25-07-01.07 Totaaloverzicht beantwoording (technische) vragen Kadernota 2026 - versie 20 juni 2025
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Kadernota 2026 Versie: 20 juni 2025
Inhoud
1. Technische vragen CDA.........................................................................................................................................................................2 2. Technische vragen GBO ........................................................................................................................................................................2 3. Technische vragen OBN ........................................................................................................................................................................3 4. Technische vragen D66..........................................................................................................................................................................6 5. Technische vragen BOB.........................................................................................................................................................................7 6. Technische vragen VVD .........................................................................................................................................................................8 7. Technische vragen GroenLInks ..............................................................................................................................................................9 8.
Technische vragen PvdA......................................................................................................................................................................17 9. Technische vragen ChristenUnie..........................................................................................................................................................18 10. Technische vragen Lokaal Kompas ......................................................................................................................................................27
1
Technische vragen CDA N.v.t. Technische vragen GBO Na IBC: Vraag 1: Informatie over ziekteverzuim Toelichting: In de jaarrekening 2024 staat, dat het ziekteverzuim over dat jaar 8,4 % is. Met maatregelen probeert u dit verzuim terug te dringen. Bijbehorende vragen: 1. Wat is het verzuim over het 1e kwartaal 2025 en welke aanvullende maatregelen gaat u nemen om het verzuim te beperken? 2. Het inhuren van externen is in 2024 t.o.v. 2023 volgens de jaarrekening 2024 behoorlijk gedaald; heeft deze trend zich voortgezet en hoeveel bedraagt de inhuur over het 1e kwartaal 2025? Portefeuillehouder: PHR Antwoord 1: Het verzuim in het 1e kwartaal 2025 is 9,9%. Omdat dit percentage de winterperiode betreft, heeft seizoensgebonden verzuim hierop een extra weerslag. Het langdurig verzuim maakt een groot deel (meer dan 70%) uit van dit percentage. De verwachting is dat we dit jaar een aantal langdurige verzuimdossiers kunnen afsluiten. De effecten hiervan in de verzuimcijfers verwachten wij eind dit jaar / begin volgend jaar te zien. De afgelopen en aankomende periode blijft een intensivering van maatregelen plaatsvinden. De maatregelen liggen op het reduceren (waar mogelijk) van het langdurig verzuim en daarnaast op preventie.
Maatregelen die onder andere zijn/ worden genomen is uitvoering geven aan de aandachtspunten vanuit de risico-inventarisatie (RI&E) en de jaarverslagen 2024 van de Arbodienst en Vertrouwenspersoon. Deze aandachtspunten richten zich met name op de psychosociale arbeidsbelasting (vaak in combinatie met een privé gerelateerd psychische factor). Op management- medewerkersniveau vinden gesprekken plaats over preventie en het terugdringen van verzuim. De uitkomsten worden vertaald naar concrete maatregelen waaronder aanscherping van de rol van de leidinggevende en P&O bij preventie en verzuim, trainingen/ intervisie, verscherpte analyse van de verzuimdossiers. Ook vindt vanaf juli 2025 intensivering plaats van de contacten/ overleggen met de 2
Arbodienst (adviseur mens, werk & gezondheid en de bedrijfsarts) en waar nodig met de vertrouwenspersoon. Deze maatregelen sluiten ook aan bij de afspraak in de Begroting 2025, paragraaf bedrijfsvoering over de aanscherping van de sturing op verzuim bij ziekte. Antwoord 2: Op basis van de huidige inzichten lijkt deze trend zich voort te zetten. De inhuurkosten tot en met boekingsdatum eind maart 2025 bedragen afgerond € 0,8 miljoen terwijl dit eind maart 2024 afgerond € 1,2 miljoen betreft. Hierbij zijn er diverse factoren, waaronder de krappe arbeidsmarkt, specifieke kennis en ziekteverzuim, die een rol spelen bij de inhuurkosten. Deze factoren fluctueren per periode. Technische vragen OBN Vragen/voorafgaand tijdens IBC: Vraag 1: Hoe wordt de ombuiging van het onderhoud openbare ruimte verdeeld over de verschillende kernen? Hetzelfde geldt voor de ombuiging op de hondenuitlaatplekken. Antwoord: De gevolgen van de ombuiging op het beheer aan de openbare ruimte werken we nader uit bij de begroting 2026. Alle kernen kennen eenzelfde kwaliteitsniveau. Een verdeling naar kern zal daarom lastig te kwantificeren zijn. Vraag 2: In hoeverre levert de besparing op de verkeersplannen een besparing op de ambtelijke capaciteit op? Antwoord: Het levert geen directe besparing op. Er is een ambtenaar die zich onder andere met de verkeersplannen bezighoudt.
Dit naast advisering op de projecten. Hiermee zijn we in staat om ambitie en uitvoering bij elkaar aan te sluiten. Na IBC: Vraag 1: Doorstroomtrein Toelichting: Op 30 maart 2025 heeft uw college schriftelijke vragen beantwoord over het onderwerp doorstroming woningzoekenden; S716. De fractie van OverbetuweNu is benieuwd hoe het college verder uitvoering geeft aan het begrip ‘doorstroomtrein’. Het bevorderen van doorstromen is volgens ons één van de oplossingen voor het woningtekort in Overbetuwe en we missen hier verdere uitwerking. Op 10 juni 2025 heeft een inspreker aangegeven dat in Elst De Pas Noord geen ruimte was om te praten over kleine en betaalbare woningen voor starters en senioren, of mensen met een beperking.
