CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

25-06-19.09 relevant stuk 17, Zienswijze 10 geanonimiseerd

Gemeenteraadsvergadering 19 juni 2025, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Project Lingezicht vaststellen bestemmingsplan en stedenbouwkundig beeldkwaliteitsplan “Elst, Lingezicht”6.672 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

5 februari 2024

In het advies van de regiekamer van 18 februari 2020 staat onder de ‘Wat is onze nadere motivering’: ‘De potentie voor een wenselijk en haalbaar blijft onveranderd ten opzichte van december 2018.’ Om vervolgens verderop in de brief onder Werkatelier te spreken over ‘De potentie voor een extensief en kleinschalig landschappelijk woonmilieu (passend in de overgang tussen Park Lingezegen en Westeraam) vraagt meer aandacht voor onderstaande hoofdpunten: (…) Ten noordwesten van de kruising Regenboog-Ceintuurbaan is het woonblok (in de gestelde vorm en omvang) niet gewenst vanwege de zichtlijnen vanaf het Westeraam naar het relatief open landschap in/achter het lint van de Rijksweg-Noord, Ling en Park Lingezegen.’ Naar mijn mening geeft het plan met 395 woningen geen blijk van een extensief en kleinschalig landschappelijk woonmilieu en inclusief een zeer omvangrijk woonblok. In de Toelichting van het ontwerp bestemmingsplan staat zelfs ‘Dit bestemmingsplan maakt een grootschalig woongebied met maximaal 395 woningen mogelijk’. Wat is er gebeurd met het advies van de regiekamer, die het college van B&W altijd volgt. Waarom is er hier gedraaid? Heeft het mogelijk te maken met het gebruik van het zogenaamde ‘struinpad’? Het advies van de Regiekamer doet mij het ergste vrezen.

Gelet op de Wet open overheid zou ik het zeer op prijs stellen om de stukken die ambtelijk en bestuurlijk evenals alle communicatie met betrekking tot gemaakte afspraken tussen ontwikkelaar en de gemeente Overbetuwe te ontvangen (B&W, Raad en ambtelijk). Er worden in dit plan allerlei zaken aan elkaar gekoppeld zo te lezen. Het gebruik van het pad is geregeld, de vrijstaande woning en nu komt het

4/28

sluitstuk van de deal, het bestemmingsplan voor de ontwikkeling van het gebied. In artikel 8 van de ‘Gebruiksovereenkomst’ van 18 december 2018 is destijds overeengekomen: ‘Grondeigenaar heeft de wens om de voorgenoemde kadastrale percelen in de nabije toekomst te betrekken in een woningbouwontwikkeling. Gemeente heeft aangegeven zich in de te spannen om voor 2022 een plan voor woningbouw op deze locatie geprioriteerd te krijgen in het kader van woningbouwprioritering binnen de gemeente Overbetuwe. Deze inspanningsverplichting houdt in ieder geval in dat de gemeente maximaal 2 werkateliers aanbiedt om de ontwikkeling te faciliteren van de eigenaar. De grondeigenaar heeft een plan voor woningbouw opgesteld dat de gemeente op 18 december 2018 beoordeelt in de regiekamer.’

Datum

5 februari 2024

De gronden waren immers door de gebruiksovereenkomst waar de Regiekamer aan refereert al naast de gebruiksvergoeding in aanmerking gekomen voor prioritering. Zonder enige planvorming worden al werkateliers aangeboden. Een ouderwets handjeklap heet dat in de volksmond. De inspanningsverplichting geeft geen enkele blijk van een toets aan de ladder van Duurzame verstedelijking. Wat heeft die inspanningsverplichting gedaan met de waarde van de gronden? Ook hier is er sprake van oneigenlijke bevoordeling van een onderneming. De vastgoedmarkt is volgens de Europese Commissie een grensoverschrijdende markt en zeer staatssteun gevoelig. Het bestemmingsplan houdt ook op geen enkele wijze rekening met het bestemmingsplan Groenoordstrip en de daaruit voortvloeiende rechten van de bewoners. De rechten en plichten voortvloeiend uit de wet daar moet een burger toch minimaal op kunnen vertrouwen. In de toelichting bij het Bestemmingsplan Groenoordstrip (NL.IMRO.1734.0156ELSTgroenoords-VGS1) staat: ‘Zoals hierboven beschreven zijn maatregelen om de geluidsbelasting te verlagen niet mogelijk of doelmatig. Wel is er sprake van niet-akoestische compensatie’ onder paragraaf 3.3 geluidshinder terug te vinden. Evenals het akoestisch onderzoek waarin de compensatie is opgenomen voor de ontheffing die als Bijlage integraal onderdeel uit maakt van het bestemmingsplan.

De geschetste situatie maakt de compensatie mijns inziens geheel ongedaan. Het ontwerp bestemmingsplan is in strijd met de wet (bestemmingsplan is decentrale wetgeving) Verder gaat u in de zogenoemde ladderonderbouwing in de Toelichting bij het bestemmingsplan Lingezicht (hierna te noemen Toelichting) voorbij aan het feit dat er wel degelijk potentiele binnen de bebouwde kom gelegen gebieden voor ontwikkeling in aanmerking komen, bijvoorbeeld

5/28

het ‘Land van Tap’, de Rijzenburg II en de vrijkomende locatie ‘De Helster’ allebei gelegen in Elst.

