25-07-01.06 Relevant stuk 1, Samenvattende financiële consequenties meicirculaire 2025
Tekst van het document
Samenvattende financiële consequenties meicirculaire 2025 (2025-036145) In deze bijlage lichten we de belangrijkste financiële mutaties toe van de meicirculaire 2025. (bedragen x 1.000) Mutatie gemeentefonds
2025
2026
2027
2028
2029
Decembercirculaire 2024
91.582
87.677
88.944
89.802
91.293
Meicirculaire 2025
92.809
94.916
95.716
93.617
95.180
Verschil
1.228
7.238
6.772
3.815
3.887
-434
-2.089
-1.496
1.120
1.123
BIJ: aframing vanwege uitnames
0
0
0
0
0
AF: LPO (Kadernota 2026)
0
-3.080
-3.087
-3.090
-3.093
BIJ/AF: Effect VJN Rijk (Kadernota 2026)
0
-2.239
-2.273
-2.222
-2.294
BIJ: Aanvullend accres 2029
0
0
0
0
792
BIJ: C orrectie POK 2028 en 2029
0
0
0
180
180
Budgettair effect 2025-2029
793
-169
-84
-197
594
AF: reservering taakmutaties
In bovenstaande tabel wordt het verschil tussen de decembercirculaire 2024 en de meicirculaire 2025 weergegeven. De meicirculaire 2025 leidt in alle jaren tot een positief verschil ten opzichte van de decembercirculaire 2024. We reserveren middelen voor nieuwe taken en houden rekening met mutaties die we al in eerdere P&C documenten hebben verwerkt. Wat resteert zijn de budgettaire effecten die de meerjarenbegrotingssaldi beïnvloeden. Het budgettaire effect voor 2025 is positief. De meerjarige budgettaire effecten voor 2026 tot en met 2029 zijn per saldo beperkt positief (€ 0,1 miljoen). In deze bijlage specificeren we eerst de taakmutaties en uitnamen. Vervolgens verklaren we het budgettaire effect. Reservering taakmutaties De circulaire bevat taakmutaties, een mutatie op een bestaande integratie-uitkering en een aantal nieuwe decentralisatie-uitkeringen. De belangrijkste staan in de tabel. Uitgangspunt is dat we deze bedragen reserveren voor het betreffende doel en hebben daarom geen invloed op het begrotingssaldo. Onderstaand worden de posten groter dan € 100.000 toegelicht. (bedragen x 1.000) Gereserveerde taakmutaties
2025
2026
2027
2028
Groeipad maatregelen Hervormingsagenda
0
1.000
1.000
0
0
Eigen bijdrage jeugdzorg
0
0
0
-530
-532
Sturen op trajectduur jeugdzorg
0
0
0
-139
-139
Indexeren opbrengst Hervormingsagenda
0
0
0
-1.033
-1.037
Hervormingsagenda Jeugd
0
596
443
525
525
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
0
444
0
0
0
IBO Problematische schulden
31
0
0
0
0
Rijksbijdrage sociale infrastructuur
45
49
53
57
60
Suppletie-uitkering Bommenregeling
34
0
0
0
0
Invoerings/uitvoeringskosten Omgevingswet
233
0
0
0
0
Landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven
56
0
0
0
0
Alleenverdienersproblematiek
36
0
0
0
0
434
2.089
1.496
-1.120
-1.123
Totaal gereserveerde taakmutaties
•
2029
Groeipad maatregelen Hervormingsagenda: Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. Hiervoor is in 2026 € 498 miljoen en in 2027 € 447 miljoen beschikbaar. De volledige besparing van de Hervormingsagenda wordt in 2028 gerealiseerd. Het verzachten van de maatregelen leidt tot een voordeel van € 1 miljoen voor 2026 en 2027. De extra besparing van het rijk en de te nemen maatregelen zijn destijds budgetneutraal verwerkt in de begroting 2025 en verder. In dit perspectief worden de extra middelen
toegevoegd aan het jeugdbudget om de ingeboekte besparing voor 2026 en 2027 terug te draaien. •
Eigen bijdrage jeugdzorg: Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet jaarlijks € 260 miljoen opleveren. Voor Overbetuwe betekent dit een bedrag van € 530.000 structureel vanaf 2028. Aangezien de invoering van een eigen bijdrage leidt tot extra gemeentelijke inkomsten wordt dit budgetneutraal verwerkt in de begroting.
•
Sturen op trajectduur jeugdzorg: Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet jaarlijks € 68 miljoen opleveren vanaf 2028. Voor Overbetuwe betekent dit een afname van het gemeentefonds van € 139.000 vanaf 2028. Tegenover deze afname staat de in te boeken besparing. Vandaar dat dit budgetneutraal verwerkt wordt in de begroting.
•
Hervormingsagenda Jeugd: Deze post betreft het overboeken van op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat om een bedrag van € 356 miljoen in 2026 variërend tot € 342 miljoen in 2030. Over de verdeling van een deel van deze middelen vindt nog gesprek plaats. In deze circulaire vindt de verdeling plaats van € 333 miljoen in 2026 tot € 320 miljoen in 2030. De te verdelen middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd. In de begroting 2023 en verder is conform advies van de toezichthouder al rekening gehouden met deze middelen. Vanuit dit perspectief vervalt deze stelpost.
