25-05-20.14 Relevant stuk 12i_8253277_1702908100980_Bijlagen_Bijlage_9__Onderzoek_explosieven
Tekst van het document
350-020-PVvO-05-2
Pagina 1 van 31
Proces-Verbaal van Oplevering (PVvO) Opsporingswerkzaamheden van Ontplofbare Oorlogsresten (OOO) binnen het opsporingsgebied ‘De Merm Oost’.
©2023 Explosive Clearance Group BV. Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, internet of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houders van het auteursrecht. De opdrachtgever mag voor intern gebruik duplicaten maken.
350-020-PVvO-05-2
Pagina 2 van 31
PROJECTNAAM ECG
:
De Merm Oost
PROJECTNUMMER ECG
:
350-020-05
OPDRACHTGEVER
:
Gemeente Overbetuwe
DATUM
:
21 april 2023
DOCUMENTCODE
:
350-020-PVvO-05-2
STATUS
:
Definitief
DISTRIBUTIELIJST
:
Explosive Clearance Group BV Gemeente Overbetuwe
OPGESTELD DOOR: Naam: Dhr. H. de Leeuw Functie: Projectadministrator Paraaf
ACCEPTATIE NAMENS ECG Naam: Dhr. W. van Rijsbergen Functie: Senior deskundige OOO Paraaf
Datum
Datum
VERSIE 1.0
350-020-PVvO-05-2
21-04-23 OMSCHRIJVING DEFINITIEF
21-04-23 DATUM 21 APRIL 2023
Pagina 3 van 31
INHOUDSOPGAVE 1 MANAGEMENTSAMENVATTING .................................................................................................. 5 2 ALGEMEEN ............................................................................................................................ 8 2.1 INLEIDING ...................................................................................................................................... 8 2.2 AANLEIDING ................................................................................................................................... 8 2.3 RESULTATEN HISTORISCH VOORONDERZOEK OO .................................................................................. 9 2.4 BODEMBELASTINGKAART OO ............................................................................................................ 9 2.5 DOEL OPSPORINGSONDERZOEK........................................................................................................ 10 2.6 OMSCHRIJVING OPDRACHT ............................................................................................................. 10 2.7 UITSLUITINGEN EN BEPERKINGEN .....................................................................................................
10 2.8 PROJECTPLAN ............................................................................................................................... 10 3 UITVOERING DETECTIE- EN BENADERWERKZAAMHEDEN .................................................................. 11 3.1 OPSPORINGSMETHODIEK EN DETECTIEAPPARATUUR ............................................................................ 11 3.2 BEPALING SIGNIFICANTE OBJECTEN ................................................................................................... 11 3.2.1 PASSIEVE DETECTIE ........................................................................................................................ 11 3.2.2 ACTIEVE DETECTIE ......................................................................................................................... 12 3.3 REALTIME OPPERVLAKTEDETECTIE .................................................................................................... 12 3.4 VALIDATIE EN AANTONEN GESCHIKTHEID APPARATUUR ........................................................................ 13 3.5 WERKWIJZE BENADEREN SIGNIFICANTE OBJECTEN UIT NON-REALTIME OPPERVLAKTEDETECTIE.................... 13 3.6 WERKWIJZE REALTIME OPPERVLAKTEDETECTIE ...................................................................................
13 3.7 WERKWIJZE LAAGSGEWIJZE DETECTIE ............................................................................................... 14 3.8 DATUM UITVOERING DETECTIE- EN BENADERWERKZAAMHEDEN ............................................................ 14 4 CONCLUSIE & AANBEVELINGEN ................................................................................................ 15 4.1 ALGEMEEN................................................................................................................................... 15 4.2 RESULTATEN VAN DE REALTIME OPPERVLAKTEDETECTIE ....................................................................... 15 4.3 OVERDRACHT AANGETROFFEN OO................................................................................................... 17 4.4 AFWIJKINGEN UITVOERING IN VELD T.O.V. PROJECTPLAN ..................................................................... 17 4.5 OPLEVERING ONDERZOEKSGEBIED .................................................................................................... 17 5 BIJLAGEN ............................................................................................................................ 18 BIJLAGE 1. TEKENING ONDERZOEKSGEBIED ..................................................................................... 19 BIJLAGE 2.