Datum

5 februari 2024

In de Toelichting wordt aangegeven dat er een woningbehoefte is voor de periode 2019-2030 van minstens 2.000. Vervolgens worden er andere getallen benoemd in de toelichting. Waar komen deze getallen vandaan? Welke bron? Verder wordt gesteld dat er 1439 woningen in voorbereiding zijn? Welke zijn dat waar? En hoe heeft u de periode 20192023 geprognotiseerd in de groei in jaarschijven? Er wordt gesteld dat er een ‘zorgvuldige afweging heeft plaatsgevonden bij de aanwijzing van dit gebied als toekomstig woongebied’. Ik betwist dit ten zeerste. De genoemde informatie is derhalve niet herleidbaar en toetsbaar en de noodzaak en wenselijkheid voor nieuwbouw op deze locatie is onvoldoende onderbouwd, waarbij sprake lijkt te zijn van bevoordeling, belangenverstrengeling en vooringenomenheid, misbruik van bevoegdheid en in strijd met het Europese en nationale recht en de daaruit voortvloeiende beginselen van behoorlijk bestuur. Ontwerp bestemmingsplan In het B&W voorstel van 19 december 2023 met kenmerk 2022-043330 staat in de inleiding van het voorstel beschreven dat het plan bestaat uit een variatie van vrijstaande woningen, twee onder één kap- rijwoningen en appartementen. Tevens is de ‘Tekening stedenbouwkundig plan’ opgenomen in het voorstel. Tot mijn verbazing zie ik de contouren van het plan niet terug in het ontwerp bestemmingsplan, zoals te zien op ruimtelijkeplannen.nl

Gedurende de participatie is juist aangegeven dat de verbinding met De Linge en de zichtas leidend zijn voor het ontwerp. Of zoals in de Toelichting beschreven ‘ruimtelijke onderdelen van het groenblauwe raamwerk’ of de aangeduide ‘groene vingers’. Waarom komt dit niet tot

6/28

uiting? Zelfs een a- watergang is niet benoemd/aangewezen. In de Toelichting staat zelfs: ‘Een randvoorwaarde voor de ontwikkeling van het woongebied is dat deze stedenbouwkundig en landschappelijk goed wordt ingepast.’ En ook ‘Gezien de ligging aan de rand van de kern en nabij een landschappelijk, ecologisch en recreatief waardevol gebied, is er sprake van een kwalitatief bovengemiddelde woonlocatie. Deze vraagt niet om een ‘standaard woonlocatie’, maar om een zorgvuldige ruimtelijke-stedenbouwkundige uitwerking. In de volgende paragrafen wordt beschreven hoe tot een dergelijke passende invulling van het gebied wordt gekomen.’

Datum

5 februari 2024

Het participatieverslag bevat ook afbeeldingen van het plangebied die niet in overeenstemming zijn met het ontwerp bestemmingsplan met de grote bouwvlakken, zonder onder andere de groene elementen te borgen. In het ontwerp bestemmingsplan zelf wordt vervolgens op geen enkele wijze aan de zogenoemde ‘zorgvuldige ruimtelijke-stedenbouwkundige uitwerking’ invulling gegeven. De gekozen opzet van het bestemmingsplan, zoals dat is opgeschreven in de Toelichting, is als volgt gekozen: ‘Het bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor de burgers en de overheid. Er is gekozen voor een relatief flexibel bestemmingsplan, waarbij de ruimtelijke en functionele hoofdstructuren op de verbeelding zijn vertaald. De exacte ruimtelijke en functionele uitwerking van het woongebied ligt echter niet vast. Voor dit gebied is de bestemming ‘Woongebied’ opgenomen. Hier is het mogelijk de positionering van woningen, woonstraten, paden, tuinen, groen etc. nader te bepalen.’ Hoe kan deze afweging gemaakt zijn? Zoals hierboven al aangegeven alle onderzoeken, maar ook de teksten in de Toelichting zijn juist gebaseerd op het voorlopig ontwerp of andere nader ingevulde plannen, zelf verkavelingsplannen en dan kiezen jullie juist in strijd met jullie argumentatie voor een ‘flexibel plan’.

Dat doet toch geen recht aan ten eerste de participatie en ten tweede de Toelichting van het plan? Want zoals jullie zelf schrijven in de Toelichting: ‘Als een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend wordt, zijn in eerste instantie de bestemming met bijbehorende regels van belang. Als het nieuwe en het beoogde gebruik past binnen de toegekende bestemming dan kan de omgevingsvergunning worden verleend.’ Dit ontwerp bestemmingplan is een vrijbrief voor de projectontwikkelaar en geeft de gemeente weinig tot geen houvast om bouwvergunningen te weigeren die niet in lijn zijn met de Tekening stedenbouwkundigplan. Privaatrechtelijke afspraken zijn in het publiekrecht niet afdwingbaar en

7/28

derden kunnen zich daar ook niet op beroepen. Met andere woorden in het kader van rechtszekerheid is het van belang het ontwerp bestemmingsplan in lijn te brengen met het goedgekeurde stedenbouwkundige plan. In de onderzoeken zoals opgenomen in de bijlagen van het bestemmingsplan is zelf als gewerkt met een verkavelingsplan, waarom is deze niet omgezet naar een ontwerp bestemmingsplan. Dit verkavelingsplan staat zelfs in de Toelichting Afbeelding 5:4.

Datum

5 februari 2024

Het concreet opnemen/verwerken van het plan geeft belanghebbenden meer rechtszekerheid ten aanzien van de plannen en de uitvoering daarvan. De gemeenteraad zet immers vaak genoeg vraagtekens bij de werkwijze van projectontwikkelaars die naderhand een eigen invulling geven aan afspraken. Een ingekaderd bestemmingsplan zou een eerste stap zijn om speelruimte/afwijkruimte bij de projectontwikkelaar weg te nemen. De informatie is immers reeds voorhanden. Dit geeft meteen duidelijkheid over welk plan nu leidend is en waarop wij moeten reageren. In de onderzoeken zie ik namelijk verschillende tekeningen waarop de onderzoeken gebaseerd zijn. De vraag rijst of de onderzoeken wel op basis van de juiste adequate gegevens/feiten zijn uitgevoerd. Wat mij nog meer opvalt is dat in het B&W voorstel wordt ingestemd met ontwerpbeeldkwaliteitsplan “Lingezicht” en het plan vrij te geven voor zienswijzen. ‘De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft positief geadviseerd op het ontwerp beeldkwaliteitsplan ‘Lingezicht’.

