25-06-19.09 relevant stuk 4 Bijlagenboek vastgesteld BP Elst Lingezicht
Tekst van het document
Bestemmingsplan Bijlagen bij toelichting
Elst, Lingezicht
Bestemmingsplan Elst, Lingezicht Gemeente Overbetuwe Status:
Vastgesteld
Datum:
April 2025
IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0392ELSTlingezicht-VSG1
Elst, Lingezicht
Datum April 2025
Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST
Telefoon 0481 362 300
E-Mailadres info@overbetuwe.nl
bestemmingsplan Elst, Lingezicht
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek
5
Bijlage 2
Onderzoek bedrijven en milieuzonering
497
Bijlage 3
Onderzoek spuitzones
508
Bijlage 4
Bodemonderzoek oostelijk plandeel
538
Bijlage 5
Bodemonderzoek westelijk plandeel
711
Bijlage 6
Onderzoek geur
961
Bijlage 7
Onderzoek externe veiligheid
974
Bijlage 8
Waterstructuurplan en waterparagraaf
993
Bijlage 9
Quickscan flora en fauna algemeen
1035
Bijlage 10
Quickscan flora en fauna Rijksweg Noord 94
1061
Bijlage 11
Nader onderzoek flora en fauna
1087
Bijlage 12
Mogelijkheden verlening ontheffing Wnb
1110
Bijlage 13
Onderzoek stikstofdepositie
1114
Bijlage 14
Archeologisch onderzoek
1142
Bijlage 15
Onderzoek verkeer en parkeren
1241
Bijlage 16
M.e.r.-aanmeldnotitie
1256
Bijlage 17
Verslag participatietraject
1274
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Elst, Lingezicht
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Elst, Lingezicht
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Akoestisch onderzoek
Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)
5
RAPPORT Akoestisch onderzoek woningbouwlocatie Lingezicht te Elst
Projectnaam Projectnummer Referentie Opdrachtgever Postadres
Contactpersoon Status Versie Datum Auteur
Woningbouwlocatie Lingezicht te Elst 22.378 rdg/22.378 Jansen Bouwontwikkeling Postbus 278 6600 AG Wijchen Dhr. M. Leenders Definitief 01 21 mei 2024 K. Ligtenberg R. de Graaf
Twentepoort Oost 61-14
7609 RG Almelo
0546 - 898 200
info@geluidplus.nl
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING
4
2
SITUATIE
5
3
NORMSTELLING
6
3.1 3.2 3.3 3.4
6 7 7 9 9 9 10
WET GELUIDHINDER SPOORWEGLAWAAI GELUIDBELEID GEMEENTE OVERBETUWE RECONSTRUCTIE WGH 3.4.1 Een wijziging op of aan een aanwezige weg 3.4.2 Bepaling toename geluidbelasting 3.4.3 Afbakening onderzoeksgebied
4
VERKEERSGEGEVENS
11
5
WEGVERKEERSLAWAAI LINGEZICHT
12
5.1 BRON- EN OVERDRACHTSMAATREGELEN 5.1.1 Bronmaatregelen 5.1.2 Overdrachtsmaatregelen 5.1.3 Maatregelen bij de ontvanger
15 15 16 16
SPOORWEGLAWAAI
17
6.1 REKENRESULTATEN SPOORWEGLAWAAI 6.2 BRON- EN OVERDRACHTSMAATREGELEN
17 17
BEOORDELING GEMEENTELIJK BELEID
19
7.1 LOCATIE SPECIFIEKE CRITERIA 7.2 CRITERIA VOOR HOGERE WAARDE IN GELUIDSKLASSE “ZEER ONRUSTIG”
19 19
8
HOGERE WAARDEN
21
9
GELUID BUITEN HET PLAN
22
9.1 AANLEG NIEUWE WEG 9.2 RECONSTRUCTIE WET GELUIDHINDER 9.2.1 Beoordeling reconstructie 9.2.2 Afbakening onderzoeksgebied 9.2.3 Verschil geluidbelasting 9.2.4 Maatregelen reconstructie Ceintuurbaan
22 23 23 24 24 26
SAMENVATTING
28
6
7
10
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 2 van 38
BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9:
Situatie Invoergegevens Resultaten wegverkeerslawaai Resultaten spoorweglawaai Cumulatieve geluidbelasting Hogere waarden Invoergegevens reconstructie Resultaten reconstructie basis Resultaten reconstructie maatregelen
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 3 van 38
1
INLEIDING In opdracht van Jansen Bouwontwikkeling is, door Geluid Plus Adviseurs, een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de realisatie van een woonwijk ten noorden van Elst, genaamd “Lingezicht”. Het plan maakt de ontwikkeling van maximaal 395 woningen mogelijk. In het kader van het wijzigen van het bestemminsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek maakt de geluidbelasting op de te realiseren woningen inzichtelijk en geeft inzicht in het effect op de nabije woonomgeving. In het voorliggende onderzoek is, in het kader van de Wet geluidhinder, de geluidbelasting vanwege het wegverkeerslawaai bepaald. Binnen het invloedsgebied van een weg (geluidzone) dient de geluidbelasting op gevels van nieuw te realiseren woningen bepaald te worden. Elke weg, behoudens een weg met een toegestane rijsnelheid van 30 km/u, heeft een geluidzone. Het plangebied is gelegen in de geluidzone van de Ceintuurbaan, Rijksweg Noord, 1e Weteringsewal en de A325. De geluidbelasting afkomstig van deze wegen dient in het kader van de Wet geluidhinder beoordeeld te worden. De geluidbelasting vanwege de Regenboog en wegen in het plan, allen 30 km/u, zijn in het kader van goede ruimtelijke ordening beoordeeld. Het plangebied is tevens gelegen in de geluidzone van het spoortraject Arnhem – Nijmegen.
De geluidbelasting vanwege spoorweglawaai, in het westelijk deel van het plangebied, is getoetst aan de Wet geluihinder. Het plan Lingezicht wordt op de Ceintuurbaan ontsloten. Het effect van de realisatie van de nieuwe wegen in het plan, de aansluiting op het aanwezige kruispunt en de toename van de verkeersintensiteiten op het onderliggende wegennet is, in het kader van de Wet geluidhinder en goede ruimtelijke ordening, beoordeeld.
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 4 van 38
2
SITUATIE Het plangebied is gelegen ten noorden van de Ceintuurbaan en ten oosten van de Rijksweg Noord. Aan de oostzijde van het plangebied ligt de Rijksweg A325. Ten westen van het plangebied bevindt zich het spoortraject Arnhem-Nijmegen. Het plan grenst ten noorden aan de Linge, de 1e Weteringsewal en het natuurgebied Park Lingezegen. Het perceel heeft momenteel de bestemming “agrarisch”. Om de realisatie van een woonwijk mogelijk te maken is een wijziging van het huidige bestemmingsplan nodig. In figuur 2.1 is de ligging van het plan opgenomen. Figuur 2.1: ligging plangebied (roze gearceerd)
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 5 van 38
3
NORMSTELLING
3.1
WET GELUIDHINDER In de Wet geluidhinder is beschreven dat alle wegen een zone hebben, uitgezonderd een aantal situaties, waaronder wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De zone is een gebied waarbinnen een nader akoestisch onderzoek verplicht is. De breedte van de zone, aan weerszijde van de weg, is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (binnenstedelijk of buitenstedelijk). Aan het einde van een weg loopt de zone door over een afstand van één keer de zonebreedte. In tabel 3.1 worden de zonebreedten weergegeven. Tabel 3.1: Zonebreedten zonebreedten [m¹] Aantal rijstroken
binnenstedelijk
buitenstedelijk
▪
1 of 2
200
250
▪
3 of 4
350
400
▪
5 of meer
350
600
Het plan is gelegen in de geluidzone van de Rijksweg A325, de Rijksweg-Noord, de Ceintuurbaan en de 1e Weteringsewal. De Rijksweg A325 heeft een zone van 400 meter. De Rijksweg-Noord en de Ceintuurbaan hebben een zone van 200 meter. De 1e Weteringsewal heeft een zone van 250 meter. In de Wet geluidhinder (Wgh) worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidbelasting op de gevels van nieuwe woningen langs een bestaande weg. Voor woningen binnen de wettelijke zone van een weg geldt overeenkomstig artikel 82, lid 1 van de Wgh een ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de gevel, de zogenaamde ‘voorkeursgrenswaarde’. De voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB. Indien niet aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan, kan onder voorwaarden een hogere grenswaarde worden vastgesteld. De maximale ontheffingswaarde bedraagt conform artikel 83, lid 1 (Wgh) voor woningen gelegen binnen de zone van een weg met een buitenstedelijke ligging 53 dB. Voor woningen die liggen in de zone van een weg met binnenstedelijke ligging, bedraagt de maximale ontheffingswaarde 63 dB (artikel 83, lid 1 Wgh). Indien een plangebied is gelegen binnen de zone van twee of meer geluidzones dient op grond van artikel 110f van de Wet geluidhinder ook onderzoek te worden gedaan naar de effecten van de samenloop van verschillende geluidbronnen.
