CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

25-06-19.09 relevant stuk 5 Nota van zienswijzen en wijzigingen

Gemeenteraadsvergadering 19 juni 2025, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Project Lingezicht vaststellen bestemmingsplan en stedenbouwkundig beeldkwaliteitsplan “Elst, Lingezicht”20.809 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rapport ambtshalve wijzigingen en zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

Vastgesteld door de raad op 19 juni 2025 Registratienummer: 2022-043330

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

Inhoud 1.

Inleiding

2.

Procedure ontwerpwijzigingsplan

3.

Samenvatting zienswijzen en beantwoording 3.1 Individuele zienswijzen

4.

Aanpassingen van het ontwerpbestemmingsplan 4.1 Aanpassingen als gevolg van zienswijzen 4.2 Aanpassingen als gevolg van reacties van overlegpartners 4.3 Ambtelijke aanpassingen

5.

Conclusies

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

Inleiding Dit rapport bevat de resultaten van de gevolgde inspraakprocedure voor het ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van 395 woningen en maatschappelijke voorzieningen juridisch-planologisch mogelijk. Procedure ontwerpwijzigingsplan Op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening lag het ontwerpbestemmingsplan zes weken voor zienswijzen ter inzage en was het digitaal te bekijken op de websites www.overbetuwe.nl en www.ruimtelijkeplannen.nl. Dit is openbaar bekend gemaakt door het plaatsen van een publicatie in Hét Gemeentenieuws op woensdag 27 december 2023. Eenieder was in de gelegenheid om vanaf donderdag 28 december 2023 tot en met woensdag 7 februari 2024 een zienswijze in te dienen. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) stelt strenge regels aan het (digitaal) openbaar maken van de NAW-gegevens. Om deze reden worden in dit rapport geen NAW-gegevens vermeld. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn 13 zienswijzen ingediend. Samenvatting zienswijzen en beantwoording Individuele zienswijzen Zienswijze 1: Samenvatting: 1. Geluid • Het aspect geluid dreigt het huidige wooncomfort negatief te beïnvloeden. Uit het akoestisch rapport volgt dat in het zuidwestelijk deel van het plangebied de samenloop van geluid moet worden beoordeeld en zo nodig voorzieningen moeten worden getroffen.

Onze woning grenst direct aan het zuidwestelijke deel van het plan. Reclamanten vragen zich af wat het effect op de voorgestelde ontwikkelingen op hun woning is omdat dit in het bestemmingsplan en/of akoestisch onderzoek niet wordt besproken. Daarbij stellen reclamanten een vijftal vragen: o Wat zijn de effecten van de verschillende geluidsbronnen die voortkomen uit de voorgestelde ontwikkelingen op onze huidige woning? o Wat is het effect van weerkaatsing van geluid op onze gevel? o Wat is het effect van de samenloop van geluid op onze huidige woning? o Wat is de beoordeling van de samenloop van geluid op onze huidige woning? o Op welke wijze worden de eventuele nadelige effecten van geluid die veroorzaakt worden door dit ontwerpbestemmingsplan voor ons als bestaande bewoners weggenomen? o Waarom gaat het akoestisch onderzoek enkel uit van geluidscontouren op 4,5 meter hoogte? Tenslotte kunnen reclamanten zich voorstellen dat er in artikel 1.52 van het ontwerpbestemmingsplan een verwijzing naar padel wordt opgenomen. 2. Ontsluiting langzaam verkeer • Voor wat betreft de ontsluiting van langzaam verkeerroutes stellen reclamanten voor om het fietsverkeer af te wikkelen via de Regenboog, de 1e Weteringswal en daarnaast ook een aansluiting te creëren met de Via Alosta.

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

Reactie: 1. Geluid De effecten van de verschillende geluidsbronnen die voortkomen uit de voorgestelde ontwikkelingen zijn na de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan nader onderzocht. De quickscan geluid is, mede naar aanleiding van deze zienswijze, aangevuld met een akoestisch onderzoek waarin de effecten van de verschillende geluidsbronnen die voortkomen uit de voorgestelde ontwikkelingen nader zijn onderzocht door Geluidplus. In het rapport van Geluidplus d.d. 21 mei 2024 (bijlage 1 bij de plantoelichting) zijn de uitkomsten van dit onderzoek opgenomen. In hoofdstuk 9 van dit onderzoek zijn de gevolgen van het bestemmingsplan voor de bestaande woonomgeving buiten het plan opgenomen. De invloed op de bestaande woonomgeving van reclamant heeft twee oorzaken. Er wordt (1) een nieuwe weg gerealiseerd en (2) deze weg wordt aangesloten op de kruising met de Ceintuurbaan en Regenboog waarbij het verkeer van het plan op het wegennet wordt ontsloten. Uit het onderzoek blijkt dat de aanleg van de nieuwe weg geen onacceptabele geluidbelastingen bij omwonenden tot gevolg heeft, omdat aan de voorkeursgrenswaarde conform de Wet geluidhinder wordt voldaan (tabel 9.1 uit het onderzoek). Ook voor de toename van verkeer als gevolg van het plan op de Rijksweg Noord en Regenboog geldt dat er geen significante toename in de geluidbelasting is ter plaatse van de omliggende woningen.

Voor de woning van reclamanten is er als gevolg van extra verkeersbewegingen op de Ceintuurbaan echter wel sprake van een significante verhoging van de geluidsbelasting. Reconstructie Bij een significante verhoging van de geluidbelasting kan er op grond van de Wet geluidhinder sprake zijn van een ‘reconstructie’. Naast de toename van de geluidbelasting van meer dan 2 dB moet er dan ook sprake zijn van een fysieke wijziging op of aan een aanwezige weg. Het plan voorziet in de toevoeging van een nieuwe afslag op een bestaande weg. Daarmee is er sprake van een fysieke wijziging op of aan een aanwezige weg en is er dus sprake van een reconstructie. Dit betekent dat er getoetst moet worden aan de grenswaarden uit de Wgh. Omdat uit het reconstructieonderzoek is gebleken dat er sprake is van een significante toename van de geluidbelasting zijn maatregelen onderzocht (bronmaatregelen, maatregelen in de overdracht en maatregelen bij de ontvanger). Wat betreft bronmaatregelen is een mogelijke maatregel om een stiller wegdek toe te passen. Maatregelen in de overdracht zijn het realiseren van een geluidscherm of geluidwal. Beide maatregelen zijn afgewogen tegen de maatregelen bij de ontvanger. Uit de afweging volgt dat het treffen van bronmaatregelen en maatregelen in de overdracht stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijk en financiële aard.

