschap en houden we Overbetuwe ook financieel gezond. Deze nota geeft daarnaast de keuzes aan hoe we omgaan met het verwachte begrotingstekort voor 2026 en verder. Welke keuzes hebben we gemaakt? In 2026 en verder staan we voor een aanzienlijke financiële uitdaging. De verwachting is dat we te maken krijgen met een structureel tekort van zo’n € 5 miljoen in 2026. Dit tekort is voornamelijk het gevolg van een korting van het Rijk op onze beschikbare middelen en de hogere uitgaven voor Jeugdzorg en Wmo. We moeten meer doen, maar krijgen van het Rijk niet genoeg middelen hiervoor. Om dit tekort te dekken, stellen wij in deze kadernota concrete maatregelen voor. Maatregelen die in onze ogen noodzakelijk zijn om onze gemeente ook de komende jaren financieel gezond te houden. We hebben keuzes gemaakt. We stellen sommige plannen uit of voeren ze eenvoudiger uit.. We kijken ook kritisch naar onze eigen organisatie. Wat kan slimmer of goedkoper? Het onderhoud in de openbare ruimte en de buitengebieden houden we op peil, maar beperken dat tot het noodzakelijke.
We doen een groter beroep op wat mensen zelf kunnen en we kijken bijvoorbeeld eerst naar groepsbehandeling in plaats van individuele behandeling. Ook stellen we duidelijke grenzen aan inwoners voor vergoedingen, regels en budgetten. We dragen er zorg voor dat we vroegtijdig de gevolgen van de maatregelen uitleggen en communiceren. Waar zetten we op in? We houden ambities voor de toekomst van Overbetuwe. Onze plannen omvatten belangrijke investeringen in de leefbaarheid van onze gemeente. Duurzame toekomst Het college werkt aan het programma warmte, waarin het verwachte alternatief voor aardgas per buurt staat beschreven. Daarnaast blijven we inzetten op het duurzaam en energiezuinig ontwerpen en bouwen. We bieden extra ondersteuning voor woningeigenaren met een lagere WOZ en ondersteunen initiatieven uit de samenleving. Het klimaat meekoppelbudget zetten wij in voor de extra plus om de openbare ruimte meer klimaatadaptief te maken. Woningbouw Begin 2026 actualiseren wij de Woonagenda 2025. We vertalen onze opgaven in het Programma Wonen. Door diverse ontwikkelingen blijft de woningrealisatie achter bij de planning, ook in 2026. We blijven inzetten op het realiseren van woningbouw, waaronder voldoende betaalbare woningen en huisvesting van ouderen en aandachtsgroepen.
Om ook voor de toekomst voldoende woningen te ontwikkelen zetten wij stappen in de gebiedsontwikkelingen van Heteren en Zetten.
4
Gezondheid en sport In het kader van publieke gezondheid en sport bevorderen we een actieve leefstijl onder onze inwoners. In 2026 herijken we de Sport- en beweegnota 2021-2025. Samen met de meer dan 80 ambassadeurs van het Sportakkoord II werken we in 2026 aan het realiseren van onze doelen en ambities om zoveel mogelijk inwoners te bereiken, het versterken van sport- en beweegaanbieders, sportieve en gezonde jeugd en sociaal veilige sport. In 2026 zetten we vervolgstappen in het realiseren van een nieuwe zwemfaciliteit in Zetten, het multifunctionele sportcentrum in Elst, de Wanmolen in Zetten en de verplaatsing van de Heterense Tennisvereniging. Mobiliteit Wij willen een ander beeld creëren over duurzame, veilige en gezonde mobiliteit. We maken een mobiliteitsplan waarbij alle verkeersdeelnemers gelijkwaardig zijn en we de investeringen spreiden over alle verkeersdeelnemers. Zo nodig zetten we in op maatwerk en inzet vanandere vormen van mobiliteit. Meedoen in de samenleving Wij zijn een gemeente voor iedereen. We streven naar een inclusieve en participatieve samenleving waarin iedereen gelijkwaardig meedoet en waar mensen naar elkaar omzien. We versterken de sociale basis en zetten in op ondersteuning om mensen zo lang mogelijk zelfredzaam en betrokken te houden.
We werken samen met vrijwilligers en welzijnspartners aan de doorontwikkeling van ontmoetingsplekken in Overbetuwe, zoals de Huiskamers. Ook onze dienstverlening en communicatie is daarom helder en begrijpelijk. We zetten in op participatie. Daarbij is belangrijk dat we duidelijk zijn over de kaders en wat inwoners van ons kunnen verwachten. Jeugd Onze jongeren kunnen fijn opgroeien in Overbetuwe. De eerste 1000 dagen zijn cruciaal dus ontplooien we activiteiten in het kader van Kansrijke start en zorgen we met onder andere onze jongerenwerkers en het onderwijs voor een stevige sociale basis voor de jeugd. Ons speelbeleid is in uitvoering en we ondersteunen ouders bij de opvoeding. Met de meeste jongeren in Overbetuwe gaat het goed en we doen er van alles aan om dat zo te houden. Met de jongeren en ouders die dat echt nodig hebben blijven we een stukje meelopen en die geven we een steuntje in de rug. Economische ontwikkeling De gemeente Overbetuwe staat al jarenlang bekend als een ondernemersvriendelijke gemeente. De ambitie is om dit te behouden en verder te versterken, zodat ondernemers zich optimaal op hun ondernemerschap kunnen richten. Veiligheid Een veilige en gezonde openbare leefomgeving is een belangrijke voorwaarde om in een gemeente te willen wonen, verblijven, recreëren, ondernemen en/of werken.
Daarom werken we aan een veilige samenleving, waarbij het accent ligt op preventie en het weerbaar maken van onze inwoners en ondernemers. Tot slot Naast deze plannen presenteren we voor 2026 een sluitend financieel perspectief. We hebben voorstellen uitgewerkt om deze tekorten ook voor de periode 2027 – 2029 te
5
dekken. Deze voorstellen willen wij graag met uw raad bespreken in aanloop naar de begroting 2026, zodat we samen komen tot een gedragen oplossing voor een sluitende meerjarenbegroting. Op basis van deze kadernota gaan we graag op 1 juli 2025 met u in gesprek over de te maken keuzes, gezamenlijke ambities en te bereiken resultaten in relatie tot onze beschikbare middelen. Met vriendelijke groet, College van Burgemeester en Wethouders
6
Leeswijzer In deze kadernota lichten we eerst toe welke ombuigingen wij voorstellen en wat de maatschappelijke effecten hiervan zijn. We schetsen ook het proces wat we hebben doorlopen. Daarna lichten we per programma toe wat we blijven doen en welke relevante beleidsontwikkelingen er zijn. In het financiële deel lichten we de financiële uitgangspunten toe en het meerjarenperspectief. Als laatste benoemen we de ontwikkelingen over het personeel en de organisatie.