Naar het oordeel van de commissie ligt er na vaststelling door de raad een volwaardig toetsingskader om de gewenste ruimtelijke kwaliteit voor het plangebied te waarborgen bij het verlenen van omgevingsvergunning(en) voor het realiseren van de woningen.’ Dit is niet opgenomen in de bijlagen bij het ontwerp bestemmingsplan op ruimtelijke plannen waar u naar verwijst in uw publicatie in het gemeenteblad 2023, 555117. Is het correct dat deze dus niet ter inzage ligt en u in afwijking van andere (ontwerp)bestemmingsplannen wel een beeldkwaliteitsplan onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan. Er is over de beeldkwaliteit gesproken met de participatie als ‘buren’ hechten wij hier veel waarde aan. Waarom wordt er afgeweken van de normale werkwijze, terwijl er wel een concept is? In de Toelichting wordt wel het beeldkwaliteitsplan als paragraaf 3.4 benoemd, maar het plan ontbreekt. Provinciaal beleid In de Toelichting onder 4.2 Provinciaal beleid wordt de Omgevingsvisie Gelderland aangehaald. Een van de twee hoofddoelen is het borgen

8/28

van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Het plan geeft geen blijk van die borging. Op geen enkele wijze geeft het ontwerp bestemmingsplan, Toelichting, onderzoeken en B&W voorstel blijk van een gewogen toetsing van de leefomgeving. Er wordt nergens blijk gegeven van de impact van het plan op de omliggende leefomgeving.

Datum

5 februari 2024

Gemeentelijk en regionaal beleid De Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 waarnaar verwezen wordt geeft anders dan weergegeven in de Toelichting helemaal geen blijk van bestaand stedelijk gebied. Dit kan ook niet, want in het ontwerp bestemmingsplan ‘Overbetuwe, Paraplubestemmingsplan planologische afwijkingen’ is in bijlage 4 bij de Regels de bebouwde kom kaart opgenomen (met kenmerk 2023-069230) is juist er geen sprake van bouwde kom en de bestemming is zoals zelf aangegeven Agrarisch. Daarbij komt dat de afbeelding die is opgenomen (4:1: Uitsnede kaart ‘occupatie’ uit Omgevingsvisie Overbetuwe. Gearceerde gebieden zijn perspectiefgebieden. Plangebied rood omcirkeld.), helemaal niet zo opgenomen is met de legenda of toelichting ‘Gearceerde gebieden zijn perspectiefgebieden’ of waar dat uit zou moeten blijken.

9/28

Datum

5 februari 2024

Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 pagina 12

Als we dan toch kijken naar pagina 12 kunnen we ook meteen kijken naar pagina 17 en 18, waar het gebied Lingezicht onder de Lingezone valt.

10/28

Datum

5 februari 2024

11/28

De Lingezone is volgens de Omgevingsvisie Overbetuwe niet aangemerkt als bestaand stedelijk gebied. Gelet op de Lingezone is het plan zelfs in strijd met de eigen Omgevingsvisie.

Datum

5 februari 2024

Gezondheids- en milieuaspecten De vormvrije M.E.R.-beoordeling gaat uit van de onderzoeken zoals opgenomen bij het ontwerp bestemmingsplan. Aangezien ik enkele onderzoeken betwist dan wel de onderzoeken niet compleet of uitgaan van onjuiste gegevens zet ik tevens vraagtekens bij de vormvrije M.E.R.beoordeling voor die onderdelen. Nog kwalijker vind ik de aanname over de verkeersstructuur. ‘Het bestemmingsplan heeft geen wijziging in de verkeersstructuur voor omliggende gebieden (aanleg of reconstructie van een weg) tot gevolg, zodat geen aanleiding bestaat onderzoek te doen naar de geluidbelasting buiten het plangebied. Wel zullen enkele maatregelen die vanwege de resultaten van het onderzoek worden gerealiseerd om tot de toekenning van hogere waarden voor een aantal te realiseren woningen te komen, een positief effect kunnen hebben op nabijgelegen woningen buiten het plangebied. Daarbij valt te denken aan de toepassing van geluidreducerend asfalt en een groene inpassing van het plangebied in overeenstemming met het beeldkwaliteitsplan.’ Bijzondere conclusie gelet op het aanpassen van de kruising Ceintuurbaan-Regenboog van een t-aansluiting naar een viertakskruispunt. Dat is toch wel degelijk een aanpassing van de verkeersstructuur.

De conclusie dat het plan mogelijk een positief effect zou kunnen hebben op nabijgelegen woningen buiten het plangebied is echt bizar en geeft geen blijk van onderzoek naar de feitelijke situatie en het bestemmingsplan Groenoordstrip. In het bestemmingsplan Groenoordstrip staat juist dat er geen andere maatregelen voor het geluid mogelijk was en het vrije uitzicht de compensatie is. Dit plan geeft nog meer geluid en neemt de compensatie weg! Zeer onwenselijk voor mij en mijn gezin. Spuitzonering In dit plan is niets opgenomen met betrekking tot spuitzoneringen. Welk beleid hanteert de gemeente?

12/28

Datum

5 februari 2024

Het bestemmingsplan Schil Westeraam A325 laat duidelijk zien dat de randen van het plangebied grenzen aan agrarische percelen. Met een spuitzone van 50 meter is het plan niet (geheel) uitvoerbaar, zie onderstaand voorbeeld:

De geldt trouwens voor meerdere zones in het plangebied. Er zijn ook andere plannen die tegelijk ter inzage liggen waarin wel degelijk een passage over spuitzones wordt opgenomen. Waarom wordt er anders omgegaan met spuitzones in de verschillende plannen in de gemeente Overbetuwe? In het plan Veldzicht Zetten is er wel rekening gehouden met de aansluitende Agrarische bestemming en een vrijwaringszone opgenomen (Ontwerp bestemmingsplan Veldzicht Zetten kenmerk 2023055859). ‘Het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen, ter plaatse van de aanduiding ’vrijwaringszone- gewasbeschermingsmiddelen.’ In het plan Ontwerpwijzigingsplan Buitengebied Homoetsestraat 21 te Homoet (kenmerk 2023-063001) wordt het spuiten op de agrarische aangrenzende percelen het aanvaardbaar. ‘Dit geldt eveneens ten aanzien van het (eventuele) gebruik van bestrijdingsmiddelen op nabijgelegen agrarische percelen. Ook kan redelijkerwijs worden aangenomen dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en

13/28

leefklimaat in het plangebied.’ Gelet op het ontbreken van eenduidig beleid dien ik ook voor deze beide plannen bij deze een pro forma zienswijze in.

