CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

25-06-03.01 Overzicht beantwoording (technische) vragen Kadernota 2026

Voorronde Zaal 3 3 juni 2025, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Informatiebijeenkomst door het college over de kadernota 20261.794 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026: gesteld voorafgaand en tijdens het IBC Versie: 6 juni 2025

Inhoud

1. 1.1 Technische vragen BOB ......................................................................................................................................................................2 2. 1.2 Technische vragen GroenLInks ...........................................................................................................................................................2 3. 1.3 Technische vragen ChristenUnie .........................................................................................................................................................3 4. 1.4 Technische vragen Elvira Patelias .....................................................................................................................................................10

1

1.1 Technische vragen BOB Nagekomen vragen Vraag 1: Bezuinigingen op het P-budget: hoe verhoudt het begroten op het maximum van de schaal zich tot de omliggende gemeenten? Antwoord: Het begroten van de loonkosten op het maximum van de schaal is één van de uitgangspunten van de systematiek Personeelsbudget (P-budget). In de meest recente evaluatie van de systematiek P-budget uitgevoerd door Berenschot in 2023 (2023-063987) is de systematiek P-budget vergeleken met een aantal vergelijkbare gemeenten. Hieruit volgt dat er geen algehele best practice is op het gebied van een systematiek en dat er geen beter alternatief vormt voor de systematiek die momenteel door gemeente Overbetuwe wordt benut. In verhouding tot de andere gemeenten kent Overbetuwe de meest formeel ingebedde systematiek voor het P-budget. In de praktijk kennen alle gemeenten een bepaalde systematiek, zij het dat deze niet altijd even formeel en uitgebreid is vastgesteld binnen de organisatie. 1.2 Technische vragen GroenLInks Nagekomen vraag Vraag 1: Ombuigingen 5.04. Er wordt verwezen naar 5.06 . Klopt de verwijzing? 5.06 staat niet in de bijlagen Antwoord: Deze verwijzing klopt inderdaad niet. Het oorspronkelijke format 5.06 betrof de inzet van de cultuurcoach waar in de tekst van dit format 5.04 naar wordt verwezen. Wat er staat over het budget Cultuur klopt overigens nog wel.

2

1.3 Technische vragen ChristenUnie Vraag 1. Is er een overzicht te delen van de ontwikkeling baten en lasten 2018 t/m 2024 in Overbetuwe, met daarin inzicht in begroot vs gerealiseerd resultaat en met onderscheid tussen het resultaat voor en na inzet van (bestemming)reserves? Antwoord: Zie bijlage 1. Vraag 2. Is er een overzicht te delen van huidige bestemmingsreserves met daarbij in ieder geval startjaar reserve, ontwikkeling begroting en realisatie per jaar en verwacht jaar van realisatie? Antwoord: Zie bijlage 2 Vraag 3. Is inzicht te geven in preventie vs niet-preventie gerelateerde inzet van zowel a) begroting2025/kadernota 2026 per programma als b) het overzicht van alle ombuigingsopties? Antwoord: Conform de raad breed aangenomen motie ‘Handhaaf preventie en kwaliteit van zorg[1]’ is gevraagd om inzicht te geven in de preventiebudgetten en (voor zover mogelijk) de impact hiervan. Preventie is een breed begrip waarvoor diverse definities bestaan. Ten behoeve van het gevraagde inzicht in de baten van preventie, de kadernota en de programmabegroting hebben wij ons beperkt tot preventieve programma’s en maatregelen ter voorkoming van latere psychische, sociale, maatschappelijke en medische problemen. Het is (technisch) mogelijk om per programma en van alle ombuigingsopties aan te geven of deze onder de hierboven gehanteerde definitie van preventie vallen.

Dit vraagt meer tijd. Aanvullende beantwoording vraag 3 ChristenUnie Zoals toegezegd bij de informatiebijeenkomst dd. 3 juni jongstleden over de Kadernota 2026 ontvangt u hierbij aanvullende beantwoording op uw technische vraag. Daarbij vinden wij het belangrijk te vermelden dat preventie in zekere mate een zogeheten ‘containerbegrip’ is. Of een bepaalde interventie wel of niet preventief is, en zo ja in welke mate, is afhankelijk van de gehanteerde definitie van preventie. Zo kan bijvoorbeeld onderscheid gemaakt worden in doelgroep (van gezonde bevolking tot chronisch zieke mensen), de fase van preventie (van primaire preventie, het voorkomen dat gezonde mensen ziek worden of klachten krijgen, secundaire preventie, ofwel het in een zo vroeg mogelijk stadium opsporen van beginnende klachten en/of gezondheidsrisico’s tot tertiaire preventie, het voorkomen van complicaties of verergering bij mensen die al ziek zijn) of naar doel: ziektepreventie, gezondheidsbevordering of