VRIJGAVETEKENING .................................................................................................... 21 BIJLAGE 3. OBSTAKELKAART EN AFBEELDINGEN ............................................................................... 23 BIJLAGE 4. STROOMSCHEMA SPONTAAN AANTREFFEN SIGNIFICANTE OBJECT ........................................ 29
350-020-PVvO-05-2
Pagina 4 van 31
1 MANAGEMENTSAMENVATTING Voorliggend document betreft het Proces-Verbaal van Oplevering (hierna: PVvO) van uitgevoerd opsporingsonderzoek Ontplofbare Oorlogsresten (hierna: OO) ter plaatse van het project ‘De Merm Oost’ in de gemeente Overbetuwe. Het opsporingsonderzoek bestaat uit realtime oppervlaktedetectie / benadering van significante objecten voortgekomen uit non-realtime detectie. Het PVvO heeft betrekking op dit uitgevoerde opsporingsonderzoek. Resultaten historisch vooronderzoek OO Door de gemeente Overbetuwe is een ProjectLeidersSamenvatting (vanaf hier: PLS) opgesteld aan de hand van een gemeentedekkend vooronderzoek naar de aanwezigheid van OO1 voor het project ‘De Merm Oost’ in de gemeente Overbetuwe, met als doel in kaart te brengen in welke delen van het onderzoeksgebied mogelijk ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog in de bodem zijn achtergebleven (afgebakend als zogenaamde ‘verdachte gebieden’). Uit het onderzoek is gebleken dat het project (deels) geldt als verdacht gebied. Opsporingsonderzoek Naar aanleiding van voorgenomen gebiedsontwikkelingen binnen het verdachte gebied, is door ECG een opsporingsproces in de vorm van een detectie- en benaderonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is verricht om ervoor te zorgen dat de voorgenomen bodemroerende werkzaamheden vanuit het oogpunt van explosieven op veilige wijze kunnen worden uitgevoerd.
Op 29 en 30 maart 2023 is ter plaatse van het projectgebied een opsporingsonderzoek uitgevoerd conform het projectplan ‘Projectplan opsporings-werkzaamheden van ontplofbare oorlogsresten binnen het opsporingsgebied ‘De Merm Oost’. Het zoekdoel binnen het opsporingsonderzoek betreft: -
-
Geschutmunitie, verschoten, diverse kalibers, met een maximaal kaliber van 15 cm/155mm tot een diepte van maximaal 2,50 meter minus maaiveld (maaiveld Tweede Wereldoorlog), oftewel 6,50m+NAP. Handgranaten, geweergranaten en (munitie voor) granaatwerpers, tot een diepte van maximaal 2,50 meter minus maaiveld (maaiveld Tweede Wereldoorlog), ofwel 6,50m+NAP.
Het te onderzoeken terrein is, voorafgaande aan de opsporingswerkzaamheden beschreven in deze rapportage, middels non-realtime oppervlaktedetectie (deels) onderzocht op de aanwezigheid van OO overeenkomstig de uitkomsten van het vooronderzoek OO en bovengenoemde zoekdoelen. De resultaten van de non-realtime detectiewerkzaamheden zijn opgeleverd middels een PVvO detectie2. Tevens zijn aanbevelingen opgenomen in de PVvO detectie voor het onderzoeken van de niet te interpreteren / niet te detecteren gebieden.