7
Ombuigingen Toelichting van het financiële tekort en de oplossingsrichtingen Zoals aangegeven in de inleiding hebben we te maken met een financieel vraagstuk voor 2026 en verder. In onderstaand staatje is het actuele meerjarenperspectief geschetst. Hoe we tot dit meerjarenperspectief zijn gekomen lichten we in de financiële paragraaf verder toe. (bedragen x € 1.000) Meerjarenperspectief na actualisering uitg. punten
2026
2027
2028
2029
-6.488
-6.073
-6.449
-6.325
0
-48
-48
-48
1. Nieuwbouw/Renovatie Brandweerkazerne Oosterhout 2. Inflatiekosten
-1.593
-1.593
-1.593
-1.593
3. Informatieveiligheid
-140
-140
-140
-140
4. Integraal Huisvesting Plan
-367
-474
-192
-25
-8.588
-8.328
-8.422
-8.131
2.239
2.273
2.222
2.294
-6.349
-6.055
-6.200
-5.837
Meerjarenperspectief na claims Effect Voorjaarsnota Rijk 2025 Meerjarenperspectief na Voorjaarsnota 2025
Op grond van de afspraken in het coalitieakkoord stelt het college voor om het (structurele) tekort op te lossen door 30% lastenverzwaring en 70% ombuigingen. De ombuigingen zijn vervolgens gelijkwaardig verdeeld over de drie domeinen (Domein Sociaal, Domein Fysiek en Domein Dienstverlening). Het gelijkwaardigheidsprincipe hebben wij ingevuld door de omvang van de uitgaven in de begroting van het desbetreffende domein als uitgangspunt voor de bijdrage uit dat domein te nemen. Dit betekent een verdeling van 60% sociaal domein, 25% fysiek domein en 15% domein dienstverlening. In onderstaand overzicht hebben we de toepassing van de uitgangspunten doorgerekend: (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
-6.349
-6.055
-6.200
-5.837
Extra inkomsten OZB
774
1.274
1.525
1.525
Kostendekkendheid (bouw)leges
200
200
200
200
Kostendekkendheid marktgelden
16
16
16
16
Herinvoering leges evenementenvergunningen
10
10
10
10
1.000
1.500
1.751
1.751
Domein Sociaal
1.381
1.749
1.999
2.451
Domein Fysiek
720
900
975
1.025
Domein Dienstverlening
398
557
617
617
2.499
3.206
3.591
4.093
Vrijval kapitaallasten grote investeringsprojecten
1.000
1.000
1.000
-
Inzet algemene reserve
1.850
349
-
-
2.850
1.349
1.000
0
Meerjarenperspectief na Voorjaarsnota 2025 30% Lastenverzwaring
70% Ombuigingen per domein
Incidentele dekking
Meerjarenperspectief Kadernota 2026 Incidentele lasten en baten Structureel perspectief Kadernota 2026
8
0
0
142
7
2.850
1.349
1.000
0
-2.850
-1.349
-858
7
Aanvullend op de structurele dekking hebben we de verwachte vrijval van de kapitaallasten van de grote investeringsprojecten en de inzet van de algemene reserve ingezet als dekkingsmiddel. De inzet van de algemene reserve bedraagt € 2,1 miljoen, en heeft effect op de ratio's. We blijven qua weerstandsvermogen binnen de minimale grens van 1,4. In de paragraaf Ratio’s bij het financiële deel lichten we de ontwikkeling van de ratio’s toe. Bijeenkomsten van de raad In november en december 2024 hebben we met uw raad in vier werksessies verkend hoe Overbetuwe vanaf 2026 kan besparen. Het betrof een algemene sessie en drie sessies over het domein fysiek, het domein sociaal en het domein dienstverlening (incl. lastenverzwaringen). Hieronder is aangegeven wat de uitkomsten zijn. • Domein fysiek: vanuit de raadssessies is de denkrichting die het college aan de raad heeft verwoord vooral gelegen in het verlagen van het onderhoudsniveau van de openbare ruimte. Daarnaast zijn ook versobering van evenementen en recreatie en toerisme een optie voor de raad, net als het vergroten van kostendekkendheid bij leges en (her)invoering van leges voor commerciële evenementen. • Domein sociaal: er is aangegeven dat met name maatregelen op het gebied van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Kunst, cultuur en erfgoed bespreekbaar zijn.
• Domein dienstverlening: tot slot is besproken dat de ombuigingen op het thema communicatie en dienstverlening enigszins bespreekbaar zijn. Op de thema’s verbonden partijen, werkgeverschap, bedrijfsvoering en lasten voor inwoners en ondernemers waren de uitkomsten niet eenduidig en liepen uiteen. Daarnaast is er een aantal ideeën van de raad die niet zijn verwerkt in een nieuw format. Het gaat om ideeën die al verwerkt waren in een format of ideeën die niet haalbaar zijn gebleken om te verwerken in een ombuiging. Als dit het geval is, is dit toegelicht in de uitwerking van de raadsessies (bijlage 4). Actualisering ombuigingen Per programma zijn vervolgens alle ombuigingsvoorstellen uit de Kadernota 2025 geactualiseerd en aangevuld met voorstellen die uit de raadssessies naar voren zijn gekomen. Daarnaast is gekeken naar de mogelijke effectuering van de voorstellen in de jaarschijven. Sommige voorstellen kunnen niet per 2026 geëffectueerd worden omdat er bijvoorbeeld tijd nodig is om een subsidie stop te zetten. In sommige gevallen is het financieel effect daarom niet zichtbaar in 2026 maar in een latere jaarschijf. Er zijn enkele maatregelen die mogelijk een besparing kunnen opleveren in de formatie. Vooralsnog is hiervoor geen bedrag opgenomen, met uitzondering van één ombuiging met betrekking tot schulddienstverlening.
In de zomer van 2025 bij het opstellen van de begroting 2026 en verder kijken we naar personele effecten en hoe we deze in het financieel perspectief opnemen. Daarbij nemen we ook de inzet van de tijdelijke formatie mee die naar aanleiding van de benchmark van Berenschot is ingezet, zodat er een goede integrale afweging kan worden gemaakt.
9
Gekozen richting Vervolgens zijn, in lijn met de uitgangspunten en de opbouw bij de Kadernota 2025, de ombuigingen per domein uitgewerkt. Daarbij is aangesloten op de programma-indeling. Het domein fysiek betreft programma 1 en 2, het domein sociaal programma 3 ,4 en 5 en het domein dienstverlening programma 6, 7, 8 en de algemene dekkingsmiddelen. Hierna zijn deze toegelicht. Programma 1 en 2 (Fysiek Domein) De budgetten van het fysieke domein vallen grotendeels binnen Programma 1 Duurzame en gezonde samenleving en Programma 2 Leefbare en bereikbare samenleving. Er zijn vanuit de ombuigingsvoorstellen die bij de Kadernota 2025 zijn opgesteld al verschillende budgetten geheel of gedeeltelijk ingezet om respectievelijk een sluitende Kadernota 2025 en een sluitende Begroting 2025 te krijgen. De voorstellen met weinig maatschappelijke impact zijn daardoor nagenoeg ‘opgebruikt’. We ontkomen daarom niet aan merkbare gevolgen voor onze inwoners en ondernemers bij het pakket dat voorligt. Hoofdlijnen van de ombuigingen In lijn met de denkrichting opgehaald vanuit de raad stellen wij voor het onderhoud aan de openbare ruimte te versoberen. En ook het aantal hondenuitlaatplekken te verminderen. Een grotere ombuiging dan nu voorgesteld achten wij onwenselijk gezien het achterstallig onderhoud dat dan optreedt bij onze wegen en groenvoorzieningen.
Dit leidt op termijn tot hogere kosten voor groot onderhoud en reconstructie. Het verlengen van de afschrijvingstermijn van het MFSC Elst geeft een financieel voordeel en brengen we in lijn met de afschrijvingstermijn van andere nieuwbouwaccommodaties. Ook stellen wij voor onze bijdrage aan Overbetuwe Beweegt beperkt te verlagen. Ambities op het gebied van verduurzaming inrichting openbare ruimte willen wij afschalen naar een lager tempo. Waar mogelijk maken wij gebruik van middelen vanuit het Water- en Rioleringsplan. We temperen ook de ambities op het gebied van verkeersplannen per kern. Deze ambities vervallen niet maar voeren wij in een lager tempo uit. Ook stellen wij voor te stoppen met onze bijdrage aan promotie en marketing door Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen (TVAN). Aan de inkomstenkant stellen wij voor weer leges te heffen op commerciële evenementen en de leges voor bouwvergunningen en marktgelden te verhogen zodat deze (meer) kostendekkend worden. Maatschappelijk effect Het verlagen van het onderhoudsniveau in de openbare ruimte en het verminderen van het aantal hondenuitlaatplekken zal leiden tot een minder verzorgd straatbeeld en mogelijk meer meldingen van overlast. We bezien welke impact het heeft op ons nieuwe lichtplan en de beheerplannen. De resterende middelen zetten wij zo effectief en efficiënt mogelijk in om achterstallig onderhoud te voorkomen.