3
Dit belemmert de doorstroom in de verschillende woonsegmenten. Ook in andere projecten zien we geen initiatieven die doorstroming bevorderen. Bijbehorende vragen: 1. In welke projecten die op dit moment worden gerealiseerd worden kleinschalige en betaalbare koop en huurwoningen gerealiseerd? Hoeveel van deze woningen zijn geschikt voor starters en senioren? 2. In hoeveel projecten die in de planning tot 2030 staan worden kleinschalige en betaalbare koop- en huurwoningen gerealiseerd. 3. Welke knelpunten ziet het college op dit moment om uitvoering te geven aan de vraag om kleinschalige en betaalbare koop- en huurwoningen te realiseren? Portefeuillehouder: KG Antwoord: 1. Het merendeel van de 27 woningbouwprojecten in onze gemeente bevat ook (kleinschalige) betaalbare koop- en huurwoningen. In totaal hebben we ruim 1.000 betaalbare woningen in het woningbouwprogramma zitten. Er zitten ongeveer 400 levensloopgeschikte woningen in ons woningbouwprogramma. Bepalen welk aandeel geschikt is voor starters is niet mogelijk, het huisvesten van starters vraagt namelijk niet om één specifiek type woning, behalve dan dat de meeste starters op zoek zijn naar een woning in één van de betaalbare prijssegmenten. Uw raad is op 6 mei jl. ook over het lopende woningbouwprogramma geïnformeerd (zie link). 2.
In 24 van de 27 prioritaire projecten worden betaalbare koop- en huurwoningen gerealiseerd (zie ook memo van 6 mei jl. via deze link). We kunnen niet aangeven welk aandeel kleinschalig is, omdat we daar geen vaste definitie voor hanteren. 3. In onze memo van 6 mei jl. hebben we diverse knelpunten genoemd. Het knelpunt onrendabele toppen/financiële uitdagingen speelt vooral bij projecten met relatief veel betaalbare koop- en huurwoningen. Ook zien we dat in participatieprocessen soms de wens geuit wordt om minder woningen te realiseren. Dit kan extra financiële uitdagingen met zich meebrengen als we wel vast blijven houden aan een betaalbaar programma. Vraag 2: Leges voor commerciële en niet commerciële evenementen Toelichting: In de Kadernota 2026 wordt voorgesteld dat leges in rekening gaan worden gebracht voor commerciële evenementen. In de fractie van OverbetuweNu is onduidelijkheid over het verschil tussen commerciële en niet-commerciële evenementen. Bijbehorende vragen: 1. Wat zijn de criteria om een evenement commercieel of niet-commercieel te duiden? 2. Hoeveel evenementen zijn er in 2024 georganiseerd die volgens de nieuwe regels commercieel worden genoemd? 4
3. Hoeveel evenementen zijn er in 2024 georganiseerd die volgens de nieuwe regels niet-commercieel worden genoemd. 4. Waarom is niet gekozen om alle evenementen (commercieel en niet-commercieel) een kostendekkende vergoeding in rekening te brengen? Portefeuillehouder: WH/RvdD Antwoord: 1. Zie beleidskader Document OverBetuwe - 25-06-19.21 relevant stuk 1 Beleidskader evenementenbeleid gemeente Overbetuwe 2025 opgemaakte versie - iBabs Publieksportaal, paragraaf 3.2.1. Voor alle evenementen die plaatsvinden op het evenemententerrein op Park Lingezegen worden leges ingevoerd. Voor alle evenementen die niet plaatsvinden op het evenemententerrein op Park Lingezegen geldt het volgende: Er worden geen leges betaald als de vergunninghouder van de evenementenvergunning een activiteit organiseert: • waar de organisator geen winstoogmerk nastreeft én welke activiteit uitsluitend tot doel heeft een bijdrage te leveren aan de sociale cohesie op buurt-, wijk-, kern -of gemeentelijk niveau. • of als de vergunninghouder van de evenementenvergunning een activiteit organiseert waar de organisator geen winstoogmerk nastreeft én die uitsluitend wordt georganiseerd ten behoeve van een goed doel. Andere evenementen vallen onder de categorie commerciële evenementen en betalen leges.
De hoogte van de leges wordt uitgewerkt in de uitvoeringsregels en verwerkt in de legesverordening die wordt vastgesteld door de raad. De leges moeten kostendekkend zijn voor de kosten van de gemeente voor vergunningverlening en het toezicht dat nodig is voor toetsing van de betreffende vergunning voor het commerciële evenement. 2. 16 evenementen, waarvan 6 kermissen en 7 evenementen op Park Lingezegen. 3. 247 evenementen (inclusief de vergunningsvrije evenementen). 4. Zie beleidskader Document OverBetuwe - 25-06-19.21 relevant stuk 1 Beleidskader evenementenbeleid gemeente Overbetuwe 2025 opgemaakte versie - iBabs Publieksportaal, paragraaf 2.2.1. Evenementen hebben grote invloed op de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van een dorp en zorgen voor maatschappelijke verbinding. We willen organisatoren dan ook stimuleren om een evenement in Overbetuwe te organiseren. Dit doen we door het opstellen van 5
uniforme regels. We proberen de drempels voor kleine evenementen zo laag mogelijk te houden en commerciële evenementen die meer nodig hebben voor een aantal zaken te laten betalen.
Technische vragen D66 Voorafgaand/tijdens IBC: Vraag 1: Op welke wijze worden de middelen van de SPUK (specifieke uitkeringen) regelingen verwerkt in de begroting 2026? Als onderdeel van de algemene uitkering? Antwoord: Deze middelen, en ook bijvoorbeeld de CDOKE, worden als tijdelijke middelen opgenomen in de begroting. Indien er andere besluitvorming is vanuit het ministerie, dan passen we dat aan.