In artikel 110g van de Wgh is bepaald dat op grond van de verwachting dat de geluidproductie van motorvoertuigen in de toekomst zal afnemen, bij de berekening van de geluidbelasting een correctie mag worden toegepast. Dit is geregeld in artikel 3.4, lid 1 van het Reken- en Meetvoorschrift Geluidhinder (RMG2012). De hoogte van de correctie is afhankelijk van de toegestane rijsnelheid op en de geluidbelasting vanwege de weg, zie tabel 3.2.
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 6 van 38
Tabel 3.2: Correctie conform artikel 110g Wgh; artikel 3.4, lid 1 RMG2012 Toegestane rijsnelheid
Geluidbelasting vanwege de weg
Correctie artikel 110g Wgh
(excl. artikel 110g Wgh) ▪
< 70 km/u
-1
5 dB
▪
≥ 70 km/u
< 56 dB
2 dB
56 dB
3 dB
57 dB
4 dB
> 57 dB
2 dB
1
Correctie is niet afhankelijk van de geluidbelasting vanwege de weg
NB.
Overeenkomstig artikel 1.3, lid 1 van het RMG2012 wordt de berekende geluidbelasting afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele, even getal. Vervolgens wordt de correctie conform artikel 110g Wgh toegepast.
Ten behoeve van de bepaling van de geluidwering van de gevels wordt de aftrek conform artikel 110g van de Wet geluidhinder niet toegepast.
3.2
SPOORWEGLAWAAI Geluidzones voor spoorwegen worden conform de Wet geluidhinder bepaald op basis van de vastgestelde geluidproductieplafonds (GPP’s) conform de Wet milieubeheer. De GPP’s zijn opgenomen in het landelijke geluidregister. Het dichtstbij gelegen en maatgevende referentiepunt heeft een geluidproductieplafond van 69 dB. Conform artikel 1.4a van het Besluit geluidhinder heeft het traject derhalve een zone van 600 meter. Het plan is hiermee gelegen in de zone waardoor de geluidbelasting ter plaatse van de geluidgevoelige bestemming bepaald dient te worden. Overeenkomstig artikel 4.9 van het Besluit geluidhinder is voor woningen binnen een zone van spoorweglawaai een voorkeursgrenswaarde van 55 dB van toepassing ter plaatse van de gevel. Indien niet aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan, kunnen Burgemeester en wethouders van gemeente Overbetuwe op basis van het Besluit geluidhinder een hogere toelaatbare waarde vaststellen. De maximaal te verlenen ontheffingswaarde voor nieuw te bouwen woningen bedraagt, conform artikel 4.10 van het Besluit geluidhinder, 68 dB.
Uitgangspunt voor het vaststellen van een hogere waarde is dat maatregelen, gericht op het terugbrengen van de te verwachten geluidbelasting van de gevel, ten gevolge van het spoor, tot 55 dB onvoldoende doeltreffend zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.
3.3
GELUIDBELEID GEMEENTE OVERBETUWE Gemeente Overbetuwe hanteert een gebiedsgericht geluidbeleid met rapportnummer M.2005.0287.01.R002, d.d. 3 juni 2009. Het document beschrijft een aantal criteria waaraan voldaan dient te worden naast de regelgeving conform de Wet geluidhinder alsmede een twaalftal gebiedstyperingen waarin de gemeente is onderverdeeld. De gestelde voorwaarden hebben hoofdzakelijk betrekking op de onderzoeks- en motiveringsplicht naar geluidbeperkende maatregelen indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. Per gebied is voor geluid een ambitie en bovengrens vastgesteld. Afhankelijk van het gebiedstype kan hiervan worden afgeweken. De laagst genoemde klasse heeft de voorkeur, maar indien noodzakelijk is een hogere klasse ook acceptabel. 21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 7 van 38
Bij hogere klassen dient meer inspanningen geleverd moeten worden om de hogere geluidbelasting te motiveren en compenseren. Er zal derhalve getoetst worden aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en het maximaal toelaatbare geluidniveaus van 63 dB (binnenstedelijk gebied voor wegverkeerslawaai). Daarnaast worden de geluidbelastingen beoordeeld ten aanzien van het geluidbeleid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende geluidklassen en gebiedstypen. De gebiedstyperingen zijn onderverdeeld in 12 categorieën. Voor het onderhavig onderzoek zijn de gebiedstyperingen “Buiten centrum”, “Buitengebied” en “Centrum dorps” van toepassing. Per geluidklasse is een range met geluidbelastingen gekoppeld; bijv. van 44 t/m 48 dB wordt als “redelijk rustig” gekwalificeerd met betrekking tot het optredende wegverkeerslawaai. Voor spoorweg- en industrielawaai zijn andere combinaties van toepassing, zie tabel 3.3. Tabel 3.3: ambitietabel gemeente Overbetuwe.
Indien de ambitiewaarde wordt overschreden, dient onderzoek te worden gedaan naar bron- en overdrachtsmaatregelen en/of maatregelen bij de ontvanger (gevelisolatie). Op basis van een goede onderbouwing en motivatie kunnen Burgemeester en Wethouders van de gemeente Overbetuwe een afweging maken om hogere waarden te verlenen. Het plangebied sluit het beste aan bij “buitencentrum (woongebieden in de kernen)”. Voor wegverkeerslawaai is de ambitiewaarde 43 dB en de bovengrens bedraagt 48-58 dB, afhankelijk van de ligging van de woning in relatie tot de bovenwijkse infrastructuur. Voor spoorweglawaai bedragen de ambitiewaarde en bovengrens respectievelijk 50 en 55-63 dB.
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 8 van 38
3.4
RECONSTRUCTIE WGH Bij een wijziging op of aan een weg is, conform de Wet geluidhinder (Wgh, onderzoek nodig naar het effect op de geluidbelasting ter plaatse van omliggende woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. Wanneer de geluidbelasting significant toeneemt is er sprake van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Er is sprake van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: ▪ Het gaat om een fysieke wijziging op of aan een aanwezige weg; ▪ Ten gevolge van de wijziging bedraagt de toename van de geluidsbelasting 2 dB of meer.
3.4.1 Een wijziging op of aan een aanwezige weg Het uitgangspunt voor reconstructie (Wgh) is een wijziging in fysieke zin op of aan de aanwezige weg. Enkele voorbeelden (uit de Handleiding Akoestisch Onderzoek Wegverkeer (HAOW) van RWS) hiervan zijn: ▪ wijziging van profiel, wegbreedte, hoogteligging of wegdek; ▪ wijziging van het aantal rijstroken; ▪ aanleg van kruispunten; ▪ aanleg van aansluitingen, op- en afritten; ▪ verwijdering, plaatsing of wijziging van verkeerstekens; ▪ aanleg VRI; ▪ verandering snelheidsregime. Bijvoorbeeld de plaatsing van een verkeersbord waarmee het einde van een maximum snelheid wordt aangegeven is een wijziging op of aan een aanwezige weg. Omdat er sprake dient te zijn van een fysieke wijziging op of aan de weg, is alleen een wijziging in de verkeersintensiteit of de samenstelling van het verkeer niet aan te merken als reconstructie. 3.4.2 Bepaling toename geluidbelasting Om te bepalen of er sprake is van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder wordt het verschil bepaald tussen de geluidbelasting in de huidige situatie, het jaar voorafgaand aan de wijziging, en de geluidbelasting in de toekomstige situatie, 10 jaar na wijziging van de weg.