Door het verminderen van het aantal hondenuitlaatplekken doen wij een beroep op eigenaren om uitwerpselen vaker zelf op te ruimen. Het college kiest ervoor één verkeersplan per kern per jaar op te stellen in plaats van twee. Bij de keuze voor welke kern
10
we wanneer een verkeersplan maken houden wij rekening met de actuele verkeers(veiligheids)situatie in de kernen. De ombuiging op ons sportbeleid leidt tot een verminderde inzet van Overbetuwe Beweegt en daarmee een temporisering van onze ambities op sportstimulering. De stap naar een lager ambitieniveau op de thema's vanuit het Integrale kwaliteitsplan openbare ruimte leidt tot een vertraging van het duurzaam en klimaat adaptief inrichten van onze openbare ruimte. Het is van belang om bij de verdere uitwerking de maatschappelijke effecten goed te blijven volgen en – waar mogelijk – verzachtende maatregelen te treffen. Programma 3, 4 en 5 (Sociaal Domein) De programma’s in het sociaal domein betreffen naast opbouwwerk, kunst, cultuur en erfgoed, veelal wat wij doen om invulling te geven aan landelijke wetgeving dan wel daaraan aanpalende taken: de jeugdwet, de wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo), de participatiewet, de wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de inburgeringswet, etc. Hoofdlijnen van de ombuigingen Naast de al in 2025 doorgevoerde maatregelen ad € 0,5 miljoen kiest het college ervoor om opnieuw stevig in te zetten op het terugdringen van het aantal maatwerkvoorzieningen. Om dit te bereiken heeft het college preventieve maatregelen zoveel mogelijk ontzien, indachtig de raadsbreed aangenomen motie "Handhaaf preventie en kwaliteit van zorg".
Een eerste voorzichtige berekening leert dat iedere euro die wij investeren in bewezen preventieve interventies gemiddeld zo’n 3 euro aan maatschappelijke baten oplevert. Dit neemt niet weg dat de gemeentelijke uitgaven in het sociaal domein flink onder druk staan, onder andere omdat in veel gevallen de baten niet op de gemeentelijke begroting, maar elders landen. Samen met de VNG hebben wij hierover nadrukkelijk bij het Rijk aan de bel getrokken. De commissie van wijzen in het verleden, en recenter de commissie Van Ark, hebben ook aangetoond dat gemeenten structureel te weinig middelen voor de uitvoering van deze taken ontvangen. Ook geldt dat het ontbreken van het benodigde wettelijke instrumentarium de haalbaarheid van ombuigingen onder druk zet. Wij verwachten dan ook dat naast de maatregelen die in het verleden al in gang zijn gezet, de recentere ingrepen die momenteel worden doorgevoerd en wat wij in de toekomst nog gaan doen om de uitgaven in het sociaal domein te beperken, ook het Rijk zowel qua financiële middelen als qua sturingsmogelijkheden gemeenten tegemoetkomt. Daarnaast zullen we, na vaststelling van deze kadernota, een actieplan opstellen, dat verder vorm geeft aan het verlagen van de zorgvragen. We houden daarbij rekening met het ingroeipad van de ombuigingen. Het actieplan maakt onderdeel uit van de begroting 2026.
Maatschappelijk effect De toename van kosten in het sociaal domein, met name bij Jeugd en Wmo zijn voornamelijk het gevolg van volumetoename (steeds meer jeugdigen doen een beroep op de jeugdzorg, en vergrijzing doet het beroep op de Wmo groeien), prijsstijgingen ten gevolge van inflatie, en het ontbreken van voldoende wettelijke sturingsinstrumentent (denk aan het verwijsrecht van derden bij de Jeugdwet, alsook aan het ontbreken van de mogelijkheid om een inkomensafhankelijke eigen bijdrage te heffen bij de Wmo). Hierop sturen vergt een maatschappelijke cultuuromslag waarbij wij met elkaar de schaarste in mensen en in
11
middelen verdelen: van de gemeente wordt gevraagd kritischer te kijken welke hulp wordt geboden en aan wie, van de samenleving wordt gevraagd waar mogelijk een grotere bijdrage te leveren aan de zelf- en samenredzaamheid van onze inwoners, eventueel met ondersteuning. Programma 6, 7 en 8 (Domein Dienstverlening) In financiële termen maken de personeelskosten het grootste gedeelte uit van programma 7 (denk aan gratificaties, bindingsbudget, opleidingen etc). Verder is er een aantal budgetten aangaande ICT, informatiebeveiliging en facilitaire budgetten. De ICT budgetten zijn groot in omvang, de facilitaire budgetten betreffen kleinere budgetten aangaande kopiëren, bureaubehoeften en portokosten. Dan is er op het gebied van dienstverlening en communicatie nog een klein aantal beperkte budgetten. Tot slot zitten in programma 8 enkele grote budgetten die te maken hebben met de kosten van onze regionale samenwerkingen. Hoofdlijnen van de ombuigingen Als het om de personeelsbudgetten gaat is er nog enige ruimte om die voor gratificaties en opleidingen beperkt af te toppen, zonder dat dit direct ten koste gaat van goed werkgeverschap. Daarnaast begroten we niet meer op het maximum van de schaal. Gezien de omvang van de opgave kiezen we ervoor te besparen op een aantal budgetten voor dienstverlening, ICT en bedrijfsvoering.
Dit leidt er wel toe dat we een aantal zaken niet meer of minder kunnen doen (doorontwikkelen op ICT, informatiebeveiliging en dienstverlening). Het voorstel is om te stoppen met deelname aan de Economic Board. Daarnaast wordt de ambitie voorgesteld om 2% te besparen op onze bijdrage aan onze GR-en. De gedachte hierachter is dat ook zij, in opdracht van gemeenten, hun bedrijfsvoering efficiënter maken en kosten besparen gezien de ravijnjaren. Maatschappelijk effect We kiezen in beperkte mate voor ombuigingen op personeelskosten. Enerzijds willen wij een goede werkgever zijn, om de betrokkenheid van medewerkers te waarborgen. Anderzijds is de beschikbare personele capaciteit nodig voor de uit te voeren taken. Verdere ombuigingen vinden we niet realistisch in het perspectief van de toename van de taken, zoals op het gebied van de vluchtelingenopvang, energietoeslag en zorgtaken in het kader van de WMO en Jeugd. Het volledig benutten van de financiële ruimte die er is door niet meer te begroten op het maximum van de schaal, heeft als consequentie dat er minder ruimte is om flexibel in te spelen op personele ontwikkelingen. Bij bijvoorbeeld ziekte kan er minder vervanging plaatsvinden en leidt dit tot keuzes ten aanzien van inhoud van het werk en dienstverlening.
De ombuigingen op ICT, bedrijfsvoering en dienstverlening hebben als gevolg dat we sommige dingen niet meer of minder kunnen uitvoeren. Ook leidt het ertoe dat het beheersen van risico’s onder druk komt te staan (denk aan risico’s in uitval van onze ICT of informatieveiligheid waardoor de dienstverlening of bedrijfsvoering uit kan vallen).