6
Technische vragen BOB Voorafgaand/tijdens IBC: Vraag 1: Bezuinigingen op het P-budget: hoe verhoudt het begroten op het maximum van de schaal zich tot de omliggende gemeenten? Portefeuillehouder: PHR Antwoord: Het begroten van de loonkosten op het maximum van de schaal is één van de uitgangspunten van de systematiek Personeelsbudget (P-budget). In de meest recente evaluatie van de systematiek P-budget uitgevoerd door Berenschot in 2023 (2023-063987) is de systematiek P-budget vergeleken met een aantal vergelijkbare gemeenten. Hieruit volgt dat er geen algehele best practice is op het gebied van een systematiek en dat er geen beter alternatief vormt voor de systematiek die momenteel door gemeente Overbetuwe wordt benut. In verhouding tot de andere gemeenten kent Overbetuwe de meest formeel ingebedde systematiek voor het P-budget. In de praktijk kennen alle gemeenten een bepaalde systematiek, zij het dat deze niet altijd even formeel en uitgebreid is vastgesteld binnen de organisatie. Vraag 2: Wat is de reden dat er in 2027 € 349.000 uit de algemene reserve wordt gehaald? Portefeuillehouder: RvdD Antwoord: Voor een aantal besparingen die in dit overzicht staan, is de aanloop langer om deze te realiseren zoals bij een subsidie-relatie.
Vraag 3: In hoeverre verhoudt de ombuiging op de hondenuitlaatplekken zich tot de lastenverhoging? Portefeuillehouder: WH/RvdD Antwoord: De hondenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel en heeft geen directe relatie met de uitgaven.
7
Technische vragen VVD Voorafgaand/tijdens IBC: Vraag 1: Wat is de reden dat de algemene reserve onderaan het overzicht van de ombuigingen (na de verhouding 70/30) is opgenomen en niet als eerste in aftrek is gebracht van het tekort? Portefeuillehouder: RvdD Antwoord: Het college heeft afgesproken dat een structureel tekort gedekt wordt door lastenverzwaring en ombuigingen in de verhouding 70/30. De algemene reserve is sluitpost die ingezet wordt als een algemeen dekkingsmiddel voor incidentele tekorten. De algemene reserve kan niet ingezet worden voor structurele dekking.
8
Technische vragen GroenLInks Vragen voorafgaand/tijdens IBC: Vraag 1: Ombuigingen 5.04. Er wordt verwezen naar 5.06. Klopt de verwijzing? 5.06 staat niet in de bijlagen Antwoord: Deze verwijzing klopt inderdaad niet. Het oorspronkelijke format 5.06 betrof de inzet van de cultuurcoach waar in de tekst van dit format 5.04 naar wordt verwezen. Wat er staat over het budget Cultuur klopt overigens nog wel. Vraag 2: Bij ombuiging 5.04 wordt verwezen naar format 5.06, terwijl dit format niet aanwezig is. Antwoord: Deze opmerking is juist. De verwijzing had uit het format gehaald moeten worden. De tekst in ombuiging 5.04 is verder wel zoals het moet zijn.
Na IBC: Vraag 1: Blz. 13. Hoofdlijnen van de ombuigingen en het maatschappelijk effect. Wat zijn de mogelijkheden voor inwoners die door een hogere OZB in de financiële problemen komen? Portefeuillehouder: RvdD Antwoord: Alleen eigenaren van woningen ontvangen een aanslag OZB, gebruikers van woningen niet. Kwijtschelding voor OZB is mogelijk. Dit is geregeld in de verordening ‘kwijtschelding gemeentelijke belastingen gemeente Overbetuwe’. Om te bepalen of een inwoner in aanmerking komt voor kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen wordt gekeken naar het inkomen, vermogen en uitgaven. Een eigen woning met overwaarde telt mee als vermogen. De kans op gehele of gedeeltelijke kwijtschelding voor de OZB is daardoor bijna nihil. Vanaf 2022 tot en met nu is een bedrag van ongeveer € 800,- kwijtgescholden aan OZB. Een andere mogelijkheid is om een betalingsregeling aan te vragen als betaling via automatische incasso in 10 termijnen niet toereikend is.
9
Vraag 2: Blz. 15. 1.3 Sport en gezondheid. ‘In dat kader voeren we in 2026 in Elst-Noord een participatief gemeentelijk speelproject uit.’. Welk project wordt hier bedoeld? En hoe kunnen kinderen en jongeren meedoen? Wordt daarvoor ook samengewerkt met scholen? Portefeuillehouder: CT Antwoord: Dit betreft één van de zeven opeenvolgende jaarlijkse speelprojecten behorend bij de uitvoering van de Speelnota ‘Samenspel(en) in Overbetuwe’ tussen 2023-2029. In 2026 wordt in dit kader een speelproject in Elst-Noord uitgevoerd. De standaard participatiewerkwijze van afstemming met inwoners en kinderen over alle speelplekken in hun dorp, zowel online als live, wordt in twee stappen toegepast. De uitvraag van de mening en het definitief ontwerp (DO) is te volgen via de participatiewebsite www.samenoverbetuwe.nl. Mensen die zich hebben ingeschreven voor een digitale nieuwsbrief ontvangen bij elke fase een update van de stand van zaken. Om draagvlak en aandacht te genereren, is voorafgaand aan het project contact geweest met de lokale basisscholen om de wens van de kinderen op te halen en ouders te betrekken. Via Jongerenwerk worden jongeren op een aparte vragenlijst geattendeerd om hun wensen mee te kunnen nemen in de ontwerpfasen.
Deze werkwijze is gelijk aan de wijze waarop de participatieve speelprojecten in Elst-Zuid (2023), Herveld-Andelst (2024) en Zetten en Oosterhout (2025) in het kader van de Speelnota zijn uitgevoerd.