Geluidbelasting huidige situatie Het uitgangspunt van geluidsbelasting in de huidige situatie wordt bepaald door de geluidbelasting in de situatie het jaar voorafgaand aan de wijziging en/of een eerder vastgestelde hogere waarde. In tabel 3.4 is het uitgangspunt voor de geluidbelasting in de huidige situatie nader toegelicht. Tabel 3.4: Geluidbelasting huidige situatie t.b.v. reconstructie Wgh Heersende geluidbelasting voorafgaand aan wijziging
Toetswaarde reconstructie huidige situatie
▪
Heersende waarde Lden ≤ 48 dB
▪
Een eerder vastgestelde hogere waarde én heersende waarde > 48 dB
Laagste waarde
▪
Geen eerder vastgestelde hogere waarde én heersende waarde > 48 dB
Heersende waarde
21 mei 2024
48 dB
projectnr. 22.378
pagina 9 van 38
Geluidbelasting toekomstige situatie Voor het bepalen van de geluidbelasting in de toekomstige situatie dient uitgegaan te worden van: ▪ De gewijzigde weg zonder eventuele maatregelen; ▪ Het maatgevende peiljaar na de fysieke wijziging. Veelal is dit de situatie 10 jaar na de fysieke wijziging van de weg. Op basis van autonome groei is de verkeersintensiteit en daarmee de geluidemissie van de weg het hoogst. Significante toename Er is sprake van een significante toename in de geluidbelasting (dus reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder) als het verschil in de geluidbelasting tussen de toekomstige en huidige situatie groter is dan 2 dB (niet afgerond ≥ 1,5 dB). Voor het bepalen van de geluidbelasting en voor het bepalen van het verschil in de geluidbelastingen zijn de afrondingsregels van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 van toepassing, te weten: 1. De door berekening bepaalde waarde van de geluidsbelasting wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het even getal; 2. In afwijking van de eerste regel wordt bij de vaststelling van een verschil tussen twee geluidbelastingen, de afronding slechts toegepast op het resultaat van de berekening van het verschil.
3.4.3 Afbakening onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied voor reconstructie betreft het gebied met een breedte ter grootte van de zone aan weerszijde van de weg. Dit gebied loopt 1/3 van de betreffende zonebreedte door bij de grenzen van de fysieke wijziging van de weg.
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 10 van 38
VERKEERSGEGEVENS De toekomstige woningen ondervinden een geluidbelasting ten gevolge van de gezoneerde wegen Rijksweg-Noord, de 1e Weteringsewal, de Ceintuurbaan en de Rijksweg A325. Daarnaast zijn de 30 km/u-wegen de Regenboog en de weg(en) van het plan Lingezicht in het kader van goede ruimtelijke ordening opgenomen. De wegkenmerken en de verkeersverdelingen van de wegen rond zijn op basis van de aangeleverde gegevens van de Omgevingsdienst Regio Arnhem. De verkeersintensiteiten zijn bepaald op basis van het rapport ‘Lingezicht, verkeer en parkeren’ van Goudappel. In tabel 4.1 zijn de verkeersintensiteiten van 2019 en 2032 uit het rapport ‘Lingezicht, verkeer en parkeren’ van Goudappel opgenomen voor de direct omliggende wegen. Het verschil in de geluidbelasting wordt bepaald op basis van de situatie voor de wijziging van het plan en 10 jaar na realisatie van het plan. Het jaar 2024 betreft het jaar voorafgaand aan de wijziging. Het jaar 2035 betreft 10 jaar na wijziging. In de verkeersgegevens van 2032 (verkeerskundig onderzoek Goudappel) is ervan uit gegaan dat nog niet het hele plan is ontwikkeld. Voor het jaar 2035 wordt er, worst case, vanuit gegaan dat het volledige plan is gerealiseerd. De verkeersaantrekkende werking van het plan is opgenomen in de rapportage van Goudappel.
Ontsluiting
7.983
7.185
2.637
2.367
549
-
Huidige situatie: 2019 + 1%/jaar
8.390
7.551
2.772
2.488
577
-
9.288
8.366
4.032
2.952
621
2.052
10.004
9.011
4.981
3.388
682
3.330
Waarde verkeerskundig onderzoek 2023,
2032
gedeeltelijke ontwikkeling plan Toekomstige situatie: 2032 + 1%/jaar +
2035
volledige ontwikkeling Lingezicht (worst case)
Lingezicht
Regenboog
Waarde verkeerskundig onderzoek 2023
2024
ri. westen
2019
(zuid)
Omschrijving
(noord)
peiljaar
ri oosten
Ceintuurbaan
Ceintuurbaan
Rijksweg-Noord
Tabel 4.1: verkeersintensiteiten uitgangspunten en maatgevende peiljaren
Rijksweg Noord
4
Tabel 4.2: wegkenmerken, maatgevende wegvakken Weg
Wegdektype
Snelheid
Etmaalintensiteit 2024
2035
▪
Rijksweg Noord, ten noorden v/d Ceintuurbaan
DAB1)
50-80 km/u
8.390
10.004
▪
Rijksweg-Noord, ten zuiden v/d Ceintuurbaan
DAB1)
50 km/u
7.551
9.011
▪
Ceintuurbaan, ten westen v/d Regenboog
DAB1)
50 km/u
2.772
4.981
▪
Ceintuurbaan, ten oosten v/d Regenboog
DAB1)
50 km/u
2.488
3.388
▪
Regenboog
klinkers2)
30 km/u
577
682
▪
Ontsluiting Lingezicht
klinkers2)
30 km/u
-
3.330
▪
1e Weteringsewal
DAB1)
60 km/u
(1.349)
1.506
▪
Rijksweg A325
DAB1)
100 km/u
(72.684)
81.132
1)
DAB = dicht asfaltbeton/referentiewegdek
2)
Elementenverharding in keperverband
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 11 van 38
5
WEGVERKEERSLAWAAI LINGEZICHT De berekeningen van de geluidbelastingen zijn uitgevoerd conform de Standaard rekenmethode 2 uit het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012, met behulp van een akoestisch rekenmodel (Geomilieu versie 2023.3). In het overdrachtsmodel wordt, voor zover van toepassing, rekening gehouden met verzwakking door geometrische uitbreiding, luchtabsorptie, afscherming door obstakels, reflectie tegen obstakels, verstrooiing en absorptie door installaties en vegetaties, reflecties tegen, verstrooiing door en absorptie van de bodem. De bodemfactor bedraagt, buiten de ingevoerde bodemgebieden, Bf = 0,5 [-] (50% absorberende bodem). De geluidbelastingen zijn berekend op de gevels van de toekomstige woningen op 1,5, 4,5 en 7,5 meter hoogte (1,5 meter boven de verdiepingsvloer). De invoergegevens van het rekenmodel zijn opgenomen in bijlage 2. De geluidbelasting vanwege de relevante wegen zijn berekend op de gevels van de te realiseren woningen. In tabel 5.1 zijn de meest maatgevende geluidbelastingen opgenomen. De geluidbelasting is gegeven inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh, ook voor 30 km/u wegen. De volledige resultaten zijn opgenomen in bijlage 3. In figuur 5.1 is een overzicht opgenomen van het plangebied en de blokken waarin de geluidbelasting (per woonblok) is beoordeeld. Figuur 5.1: plangebied en bouwblokken
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 12 van 38
Tabel 5.1: Maatgevende geluidbelastingen relevante omliggende wegen Geluidbelasting (Lden) [dB] incl. aftrek artikel 110g Wgh Rijksweg Noord
Beoordelingspunt
Ceintuurbaan
Rijksweg A325
wegen Lingezicht (30 km/u)
▪
Blok 01, appartementen
<10
38
51
41
▪
Blok 02, woningen
23
40
47
41
▪
Blok 03, woningen
28
45
45
47
▪
Blok 04, woningen
29
40
47
43
▪
Blok 05, woningen
31
35
47
27
▪
Blok 06, woningen
31
44
43
49
▪
Blok 07, woningen
32
42
44
47
▪
Blok 08, woningen
31
36
45
33
▪
Blok 09, woningen
32
42
42
50
▪
Blok 10, woningen
34
39
43
48
▪
Blok 11, woningen
35
32
45
32
▪
Blok 12, woningen
34
41
38
51
▪
Blok 13, woningen
35
36
40
46
▪
Blok 14, woningen
37
31
43
33
▪
Blok 15, woningen
35
44
29
52
▪
Blok 16, woningen
36
41
34
50
▪
Blok 17, woningen
37
34
38
39
▪
Blok 18, woningen
38
29
41
32
▪
Blok 19, woningen
37
46
<10
51
▪
Blok 20, woningen
39
36
<10
39
▪
Blok 21, woningen
40
32
31
32
▪
Blok 22, woningen
41
52
<10
52
▪
Blok 23, woningen
40
41
<10
54
▪
Blok 24, woningen
44
35
<10
44
▪
Blok 25, woningen
48
53
<10
35
▪
Blok 26, woningen
47
47
<10
33
▪
Blok 27, woningen
47
38
<10
29
▪
Blok 28, woningen
57
52
<10
26
▪
Blok 29, appartementen
41
40
<10
44
Rijksweg-Noord Uit tabel 5.1 blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Rijksweg-Noord ten hoogste 57 dB (inclusief aftrek 5 dB ex artikel 110g Wgh) bedraagt ter plaatse van de vrijstaande woningen van blok 28. De voorkeursgrenswaarde conform de Wet geluidhinder wordt overschreden. Er wordt voldaan aan de maximaal toelaatbare geluidbelasting van 63 dB. De ambitiewaarde conform het beleid wordt overschreden, maar er wordt voldaan aan de bovengrens.