12
Bij de besparing op onze regionale samenwerking speelt het risico dat we hier in sommige gevallen beperkte invloed op hebben. Anderzijds spelen de effecten zoals hiervoor genoemd ook voor de bedrijfsvoering en dienstverlening van gemeenschappelijke regelingen.. Programma Algemene dekkingsmiddelen Tot slot heeft de coalitie als uitgangspunt voor de ombuigingen de keuze gemaakt om de tekorten voor 30% van het totale bedrag op te lossen door middel van lastenverzwaringen. Hoofdlijnen van de ombuigingen We kiezen ervoor om de OZB-opbrengsten te verhogen door middel van een ingroeipad. Naast de reguliere stijging voor 2026 op basis van de reguliere inflatie zal de opbrengst in 2026 stijgen met 7,3%. In 2027 neemt deze stijging toe met 4,4% en in 2028 met 2,1% . De extra OZB-opbrengsten stijgen hierdoor met cumulatief € 774.000 in 2026, € 1.274.000 in 2027 en € 1.525.000 vanaf 2028. Met deze stijging blijven we onder het scenario van het landelijk gemiddelde. Er zijn een vijftal scenario’s doorgerekend waarbij onderstaand een alternatief per scenario weergegeven wordt. Totaal OZB opbrengsten per scenario Scenario 1: Gelijk aan landelijk gemiddeld Scenario 2: Gelijk aan plattelandsgemeenten Scenario 3: Onbenutte belastingcapaciteit 100% Scenario 4: Gelijk aan regiogemeenten Scenario 5: Gelijk aan Lingewaard
Stijgingspercentage
Extra opbrengst woningen
Niet woningen
Totaal (incl. afdracht Park 15)
15,9%
€ 1.095.732
€ 585.799
€ 1.681.531
16,9%
€ 1.169.959
€ 625.482
€ 1.795.442
24,5%
€ 1.695.061
€ 936.309
€ 2.631.370
33,7%
€ 2.330.131
€ 1.245.732
€ 3.575.862
55,5%
€ 3.835.063
€ 2.050.297
€ 5.885.360
Maatschappelijk effect Zoals in de Programmabegroting 2025 is aangegeven bedraagt de aanslagoplegging OZB woningen op basis van de gemiddelde WOZ-waarde woningen (€ 405.000) € 339,80. Rekenend met deze gemiddelde WOZ-waarde en de 5 scenario’s wordt in onderstaande figuren zichtbaar wat dit betekent voor een huishouden in gemeente Overbetuwe. Voor nietwoningen is een dergelijke uitwerking niet te geven, omdat de WOZ-waarde van nietwoningen te gedifferentieerd is.
13
OZB lastenverzwaring per scenario uitgaande van woningen met een gem. WOZ-waarde van € 405.000 Huidige situatie Scenario 1: Gelijk aan landelijk gemiddeld Scenario 2: Gelijk aan plattelandsgemeenten Scenario 3: Onbenutte belastingcapaciteit 100% Scenario 4: Gelijk aan regiogemeenten Scenario 5: Gelijk aan Lingewaard
Stijgingspercentage
Bedrag op de aanslag
Stijging in €
nvt 15,9%
€ 339,80
nvt
€ 393,68
+€ 53,88
€ 397,33
+€ 57,53
€ 423,15
+€ 83,35
€ 454,38 € 528,38
+€ 114,58 +€ 188,58
16,9% 24,5% 33,7% 55,5%
OZB Lastenverzwaring per Scenario: Woningen € 500,00 € 400,00 € 300,00 € 200,00 € 100,00 € 0,00 Huidige situatie
15,9%
16,9%
24,5%
33,7%
55,5%
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
Scenario 5
Aanslag 2025 obv gem WOZ
Stijgingsdeel
Verhouding tarief woningen en niet-woningen (bedrijven) Uit het onderzoek van Van den Bosch & Partners komt naar voren dat de verhouding tussen eigenaar woningen en niet-woningen afwijkt ten opzichte van landelijk gemiddeld. Op basis van de OZB-tarieven 2025 is de verhouding voor Overbetuwe 207% terwijl dit landelijk 364% is op basis van de Coelo 2025. Om aan te sluiten bij het landelijk gemiddelde dient het OZBtarief voor niet-woningen met circa 75% meer te stijgen dan het OZB-tarief voor woningen. De invulling hiervan wordt meegenomen bij de Programmabegroting 2026.
14
Programma 1 | Duurzame en gezonde samenleving 1.1 Duurzaamheid Het college werkt aan het programma warmte, waarin het verwachte alternatief voor aardgas per buurt staat beschreven. Daarnaast blijven we inzetten op het duurzaam en energiezuining ontwerpen en bouwen, bieden we extra ondersteuning voor woningeigenaren met een lagere WOZ en ondersteunen we initiatieven uit de samenleving. In verschillende dorpen wordt gewerkt aan een wijkuitvoeringsplan. Hierdoor bieden we handelingsperspectief met aandacht voor betaalbaarheid van de energietransitie. We stellen een lokale energievisie op met de verwachte energievoorziening, maatregelen voor CO2reductie en benodigde duurzame bronnen voor 2050. Op verschillende schaalniveaus vindt samenwerking met de netbeheerders TenneT en Liander en andere stakeholders plaats. Het ecologisch onderzoek voor het soorten managementplan gaat van start, zodat de gebouwgebonden diersoorten beschermd worden en de isolatieopgave behaald kan worden. De thema’s energietransitie, biodiversiteit, klimaatadaptatie en circulariteit worden bij projecten integraal afgewogen. Hierbij benutten we kansen en gaan we voor meer dan het wettelijke minimum. In afstemming met de Regio geven we invulling aan de landelijke maatlat klimaatadaptatie.
Deze aanpak beschrijven we in het hernieuwde programma duurzaamheid, om invulling te geven aan de ambities van energieneutraal en klimaatadaptief Overbetuwe in 2050. 1.2 Circulair Rondom het thema circulariteit zetten we vooral in op gebouwen en Grond- weg en Waterbouw (GWW). We sluiten aan bij het Nieuwe Normaal, landelijke parameters om aan de doelstellingen uit het klimaatakkoord te voldoen. Daarnaast geven we als gemeente het goede voorbeeld en geven we maatschappelijk verantwoord opdrachtgeverschap verder invulling. 1.3 Sport en gezondheid In 2026 herijken we de Sport- en beweegnota 2021-2025. Overbetuwe Beweegt is onze belangrijkste uitvoeringspartner bij het bevorderen van een actieve en gezonde leefstijl onder inwoners en het ondersteunen van onze sportverenigingen. Samen met de meer dan 80 ambassadeurs van het Sportakkoord II werken we in 2026 aan het realiseren van onze doelen en ambities op het gebied van het vergroten van het bereik, het versterken van sporten beweegaanbieders, sportieve en gezonde jeugd en sociaal veilige sport. De openbare ruimte is onze grootste sportfaciliteit. Afhankelijke van de keuzes die de raad maakt willen wij ook in 2026 sportieve ingrepen in de openbare ruimte realiseren. Dit doen wij in samenspraak met onze inwoners en beweegpartners.
Onder het speelbeleid streven we ernaar om alle kernen van evenredig verdeelde BOSS (Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten)-faciliteiten te voorzien. In dat kader voeren we in 2026 in Elst-Noord een participatief gemeentelijk speelproject uit. In 2026 zetten we vervolgstappen in het realiseren van een nieuwe zwemfaciliteit in Zetten, de bouw van het multifunctionele sportcentrum in Elst en de Wanmolen in Zetten en de verplaatsing van de Heterense Tennisvereniging. Afhankelijk van de keuzes die de raad in 2025 maakt, werken wij aan de vernieuwing van sportaccommodatie De Kruisakkers in Elst.
15
1.4 Publieke gezondheid De Visie op Gezondheid 2024-2027; Voorkomen is beter dan genezen en het Plan van aanpak Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) 2023 zijn de kaders voor het lokale gezondheidsbeleid. Voor deze activiteiten zijn we afhankelijk van de Rijksfinanciering. We zetten in op een integraal preventieprogramma waarbij we voortbouwen op en versterken van bestaand beleid en activiteiten op het gebied van cultuur, sport en gezondheidsbevordering. We sluiten daarbij aan bij de nationale en regionale gezondheidsnota en spelen in op de uitdagingen van deze tijd. Deze overkoepelende visie ondersteunt de samenhang op alle beleidsterreinen, samenwerking met onze lokale partners (zoals huisarts, wijkverpleegkundige) op lokaal niveau en op regionaal niveau (zoals met zorgverzekeraars). Met de interventie ‘Welzijn op Recept’ zetten we in op de versterking van het sociaal domein met de eerstelijnszorg en welzijn. De speerpunten die terugkomen in het beleidsplan zijn gezondheid in fysieke en sociale leefomgeving, verkleinen gezondheidsachterstanden, mentale weerbaarheid, versterken van de sociale basis, stimuleren gezonde leefstijl en vitaal ouder worden. Ook geven wij aandacht aan de samenwerking in de regio met het regioplan met de werkagenda Samen Gezond voor Elkaar en de Regionale Preventie Infrastructuur.