Vraag 3: Blz. 16. 1.4 Publieke gezondheid. Welke gevolgen heeft de laatste zin op deze bladzijde? Portefeuillehouder: CT Antwoord: Wij gaan er vanuit dat u doelt op de zin: “De GGD werkt aan een toekomstbestendige organisatie, maar lokale en landelijke bezuinigingen én stijgende kosten raken de GGD”. De gevolgen hiervan zijn nog onduidelijk. De GGD Gelderland Midden werkt aan een toekomstbestendige organisatie. Met de zienswijze conceptbegroting VGGM 2026 is de raad op de hoogte gebracht van de laatste stand van zaken. Landelijk vraagt de GGD GHOR ook aandacht voor de bezuinigingen. De GGD GHOR Nederland benadrukt dat bezuinigingen de gezondheid en veiligheid van alle Nederlanders in gevaar brengen, met name kwetsbare groepen.
10
Vraag 4: Blz. 17. 2.1 Wonen, laatste alinea. Is dit een nieuwe werkwijze of de voortzetting van de huidige werkwijze? Portefeuillehouder: KG Antwoord: Het maken van prestatieafspraken tussen gemeente, corporaties en huurdersorganisaties volgt uit de Woningwet en was al verplicht indien de gemeente een woonvisie heeft. De afgelopen jaren hebben wij steeds jaarafspraken en meerjarenafspraken gemaakt met deze partijen. Het betrekken van de zorgpartijen is nieuw en volgt uit het voorstel Wet regie volkshuisvesting. Gezien de huidige situatie rondom het kabinet, is het de vraag of en zo ja, wanneer de wet van kracht wordt. Wij betrekken lokaal al wel de zorgpartijen bij het maken van prestatieafspraken voor 2026. Dit gaan we doen aan de hand van een themabijeenkomst wonen en zorg.
Vraag 5 Blz. 17/18. 2.2 Mobiliteit. Waar is meer informatie te vinden over de herinrichting van de stationsomgeving Zetten-Andelst? Portefeuillehouder: WH Antwoord: Op 17 december 2024, heeft het college ingestemd met de ‘Ontwikkelstrategie toekomstperspectief ontsluiting Zetten’(2024017698)’. Voor de korte termijn-maatregelen is hierin opgenomen de stationsomgeving Zetten-Andelst her in te richten. Naast de Parallelweg Noord maakt ook het fietspad naar St. Walburg en de kruising St. Walburg en Stationsstraat onderdeel uit van deze kwaliteitsimpuls. Dit project geeft uitvoering aan de ambitie om een impuls te geven aan de kwaliteitsverbetering van het stationsgebied (Gebiedsvisie stationsomgeving Zetten-Andelst, raadsbesluit 14 juli 2015). Informatie over het project: Het participatieproces is inmiddels gestart. Op 9 juli vindt er een informatiebijeenkomst plaats over de herinrichting. Na deze bijeenkomst wordt de informatie gedeeld op de website en staat het open voor reactie vanuit de omgeving. Meer informatie over de herinrichting is te verkrijgen bij de projectmanager. Informatie over de mobiliteit voor de kern Zetten is te vinden in de ontwikkelstrategie toekomstperspectief ontsluiting Zetten. Deze is via een TIC gedeeld n.a.v. het collegebesluit van 17 december 2024. Vraag 6 Blz. 19. 2.6 Recreatie en toerisme.
Wanneer wordt de evaluatie van de invoer verblijfsbelasting verwacht? Portefeuillehouder: WH/RvdD Antwoord: Vanaf 1 januari 2025 heft de gemeente toeristenbelasting. Toeristenbelasting is een belasting voor aanbieders van 11
overnachtingsmogelijkheden. Het gaat om toeristen en (buitenlandse) werknemers of studenten die tijdelijk verblijven in de gemeente. De aanslagen voor de toeristenbelasting 2025 worden pas na afloop van het belastingjaar 2025, uiterlijk februari 2026, opgelegd. De evaluatie wordt in het derde kwartaal van 2026 verwacht.
Vraag 7 Blz. 21. 4.1 Wmo. ‘In elk dorp is een locatie voor ontmoeting en verbinding in gebruik’. Graag per dorp een overzicht van de hier bedoelde (bestaande of nieuw te realiseren) locaties. Portefeuillehouder: EW Antwoord: Via onderstaande link vindt u de locaties van de huiskamers. Home - Huiskamers Overbetuwe Daarnaast vinden ook op andere locaties diverse activiteiten voor ontmoeting en verbinding plaats, waaronder (maar niet uitputtend): - Zetten - De Rank. - Heteren - De Bongerd en de Liefkenshoek. - Andelst - De Andelhof. - Elst - De Helster, De Wieken, de Bibliotheek, De Ruimte, Grand Café Tertzio, Triade, Onder de Toren. - Driel - De Cunerahof, de Oldenburg.
Vraag 8 Blz. 21. 4.1 Wmo. ‘Dit onder meer door de start van een project gericht op een ’herstelwerkplaats'. Wat houdt een ‘herstelwerkplaats’ in? Portefeuillehouder: EW Antwoord: Een herstelwerkplaats is een laagdrempelige inloopvoorziening waar mensen met een psychische kwetsbaarheid ongedwongen samenkomen en ervaringsdeskundigen bezoekers verder op weg kunnen helpen naar maatschappelijk en persoonlijk herstel. Voor meer informatie hierover verwijzen naar het recent aan u toegezonden uitvoeringsplan Beschermd Wonen Beschermd Thuis.
12
Vraag 9 Blz. 22. 4.3 Schuldhulpverlening. ‘Eerder hebben we een pilot financiële educatie gestart op 3 VO-scholen.' Wat houdt/hield deze pilot in? Wat waren de bevindingen? Portefeuillehouder: RvdD Antwoord: In het beleidsplan schulddienstverlening gemeente Overbetuwe 2023-2026 'Op weg naar een vitale financiële huishouding' staat dat we willen voorkomen dat inwoners schulden/geldzorgen krijgen. Met geldlessen (financiële educatie) op 3 voortgezet onderwijs (VO)scholen geven we invulling aan deze ambitie. In de geldlessen staan onderwerpen centraal om leerlingen bewust(er) om te leren gaan met geld. Hiermee willen wij voorkomen dat jongeren op latere leeftijd schulden krijgen. Denk aan onderwerpen zoals: wat je moet regelen als je 18 wordt, belastingaangifte doen en de risico's van achteraf betalen (AfterPay/Klarna). In totaal zijn er 35 geldlessen gegeven, verspreid over de drie VO-scholen. De bevindingen zijn positief en worden binnenkort met de raad gedeeld in de raadsinformatiememo tussentijdse evaluatie beleidsplan schulddienstverlening.