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 13 van 38
Ceintuurbaan Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Ceintuurbaan ten hoogste 53 dB (inclusief aftrek 5 dB ex artikel 110g Wgh) bedraagt ter plaatse van de vrijstaande woningen in blok 25. De voorkeursgrenswaarde conform de Wet geluidhinder wordt ter plaaste van woningen in blok 22, 25 en 28 overschreden. Er wordt voldaan aan de maximaal toelaatbare geluidbelasting van 63 dB. De ambitiewaarde (43 dB) conform het beleid wordt overschreden. Er wordt voldaan aan de bovengrens van 58 dB, de Ceintuurbaan betreft bovenwijkse infrastructuur. Rijksweg A325 Uit tabel 5.1 blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Rijksweg A325 ten hoogste 51 dB (incl. aftrek 2 dB ex artikel 110g Wgh) bedraagt ter plaatse van de appartementen in blok 01. De voorkeursgrenswaarde conform de Wet geluidhinder wordt overschreden. Er wordt voldaan aan de maximaal toelaatbare geluidbelasting van 53 dB. De ambitiewaarde (43 dB) conform het beleid wordt overschreden. Er wordt voldaan aan de bovengrens (58 dB, hoofdinfrastructuur). Regenboog De resultaten vanwege de Regenboog zijn in bijlage 3 opgenomen. Hieruit blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Regenboog ten hoogste 38 dB (inclusief aftrek 5 dB ex artikel 110g Wgh) bedraagt ter plaatse van de woningen van blok 22.
Omdat deze weg een toegestane snelheid heeft van 30 km/uur, en daarmee geen wettelijke geluidzone heeft, is toetsing aan de Wet geluidhinder en het beleid niet noodzakelijk. De geluidbelasting is beoordeeld in het kader van een goed woon- en leefklimaat. De voorkeursgrenswaarde conform de Wet geluidhinder wordt als richtwaarde gehanteerd en aan deze waarde wordt voldaan. 1e Weteringsewal De resultaten vanwege de 1e Weteringsewal zijn in bijlage 3 opgenomen. Hieruit blijkt dat de geluidbelasting vanwege de 1e Weteringsewal ten hoogste 44 dB (inclusief aftrek 5 dB ex artikel 110g Wgh) bedraagt ter plaatse van de woningen van blok 11. De voorkeursgrenswaarde conform de Wet geluidhinder wordt als richtwaarde gehanteerd en aan deze waarde wordt voldaan. De ambitiewaarde (43 dB) conform het beleid wordt overschreden, er wordt voldaan aan de bovengrens van 48 dB. Wegen binnen plan De geluidbelasting vanwege de wegen in het plan ten hoogste 54 dB (inclusief aftrek 5 dB ex artikel 110g Wgh) bedraagt ter plaatse de woningen langs de hoofdontsluiting in het plan. Omdat de weg een toegestane snelheid heeft van 30 km/uur, en daarmee geen wettelijke geluidzone heeft, is toetsing aan de Wet geluidhinder en het beleid niet noodzakelijk. De geluidbelasting is beoordeeld in het kader van een goed woon- en leefklimaat.
De voorkeursgrenswaarde conform de Wet geluidhinder wordt als richtwaarde gehanteerd en deze waarde wordt overschreden. Er wordt echter wel aan een acceptabele bovengrens van 58 dB conform het gemeentelijk geluidbeleid voldaan.
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 14 van 38
5.1
BRON- EN OVERDRACHTSMAATREGELEN In situaties waar nieuw te realiseren woningen een geluidbelasting ondervinden boven de voorkeursgrenswaarde, dient allereerst onderzocht te worden of deze geluidbelasting gereduceerd kan worden door het treffen van maatregelen aan de bron of in het overdrachtsgebied. Indien dit niet mogelijk is kunnen Burgemeester en wethouders van gemeente Overbetuwe een hogere grenswaarde vaststellen. Conform de geluidnota is de gemeente verantwoordelijk om verschillende alternatieven te onderzoeken om aan de voorkeursgrenswaarde te kunnen voldoen (onderzoeksplichtig). De te onderzoeken maatregelen bestaan uit: ▪ bronmaatregelen; ▪ maatregelen die de overdracht van geluid beperken; ▪ maatregelen bij de ontvanger. De Wet geluidhinder legt prioriteiten bij maatregelen aan de bron zoals het toepassen van stillere wegdekken. Als daarmee onvoldoende effect wordt bereikt, dan komen maatregelen in de overdrachtssfeer (wallen of schermen) in aanmerking. Als laatste worden maatregelen bij de ontvanger overwogen. De gemeente kan, bij het vaststellen van hogere waarden enkele voorwaarden verbinden zoals bijv. het creëren van de aanwezigheid van een geluidluwe gevel.
Voor de onderhavige situatie wordt ten gevolge van de Rijksweg A325, de Rijksweg-Noord en de Ceintuurbaan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden, waardoor gekeken dient te worden naar mogelijkheden met betrekking tot bron- en overdrachtsmaatregelen.
5.1.1 Bronmaatregelen Geluidreducerend wegdek Door het toepassen van geluidreducerend wegdek kan een lagere geluidbelasting op de gevels van de toekomstige woningen bereikt worden. De Rijksweg A325 is reeds voorzien van een geluidreducerend wegdektype, waardoor de maatregel hier niet aan de orde is. Ter plaatse van de Rijksweg-Noord en de Ceintuurbaan is het, gezien de bepaalde geluidbelasting, niet mogelijk om door middel van een geluidreducerend wegdektype de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Daarnaast is een geluidreducerend wegdektype op deze wegen vanuit het oogpunt van onderhoud niet wenselijk vanwege de aanwezigheid van twee kruisingen. Dit type wegdek is slecht bestand tegen optrekkend, remmend en wringend verkeer. Verlagen van de snelheid Het verlagen van de maximum toegestane snelheid is een bronmaatregel om de geluidbelasting te reduceren. Vanwege het doorgaande karakter van de Rijksweg A325 en de Rijksweg-Noord is het vanuit verkeerskundig oogpunt niet wenselijk om de toegestane snelheid op deze wegen te verlagen. Ter plaatse van de Ceintuurbaan heerst een toegestane snelheid van 50 km/uur. Ook door de toegestane snelheid te verlagen naar 30 km/uur is het niet mogelijk om de geluidbelasting te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde.
Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het treffen van bronmaatregelen niet mogelijk of doelmatig is en stuit op bezwaren van verkeerskundige aard. 21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 15 van 38
5.1.2 Overdrachtsmaatregelen Geluidscherm of geluidwal De geluidreductie ten gevolge van een geluidscherm of -wal is het meest effectief wanneer deze dicht bij de bron of de ontvanger geplaatst wordt. De ruimtelijke inpasbaarheid kan hierbij een probleem zijn en de ruimtelijke kwaliteit kan hierdoor worden aangetast. In verband met de afstand tussen de Rijksweg A325 en het plan dient een eventueel geluidscherm een dermate lang en hoog te zijn dat dit zal stuiten op financiële en stedenbouwkundige bezwaren. De kosten voor een dergelijk geluidscherm wegen niet op tegen het resultaat bij slechts enkele woningen. Vanuit stedenbouwkundig en verkeerskundig oogpunt kan gesteld worden dat het realiseren van een geluidscherm langs de Rijksweg-Noord niet realiseerbaar is, aangezien er meerdere woningen worden ontsloten op de Rijksweg Noord. Een scherm langs de Ceintuurbaan (van de Rijksweg-Noord tot de toegangsweg naar het plangebied) dient minimaal 3,0 meter hoog te zijn om bij de achterliggende woningen overal te kunnen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Een dergelijk scherm zal stuiten op landschappelijke en stedenbouwkundige bezwaren, mede omdat dit het zicht ontneemt van de woningen aan de Stapelwolk. Afstand vergroten tussen bron en ontvanger Het vergroten van de afstand tussen de bron en de ontvanger is een mogelijkheid om de geluidbelasting te reduceren.
Vanwege de omliggende bebouwing is het niet mogelijk om de afstand tussen de weg en de woningen dermate te vergroten dat zal worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Het vergroten van de afstand gaat tevens ten koste van de hoeveelheid woningen die gerealiseerd kunnen worden en/of de ruimtelijke opzet van het plan. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het nemen van maatregelen in de overdracht stuiten op financiële, stedenbouwkundige, landschappelijke en verkeerskundige bezwaren. 5.1.3 Maatregelen bij de ontvanger Omdat het treffen van maatregelen aan de bron en in de overdracht niet mogelijk is, dienen maatregelen getroffen te worden bij de ontvanger. Bij de uitwerking van het plan is derhalve nader onderzoek nodig naar te treffen van maatregelen bij de ontvanger. Dit betreffen bijvoorbeeld geluidreducerende ventilatieroosters of beter geluidwerende beglazing.