Vanaf 1 juli 2025 is suïcidepreventie verankerd in de Wet publieke gezondheid (Wpg). Dit borgen we met een plan van aanpak en sluiten aan bij regionale ontwikkelingen. De GGD werkt aan een toekomstbestendige organisatie, maar lokale en landelijke bezuinigingen én stijgende kosten raken de GGD.
16
Programma 2 | Leefbare en bereikbare samenleving 2.1 Wonen Begin 2026 actualiseren wij de Woonagenda 2025. We vertalen onze opgaven dan in een Programma Wonen. Het Programma Wonen (of Volkshuisvestingprogramma) is een verplicht programma onder de Omgevingswet. Het programma Wonen komt deels tot stand door verplichte onderdelen uit landelijke wet- en regelgeving en deels uit de evaluatie van de Woonagenda 2025. Door diverse ontwikkelingen blijft de woningrealisatie achter bij de behoefte, ook in 2026. We blijven inzetten op het realiseren van woningbouw, waaronder voldoende betaalbare woningen en huisvesting van ouderen en aandachtsgroepen. In het op te stellen Programma Wonen werken we hiervoor verschillende juridische, communicatieve en/of financiële instrumenten uit. Voorbeelden van bestaande instrumenten zijn de doelgroepenverordening en de starterslening. In 2026 geven we ook verder uitvoering aan de visie wonen en zorg. We hanteren het afwegingskader voor nieuwe woon-zorginitiatieven. En we sturen op voldoende levensloopgeschikte en zorggeschikte woningen in nieuwbouw en waar mogelijk ook binnen de bestaande voorraad. We werken – in samenwerking met onze woonpartners - aan het realiseren van woonruimte voor specifieke groepen, zoals arbeidsmigranten en woonwagenbewoners. Regionaal werken we toe naar een verdeling voor de huisvesting van aandachtsgroepen per gemeente.
In afwachting hiervan zetten we de sinds 2021 bestaande Opstapregeling voor uitstroom uit beschermd wonen, jeugdzorg en/of maatschappelijke opvang voort. Ook het maken van prestatieafspraken met woningcorporaties en zorgpartijen wordt wettelijk verplicht (waarschijnlijk met ingang van juli 2026). Via (meerjaren)prestatieafspraken 20262030 werken we samen met de woningcorporaties en huurdersorganisaties aan de opgaven uit het Programma Wonen. 2.2 Mobiliteit In het ambitiedocument Gemeentelijk Mobiliteitsplan Overbetuwe zijn onze ambities en opgaven geformuleerd. In 2025 zijn deze uitgewerkt en samengebracht in het Programma Mobiliteit (voorheen Gemeentelijk Mobiliteitsplan). Onze ambitie is om mobiliteit op een integrale manier te bekijken en alle vervoerswijzen in samenhang te zien. Hierbij zetten we de mens centraal en maken we slimme keuzes voor een duurzame en leefbare omgeving. We werken in 2026 op basis van de volgende thema’s aan acties uit het uitvoeringsprogramma: Transitie naar duurzame mobiliteit, verkeersveiligheid, voorzieningen en kernen bereikbaar houden en regionale bereikbaarheid op orde. We gaan verder met de voorbereidingen voor de plannen voor de fietsverbinding langs de Linge en het VeluweWaalpad (inclusief fietsviaduct A325). Bij herinrichtingen geven we de voetganger en fietser meer ruimte en werken hierbij volgens het STOMP-principe.
We kijken eerst naar de behoeften voor Stappen, dan Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a service (deelmobiliteit) en dan de Privéauto. We starten met de uitvoering van de
17
herinrichting van de stationsomgeving Zetten-Andelst op basis van de Ontwikkelstrategie toekomstperspectief ontsluiting Zetten. In 2025 leverden wij de eerste verkeersplannen op. Ook de komende jaren willen wij een vervolg geven aan het opstellen van verkeersplannen voor onze kernen. We werken samen met de GMR en provincie aan dossiers als verbreding A15 (ViA15), Knoop 38, verkenningen spoorgoederen vervoer en uitrol laadinfra. 2.3 Economie In Overbetuwe zijn er 5.650 (bedrijfs)vestigingen die samen voor ruim 26.230 banen zorgen. Overbetuwe heeft belang bij een florerend en sterk ondernemersklimaat. Ondernemers zorgen voor werkgelegenheid, participatiebanen, een hoog voorzieningenniveau en dragen bij aan de sociale structuur van onze gemeenschap. Wij zetten in op ondernemersvriendelijke dienstverlening en een sterk vestigingsklimaat. Kansen en opgaven in het regionale en Overbetuwse vestigingsklimaat pakken wij samen op met lokale ondernemers en lokale ondernemerscollectieven. Wij zetten in op deze samenwerking en waar mogelijk bouwen wij dit verder uit. De gemeente Overbetuwe staat al jarenlang bekend als een ondernemersvriendelijke gemeente (meting MKB Nederland). De ambitie is om dit minimaal te behouden en vooral verder te versterken, zodat ondernemers zich optimaal op hun ondernemerschap kunnen richten.
Het accountmanagement en het direct contact met de ondernemers staat hierbij centraal. Vanuit de speerpunten voor het vestigingsklimaat die wij opnamen in het Programma Economie 2025-2026 werken wij aan: - Voldoende bedrijfsruimte voor het lokale MKB op de Overbetuwse bedrijventerreinen; - De duurzaamheidsopgave voor het bedrijfsleven; - Een hoog kwaliteitsniveau van toekomstbestendige bedrijventerreinen; - Sterke en professioneel georganiseerde centrumgebieden; - Duurzaam en toekomstbestendig agrarisch ondernemerschap. 2.4 Veiligheid Een veilige en gezonde openbare leefomgeving is een belangrijke voorwaarde om in een gemeente te willen wonen, verblijven, recreëren, ondernemen en/of werken. Daarom werken we structureel aan een veilige samenleving, waarbij het accent ligt op preventie en het weerbaar maken van onze inwoners en ondernemers. Wanneer het noodzakelijk is zetten we, naast preventie, ook in op repressie. Ontwikkelingen in de samenleving en op veiligheidsgebied vragen steeds meer aandacht. Denk daarbij onder andere aan de aanpak van ondermijnende criminaliteit, het terugdringen en bestrijden van High Impact Crimes, het vergroten van de weerbaarheid tegen digitale dreigingen. In maart 2024 heeft de raad het Integraal Veiligheidsplan 2024-2027 vastgesteld.
De raad heeft daarmee haar prioriteiten vastgesteld op het gebied van Integrale Veiligheid (IV) voor de komende jaren. De VGGM vervult belangrijke taken op het gebied van veiligheid en brandweer in de regio. In 2026 past de organisatie een kostenbesparing van 2% toe.
18
2.5 Openbare ruimte Voor het onderhoud, beheer en herinrichting van de openbare ruimte is in 2021 het Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte (IKP OR) vastgesteld. In 2025 starten we op basis van een evaluatie de actualisatie van het plan. Daarnaast actualiseren we het bomenbeleid en stellen we voor het buitengebied een landschapsontwikkelingsplan op. De voorgestelde ombuigingen zorgen ervoor dat het onderhoudsniveau onder druk komt te staan. We trachten achterstallig onderhoud te voorkomen om zo hogere kosten in de toekomst te voorkomen. Herinrichtingen voeren we uit op de locaties en de planning die opgenomen is in het integrale beheerplan. De focus bij inrichting en beheer ligt op de volgende 6 maatschappelijke opgaven: identiteit, gezond en inclusief, klimaatadaptatie, biodiversiteit, duurzaam en circulair en veilig. Daarbij zoeken we aansluiting bij de realisatie van de Ambities van het IKP OR en de uitvoering van het programma duurzaamheid (biodiversiteit en klimaatadaptatie). We zorgen dat de ontwikkeling van rood en groen hand in hand gaan. We ontwikkelen een sterke samenhangende groenblauwe structuur (landschappelijk raamwerk). Daarbij hebben we oog voor een duurzame bedrijfsvoering van de agrarische sector en stimuleren we het landschapsbeheer.