Vraag 10 Blz. 23. 4.6 Diversiteit en inclusie. ‘We vragen binnen andere plannen aandacht voor het beter toegankelijk maken van openbare ruimte en gemeentelijke voorzieningen zodat iedereen ze kan gebruiken.’ Betekent dit ook dat een vlakke ondergrond bij invalidenparkeerplaatsen gewaarborgd wordt in alle projecten? En hoe worden scholen betrokken bij inclusie initiatieven? Portefeuillehouder: CT Antwoord: Een vlakke ondergrond bij gehandicaptenparkeerplaatsen is opgenomen in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). Hierin is onder andere opgenomen dat gehandicaptenparkeerplaatsen niet in grasbetonstenen mogen worden uitgevoerd. Bij activiteiten gericht op het vergroten van de bewustwording rondom inclusie is er specifiek aandacht voor scholen. De Stichting Gehandicaptenplatform Overbetuwe ontvangt bijvoorbeeld jaarlijks subsidie voor de uitvoering van hun scholenproject, waaronder zij alle scholen in het primair onderwijs voorlichting aanbieden in de vorm van een gastles. Daarnaast nemen we ook jaarlijks deel aan de Week van Respect. Hieronder kunnen scholen in primair en voortgezet onderwijs gratis lesmateriaal ontvangen en wordt aangeboden om tijdens de Week van de Respect een gastles te verzorgen om het thema ‘Wat betekent respect’ bespreekbaar te maken.
13
Vraag 11 Blz. 24. 5.1 Participatiewet: re-integratie en participatie. ‘Zo komt er in 2026 een regionaal werkcentrum.’ Waar is hierover meer informatie te vinden? Portefeuillehouder: RvdD Antwoord: In April van 2024 is er een kamerbrief gekomen over de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. In deze brief staan 4 samenhangende maatregelen om de dienstverlening aan mensen te verbeteren. Eén van deze maatregelen is het creëren van een regionaal loket genaamd het Werkcentrum. In de kamerbrief staat meer informatie over wat het werkcentrum moet gaan inhouden. Een beknopte samenvatting van wat het werkcentrum moet gaan inhouden, zoals beschreven in de kamerbrief, is ook terug te vinden in het Uitvoeringsplan re-integratie 2025 in hoofdstuk 3.1.
Vraag 12 Blz. 25. 5.4 Onderwijs en zorg. Hoe zien de cijfers over leerlingen die (langdurig) thuis zitten eruit? En hoe verhouden die cijfers zich tot vergelijkbare gemeenten in onze regio of de rest van Nederland? Portefeuillehouder: EW Antwoord: Voor de meest recente Overbetuwse cijfers over leerplicht c.q. schoolverzuim verwijzen wij naar de jaarmonitor sociaal domein die de raad heeft ontvangen. Op p.44 van de jaarmonitor staan de Overbetuwse verzuimcijfers voor zowel leerplichtige als niet-leerplichte jeugdigen van de afgelopen jaren. Ook heeft u op 1 oktober 2024 een informatiememo ontvangen over ontwikkelingen in verzuim en wat wij als gemeente, samen met het Regionaal Bureau Leerlingzaken (RBL), doen om verzuim tegen te gaan. Deze acties lopen momenteel nog. Regionale cijfers vindt u in het jaarverslag RBL dat is gepubliceerd op de website van het RBL Midden-Gelre. Voor de volledigheid: jaarverslagen van RBL gaan over schooljaren, onze jaarmonitor over kalenderjaren. Het meest recente jaarverslag RBL gaat over het schooljaar 2023-2024. Wij hebben deze cijfers in de jaarmonitor in de kolom 2023 staan op p.44 staan. Bij 2024 is het nog leeg, dat wordt volgend jaar gevuld als het schooljaar 2024-2025 worden gepubliceerd. Vraag 13 Blz. 26 5.5 Kunst, cultuur en erfgoed.
Wordt overwogen om de Dorpsstraat af te sluiten voor doorgaand verkeer tijdens het Romeinenfestival, dit jaar op 18 oktober? Portefeuillehouder: EW Antwoord: Vorig jaar was de Dorpsstraat niet afgesloten. Er is vooralsnog geen aanleiding om de Dorpsstraat dit jaar wel af te sluiten. De initiatiefnemer heeft hier ook niet om verzocht.
14
Vraag 14 Blz. 27. 6.2 Verantwoord werken met gegevens. Wat is de rol van de raad in het bepalen van de spelregels voor het sturen met data? Portefeuillehouder: EW Antwoord: Door met actuele data te werken, sturen we bij op beleid en nemen we beslissingen op basis van feiten in plaats van onderbuikgevoel. We doen dit vooral door terug te kijken op gegevens uit het verleden, wat inzicht geeft in de huidige situatie. Voorspellende analyses op persoonsniveau op basis van data zijn nog toekomstmuziek. Voor dit soort voorspellende analyses zijn eerst duidelijke afspraken nodig over ethiek, privacy en controlemechanismen, om vooroordelen en verlies van de menselijke maat te voorkomen. De rol van de raad hierin is kaderstellend. Vraag 15 Blz. 28. 6.3 Digitaal en procesmatig werken. Wordt gezien de politieke ontwikkelingen in de Verenigde Staten en de daaropvolgende acties van Microsoft overwogen over te stappen op Europese software? Zie ook https://www.binnenlandsbestuur.nl/digitaal/wake-up-callmicrosoft-sluit-e-mail-icc-zonder-pardon-af. Welke andere platformen worden door de gemeente ingezet voor communicatie extern en intern? Waarop zijn die keuzes gebaseerd? Portefeuillehouder: EW Antwoord: We werken met Microsoft software en we sturen actief bij als dat nodig is. Daarvoor houden we de ontwikkelingen vanuit het Rijk en VNG in de gaten.