1 Gemeente Overbetuwe, Projectleiderssamenvatting ontplofbare oorlogsresten, kenmerk: BB22-379-PLS-
01, d.d. 12 januari 2023. 2 Explosive Clearance Group, Proces-Verbaal van Oplevering (PVvO) Detectiewerkzaamheden binnen het projectgebied ‘De Merm Oost’, kenmerk: 350-020-PVvO-05, d.d. 8 februari 2023.
350-020-PVvO-05-2
Pagina 5 van 31
Voor een uitgebreide rapportage van het onderdeel detectie en benaderen wordt verwezen naar hoofdstuk 2 en 3. Eindresultaten Na het afronden van het opsporingsonderzoek kon het onderzochte gebied (deels) worden vrijgegeven van de aanwezigheid van de verwachte soorten OO. Een deel van het onderzochte gebied kon niet worden vrijgegeven door de aanwezigheid van detectie belemmerende objecten of detectie verstorende objecten. De (nog) niet vrijgegeven gebieden zijn weergegeven op de obstakelkaart in bijlagen 3 en voorzien van een beschrijving waaruit kan worden opgemaakt waarom deze gebieden niet konden worden vrijgegeven. DEELGEBIED Totale oppervlakte opsporingsgebied Oppervlakte niet gedetecteerd gebied Oppervlakte benaderd en vrijgegeven gebied Oppervlakte gedetecteerd gebied niet te interpreteren gebied
OPPERVLAKTE 29.540 m2 2.783 m2 8.821 m2 17.936 m2
PERCENTAGE 100% 9% 30% 61%
9%
30%
Oppervlakte net gedetecteerd gebied
61% Oppervlakte benaderd en vrijgegeven gebied Oppervlakte gedetecteerd gebied niet te interpreteren gebied
Tabel 1 status opsporingsgebied.
In onderstaande tabel wordt het onderzochte en vrijgegeven gebied beschreven op basis van onderzochte oppervlaktes. Voor het zoekdoel per onderzocht gebied wordt verwezen naar hoofdstuk 2, zodat duidelijk is waarop een specifiek onderzocht gebied is vrijgegeven. Binnen het vrijgegeven gebied kunnen de voorgenomen bodemroerende werkzaamheden vanuit OO-oogpunt op reguliere wijze worden uitgevoerd. Wanneer, conform het vooronderzoek, de verticale afbakening van het verdachte gebied zich dieper bevindt dan de vrijgavediepte na het opsporingsonderzoek beschreven in dit document,
350-020-PVvO-05-2
Pagina 6 van 31
dan kunnen de voorgenomen bodemroerende werkzaamheden uitgevoerd worden tot de vrijgavediepte. Op de vrijgavetekening in bijlage 2 wordt het gehele vrijgegeven gebied getoond waarop voorliggend document van toepassing is. Per gebied is op de kaart aangegeven tot welke diepte minus maaiveld vrijgave is verkregen.
350-020-PVvO-05-2
Pagina 7 van 31
2 ALGEMEEN 2.1
INLEIDING
Voorliggend document betreft de rapportage van het uitgevoerd opsporingsonderzoek OO ter plaatse van het project ‘De Merm Oost’ in de gemeente Overbetuwe. Het opsporingsonderzoek bestaat uit realtime detectie- en benaderwerkzaamheden. Onder detecteren en benaderen wordt verstaan: 1) het vaststellen van de aanwezigheid van (mogelijke) ontplofbare oorlogsresten door het met behulp van detectieapparatuur uitvoeren van detectie (non-realtime- en realtime detectie); 2) na vaststellen van (mogelijke) ontplofbare oorlogsresten het object handmatig of machinaal benaderen, identificeren en wanneer mogelijk verwijderen/veilig stellen (realtime detectie). Het project bestaat uit een onderzoeksgebied ten oosten van Duflex Mechatronics, Kolk 9, 6662 WE Elst.
Figuur 1 Het projectgebied is op deze afbeelding blauw omlijnd weergegeven.