Bij het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Elst, Groenoordstrip’ in 2016 is voor de woning van reclamanten reeds een hogere waarde van 58 dB vastgesteld. In de huidige situatie bedraagt de geluidbelasting echter 54 dB en na planvorming in 2035 bedraagt de geprognosticeerde geluidbelasting ten hoogste 56 dB. Op pagina 27 van het akoestisch onderzoek is de achtergrond hiervan verder toegelicht. De in 2018 en 2019 gebouwde woningen aan de Stapelwolk, waaronder de woning van reclamanten, zijn gebouwd conform het Bouwbesluit en daarbij is rekening gehouden met een geluidbelasting van 58 dB. De woningen hebben derhalve voldoende geluidwering om Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

een binnenniveau van 33 dB te kunnen waarborgen. Verdere maatregelen zijn daarom niet noodzakelijk. Reclamanten worden dus reeds beschermd tegen hogere geluidbelastingen door de reeds vastgestelde hogere waarden. Een goed woon- en leefklimaat is daarmee geborgd. Voor wat betreft het effect van weerkaatsing van geluid op de gevel van reclamanten geldt dat dit effect is meegenomen in de berekening. In de rekenmodellen wordt dit effect automatisch meegenomen. Dit effect is door de ruime afstand van bron tot de gevels van nieuwe woningen (weerkaatsing) tot woning van reclamant (ontvanger) verwaarloosbaar. Cumulatie van geluid is niet beoordeeld bij de bestaande woningen. Alleen bij het vaststellen van een hogere waarde wordt conform artikel 110f Wgh de ‘samenloop van geluid’ beoordeeld. Voor bestaande woningen worden geen nieuwe hogere waarden vastgesteld vanwege het reconstructie-effect, dus is er geen noodzaak om het cumulatie-effect te beoordelen. Tenslotte wordt gevraagd waarom het akoestisch onderzoek enkel uitgaat van geluidscontouren op 4,5 meter hoogte. In het definitieve geluidsonderzoek is geen beoordeling gemaakt door middel van geluidscontouren. Er wordt getoetst op gevels van woningen, op de verdieping waar verblijfsruimten aanwezig (kunnen) zijn.

In het geval van de woning van reclamanten is getoetst op 1,5, 4,5 en 7,5 meter (oftewel begane grond, eerste verdieping en tweede verdieping). De contouren zijn alleen in het voorstadium gebruikt. Gelet op het bovenstaande moet geconcludeerd worden dat uit het nader onderzoek volgt dat, zelfs als ‘worst-case’ uitgegaan wordt van een reconstructie in de zin van Wgh, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de bestaande woningen, waaronder de woning van reclamant. Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn onderzocht, maar stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke en financiële aard en maatregelen bij de ontvangers (bewoners Stapelwolk) zijn niet nodig, omdat die woningen reeds gebouwd zijn uitgaande van een hogere geluidsbelasting dan na realisatie van het plan aan de orde is. Deze zienswijze leidt tot een herziening van de geluidsrapportage en aanpassing van de toelichting van het bestemmingsplan. De geluidsparagraaf is aangepast aan bovenstaande toelichting en het akoestisch en reconstructie onderzoek is als bijlage bijgevoegd bij de toelichting. Een reconstructie in het kader van de Wet geluidhinder is noodzakelijk voor de Ceintuurbaan. Padel past niet in de reikwijdte van dit bestemmingsplan en is ook niet direct toegestaan binnen de opgenomen enkelbestemmingen.

De realisatie van padelbanen binnen het plangebied is op basis van de regels niet mogelijk. Daarnaast is het op basis van huidige regels en wetgeving niet zonder meer mogelijk om padelbanen op korte afstand van gevoelige bestemmingen als woningen te realiseren. Een nadere beperking van padel in dit bestemmingsplan wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. 2. Ontsluiting langzaam verkeer • De gemeente staat hier in beginsel positief tegenover. In het plan is echter al rekening gehouden met ontsluitingen voor langzaam verkeer. De door reclamant

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

voorgestelde ontsluitingen worden waar mogelijk meegenomen in toekomstige verkeerskundige onderzoeken en ontwikkelingen. Het bestemmingsplan hoeft hiervoor niet aangepast te worden. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 2: Samenvatting: 1. Ladder voor duurzame verstedelijking • Reclamant betwist dat het ontwerpbestemmingsplan in overeenstemming is met de Ladder voor duurzame verstedelijking. De toekomstvisie+ uit 2009 waarin het plangebied Lingezicht is aangewezen als uitbreidingslocatie is vastgesteld voor de invoering van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het is niet aannemelijk dat de Ladder is doorlopen bij de aanwijzing van dit gebied. Een herbeoordeling van deze locatie op basis van de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking heeft niet plaatsgevonden. Er ontbreekt een deugdelijke motivering waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan plaatsvinden. 2. Borging landschappelijke inpassing en beeldkwaliteitsplan • De randvoorwaardelijke borging van de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing van het woongebied ontbreekt in de planregels. Het beeldkwaliteitsplan heeft niet ter visie gelegen. 3. Regionale afspraken • De nakoming van de regionale afspraken over woningbouwprogrammering is niet in de planregels geborgd. 4.

Ruime planregels • Volgens reclamant zijn de planregels dusdanig ruim dat noodzakelijke garanties over groen en waterberging ontbreken. 5. Stikstof • De berekening ontbreekt bij de stikstofrapportage. Reclamant betwist dat de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats niet toeneemt. Reclamant betwist dat sprake is van bestaand agrarisch gebruik waarmee gesaldeerd kan worden. Mogelijk zijn de gevolgen van het bestemmingsplan voor de woningen aan de Rijksweg-Noord 94 niet goed meegenomen in het stikstofonderzoek. 6. Kanttekeningen planregels • Reclamant plaatst de volgende kanttekeningen bij de planregels: o Art. 6 aanhef en onder d laat binnen de bestemming ‘Woongebied’ ook hobbymatig agrarisch gebruik toe. Dit moet meegenomen worden in het stikstofonderzoek; o Art. 6 aanhef en onder j gaat over sport- en spelvoorzieningen. Reclamant verzoekt om op te nemen dat het moet gaan om ondergeschikte sport- en spelvoorzieningen bij woningen; o In art. 6.2 is het bebouwingspercentage niet gelimiteerd; o Art. 6.2.3 sub d en sub h zijn tegenstrijdig. Reactie: 1. Ladder voor duurzame verstelijking

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

•

Er heeft wel degelijk een laddertoets plaatsgevonden. De beoordeling is opgenomen in paragraaf 4.1 van de plantoelichting. In de beoordeling is benoemd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. De kwantitatieve en kwalitatieve behoefte naar woningen is aangetoond. In de regio is een grote woningbouwopgave, waarvan gemeente Overbetuwe een deel voor zijn rekening moet nemen. Gezien de omvang van deze opgave is het niet reëel deze opgave volledig binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren. Inbreidingslocaties zijn in Elst schaars en het is niet wenselijk om elke onbebouwde ruimte op te vullen. Daarom zijn ook uitbreidingen van het bestaand stedelijk gebied nodig. Onderhavige locatie is hiervoor al geruime tijd in beeld, ook in beleid, en wordt door de gemeente geschikt geacht. In de toelichting is dit onderbouwd. Om de laddertoetsing nog verder te verduidelijken is de toelichting op dit onderdeel aangevuld. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

2. Borging landschappelijke inpassing en beeldkwaliteitsplan • Deze grond geeft aanleiding om het bestemmingsplan te verduidelijken en aan te passen. Op de verbeelding is de functieaanduiding ‘groen’ (g) opgenomen en zijn gebiedsaanduidingen die aangeven waar in het plangebied de landschappelijke inpassing moet worden gerealiseerd opgenomen. Dit leidt tot toevoeging van artikel 6.4.4 en 14.1 aan de planregels. In artikel 6.4.4 is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding ‘Groen’ het percentage verhard oppervlak niet meer mag bedragen dan 20% van de oppervlakte van het betreffende aanduidingsvlak. Dit borgt de ‘vingerstructuur’ van het stedenbouwkundig plan. Daarnaast wordt in artikel 14.1 bepaald dat conform de in artikel 6.1 a t/m c opgenomen bestemmingsomschrijving, het gebruik van gronden en bebouwing en het bouwen van nieuwe bebouwing uitsluitend is toegestaan indien de landschappelijke inpassing binnen een jaar na het onherroepelijk worden/zijn van de eerste omgevingsvergunning voor het realiseren van nieuwe bebouwing binnen deelgebied 1, 2 en/of 3, wordt aangelegd, beheerd en duurzaam in stand wordt gehouden conform de bij de planregels opgenomen bijlage 1. Het inrichtingsplan is opgenomen in bijlage 1 bij de planregels. Dit borgt een natuurlijke overgang van Lingezicht naar Westeraam. Het beeldkwaliteitsplan heeft ter visie gelegen tot 3 april 2024.

Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal het beeldkwaliteitsplan echter als beleidsregel worden vastgesteld en daarmee de bestaande Welstandsnota van de gemeente Overbetuwe wijzigen. Bij de toetsing van de bouwplannen wordt getoetst aan het beeldkwaliteitsplan. De op het ontwerpbeeldkwaliteitsplan ingediende zienswijze is betrokken in de definitieve versie van het beeldkwaliteitsplan maar heeft niet geleid tot een aanpassing van het beeldkwaliteitsplan zelf. Deze zienswijze leidt deels tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3. Regionale afspraken • Het borgen van de regionale afspraken met betrekking tot bepaalde woningbouwcategorieën op grond van artikel 3.1.2, eerste lid, van het Bro is geen wettelijke verplichting (ABRvS 21 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2396, r.o. 5.4.). De raad heeft ervoor gekozen om hierover geen regels in het plan op te nemen. In de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar zijn afspraken gemaakt omtrent het woningbouwprogramma. In de toelichting is het woningbouwprogramma getoetst aan de regionale afspraken. Het bestemmingsplan voldoet aan deze afspraken. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

4. Ruime planregels • Deze grond geeft aanleiding om het bestemmingsplan te verduidelijken. In de beantwoording van punt 2 van deze zienswijze is nader ingegaan op de borging van de landschappelijke inpassing en de functieaanduiding ‘groen’ (g). Voor de borging van waterberging is tevens een voorwaardelijke verplichting opgenomen in het bestemmingsplan in artikel 6.4.6. Dit artikel komt als volgt te luiden: “De gronden binnen de bestemming 'Woongebied' mogen louter worden bebouwd of gebruikt onder de voorwaarde dat binnen het plangebied een waterbergingscapaciteit van minimaal 436 m3 waterberging per hectare verharding is gerealiseerd en in stand gehouden wordt, voor zover het waterberging in open water betreft, danwel minimaal 664 m3 per hectare verharding, voor zover het watercompensatie in kunstmatige voorzieningen betreft, zoals wadi's of kratten.” Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. 5. Stikstof • De betreffende bijlagen zijn per abuis niet bij het stikstofrapport gevoegd. Dit is inmiddels hersteld. Uit het stikstofonderzoek volgt dat er geen sprake is van stikstofdepositie op de Natura-2000 gebieden. Het bestemmingsplan Rijksweg Noord 94 is niet meegenomen in de berekening. Dit betreft namelijk een afzonderlijke bestemmingsplanprocedure. Voor dit bestemmingsplan is een afzonderlijk stikstofonderzoek uitgevoerd.

Ook uit dat onderzoek blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De Aerius-rapportage is herberekend met de laatste versie van de Aerius-calculator. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. 6. Kanttekeningen planregels • Het hobbymatig agrarisch gebruik binnen de woonbestemming is geschrapt naar aanleiding van deze zienswijze. Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangepast. • De tweede kanttekening ziet op de planregel over sport- en spelvoorzieningen. Dit is de standaarddefinitie die wordt gehanteerd in de gemeente Overbetuwe. Verdere toespitsing van de definitie is niet nodig omdat sport- en spelvoorzieningen ook worden gereguleerd in hoofdstuk 22 van het tijdelijke omgevingsplan. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. • De derde kanttekening geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Verwezen wordt naar de beantwoording bij punt 2. De uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan zijn geborgd door de functieaanduiding ‘groen’ (g) en toevoeging van artikel 6.4.4. Verder is het inrichtingsplan als bijlage 1 bij de planregels gevoegd en geborgd middels het nieuwe artikel 14.1. Een maximaal percentage bebouwing is als gevolg daarvan niet nodig in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

• De vierde kanttekening geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Artikel 6.2.3 sub h van het ontwerp bestemmingsplan is verwijderd uit de planregels. Zienswijze 3:

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

Samenvatting 1. Tijdelijke brug • Reclamant heeft een bezwaar tegen de tijdelijke brug voor bouwverkeer. 2. Verkeersontsluiting via brug • Reclamant heeft een bezwaar tegen de tijdelijke of definitieve verkeersontsluiting voor motorvoertuigen via een brug over de Linge. 3. Waterpeil • Reclamant heeft een bezwaar tegen de tijdelijke of definitieve wijziging van het waterpeil van de Linge. 4. Heiwerkzaamheden • Reclamant heeft een bezwaar tegen heiwerkzaamheden binnen een straal van 250 meter van de erfgrens van reclamant. Hier is de woning en schuur van reclamant niet tegen bestand. 5. Inbreuk privacy en uitzicht • Reclamant heeft een bezwaar op gebouwen hoger dan drie bouwlagen binnen een straal van 250 van de erfgrens van reclamant. Dit doet inbreuk op de privacy, belemmert het uitzicht en past niet in het Lingepark-landschap. Reactie 1. Tijdelijke brug • Hoewel de exacte wijze van bouwen een uitvoeringsaspect is dat in een bestemmingsplanprocedure niet aan de orde kan komen merken wij op dat er geen (tijdelijke) brug komt voor het bouwverkeer. De bestaande brug blijft gehandhaafd en is alleen voor langzaam verkeer toegankelijk. Het bouwverkeer zal via de Rijksweg-Noord het plangebied betreden. Er komt een bouwweg parallel aan de reguliere ontsluiting binnen het plangebied. Deze bouwweg is uitsluitend bedoeld voor de bouwvoorzieningen.

Als de eerste woningen worden opgeleverd wordt het bouwverkeer dus niet gemengd met het reguliere woonverkeer. Het voorgaande is weergegeven op de tekening van de bouwweg die met reclamanten is gedeeld. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

2. Verkeersontsluiting via brug • Er komt geen nieuwe brug voor gemotoriseerd verkeer. Wel zal de fiets- en loopverbinding worden verbeterd. Dit volgt uit figuur 3.2 van bijlage 15 bij de toelichting. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3. Waterpeil • De bestaande waterpeilen blijven in stand. Er worden geen wijzigingen aangebracht aan het waterpeil van het oppervlaktewater van de rivier De Linge. De rivier De Linge is in eigendom en beheer van Waterschap Rivierenland en valt buiten de grenzen van het plangebied. Het Waterschap gaat derhalve over het peilbeheer van de rivier. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 4. Heiwerkzaamheden • Hoewel de wijze van bouwen een uitvoeringsaspect is dat in een bestemmingsplanprocedure niet aan de orde kan komen merken wij op dat heiwerkzaamheden buiten een straal van circa 25 meter afstand verantwoord zijn uit te voeren. Heiwerkzaamheden buiten deze straal zijn dus niet uitgesloten en de uiteindelijke keuze voor het fundatiesysteem zal worden gemaakt door de bouwkundig aannemer. Mocht gekozen worden voor het uitvoeren van hei- of boorwerkzaamheden dan dient de bouwkundig aannemer een zorgvuldige procedure te doorlopen alvorens te starten met deze werkzaamheden. Hiertoe behoren het uitvoeren van 0-metingen in de omgeving van de geplande werkzaamheden.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 5. Inbreuk privacy en uitzicht • In het voortraject is goed overwogen (mede middels participatie) om binnen het stedenbouwkundige plan enkele accenten en zichtlijnen te realiseren. Daarnaast voldoen de gestapelde woningen aan de wens vanuit de markt en woningcorporatie. De afstand vanaf het appartementengebouw en de woning van reclamant is ruim 190 meter. Er wordt derhalve voldaan aan artikel 5:50 BW.

