25-05-20.14 Relevant stuk 12d_8253277_1702907663685_Bijlage_4__Vormvrije_m.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Logiesvoorzieningen De Merm-Oost Gemeente Overbetuwe
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Logiesvoorzieningen De Merm-Oost’
1
Gegevens over het document: Documentnaam: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Aanmeldnotie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Logiesvoorzieningen De Merm-Oost’ 13 december 2023 52.60.04
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:
MH Elst B.V.
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem Telefoon E-mail: Internet:
Dhr. M. Geerts Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.Buro-SRO.nl
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Logiesvoorzieningen De Merm-Oost’
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding ................................................................................................................................. 5
1.1
Aanleiding .............................................................................................................................................. 5
1.2
Ligging projectgebied ............................................................................................................................ 5
1.3
Leeswijzer .............................................................................................................................................. 5
Hoofdstuk 2
Wettelijk kader ...................................................................................................................... 6
2.1
Algemeen ............................................................................................................................................... 6
2.2
Toetsing Besluit milieueffectrapportage ............................................................................................... 7
2.3
Algemeen beoordelingskader ................................................................................................................ 7
Hoofdstuk 3
Beschrijving potentiele effecten .............................................................................................. 8
3.1
Algemeen ............................................................................................................................................... 8
3.2
Bodemkwaliteit...................................................................................................................................... 8
3.3
Luchtkwaliteit ........................................................................................................................................ 8
3.3
Geluidhinder .......................................................................................................................................... 8
3.4
Geur ....................................................................................................................................................... 8
3.5
Externe veiligheid .................................................................................................................................. 8
3.6
Milieuzonering ....................................................................................................................................... 8
3.7
Water ..................................................................................................................................................... 8
3.8
Ecologische waarden ............................................................................................................................. 9
3.9
Cultuurhistorische waarden .................................................................................................................. 9
Hoofdstuk 4
M.e.r.-beoordeling ................................................................................................................ 10
4.1
Beoordeling ......................................................................................................................................... 10
4.2
Conclusie.............................................................................................................................................. 10
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Logiesvoorzieningen De Merm-Oost’
3
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Logiesvoorzieningen De Merm-Oost’
4
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse van de Bemmelseweg in Elst tijdelijke logiesvoorzieningen voor 120 arbeidsmigranten te realiseren. Onderdeel van deze ontwikkeling zijn tevens een beheerdersunit en de bijbehorende inrichting, zoals bijvoorbeeld tuin, waterbergingsvoorzieningen, parkeerplaatsen, sport- en recreatieve voorziening(en) en benodigde (infrastructurele) voorzieningen (zoals een gebouw voor fietsen, afval, tuingereedschap en dergelijke). Voor deze ontwikkeling wordt een ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunningaanvraag opgesteld. Dit plan blijft (ver) onder de drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten (oppervlakte van 10 hectare, 2000 woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte groter dan 200.000 m2). Dit plan betreft een besluit dat de ontwikkeling mogelijk maakt van een stedelijk ontwikkelingsproject dat wordt genoemd in bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) waardoor in het kader van de Wet milieubeheer dient te worden beoordeeld of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen zijn. Voorliggende m.e.r.-aanmeldingsnotitie beschrijft de effecten van het initiatief op het milieu en geeft aan of er belangrijke nadelige milieugevolgen op (kunnen) treden.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied is gelegen aan de Bemmelseweg, aan de zuidoostkant van Elst. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het projectgebied in de omgeving.
Globale ligging plangebied (bron: openstreetmap.org)
1.3
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk is in hoofdstuk 2 het wettelijk kader gegeven en wordt het plan getoetst aan het Besluit m.e.r.. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de mogelijke effecten van de ontwikkeling op het milieu beschreven. In hoofdstuk 4 is vervolgens de m.e.r.-beoordeling opgenomen.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Logiesvoorzieningen De Merm-Oost’
5
Hoofdstuk 2 2.1
Wettelijk kader
Algemeen
Voor activiteiten die belangrijke milieugevolgen kunnen hebben, is het verplicht een milieueffectrapportage (m.e.r.) uit te voeren en een Milieu Effect Rapport (MER) te maken op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Hiermee krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming. De m.e.r. onderzoekt de milieugevolgen van een plan of een besluit en (milieuvriendelijker) alternatieven. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wm. Naast de Wm is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Een plan of besluit is direct m.e.r.-plichtig in een van de volgende situaties: in het Besluit milieueffectrapportage, artikel 7.4 bijlagen C en D zijn activiteiten aangewezen waarvoor direct een m.e.r.-plicht geldt; een m.e.r.-plicht kan volgen uit een passende beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming; op grond van de provinciale milieuverordening kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen waarvoor een m.e.r.-plicht geldt. Een m.e.r.-plicht kan dus ontstaan alleen op grond van het feit dat er een passende beoordeling moet worden gemaakt, ongeacht de uitkomst daarvan.
