25-06-03.02, 2023 - Rekenkamerrapport Nazorgonderzoek 2018-2022
Tekst van het document
In maart 2023 is begonnen met een vervolgproject Woo-Wmebv46, een onderdeel van dit project is het beleid waar nodig verder uit te werken, aansluitend op de actuele stand van zaken. Met het oog op de aanstaande invoering van de Wet open overheid per 1 mei 2022 concludeerden wij dat met name het verbeteren van de (in de organisatie aanwezige) kennis en vaardigheden, het formaliseren van regels en de interne taakverdeling nadrukkelijk aandacht behoefde. Inmiddels is voor de passieve openbaarmaking een Woo-coördinator en een Woo-contactpersoon aangesteld. De Woo-contactpersoon houdt zich bezig met verzoeken om informatie vanuit inwoners en bedrijven. De Woo-coördinator behandelt de Woo-verzoeken. De werkwijze en taakverdeling voor Wooverzoeken is beschreven en vindbaar op de website.47 De werkwijze voor actieve openbaarmaking wordt nog verder uitgewerkt. De aanbevolen aandacht voor de verbetering van de binnen de organisatie aanwezige kennis en vaardigheden is opgevolgd door de aanstelling (per 1 maart 2023) van een projectleider voor de implementatie van de Woo (in combinatie met de Wmebv welke op 1 januari 2024 van kracht wordt). In dit project wordt naast de implementatie en borging van de Woo ook aandacht besteed aan de te volgen processtappen binnen de uitvoering van de Woo en de borging van de taken en rollen.
Daarbij wordt aandacht gegeven aan zowel de implementatie van een ondersteunend systeem als aan houding en gedrag.
Bestuurlijke reactie, 30 augustus 2023. Er wordt door de Rijksoverheid geen platform ontwikkeld ten behoeve van het publiceren van de actief openbaar te maken documenten, maar dat er alleen een verwijsindex. 46 Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Deze treedt in werking per 1 januari 2024. 47 https://www.overbetuwe.nl/informatieverzoek-wet-open-overheid 45
19
Naast de werkwijze en taakverdeling is ook het Woo-beleid inmiddels gepubliceerd op de gemeentelijke website. Naar aanleiding van de aanbeveling van de rekenkamer wordt sinds 2022 in de Wob besluiten die de aanvrager ontvangt standaard opgenomen op welke werkwijze binnen de organisatie naar de gevraagde informatie is gezocht, i.c. welke zoektermen zijn gebruikt, welke systemen zijn doorzocht en welke email-accounts zijn doorzocht naar het desbetreffende onderwerp. Deze werkwijze wordt onverminderd toegepast gevolgd bij de Woo besluiten. Aan het verzoek aan het college van B&W om de raad uiterlijk op 1 november 2022 en 1 mei 2023 te informeren over de stand van zaken van de uitvoering is in april 2023 invulling gegeven. Hoewel nog niet alle aanbevelingen (in z’n geheel) zijn uitgevoerd wordt hieraan door de organisatie actief invulling gegeven. Dat betekent dat er niet alleen medewerkers zijn aangesteld die in de praktijk invulling geven aan (de verplichtingen uit) de Woo, maar ook een projectleider die invulling geeft aan de (verdere) implementatie. Inmiddels is de vindbaarheid op de gemeentelijke website verbeterd, is duidelijk hoe er gezocht is en wordt er aandacht gegeven aan de gewenste houding en gedrag. b. Doorwerking Wij concluderen dat het college in voldoende mate invulling heeft gegeven aan de (door de raad overgenomen en de rekenkamer gedane) aanbevelingen.
10. Klimaatbeleid in Overbetuwe 2008-2021 (Raad 2022-05-24) a. Opvolging, resultaten en effecten Ten aanzien van dit onderzoek volstaan wij met het weergeven van de ambtelijke uitvraag, aangezien deze een goed beeld geeft van wat er ten aanzien van de (geamendeerde) aanbevelingen is of nog wordt gedaan. De routekaart duurzaam Overbetuwe 2025 is een parapluplan dat verschillende beleidsterreinen verbindt en kaders en richting geeft. Waar eerst de meeste aandacht uitging naar de energietransitie, is duurzaamheid verbreed met de thema’s circulaire economie en klimaatadaptatie / biodiversiteit. De concrete ambities en doelstellingen op deze thema’s zijn (vanuit het verleden) vaak beschreven in sectorale beleidsnota’s, zoals Integraal Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte (IKP-OR) of woonagenda, economisch uitvoeringsprogramma of afspraken met woningbouwcorporaties. Duurzaamheid zit vaak ‘vast’ aan een ander inhoudelijk thema. Het programmaplan duurzaamheid, in april 2023 vastgesteld door het College, biedt kaders waar de komende jaren op ingezet wordt en hoe we duurzaamheid inbedden in de organisatie. Hiermee wordt invulling gegeven aan het effectief en efficiënt inzetten van beschikbare middelen. Het is deels een politieke keuze wat effectief en efficiënt is. In het programmaplan duurzaamheid zijn bewust geen concrete maatregelen opgenomen.
Het programmaplan duurzaamheid is onderdeel van ‘Samen aan Zet’. De contouren worden in juni 2023 voorgelegd aan de Raad en na besluitvorming worden deze nader uitgewerkt. Op deze manier wordt de Raad meegenomen en kan ze tijdig (bij) sturen. Na het vaststellen van de kaders worden de activiteiten nader beschreven. Monitoring en rapportage vindt zoveel mogelijk plaats binnen de bestaande P&C cyclus. Hierbij vindt rapportage plaats op doelstellingen of ambitie niveau en niet over elke afzonderlijke activiteit. Bij nieuwe projecten wordt gewerkt met een plan van aanpak, waarin ook tijd, geld, doelen en acties beschreven staan. Zo is het plan van aanpak Steenbreek vastgesteld door het College begin 2023.
20
De mogelijkheden voor subsidie worden in de gaten gehouden. Hierbij is de subsidiescan vanuit IGS behulpzaam. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar EU subsidies (die vaak meerjarig zijn en een uitgebreid aanvraag en verantwoordingstraject kennen) maar zeker ook naar landelijke- provinciale en regionale subsidiemogelijkheden. Hierbij kijken we niet alleen naar de subsidies die de gemeente kan aanvragen, maar wijzen we derden soms ook op relevante regelingen. Recent is de subsidieregeling aanvraag regentonnen vastgesteld, waarbij de gemeente de verbinding is met de al bestaande subsidieregeling van het Waterschap. Ook is een aanvraag ingediend en toegekend bij RVO voor CDOKE-gelden van het Rijk. Dit najaar wordt een SPUK aanvraag Lokale aanpak isolatie ingediend. Het aanvragen van de financiële middelen is geen doel op zichzelf. Het moet in verhouding staan tot realisatie van de ambities en doelstellingen. Ook moet een balans gezocht worden tussen financiering van capaciteit / proces en middelen. De start met programmatisch werken op het gebied van duurzaamheid is ook deels pionieren, innoveren en met elkaar ontdekken. Niet alles is vastgelegd en we zitten midden in een proces. b.