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

Tussen de woning van reclamant en het appartementengebouw staat hoge bestaande begroeiing en een andere woning. De realisatie van de gestapelde woningen zal dan ook niet of nauwelijks effect hebben op de privacy van de reclamant en slechts een beperkt effect op het uitzicht. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bestaat er daarnaast geen recht op blijvend vrij uitzicht. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 4: Samenvatting 1. Toename verkeer • In de huidige situatie is er al sprake van veel verkeersdrukte. Dit gaat door het voorgenomen plan flink toenemen. De extra verkeersdrukte heeft negatieve gevolgen voor de verkeersveiligheid, geluidsbelasting en luchtkwaliteit van de reclamanten. Dit tast de leefbaarheid en het woonplezier aan. 2. Verkeersveiligheid • Er wordt opgemerkt dat de verkeers(on)veiligheid al enkele jaren een doorn in het oog is van de reclamanten. 3. Geluid • De extra verkeersbewegingen vanuit Lingezicht zullen negatieve invloed hebben op de samenloop van geluid, waardoor de toekomstige geluidsbelasting van reclamanten nog verder zal toenemen. 4. Energie • Reclamanten spreken de zorg uit dat de beperkingen in de energieleveranties/afgifte zullen toenemen door de aansluiting van Lingezicht op het energienet.

Hierover hebben zij verschillende vragen gesteld: o Op welke manier wordt Lingezicht aangesloten op het stroomnet? o Heeft de netwerkbeheerder deze extra capaciteit een-op-een gegarandeerd beschikbaar? o Heeft de realisatie van Lingezicht nadelige consequenties of toekomstige beperkingen voor capaciteit, teruglevering en/of infrastructuur voor de huidige bewoners in Westeraam die toekomstplannen hebben voor een elektrische auto, warmtepomp of zonnepanelen? 5. Voorstellen • Reclamanten doen verschillende voorstellen: o Meer ontsluitingswegen van en naar Lingezicht inrichten; o De verkeersveiligheid op het noordelijke gedeelte van de Ceintuurbaan met structurele maatregelen aanpakken; o Specifiek onderzoek doen naar de huidige en toekomstige geluidshinder ter hoogte van de woningen van reclamanten; o Het nemen van gerichte maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren; Reactie 1. Toename verkeer • Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd door Goudappel (bijlage 15 bij de toelichting) waaruit blijkt dat de

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

ontsluiting van het plangebied via de Ceintuurbaan mogelijk is. De Ceintuurbaan en het omliggende wegennet hebben voldoende capaciteit om de verwachte toename van het verkeer vanuit Lingezicht te verwerken. Het planvoornemen heeft een stijging van het aantal verkeersbewegingen tot gevolg. Dit zal voor omwonenden merkbaar zijn. De inrichting van het huidige wegennet en de voorgestelde aanpassing en nieuwe aansluiting op de Ceintuurbaan zal echter niet tot problemen leiden in relatie tot de verkeersveiligheid en/of verkeersdoorstroming. De gevolgen van de verkeerstoename voor de geluidbelasting zijn onder punt 3 van de beantwoording van deze zienswijze nader toegelicht. De gevolgen van Lingezicht voor de luchtkwaliteit zijn onderzocht in paragraaf 5.3 van de plantoelichting. Het project blijft ruimschoots onder de drempelwaarde uit de Regeling NIBM voor woningbouwlocaties. Nader onderzoek is daarom niet nodig. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is wel inzicht verkregen in de luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied. Gebleken is dat de luchtkwaliteit ter plaatse van de meest nabijgelegen rekenpunten van de monitoringstool van NSL ruimschoots aan de normen voldoet voor wat betreft PM10, NO2 en het maximaal aantal overschrijdingsdagen. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.

De luchtkwaliteit wordt dus aanvaardbaar geacht. Aan de hand van de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat het planvoornemen geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid, verkeersdoorstroming en het woon- en leefklimaat van reclamant. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 2. Verkeersveiligheid • Zoals onder punt 1 toegelicht heeft het planvoornemen een stijging van het aantal verkeersbewegingen tot gevolg. Dit zal voor omwonden merkbaar zijn, maar niet tot problemen leiden in relatie tot de verkeersveiligheid. Daarnaast zien wij de zorgen van reclamant als zorgen over de bestaande situatie. Daarover gaat de gemeente graag met reclamant en andere omwonenden in gesprek om te verkennen of er maatregelen genomen kunnen worden om de verkeersveiligheid ter plaatse te verbeteren. Omdat deze zorgen betrekking hebben op de bestaande situatie zullen gesprekken hierover buiten de procedure van dit bestemmingsplan om plaatsvinden. 3. Geluid • De effecten van de verschillende geluidsbronnen die voortkomen uit de voorgestelde ontwikkelingen zijn na de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan nader onderzocht. In het rapport van Geluidplus d.d. 21 mei 2024 (bijlage 1) zijn de uitkomsten van dit onderzoek opgenomen. In hoofdstuk 9 zijn de gevolgen van het bestemmingsplan voor de bestaande woonomgeving buiten het plan opgenomen.

De invloed op de bestaande woonomgeving heeft twee oorzaken. Er wordt (1) een nieuwe weg gerealiseerd en (2) deze weg wordt aangesloten op de kruising met de Ceintuurbaan en Regenboog waarbij het verkeer van het plan op het wegennet wordt ontsloten. De geluidbelasting van de aanleg van de nieuwe weg in het plangebied leidt niet tot onacceptabele geluidbelastingen bij omwonenden, omdat aan de voorkeursgrenswaarde conform de Wet geluidhinder wordt voldaan bij alle omliggende woningen (tabel 9.1 uit het onderzoek).

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

De toename van de geluidbelasting op de bestaande woningen als gevolg van extra verkeer is tevens onderzocht (tabel 9.3, 9.4 en 9.5). Normaliter wordt het verschil in geluidbelasting bij een reconstructie binnen het invloedsgebied tot 1/3e van de zonebreedte buiten de grenzen van het werk beoordeeld. Voor een binnenstedelijke 50 km/u weg met twee rijbanen bedraagt de zonebreedte 200 meter. 1/3e van de zone bedraagt 67 meter. De woningen aan de Ceintuurbaan 5 en 7 liggen ruim buiten dit gebied. Vandaar dat deze woningen niet expliciet zijn meegenomen in het onderzoek. Daarentegen is wel inzicht gegeven in de te verwachten verschillen en zijn de rekenresultaten getoetst aan de meest maatgevende woning. In het geval van reclamanten betreft de meest maatgevende woning Germaan 1. Er is voor de toename van het aantal verkeersbewegingen op de Ceintuurbaan sprake van een lichte, maar niet significante toename van de geluidbelasting voor de woningen van reclamanten. In de nieuwe situatie is de toename kleiner dan 1,5 dB en blijft de geluidsbelasting onder de 55 dB. Het is derhalve niet noodzakelijk om maatregelen te nemen. Een goed woon- en leefklimaat is geborgd. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 4. Energie • Reclamanten hebben verschillende vragen gesteld over energie.