Langs de Linge ontwikkelen we samen met provincie, waterschap en Groene Metropoolregio een fietspad met water-, natuur- recreatieopgaven. We werken aan de uitvoering van het Water en Rioleringsprogramma 2025 –2029 en zorgen op een plus bij projecten met het klimaatmeekoppelbudget. Daarnaast versterken we in samenwerking met het waterschap de dijk Heteren – Arnhem. 2.6 Recreatie en toerisme De geactualiseerde beleidsnota "De Betuwe in verbinding: een dijk van een landschap" loopt van 2023 tot 2028. De ambitie is om toerisme en recreatie vanuit een economisch perspectief te bevorderen en verbindingen te leggen. Een gevarieerd aanbod vergroot de aantrekkingskracht voor zowel inwoners als bezoekers, ook zonder externe marketing en promotie. Door samenwerking met de buurgemeente, in de Groene metropool regio en in de Betuwe, worden routes, voorzieningen en beleving gezamenlijk vormgegeven. We gaan verder met de actielijst uit de recreatienota. We maken landschap, cultuur, erfgoed en lokale verhalen in de gemeente beleefbaar met acties op basis van de belevingskaart Overbetuwe Lingewaard. Het onderhoud en beheer van de routes in het Wandelnetwerk en de klompenpaden is extern georganiseerd. Het verhaal van de Waal krijgt vervolg in de buurgemeenten. De dijkversterking langs de Neder-Rijn biedt nieuwe kansen voor recreatie.
We brengen bedrijven, musea en organisaties samen via een herzien toeristisch platform. Daarnaast versterken we wandel- en fietsroutes om de verbinding tussen kernen en landschap te versterken, waarbij we de bestaande (veer)verbindingen behouden. We evalueren de invoer van de verblijfsbelasting in en betrekken ondernemers bij aanpassingen.
19
Programma 3 | Interactie met de samenleving 3.1 Participatiecultuur We vinden het van belang dat iedereen de gelegenheid heeft mee te praten of mee te doen. Om doelstellingen uit ‘Samen aan zet’ en ‘Duurzaam bruggen slaan’ te realiseren werken wij in 2026 verder aan het begeleiden van medewerkers bij nieuwe werkwijzen en het toepassen van nieuwe instrumenten voor participatie en communicatie. Daarbij houden wij altijd het algemeen belang voor ogen en geven wij aan welke mogelijkheden er zijn voor participatie, maar ook welke niet. Initiatiefnemers van plannen hebben een eigen verantwoordelijkheid om participatie te organiseren. Daarbij kan het ook zo zijn dat de gemeente participeert in een voorstel van andere initiatiefnemers. We betrekken specifieke groepen, zoals jongeren, actief om ervoor te zorgen dat de participatie voor iedereen toegankelijk is. Ook uw raad vraagt via de motie ‘Mijn stem telt’ blijvende aandacht voor jongerenparticipatie. Naast de inzet vanuit het jongerenwerk zetten wij ook andere manieren in om jongeren hun stem te laten horen en hun perspectief in te brengen in beleid en (speel)projecten. Bijvoorbeeld via de tool Swipocratie die laagdrempelig, snel en via een smartphone de mening van jongeren kan peilen. Beleid maken wij met het oog op de toekomst, een toekomst voor onze jeugd.
3.2 Interactie met de samenleving De gemeente Overbetuwe wil graag een samenlevingsgerichte, communicatieve en betrouwbare gemeente zijn. Goed samenspel met de samenleving vraagt communicatief en consequent handelen van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. En een flexibel en daadkrachtig bestuur én organisatie. Dit is een zoekproces waarin we uitproberen, daarvan leren en bijstellen. Zo ondersteunen we ook in 2026 dorpen met het proces om te komen tot een dorpsagenda of met andere gemeenschapsinitiatieven zoals een dorpendeal en de uitvoering daarvan. De gemeente faciliteert dit proces desgevraagd door informatie of begeleiding te bieden. We zijn present en werken aan gemeenschapsopbouw in dorpen/ wijken waar inwoners (nog) niet in staat zijn een gezamenlijk dorpsproces te organiseren. Samen met het dorp kijken we vervolgens naar de agenda: wat doen inwoners zelf, wat is aan de gemeente en wat is aan andere partners? We zijn als gemeente duidelijk over wat het dorp kan verwachten van de gemeente. De dashboards om per dorp beschikbare data te ontsluiten zijn gereed en in te zien via Overbetuwe in Cijfers. Deze helpen het goede gesprek te voeren over waar een dorp of wijk staat en naartoe zou willen. 3.3 Dienstbare overheid In 2026 werken we verder aan de uitvoering van de principes in dienstverlening en het dienstverleningsconcept.
We stellen inwoners centraal in onze communicatie en dienstverlening: deze is laagdrempelig, makkelijk en toegankelijk. Warm en persoonlijk contact speelt hierin een belangrijke rol. Binnen de beschikbare middelen werken we via trainingen voor medewerkers aan begrijpelijke en heldere taal in onze mondelinge en schriftelijke communicatie. We maken optimaal gebruik van bestaande kanalen en ingangen voor inwoners en optimaliseren deze verder waar nodig. Zowel externe ingangen als ingangen bij de gemeente zelf.
20
Programma 4 | Inclusieve en participatiesamenleving 4.1 Wmo We willen dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en mee kunnen doen in de maatschappij. We zetten in op preventie, vroegsignalering en ontschotting om ondersteuning zo integraal en zo dicht mogelijk bij de inwoner vorm te geven. We bevorderen de samenwerking tussen sociaal domein, eerstelijnszorg en GGZ. In ons streven naar sterke gemeenschappen creëren we een breed aanbod van laagdrempelige, algemene voorzieningen, waarbij we zo veel mogelijk gebruik maken van de bijdrage van inwoners. In elk dorp is een locatie voor ontmoeting en verbinding in gebruik. In het kader van inclusiviteit willen we het gebruik van deze locaties door diverse doelgroepen bevorderen, zodat ook inwoners met een zorgvraag de huiskamer bezoeken. Dit biedt aan mantelzorgers de gelegenheid voor een adempauze van hun drukke zorgtaken en gaan eenzaamheid tegen. Als gevolg van het langer thuis wonen en de vergrijzing zien we een toename in het aantal (complexe) aanvragen waardoor er meer Wmo-maatwerkvoorzieningen verstrekt worden. De invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage is uitgesteld tot 1 januari 2027. Het jaar 2026 wordt gebruikt voor de implementatie. De financiële doordecentralisatie van beschermd wonen (van centrum – naar regiogemeenten) is uitgesteld naar 2026.
Verder uitstel is mogelijk, want het wetsvoorstel is door het nieuwe kabinet vooralsnog niet geagendeerd. In de tussentijd werken we door aan de versterking van onze lokale infrastructuur voor inwoners met psychische kwetsbaarheid. Dit onder meer door de start van een project gericht op een ‘herstelwerkplaats’. Dit laatste doen we ook in het kader van het Integraal Zorgakkoord dat zich onder andere richt op het realiseren van een regionaal dekkend netwerk van (herstel)voorzieningen. We richten ons, naast de al bestaande functie van ‘wijk-ggz’ op het verder inrichten van vroegsignalering van complexe problematiek door de inzet van een ‘voorzorgfunctionaris’. Ook in Overbetuwe neemt het aantal meldingen over inwoners met ‘onbegrepen gedrag’ helaas toe. Daarnaast richten we ons op het verbeteren van de (regionale) ketensamenwerking en de verbetering van de bekendheid van bestaand (preventief) aanbod bij relevante partners. Meer fysiotherapeuten bieden cursussen aan voor valpreventie. Het aanbod kent daardoor een betere spreiding en is voor meer inwoners toegankelijk. Na deelname aan de cursus worden inwoners toe geleid naar een beweegaanbod. De woonzorgvisie vertalen we in 2026 in een uitvoeringsagenda. Het Rijk ondersteunt de gemeenten met een beperkt budget via het woonzorgprogramma.