2.2
AANLEIDING
Binnen het project staan bodemingrepen gepland. Conform het Arbeidsomstandighedenbesluit dient voorafgaande aan deze werkzaamheden gezorgd te worden voor een veilige werkplek. In dit kader dient onderzoek te worden verricht naar de mogelijke aanwezigheid van OO binnen het project.
350-020-PVvO-05-2
Pagina 8 van 31
2.3
RESULTATEN HISTORISCH VOORONDERZOEK OO
Door de gemeente Overbetuwe is een PLS opgesteld aan de hand van een gemeentedekkend vooronderzoek naar de aanwezigheid van OO 3 voor het project ‘De Merm Oost’ in de gemeente Overbetuwe, met als doel in kaart te brengen in welke delen van het onderzoeksgebied mogelijk ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog in de bodem zijn achtergebleven (afgebakend als zogenaamde ‘verdachte gebieden’). Uit het onderzoek is gebleken dat het project (deels) geldt als verdacht gebied. Volgens het vooronderzoek OO kunnen de volgende OO binnen het onderzoeksgebied (waarop de detectie betrekking) heeft worden aangetroffen: -
-
2.4
Geschutmunitie, verschoten, diverse kalibers, met een maximaal kaliber van 15 cm/155mm tot een diepte van maximaal 2,50 meter minus maaiveld (maaiveld Tweede Wereldoorlog), oftewel 6,50m+NAP. Handgranaten, geweergranaten en (munitie voor) granaatwerpers, tot een diepte van maximaal 2,50 meter minus maaiveld (maaiveld Tweede Wereldoorlog), ofwel 6,50m+NAP.
BODEMBELASTINGKAART OO
Onderstaande figuur geeft een uitsnede weer van de zogenaamde Bodembelastingkaart voor het projectgebied conform het gemeentedekkend vooronderzoek van de gemeente Overbetuwe.
Figuur 2 Detectiegebied (groen omlijnd) op de bodembelastingkaart vooronderzoek OO van de gemeente Overbetuwe.
3 Gemeente Overbetuwe, Projectleiderssamenvatting ontplofbare oorlogsresten, kenmerk: BB22-379-PLS-
01, d.d. 12 januari 2023.
350-020-PVvO-05-2
Pagina 9 van 31
2.5
DOEL OPSPORINGSONDERZOEK
Ter plaatse van het verdachte gebied dient een opsporingsonderzoek te worden uitgevoerd om te kunnen zorgen voor een veilige werkplek. Het opsporingsonderzoek heeft ten doel: -
significante objecten (mogelijk OO) op te sporen en eventueel te benaderen; aangetroffen OO indien nodig te verwijderen; het onderzochte gebied vrij te geven van de aanwezigheid van alle verwachte OO.
Tijdens het opsporingsonderzoek wordt de volledige verdachte bodemlaag onderzocht, tot de volledige diepte.
2.6
OMSCHRIJVING OPDRACHT
ECG heeft opdracht gekregen een opsporingsonderzoek, conform het CS-OOO, te verrichten ter plaatse van projectgebied ‘De Merm Oost’ met als doel het opsporen van OO. Het totaal samengevoegde te onderzoeken gebied is circa 3 hectare groot (hierna genoemd: onderzoeksgebied). In bijlage 1 is een tekening van de onderzoeksgebieden opgenomen met daarop de RD-coördinaten van de hoekpunten.
2.7
UITSLUITINGEN EN BEPERKINGEN
Vooraf zijn geen uitsluitingen gemaakt. Het onderzoeksgebied wordt onderzocht op de aanwezigheid van alle hoofdsoorten en subsoorten/typen verwachte OO zoals beschreven in paragraaf 2.3 (zoekdoel en zoekdiepte) van voorliggend document, tot de maximale verticale afbakening van het verdachte gebied.