[1] 24-07-02.06 M5 motie PvdA, GL, VVD, D66, CDA, CU, GBO, OBN Motie handhaaf preventie en kwaliteit van zorg aangenomen

3

gezondheidsbescherming1. De hier genoemde terminologie is primair geënt op de lichamelijke/somatische gezondheid van mensen, maar deze rangschikkingen kunnen ook gehanteerd worden voor het algehele welzijn of de mentale- en financiële gezondheid van onze inwoners. Uw vraag is dan ook niet eenvoudig te beantwoorden en het gegeven antwoord is dan ook bij voorbaat aan discussie onderhevig. Desalniettemin hebben wij in onderstaande overzichten geprobeerd een categorisering te maken tussen de verschillende ombuigingsmogelijkheden naar de mate waarin er sprake is van preventieve werking. We hebben ons daarbij beperkt tot 3 categorieën: ja, nee en deels. Nogmaals: dit is afhankelijk van definities en leent zich in veel gevallen voor discussie danwel verdieping, een exercitie die veel tijd kost. Wij hebben ons bij de beantwoording van uw vraag beperkt tot het sociaal domein, specifiek de programma’s 4 en 5. Dat laat onverlet dat ook in andere programma’s sprake is van inzet waarvan met recht gesteld kan worden dat daar een preventieve of gezondheid bevorderende werking van uit gaat (denk bijvoorbeeld aan sporten en bewegen, of schone lucht). Voor nu hebben wij dit buiten beschouwing gelaten.

Tot slot herhalen wij dat het college bij haar afweging voor het dekkingsvoorstel indachtig uw motie "Handhaaf preventie en kwaliteit van zorg" heeft gehandeld en preventieve maatregelen zoveel mogelijk heeft ontzien. Ook wijzen wij u er opnieuw op dat niet iedere gemeentelijke investering in preventie ook als baat op de gemeentelijke begroting landt2. Waar dit wel het geval is, werkt een positief financieel effect van preventieve maatregelen door in de jaarlijkse lasten en derhalve ook de ramingen voor de toekomst.

1 Zie https://www.vzinfo.nl/preventie/wat-is-preventie 2 Zie pagina 11 van de Kadernota

4

Overzicht preventieve/niet-preventieve maatregelen programma 4

5

Overzicht preventieve/niet-preventieve maatregelen programma 5

6

Vraag 4. Is van alle ombuigingsopties aan te geven of dit (niet)wettelijke taken betreft (n.a.v. onze eerdere technische vragen hierover m.b.t. begroting 2025, zoals gedeeld op 8 en 16 oktober2024)? Antwoord: Zie bijlage 3a en 3b Vraag 5. Wanneer wordt de (analyse impact van de) meicirculaire verwacht? Antwoord: De impact van de meicirculaire wordt op 24 juni in het college behandeld en wordt direct daarna aan de raad ter beschikking gesteld. Vraag 6. Waarom ontbreken er nummers in de totale lijst van ombuigingen? Antwoord: Om aansluiting te houden met de lijst van de vorige kadernota, zijn de reeds gerealiseerde ombuigingen uit de lijst gehaald. Vraag 7. In hoeverre is er in deze kadernota ook al rekening gehouden met het VNG-meerjarenbegrotingsadvies 2026-2029? Antwoord: Daar is zoveel als mogelijk rekening gehouden. Overigens zullen we ook rekening houden met het begrotingsadvies van de Provincie. Vraag 8. Welke legenda hoort bij de kleuren in de tabel met effecten van de € 2,1 miljoen op de reguliere kengetallen weergegeven op pagina 36? En waarom zijn dezelfde percentages (0%) voor 4.Structurele exploitatieruimte in deze tabel deels oranje en deels groen? Antwoord:

In 2026 en 2027 is het resultaat € 0, daardoor oranje bij 4.Structurele exploitatieruimte, in 2028 en 2029 een kleine plus als resultaat, waardoor 4.Structurele exploitatieruimte net iets hoger is dan 0,0% en de kleur groen krijgt. Vraag 9. Op pagina’s 37 onder Financiën en 29 onder 7.1 Financiën wordt aangegeven dat “We streven naar een weerstandsratio tussen de 1,4 en 2,0.” en is het beeld dat we ten aanzien van het weerstandsvermogen boven 1,4 blijven in 2026 tot en met 2029. De betekenis van verschillende weerstandsratio’s voor beoordeling ontbreekt echter. Is een bijbehorende/dergelijke (waarderings)tabel te delen? Antwoord:

7

Vraag 10. Op pagina 40 wordt in de 1e paragraaf aangegeven “de evaluatie van de formatie-uitbreiding naar aanleiding van de benchmark is tijdens de begrotingsbehandeling 2026 afgerond. Op basis van de uitkomsten wordt een voorstel gedaan of we deze formatie willen behouden in de richtlijn en dan ook financieel meerjarig willen meenemen.” a) klopt 2026 of moet dat 2025 zijn aangezien begroting 2026 nog niet behandeld is en b) wat is het effect per jaar van een eventueel (meerjarig) financieel voortzetting in 2026 – 2029 van de tijdelijk 10,2 fte formatie-uitbreiding in 2025 en waar wordt (mogelijk) gezocht voor eventuele dekking? Antwoord: a) Het jaar 2026 is correct. Na de zomer van dit jaar ronden wij de evaluatie van de formatie-uitbreiding af. Eventuele financiële consequenties daarvan verwerken wij in de begroting 2026 die uw raad in november behandeld. b) De totale 10,2 fte formatie-uitbreiding staat gelijk aan afgerond 1 miljoen euro structurele uitbreiding van het P- budget. Voor de eventuele dekking daarvan (of een deel) zal het college met een voorstel komen. Vraag 11. Klopt het dat ombuiging 1.04 hondenuitlaatplekken vanaf 2026 een aanvullende ombuiging voor hondenbezitters is, op de verhoogde hondenbelasting met 10% vanaf 2025? Antwoord: Ja, dat klopt. 8

Vraag 12. Ombuiging 2.14 subsidie TVAN: in hoeverre is dat een subsidie of een vergoeding voor uitvoering van activiteiten/taken door TVAN voor Overbetuwe specifiek en/of de regio? Antwoord: Het is een vergoeding voor uitvoering van activiteiten/taken door TVAN. Vraag 13. Hoe verhoudt ombuiging 5.28 Armoedebeleid zich tot het voorstel “Voorbereidende vergadering Beleidsplan armoedebeleid 2026-2032 ''Bijdragen aan bestaanszekerheid'' welke op 3 juni 2025 in de voorronde cluster inwoners als agendapunt 2 wordt behandeld? Klopt het dat door voorgenoemde voorbereidende vergadering vooruit wordt gelopen op ombuiging 5.28? Antwoord: Ja, dat klopt Vraag 14. Wat is de impact van voorgestelde ombuigingen 7.10 ICT-projectenbudget en 7.27 ICT eenmalige lasten op de ICT-samenwerking met Gemeente Lingewaard? Antwoord: De impact van deze voorgestelde ombuigingen op de ICT-samenwerking met Lingewaard is gering. Bovenvermelde budgetten worden ingezet voor de (door)ontwikkeling van onze eigen informatisering. Dit speelt zich af op applicatieniveau. Hierbij kan gedacht worden aan het uitbreiden van functionaliteit binnen de applicaties (en hierdoor efficiënter kunnen werken) of het leggen van koppelingen tussen applicaties. Daarnaast gebruiken we deze budgetten om onvermijdelijke kosten op te vangen voor noodzakelijke wijzigingen in applicaties als gevolg van wetswijzigingen.

Het werk wat hieruit volgt vindt voor het overgrote deel in Overbetuwe zelf plaats. Indirect kan verlaging van deze budgetten geringe impact hebben op de ICT-samenwerking. Door temporiseren of niet uitvoeren van projecten kan het zijn dat we minder of op een later moment inzet van systeembeheer vragen.

9

1.4 Technische vragen Elvira Patelias Nagekomen vragen Vraag 1: Over ombuiging 4.35 Valpreventie: welke kosten gaan terugkomen als dit wegvalt? Antwoord: Er is geen direct financieel risico. Het betreft het uit eigen middelen continueren van een landelijk preventie aanpak waarvan de baten vooral bij de zorgverzekeraar landen. Indirect is het wel zo dat betere mobiliteit ook bijdraagt aan langer en fitter thuis wonen. Daar hebben wij voor- (minder huishoudelijke hulp) als nadelen van (langer thuiswonen = grotere populatie die uiteindelijk mogelijk alsnog een beroep doet op huishoudelijke hulp). Dit laat zich echter moeilijk becijferen.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=b325afb7-3284-45b9-971f-65bc66831056