Datum

5 februari 2024

Dan weer terug naar het ontwerp bestemmingsplan Lingezicht, hier is ook sprake van aangrenzende agrarische percelen. Geldt hier een vrijwaringszone of is het aanvaardbaar? Ik mis trouwens in het gehele B&W voorstel en de Toelichting de gezondheids- en milieubelasting voor de belanghebbenden en toekomstige bewoners. Luchtkwaliteit, Geluid- en Lichthinder Verder geeft het plan en de bijlagen geen blijk van de toename van de uitstoot van fijnstof en stikstof tijdens de bouw en daarna en dan met name voor de omwonenden van het plan. Er komt een flinke verkeerstoename, het kruispunt wordt drukker en verkeer zal nu, waar het eerst niet zo was, stil moeten staan voor ons huis/zijtuin om de nieuwe wijk in te rijden. Ook het optrekken en afremmen zal toenemen, waardoor ook de emissies toenemen. Het gaat om 3700 extra verkeerswegingen per etmaal. In het participatie traject is dit punt ook aan de orde gekomen en in het verslag van de eerste gebiedstafel zou er nog onderzoek volgen naar de emissies. Klopt het dat onderzoek naar de toename van de emissies en gezondheidseffecten ontbreekt? Dit aspect lijkt te worden weggeschreven, omdat zo er wordt gesteld dat het project daarmee valt onder de in de Regeling NIBm genoemde categorieën van gevallen, en ‘De luchtkwaliteit in het plangebied wordt aanvaardbaar geacht’.

Voor zover dit correct is, neemt het niet weg dat het leefklimaat en gezondheid van mij en mijn gezin wel degelijk verslechterd. Ten aanzien van de luchtkwaliteit heeft de overheid een website. ‘Het Besluit gevoelige bestemmingen benadrukt het belang van een ‘goede ruimtelijke ordening', maar is geen volledige invulling daarvan voor het aspect luchtkwaliteit. Het Besluit dekt niet alle gevoelige situaties. Zo gaat het Besluit niet over bijvoorbeeld woningen en drukke binnenstedelijke wegen. Ook zegt het Besluit niets over gezondheidseffecten beneden de grenswaarden. Daarom blijft het belangrijk om de blootstelling aan luchtverontreiniging een plek te geven in de onderbouwing van een goede ruimtelijke ordening.’ Nu wordt het onderwerp luchtkwaliteit, gemakshalve lijkt het, weggeschreven onder het mom het project blijft onder de drempelwaarde. Maar wat zijn de effecten van het besluit voor de leefomgeving in de directe nabijheid van het ‘project’? Dat er grenzen

14/28

worden overschreden, betekent niet dat de verslechtering voor de omgeving aanvaard is. Dit wordt op geen enkele wijze gemotiveerd.

Datum

5 februari 2024

Ook geeft het plan geen enkele blijk van veroorzakend licht- en geluidhinder door de toename van het verkeer. Het is een forse toename ook nog eens pal grenzen aan ons perceel. Door het creëren van één nieuwe weg om 395 woningen te ontsluiten en een medische voorziening en wellicht een onderwijsinstelling te ontsluiten is een onevenredige belasting en zal zeker licht- en geluidhinder met zich meebrengen! Nu zullen er auto’s recht op onze woning/zijtuin aan komen rijden en dat geeft lichthinder. In het onderzoek van Goudappel wordt er immers gesproken van een viertakskruispunt. Er ligt zelfs alweer een plan zonder enige vorm van participatie. De ontwikkelaar heeft telefonisch toegezegd met ons in overleg te gaan. Nu lijkt de gemeente zelf de participatie te vergeten, terwijl de gemeente participatie wel oplegt als voorwaarde bij ontwikkelaars.

Optrekkende verkeer en de toename van verkeer (auto’s, motoren, scooters en wellicht een ambulance-auto) zal ook het nodige effect hebben. Waarom is er ook geen onderzoek gedaan naar die effecten, die moeten toch mee worden gewogen in de besluitvorming? Zoals eerder aangegeven is het plan in strijd met het bestemmingsplan Groenoordstrip, waarin juist het vrij uitzicht als niet-akoestische compensatie is opgenomen.

15/28

Datum

5 februari 2024

Bovenstaande is opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan Groenoordstrip. De bijlage, Overbetuwe Elst, Groenoordstrip Akoestisch onderzoek zegt het volgende:

Ons perceel kent juist een zij-tuin en het gelegen aan het kruispunt waar er juist een toename is van 3700 verkeersbewegingen. In de factsheet 6. Geluid van de Provincie Gelderland e.a. is te lezen dat er verschillende effecten op de gezondheid is. De Ceintuurbaan heeft voor ons al 57,93

16/28

Lden en de ontheffing is tot max 58 Lden, zo luidt ons bestemmingsplan. In de cumulatiecijfers bij ons onderzoek is geen rekening gehouden met de Regenboog en dan komt er voor ons nog de nieuwe kruispuntsituatie en wegenstructuur bij.

Datum

5 februari 2024

De Toelichting bij het ontwerp bestemmingsplan Lingezicht en onderliggende stukken geven geen blijk van de effecten op ons woonen leefklimaat en is in strijd met onze rechten dan wel het vertrouwensbeginsel waar wij ons op beroepen gelet op het voor ons geldende bestemmingsplan en niet-akoestische compensatie. Het ontwerp bestemmingsplan Lingezicht biedt immers de mogelijkheid tot bouwen, waardoor ons vrije uitzicht kan worden weggenomen én in de bestemming groen wordt toegestaan dat er gebouwen zijn toegestaan voor nutsvoorzieningen (met een maximaal goothoogte van 3 met en nokhoogte van 6 meter en maximaal 25m2 mag bedragen), bouwwerken ten behoeve van verkeersgeleiding en wegverlichting (8 meter hoog maximaal) en zelfs geluidswerende voorzieningen van 3 meter hoog. Dat zou een geluidswal of muur kunnen zijn, die voor ons nog een hogere geluidsbelasting tot gevolg heeft. Het geluid weerkaatst dan juist naar onze woning en tuin met een nog grotere geluidsbelasting tot gevolg. Net als de Groenbestemming kent ook de bestemming Verkeer soort gelijke bepalingen die onze compensatie te niet doet en het vrije uitzicht zouden kunnen wegnemen. Het wordt mogelijk om voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer te situeren, denk aan bushokjes o.i.d., kunstwerken, sport en speelvoorzieningen neer te zetten, met ook nog eens afwijkmogelijkheden.