2.8
PROJECTPLAN
Conform het CS-OOO is voorafgaande aan opsporingswerkzaamheden door ECG een projectplan opgesteld. Met het volgende kenmerk: ‘Explosive Clearance Group, Projectplan opsporingswerkzaamheden van ontplofbare oorlogsresten binnen het opsporingsgebied ‘De Merm Oost’, kenmerk: 350-020-PP-05, d.d. 26 januari 2023.
350-020-PVvO-05-2
Pagina 10 van 31
3 UITVOERING DETECTIE- EN BENADERWERKZAAMHEDEN 3.1
OPSPORINGSMETHODIEK EN DETECTIEAPPARATUUR
Om het gebied te kunnen vrijgeven op de aanwezigheid van OO zijn overeenkomstig met de resultaten van het vooronderzoek OO zoekdoelen geformuleerd en gehanteerd tijdens het opsporingsproces. De detectie- en benadermethodiek is tevens gebaseerd op het zoekdoel, het oppervlak van het te onderzoeken gebied of gebieden en de gesteldheid van het te detecteren gebied of gebieden. Voor het onderhavig project is gekozen voor de navolgende methodiek en afbakening: Realtime oppervlaktedetectie vanaf 0m1 -mv tot 2,5m1 -mv.
3.2
BEPALING SIGNIFICANTE OBJECTEN
Op basis van de verkregen inzichten en de interpretatie, zijn de significante verstoringen vastgesteld. Hieronder wordt het principe van passieve en actieve detectie theoretisch uitgelegd.
3.2.1 PASSIEVE DETECTIE De magnetometer meet verstoringen in het aardmagnetisch veld welke worden veroorzaakt door ferrohoudende metalen (ijzerhoudende metalen). De effectieve zoekdiepte van Sensys magneto-meters bij oppervlaktedetectie is circa 4,51 -mv. Dit is echter mede afhankelijk van grootte, de ligging van een object, remanent magnetisme (rest magnetisme), de doorlaatbaarheid (permeabiliteit), alsmede de omgevings-factoren.
Figuur 3 visuele representatie passieve detectie
350-020-PVvO-05-2
Pagina 11 van 31
3.2.2 ACTIEVE DETECTIE Door een metaaldetector wordt een eigen magnetisch veld opgewekt en worden de responsen of verstoringen van metalen in dit eigen magnetisch veld gemeten. De Vallon metaaldetectoren hebben, afhankelijk van het type en grootte van het significant object, een zoekbereik van 0,5m1 -mv maaiveld.
Figuur 4 visuele representatie actieve detectie
3.3
REALTIME OPPERVLAKTEDETECTIE
Het benaderen van significante objecten voortgekomen uit de non-realtime oppervlaktedetectie is uitgevoerd middels de inzet van de Sensys SBL10 magnetometer. SYSTEEM SBL10 magnetometer
CONFIGURATIE Producent: Sensys Soort systeem: Passief meetsysteem Aantal sondes: 1 Hoogte van de sonde t.o.v. het maaiveld: 10cm1 Dieptebereik: 4,5m1 -mv
AFBEELDING MEETSYSTEEM
Gebieden die te verstoord waren voor detectie met de SBL10 magnetometer, is gebruik gemaakt van een Vallon VMH3/4 metaaldetector. Dit meetsysteem is minder gevoelig voor verstorende elementen. Dit meetsysteem wordt doorgaans gehanteerd wanneer een gebied laagsgewijs ontgraven wordt.
350-020-PVvO-05-2
Pagina 12 van 31
SYSTEEM VMH3/4 metaaldetector
3.4
CONFIGURATIE Producent: Vallon Soort systeem: Actief meetsysteem Aantal spoelen: 1 Hoogte van de spoelen t.o.v. het maaiveld: 10cm1 Dieptebereik: 0,5m1 -mv
AFBEELDING MEETSYSTEEM
VALIDATIE EN AANTONEN GESCHIKTHEID APPARATUUR
Conform paragraaf 3.2.3 van het CS-OOO is de gebruikte detectieapparatuur gevalideerd en is aangetoond dat deze apparatuur geschikt is voor de inzet op het opsporingsgebied. Jaarlijks vindt onderhoud en kalibratie van de meetapparatuur plaats.