Doorwerking Gegeven de recente datum van ons onderzoek en daarmee de korte opvolgingsperiode volstaan we met de vaststelling dat hetgeen in ons onderzoek is onderzocht door de organisatie (verder) is opgepakt.
11. Dorpsprofielen (Raad 2022-05-24) a. Opvolging, resultaten en effecten De aanbeveling om een vervolgonderzoek te doen naar het vastgestelde participatiebeleid en de praktische werking daarvan, is bij amendement komen te vervallen. De gemeenteraad heeft bij dat amendement besloten om het college een uitgangspuntennotitie Dorpsprofielen en participatie te laten uitwerken met een duidelijk afwegings- en handelingskader voor werken met Dorpsprofielen en programma’s samen met inwoners. Denk hierbij aan opvattingen over hoe bij het overlaten van initiatieven aan de dorpen in het proces waarborgen kunnen worden ingebouwd voor democratische waarden. Het college heeft een “Uitgangspuntennotitie Dorpsprofielen en participatie” opgesteld, die aan de orde is geweest in een RTGC op 28 februari 2023. Daar is afgesproken dat het college in de raadsvergadering van april 2023 een voorstel aan de raad doet om het amendement van 24 mei 2022 als afgehandeld te beschouwen. Dat voorstel heeft de raad bij het schrijven van dit rapport over het nazorgonderzoek nog niet bereikt. Ook is afgesproken dat de raad periodiek wordt geïnformeerd over de stand van zaken van de Dorpsagenda’s. Samen met de raad wordt gezocht naar de beste manier voor het bestuur om in contact te blijven met inwonersinitiatieven.
Onder verwijzing naar onze opmerking bij het onderzoek Burgerparticipatie in Overbetuwe merken wij ook hier op dat wij het plan hadden om, in het verlengde van het onderzoek Dorpsprofielen, een onderzoek te doen naar het burgerperspectief rond participatie. Dat is stopgezet en dat is middels een brief aan de raad medegedeeld, welke brief voor kennisgeving is aangenomen. Het in beeld brengen van het perspectief van inwoners op het participatiebeleid en de uitvoering daarvan, achten wij onverminderd van belang. Participatiebeleid loop anders
21
het risico vooral een interne aangelegenheid zijn van een in zichzelf gekeerde gemeentelijke organisatie is. Terugkijkend op het RTGC van 28 februari 2023, waar de uitgangspuntennotitie Dorpsprofielen aan de orde kwam, komt de vraag op of inwoners van Overbetuwe dit nog kunnen volgen. Discussie over ingewikkelde processen en begrippen, gaan aan inwoners over het algemeen voorbij. b. Doorwerking De opvolging van de aanbevelingen door het college lijkt met het vaststellen van de Uitgangspuntennotitie Dorpsprofielen en participatie te zijn afgerond. De rekenkamer is van mening dat de doorwerking pas is afgerond indien ook invulling is gegeven aan de aanbeveling om (de rekenkamer) een vervolgonderzoek te laten doen naar het vastgestelde participatiebeleid en de praktische werking daarvan. Om de hiervoor genoemde (en met de gemeenteraad gecommuniceerde) reden is hieraan door de rekenkamer geen opvolging gegeven.
12. (Be)Grip Sociaal Domein (Raad 2022-05-24) a. Opvolging, resultaten en effecten In het -op verzoek van de gemeenteraad vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen uitgevoerderapport zijn elf aanbevelingen opgenomen, waarvan negen gericht aan de gemeenteraad en twee aan het college van B&W. Aanvullend heeft de gemeenteraad een motie aangenomen waarin de gemeenteraad aangeeft het van belang te vinden om met het college in gesprek te gaan over een aanpassing van de vastgestelde ambities en daarvoor inzicht nodig is in de effecten van de 18 maatregelen die gericht waren op het beheersbaar maken en terugdringen van uitgaven in het sociaal domein. Daarbij zouden de ervaringen van uitvoerend professionals en andere gemeenten betrokken moeten worden, net als actuele en passende gegevens.48 Op 29 november 2022 heeft het college met de gemeenteraad van gedachten gewisseld over de opvolging van de aanbevelingen uit het rapport van de Rekenkamer en de (daaraan gekoppelde) informatie- en sturingsbehoefte van de raad.
Er is daarbij gesproken over planning, opzet, inhoud en vormgeving van de beleidsmonitor en in het bijzonder het gebruik van outcome-indicatoren.49 Voorop gesteld, dat dit een invulling is van een aantal van de aanbevelingen, dit is daarmee nog geen invulling van de eerste aanbeveling, namelijk ‘vereenvoudig de wijze waarop in Overbetuwe vorm en inhoud is gegeven aan het sociaal beleid en de uitvoering hiervan en verduidelijk hoe met welke middelen welke resultaten dienen te worden behaald die tot welke maatschappelijke effecten (zouden) moeten leiden’. Het is zeer aan te bevelen om als gemeenteraad te bepalen welke maatschappelijke effecten er worden beoogd en deze meetbaar te maken, het moet anderzijds ook duidelijk zijn welke inspanningen en resultaten zouden moeten leiden tot deze effecten. De rekenkamer gaf de gemeenteraad in overweging hiervoor de figuur van een doelenboom te hanteren. Op 14 juni 2023 heeft er tijdens een voorrondevergadering een gesprek plaats gevonden met de raad over de opvolging van onze aanbeveling op dit punt. De beleidsmonitor die daarbij is gepresenteerd voldoet naar onze overtuiging aan hetgeen de rekenkamer bij het doen van haar aanbeveling voor ogen had. De doorontwikkeling met betrekking de daarin op te nemen outcome-indicatoren wordt meegenomen bij de voorbereiding van het nieuwe beleidsplan sociaal domein dat is voorzien in 2024/2025.50
48 49 50
Motie ‘Geen grip zonder begrip’, 24 mei 2022 RTGC, Beleidsmonitor sociaal domein, 29 november 2022 Ambtelijke reactie concept-rapportage, 9 juni 2023
22
Het Overbetuwse sociaal beleid kenmerkte zich door vrij algemeen geformuleerde ambities, zonder de noodzakelijke vertaalslag naar de concrete inspanningen en resultaten. De concretisering zat in de 18 maatregelen waarover -wat betreft de voortgang- de gemeenteraad eveneens tijdens de vergadering op 14 juni 2023 is geïnformeerd. Het college heeft overigens aangegeven in 2023 met maatschappelijke partners gezamenlijk invulling te geven aan de doorontwikkeling van het sociaal beleid in Overbetuwe.51 Het college heeft aangegeven om gekoppeld aan de behandeling van de berap en jaarrekening en in aanloop naar de begrotingsbehandeling met een uitgebreide monitor sociaal domein te komen. Gekoppeld aan de zes beleidsdoelen, tweemaal per jaar dus, conform de aanbeveling van de rekenkamer, met een duiding van de (waardes van de) indicatoren. De eerste monitor terugkijkend naar het voorafgaande jaar, de tweede monitor vooruitkijkend naar het volgende jaar, inclusief prognoses. Op het moment van onderzoek (mei 2023) was er nog geen monitor beschikbaar. De rekenkamer merkt op dat tijdens de RTGC over dit onderwerp er onduidelijkheid bestond over het verschil tussen de begrippen ‘output’ en ‘outcome’.