Op geen enkele wijze worden onze belangen meegewogen in de besluitvorming. Opgemerkt dient te worden dat de Nota geluidbeleid en de Nota hogere grenswaarden niet via internet te vinden zijn. Hier is inhoudelijk nog niet naar gekeken en ik behoud mij het recht voor hier nader op terug te komen. Stikstof In het B&W voorstel wordt verwezen naar de resultaten van het stikstofonderzoek van Equipe, welke als bijlage bij het ontwerp bestemmingsplan ter inzage ligt. ‘Uit de rekenresultaten van de Aerius-calculator is gebleken dat er als gevolg van onderhavig project gedurende de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities op de omliggende Natura 2000-gebieden.

17/28

Daarom vormt het aspect stikstof in relatie tot Natura 2000 geen belemmering voor het in procedure brengen van het bestemmingsplan.’

Datum

5 februari 2024

Er zou bij de rapportage een bijlage 1 moeten zijn met de berekenende emissies, deze ontbreekt, daarom het is niet mogelijk om de berekening te controleren en een zienswijze te geven. Verder gaat het rapport bij de berekening van de bemesting uit van circa 23 hectare en onder andere de Toelichting en de M.E.R.-notitie gaan juist uit van van circa 22 hectare. Daarbij komt dat niet alle percelen, zoals opgenomen in het plangebied in zijn geheel worden bemest. Dit gebeurt op enkele percelen niet dan wel gedeeltelijk op enkele percelen. De worstcase benadering is van 20 hectare is door het ontbreken van de exacte gegevens van de percelen en welke al dan niet geheel of gedeeltelijk feitelijk worden bemest niet te verifiëren. Immers de pagina waar het onderzoek naar refereert van BIJ12 geeft aan: ‘Toepasbaarheid van de kengetallen zal altijd moeten worden beoordeeld op basis van plaatselijke kenmerken van de percelen. Als gebruik overduidelijk afwijkt van “gemiddeld” gebruik in de omgeving, zijn de kengetallen mogelijk niet representatief.’ Deze gegeven dienen te worden aangepast in het onderzoek alvorens er conclusies getrokken kunnen worden en deze als motivering gebruikt kan worden. Geurhinder De Toelichting met betrekking tot het onderdeel Geurhinder bevat mijns inziens tegenstrijdigheden.

Artikel 4 eerste lid onder a bepaald: ‘De afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, en een geurgevoelig object bedraagt: a. ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen’ 100 meter en geen 50 meter. Verder staat er geurbelasting in het buitengebied. Het lijkt mij dat de 395 woningengeen buitengebied betreffen. Het lijkt erop dat de gegevens voor de Rijksweg Noord 94 zijn gebruikt, omdat er staat ‘Hieraan wordt bij beide woningen ruimschoots voldaan’. Gelet op het feit dat de woningen binnen de bebouwde kom komen te liggen kan de conclusie op basis van de gestelde gegevens van 50

18/28

meter niet getrokken worden. Ten eerste zou het 100 meter moeten zijn. Ten tweede dan de betreffende veehouderij kan wel degelijk belemmerd worden in haar bedrijfsvoering en onevenredig in haar belangen worden geschaad, want de ligging van het plangebied in het buitengebied is niet houdbaar.

Datum

5 februari 2024

Water Afbeelding 5:6 Principe waterstructuur toekomstige situatie is lijkt mij als bron gebruikt voor de zogenoemde Watertoets door het waterschap Rivierenland. Om te voldoen aan het gestelde rijks-, provinciaal-, gemeentelijk en waterschapsbeleid zou volgens mij de maatregelen, waterberging en watergangen ook daadwerkelijk vastgelegd moeten worden in het bestemmingsplan. Dit is niet het geval derhalve voldoet het plan zoals het nu voorligt niet aan de Watertoets, dan wel bestaat de mogelijkheid dat het plan niet zal voldoen aan de watertoets. Hierbij nogmaals het dringende verzoek als het plan doorgezet wordt, dan het bestemmingsplan te verfijnen op gronde van het rechtszekerheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel in overeenstemming te brengen met afbeelding 5.4, 5.5 dan wel 5.6. Flora en Fauna Als eerste wil ik mijn zienswijze met betrekking tot de ‘Quickscan Natuuronderzoek Perceel tussen 1e Weteringsewal en Ceintuurbaan in Elst’ richten op het gebied waarop het onderzoek zich richt. Dit gebied wijkt af van het ontwerp bestemmingsplan.

Perceel ELS00-N-1885 te Elst is niet meegenomen in het onderzoek. Dit perceel betreft een perceel dat niet voor landbouw gebruikt wordt. Dit perceel is ook niet meegenomen in het Quickscan natuuronderzoek Rijksweg Noord 94 in Elst. Het is niet uit te sluiten dat er beschermde soorten in dit specifieke gebied verblijft, nestelt en voortplant of als rustc.q. leefgebied heeft.

