25-05-20.16 Beantwoording technische vragen OBN voorgenomen toetreding tot DAR NV voor het inzamelen van huishoudelijk afval en andere taken van huishoudelijk afvalbeheer
Tekst van het document
Format technische vragen Datum indienen: 6 mei 2025 Datum politieke avond: 20 mei 2025 Agendapunt: Voorgenomen toetreding tot DAR NV voor het inzamelen van huishoudelijk afval en andere taken van het huishoudelijk afvalbeheer Onderwerp: Toelichting: Nadat PreZero heeft aangegeven het huidige contract voor afvalverwerking niet te willen verlengen heeft u een aantal opties afgewogen, bent tot de conclusie gekomen dat u deel wilt gaan nemen in een bestaande overheidsorganisatie. U bent vervolgens een verkenning gestart met als doel de continuïteit van de afvalinzameling te borgen. Uit deze verkenning zijn twee bedrijven naar voren gekomen die ieder een offerte hebben uitgebracht. In het voorstel dat er nu ligt stelt u voor om toe te treden tot de DAR NV voor het inzamelen van huishoudelijk afval vanaf 2026. OverbetuweNu vindt het belangrijk dat de continuïteit van de afvalinzameling wordt gewaarborgd. Efficiënte, duurzame en gestructureerde afvalinzameling draagt immers bij aan de leefbaarheid van onze kernen. Wij zijn dan ook blij met de uitgebreide toelichting en -overwegend-transparante afweging die uit de stukken naar voren komt. Er zijn echter een aantal punten voor ons onduidelijk gebleven. Vraag/vragen: 1. In de brief van NijmegenAnders! wordt gesuggereerd dat de DAR over 2024 geen goed financieel resultaat heeft behaald.
Als deze suggestie juist blijkt te zijn, welke invloed heeft dat op het voorliggende voorstel, bijvoorbeeld qua waarde aandelen bij toetreding of de hoogte van de kosten in 2026? 2. De procedure van (onverhoopte) uittreding is bij ROVA duidelijk: verkoop aandelen tegen balanswaarde en het gezamenlijk regelen van alle organisatorische en financiële zaken. Bij de DAR is dit een stuk onduidelijker. Er staat dat er een opzegtermijn van 2 jaar is, die mogelijk nog langer is bij investeringen. Verder moet er in gezamenlijk en redelijk overleg een plan worden opgesteld waarin uitgewerkt wordt op welke wijze en met welke termijn de (financiële) gevolgen worden afgewikkeld. Op welke wijze heeft u bovenstaande procedure van uittreden met de DAR geïnterpreteerd en gewogen? Welke financiële risico’s loopt Overbetuwe hierbij? Zou het bijvoorbeeld ( theoretisch) mogelijk zijn dat het geld dat we nu betalen voor de aandelen bij uittreding niet meer terug komt, of erger, dat we daarnaast nog moeten bijbetalen? 3. Toetreding tot DAR NV betekent gezamenlijke verantwoordelijkheid voor extra kosten indien die zich voordoen als gevolg van tegenvallende aanbestedingen, kostenstijgingen of andere tegenvallers.
Op welke wijze heeft de kostprijs van de DAR in de afgelopen 5 jaar gefluctueerd als gevolg van dit soort tegenvallers? De achtergrond van deze vraag is in hoeverre er een risico bestaat dat de kosten voor de inwoners van Overbetuwe de komende jaren fluctueren.