Op dit moment is er geen voornemen te stoppen met het afnemen van Microsoft producten. Er wordt veel verschillende software ingezet voor de communicatie intern en extern, die gebouwd is op diverse platforms. Het voert te ver om alle software en de onderliggende platforms op te nemen in de beantwoording van deze vraag, omdat het een enorm groot aantal verschillende applicaties, middelen en instrumenten betreft. In ons aanbestedingsbeleid is het uitgangspunt opgenomen dat de data van inwoners en van de gemeente in de Europese Unie (EU) moet worden beheerd en opgeslagen. Daarnaast sluiten we aan bij de uitgangspunten van Common Ground, die gericht zijn op meer grip op data, transparantie en minder afhankelijkheid van grote leveranciers. Deze principes worden meegenomen bij keuzes voor nieuwe software en digitale voorzieningen. Voor sommige communicatiemiddelen waar wij gebruik van maken en wat geen aangeschafte software betreft, kan het zijn dat de data wel buiten de EU wordt opgeslagen en beheerd. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van bepaalde social media.
Vraag 16 Blz. 34. D. Actualisatie uitgangspunten. ‘We gaan er vooralsnog vanuit dat de vergoeding van de inflatie door het Rijk voldoende is om de prijsstijging voor de externe partijen op te vangen. We hebben echter voor 2026 een aanvullend bedrag van € 1,5 miljoen opgenomen. Zie bij paragraaf E claims.’ In paragraaf E staat 1.593 x € 1.000. Dan gaat het toch om 1,6 miljoen? Als het Rijk blijkbaar voldoende vergoed, waarom dan toch € 1,5 (eigenlijk 1,6) miljoen begroten? 15
Portefeuillehouder: RvdD Antwoord: Het klopt dat € 1,593 afgerond € 1,6 miljoen is. We hebben een aanvullende claim opgenomen omdat we vanuit 2024 en 2025 onvoldoende compensatie hebben gekregen. In de jaarrekening 2024 is het eindresultaat negatief. We verwachten dat we de stijgende inflatie structureel niet meer kunnen goedmaken in de budgetten en hebben daarom een aanvullende post opgenomen.
16
Technische vragen PvdA Vragen voorafgaand/tijdens IBC: Vraag: Hoe wordt de Raad meegenomen in de maatregelen die voortvloeien uit de ombuiging op de verlaging van de zorgvragen WMO/Jeugd? Antwoord: Bij de begroting en de begrotingsbehandeling geven we nader inzicht in de voorgestelde maatregelen.
17
Technische vragen ChristenUnie Vragen voorafgaand/tijdens IBC Vraag 1: Is er een overzicht te delen van de ontwikkeling baten en lasten 2018 t/m 2024 in Overbetuwe, met daarin inzicht in begroot vs. gerealiseerd resultaat en met onderscheid tussen het resultaat voor en na inzet van (bestemming)reserves? Antwoord: Zie bijlage 1. Vraag 2. Is er een overzicht te delen van huidige bestemmingsreserves met daarbij in ieder geval startjaar reserve, ontwikkeling begroting en realisatie per jaar en verwacht jaar van realisatie? Antwoord: Zie bijlage 2 Vraag 3. Is inzicht te geven in preventie vs. niet-preventie gerelateerde inzet van zowel a) begroting2025/kadernota 2026 per programma als b) het overzicht van alle ombuigingsopties? Antwoord: Conform de raad breed aangenomen motie ‘Handhaaf preventie en kwaliteit van zorg[1]’ is gevraagd om inzicht te geven in de preventiebudgetten en (voor zover mogelijk) de impact hiervan. Preventie is een breed begrip waarvoor diverse definities bestaan. Ten behoeve van het gevraagde inzicht in de baten van preventie, de kadernota en de programmabegroting hebben wij ons beperkt tot preventieve programma’s en maatregelen ter voorkoming van latere psychische, sociale, maatschappelijke en medische problemen.
Het is (technisch) mogelijk om per programma en van alle ombuigingsopties aan te geven of deze onder de hierboven gehanteerde definitie van preventie vallen. Dit vraagt meer tijd.
[1]
24-07-02.06 M5 motie PvdA, GL, VVD, D66, CDA, CU, GBO, OBN Motie handhaaf preventie en kwaliteit van zorg aangenomen
18
Aanvullende beantwoording vraag 3 ChristenUnie Zoals toegezegd bij de informatiebijeenkomst dd. 3 juni jongstleden over de Kadernota 2026 ontvangt u hierbij aanvullende beantwoording op uw technische vraag. Daarbij vinden wij het belangrijk te vermelden dat preventie in zekere mate een zogeheten ‘containerbegrip’ is. Of een bepaalde interventie wel of niet preventief is, en zo ja in welke mate, is afhankelijk van de gehanteerde definitie van preventie. Zo kan bijvoorbeeld onderscheid gemaakt worden in doelgroep (van gezonde bevolking tot chronisch zieke mensen), de fase van preventie (van primaire preventie, het voorkomen dat gezonde mensen ziek worden of klachten krijgen, secundaire preventie, ofwel het in een zo vroeg mogelijk stadium opsporen van beginnende klachten en/of gezondheidsrisico’s tot tertiaire preventie, het voorkomen van complicaties of verergering bij mensen die al ziek zijn) of naar doel: ziektepreventie, gezondheidsbevordering of gezondheidsbescherming1. De hier genoemde terminologie is primair geënt op de lichamelijke/somatische gezondheid van mensen, maar deze rangschikkingen kunnen ook gehanteerd worden voor het algehele welzijn of de mentale- en financiële gezondheid van onze inwoners. Uw vraag is dan ook niet eenvoudig te beantwoorden en het gegeven antwoord is dan ook bij voorbaat aan discussie onderhevig.