Hieronder worden deze beantwoord: Vraag 1: Om het project Lingezicht te kunnen aansluiten op het elektriciteitsnet van netbeheerder Liander wordt er een nieuw middenspannings elektranet aangelegd met nieuw te realiseren middenspanningsruimtes. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Vraag 2: In heel Nederland is het elektriciteitsnet overbelast en is er een energietransitie gaande, zo ook in de regio Arnhem – Nijmegen. Voor dit project heeft er in september 2023 een overleg plaatsgevonden met de netbeheerder Liander. Er wordt capaciteit gereserveerd voor het project Lingezicht in de periode 2025 tot en met 2030. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Vraag 3: Er wordt een nieuw middenspanningselektricititeitsnet aangelegd voor deze projectlocatie. Deze functioneert los van het bestaande elektriciteitsnet van de Westeraam. Dit bestemmingsplan heeft dan ook geen nadelige consequenties of toekomstige beperkingen voor de bewoners in Westeraam. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 5. Voorstellen • Op de genoemde voorstellen wordt als volgt gereageerd: o Eerste voorstel: het is niet wenselijk om meer en versnipperde ontsluitingswegen te realiseren. In verband met de wegopbouw is een extra ontsluiting niet wenselijk.

Een aansluiting op de Rijksweg Noord heeft gevolgen voor de verkeersafwikkeling van het doorgaande verkeer van noord naar zuid. Deze ontsluiting zou te dicht op de bestaande verkeerskruispunten komen te liggen en daarmee overmatige verkeershinder en onveilige verkeerssituaties kunnen veroorzaken. Evenmin is het vanuit ruimtelijk en verkeerskundig oogpunt onwenselijk om meerdere ontsluitingen op de Ceintuurbaan te realiseren. Het gebied is

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

o

o

o

voorzien van een tweede ontsluiting voor calamiteiten aan de oostzijde Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Tweede voorstel: het aanpakken van de verkeersveiligheid aan de noordzijde van de Ceintuurbaan behoort niet tot de scope van dit bestemmingsplan. Dit punt heeft de aandacht van de gemeente. De gemeente zal in een apart traject de verkeersveiligheid verder onderzoeken. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Derde voorstel: naar aanleiding van deze zienswijze is er een onderzoek uitgevoerd. Uit het rapport van Geluidplus d.d. 21 mei 2024 (bijlage 1) volgt dat geen maatregelen noodzakelijk zijn voor de Germaan en Ceintuurbaan 5 en 7, omdat er geen sprake is van een significante toename van de geluidbelasting. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Vierde voorstel: De toename van de geluidbelasting op de bestaande woningen als gevolg van extra verkeer is tevens onderzocht (tabel 9.3, 9.4 en 9.5). Voor de woningen van reclamanten geldt dat Germaan 1 maatgevend is. Er is voor de toename van het aantal verkeersbewegingen op de Ceintuurbaan sprake van een lichte, maar niet significante toename van de geluidbelasting voor de woningen van reclamanten. Het is derhalve niet noodzakelijk om maatregelen te nemen. Een goed woon- en leefklimaat is geborgd.

Het nemen van gerichte maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren is dan ook niet noodzakelijk. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Zienswijze 5: Samenvatting 1. Periode terinzagelegging • Het is niet juist dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd in de kerstvakantie. 2. Bouwprojecten over de Linge • PSP ’92 vraagt om een toezegging dat er geen bouwprojecten over de Linge worden geprojecteerd. 3. Bushalte • PSP ’92 bepleit dat bushalte ‘De Oude Tol’ moet terugkeren en dat lijn 14 daar zal halteren. Reactie 1. Periode terinzagelegging • Het bestemmingsplan was oorspronkelijk gepland om in november ter visie te leggen, maar door vertragingen kon deze pas in de collegevergadering van 19 december behandeld worden en is het ontwerpbestemmingsplan op 28 december 2023 ter inzage gelegd. De inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zou tot uitstel van dit besluit van vele maanden leiden. Gezien de omvang van het project was er geen andere oplossing mogelijk. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

2. Bouwprojecten over de Linge • Op dit moment zijn er geen grootschalige bouwprojecten gepland in park Lingezegen en is er ook geen intentie hier grootschalige woningbouw te realiseren. Er kunnen echter geen toezeggingen over de toekomst worden gedaan. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3. Bushalte • Deze grond ziet niet op het ontwerpbestemmingsplan en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Zienswijze 6: Samenvatting 1. Borging type woningen • In de planregels van het ontwerpbestemmingsplan is niet geborgd dat dat ten minste 57.5% moet bestaan uit betaalbare woningen. Ook de doelgroepen waarvoor de woningen zijn gebouwd worden niet verankerd in de planregels. Een anterieure overeenkomst vormt geen wettelijke toetsingsgrond, waardoor er een juridisch sluitende regeling moet worden opgenomen in de planregels. 2. Beeldkwaliteitsplan • Het beeldkwaliteitsplan is niet ter visie gelegd. 3. Regionale woondeal • Het ontwerpbestemmingsplan voldoet niet aan de actuele versie van de regionale woondeal. Evenmin gaat het ontwerp uit van de actuele woningbehoefte op grond van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De toelichting wijst op Woondeal 1.0 en 2.0. Alleen Woondeal 2.0 is bepalend voor de actuele woningbehoefte. Het ontwerp is niet volledig getoetst aan Woondeal 2.0. De behoefte naar appartementen is niet voldoende aangetoond. 4. Landschappelijke inpassing appartementencomplex • Het appartementencomplex aan de oostkant is niet landschappelijk ingepast. Er is in de planregels geen voorwaardelijke verplichting opgenomen om bomen en struiken in stand te houden binnen de bestemming ‘Groen’. In de toelichting is niet duidelijk aangegeven hoe afschermend groen wordt gecombineerd met de noodzakelijke opvang van water. 5.

Watertoets • De uitgevoerde watertoets is ontoereikend en te vrijblijvend. De waterberging is niet goed geborgd in de planregels. 6. Bestemming ‘Groen’ • Het perceel met de bestemming ‘Groen’ heeft een te ruime bestemming en laat ten onrechte extensieve recreatie toe. Dit perceel is daarvoor niet geschikt en bedoeld. Verzocht wordt dit te schrappen. Reactie 1. Borging type woningen

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

•

Het borgen van de regionale afspraken met betrekking tot bepaalde woningbouwcategorieën op grond van artikel 3.1.2, eerste lid, van het Bro is geen wettelijke verplichting (ABRvS 21 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2396, r.o. 5.4.) De raad heeft ervoor gekozen om hierover geen regels in het plan op te nemen. In de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar zijn afspraken gemaakt omtrent het woningbouwprogramma. In de toelichting is het woningbouwprogramma getoetst aan de regionale afspraken. Het bestemmingsplan voldoet aan deze afspraken. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

2. Beeldkwaliteitsplan • Het beeldkwaliteitsplan heeft ter visie gelegen tot 3 april 2024. Reclamant heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal het beeldkwaliteitsplan echter als beleidsregel worden vastgesteld en daarmee de bestaande Welstandsnota van de gemeente Overbetuwe wijzigen. De op het ontwerpbeeldkwaliteitsplan ingediende zienswijze is betrokken in de definitieve versie van het beeldkwaliteitsplan maar heeft niet geleid tot een aanpassing van het beeldkwaliteitsplan zelf. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3. Regionale woondeal • In paragraaf 4.1 is getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. In de onderbouwing van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte zijn de woondeals toegelicht. Lingezicht is in twee fasen geprioriteerd. Fase 1 valt onder Woondeal 1.0 en fase 2 valt onder Woondeal 2.0. Het plan voldoet aan de regionale kwalitatieve woningbouwafspraken. Bovendien is het project Lingezicht een prioritair project van de gemeente Overbetuwe. Daarmee is het plan Lingezicht opgenomen in de plancapaciteit die jaarlijks aan de Provincie Gelderland en de Groene Metropoolregio gecommuniceerd wordt. De ladderonderbouwing is aangescherpt naar aanleiding van deze zienswijze. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. 4.