Voor de helderheid, beide zijn cijfermatig, maar output gaat over de concrete productie (het aantal uitkeringen, het aantal uren huishoudelijk hulp of jeugdhulp enz.), outcome gaat over maatschappelijke effecten zoals gezondheid, werkloosheid, veiligheid of tevredenheid. Daarbij is het van belang om input (wat doe ik ervoor?), output (met welk resultaat?) en outcome (met welk effect?) goed met elkaar te verbinden. De wijze waarop dit gebeurt is bepalend voor de in het beleid opgenomen aannames, de beleidstheorie. Dit was de essentie van de aanbeveling om u meer (dan in het verleden) te richten op de ‘hoe’-vraag, in plaats van de ‘wat’-vraag. De rekenkamer adviseerde de gemeenteraad om het beleid te vertalen naar de uitvoering en daarbij zowel de beleidsadviseurs van de gemeente Overbetuwe, (de medewerkers van) het STO en maatschappelijke partners te betrekken. Verder vast te leggen wat er precies verwacht wordt en wat er concreet gedaan moet worden, de uitvoering expliciet(er) te betrekken bij de invulling en concretisering van de budgettaire opgave en meer aandacht te geven aan de versterking van het voorliggend veld en algemene voorzieningen.52 De organisatie geeft aan gemerkt te hebben dat het belangrijk is dat taken, rollen, verantwoordelijkheden en mogelijkheden helder dienen te zijn, ook in het kader van verwachtingsmanagement.
De uitvoering, dat wil zeggen dat de medewerkers van het STO en de uitvoeringspartners, worden nadrukkelijk(er) betrokken bij de voorbereiding van plannen en het formuleren van beleidsvoornemens. Beleid en uitvoering ontmoeten elkaar regelmatig in periodieke vakgroepen en er is een eveneens frequent overleg op managementniveau met beleid, STO/= en partners in de vorm van de ManagementsOverlegTafel, MOT. Het college heeft de gemeenteraad toegezegd op zoek te gaan de mogelijkheden om de outcomemeting vorm te geven en een tussenevaluatie uit te (laten) voeren van het beleidsplan sociaal domein 2020-2025. Deze onderwerpen en documenten liggen zoals hiervoor aangegeven ter bespreking voor tijdens de politieke avond op 14 juni 2023.53
51 52 53
23
RTGC, Beleidsmonitor sociaal domein, 29 november 2022, wethouder Teunissen Rapport (Be)grip sociaal domein, aanbeveling 5, pagina 36 Ambtelijke reactie concept-rapportage, 9 juni 2023
De aanbeveling ten aanzien van prestatiegerichte contractering is door het college opgepakt. De organisatie merkt op dat een aanzienlijk deel van de contractering meerjarig en in regionaal verband heeft plaatsgevonden, hetgeen tussentijdse aanpassing lastig maakt. Het college brengt deze contractvorm wel onder de aandacht van onze lokale en regionale contractbeheerders. Het is de rekenkamer niet duidelijk in hoeverre en in welke mate dit in de toekomst tot aanpassing in de contractvorm leidt en (dus) ook met welke resultaat. Overigens hebben wij niet kunnen vaststellen dat de organisatie iets heeft gedaan met het tweede deel van de aanbeveling om het instellen van uitgavenplafonds inclusief doorleververplichtingen te overwegen of een her-indicering van Wmogerelateerde zorg en ondersteuning passend bij het geformuleerde ambitieniveau. Het college geeft in zijn bestuurlijke reactie aan dat dit inmiddels in veel contracten is ingebouwd. Wij hebben dat niet meer kunnen verifiëren. De organisatie geeft aan dat (de reden daarvoor is dat) het pro-actief herindiceren van alle bestaande cliënten in de Wmo tegen juridische bezwaren zou stuiten (en de nodige bezwaarprocedures oproepen) en daarnaast een enorme administratieve klus zijn.
De rekenkamer volgt deze redenering niet, gegeven de budgettaire uitdaging waarvoor Overbetuwe zich gesteld ziet en de mogelijkheden die er bestaan om te toetsen in hoeverre inwoners daadwerkelijk de ondersteuning ontvangen die passend is bij de hulpvraag. Overigens geeft de organisatie ook aan dat consulenten zich (steeds meer) bewust (zijn ge)worden van de financiële consequenties van de indicaties die zij afgeven. Het herijken van de verordening, die op korte termijn op de planning staat is een eerstvolgend concreet moment om te kijken of het instrumentarium verder kan worden aangescherpt.54 Ten aanzien van de aanbeveling om reëel te begroten en realistisch te zijn ten aanzien van het vermogen van inwoners om zelf- of samenredzaam te zijn wordt door de organisatie aangegeven dat dit vanzelfsprekend is. Het college dient, zo luidt de reactie, immers realistisch te begroten en realistisch te zijn ten aanzien van die verwachtingen. Dat is -naar het oordeel van de rekenkamerechter onvoldoende om op dit moment al te spreken van een adequate invulling van deze aanbeveling. Die aanbeveling is immers gedaan op basis van de vaststelling dat er de afgelopen jaren juist geen sprake was van een realistische begroting en buitengewoon hoge verwachtingen ten aanzien het zelfoplossend vermogen van de gemeenschap.