Desalniettemin hebben wij in onderstaande overzichten geprobeerd een categorisering te maken tussen de verschillende ombuigingsmogelijkheden naar de mate waarin er sprake is van preventieve werking. We hebben ons daarbij beperkt tot 3 categorieën: ja, nee en deels. Nogmaals: dit is afhankelijk van definities en leent zich in veel gevallen voor discussie dan wel verdieping, een exercitie die veel tijd kost. Wij hebben ons bij de beantwoording van uw vraag beperkt tot het sociaal domein, specifiek de programma’s 4 en 5. Dat laat onverlet dat ook in andere programma’s sprake is van inzet waarvan met recht gesteld kan worden dat daar een preventieve of gezondheid bevorderende werking van uit gaat (denk bijvoorbeeld aan sporten en bewegen, of schone lucht). Voor nu hebben wij dit buiten beschouwing gelaten. Tot slot herhalen wij dat het college bij haar afweging voor het dekkingsvoorstel indachtig uw motie "Handhaaf preventie en kwaliteit van zorg" heeft gehandeld en preventieve maatregelen zoveel mogelijk heeft ontzien. Ook wijzen wij u er opnieuw op dat niet iedere gemeentelijke investering in preventie ook als baat op de gemeentelijke begroting landt2. Waar dit wel het geval is, werkt een positief financieel effect van preventieve maatregelen door in de jaarlijkse lasten en derhalve ook de ramingen voor de toekomst.
1 2
Zie https://www.vzinfo.nl/preventie/wat-is-preventie Zie pagina 11 van de Kadernota
19
Overzicht preventieve/niet-preventieve maatregelen programma 4
20
Overzicht preventieve/niet-preventieve maatregelen programma 5
21
Vraag 4. Is van alle ombuigingsopties aan te geven of dit (niet)wettelijke taken betreft (n.a.v. onze eerdere technische vragen hierover m.b.t. begroting 2025, zoals gedeeld op 8 en 16 oktober2024)? Antwoord: Zie bijlage 3a en 3b. Vraag 5. Wanneer wordt de (analyse impact van de) meicirculaire verwacht? Antwoord: De impact van de meicirculaire wordt op 24 juni in het college behandeld en wordt direct daarna aan de raad ter beschikking gesteld. Vraag 6. Waarom ontbreken er nummers in de totale lijst van ombuigingen? Antwoord: Om aansluiting te houden met de lijst van de vorige kadernota, zijn de reeds gerealiseerde ombuigingen uit de lijst gehaald. Vraag 7. In hoeverre is er in deze kadernota ook al rekening gehouden met het VNG-meerjarenbegrotingsadvies 2026-2029? Antwoord: Daar is zoveel als mogelijk rekening gehouden. Overigens zullen we ook rekening houden met het begrotingsadvies van de Provincie. Vraag 8. Welke legenda hoort bij de kleuren in de tabel met effecten van de € 2,1 miljoen op de reguliere kengetallen weergegeven op pagina 36? En waarom zijn dezelfde percentages (0%) voor 4.Structurele exploitatieruimte in deze tabel deels oranje en deels groen? Antwoord:
In 2026 en 2027 is het resultaat € 0, daardoor oranje bij 4.Structurele exploitatieruimte, in 2028 en 2029 een kleine plus als resultaat, waardoor 4.Structurele exploitatieruimte net iets hoger is dan 0,0% en de kleur groen krijgt.
22
Vraag 9. Op pagina’s 37 onder Financiën en 29 onder 7.1 Financiën wordt aangegeven dat “We streven naar een weerstandsratio tussen de 1,4 en 2,0.” en is het beeld dat we ten aanzien van het weerstandsvermogen boven 1,4 blijven in 2026 tot en met 2029. De betekenis van verschillende weerstandsratio’s voor beoordeling ontbreekt echter. Is een bijbehorende/dergelijke (waarderings)tabel te delen? Antwoord:
Vraag 10. Op pagina 40 wordt in de 1e paragraaf aangegeven “de evaluatie van de formatie-uitbreiding naar aanleiding van de benchmark is tijdens de begrotingsbehandeling 2026 afgerond. Op basis van de uitkomsten wordt een voorstel gedaan of we deze formatie willen behouden in de richtlijn en dan ook financieel meerjarig willen meenemen.” a) klopt 2026 of moet dat 2025 zijn aangezien begroting 2026 nog niet behandeld is en b) wat is het effect per jaar van een eventueel (meerjarig) financieel voortzetting in 2026 – 2029 van de tijdelijk 10,2 fte formatie-uitbreiding in 2025 en waar wordt (mogelijk) gezocht voor eventuele dekking? Portefeuillehouder: PHR Antwoord: a) Het jaar 2026 is correct. Na de zomer van dit jaar ronden wij de evaluatie van de formatie-uitbreiding af. Eventuele financiële consequenties daarvan verwerken wij in de begroting 2026 die uw raad in november behandelt.