19/28

Kadastrale aanduiding ELS00-N-1885 Perceeloppervlakte & perceelomtrek 9.435 m2 - 619 m

Datum

5 februari 2024

Ten aanzien van de grote gele kwikstaart is er in het onderzoek het volgende opgenomen: ‘In het gebied zijn ook waarnemingen bekend van de grote gele kwikstaart. Een baltsende en parende grote gele kwikstaart is aangetroffen bij het rieteilandje net buiten de planlocatie aan de zuidgrens. In het plangebied zelf ontbreken de vrijwel alle structuren omdat dit vrijwel onbegroeid is. Alleen langs de sloten is een overjarige kruidenrijke grasvegetatie aanwezig. Nader onderzoek is nodig om het belang van het plangebied voor deze soort aan te geven.’ Niet uit te sluiten is dat dit perceel tot de habitat van de grote gele kwikstaart behoort, aangezien op dit perceel overjarige kruidenrijke grasvegetatie en riet aanwezig is. Aangezien de grote gele kwikstaart een beschermde inheemse vogelsoort is, zijn grote gele kwikstaarten beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. Behalve in de bescherming van leefgebieden van bedreigde vogelsoorten en van trekvogels in speciale beschermingszones (Natura 2000-gebieden), voorziet de Vogelrichtlijn ook in een algemeen beschermingsregime voor alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten dat is neergelegd in de artikelen 5 tot en met 9 van de richtlijn. Dit regime geldt ook buiten de Natura 2000-gebieden.

In de memorie van toelichting van de Natuurbeschermingswet staat: ‘Het in het voorgaande beschreven algemene beschermingsregime van de Vogelrichtlijn gaat uit van het «nee, tenzij-principe»: de genoemde schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij door het bevoegd gezag van de betrokken lidstaat een afwijking van het verbod wordt toegestaan op één of meer van de in artikel 9, eerste lid, van de richtlijn

20/28

limitatief opgesomde gronden: de volksgezondheid, de openbare veiligheid, de veiligheid van het luchtverkeer, de voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren, en de bescherming van de flora en fauna (onderdeel a).

Datum

5 februari 2024

Algemene voorwaarde voor het kunnen toestaan van een afwijking van een verbod is dat er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is (artikel 9, eerste lid, aanhef) én dat het toestaan van de afwijking niet leidt tot een verslechtering van de staat van instandhouding van de betrokken vogelsoort in Nederland (artikel 13 van de richtlijn). Met andere woorden voor de Vogelrichtlijn zijn de uitzonderingsgronden limitatief. Dit is geïmplementeerd in artikel 3.3 van de Wet natuurbescherming. Wanneer een schadelijke handeling in afwijking van een van de genoemde verboden wordt toegestaan, moet daarbij worden bepaald op welke soort de afwijking betrekking heeft, welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan, welke voorwaarden gelden ter beperking van de risico’s en met betrekking tot het tijdstip en de plaats van handeling, wie de bevoegde autoriteit is en welke controles worden uitgevoerd (artikel 9, tweede lid, van de richtlijn).’ In hoofdstuk 3 Soorten, § 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn onder artikel 3.1 tweede lid van de Wet natuurbescherming is opgenomen dat ook rustplaatsen beschermd zijn en het storen is ook verboden. Dit is ook een aandachtspunt gedurende de bouw van de woningen. Het zeer onwenselijk dat de 395 woningen geheid worden. Zeer (ver-)storend voor de mensen en de dieren, door trillingen en geluidsoverlast.

Daarnaast is Nederland ook partij bij de Verdragen van Bern en Bonn (het Verdrag van Bern, inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk leefmilieus, en het Verdrag van Bonn, inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten) De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn vormen de omzetting in EU-regelgeving van beide verdragen. De materie van de Verdragen van Bern en Bonn wordt in overwegende mate gedekt door de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Echter een van de verschillen is dat het Verdrag van Bern, anders dan de Vogelrichtlijn, niet alleen nesten van vogels maar ook hun rustplaatsen tegen vernieling of beschadiging beschermt. Nederland is echter als verdragsluitende partij ook gehouden om het gedeelte van de verdragen te implementeren dat niet wordt gedekt door de richtlijnen. De richtlijnen staan immers verdergaande beschermingsmaatregelen toe, waar zij voorzien in minimumharmonisatie. De onderdelen van de verdragen die niet gedekt

21/28

worden door de richtlijnen, zijn ook niet in strijd met de bepalingen van de richtlijnen. Wel kan er een rechtstreeks beroep nationale rechter worden gedaan op de Verdragen van Bern en Bonn.

Datum

5 februari 2024

Het onderzoek zoals het nu is opgenomen als bijlage van het bestemmingsplan voldoet niet. Het onderzoek en de conclusies in de Toelichting zijn voorbarig en onzorgvuldig. Niet kan worden uitgesloten dat de grote gele kwikstaart in het gehele plangebied nestelt dan wel haar leefgebied heeft. Vast staat dat de grote gele kwikstaart wel zijn leefgebied heeft aan in ieder geval de randen van het gebied dat wel overzocht is. Derhalve kan het plan in strijd zijn met de Natuurbeschermingswet dan wel de Verdragen van Bern en Bonn. Gelet op limitatieve afwijkingsgronden, waaronder woningbouw niet valt, kan het plan in deze vorm dan niet doorgaan. In de Bijlage ‘Beoordeling mogelijkheden om te komen tot een ontheffing van de Wet natuurbescherming ten aanzien van soortbescherming’ kent gelet op bovenstaande een onjuiste conclusie. Daarbij dient ook hier opgemerkt te worden dat dit onderzoek uitgaat van een voorlopig ontwerp van mei 2023. Het bestemmingsplan met de bestemmingen komt niet overeen met het plan en derhalve zijn de conclusies niet houdbaar. Er is immers geen garantie dat het gehele bouwblok niet wordt volgebouwd, het bestemmingsplan laat dit immers toe. Tevens wil ik nog een opmerking maken over de foutieve aanname, dat ontheffing als mitigatie mogelijk is kan worden verleend.