In de door het college aangekondigde beleidsevaluatie, de bijstelling van het beleid en op basis van (de progressie op) goed gekozen outcome-indicatoren zal moeten blijken of hiervan sprake is. In dit verband attenderen wij de gemeenteraad en het college overigens op de aanbeveling om uit te gaan van het bestaande, vastgestelde beleid en terughoudend te zijn met het (voortdurend) aanbrengen van (of vragen om) nieuw beleid en het doen van aanpassingen. De organisatie geeft aan dat dit (het uitgaan van en aansluiten op reeds bestaand beleid) het uitgangspunt is. Ten aanzien van de aanbeveling om de controlfunctie te versterken geeft de organisatie aan dat het college voornemens is om bij de kadernota of begroting met voorstellen te komen. Ten aanzien van de aanbeveling om de ambtelijke en bestuurlijke regionale aanhaking met betrekking tot beschermd wonen te borgen, geeft de organisatie aan dat dit het geval inmiddels het geval is. b. Doorwerking Het college en de organisatie zijn het afgelopen jaar zichtbaar aan de slag gegaan met de aanbevelingen uit het rapport (Be)grip op het sociaal domein. Zoveel is duidelijk.
54
Ambtelijke reactie concept-rapportage, 9 juni 2023
24
De nadruk lijkt met name te hebben gelegen op de monitoring en het meetbaar maken van de effecten van het beleid(suitvoering). Of ook het realisme ten aanzien van de begroting en de gekozen uitgangspunten aan kracht heeft gewonnen moet (nog) blijken uit de aangekondigde evaluatie en beleidsbijstelling. Daarbij is het van (groot) belang een logische reeks te ontdekken van gewenste effecten (outcome), daarvoor benodigde resultaten (output) en daarvoor benodigde middelen (input). Met andere woorden een (realistische) beleidstheorie die het aannemelijk maakt dat met de ingezette middelen, via de uitvoering, de beoogde effecten ook daadwerkelijk (en voor de gemeenteraad navolgbaar) kunnen worden gerealiseerd. Het is (op dit moment) nog te vroeg om te kunnen beoordelen of (indien alle aanbevelingen zijn geïmplementeerd) er sprake is van een toegenomen doeltreffendheid en doelmatigheid van het sociaal beleid. De rekenkamer overweegt (zoals wij aangaven in het nawoord in het onderzoeksrapport) om in ons onderzoeksplan 2024 een opvolgonderzoek op te nemen waarin we nadrukkelijker de concrete uitvoering bekijken, mede in relatie tot de door gemeenteraad vastgestelde ambities en beoogde effecten. Daarbij kan dan ook de door het college aangekondigde beleidsevaluatie en beleidsbijstelling worden betrokken.
Monitoring
Naar aanleiding van ons in 2018 gehouden nazorgonderzoek heeft de gemeenteraad besloten om een de adviezen van de rekenkamer, de bijbehorende raadsbesluiten en monitoring van de implementatie van de raadsbesluiten periodiek te rapporteren en te agenderen bij de kwartaalrapportages (aansluitend op de bestaande P&C-cyclus).55 Informatie in deze vorm hebben wij niet aangetroffen. Wel troffen wij in de door ons onderzochte jaarstukken een stand van zaken aan met betrekking tot de voortgang betreffende de door de raad in het verslagjaar overgenomen aanbevelingen van rekenkameronderzoeken. Mits er melding is gedaan dat aanbevelingen geheel zijn geïmplementeerd zou de raad ook in latere jaren (in de jaarstukken) de voortgang moeten kunnen volgen. Daarvan is geen sprake. Er is daarmee sprake van een onvolkomen monitoring van de opvolging van door de raad overgenomen aanbevelingen. De wetgever heeft inmiddels -bij amendering- bepaald dat, met ingang van 1 januari 2023, het college de raad jaarlijks een overzicht van de aan het college gedane voorstellen van de rekenkamer aanbiedt, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven.56
Raadsvoorstel Rekenkamerrapport ‘Nazorgonderzoek’; doorwerking rekenkameronderzoeken, behandeld in de raadsvergadering van 4 september 2018. 56 Gemeentewet, artikel 185a. 55
25
Conclusies
1. De door de rekenkamer gedane aanbevelingen worden -afgezien van een enkele aanvulling of aanpassing- door de gemeenteraad overgenomen; 2. Deze aanbevelingen worden, afhankelijk van het onderwerp, over het algemeen door het college en de ambtelijke organisatie geïmplementeerd. Een enkele keer is er sprake van een ‘aangepaste implementatie’ of zijn er redenen om (op dit moment, geheel of ten dele) van implementatie van een aanbeveling af te zien; 3. De mate en het tempo van doorwerking lijkt in de praktijk sterk samen te hangen van de interactie met reeds in voorbereidend zijnde beleidsontwikkeling of implementatieprocessen waarbij de gedane aanbevelingen (kunnen) worden meegenomen; 4. Voor zover het college en de organisatie de aanbevelingen hebben geïmplementeerd leiden deze (mede en in samenhang met de daarmee samenhangende beleidsuitvoering) tot de door de rekenkamer verwachte resultaten en effecten; 5. De monitoring is (nog) onvolkomen, doordat de gemeenteraad in de jaarstukken enkel wordt geïnformeerd over de opvolging van aanbevelingen uit onderzoeken die hebben plaats gevonden in het betreffende verslagjaar.
Aanbevelingen
Aan het college en aan de rekenkamer 1. Let in de afstemming tussen college, organisatie en rekenkamer op de mogelijkheden om ‘werk met werk’ te maken, waarbij uitkomsten van rekenkameronderzoek relatief eenvoudig kunnen worden meegenomen in de beleidsvoorbereiding en -uitvoering. Aan de gemeenteraad 2. Dring bij het college aan op opvolging van de nog niet geïmplementeerde aanbevelingen of verzoek het college expliciet aan te geven waarom hiervan zou moeten worden afgezien; 3. Zie toe op een adequate opvolging van de afspraken ten aanzien van de monitoring van (de opvolging) van door de gemeenteraad vastgestelde aanbevelingen. Met de invoering van de Wet versterking decentrale rekenkamers is overigens ook de verplichting van kracht geworden om jaarlijks de stand van zaken op te nemen in de jaarrekening.