4. U geeft aan dat de dienstverlening voor onze inwoners hetzelfde blijft. Hoe en voor welke termijn is dit vastgelegd en welk jaar is daarbij als referentie genomen? De achtergrond van deze vraag is dat de afvalinzameling in Overbetuwe in 2025 beduidend anders is georganiseerd dan in de voorgaande jaren. Indiener/fractie:
OBN / Ans Huisman Antwoord(en) ambtelijke organisatie:
1. Dar heeft in 2024 een beperkte winst gemaakt. Dit heeft geen invloed op voorliggend voorstel. 2. Voor ons is het belangrijk dat er een mogelijkheid is om uit te kunnen treden, en dat hier een procedure voor is opgesteld. Bij uittreding moet altijd rekening worden gehouden met zogenaamde desintegratiekosten. Bijvoorbeeld doordat er overcapaciteit ontstaat. Om deze desintegratiekosten zo veel mogelijk te voorkomen werkt Dar met een opzegtermijn, zodat in de tussenliggende periode maatregelen kunnen worden getroffen om de kosten van uittreding zo laag mogelijk te houden. Dit principe werkt twee kanten op: een gemeente die uittreedt draagt zorg voor de (resterende) desintegratiekosten, zodat de andere (blijvende) gemeenten hier geen extra nadelen door ervaren. Dit is vastgelegd in de statuten en de aandeelhoudersovereenkomst. Bij uittreden moet de uitredende gemeenten zijn aandelen aanbieden aan de overige aandeelhouders. De waarde van de aandelen wordt bepaald op basis van de intrinsieke waarde (zijnde het eigen vermogen van de Vennootschap vermeerderd met de stille reserves) volgens de laatst vastgestelde balans en met inachtneming van een daarop aan te brengen correctie ter zake van eventuele negatieve gevolgen van het wegvallen van de omzet van de betreffende Gemeente.
De genoemde negatieve gevolgen (frictiekosten) ontstaan door het wegvallen van de opdracht waardoor bijvoorbeeld overcapaciteit ontstaat bij mens en materieel. Daarbij is het gebruikelijk dat de betrokken partijen maatregelen treffen om deze kosten te voorkomen. Zoals het overnemen van productiecapaciteit, die per slot van rekening toch benodigd zal zijn voor de inzameldienstverlening in de betreffend gemeente. Dit betreft ook eventuele specifieke investeringen door Dar ten behoeve van de betreffende gemeente zoals in containerareaal of een milieustraat. Dergelijke activa worden in principe door de uittredende gemeente overgenomen. 3. De tarieven die Dar bij de gemeenten in rekening brengt voor de geleverde diensten zijn gebaseerd op de werkelijk kosten. De directe kosten (zoals de inzet van mens en materieel) zijn redelijk stabiel en volgen vooral de gebruikelijke inflatie (indexering). Maar zoals ook andere organisaties in dit werkveld heeft ook Dar te maken met zogenaamde exogene factoren. Bijvoorbeeld de prijsontwikkelingen op het gebied van afvalverwerking (vaak het gevolg van nationale, Europese of zelfs mondiale marktomstandigheden) of de verhoging van de afvalstoffenbelasting of de invoering van een CO2-heffing op het verbranden van restafval.
Kortom, we kunnen te maken krijgen met fluctuerende kosten, maar door de op kostenprijs gebaseerde tarieven in Dar worden deze fluctuaties enigszins getemperd. 4. Er is afgesproken dat de dienstverlening zoals deze in de huidige situatie wordt uitgevoerd, bij aanvang niet wijzigt. Bijvoorbeeld de per 2025 ingevoerde nieuwe inzamelfrequentie van restafval blijft hetzelfde. Wij als gemeente bepalen de soort en het serviceniveau die door Dar geleverd moet worden. Wij bepalen dus zelf of en wanneer we inzamelfrequenties of wijzen van
inzamelen willen aanpassen. In de praktijk maken we hierover afspraken met Dar, waarbij eventueel gewenste veranderingen jaarlijks kunnen worden aangegeven.
Verschil politieke en technische vragen Technische vragen zijn vragen naar feiten, harde gegevens. Deze vragen kunnen dan ook prima door ambtenaren beantwoord worden. Zodra er naar een mening (van het college of de burgemeester) wordt gevraagd, betreft het een politieke vraag. Politieke vragen kunnen ook over onderwerpen gaan die niet op de raadsagenda staan. In ibabs staat bij persoonlijke documenten=>werkwijzer 2022-2026 een map formats met daarin een format voor de schriftelijke, politieke vragen. Je treft deze ook als bijlage bij dit verhaal. Uiteraard is het niet altijd eenvoudig om onderscheid te maken tussen technische en politieke vragen. De griffie kan je daarbij helpen en zal de raads- en burgerraadsleden daar graag (gevraagd en ongevraagd) over adviseren. Een paar voorbeelden om je eigen vragen aan te spiegelen: •
•
•
Technisch: - Hoeveel ambtelijke uren gaan we besparen door het invoeren van livestream en hoeveel is dit uitgedrukt in euro's? - Waar komt de eis van 16-18 cm vandaan? Is dit wettelijk voorgeschreven? Politiek: - Is het college op de hoogte van een bestuurdersvergoeding die boven de Balkenende- norm ligt? Wat vindt het college hiervan? Twijfel: - Kunnen de kaders, welke uit de discussie van het de Nieuwe Visie Afvalstoffenplan komen alsnog in de aanbesteding worden toegevoegd? ▪ Als bedoeld wordt of het technisch mogelijk is de kaders in de aanbesteding toe te voegen, dan kan dit een technische vraag zijn. ▪ Wordt het college gevraagd of ze genegen zijn om ook het te doen, dan betreft het een politieke vraag.