Indien de soorten vallen onder artikel 9 mogen rustplaatsen niet vernield of beschadigd worden en de limitatieve afwijkingsgronden bevat geen woningbouw. Reservering fietspad Boven-Linge Er wordt in het B&W voorstel van met kernmerk 2022-043330 gesproken over een gereserveerde ruimte voor een fietspad? “2.1 In het plan is ruimte gereserveerd voor de realisatie van de Boven Linge en een fietspad overeenkomstig de Lingevisie, een van de investeringsopgaven van de gemeente. Het plan voorziet in een landschappelijke inrichting, gebaseerd op de beoordeling in de regiekamer. De gereserveerde ruimte komt volgens mij niet tot uiting in het ontwerp bestemmingsplan, of anders is deze niet voldoende kenbaar gemaakt en dat lijkt mij niet wenselijk in het kader van de beginselen van behoorlijk bestuur. Dat is niet handig als er zelfs al een optie tot het recht van eerste koop ligt. Helemaal met deze koopoptie is het van belang de bestemming dan ook te ‘reserveren’ in het ontwerp bestemmingsplan.

22/28

Veiligheidsaspecten Ik merk op dat er enkel aan de externe veiligheidsaspecten waaraan gerefereerd wordt in het eerdergenoemde B&W voorstel enkel ziet op een toets voor het spoor en omliggende bedrijven (de nabij gelegen belemmerende functies), maar niet verkeersveiligheid of ontruiming/evacuatie/bereikbaarheid.

Datum

5 februari 2024

‘Voor deze ontwikkeling zijn onderzoeken uitgevoerd om de geschiktheid van de locatie en de gevolgen van deze bestemmingsplanherziening op de nabijgelegen functies te bepalen. Hieruit is gebleken dat alle getoetste milieu- en veiligheidsaspecten geen belemmeringen vormen voor de bestemmingsplanherziening. Het initiatief heeft voldoende afstand tot mogelijke risicobronnen voor externe veiligheid, zoals de spoorlijn ten westen van het plangebied.’ Moet de Veiligheidsregio niet het plan toetsen en de hulpdiensten? Er is maar één calamiteitenrouten geheel ten oosten gelegen in het plangebied. Als er een grote calamiteit is bij de enige ontsluiting in de wijk, kan het zeer goed mogelijk zijn dat het westelijke deel afgesloten is. Er wordt in de Toelichting een beroep gedaan op de zelfredzaamheid en het groepsrisico aanvaardbaar geacht. Hoe moeten mensen vluchten, zichzelf in veiligheid brengen als er één ontsluiting is die juist door de calamiteit ontoegankelijk kan worden. Dit werkt natuurlijk ook andersom, hulpdiensten kunnen ook bij een calamiteit op de ontsluiting delen van de wijk niet bereiken. Dan heb je niets meer aan zelfredzaamheid. Als overheid nemen jullie dan wel aanvaarden jullie willens en wetens het risico dat mensen reddeloos kunnen zijn.

Ontsluiting In het B&W voorstel komt de naast/onder dan wel ten zuiden van de calamiteitenroute een mogelijke school. Er is immers een optie tot eerste koop gesloten zo is te lezen. Onder welke voorwaarden? Is er in het worst-

23/28

case scenario rekening gehouden met een school voor de calamiteiten route en de enige ontsluiting? Is het de bedoeling dat de school ook aangesloten gaan worden op de enige ontsluiting of komen er dan meerdere ontsluitingen? Welke visie ligt hieraan ten grondslag?

Datum

5 februari 2024

Ten aanzien van het mogelijke school geeft het B&W voorstel het volgende weer: ‘Een voorstel voor toekomstige onderwijshuisvesting zal naar verwachting begin 2024 worden voorgelegd aan het college.’ ‘Woningbouwplan Lingezicht en onderwijshuisvesting kunnen naast elkaar bestaan en elkaar aanvullen dan wel versterken, indien opdracht wordt gegeven voor het realiseren van onderwijshuisvesting in Elst en bovengenoemde planning als voorwaarde wordt meegegeven.’ Waarom is hier niet even op gewacht? Het proces duurt immers toch al jaren van de eerste prioritering tot nu? Die paar maanden maakt toch geen verschil en geeft de belanghebbende houvast in plaats van nu enkel de mogelijkheid benoemen zonder daar in het plan in voorzien te hebben qua onderzoeken onderbouwingen en belasting van het leefklimaat. Blijkbaar is er al onderzocht dat beide plannen elkaar kunnen aanvullen dan wel versterken. Zoals veelvuldig aangegeven vind ik de belasting van ons woon- en leefklimaat disproportioneel. Wij hebben tijdens de participatie meermaals aangegeven dat wij dit graag anders zien. Op geen enkele wijze wordt in het plan en de stukken gemotiveerd waarom er voor één ontsluiting is gekozen. De projectontwikkelaar geeft aan dat de gemeente deze visie heeft. Onze zorgen en belangen komen nergens terug in de stukken ook niet in het B&W voorstel.

Nergens valt terug te lezen waarom er geen andere dan wel meerdere ontsluitingen kunnen worden gerealiseerd, anders dan wordt gesteld dat de Ceintuurbaan het aantal aan kan. Waarom worden er geen ontsluitingen gemaakt op de Rijksweg en de Lingestraat of bij helofytenfilter (daar ligt immers ook al een voetpad)? Er lijkt sprake van vooringenomenheid. Gelet op de feitelijke situatie betwijfel ik de goede doorstroom in de spits. Met name in de ochtendspits als het regent staat er nu al op de Ceintuurbaan in beide richtingen file, ook op de kruising RegenboogCeintuurbaan. Mensen zullen vast zitten in de wijk, omdat er geen alternatieve route is.

24/28

Datum

5 februari 2024

Ik zet ik vraagtekens bij de aantallen waarmee gerekend is. In het Rapport van Goudappel wordt er immers gesteld ‘In het plan is ook ruimte voor maatschappelijke functies, ongeveer 600m2. Bij deze invulling kan worden gedacht aan fysiotherapeut, huisarts, apotheek, etc. Zolang de invulling niet bekend is, is het lastig om hiervoor de verkeersgeneratie te bepalen omdat de kengetallen voor verkeersgeneratie voor dit soort gezondheidsvoorzieningen per behandelkamer geldt. Vooralsnog gaan we uit van 300 ritten per etmaal (een apotheek en een paar behandelkamers).’ De school is ook nog onduidelijk, maar wel voorzienbaar aangezien er een optie tot eerste koop is gesloten. Blijft er ook in die situatie sprake van één ontsluiting. Dan klopt de Toelichting en het rapport van Goudappel niet qua geschatte belasting en geluidbelasting. Verder valt mij op dat in het westelijk deel een woningbouwveld is voorzien omringt door water. Hoe gaat dat veld ontsloten worden?