Interviews
Ten aanzien van de te interviewen personen hebben wij ervoor gekozen om (omwille van de omvang van de hoeveelheid onderzoeken) ons te beperken tot interviews indien de door ons onderzochte documentatie daar aanleiding toe gaf. Chris van den Brink, CISO en Judith Wissing, concerncontroller (7 juni 2023) Peter Breukers, gemeentesecretaris (9 juni 2023) Ben Bloem, Strategisch adviseur sociaal domein (9 juni 2023)
26
Bestuurlijke reactie
Aan de rekenkamer t.a.v. de heer H.J.J.M. Smeets
Uw brief van Uw kenmerk 11 juli 2023 Onderwerp: Bestuurlijke reactie op concept-rapport ‘De rekenkamer onderzocht’
Ons kenmerk 2023-049039 Behandeld door Karin van Reekum
Datum 29 augustus 2023 Telefoonnummer 0488 469466
Verzonden d.d. Bijlage(n) geen
Geachte heer Smeets, Op 11 juli jongstleden ontvingen wij het concept-rapport ‘De rekenkamer onderzocht; Nazorgonderzoek rekenkamer Overbetuwe 2018-2022’. U heeft ons verzocht om in het kader van bestuurlijk wederhoor een reactie te geven op de concept-rapportage. Bij deze ontvangt u onze reactie. Algemeen U heeft ervoor gekozen om de twaalf door u in de raadsperiode 2018-2022 uitgebrachte rapporten te onderzoeken. Insteek van het Nazorgonderzoek was de vraag in hoeverre de aanbevelingen die de raad heeft overgenomen ook daadwerkelijk zijn opgevolgd en uitgevoerd. En in hoeverre het daarmee beoogde effect ook is gerealiseerd. Met belangstelling hebben wij uw uitgebreide concept-rapport gelezen. U heeft per onderwerp uw conclusies en/of aanbevelingen aangegeven. Hieronder reageren wij daar inhoudelijk op. Inhoudelijke reactie per onderwerp 1. Burgerparticipatie in Overbetuwe Bewonersparticipatie maakt onderdeel uit van ieder project dat wij uitvoeren. Aard en omvang bepalen wij, samen met de raad, via projectopdracht en -plan. Op beleidsniveau zijn met de interactievisie en -wijzer en het participatiebeleid de kaders voor onze handelingswijze vastgelegd. Daarbij gaat het niet alleen over hoe wij bewonersparticipatie toepassen bij onze initiatieven maar ook hoe wij graag zien dat andere initiatiefnemers dit doen.
Daarnaast beschrijven wij ook hoe wij onze rol zien bij initiatieven van inwoners of derden. Met het Uitvoeringsprogramma ambiëren wij dat participatie meer gaat ‘leven’ en zichtbaar wordt in de samenleving en dat bewonersparticipatie meer het startpunt wordt van onze projecten in plaats van alleen onderdeel van onze projecten. Via het programma ‘Anders werken met de Samenleving’ geven wij hier uitvoering aan. De rekenkamer ziet graag een bewonersperspectief op inwonerparticipatie. Deze wens onderschrijven wij. Via de CBS-site ‘waarstaatjegemeente.nl’ is via de burgerpeiling wel de waardering voor het gemeentelijk handelen gemeten. De cijfers geven alleen geen recent beeld en zijn daarom slecht bruikbaar. We onderzoeken of en hoe we een bewonersperspectief op participatie beter meetbaar kunnen maken.
Dorpsstraat 67, Elst/Postbus 11, 6660 AA Elst T 14 0481 E info@overbetuwe.nl www.overbetuwe.nl NL03BNGH0285092030 KvK nummer 51178567 Btw nr NL809032375B01
27
1/6
2. Onderzoek Sociaal Kernteams a. Opvolging, resultaten en effecten De gemeenteraad heeft bij amendement aan de aanbevelingen uit het onderzoek de opdracht aan het college toegevoegd, om aan de raad uiterlijk in juli 2020 een uitvoeringsnota ter besluitvorming voor te leggen, waarin duidelijk alle aanbevelingen uit het Rekenkamerrapport worden behandeld binnen de dan geldende situatie. Dit heeft geresulteerd in een collegevoorstel[1], waarbij het “Beleidsplan Sociaal Domein 2020-2025, een sterke sociale basis” aan de raad werd voorgelegd en dat de raad op 10 november 2020 heeft vastgesteld. Met het oog op verbeteringen en optimalisaties op onderdelen van de huidige inrichting van het STO, staat in het Uitvoeringsprogramma 2022-2026 aangekondigd hiertoe een plan uit te werken. Om toe te werken naar een optimaal en consistent geheel van de inrichting van onze dienstverlening, wordt hiervoor in 2023 een extern advies ingewonnen. Daarnaast is vóór de zomer van 2023 de oplevering van de tussenevaluatie van het beleidsplan sociaal domein aangeleverd. Ook daarin is nader ingegaan op het rekenkameronderzoek, de aanbevelingen daaruit en de opvolging daarvan. Een nieuwe formatiescan om te kijken of de uitvoeringspraktijk in lijn ligt met de doelstellingen zoals deze zijn opgesteld in het beleidsplan, wordt gemaakt in 2023. In de ambtelijke reactie op de aanbevelingen m.b.t.
monitoring en outcome-indicatoren wordt verwezen naar een rondetafelgesprek over de monitor sociaal domein op 29-11-2022. Daarin is o.a. ingegaan op de wijze en frequentie van monitoring, kpi’s, sturing op output versus outcome en de mate van ambities en het sturen daarop. De opbrengst is verwerkt in de Beleidsmonitor Sociaal Domein die is besproken tijdens de RTG op 14 juni 2023. Tijdens dit RTG is ook informatie gedeeld over een lopend traject ten aanzien van meer outcome-gericht meten. Dat was overigens een reactie op ons onderzoek ‘(Be)grip sociaal domein’. b. Doorwerking De opvolging van de door de rekenkamercommissie en door de gemeenteraad overgenomen aanbevelingen is weliswaar opgepakt, de mate van doorwerking is op dit moment -mede met het oog op de tussenevaluatie van het beleidsplan sociaal domein en het onderzoek naar de dienstverlening in het sociaal domein- nog niet te bepalen. 3. Quickscan Duurzaamheid Het college sluit zich aan bij de Rekenkamer dat een groot deel van de aanbevelingen al zijn opgepakt met de Routekaart. Met de contouren programmaplan duurzaamheid en de bijbehorende monitoringssystematiek die momenteel verder wordt ontwikkeld, wordt ook invulling gegeven aan monitoring en rapportage richting raad en college. 4.