3.5
WERKWIJZE BENADEREN SIGNIFICANTE OBJECTEN UIT NON-REALTIME OPPERVLAKTEDETECTIE
De opsporingswerkzaamheden zijn op de volgende wijze en volgorde uitgevoerd: Stap 1. De significante objecten welke voortgekomen zijn uit de non-realtime detectie worden middels een GPS binnen het onderzoeksgebied uitgezet. Ter plaatse van de locatie van het significant object wordt een piketvaantje geplaatst. Stap 2. Een benaderteam bepaald de exacte locatie van het significant object middels een Sensys SBL10 magnetometer. Daarna benaderd het team laagsgewijs met de hand of hydraulische beveiligde graafmachine het significant object. Stap 3. Bij het aantreffen van het significant object wordt bepaald of het een OO of schroot betreft. Bij het aantreffen van een OO wordt deze onder verantwoording van een Senior Deskundige OOO door een Deskundige OOO geïdentificeerd en geregistreerd. Stap 4. Na identificatie wordt het OO veilig gesteld in een munitie opslagcontainer (VTVS), in een veldopslag of in situ.
3.6
WERKWIJZE REALTIME OPPERVLAKTEDETECTIE
De opsporingswerkzaamheden zijn op de volgende wijze en volgorde uitgevoerd: Stap 1. Middels een SBL10 magnetometer detecteert een detectieteam het onderzoeksgebied. Een medewerker van het team, minimaal een Assistent Deskundige OOO, loopt rechte banen over de te onderzoeken bodemlaag.
350-020-PVvO-05-2
Pagina 13 van 31
Stap 2. Bij het registreren van een ferrohoudend object wordt deze direct benaderd. Het team benaderd laagsgewijs met de hand of hydraulische beveiligde graafmachine het gemeten object. Stap 3. Bij het aantreffen van het significant object wordt bepaald of het een OO of schroot betreft. Bij het aantreffen van een OO wordt deze onder verantwoording van een Senior Deskundige OOO door een Deskundige OOO geïdentificeerd en geregistreerd. Stap 4. Na identificatie wordt het OO veilig gesteld in een munitie opslagcontainer (VTVS), in een veldopslag of in situ.
3.7
WERKWIJZE LAAGSGEWIJZE DETECTIE
De opsporingswerkzaamheden zijn op de volgende wijze en volgorde uitgevoerd: Stap 1. Middels een Vallon metaaldetector detecteert een detectieteam het verstoorde onderzoeksgebied. De te detecteren bodemlaag is circa 0,5m1 -mv. Een medewerker van het team, minimaal een Assistent Deskundige OOO, maakt met de metaaldetector een beweging van links naar rechts over de te onderzoeken bodemlaag. Stap 2. Bij het registreren van een ferrohoudend object wordt deze direct benaderd. Het team benaderd laagsgewijs met de hand het gemeten object. Stap 3. Bij het aantreffen van het significant object wordt bepaald of het een OO of schroot betreft. Bij het aantreffen van een OO wordt deze onder verantwoording van een Senior Deskundige OOO door een Deskundige OOO geïdentificeerd en geregistreerd. Stap 4. Na identificatie wordt het OO veilig gesteld in een munitie opslagcontainer (VTVS) of in een veldopslag. Stap 5. Na verwijdering wordt een laag van circa 0,3m1 middels een hydraulische graafmachine afgegraven. Dit cyclisch proces herhaalde zicht tot een schone bodemlaag is bereikt en de resterende vrijgavediepte middels realtime detectie onderzocht kan worden, of tot de beoogde vrijgavediepte bereikt is.