23
b) De totale 10,2 fte formatie-uitbreiding staat gelijk aan afgerond 1 miljoen euro structurele uitbreiding van het P- budget. Voor de eventuele dekking daarvan (of een deel) zal het college met een voorstel komen. Vraag 11. Klopt het dat ombuiging 1.04 hondenuitlaatplekken vanaf 2026 een aanvullende ombuiging voor hondenbezitters is, op de verhoogde hondenbelasting met 10% vanaf 2025? Portefeuillehouder: WH Antwoord: Ja, dat klopt. Vraag 12. Ombuiging 2.14 subsidie TVAN: in hoeverre is dat een subsidie of een vergoeding voor uitvoering van activiteiten/taken door TVAN voor Overbetuwe specifiek en/of de regio? Portefeuillehouder: WH Antwoord: Het is een vergoeding voor uitvoering van activiteiten/taken door TVAN. Vraag 13. Hoe verhoudt ombuiging 5.28 Armoedebeleid zich tot het voorstel “Voorbereidende vergadering Beleidsplan armoedebeleid 20262032 ''Bijdragen aan bestaanszekerheid'' welke op 3 juni 2025 in de voorronde cluster inwoners als agendapunt 2 wordt behandeld? Klopt het dat door voorgenoemde voorbereidende vergadering vooruit wordt gelopen op ombuiging 5.28? Portefeuillehouder: RvdD Antwoord: Ja, dat klopt. Vraag 14. Wat is de impact van voorgestelde ombuigingen 7.10 ICT-projectenbudget en 7.27 ICT eenmalige lasten op de ICT-samenwerking met Gemeente Lingewaard? Portefeuillehouder: EW.
Antwoord: De impact van deze voorgestelde ombuigingen op de ICT-samenwerking met Lingewaard is gering. Bovenvermelde budgetten worden ingezet voor de (door)ontwikkeling van onze eigen informatisering. Dit speelt zich af op applicatieniveau. Hierbij kan gedacht worden aan het uitbreiden van functionaliteit binnen de applicaties (en hierdoor efficiënter kunnen werken) of het leggen van koppelingen tussen applicaties. Daarnaast gebruiken we deze budgetten om onvermijdelijke kosten op te vangen voor noodzakelijke wijzigingen in applicaties als gevolg van wetswijzigingen. Het werk dat hieruit volgt, vindt voor het overgrote deel in Overbetuwe zelf plaats. 24
Indirect kan verlaging van deze budgetten geringe impact hebben op de ICT-samenwerking. Door temporiseren of niet uitvoeren van projecten kan het zijn dat we minder of op een later moment inzet van systeembeheer vragen. Vraag 15: Liggen de ombuigingen voor 2025 op schema of is hier ook sprake van een vertragingseffect? Antwoord: De belangrijkste post die aandacht vraagt, is de ombuiging van € 500.000 in het Sociaal domein. We zullen bij de 2e bestuursrapportage aangeven wat de voortgang is. Indien er sprake is van doorwerking naar 2026, dan zullen we dat meenemen bij het opstellen van de Begroting 2026. Vraag 16: Uitgangspunt van de kadernota is dat al genomen raads- en collegebesluiten niet onomkeerbaar zijn. In hoeverre zitten er nietonomkeerbare besluiten in de kadernota. Antwoord: Alle ombuigingsvoorstellen zijn aanpassingen van/op eerder genomen raads- en collegebesluiten. Na IBC: Vraag 1: Wat zijn (bij benadering/inschatting) kosten voor a) extra afvalbakken, i) op/rond plekken waar nu hondenuitlaatveldjes zijn en ii) tussen huidige uitlaatplekken b) gratis verstrekken van hondenpoepzakjes (al dan niet via dispensers in de openbare ruimte) in alle dorpen, om overlast van hondenpoep te verminderen (ongeacht ombuiging 1.04 en incl. alle kosten zoals o.a.
plaatsen, legen, onderhouden)? Portefeuillehouder: WH Antwoord: Een Depodog hondenafvalbak kost voor aanschaf en plaatsing 475,- euro per stuk. De jaarlijkse exploitatiekosten bedragen 282,62 euro per stuk. Deze omvatten kosten voor leging, reiniging, reparatie, afschrijving en poepzakjes navulling. We hebben binnen onze gemeente 115 hondenuitlaatstroken (losse stroken/ gebieden aangegeven met borden). Daarnaast hebben we nog 42 honden losloopgebieden (met hagen, hekken, borden, bankjes, prullenbakken en verlichting). Vraag 2: Wat is het effect op OZB voor a) woningen b) woningen en niet-woningen? bij schrappen van a) hondenbelasting in het geheel b) de verhoging 10% (ombuiging A7 2025 38k) c) het verminderen aantal hondenuitlaatplekken (ombuiging 1.04 65k) ten laste van OZB 25
Portefeuillehouder: RvdD Antwoord: a. Om het financieel effect van het schrappen van de hondenbelasting te compenseren middels een stijging van de OZB-opbrengst dient het tarief met 4,2% te stijgen. Dit is gebaseerd op jaarschijf 2026 waarin ombuigingsvoorstel A7 uit de Kadernota 2025 al verwerkt is. b. Bij het enkel terugdraaien van ombuigingsvoorstel A7 uit de Kadernota 2025 dient het OZB-tarief met 0,4% (afgerond) te stijgen. c. Om het financieel effect van ombuigingsvoorstel 1.04 Kadernota 2026 te compenseren middels een stijging van de OZB-opbrengst dient het tarief met 0,6% (afgerond) te stijgen.
26
Technische vragen Lokaal Kompas Vragen voorafgaand/tijdens IBC Vraag 1: Over ombuiging 4.35 Valpreventie: welke kosten gaan terugkomen als dit wegvalt? Portefeuillehouder: CT Antwoord: Er is geen direct financieel risico. Het betreft het uit eigen middelen continueren van een landelijk preventie aanpak waarvan de baten vooral bij de zorgverzekeraar landen. Indirect is het wel zo dat betere mobiliteit ook bijdraagt aan langer en fitter thuis wonen. Daar hebben wij voor- (minder huishoudelijke hulp) als nadelen van (langer thuiswonen = grotere populatie die uiteindelijk mogelijk alsnog een beroep doet op huishoudelijke hulp). Dit laat zich echter moeilijk becijferen.
27