Quickscan digitale en schriftelijke toegankelijkheid WMO pagina’s op website en brieven Het college kan zich vinden in uw constateringen. 5. Voorbij het opgavegericht werken Het college kan zich grotendeels vinden in de bevindingen van de rekenkamer inzake dit nazorgonderzoek. Wel willen we nog een aantal opmerkingen maken. Het voornemen is altijd geweest om in 2023 de organisatievisie en koers te evalueren en dat voornemen is met de raad gedeeld (zie TIC Organisatievisie en koers 2020, d.d. juli 2020 in de paragraaf Evaluatie: https://overbetuwe.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/a73cde0e-a4404d72-be1f-f728bacebe64). De uitkomst van deze evaluatie konden we ten tijde van uw onderzoek niet delen, omdat de evaluatie toen nog niet was afgerond door Hiemstra & de Vries. Inmiddels hebben we u het rapport doen toekomen.
2/6
28
Uw opmerkingen over ‘oog en oor hebben voor signalen uit de samenleving’ vinden wij opmerkelijk. Met name uw suggestie dat we alleen signalen zouden kunnen opvangen via inwonersonderzoek, enquêtes, inwonersavonden, klachten en bezwaren enz. Ook in het ambtelijk wederhoor is hierop gereageerd. Natuurlijk halen wij signalen uit gesprekken tijdens inwonersavonden of naar aanleiding van klachten en bezwaren. Maar dat doen we eveneens via klanttevredenheidsonderzoeken, bedrijfsbezoeken of gesprekken met scholen, wooncorporaties en zorgorganisaties die veelvuldig plaatsvinden. Onzes inziens doet de focus op het instrumentarium geen recht aan onze inzet en aan onze positie in de lokale samenleving. Het college onderschrijft de observatie van zowel de rekenkamercommissie als de OR dat de organisatie in rustiger vaarwater is gekomen. Wij delen eveneens de aanbeveling uit de evaluatie door Hiemstra & de Vries dat het van belang is om nu te focussen, te sturen en vast te houden. 6. Ruimtelijke initiatieven beoordeeld Het college kan zich vinden in uw constateringen. 7. Volwassenheidsonderzoek Informatiebeveiliging gemeente Overbetuwe Wij herkennen ons in het beeld dat de rekenkamer beschrijft ten aanzien van de opvolging van de aanbevelingen uit het Volwassenheidsonderzoek Informatiebeveiliging gemeente Overbetuwe.
Veel aanbevelingen zijn met succes doorgevoerd en een aantal activiteiten is nog onderhanden. Het bewustzijn rondom informatiebeveiliging is bij medewerkers en bestuurders duidelijk toegenomen en technische maatregelen om de informatieveiligheid te bevorderen, zijn doorgevoerd. Informatiebeveiliging krijgt meer aandacht in het Planning&Control-proces, is beleidsmatig beter geborgd en is onderdeel geworden van de interne bedrijfsvoeringsprocessen. De rekenkamer stelt vast dat door capaciteitsgebrek bij ICT Lingewaard een aantal aanbevelingen nog niet volledig zijn opgevolgd en dat de opvolging van deze aanbevelingen nadrukkelijk aandacht verdient. De ambtelijke organisatie is zich hier van bewust en voert ook nadrukkelijk actief het gesprek hierover met ICT Lingewaard. Dit vraagstuk zal tevens in de evaluatie van de ICT-samenwerking later dit jaar de nodige aandacht krijgen. 8. Overbetuwe uit de schulden De conclusies uit de rapportage onderschrijven we grotendeels. Graag geven we nog enkele opmerkingen en/of nuances mee op de concept rapportage en een aantal voorstellen om de tekst op enkele onderdelen te wijzigen. Op p.18 schrijft u dat het effect van vroegsignalering nog achterblijft, net als het percentage inwoners dat naar aanleiding van vroegsignalering een hulpaanbod accepteert.
We willen hierbij opmerken dat we sinds mei 2023 vroegsignalering in eigen beheer uitvoeren (door de eigen schuldhulpverleners in plaats van Stichting Rijnstad) en we inwoners met een betaalachterstand vaker direct benaderen (huisbezoek, telefonisch contact) in plaats van een brief of e-mail te sturen. De eerste resultaten zijn vooralsnog positief. Op p.16 schrijft u dat het volgens de organisatie ‘lastig is’ om de beslistermijn van 8 weken te halen. Dit is niet helemaal juist. Het is nu nog lastig om te meten of we de 8 weken termijn halen. Er is nu een KPI geformuleerd en ingericht in de nieuwe applicatie schuldhulpverlening, waarmee we in staat zijn de beslistermijn te meten. Een aanpassing van de tekst zouden wij op prijs stellen. Op p.17 schrijft u dat de KPI over nazorg en een kwalitatieve, op maatschappelijke waarde gerichte KPI, begin 2024 geëvalueerd worden. Eerder is de raad echter geïnformeerd dat deze KPI’s begin 2024 nog niet meegenomen kunnen worden in de evaluatie. De KPI over nazorg is inmiddels ingericht in de applicatie schuldhulpverlening. Het meten van deze KPI neemt echter meer tijd in beslag, omdat er nu nog niet voldoende data is om te meten of iemand daadwerkelijk duurzaam schuldenvrij (5 jaar) is. De op maatschappelijke waarde gerichte KPI is nog niet geformuleerd, dit duurt tot eind 2024. Beide KPI’s worden in de tussenevaluatie van het
3/6
29
beleidsplan begin 2025 voorgelegd aan de raad. Een aanpassing van de tekst zouden wij op prijs stellen. U maakt een terechte opmerking op p.18. dat de analyses naar de hoge recidive en de gemiddelde hogere kosten per cliënt nog niet zijn opgepakt. We streven ernaar deze analyses alsnog uit te voeren in de tweede helft van 2024. Wat we daarnaast waarnemen, is dat veel inwoners die een schuldhulpverleningstraject volgen vaak lang wachten voordat er hulp van ons ingeroepen wordt. Dat betekent vaak dat er een grotere disbalans in de financiële huishouding is. Om die reden zijn er relatief weinig inwoners die in een schuldhulpverleningstraject zitten met daarbij een grotere inzet van middelen. Door vroegsignalering in eigen beheer uit te voeren, zien we al in korte tijd dat we inwoners met beginnende betaalachterstanden beter weten te bereiken. We denken dat in de toekomst er meer inwoners gebruik zullen maken van een lichtere vorm van schuldhulp. Onderzoek zal dat moeten uitwijzen evenals de ervaring met de nieuwe werkwijze om meer in eigen beheer uit te voeren. 9. Van Wob naar Woo Wij herkennen ons in de inhoud van het nazorgonderzoek ‘van WOB naar WOO’. Voor wat betreft de informatie over PLOOI zijn we echter ingehaald door de tijd.