Sinds 2021 hebben we, in samenwerking met de woningcorporaties en zorgorganisaties, een zogeheten ‘Opstapregeling’ voor uitstroom uit beschermd wonen, jeugdzorg en/of maatschappelijke opvang. Deze regeling, waarbij een beperkt aantal woningen wordt toegewezen aan deze doelgroep, zetten we voort.
21
4.2 Jeugdzorg De gemeente Overbetuwe wil dat jongeren veilig, gelukkig en gezond kunnen opgroeien, hun talenten ontwikkelen en naar vermogen bijdragen aan de maatschappij. Dit willen we bereiken in samenspel met hun ouders, hun omgeving en (vrijwilligers-) instellingen. Om de Jeugdzorg effectief en efficiënt uit te voeren, zetten we in op preventie, vroegsignalering en ontschotting om ondersteuning zo integraal mogelijk vorm te geven. We bieden ondersteuning zoveel mogelijk laagdrempelig en als algemene voorziening aan. We bevorderen de samenwerking tussen onze samenwerkingspartners in het sociaal domein, 1e en 2e lijnszorg en onderwijs. De Sociale Basis voor de Jeugd zetten we voort... Ook geven wij samen met partners uit de Coalitie Kansrijke Start uitvoering aan onze gezamenlijk aanpak van de eerste 1.000 dagen van een kind. Daarnaast blijven wij deelnemen aan het project ‘Toekomstscenario jeugd en gezinsbescherming’ en worden in 2026 en verder vervolgstappen gezet als het gaat om de Hervormingsagenda Jeugd en geven wij uitvoering aan het Regionaal Uitvoeringsplan Jeugd. Vanuit de POK-middelen is voor 2 jaar een projectleider Hervormingsagenda aangesteld. Het doel van de agenda is om de kwaliteit en de effectiviteit van jeugdhulp te verbeteren tegen lagere kosten. Voor wie niet zelfstandig kan reizen, blijft het doelgroepenvervoer toegankelijk.
In 2026 werken vervoerders aan de hand van het vastgestelde actieplan verder aan het realiseren van de regionale duurzaamheidsambitie van volledig emissie vrij doelgroepenvervoer in 2028. 4.3 Schuldhulpverlening Het beleidsplan schulddienstverlening gemeente Overbetuwe 2023-2027 "Op weg naar een vitale financiële huishouding" is het kader voor het lokale schuldhulpverleningsbeleid. We namen hierin de doelstelling op problematische schulden te voorkomen. In 2026 richten wij ons vooral op preventie en vroegsignalering om dit doel te bereiken. Op het gebied van vroegsignalering zien we positieve resultaten. We komen steeds vaker met inwoners met betaalachterstanden in contact. Onze aanpak – zoveel mogelijk direct met de inwoner in gesprek en zo min mogelijk e-mails of brieven – werkt. Tegelijkertijd zien we ook dat inwoners niet direct een hulpaanbod accepteren wanneer wij in contact met hen komen. In 2026 en verder ontwikkelen we onze aanpak vroegsignalering verder, waarbij de focus ligt op een hoger percentage van hulpacceptatie. We blijven ons ook richten op preventie, onder andere door het geven van financiële educatie op scholen. Eerder hebben we een pilot financiële educatie gestart op 3 VOscholen. Hier gaan we mee door. Ook ontwikkelen we een aanpak financiële begeleiding tijdens en na een schuldhulpverleningstraject.
Dit om aan gedragsverandering te werken en om recidive te voorkomen. In 2027 laten we een nieuw beleidsplan schulddienstverlening vaststellen. In 2026 starten we al met de voorbereidingen op dit nieuwe beleidsplan. 4.4 Armoedebeleid Vanuit het armoedebeleid ondersteunen we inwoners met inkomensproblematiek. In 2026 blijven we ons inzetten om de groep te helpen die het financieel zwaar heeft. Dit doen we met verschillende minimaregelingen, zoals de Meedoenregeling en het Persoonlijk Minimabudget. Verder kunnen inwoners met bijzondere en onvoorziene kosten kunnen aanspraak maken op de bijzondere bijstand. Steeds meer inwoners doen een beroep op de bijzondere bijstand, waardoor de uitgaven het budget ruimschoots overschrijden. We blijven uitvoering geven aan de doelen die zijn vormgegeven in het nieuwe armoedebeleid.
22
Wij ondersteunen financieel kwetsbare inwoners door subsidietoekenningen aan organisaties die deze doelgroep helpen, zoals de Voedselbank, Stichting Leergeld, Stichting babyspullen en het Noodfonds ondersteunen wij financieel kwetsbare inwoners Straks wordt het makkelijker voor ons om mensen actief te wijzen op hun recht op minimaregelingen en uitkeringen. Dit komt door een nieuwe wet die in 2026 in werking treedt die proactieve dienstverlening mogelijk maakt. Door inwoners actief te informeren gaan we het niet-gebruik van minimaregelingen en uitkeringen tegen. Dit heeft ook effect op doelstelling 5.1 Participatiewet: inkomen.
4.5 Sterke sociale basis De ambitie is om samen met inwoners een sterke sociale basis te creëren waarin positieve gezondheid centraal staat. Professionals binnen zorg, welzijn en sociaal domein werken in de sociale basis en het sociaal team samen aan deze ambitie. De ontwikkeling van het sociaal team en de sociale basis is een doorlopende leerlijn: de landelijke hervormingen in de jeugdzorg, zoals de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming, vereisen dat gemeenten hun sociale teams versterken. Daarom werken we ook in 2026 aan de verdere ontwikkeling van het STO in relatie tot de sociale basis. We werken met heldere opdrachten en investeren nadrukkelijk in partnerschap. Ook blijven we monitoren of dat wat we doen in lijn is met de gewenste manier van werken op basis van het advies van Hiemstra & de Vries ‘Bouwen aan een stevig fundament’, voor een toekomstbestendige en samenhangende inrichting van de dienstverlening en de uitdagingen die op ons afkomen. 4.6 Diversiteit en inclusie Sinds januari 2025 werkt de gemeente actief aan diversiteit en inclusie. We zetten ons in voor gelijke kansen en zorgen ervoor dat onze samenleving en organisatie transparant en toegankelijk is. We vragen binnen andere plannen aandacht voor het beter toegankelijk maken van openbare ruimtes en gemeentelijke voorzieningen zodat iedereen ze kan gebruiken.
Duidelijke en open communicatie helpt bij meer bewustwording en respect. Ook stimuleren we sociale verbondenheid door ontmoetingen te organiseren waar iedereen zich welkom voelt. Om bewustwording te vergroten, geven we trainingen en betrekken we inwoners bij inclusieinitiatieven. Een paar keer per jaar komt een extern inclusienetwerk samen om ervaringen te delen en verbeteringen voor te stellen. Daarnaast werken we samen met Vizier Oost om discriminatie aan te pakken. Zo zorgen we ervoor dat diversiteit en inclusie in de hele gemeente merkbaar zijn.
23
Programma 5 | Werkende en lerende samenleving 5.1 Participatiewet: re-integratie en participatie Wij bieden inwoners die onder de re-integratieverplichting vallen van de Participatiewet op maat gemaakte ondersteuning bij het vinden van passend werk en/of daginvulling. We werken hiervoor veel samen met verschillende lokale en regionale partijen. In 2026 gaan er veranderingen plaatsvinden in alle arbeidsmarktregio’s, waaronder ook onze arbeidsmarktregio Midden-Gelderland. Zo komt er in 2026 een regionaal werkcentrum. Daarnaast komt er een regionaal beraad dat de gezamenlijke publiek-private governance structureel gaat borgen. Deze veranderingen komen voort uit de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur die vanuit het kabinet is geïnitieerd, met als doel om alle regionale arbeidsmarkten duurzaam in te richten. Een andere landelijke ontwikkeling die invloed heeft op de re-integratie is de nieuwe wet van school naar duurzaam werk die in 2026 in werking treedt. Door deze wet krijgen we een meer preventieve rol bij het ondersteunen van jongeren naar werk. Verder komt er in 2026 een nieuw uitvoeringsplan re-integratie wat gebaseerd is op de vernieuwde visie op het sociaal domein. Hiermee streven we naar het vergroten van de participatie en (financiële) zelfredzaamheid van inwoners.