3.8
DATUM UITVOERING DETECTIE- EN BENADERWERKZAAMHEDEN
Op 29 en 30 maart 2023 is ter plaatse van het projectgebied een opsporingsonderzoek uitgevoerd conform het projectplan ‘Projectplan opsporingswerkzaamheden van ontplofbare oorlogsresten binnen het opsporingsgebied ‘De Merm Oost’.
350-020-PVvO-05-2
Pagina 14 van 31
4 CONCLUSIE & AANBEVELINGEN 4.1
ALGEMEEN
Het projectgebied is (deels) gedetecteerd en benaderd. De resultaten van het opsporingsonderzoek zijn in dit hoofdstuk verwerkt. Door de uitvoering van de opsporingswerkzaamheden conform het CSOOO heeft ECG een inspanningsverplichting op zich genomen en is derhalve de verplichting aangegaan om het onderzoek naar beste inzicht, vermogen en naar de huidige stand der techniek uit te voeren. Mocht u na de uitvoering van het opsporingsonderzoek binnen de vrijgegeven gebieden toch nog een significant object aantreffen (spontane vondst), dan kunt u in bijlage 4 een protocol vinden met de te nemen stappen.
4.2
RESULTATEN VAN DE REALTIME OPPERVLAKTEDETECTIE
Voor het onderhavig project heeft ECG op 29 en 30 maart 2023 opsporingswerkzaamheden verricht. De significante objecten, voortgekomen uit de non-realtime detectie, zijn benaderd en wanneer mogelijk verwijderd uit de bodem. Door verwijdering van de significante objecten zijn de geïnterpreteerde gebieden vrijgegeven tot 2,5m1 -mv conform de maximale verticale afbakening zoals beschreven in het vooronderzoek. Binnen de niet te interpreteren gebieden NTI 1 en 2 en NG 1 (figuur 5) zijn proefsleuven gegraven om te bepalen wat de verstoring veroorzaakt. De verstoring wordt veroorzaakt door een grote hoeveelheid schoot/afval wat zich in de bodem bevindt. De gemeente Overbetuwe heeft ook aangegeven dat er in het verleden een boomgaard heeft gestaan. Aannemelijk is dat verstoring hieruit voortgekomen is. De verstoring bevindt zich net onder het maaiveld. Om het gebied te onderzoeken op de aanwezigheid van OO conform het zoekdoel, adviseert ECG om het gebied laagsgewijs te ontgraven. Na verwijdering van de bovenste 0,3m1 -mv is het aannemelijk dat de resterende vrijgavediepte van 2,2m1 -mv middels realtime oppervlaktedetectie vrij te geven is. Mocht de verstoring nog te sterk zijn om de vrijgave-diepte vrij te geven, dan dient er nog een laag van 0,3m1 mv verwijderd te worden.
350-020-PVvO-05-2
Figuur 5 Laagsgewijs te detecteren gebieden (rood omlijnt)
Pagina 15 van 31
Binnen de gebieden NTI 3 en NG 4 (figuur 6) bevinden zich kabel/leidingen in de bodem. Dit gebied in vrijgegeven tot onderkant kabels/leidingen. Door de verstorende werking van de aanwezige kabels/leidingen en de naoorlogse roeringen binnen het gebied, is ECG van mening dat, wanneer er munitie aangetroffen wordt bij eventuele grondroerende werkzaamheden, het protocol ‘spontane aantreffen significant object’ (bijlage 4) gehanteerd kan worden.