Wij zouden er daarom voor willen pleiten om een voetnoot toe te voegen waarin wordt aangeven dat in een brief van begin juni 2023 duidelijk is geworden dat er geen platform ontwikkeld zal worden door de Rijksoverheid ten behoeve van het publiceren van de actief openbaar te maken documenten, maar dat er alleen een verwijsindex wordt ontwikkeld. Dit betekent dus dat we als gemeente zelf een voorziening moeten ontwikkelen om deze informatie op te publiceren. De plicht tot actieve openbaarmaking is vooralsnog opgeschort totdat er middels een koninklijk besluit een datum hiervoor wordt vastgelegd. De verwachting is dat dit in de loop van 2024 zal zijn. 10. Klimaatbeleid in Overbetuwe 2008-2021 Het college kan zich vinden in uw constateringen. 11. Dorpsprofielen a. Opvolging, resultaten en effecten De aanbeveling om een vervolgonderzoek te doen naar het vastgestelde participatiebeleid en de praktische werking daarvan, is bij amendement komen te vervallen. De gemeenteraad heeft bij dat amendement besloten om het college een uitgangspuntennotitie Dorpsprofielen en participatie te laten uitwerken met een duidelijk afwegings- en handelingskader voor werken met Dorpsprofielen en programma’s samen met inwoners. Denk hierbij aan opvattingen over hoe bij het overlaten van initiatieven aan de dorpen in het proces waarborgen kunnen worden ingebouwd voor democratische waarden.
Het college heeft een “Uitgangspuntennotitie Dorpsprofielen en participatie” opgesteld, die aan de orde is geweest in een RTGC op 28 februari 2023. We komen zoals afgesproken in het derde kwartaal met een overzicht van de stand van zaken van de Dorpsagenda’s per dorp. Samen met de raad wordt gezocht naar de beste manier voor het bestuur om in contact te blijven met inwonersinitiatieven. Zo heeft de griffie in juni een avond georganiseerd (met medewerking van dorpscontactpersonen) voor bewonersorganisaties waarbij ook dorpscontactpersonen aanwezig waren. Onder verwijzing naar onze opmerking bij het onderzoek Burgerparticipatie in Overbetuwe merken wij ook hier op dat wij het plan hadden om, in het verlengde van het onderzoek Dorpsprofielen, een onderzoek te doen naar het burgerperspectief rond participatie. Dat is stopgezet en dat is middels een brief aan de raad medegedeeld, welke brief voor kennisgeving is aangenomen. Het in beeld brengen van het perspectief van inwoners op het participatiebeleid en de uitvoering daarvan, achten wij onverminderd van belang. Participatiebeleid loopt anders het risico vooral een interne aangelegenheid zijn van een in zichzelf gekeerde gemeentelijke organisatie. Terugkijkend op het RTGC van 28 februari 2023, waar de uitgangspuntennotitie Dorpsprofielen aan de orde kwam, 4/6
30
komt de vraag op of inwoners van Overbetuwe dit nog kunnen volgen. Discussie over ingewikkelde processen en begrippen, gaan aan inwoners over het algemeen voorbij. 12. (Be)Grip Sociaal Domein Wij herkennen het beeld dat wij sinds de oplevering van het rapport (Be)Grip Sociaal Domein niet hebben stilgezeten. Samen met de gemeenteraad is het college op zoek gegaan naar hoe het beste invulling te geven aan de verschillende aanbevelingen in het rapport. In eerste instantie tijdens de raadsvergadering van 24 mei 2022, maar ook tijdens het rondetafelgesprek van 29 november van datzelfde jaar, waar de eerste contouren van de nieuwe monitor werden gepresenteerd, en onlangs op 14 juni, bij de presentatie van de eerste monitor ‘nieuwe stijl’. Dat we er daarmee nog niet zijn, spreekt voor zich. Zo merkt de rekenkamer terecht op dat nog geen invulling is gegeven aan de wens om meer outcomegericht te meten. Zoals op 14 juni jl. ook is gemeld, zijn wij momenteel in gesprek met een partij die dit voor ons zal vormgegeven. Nu de selectiefase is afgerond en een partij is gekozen, kunnen wij ons richten op het bouwen van deze monitoring van maatschappelijke effecten. Wij hopen de eerste resultaten hiervan in de loop van 2024 met de raad te kunnen delen.
Ten aanzien van prestatiegerichte contractering wenst het college nog toe te voegen dat wij bij het overgaan op nieuwe contracten altijd de afweging maken wat op dat moment de best passende en juridisch onderbouwde contractvorm is. Prestatiegerichte contractering is daarbij niet altijd mogelijk of wenselijk. Waar dit wel mogelijk of wenselijk is, wordt dit altijd in overweging genomen. Dat er niets gedaan zou zijn met de mogelijkheid om uitgavenplafonds toe te passen, is onjuist. Dit is inmiddels in veel contracten ingebouwd. Echter geldt ook hier dat dit niet altijd het gewenste effect heeft: een uitgavenplafond werkt per aanbieder, een plafond op een aanbieder leidt vaak tot een verschuiving van de zorgvraag naar een andere aanbieder die hetzelfde product levert (waterbedeffect). Al met al wenst het college te benadrukken dat wij voortvarend aan de slag zijn gegaan met de aanbevelingen uit dit meest recente rekenkamerrapport en dit ook de komende tijd zullen blijven doen. Uw conclusies en aanbevelingen U eindigt het concept-rapport met een aantal conclusies en aanbevelingen. Wij kunnen uw eerste vier conclusies onderschrijven.
Uw 5de conclusie (“De monitoring is (nog) onvolkomen, doordat de gemeenteraad in de jaarstukken enkel wordt geïnformeerd over de opvolging van aanbevelingen uit onderzoeken die hebben plaats gevonden in het betreffende verslagjaar”) is correct in die zin dat in jaarstukken enkel wordt teruggekeken op het betreffende voorgaande jaar. Dat de monitoring daardoor onvolkomen is, zijn wij niet met u eens. U heeft kunnen lezen dat er wel degelijk wordt gemonitord, echter niet (altijd) wordt teruggekoppeld aan de raad. U doet één aanbeveling aan het college, te weten: “Let in de afstemming tussen de college, organisatie en rekenkamercommissie op de mogelijkheden om ‘werk met werk’ te maken, waarbij uitkomsten van rekenkameronderzoek relatief eenvoudig kunnen worden meegenomen in de beleidsvoorbereiding en -uitvoering.” Deze aanbeveling nemen wij graag ter harte. Daarom is ons voorstel om binnen het managementteam jaarlijks in het derde kwartaal te inventariseren welke onderwerpen hiervoor in aanmerking komen voor het daaropvolgende jaar en de uitkomsten daarvan te bespreken met de rekenkamer. Andersom nodigen wij u van harte uit om uw ideeën voor te onderzoeken onderwerpen tijdig met ons te bespreken om op die manier samen tot meerwaarde te komen met elkaar.