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 16 van 38
6
SPOORWEGLAWAAI De geluidbelastingen ten gevolge van het spoorweglawaai zijn berekend volgens Standaard Rekenmethode 2 van het Reken- en Meetvoorschrift geluidhinder 2012 en berekend met het softwareprogramma Geomilieu versie 2023.3. De berekeningen zijn verricht op basis van de invoergegevens die afkomstig zijn uit het landelijk geluidregister voor spoorwegen van ProRail. De bodemfactor bedraagt, buiten de ingevoerde bodemgebieden, Bf = 0,5 [-] (50% absorberende bodem). De geluidbelastingen zijn berekend op de gevels van de toekomstige woningen op 1,5, 4,5 en 7,5 meter hoogte (1,5 meter boven de verdiepingsvloer). De invoergegevens van het rekenmodel zijn opgenomen in bijlage 2.
6.1
REKENRESULTATEN SPOORWEGLAWAAI In tabel 6.1 zijn de maatgevende geluidbelastingen gegeven ten gevolge van het spoorweglawaai. In bijlage 4 zijn de uitgebreide geluidbelastingen weergeven. Tabel 6.1: Maatgevende geluidbelastingen vanwege het spoor Beoordelingspunt
Geluidbelasting (Lden) [dB]
▪
Blok 19, woningen
49
▪
Blok 20, woningen
47
▪
Blok 21, woningen
48
▪
Blok 22, woningen
53
▪
Blok 23, woningen
49
▪
Blok 24, woningen
51
▪
Blok 25, woningen
57
▪
Blok 26, woningen
55
▪
Blok 27, woningen
54
▪
Blok 28, woningen
63
▪
Blok 29, appartementen
51
▪
Overige woningen/appartementen
≤ 47
Uit tabel 6.1 blijkt dat de hoogste geluidbelasting ten gevolge van de spoorweg 63 dB bedraagt ter plaatse woningen in blok 28. Ter plaatse van woningen in blok 25 en 28 wordt de voorkeursgrenswaarde van 55 dB overschreden. Er wordt voldaan aan de maximale grenswaarde van 68 dB. De ambitiewaarde (50 dB) conform het gemeentelijk beleid wordt overschreden, er wordt voldaan aan de bovengrens (63 dB, ligging nabij hoofdinfrastructuur).
6.2
BRON- EN OVERDRACHTSMAATREGELEN Voor de onderhavige situatie wordt ten gevolge van spoorweglawaai de voorkeursgrenswaarde van 55 dB overschreden, waardoor bron- en overdrachtsmaatregelen beoordeeld dienen te worden.
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 17 van 38
Raildempers Het toepassen van raildempers geeft een reductie van maximaal 3 dB. Hiermee is het niet mogelijk om de geluidbelasting te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde. Deze maatregel heeft derhalve niet het gewenste doel. Daarnaast heeft ProRail (de eigenaar van het spoor) inspraak op een dergelijke geluidbeperkende maatregel en de betreffende geluidproductieplafonds moeten op de maatregel aangepast worden, hetgeen een belemmering kan zijn in tijd. Geluidscherm Door het plaatsen van een geluidscherm langs het spoor of langs het plangebied kan de geluidbelasting op de toekomstige woningen worden gereduceerd. De grond langs het spoor is niet in eigendom van de initiatiefnemer. In overleg met ProRail dient een dergelijke geluidbeperkende maatregel afgestemd worden. Het realiseren van een geluidscherm kan belemmerend zijn in tijd vanwege procedures. Een geluidscherm ter plaatse van het plangebied kan overwogen worden. De voorkeursgrenswaarde wordt overschreden ter plaatse van woningen van blok 25 en 28. Om het geluid te reduceren zal er een geluidscherm aan de westzijde van het plan gerealiseerd moeten worden. De woningen van blok 28 worden aan de westzijde op de Rijksweg-Noord ontsloten, waardoor het niet mogelijk is om langs deze weg een scherm te realiseren. Deze maatregel stuit daarom op verkeerskundige en landschappelijke/stedenbouwkundige bezwaren.
Op basis van voorgaande kan worden geconcludeerd dat het nemen van maatregelen aan de bron of in de overdracht niet het gewenste doel hebben of stuiten op procedurele, financiële, verkeerskundige en landschappelijke/stedenbouwkundige bezwaren. Voor de ontwikkeling dienen hogere waarden vastgesteld te worden.
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 18 van 38
7
BEOORDELING GEMEENTELIJK BELEID Voor het verlenen van een hogere waarde dient aan een aantal voorwaarden voldaan te worden conform de geluidnota. Met een geluidbelasting van 57 dB kan het wegverkeerslawaai als “zeer onrustig” aangemerkt worden. Hiermee wordt aan de bovengrens conform het geluidbeleid voldaan. Voor spoorweglawaai voldoet de geluidbelasting, Lden = 63 dB, tevens aan de bovengrens “zeer onrustig”.
7.1
LOCATIE SPECIFIEKE CRITERIA Bij de afweging voor het verlenen van een hogere grenswaarde worden de locatie specifieke kenmerken betrokken. De nieuwbouw vult gedeeltelijk een open plaats op tussen aanwezige bebouwing. Dit wordt in het beleid als positief aspect gezien.
7.2
CRITERIA VOOR HOGERE WAARDE IN GELUIDSKLASSE “ZEER ONRUSTIG” Bij nieuwe geluidgevoelige situaties dienen, indien de geluidklasse “onrustig” tot “zeer onrustig” van toepassing is, aanvullende onderzoeken/motiveringen c.q. maatregelen getroffen te worden zodat de gemeente gemotiveerd hogere waarden kan verlenen. Voor het onderhavige plan zijn de volgende criteria van toepassing voor het mogelijk maken van een hogere waarde: ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪
▪
het geluidsaspect dient vanaf het eerste ontwerp-stadium te worden betrokken; indien mogelijk moeten bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere asfalttypen) getroffen worden; indien mogelijk dient de afstand tussen de geluidsbron en de nieuwe woning(en) te worden vergroot; bij woningen/appartementen dient in ieder geval de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied. Dit kan door de buitenruimte te projecteren aan de geluidsluwe zijde van de betreffende woning; het stedenbouwkundig ontwerp wordt, indien mogelijk, zo vormgegeven dat afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat; bij appartementen en seniorenwoningen dient minimaal 1 verblijfsruimte2 aan de geluidsluwe zijde te worden gesitueerd; bij eengezinswoningen minimaal 3 verblijfsruimten aan de geluidsluwe zijde; vanaf de geluidklasse “zeer onrustig” dient bij een aanvraag om bouwvergunning voor geluidsgevoelige bestemmingen een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit.
Het geluidsaspect dient vanaf het eerste ontwerp-stadium te worden betrokken ▪ In onderhavig project wordt hieraan voldaan. Geluidaspect is in een vroeg stadium betrokken. Indien mogelijk moeten bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere asfalttypen) getroffen worden ▪ Bronmaatregelen zijn in paragraaf 4.3.1. besproken en zijn niet doelmatig of stuiten op bezwaren van verkeerskundige aard.
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 19 van 38
Indien mogelijk dient de afstand tussen de geluidsbron en de nieuwe woning(en) te worden vergroot ▪ Overdrachtsmaatregelen zijn in paragraaf 4.3.2. besproken. Hieruit blijkt dat het vergroten van de afstand niet mogelijk is of niet het gewenste resultaat heeft. Bij woningen/appartementen dient in ieder geval de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied. Dit kan door de buitenruimte te projecteren aan de geluidsluwe zijde van de betreffende woning ▪ Alle grondgebonden woningen beschikken over een geluidluwe gevel. De woningen zijn dusdanig gepositioneerd dat aan de geluidluwe zijde de buitenruimte kan worden gerealiseerd. Bij de appartementengebouwen van blok 01 is de indeling nog niet bekend. Bij het verder uitwerken van de plattegronden dient dit criterium te worden meegenomen. Indien een natuurlijk geluidluwe buitenruimte niet aanwezig is, kunnen bouwkundige maatregelen getroffen worden zoals afsluitbare balkons/loggia’s. of gebouwgebonden geluidschermen Het stedenbouwkundig ontwerp wordt, indien mogelijk, zo vormgegeven dat afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat ▪ Aan deze voorwaarde is voldaan.