Landschappelijke inpassing appartementencomplex • Deze zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan te verduidelijken. De landschappelijke inpassing van het appartementencomplex is geborgd in de planregels door middel van een voorwaardelijke verplichting. Ook de waterberging binnen het plangebied is geborgd middels een voorwaardelijke verplichting. Voor de landschappelijke inpassing zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen voor drie afzonderlijke deelgebieden. De voorwaardelijke verplichting voor dit gebied is opgenomen in artikel 14.1 onder c en luidt als volgt: Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing deelgebied 3' is het gebruik van gronden en bebouwing en het bouwen van nieuwe bebouwing conform de in artikel 6.1 a t/m c opgenomen bestemmingsomschrijving uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing binnen een jaar na het onherroepelijk worden/zijn van de eerste omgevingsvergunning voor het realiseren van nieuwe bebouwing binnen deelgebied 3, wordt aangelegd, beheerd en duurzaam in stand wordt gehouden conform de bij deze regels opgenomen bijlage, Bijlage 1 Landschappelijke inpassing Elst, Lingezicht deelgebied 1, 2 en 3;

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

De voorwaardelijke verplichting voor de waterberging is opgenomen in artikel 6.4.6 en luidt als volgt: De gronden binnen de bestemming 'Woongebied' mogen louter worden bebouwd of gebruikt onder de voorwaarde dat binnen het plangebied een waterbergingscapaciteit van minimaal 436 m3 waterberging per hectare verharding is gerealiseerd en in stand gehouden wordt, voor zover het waterberging in open water betreft, danwel minimaal 664 m3 per hectare verharding, voor zover het watercompensatie in kunstmatige voorzieningen betreft, zoals wadi's of kratten. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. 5. Watertoets • Deze zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan te verduidelijken. De waterberging binnen het plangebied wordt in het vast te stellen bestemmingsplan geborgd in de planregels middels een voorwaardelijke verplichting.

De voorwaardelijke verplichting voor de waterberging is opgenomen in artikel 6.4.6 en luidt als volgt: De gronden binnen de bestemming 'Woongebied' mogen louter worden bebouwd of gebruikt onder de voorwaarde dat binnen het plangebied een waterbergingscapaciteit van minimaal 436 m3 waterberging per hectare verharding is gerealiseerd en in stand gehouden wordt, voor zover het waterberging in open water betreft, danwel minimaal 664 m3 per hectare verharding, voor zover het watercompensatie in kunstmatige voorzieningen betreft, zoals wadi's of kratten. Als bijlage 8 bij de plantoelichting is het waterstructuurplan en de waterparagraaf opgenomen. Er is niet gemotiveerd aangegeven waarom deze ontoereikend is. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. 6. Bestemming ‘Groen’ • In de enkelbestemming “Groen” is extensieve dagrecreatie als toegestaan gebruik opgenomen. ‘Extensieve dagrecreatie’ is volgens de begripsomschrijving in artikel 1.40: “Recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte.” Het betreft in dit geval vormen van recreatie die als normaal gebruik van gronden en percelen in woongebieden en groenbestemmingen kunnen worden gezien.

De gebieden met de enkelbestemming “Groen” binnen het plangebied dienen daarnaast niet alleen voor de oprichting van groen, maar ook als verbindingsgebieden tussen de verschillende woningen in het gebied, als ruimte om te kunnen wandelen, honden uit te laten en bijvoorbeeld te kunnen fietsen. Het uitsluiten van ‘extensieve dagrecreatie’ zou dit gebruik volledig beperken. Dit is niet wenselijk en handhaafbaar. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 7: Samenvatting 1. Veel ruimte voor nadere uitwerking • Het plangebied laat veel ruimte voor nadere uitwerking. Er is nog overleg met de ontwikkelaar en de omwonenden over de invulling.

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

2. Bestemming ‘Groen’ • In de planregels van de bestemming ‘Groen’ is bepaald dat extensieve dagrecreatie is toegestaan. Dit zal leiden tot een ernstige verstoring van de privacy van reclamanten. Er zijn afspraken gemaakt dat dit geen openbaar terrein wordt. Extensieve recreatie is in strijd met het voornemen deze strook een grote biodiversiteit te laten krijgen. Reactie 1. Veel ruimte voor nadere uitwerking • Het overleg met de bewonersgroep heeft plaatsgevonden en de inrichtingsplannen zijn nader uitgewerkt. Met reclamanten zijn nadere voorwaarden voor de inrichting opgesteld. Middels het in het vast te stellen bestemmingsplan op te nemen artikel 6.4.6 en 14.1 wordt de benodigde borging vastgelegd. Voor de landschappelijke inpassing zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen voor drie afzonderlijke deelgebieden.

De voorwaardelijke verplichting voor dit deelgebied is opgenomen in artikel 14.1 b en luidt als volgt: Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing deelgebied 2' is het gebruik van gronden en bebouwing en het bouwen van nieuwe bebouwing conform de in artikel 6.1 a t/m c opgenomen bestemmingsomschrijving uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing binnen een jaar na het onherroepelijk worden/zijn van de eerste omgevingsvergunning voor het realiseren van nieuwe bebouwing binnen deelgebied 2, wordt aangelegd, beheerd en duurzaam in stand wordt gehouden conform de bij deze regels opgenomen bijlage, Bijlage 1 Landschappelijke inpassing Elst, Lingezicht deelgebied 1, 2 en 3; De voorwaardelijke verplichting voor de waterberging is opgenomen in artikel 6.4.6 en luidt als volgt: “De gronden binnen de bestemming 'Woongebied' mogen louter worden bebouwd of gebruikt onder de voorwaarde dat binnen het plangebied een waterbergingscapaciteit van minimaal 436 m3 waterberging per hectare verharding is gerealiseerd en in stand gehouden wordt, voor zover het waterberging in open water betreft, danwel minimaal 664 m3 per hectare verharding, voor zover het watercompensatie in kunstmatige voorzieningen betreft, zoals wadi's of kratten.” Deze zienswijze leidt deels tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Daarnaast wordt het beeldkwaliteitsplan als beleidsregel vastgesteld. Het beeldkwaliteitsplan wordt daarmee onderdeel van de welstandsnota. Nieuwe omgevingsvergunningen moeten aan het beeldkwaliteitsplan getoetst worden. Het beeldkwaliteitsplan biedt duidelijke kaders over de invulling van het planvoornemen. 2. Bestemming ‘Groen’ • In de enkelbestemming “Groen” is extensieve dagrecreatie inderdaad als toegestaan gebruik opgenomen. ‘Extensieve dagrecreatie’ is volgens de begripsomschrijving in artikel 1.40: “Recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte.” Het betreft in dit geval vormen van recreatie die als normaal gebruik van gronden en percelen in woongebieden en de daaraan grenzende groenbestemmingen kunnen worden gezien. De gebieden met de enkelbestemming “Groen” binnen het plangebied dienen niet alleen voor de