•
Indexeren opbrengst Hervormingsagenda: De besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd is in prijs- en volumepeil 2019 verwerkt in het gemeentefonds. Er is een hogere besparing te veronderstellen aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen. De omvang van deze besparing is jaarlijks € 507 miljoen vanaf 2028. Dit betekent voor de gemeente Overbetuwe een nadeel van € 1,033 miljoen vanaf 2028. Tegenover dit nadeel staan concrete maatregelen van het Rijk voortvloeiend uit de hervormingsagenda jeugd waarmee deze post budgetneutraal wordt verwerkt. De nadere uitwerking vindt plaats bij het opstellen van de begroting 2026. We hebben bij de berekening van het weerstandsvermogen 2026 bedragen opgenomen voor de risico’s van niet realiseren van ombuigingen, open-einderegelingen en inflatie. Mogelijke aanvullende risico’s door het opnemen van deze post worden gemitigeerd door de mogelijkheid om de komende jaren aanvullende beheersmaatregelen te treffen.
•
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo: In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan vanaf 2026 de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. De inwerkingtreding van deze wet is nu voorzien per 1 januari 2027 in plaats van per 1 januari 2026. Dat betekent dat de besparing van € 225 miljoen voor het jaar 2026 vervalt.
•
Rijksbijdrage sociale infrastructuur Het Rijk stelt vanaf 2025 extra middelen beschikbaar om werkplekken te kunnen faciliteren. De werkplekken zijn bedoeld voor mensen die niet vallen onder beschut
2/4
werk, maar wel zijn aangewezen op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven voor hun ontwikkeling richting regulier werk of voor een tijdelijk vangnet. •
Invoering/uitvoeringskosten Omgevingswet: Gemeenten ontvangen aanvullende middelen om te zorgen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen.
Budgettair effect meicirculaire Het budgettaire effect is voor 2025 en 2029 positief en voor de andere jaren negatief. In grote lijnen wordt dit budgettair effect verklaard door: Plafond BTW compensatiefonds Het BTW Compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Gemeenten zijn in 2024 € 332 miljoen onder dit plafond gebleven met declaraties. In de septembercirculaire 2024 werd al een voorschot van € 447 miljoen uitbetaald. De definitieve afrekening BCF bedraagt hierdoor € 115 miljoen lager en dit bedrag wordt in 2025 incidenteel ontnomen. Voor Overbetuwe zorgt dit voor een negatief effect van € 250.000 voor het jaar 2025. De toezichthouder biedt daarnaast de mogelijkheid om een structurele stelpost op te nemen van 100% van de afrekening van het voorgaand jaar. Omdat de afrekening lager uitvalt dan de afrekening over 2023, dient de stelpost te worden verlaagd. Dit geeft een nadeel van € 504.000 structureel. Maatstaf ‘Huishoudens met een laag inkomen met drempel’ Bij de decembercirculaire 2024 is de helft opgenomen van de mutatie in de maatstaf Huishoudens met laag inkomen met drempel. Aangezien er bij de meicirculaire 2025 geen nieuwe informatie beschikbaar is hebben we nu ook de andere helft vanaf 2026 opgenomen. Dit betekent een structureel voordeel voor 2026 van € 405.000 aflopend naar € 274.000 in 2029.
Volledigheidshalve is deze post nog benoemd bij de kanttekeningen van het collegeen raadsvoorstel. Integratie-uitkering Participatie Bij de kadernota 2026 is al rekening gehouden met de loon- en prijsbijstelling van de integratie-uitkering participatie. Dit levert jaarlijks een structureel op van circa € 400.000. WOZ-waarden mutaties Vanaf 2025 zien we een structureel negatief effect op de maatstaf OZB van € 238.000 in 2025. Dit komt doordat de WOZ-waardes per 1 januari 2025 (waardepeildatum 1 januari 2024) sneller zijn gestegen dan de gemiddelde landelijke ontwikkeling waar rekening mee is gehouden bij de Meicirculaire 2025. Deze waardestijging heeft onder andere te maken met de inrichting van een nieuw model voor de waardebepaling van alle courante niet-woningen (bedrijven en kantoren). Een hogere totale WOZ-waarde leidt tot een aanpassing van de algemene uitkering als deze hoger is dan het landelijk gemiddelde, omdat de belastingcapaciteit van de gemeente toeneemt. Het Rijk gaat er vanuit dat gemeenten met dure woningen hogere lokale lasten innen. Overbetuwe kiest er voor om de stijging van de WOZ-waarden te compenseren met een daling van het tarief. Per saldo stijgen de OZB-opbrengsten dus niet door de stijging van de WOZ-waarden.
Dit leidt er toe dat de OZB-opbrengsten geen gelijke tred houden met de korting op het gemeentefonds, waardoor Overbetuwe er qua inkomsten per saldo op achteruit gaat. Voor 2023, 2024 en 2025 betekent dit een totaal structureel negatief effect van € 1,9 miljoen.
3/4
Groei inwoneraantal De groei van het aantal inwoners is per 1-1-2025 lager dan verwacht. Hierdoor is het basis aantal inwoners voor 2025 in de meicirculaire 2025 lager dan bij de decembercirculaire 2024. Dit leidt tot een structureel nadeel van € 212.000 vanaf 2025. Accres 2029 Ten opzichte van het effect van de voorjaarsnota 2025 valt het accres voor 2029 € 792.000 voordeliger uit. Tekorten voor rekening Rijk De deskundigencommissie van Ark adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeente. De structurele kosten voor het Rijk zijn € 424 miljoen. Het structureel voordeel vanaf 2026 is meegenomen in het effect van de Voorjaarsnota 2025 in de Kadernota 2026. Het effect voor 2025 van € 924.000 wordt verwerkt in de 2e bestuursrapportage 2025. Loon- en prijsontwikkeling (lpo) Het structureel voordeel van de loon- en prijsontwikkeling (lpo) is vanaf 2026 meegenomen in de Kadernota 2026. Het effect voor 2025 van € 795.000 wordt verwerkt in de 2e bestuursrapportage 2025.
4/4