Bij appartementen en seniorenwoningen dient minimaal 1 verblijfsruimte aan de geluidsluwe zijde te worden gesitueerd; bij eengezinswoningen minimaal 3 verblijfsruimten aan de geluidsluwe zijde ▪ De indeling van de woningen en appartementen is in dit stadium nog niet bekend. Dit criterium dient te worden meegenomen bij het verder uitwerken van de plattegronden en indelingen. Indien een natuurlijk geluidluwe gevel niet aanwezig is, kunnen bouwkundige maatregelen getroffen worden zoals afsluitbare balkons/loggia’s of gebouwgebonden geluidschermen.
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 20 van 38
8
HOGERE WAARDEN De geluidbelasting vanwege spoorweg- en wegverkeerslawaai is, ter plaatse van de woningen van het plan, hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Het treffen van maatregelen aan de bron of in de overdracht zijn niet doelmatige of stuiten op financiële, verkeerskundige, landschappelijke of stedenbouwkundige bezwaren. Om het plan mogelijk te maken worden de Burgemeester en wethouders van gemeente Overbetuwe verzocht om hogere grenswaarden vast te stellen ten gevolge van het wegverkeers- en spoorweglawaai. In bijlage 6 is een overzicht gegeven van de te verlenen hogere waarden per woonblok. Na vaststelling van deze hogere waarden, dient bepaald te worden of maatregelen noodzakelijk zijn om het binnenniveau van 33 dB in de woningen te borgen. Voor het bepalen van de geluidwerende voorzieningen wordt aanbevolen uit te gaan van de cumulatieve geluidbelasting vanwege wegverkeers- en spoorweglawaai. In bijlage 5 zijn de gecumuleerde geluidbelastingen weergegeven. Conform het Bouwbesluit mag ervan uitgegaan worden dat een gevel een geluidwering heeft van tenminste 20 dB(A). Daar waar de geluidbelasting hoger is dan 53 dB is nader onderzoek naar de geluidwering van de gevel nodig.
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 21 van 38
9
GELUID BUITEN HET PLAN De realisatie van het plan heeft invloed op de bestaande woonomgeving. Dit is in twee deeloorzaken te verdelen: ten eerste wordt een nieuwe weg gerealiseerd en ten tweede wordt deze weg aangesloten op de kruising met de Ceintuurbaan en Regenboog waarbij het verkeer van het plan op het onderliggende wegennet wordt ontsloten. Voor de woningen in de directe nabijheid van het plan is de geluidbelasting van de wegen in het plan en vanwege de toename in verkeersintensiteit op het bestaande wegennet beoordeeld.
9.1
AANLEG NIEUWE WEG Binnen het plan worden diverse wegen gerealiseerd voor het ontsluiten van de nieuwe woningen. De wegvakken met een verzamelintensiteit van 200 mvt/etmaal of meer zijn opgenomen in het onderzoek. Omdat de te realiseren wegen in het plangebied een rijsnelheid hebben van ten hoogste 30 km/u is de Wet geluidhinder niet van toepassing. De geluidbelasting is in het kader van goede ruimtelijke ordening inzichtelijk gemaakt. In tabel 9.1 zijn voor maatgevende en representatieve omliggende woningen de geluidbelasting vanwege het verkeer binnen het plan inzichtelijk gemaakt. Tabel 9.1: geluidbelasting vanwege wegen in plan Lingezicht, 2035 Beoordelingspunt
Geluidbelasting (Lden) [dB] Incl. aftrek ex art. 110g Wgh
▪
Rijksweg-Noord 101
28
▪
Stapelwolk 26
46
▪
Regenboog 257
42
▪
Juno 141-179
41
▪
Limes 6
37
▪
Germaan 1
39
Uit tabel 9.1 blijkt dat de geluidbelasting vanwege de wegen in het plan ten hoogste 46 dB (inclusief aftrek 5 dB ex artikel 110g Wgh) bedraagt ter plaatse van bestaande omliggende woningen. Omdat de weg een toegestane snelheid heeft van 30 km/uur, en daarmee geen wettelijke zone heeft, is toetsing aan de Wet geluidhinder en het beleid niet noodzakelijk. De geluidbelasting is beoordeeld in het kader van een goed woon- en leefklimaat. De voorkeursgrenswaarde conform de Wet geluidhinder wordt als richtwaarde gehanteerd en aan deze waarde wordt bij omliggende woningen voldaan. Het verkeer in het plan leidt niet tot onacceptabele geluidbelastingen bij omwonenden.
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 22 van 38
9.2
RECONSTRUCTIE WET GELUIDHINDER Bij een wijziging op of aan een weg dient conform de Wet geluidhinder (Wgh) onderzoek gedaan te worden naar het effect van de geluidbelasting ter plaatse van omliggende woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen. Wanneer de geluidbelasting significant toeneemt is er sprake van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Er is sprake van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: ▪ Het gaat om een fysieke wijziging op of aan een aanwezige weg; ▪ Ten gevolge van de wijziging bedraagt de toename van de geluidsbelasting 2 dB of meer.
9.2.1 Beoordeling reconstructie In figuur 9.1 zijn de huidige situatie (luchtfoto 2023) en de toekomstige situatie opgenomen van de kruising van de Ceintuurbaan met de Regenboog en in de toekomstige situatie met de ontsluitingsweg van het plan Lingezicht. Figuur 9.1: kruising Ceintuurbaan – Regenboog
huidige situatie
toekomstige situatie
De toekomstige ontsluiting van Lingezicht sluit op de huidige kruising aan, zonder de kruising of bestaande wegen fysiek te wijzigen. Ook wordt het kruispunt, na het realiseren van de kruising, niet geregeld met verkeerslichten. In de bestaande situatie zijn er reeds verkeersdrempels aanwezig. Verkeerskundig ontstaat er zonder fysieke wijziging een veilige kruising voor zowel auto’s als fietsers. Het is in de Wet geluidhinder en jurisprudentie niet uitputtend geformuleerd wat wel en niet onder een fysieke wijziging van een aanwezige weg valt. Zo vallen het wijzigen van de wegbreedte of het wegdek onder een fysieke wijziging, alsmede de wijziging van het aantal rijstroken en verandering van het snelheidsregime. Een snelheidsverlaging of vervanging van wegdek met geluidreducerende werking valt niet onder een fysieke wijziging. In dit geval is er sprake van het toevoegen van een afslag op een bestaande weg. Na jurisprudentie onderzoek kunnen wij concluderen dat er geen voorbeelden zijn over deze specifieke situatie. Omdat er sprake is van een toename van de verkeersintensiteit is er, in het kader van goede ruimtelijke ordening, besloten om het toevoegen van de ontsluiting te behandelen als een reconstructie
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 23 van 38
9.2.2 Afbakening onderzoeksgebied Voor het onderzoeksgebied is een ruimere omgeving aangehouden dan de strikte afbakening dan op basis van de fysieke wijziging. Voor de beoordeling van reconstructie en tevens het planeffect is h et onderzoeksgebied afgebakend op basis van de verwachte toename van de geluidbelasting op basis van de verschillen in verkeersintensiteit en op basis van de 48 dB geluidcontouren van de Ceintuurbaan, Regenboog en de Rijksweg Noord voor het peiljaar 2035. In tabel 9.2 is op basis van het verschil in verkeersintensiteit aangegeven welke ordegrootte van toename de geluidbelasting in het jaar 2035 toeneemt ten opzichte van de huidige situatie (2024). Het daadwerkelijke effect wordt berekend en is naast de toename in verkeersintensiteit afhankelijk van omgevingsfactoren. Daarbij wordt de toename pas beoordeeld wanneer de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB, incl. aftrek ex art. 110g Wgh). Tabel 9.2: inschatting effect reconstructie Etmaalintensiteit
Verschil in
2024
2035
geluidbelasting [dB]
▪
Rijksweg Noord, ten noorden v/d Ceintuurbaan
8.390
10.004
0,76
▪
Rijksweg-Noord, ten zuiden v/d Ceintuurbaan
7.551
9.011
0,77
▪
Ceintuurbaan, Regenboog – Rijksweg Noord
2.772
4.981
2,55
▪
Ceintuurbaan, Regenboog - Juno
2.488
3.388
1,34
▪
Ceintuurbaan, ten oosten van Juno
2.168
2.997
1,41
▪
Regenboog
577
682
0,73
Weg
Op basis van de 48 dB geluidcontouren, opgenomen in bijlage 7, en de waarden in tabel 9.2 zijn de woningen aan de Stapelwolk, de woningen aan de Regenboog ten noorden van de Sneeuwjacht en enkele woningen aan de Rijksweg Noord, Juno, Limes en Germaan vanwege de toename in de verkeersintensiteit op de Ceintuurbaan tussen Regenboog en Rijksweg Noord. Op basis van tabel 9.2 blijkt dat er geen significante toename is in de geluidbelasting voor de woningen langs de Rijksweg Noord, op de Ceintuurbaan ten oosten van de Juno en ook voor de woningen langs de Regenboog. 9.2.3 Verschil geluidbelasting In tabellen 9.3 tot en met 9.5 is de toename van de geluidbelasting als gevolg van de extra verkeersaantrekkende werking opgenomen. In de keuze van het maatgevende beoordelingspunt is het verschil in de geluidbelasting leidend, dit zijn niet altijd de rekenpunten met de hoogste geluidbelasting. In bijlage 8 zijn de volledige resultaten opgenomen.