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

aanplant van groen, maar ook als verbindingsgebieden tussen de verschillende woonclusters, als ruimte om te kunnen wandelen, honden uit te laten en bijvoorbeeld te kunnen fietsen. Het uitsluiten van ‘extensieve dagrecreatie’ zou dit normale gebruik binnen het woongebied volledig beperken. Dit is niet wenselijk en handhaafbaar. De woningen van reclamanten zijn gescheiden van het plangebied door een waterschapssloot en de daarbij behorende onderhoudsstroken inclusief hekwerk dat dit gebied afsluit. De afstand van de achterkant van het perceel van reclamant en het plangebied voldoet daarmee ruimschoots aan de minimale afstanden zoals opgenomen in artikel 5:50 BW. Er is dan ook geen sprake van inbreuk op de privacy van reclamant. Daarnaast wordt ter hoogte van Germaan en Ceintuurbaan 5 en 7 aan de zuidkant van het plangebied een struweel aangeplant dat het directe zicht op de woning van reclamant beperkt. Het hekwerk dat de onderhoudsstrook afsluit wordt in overleg met het Waterschap ten noorden van dit struweel geplaatst. De struweelhaag draagt tevens bij aan een bredere en sterkere biodiversiteit binnen het plangebied. Er zijn tussen gemeente en reclamant geen afspraken gemaakt over de openbaarheid van het terrein. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Zienswijze 8: Samenvatting 1. Spuitzonering • De gemeente Overbetuwe hanteert een wisselende werkwijze betreffende spuitzonering. Verzocht wordt om een nadere motivatie, ook voor dit bestemmingsplan. Reactie 1. Spuitzonering • Deze zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Naar aanleiding van de zienswijze is Adromi verzocht nader onderzoek te doen naar de gevolgen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen rondom het plangebied. Dit heeft geleid tot het onderzoek van Adromi d.d. 26 maart 2025, dat als bijlage 3 aan de toelichting op het vast te stellen bestemmingsplan zal worden toegevoegd. Uit paragraaf 4.6 van het rapport volgt dat de Europese Commissie uitgaat van een veiligheidsafstand van 3 meter tussen gewaspercelen en gebieden waar mensen verblijven. De percelen aangrenzend aan het plangebied mogen op basis van de vigerende juridisch-planologische situatie slechts voor hobbymatige agrarische activiteiten worden gebruikt. Op deze gronden is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet voorstelbaar, mede door het feit dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor hobbymatig agrarisch gebruik sterk beperkt en gereguleerd is. Op andere percelen is het gebruik ten behoeve van (glas)tuinbouw, fruit- en boomteelt uitgesloten binnen 50 meter tot driftgevoelige functies.

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

Voor een aantal percelen is besloten om afscherming in de vorm van groenblijvende hagen op te nemen in het bestemmingsplan om een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Aan de westzijde is een groenblijvende haag als voorwaardelijke verplichting opgenomen in het bestemmingsplan “Elst, RijkswegNoord 94” en is het opnemen van een voorwaardelijke verplichting binnen het plangebied niet nodig. De gronden binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Elst, Rijksweg-Noord 94” zijn eigendom van de ontwikkelaar. Ter meerdere borging zal aan het vast te stellen bestemmingsplan artikel 14.3 worden toegevoegd. In dit artikel wordt bepaald dat ter plaatse van de aanduiding ‘Milieuzone – spuitzone’ de gronden mede bestemd zijn voor de bescherming van de gezondheid van personen op nabijgelegen verblijfslocaties. In dit artikel is tevens een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de instandhouding van de noodzakelijke groenvoorzieningen zoals opgenomen in de onderzoeksrapportage van Adromi. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

Zienswijze 9: Samenvatting 1. Geluid • Voor wat betreft de toename van geluid is er onvoldoende rekening gehouden met de bewoners van de Stapelwolk. In verschillende onderliggende rapporten worden een verschillend aantal woningen genoemd. Met name op het gebied van geluid door verkeer zit een grote bron van zorg. De bewoners van de Stapelwolk zijn gecompenseerd met uitzicht voor de blootstelling aan meer geluid dan volgens de norm was toegestaan. Nu verandert dit uitzicht en brengt Lingezicht een verdere toename van geluid met zich mee. 2. Ontsluiting • Er is onvoldoende rekening gehouden met de belangen van omwonenden bij ontsluiting van de nieuwe wijk op bestaande verkeersinfrastructuur voor gemotoriseerd verkeer. 3. Aansluiting energie en water • Er is onvoldoende rekening gehouden met de belangen van omwonenden bij de aansluiting van energie en waterafvoer. 4. Dorpskarakter • Er is onvoldoende rekening gehouden met de belangen van omwonenden bij het dorpskarakter van het plan. 5. Overlast bouwfase • Er is onvoldoende rekening gehouden met de belangen van omwonden in verband met overlast gedurende de bouwfase. 6. Toezegging geen wijziging • Reclamant verzoekt om een toezegging dat er na vaststelling geen wijziging afgedwongen worden door politieke partijen zoals gebeurd is met het plan ‘Land van Tap’. Reactie 1.

Geluid • De effecten van de verschillende geluidsbronnen die voortkomen uit de voorgestelde ontwikkelingen zijn na de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan nader onderzocht. De quickscan geluid is, mede naar aanleiding van deze zienswijze, aangevuld met een akoestisch onderzoek waarin de effecten van de verschillende geluidsbronnen die voortkomen uit de voorgestelde ontwikkelingen nader zijn onderzocht door Geluidplus. In het rapport van Geluidplus d.d. 21 mei 2024 (bijlage 1 bij de toelichting) zijn de uitkomsten van dit onderzoek opgenomen. In hoofdstuk 9 van dit onderzoek zijn de gevolgen van het bestemmingsplan voor de bestaande woonomgeving buiten het plan opgenomen. De invloed op de bestaande woonomgeving van reclamant heeft twee oorzaken. Er wordt (1) een nieuwe weg gerealiseerd en (2) deze weg wordt aangesloten op de kruising met de Ceintuurbaan en Regenboog waarbij het verkeer van het plan op het wegennet wordt ontsloten.

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

Uit het onderzoek blijkt dat de aanleg van de nieuwe weg geen onacceptabele geluidbelastingen bij omwonenden tot gevolg heeft, omdat aan de voorkeursgrenswaarde conform de Wet geluidhinder wordt voldaan (tabel 9.1 uit het onderzoek). Ook voor de toename van verkeer als gevolg van het plan op de Rijksweg Noord en Regenboog geldt dat er geen significante toename in de geluidbelasting is ter plaatse van de omliggende woningen. Voor de woning van reclamanten is er als gevolg van extra verkeersbewegingen op de Ceintuurbaan echter wel sprake van een significante verhoging van de geluidsbelasting. Reconstructie Bij een significante verhoging van de geluidbelasting kan er op grond van de Wet geluidhinder sprake zijn van een ‘reconstructie’. Naast de toename van de geluidbelasting van meer dan 2 dB moet er dan ook sprake zijn van een fysieke wijziging op of aan een aanwezige weg. Het plan voorziet in de toevoeging van een nieuwe afslag op een bestaande weg. Daarmee is er sprake van een fysieke wijziging op of aan een aanwezige weg en is er dus sprake van een reconstructie. Dit betekent dat er getoetst moet worden aan de grenswaarden uit de Wgh. Omdat uit het reconstructieonderzoek is gebleken dat er sprake is van een significante toename van de geluidbelasting zijn maatregelen onderzocht (bronmaatregelen, maatregelen in de overdracht en maatregelen bij de ontvanger).