Technische vragen Wanneer stel ik een vraag? De raad heeft recht op alle informatie die hij nodig heeft om zijn taak goed uit te voeren. Dat is een belangrijk recht. Aan de andere kant is het ook wel belangrijk jezelf af te vragen welke informatie je echt nodig hebt. Nieuwsgierigheid is een goede eigenschap voor een raadslid, maar veel vragen helpt niet altijd om op de hoofdlijnen te blijven en het ambtelijke apparaat niet onnodig te belasten. Vooropgesteld: als je een raadsvoorstel of nota niet begrijpt, en daarom geen besluit kunt nemen, dan moet je natuurlijk een vraag stellen! Gaat het om een detail dat je niet begrijpt, dan kun je afwegen of het nodig is de vraag te stellen. Een goed criterium voor jezelf om langs je technische vraag te leggen die je van plan bent in te gaan dienen: zal het antwoord op de vraag een verschil maken in mijn besluit om voor of tegen het voorstel te stemmen? M.a.w.: als ik antwoord A krijg stem ik voor, als ik antwoord B krijg stem ik tegen? Als dit niet het geval is, en het antwoord er dus niet wezenlijk toe doet, dan hoef je de vraag niet te stellen! Dat is in het begin vast wennen, een beetje eng zelfs, om niet alles tot in de finesses te weten. Maar het helpt je tegelijk om op de hoofdlijnen te blijven, je niet te verliezen in details en zo het overzicht te houden. Bovendien scheelt het de ambtelijke organisatie een hoop tijd.
Indienen technische vragen In het fractievoorzittersoverleg is afgesproken dat raads- en burgerraadsleden technische vragen voor voorronde of raad tot de donderdagmorgen 8.00 uur voor de betreffende politieke avond via mail kunnen aanleveren bij de griffie. De griffie bundelt de vragen per agendapunt (waarbij aangegeven wordt welke vraag van welke fractie is) en stuurt deze (uiterlijk 10 uur) naar de bestuursondersteuning, die de vraag uitzet bij de deskundige medewerker. De antwoorden van de medewerkers worden dan voor maandagmiddag 16.00 uur, via de griffie naar de raad gezonden (via ibabs ). De raad heeft dan een dag om de antwoorden tot zich te nemen ter voorbereiding op de politieke avond. Indien de antwoorden niet binnen de termijn beantwoord kunnen worden bijvoorbeeld als informatie van externen moet worden opgevraagd wordt dit bericht met aangeven van de datum waarop de antwoorden gegeven kunnen worden. Nb.1. De medewerker zal de vragen en antwoorden delen met de portefeuillehouder, zodat deze ook volledig op de hoogte is. Medewerkers kunnen technische vragen, waarvan ze menen dat deze politiek zijn, voorleggen aan de portefeuillehouder. De portefeuillehouder besluit of hij hierover afstemming in het college wil. De antwoorden op de technische vragen kunnen dan wel al richting raad, de antwoorden op de politieke vragen komen dan na collegebehandeling.
In dit geval kan het dus zo zijn dat de antwoorden na het college pas op de dag van de voorronde beschikbaar komen Nb.2. Het blijft ook altijd mogelijk om rechtstreeks een vraag aan een ambtenaar te stellen in geval van een verhelderende feitelijke vraag. Als de vraag en het antwoord ook relevant zijn voor andere raads- en burgerraadsleden, kan de ambtenaar altijd besluiten om de vragen en antwoorden naar de griffie te sturen voor verspreiding.