Figuur 6 Gebieden met verstoring door kabels/leidingen
Gebieden die niet te detecteren waren, maar nadien ontdaan zijn van de belemmering, zijn onderzocht en vrijgegeven tot een diepte van 2,5m1 -mv conform de maximale verticale afbakening zoals beschreven in het vooronderzoek. De gebieden die niet te detecteren waren door de aanwezigheid van niet te verwijderen objecten, zijn niet onderzocht. In onderstaande tabel wordt het onderzochte en vrijgegeven gebied beschreven op basis van onderzochte oppervlaktes. DEELGEBIED Totale oppervlakte opsporingsgebied Oppervlakte niet gedetecteerd gebied Oppervlakte benaderd en vrijgegeven gebied Oppervlakte gedetecteerd gebied niet te interpreteren gebied
350-020-PVvO-05-2
OPPERVLAKTE 29.540 m2 2.783 m2 8.821 m2 17.936 m2
PERCENTAGE 100% 9% 30% 61%
Pagina 16 van 31
9% 30%
Oppervlakte net gedetecteerd gebied
61% Oppervlakte benaderd en vrijgegeven gebied Oppervlakte gedetecteerd gebied niet te interpreteren gebied
Tabel 7 Onderzocht gebied.
Een vrijgavekaart van het onderzoeksgebied is bijgevoegd in bijlage 2.
4.3
OVERDRACHT AANGETROFFEN OO
Tijdens de opsporingswerkzaamheden zijn geen (restanten van) OO aangetroffen welke ter vernietiging overgedragen dienen te worden aan de EODD.
4.4
AFWIJKINGEN UITVOERING IN VELD T.O.V. PROJECTPLAN
Tijdens de uitvoering van de detectiewerkzaamheden zijn geen significante afwijkingen geconstateerd t.o.v. het projectplan of addendum.
4.5
OPLEVERING ONDERZOEKSGEBIED
Ter plaatse van het onderzoeksgebied is een detectie- en benaderonderzoek in de vorm van (non-)realtime oppervlaktedetectie uitgevoerd. Tijdens het onderzoek is het terrein in oorspronkelijke staat gebleven, met uitzondering van eventuele verwijderde verstorende elementen zoals afrastering en dergelijke, benaderde locaties (wanneer mogelijk terug gebracht naar de originele staat) en laagsgewijs onderzochte gebieden (wanneer mogelijk/wenselijk terug gebracht naar de originele staat door scheiding van ontgraven lagen).
350-020-PVvO-05-2
Pagina 17 van 31
5 BIJLAGEN BIJLAGE 1. BIJLAGE 2. BIJLAGE 3. BIJLAGE 4.
TEKENING ONDERZOEKSGEBIED ....................................................................................... 19 VRIJGAVETEKENING ...................................................................................................... 21 OBSTAKELKAART EN AFBEELDINGEN .................................................................................. 23 STROOMSCHEMA SPONTAAN AANTREFFEN SIGNIFICANTE OBJECT ............................................. 29
350-020-PVvO-05-2
Pagina 18 van 31
Bijlage 1.
TEKENING ONDERZOEKSGEBIED
350-020-PVvO-05-2
Pagina 19 van 31
Bijlage 2.
VRIJGAVETEKENING
350-020-PVvO-05-2
Pagina 21 van 31
Bijlage 3.
OBSTAKELKAART EN AFBEELDINGEN
350-020-PVvO-05-2
Pagina 23 van 31
NG 1 - Betonplaten
NG 1 - Talud
NG 2 – Begroeiing / Afrastering
NG 2 – Begroeiing / Afrastering
350-020-PVvO-05-2
Pagina 26 van 31
NG 2 – Begroeiing / Afrastering
NG 2 – Begroeiing / Hekwerk
NG 2 – Oever / Afrastering
NG 3 – berg grond / groenafval
350-020-PVvO-05-2
Pagina 27 van 31
NG 4 – Hekwerk en begroeiing
NTI 2 - Afrastering
NTI 3 – paaltjes gasleiding
350-020-PVvO-05-2
Pagina 28 van 31
Bijlage 4.
STROOMSCHEMA SPONTAAN AANTREFFEN SIGNIFICANTE OBJECT
350-020-PVvO-05-2
Pagina 29 van 31
350-020-PVvO-05-2
Pagina 30 van 31
350-020-PVvO-05-2
Pagina 31 van 31