5/6
31
Tot slot Wij willen u hartelijk danken voor de tijd en moeite die u heeft genomen om dit nazorgonderzoek uit te voeren. Het is een omvangrijk onderzoek geweest waarbij u gepoogd heeft de inzet vanuit de ambtelijke organisatie zo beperkt mogelijk te houden. Hiervoor spreken wij graag bij deze onze waardering uit. Hoogachtend, burgemeester en wethouders, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
P.J.E. Breukers
R.P. Hoytink-Roubos
6/6
32
Nawoord rekenkamer Wij zijn het college en de organisatie zeer erkentelijk voor de uitgebreide inhoudelijke reactie op ons omvangrijke nazorgonderzoek. Het onderzoek beslaat immers een periode van vier jaar waarin twaalf onderzoeken door ons zijn uitgevoerd. De bestuurlijke reactie is -zoals gebruikelijk- opgenomen in ons rapport, maar graag staan wij nog even stil bij een beperkt aantal opmerkingen. In zijn bestuurlijke reactie merkt het college naar aanleiding van de opvolging van het onderzoek naar de organisatie-ontwikkeling op dat wij in ons onderzoek de suggestie zouden wekken dat het college en de organisatie alleen signalen zouden kunnen opvangen via inwonersonderzoek, enquêtes, inwonersavonden, klachten en bezwaren enz. Dat is niet wat wij hebben geschreven. Daar staat immers: ‘Wij hebben (nog) niet kunnen vaststellen dat het college een goed oog en oor heeft voor signalen uit de gemeenschap. Dat zou immers kunnen blijken uit inwonersonderzoek, enquêtes, inwonersavonden, klachten en bezwaren enz.’ In de ambtelijk wederhoorreactie merkt de organisatie op dat ‘het feit dat er geen bevolkingsonderzoeken of enquêtes worden gehouden niet aantoont dat de college geen oog en oor zou hebben voor signalen uit de samenleving.
Er zijn immers vele manieren om signalen op te pikken en dat doen we ook.’ De rekenkamer stelt dus niet dat het college geen oog en oor heeft voor signalen uit de samenleving of alleen signalen zou kunnen opvangen via inwonersonderzoek, enquêtes, inwonersavonden, klachten en bezwaren enz. Wij stellen enkel dat we niet hebben kunnen vaststellen dat het college dit ook daadwerkelijk doet en dat dit juist zou kunnen blijken uit de genoemde instrumenten. In reactie daarop geeft de ambtelijke organisatie overigens zelf aan dat er geen bevolkingsonderzoeken of enquêtes worden gehouden. Het college stelt dat er natuurlijk signalen worden gehaald uit gesprekken tijdens inwonersavonden of naar aanleiding van klachten en bezwaren en door middel van klanttevredenheidsonderzoeken, bedrijfsbezoeken of gesprekken met scholen, wooncorporaties en zorgorganisaties die veelvuldig plaatsvinden. Daar gaat de rekenkamer uiteraard vanuit, maar ook dat (alleen) getuigt nog niet van een navolgbare opvolging van het hebben van een goed oog en oor voor signalen uit de gemeenschap. Dat moet blijken uit bewijslast en die hebben we tijdens ons onderzoek, in de vorm van genoemde instrumenten en de navolgbare opvolging van die signalen in beleid en uitvoering, niet aangetroffen.
Ten aanzien van onze bevindingen in ons onderzoek naar schuldhulpverlening stelt het college dat wij aangeven dat het volgens de organisatie `lastig is’ om de beslistermijn van 8 weken te halen en dat dit niet helemaal juist is. Door de organisatie is aangegeven dat het nu nog lastig is om te meten of de termijn van 8 weken wordt gehaald en dat er een KPI is geformuleerd en ingericht in de nieuwe applicatie schuldhulpverlening, waarmee de organisatie in staat is de beslistermijn te meten. Wij hebben de betreffende passage aangepast. Dat geldt ook voor de passage over de in 2024 te evalueren KPI met betrekking tot nazorg en een kwalitatieve, op maatschappelijke waarde gerichte KPI.
33
De raad is -zo geeft het college in zijn reactie aan- echter geïnformeerd dat deze KPI’s begin 2024 nog niet meegenomen kunnen worden in de evaluatie. Beide KPI’s worden in de tussenevaluatie van het beleidsplan begin 2025 voorgelegd aan de raad. Ook die passage is aangepast. Wat betreft onze aanbeveling (naar aanleiding van het onderzoek naar de grip op het sociaal domein) ten aanzien van het opnemen van een uitgavenplafond in de contracten, merkt het college op dat dit inmiddels gebeurt. Dat hebben wij echter tijdens het onderzoek niet kunnen vaststellen, noch is hier tijdens de ambtelijk wederhoorfase door de organisatie op gecorrigeerd. Wij hebben dat niet meer kunnen verifiëren. De betreffende passage is hierop aangepast. De door het college gemaakte opmerking met betrekking tot het ‘onvolkomen zijn van de monitoring’ (h)erkennen wij, inclusief de opmerking dat er wel degelijk wordt gemonitord, echter niet (altijd) wordt teruggekoppeld aan de raad. Daar zit dus nog ruimte voor verbetering. Wij zijn blij met de passage waarin het college aangeeft, net als wij, om in de afstemming tussen de college, organisatie en rekenkamer de mogelijkheden te verkennen om `werk met werk’ te maken, waarbij uitkomsten van rekenkameronderzoek relatief eenvoudig kunnen worden meegenomen in de beleidsvoorbereiding en -uitvoering.
Het voorstel om in het derde kwartaal tot een inventarisatie van onderwerpen en afstemming te komen nemen we graag over.
34
Dorpsstraat 67 6661 EH Elst Postbus 11 6660 AA Elst telefoon (0481) 362 300 fax (0481) 372 482 info@overbetuwe.nl www.overbetuwe.nl