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 24 van 38
Tabel 9.3: resultaten Rijksweg Noord (50 en 80 km/u, incl. aftrek ex art. 110g Wgh) Geluidbelasting Lden [dB] Maatgevend beoordelingspunt1)
Reconstructie
Waarde 2024
Hogere waarde
Waarde 2035
Verschil2)
▪
Rijksweg-Noord 103
49,76
-
50,71
0,95
Wgh? Nee
▪
Stapelwolk 2
52,69
54
53,46
0,77
Nee
▪
Regenboog 257
34,88
-
35,53
0,00
Nee
▪
Juno 141-179
38,95
-
39,30
0,00
Nee
▪
Limes 6
35,92
-
34,21
0,00
Nee
▪
Germaan 1
36,24
-
33,76
0,00
Nee
1)
Maatgevend op basis van grootste verschil, vervolgens hoogste geluidbelasting in 2035.
2)
De ondergrens voor het bepalen van het verschil betreft een geluidbelasting van 48 dB, de voorkeursgrenswaarde.
Vanwege de extra verkeersbewegingen door de planontwikkeling op de Rijksweg Noord is er geen significante toename in de geluidbelasting ter plaatse van omliggende woningen. Tabel 9.4: resultaten Ceintuurbaan (50 km/u, incl. aftrek ex art. 110g Wgh) Geluidbelasting Lden [dB] Maatgevend beoordelingspunt1)
Waarde 2024
Reconstructie
Hogere waarde
Waarde 2035
Verschil2)
Wgh?
▪
Rijksweg-Noord 101
45,43
-
48,10
0,00
Nee
▪
Stapelwolk 6
53,18
58
55,83
2,65
Ja
▪
Regenboog 257
46,91
-
48,82
0,32
Nee
▪
Juno 141-179
49,31
-
50,76
1,45
Nee
▪
Limes 6
48,56
-
50,04
1,48
Nee
49,53
-
50,99
1,46
Nee
▪
Germaan 1
1)
Maatgevend op basis van grootste verschil, vervolgens hoogste geluidbelasting in 2035.
2)
De ondergrens voor het bepalen van het verschil betreft een geluidbelasting van 48 dB, de voorkeursgrenswaarde.
Voor de woningen aan de Stapelwolk 2-16 (even), 24 en 26 is er sprake van een significante verhoging van de geluidbelasting als gevolg van de extra verkeersbewegingen vanwege het plan op de Ceintuurbaan. Voor overige woningen is er een lichte toename maar er is geen significante toename van de geluidbelasting. Tabel 9.5: resultaten Regenboog (30 km/u, incl. aftrek ex art. 110g Wgh) Geluidbelasting Lden [dB] Maatgevend beoordelingspunt1)
Reconstructie
Waarde 2024
Hogere waarde
Waarde 2035
Verschil2)
Wgh?
▪
Rijksweg-Noord 95
20,97
-
22,33
0,00
Nee
▪
Stapelwolk 26
46,56
-
47,28
0,00
Nee
▪
Regenboog 255
48,94
-
49,68
0,74
Nee
▪
Juno 107-139
47,88
-
48,62
0,12
Nee
▪
Limes 6
35,93
-
36,86
0,00
Nee
▪
Germaan 1
36,57
-
37,47
0,00
Nee
1)
Maatgevend op basis van grootste verschil, vervolgens hoogste geluidbelasting in 2035.
2)
De ondergrens voor het bepalen van het verschil betreft een geluidbelasting van 48 dB, de voorkeursgrenswaarde.
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 25 van 38
Vanwege de extra verkeersbewegingen door het plan op de Regenboog is er geen significante toename in de geluidbelasting ter plaatse van omliggende woningen. 9.2.4 Maatregelen reconstructie Ceintuurbaan Vanwege de toename in de verkeersintensiteit op de Ceintuurbaan tussen de Regenboog en Rijksweg Noord zijn maatregelen bij de bron en in de overdracht onderzocht. Bronmaatregelen Het verlagen van de maximum toegestane snelheid is een bronmaatregel om de geluidbelasting te reduceren. Het verlagen van de toegestane rijsnelheid op de Ceintuurbaan (Regenboog – Rijksweg Noord) van 50 naar 30 km/uur levert een reductie op van maximaal 3,5 dB en is voldoende om de toename in de geluidbelasting op te heffen. Vanwege het doorgaande karakter van de Ceintuurbaan (rondweg) is het vanuit verkeerskundig oogpunt echter niet wenselijk om de toegestane snelheid op deze wegen te verlagen. Met het vervangen van het type wegdek kan de toename in de geluidbelasting gereduceerd worden. Significant stiller wegdek is echter niet toe te passen op een binnenstedelijk wegvak, tussen twee kuispunten, omdat dit type wegdek onvoldoende bestand is tegen remmend, optrekkend en wringend verkeer. De deklaag van de Ceintuurbaan kan vervangen worden door het asfalttype SMA NL8 G+. Het effect van dit wegdektype bedraagt maximaal een afname van 2,3 dB.
Deze deklaag betreft een redelijk duurzame (12-15 jaar) en relatief stille wegdekverharding. De kosten en baten van deze maatregel zullen afgewogen moeten worden. In tabel 9.6 en in bijlage 9 is het effect van SMA NL8 G+ opgenomen. Tabel 9.6: resultaten Ceintuurbaan (50 km/u, incl. aftrek ex art. 110g Wgh), maatregel SMA NL8 G+ in 2035 Geluidbelasting Lden [dB] Maatgevend beoordelingspunt1)
Reconstructie
Waarde 2024
Hogere waarde
Waarde 2035
Verschil2)
Wgh?
▪
Rijksweg-Noord 101
45,4
-
45,7
0,00
Nee
▪
Stapelwolk 26
48,9
-
49,6
0,71
Nee
▪
Regenboog 257
46,9
-
47,9
0,00
Nee
▪
Juno 141-179
49,4
-
50,6
1,14
Nee
▪
Limes 6
48,6
-
49,7
1,10
Nee
49,5
-
50,8
1,29
Nee
▪
Germaan 1
1)
Maatgevend op basis van grootste verschil, vervolgens hoogste geluidbelasting in 2035.
2)
De ondergrens voor het bepalen van het verschil betreft een geluidbelasting van 48 dB, de voorkeursgrenswaarde.
Uit tabel 9.6 blijkt dat de toename in de geluidbelasting met het wegdektype SMA NL8 G+ gereduceerd kan worden tot een toename van 0,71 dB ter plaatse van de woningen aan de Stapelwolk. Met deze maatregel is er geen significante toename van de geluidbelasting als gevolg van de toename in verkeersintensiteit. Afgewogen dient te worden of de kosten voor deze maatregel financieel haalbaar zijn. In deze afweging moeten ook de reeds vastgestelde hogere waarden voor de woningen aan de Stapelwolk betrokken worden, zie ook ‘maatregelen bij de ontvanger’. Maatregelen in de overdracht Maatregelen in de overdracht betreffen, voor deze situatie, het realiseren van een geluidscherm of geluidwal. Om bij de woningen aan de Stapelwolk op de eerste en tweede verdieping het geluid 21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 26 van 38
voldoende te reduceren is een hoog en lang scherm nodig. Dit scherm dient ten zuiden van de Ceintuurbaan (op de locatie van de bomenrij) gerealiseerd worden. Als alternatief kan een geluidscherm in de middenberm tussen de noordelijke en zuidelijke rijstrook gerealiseerd worden. Uit rekenresultaten van een geluidscherm van 3 meter ten zuiden van de Ceintuurbaan blijkt dat een dergelijke voorziening voor de meeste woningen effectief is. Een middenbermscherm van 1 meter tussen de rijstroken blijkt voor een relatief groot deel van de woningen effectief te zijn om de toename van de geluidbelasting te beperken tot ten hoogste 1,5 dB. Het realiseren stuit echter op bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard en het gaat ten koste van het uitzicht van de woningen aan de Stapelwolk. In bijlage 9 zijn de resultaten van deze schermvarianten opgenomen. Maatregelen bij de ontvanger Bij het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Elst, Groenoordstrip’, vastgesteld in 2016, zijn voor de 16 woningen aan de Stapelwolk een hogere waarde van 58 dB vanwege de Ceintuurbaan vastgesteld, op basis van een prognose voor 2024 (door Rho Adviseurs in rapport met kenmerk 070501.16469.00, d.d. 25-11-2014). In de huidige situatie bedraagt de geluidbelasting 54 dB en na planvorming ins 2035 bedraagt de geprognosticeerde geluidbelasting ten hoogste 56 dB.