Wat betreft bronmaatregelen is een mogelijke maatregel om een stiller wegdek toe te passen. Maatregelen in de overdracht zijn het realiseren van een geluidscherm of geluidwal. Beide maatregelen zijn afgewogen tegen de maatregelen bij de ontvanger. Uit de afweging volgt dat het treffen van bronmaatregelen en maatregelen in de overdracht stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijk en financiële aard. Bij het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Elst, Groenoordstrip’ in 2016 is voor de woning van reclamanten reeds een hogere waarde van 58 dB vastgesteld. In de huidige situatie bedraagt de geluidbelasting echter 54 dB en na planvorming in 2035 bedraagt de geprognosticeerde geluidbelasting ten hoogste 56 dB. In het onderzoek is op pagina 27 van het akoestisch onderzoek de achtergrond hiervan verder toegelicht. De in 2018 en 2019 gebouwde woningen aan de Stapelwolk, waaronder de woning van reclamanten, zijn gebouwd conform het Bouwbesluit en daarbij is rekening gehouden met een geluidbelasting van 58 dB. De woningen hebben derhalve voldoende geluidwering om een binnenniveau van 33 dB te kunnen waarborgen. Verdere maatregelen zijn daarom niet noodzakelijk. Reclamanten worden dus reeds beschermd tegen hogere geluidbelastingen door de reeds vastgestelde hogere waarden. Een goed woon- en leefklimaat is daarmee geborgd.

Gelet op het bovenstaande moet geconcludeerd worden dat uit het nader onderzoek volgt dat, zelfs als ‘worst-case’ uitgegaan wordt van een reconstructie in de zin van Wgh, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de bestaande woningen, waaronder de woning van reclamant. Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn onderzocht, maar stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke en financiële aard en maatregelen bij de ontvangers (bewoners Stapelwolk) zijn niet nodig, omdat die woningen reeds

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

gebouwd zijn uitgaande van een hogere geluidsbelasting dan na realisatie van het plan aan de orde is. Deze zienswijze leidt tot een herziening van de geluidsrapportage en aanpassing van de toelichting van het bestemmingsplan. De geluidsparagraaf is aangepast aan bovenstaande toelichting en het akoestisch en reconstructie onderzoek is als bijlage bijgevoegd bij de toelichting. Een reconstructie in het kader van de Wet geluidhinder is noodzakelijk voor de Ceintuurbaan. 2. Ontsluiting Het participatietraject is zorgvuldig doorlopen. De uitkomsten en onderwerpen van dit traject zijn opgenomen in een verslag. Dit verslag is bij de plantoelichting opgenomen als bijlage 17. In de participatie is de ontsluiting van het plan aan de orde gekomen. Omwonenden hebben zorgen geuit over de verkeersontsluiting. Na onderzoek van Goudappel is gebleken dat de huidige ontsluiting veilig is en zorgt voor een goede afwikkeling van verkeer. Deze aansluiting ligt op de meest gunstige locatie. Het ontsluiten van deze woningen via bijvoorbeeld de 1e Weteringsewal aan de noordzijde, de weg aan de oostzijde of ontsluiting op de Rijksweg Noord is niet realistisch. De ontsluiting Rijksweg Noord zou te dicht op de bestaande verkeerskruispunten komen te liggen en daarmee overmatige verkeershinder en onveilige verkeerssituaties kunnen veroorzaken.

Het wegprofiel van de 1e Weteringsewal en Lingestraat voldoen niet aan de eisen om de capaciteit van deze verkeersbeweging te kunnen verwerken. De Ceintuurbaan heeft voldoende capaciteit om deze verkeersbewegingen te verwerken en dient in de huidige situatie al als een verzamelweg. Het gebied is tevens voorzien van een tweede ontsluiting voor calamiteiten aan de oostzijde. We zien de zorgen van reclamant als zorgen over de bestaande situatie. Daarover gaat de gemeente graag met reclamant en andere omwonenden in gesprek. Omdat deze zorgen betrekking hebben op de bestaande situatie zullen gesprekken hierover buiten de procedure van dit bestemmingsplan om plaatsvinden. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3. Aansluiting energie en water • De aanleg van elektriciteit en riolering heeft geen invloed op de omwonenden in het gebied. Er wordt een nieuw middenspanningselektricititeitsnet aangelegd voor deze projectlocatie. Deze functioneert los van het bestaande elektriciteitsnet van de Westeraam. Dit bestemmingsplan heeft dan ook geen nadelige consequenties of toekomstige beperkingen voor de bewoners in Westeraam. Voor wat betreft de waterhuishouding is er een plan opgesteld. De voorgenomen plannen, inclusief het waterplan zelf, zijn in het planvormingproces uitvoerig met het Waterschap Rivierenland besproken.

Het Waterschap heeft aangegeven akkoord te zijn met de voorgenomen plannen. Om de waterbelangen volledig te borgen in het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 6.4.6. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. De waterberging is in het bestemmingsplan geborgd middels een voorwaardelijke verplichting in de regels en een aanduiding op de verbeelding. 4. Dorpskarakter • De verkavelingsstructuur van het plan Lingezicht is geïnspireerd op de (verkaveling)structuur van het aangrenzende landschap, hetgeen in het vast te stellen bestemmingsplan geborgd wordt door de functieaanduiding ‘groen’ (g) in de

Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Elst, Lingezicht

bestemming woongebied op te nemen en middels de artikelen 14.1 a t/m c. Hiermee wordt geborgd dat daadwerkelijk groen gerealiseerd wordt en doorkijken blijven bestaan. Het beeldkwaliteitsplan benadrukt een eigentijds woonlandschap dat de oorspronkelijke langgerekte structuren behoudt, met een mix van woningtypes en variatie in bouwlijnen en oriëntatie. Brede groene zones omringen de deelgebieden en watergangen, en groene erfafscheidingen bevorderen zowel een dorps als biodivers karakter. De architectuur van de woningen draagt bij aan het dorpse gevoel door variatie in bouwhoogte, kapvormen, en gevelindelingen, waarbij duurzame en dorpse materialen zoals baksteen en hout worden gebruikt. Met bovenstaande ontwerpuitgangspunten is invulling gegeven aan het dorpse karakter van de nieuwe wijk. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. 5. Overlast bouwfase • In de bouwfase wordt er rekening gehouden met de belangen van de omwonenden. Helaas is het geheel voorkomen van enige overlast waarschijnlijk niet mogelijk. Om zoveel mogelijk rekening te houden met de omwonenden zal het bouwverkeer via de Rijksweg Noord het plangebied betreden. Er komt een bouwweg parallel aan de reguliere ontsluiting binnen het plangebied. Deze bouwweg is alleen bedoeld voor bouwvoorzieningen.

Verder wordt er gebouwd volgens de regels die hiervoor gelden (denk aan werktijden en geluidsnormen). De zienswijze heeft echter geen betrekking op de reikwijdte van het bestemmingsplan en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 6. Toezegging geen wijziging plan • In het bestemmingsplan zijn de kaders van het planvoornemen vastgelegd. Een en ander is middels voorwaardelijke verplichtingen en het beeldkwaliteitsplan juridisch geborgd. Het huidige plan zal binnen deze kaders gerealiseerd moeten worden. Mochten in de toekomst wijzigingen worden voorgesteld, dan zullen deze afhankelijk van de beoogde wijziging ofwel binnen de uitgangspunten van het vast te stellen bestemmingsplan moeten passen danwel zal er een nieuwe procedure moeten worden opgestart om deze wijziging al dan niet mogelijk te maken. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 10: Samenvatting 1. Prioritering • De hoeveelheid woningen komt niet overeen met de prioritering in fase 1 en fase 2. 2. Contouren • Contouren van het ontwerpbestemmingsplan lijken afwijkend van de prioritering. Verder lijkt er overlapping te zijn met het bestemmingsplan ‘Rijksweg-Noord 94’. Reclamant heeft bedenkingen bij de procedure van dit laatstgenoemde bestemmingsplan. 3. Locatie • Reclamant vraagt zich af waarom er op deze locatie gebouwd wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=072fe1d0-cfed-4aad-9b67-7b88a00d5ad4