Tenslotte gaan we ook verder met het ontwikkelen van een toekomstvisie voor inwoners met een WSW-dienstverband en inwoners met arbeidsbeperkingen. 5.2 Participatiewet: inkomen In het Uitvoeringsprogramma 2022-2026 is de ambitie opgenomen om bijstand op maat te gaan toepassen. Beoogd is werken naast de bijstandsuitkering te stimuleren en de menselijke maat toe te passen. Tot nu toe hebben we bijstand op maat nog niet uitgevoerd. Dit heeft te maken met landelijke beleidsontwikkelingen. We wachten namelijk op de aanpassing van de Participatiewet (“Participatiewet in Balans”). De datum van inwerkingtreding van het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is (onder voorbehoud) naar verwachting 1 januari 2026. Het wetsvoorstel bevat 21 maatregelen die op korte termijn de regels en ondersteuning van de Participatiewet beter laten aansluiten op de mogelijkheden en omstandigheden van de mensen voor wie ze bedoeld zijn. Op de langere termijn komen er ook domeinoverstijgende maatregelen, die moeten leiden tot een fundamentele herziening van het stelsel. Zowel de korte termijn maatregelen als lange termijn maatregelen nemen we op in een Uitvoeringsplan Bijstand op maat/bestaanszekerheid in 2026. Naast de Participatiewet in Balans zijn wij in 2026 en 2027 verantwoordelijk voor het verstrekken van vaste tegemoetkomingen in het kader van de alleenverdienersproblematiek.
Dit totdat deze problematiek in 2028 via de inkomstenbelasting is opgelost. 5.3 Onderwijshuisvesting Gemeenten hebben de wettelijke zorgplicht voor adequate en voldoende onderwijshuisvesting. Dit houdt in dat wij verantwoordelijk zijn voor de bekostiging van nieuwbouw, uitbreiding van schoolgebouwen en de 1e inrichting. Circa 60% van de huidige
24
schoolgebouwen in onze gemeente is functioneel en technisch verouderd. Dit houdt in dat wij de komende jaren voor een grote opgave staan om deze gebouwen te vernieuwen. In 2024 is in samenwerking met de schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties het Integraal Huisvestingsplan geactualiseerd. In dit plan staat de langetermijnvisie voor onderwijshuisvesting opgenomen. De komende jaren gaan wij uitvoering geven aan deze investeringsopgaven waaronder de nieuwbouw van basisschool De Meeuwenberg in Driel en het Lyceum Elst. 5.4 Onderwijs en zorg Goed onderwijs biedt jongeren meer mogelijkheden zichzelf te ontwikkelen en een beter perspectief op een baan. Wij hebben de verantwoordelijkheid om de aansluiting van zorg en onderwijs goed vorm te geven, onderwijsachterstanden bij kinderen tegen te gaan en toe te zien op naleving van de leerplicht. We bieden daarom leerlingenvervoer aan leerlingen die vanwege een structurele beperking niet zelfstandig kunnen reizen naar school. We zorgen voor een optimale samenwerking tussen professionals van zorg en onderwijs om kinderen en jongeren een goede start in het leven te geven. We werken preventief en optimaliseren daarom de samenwerking met scholen en andere professionals uit zorg en welzijn, om vroegtijdig interventies te kunnen plegen. Zo willen we voorkomen dat leerlingen (langdurig) thuis zitten.
We streven er met al deze inzet naar dat nog meer jongeren een startkwalificatie halen. In 2024 hebben wij het beleidsplan onderwijskansen opgesteld, waarin voor-en vroegschoolse educatie extra aandacht krijgen. Op basis van dit onderwijskansenbeleid ontwikkelen en implementeren wij in 2026 met partners een kwaliteitskader voor voorschoolse educatie. De uitvoering van het beleid monitoren wij door jaarlijks een VVEmonitor uit te voeren. Met onze partners ontwikkelen en implementeren wij een samenwerkingsagenda voor onderwijs, met de focus op onder andere het versterken van de samenwerking rond jeugd- en onderwijsvraagstukken en het creëren een inclusieve leerlijn van 0 – 21 jaar, door de samenwerking tussen onderwijs, zorg en kinderopvang te verbeteren. 5.5 Kunst, cultuur en erfgoed Onze gemeente heeft veel te bieden op het gebied van kunst, cultuur en erfgoed, zoals een eigen theater, UNESCO-werelderfgoed en historische dorpskernen. Deze elementen versterken onze identiteit, trekken toeristen aan en brengen inwoners samen. We vinden het belangrijk om de culturele infrastructuur van onze gemeente in te stand te houden. Kunst, cultuur en erfgoed dragen bij aan de identiteit en sociale samenhang in de onze gemeente.
We steunen culturele activiteiten en educatie, organiseren evenementen die bijdragen aan een inclusieve samenleving en maken cultuur toegankelijk voor iedereen, met extra aandacht voor kwetsbare groepen en jongeren. Elk jaar organiseren we een cultuurbijeenkomst om samenwerking tussen culturele partners te versterken. Ook onderhouden en restaureren we kunstwerken in de openbare ruimte om de leefbaarheid te verbeteren. De komende tijd onderzoeken we nieuwe mogelijkheden voor de invulling van de functie cultuurcoach, het cultuurmenu en andere vormen van cultuureducatie en muziekonderwijs in de klas. Dit doen we in samenwerking met het onderwijs, stichting Clink! en gemeente Lingewaard. Zo borgen we cultuureducatie en blijven
25
we de ontwikkeling van kinderen stimuleren, terwijl we tegelijkertijd een efficiëntieslag en een ombuiging realiseren. We benutten ons UNESCO-werelderfgoed met het jaarlijkse Romeinenfestival, vergroten de bekendheid van het Tempel-Kerkmuseum en werken samen met regionale initiatieven. Daarnaast realiseren we in Oosterhout een nieuw kunstwerk, geïnspireerd op Romeinse vondsten uit de omgeving.
26
Programma 6 | Informatie en kennissamenleving 6.1 Toegang tot diensten en producten We werken continu verder aan het verbeteren van (de toegang tot) onze diensten en producten, zoals bijvoorbeeld de digitale dienstverlening via onze websites en online portalen. Hieraan liggen wettelijke verplichtingen ten grondslag, zoals de Wet digitale overheid (Wdo, onder andere eisen rondom toegankelijkheid) en de Wet modernisering elektronisch bestuur (Wmebv). De Wmebv is wederom uitgesteld en gaat in per 1 januari 2026. Inwoners krijgen hiermee het recht om officiële berichten elektronisch aan de gemeente te verzenden. We evalueren de in 2025 ingevoerde Persoonlijke Internet Pagina (PIP) en waar nodig, ontwikkelen we de functionaliteiten verder door. Naast diensten en producten gaat het om de toegang tot informatie. Dit is een wettelijke verplichting vanuit de Wet open overheid (Woo). Tot op heden is een aantal informatiecategorieën verplicht om openbaar te maken, maar de verwachting is dat deze verplichting komende jaren wordt uitgebreid. Zo wordt informatie van de gemeente voor inwoners makkelijker beschikbaar en toegankelijk. Ten behoeve daarvan werken we in 2026 aan het op orde brengen van onze informatiehuishouding en ons archiefbeheer. En ook werken we aan het verder optimaliseren van het proces met betrekking tot het afhandelen van informatie-aanvragen, Woo-verzoeken en klachten.