Ten tijde van de planvorming van Groenoordstrip was het uitgangspunt van het akoestisch onderzoek dat de Ceintuurbaan een rondwegfunctie zou krijgen. De rondweg zou ten westen van de Rijksweg Noord doorgetrokken worden. De prognose voor 2024 was een verkeersintensiteit van 9.515 mvt/etmaal in plaats van de huidige 2.772 mvt/etmaal. Ook na planvorming is de verkeersintensiteit met 5.023 mvt/etmaal in 2035 lager dan de verwachting in 2014. De geprognosticeerde geluidbelasting in het akoestisch onderzoek Groenoordstrip is derhalve hoger dan de verwachte geluidbelasting in 2035 met realisatie van het plan Lingezicht. Bij de realisatie van de woningen aan de Stapelwolk is rekening gehouden met een geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai van 58 dB. De in 2018 en 2019 gerealiseerde woningen zijn gebouwd conform de eisen van het Bouwbesluit. Op basis hiervan hebben deze woningen voldoende geluidwering om met een geluidbelasting van 58 dB (incl. aftrek ex art. 110g Wgh) een binnenniveau van 33 dB te kunnen borgen. Conform het overgangsrecht is de Wet geluidhinder en het Bouwbesluit voor het onderhavig plan van toepassing. Op basis van een geluidbelasting in 2035 van ten hoogste 56 dB kan derhalve gesteld worden dat de huidige woningen reeds voldoende geluidwering hebben om het maximale binnenniveau van 33 dB te kunnen borgen.
Nader onderzoek naar maatregelen bij de ontvanger is derhalve niet nodig. Afweging maatregelen De realisatie van Lingezicht leidt tot een significante toename in de geluidbelasting ter plaatse van de woningen aan de Stapelwolk. Er zijn maatregelen mogelijk aan de bron en in de overdracht die overwogen kunnen worden. Het treffen van maatregelen stuit op bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke aard en financiële aard. Op basis van de gerealiseerde geluidwering van de woningen aan de Stapelwolk zijn maatregelen niet nodig om het binnenniveau te kunnen borgen.
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 27 van 38
10 SAMENVATTING In opdracht van Jansen Bouwontwikkeling is, door Geluid Plus Adviseurs, een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de realisatie van een woonwijk ten noorden van Elst, genaamd “Lingezicht”. Het plan maakt de ontwikkeling van maximaal 395 woningen mogelijk. In het kader van het wijzigen van het bestemminsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek maakt de geluidbelasting op de te realiseren woningen vanwege wegverkeer- en spoorweglawaai inzichtelijk en geeft inzicht in het effect op de nabije woonomgeving. Op basis van onderhavig onderzoek kan geconcludeerd worden dat: Plan Lingezicht ▪ De geluidbelasting vanwege de Rijksweg Noord bedraagt ten hoogste 57 dB. Ter plaatse van enkele woningen is de geluidbelasting is hoger dan de voorkeursgrenswaarde maar voldoet aan de bovengrens van het gemeentelijk geluidbeleid en de maximale grenswaarde van de Wet geluidhinder. ▪ De geluidbelasting vanwege de Ceintuurbaan bedraagt ten hoogste 53 dB. Voor een deel van de woningen in het zuidelijk deel van het plan is de geluidbelasting is hoger dan de voorkeursgrenswaarde en de gemeentelijk ambitiewaarde. Er wordt voldaan aan de bovengrens van het gemeentelijk geluidbeleid en de maximale grenswaarde van de Wet geluidhinder. ▪ De geluidbelasting vanwege de Rijksweg A325 bedraagt ten hoogste 51 dB.
Ter plaatse van het appartementengebouw in het oostelijk deel van het plan is de geluidbelasting dan de voorkeursgrenswaarde en de gemeentelijk ambitiewaarde. Er wordt voldaan aan de bovengrens van het gemeentelijk geluidbeleid en de maximale grenswaarde van de Wet geluidhinder. ▪ Vanwege de 1e Weteringsewal wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde, er is een lichte overschrijding van de gemeentelijke ambitiewaarde. ▪ In het kader van goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting vanwege de Regenboog inzichtelijk gemaakt. Binnen het plan heeft deze 30 km/u weg geen relevante geluidbelasting. ▪ De 30 km/u wegen binnen het plan hebben een geluidbelasting van ten hoogste 54 dB op de gevels van de te realiseren woningen. Voor deze woningen is de geluidbelasting is hoger dan de voorkeursgrenswaarde en de gemeentelijk ambitiewaarde. Er wordt voldaan aan de bovengrens van het gemeentelijk geluidbeleid en de maximale grenswaarde van de Wet geluidhinder. ▪
De geluidbelasting ten gevolge van het spoorweglawaai bedraagt ten hoogste 63 dB. De voorkeursgrenswaarde wordt ter plaatse van twee woonblokken in het westelijk deel van het plangebied overschreden, er wordt voldaan aan de maximale grenswaarde en de bovengrens van het gemeentelijk geluidbeleid.
▪
Bron- en overdrachtsmaatregelen hebben niet het gewenste doel of stuiten op procedurele, financiële, verkeerskundige en landschappelijke/stedenbouwkundige bezwaren. Om het plan mogelijk te maken zijn hogere waarden nodig voor de geluidbelasting afkomstig van het spoor, de Ceintuurbaan, Rijksweg Noord en de A325. Er wordt voldaan aan de voorwaarden van het gemeentelijk beleid voor het verlenen van hogere waarden. Een aandachtspunt is de indelingsvereiste van de woningen en appartementen ten aanzien van de geluidluwe gevel.
▪
21 mei 2024
projectnr. 22.378
pagina 28 van 38
▪
▪
Grotendeels voldoen woningen in het plan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder en de ambitiewaarden van de gemeente. Nabij de randen van het plan zijn hogere waarden nodig om deze woningen te kunnen realiseren. Voor de woningen waarvoor een hogere waarde nodig is, is bij het bouwdeel van de omgevingsvergunning nader onderzoek nodig naar de geluidwering van de gevels.
Effect plan Lingezicht op omgeving ▪ De geluidbelasting vanwege de te realiseren 30 km/u wegen binnen het plan Lingezicht bedraagt ten hoogste 46 dB. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde en kan geconcludeerd worden dat verkeer binnen het plan niet leidt tot onacceptabele geluidbelastingen bij bestaande omliggende woningen. ▪
▪ ▪
▪
Voor de aansluiting van de nieuwe ontsluiting van het plangebied op de kruising met de Ceintuurbaan en Regenboog en de toename van de verkeersintensiteit op de direct omliggende wegen is besloten om dit te behandelen als een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. De toename in de verkeersintensiteit op de Rijksweg Noord en de Regenboog leiden niet tot een significante toename in de geluidbelasting op omliggende woningen. De toename in de verkeersintensiteit op de Ceintuurbaan ten oosten van de kruising met de Regenboog leidt niet tot een significante toename in de geluidbelasting op omliggende woningen. De geluidbelasting vanwege de Ceintuurbaan tussen de Regenboog en de Rijksweg Noord leidt bij de woningen aan de Stapelwolk tot een significante toename in de geluidbelasting. Maatregelen om de toename te reduceren zijn onderzocht, te weten: - Bronmaatregelen: Zowel het reduceren van de rijsnelheid naar 30 km/u als het aanbrengen van stiller asfalt kan de toename in de geluidbelasting voldoende reduceren; - Overdrachtsmaatregelen: Een geluidscherm ten zuiden van de Ceintuurbaan of in de middenberm kan de geluidbelasting voor een groot deel van de woningen aan de Stapelwolk voldoende reduceren. - Maatregelen bij de ontvanger: Zonder bron- of overdrachtsmaatregelen zijn geen voorzieningen bij de woningen aan de Stapelwolk nodig.
Bij de vaststelling van het bestemmingsplan Groenoordstrip zijn hogere geluidbelastingen dan in het onderhavig plan vastgesteld. Het binnenniveau in de woningen is vanwege in 2016 vastgestelde hogere waarden voldoende geborgd. - Afweging: Ondanks dat de realisatie van Lingezicht leidt tot een significante toename in de geluidbelasting ter plaatse van de woningen aan de Stapelwolk zijn maatregelen voor de betreffende woningen niet nodig. Reeds vastgestelde hogere waarden beschermen de bewoners tegen hogere geluidbelastingen. Het treffen van maatregelen stuit daarbij op bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke aard en financiële aard.