Dit bouwvlak ligt overigens in verhouding met de rest van de Rijksweg Noord ver naar de Rijksweg toe. Ik dacht dat dit bij de ontwikkelingen bij de Rijzenburg juist niet mocht. Waarom hier wel?

25/28

Datum

Wandelpad Ons is altijd aangegeven dat het wandelpad en de oversteek tijdelijk zou zijn. Vanuit ons is meermaals aangegeven dat het wandelpad recht voor ons huis èn het enige raam aan de voorzijde van de woning niet wenselijk is. Dit in verband met de inkijk van overstekende wandelaars die recht in de woonkamer kijken. Wordt hier nu eindelijk wel rekening mee gehouden in het plan? Aangezien de grondpositie nu juist geen probleem is, want het betreffende perceel maakt onderdeel van het plangebied. De belemmering is daarom nu opgeheven.

5 februari 2024

Medische-therapeutische voorziening Ten aanzien van de bestemming therapeutisch-maatschappelijk is het onduidelijk in welke behoefte de gemeente wenst te voorzien. Is er onderzoek gedaan naar de behoefte? Is er enige onderbouwing op dit punt? Waar moet aan gedacht worden, qua voorzieningen? Dagnachtopvang? Opvanglocatie of enkele korte consulten? Psychiatrische of Verslavingszorg? In de Toelichting staat dat er maatschappelijke voorzieningen mogelijk gemaakt worden, waarbij het gekaderd lijkt te worden naar medische en para-medische dienstverlening. Waarbij de voorbeelden zorgvuldige ruimtelijke-stedenbouwkundige uitwerking. Kunt u limitatief aangeven welke voorzieningen onder de bestemming Medische-therapeutisch vallen? In de bestemming regels zijn er geen kaders aangebracht of nadere duiding aangegeven. In de onderzoeken wordt er enkel rekening gehouden met de voorbeelden zoals aangegeven, huisarts, apotheek of fysiotherapiepraktijk. Zijn deze onderzoeken dan wel compleet of geheel bruikbaar als er ook mogelijk andere medische en para-medische dienstverlening kan komen? In het kader van de rechtszekerheid bestaat die behoefte wel. Mede gelet op het feit dat deze bestemming van grote invloed is op de verkeersintensiteit, mogelijke geluidshinder en andere gevolgen kan hebben voor ons woon en leefklimaat.

Participatie In het B&W voorstel wordt aangegeven dat: ‘In de participatiefase is ruim gelegenheid gegeven aan belanghebbenden om te reageren op de plannen. Gedurende de planvorming heeft participatie plaatsgevonden overeenkomstig het door uw college vastgestelde participatieplan (‘Lingezicht Elst’ Versie 13-09-2022, versie 4 van Dutchplanners BV). Er zijn door de initiatiefnemer diverse bijeenkomsten georganiseerd. Omwonenden zijn middels deze bijeenkomsten op de hoogte gesteld van de plannen en in de gelegenheid geweest inbreng te leveren en vragen te stellen. De reacties op het plan waren overwegend positief. Op grond van artikel 2 van de Inspraakverordening besluit uw college of

26/28

inspraak wordt verleend op een plan. De meerwaarde van een inspraakreactie wordt, mede gezien de uitkomsten van de gehouden bijeenkomsten als zeer gering beschouwd. Rechtsbescherming voor belanghebbenden is voldoende gewaarborgd door de zienswijzeprocedure van het ontwerpbestemmingsplan.’

Datum

5 februari 2024

Hebben jullie gekeken of deze inspraakreacties ook door de initiatiefnemer zijn meegenomen in het plan? Hoe is de gemeente omgegaan met de in de participatie aangegeven kritische punten of is daar geen kennis van genomen of gegeven? Netcongestie In het B&W voorstel wordt ook nog kort de netcongestie aangehaald, of te wel de capaciteitsproblemen op het elektriciteitsnet. ‘Lingezicht zal vanaf 2027 gerealiseerd worden, het is de vraag of met het prioriteren van de woningen elders dezelfde planning gehaald kan worden, denk daarbij bijvoorbeeld aan de reservering voor Lingezicht in het kader van netcongestie. Daarmee komt het realiseren van de beoogde woningbouwopgave tot 2030 mogelijk nog verder onder druk te staan.’ Het lijkt zo te lezen dat jullie al een reservering hebben op de het overbezette netwerk? Terwijl het zwembad in 2027 aangesloten kan worden en De Pas, De Pas Noord in 2029 aan de beurt zijn? Waarop is de informatie gebaseerd dat in 2027 er wel een aansluiting is? De uitvoerbaarheid van het plan is niet gegarandeerd. Vooral bijzonder dat dit plan wel door zou kunnen gaan maar de ‘Vinkenhof’ is niet haalbaar geacht, omdat de woningen niet aangesloten konden worden.

Op 26 januari 2024 schreef de Gelderlander nog het volgende: ‘Stroomtekort is een grote bedreiging voor nieuwbouw in de Betuwe: ‘Groter probleem dan stikstof’ Wie krijgt er straks nog stroom in zijn nieuwe woning in de Betuwe? Het cruciale onderstation in Dodewaard heeft namelijk nog maar ruimte voor 1900 nieuwe aansluitingen. Het stroomtekort wordt vanaf 2026 een groot probleem in grote delen van de gemeenten Neder-Betuwe, Wageningen, Overbetuwe en in een klein deel van Buren.’ Ik betwist dan ook de haalbaarheid en de uitvoerbaarheid van het plan. Conclusie

Het ontwerp bestemmingsplan voldoet niet aan de wettelijke normen. Het plan voldoet naar mijn mening niet aan de beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel, verbod van willekeur en het rechtszekerheidsbeginsel. Daarnaast is het plan in strijd met het Europese Recht en Internationale verdragen.

27/28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=301f6e4b-307b-4bda-a32c-a27182e3d6c6