Dit kan ertoe leiden dat een milieueffectrapportage gemaakt moet worden voor een plan waarvan uit een voorafgaande passende beoordeling al is gebleken dat aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten. Omdat dit ongewenst is, is er in artikel 7.2a lid 2 Wm een uitzondering opgenomen, namelijk voor categorieën van gevallen waarin sprake is van kleine gebieden en kleine wijzigingen die geen aanzienlijke milieueffecten hebben. Deze uitzondering is uitgewerkt in een nieuw artikel 3 van het Besluit milieueffectrapportage (per 1812-2020). Hierin wordt de mogelijkheid gecreëerd om voor twee specifieke situaties door middel van een m.e.r.-beoordeling te concluderen dat geen plan-m.e.r. hoeft te worden opgesteld. De eerste situatie betreft een plan dat het gebruik bepaalt van een klein gebied. Hiervoor moet dan worden voldaan aan drie eisen: gemeente moet bevoegd gezag zijn; het plan moet zien op een omvang van het grondgebied van de gemeente dat klein is in verhouding tot het totale grondgebied van de gemeente; het bevoegd gezag heeft beoordeeld of het plan geen aanzienlijke milieueffecten heeft.
De tweede situatie betreft kleine wijzigingen van een plan waarvan het bevoegd gezag heeft beoordeeld dat die geen aanzienlijke milieueffecten hebben (dit moet worden bezien in de context van het plan en ook moet de mate van waarschijnlijkheid dat de wijziging leidt tot aanzienlijke effecten worden betrokken). Bij het uitvoeren van de m.e.r.-beoordeling kan de informatie over natuur gebruikt worden of worden verwezen naar de passende beoordeling. Als uit de m.e.r.-beoordeling volgt dat er geen aanzienlijk milieueffecten zijn, vervalt de plan-m.e.r.-plicht (uiteraard alleen als er op andere aspecten ook geen nadelige effecten zijn). Het bestemmingsplan kan met passende beoordeling en zonder plan-m.e.r. worden vastgesteld. Als aanzienlijk milieueffecten niet zijn uitgesloten volgt een plan-m.e.r. en moet er een milieueffectrapportage (MER) worden gemaakt.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Logiesvoorzieningen De Merm-Oost’
6
2.2
Toetsing Besluit milieueffectrapportage
Een aantal activiteiten op kleinere schaal zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig als een indicatieve drempelwaarde uit bijlage D wordt overschreden. Ook als de drempelwaarden niet worden overschreden kan in overleg worden bekeken of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling, omdat er mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; 2. het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht waarna het dan m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht maar direct de (plan-)m.e.r.-plicht; 3. het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een kaderstellend plan).
Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; 4. de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht.
2.3
Algemeen beoordelingskader
In lijn met 'Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten' dient bij de beoordeling van de milieueffecten ingegaan te worden op: Kenmerken van het project. Bij een overweging van de kenmerken van het project zijn de volgende criteria van belang: de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering en risico's voor de menselijke gezondheid. Plaats van het project De mate van kwetsbaarheid van het milieu van gebieden waarop het project invloed heeft is afhankelijk van de volgende criteria: het bestaande grondgebruik, relatieve rijkdom aan de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en het opnamevermogen van het natuurlijke milieu met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden op basis van ecologie, landschappelijke, archeologische en cultuurhistorische waarden en wateraspecten. In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Kenmerken van de potentiële effecten.
De potentiële effecten van het project worden bepaald door de kenmerken en plaats van het project, in samenhang met de volgende criteria: de orde van grootte, het ruimtelijk bereik, de aard, het grensoverschrijdend karakter, de intensiteit en complexiteit, de waarschijnlijkheid en de verwachte duur, frequentie en omkeerbaarheid van de effecten. Daarnaast kunnen ook de cumulatie van effecten met effecten van andere projecten en de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen in overweging worden genomen.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Logiesvoorzieningen De Merm-Oost’
7
Hoofdstuk 3 3.1
Beschrijving potentiele effecten
Algemeen
Om het plan te beoordelen zoals het bestemmingsplan dat mogelijk maakt, wordt in lijn met het kader als beschreven in par. 2.3 in deze paragraaf ingegaan op de verschillende milieuaspecten die van belang zijn voor de m.e.r.-beoordeling.
3.2
Bodemkwaliteit
De ontwikkeling maakt geen functies mogelijk die een potentieel risico voor de bodemkwaliteit ter plaatse en/of de omgeving kunnen vormen. Ten behoeve van de bouwwerkzaamheden zal conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit gewerkt worden, waarmee alleen grond met de juiste milieuhygiënische kwaliteit wordt gebruikt. Negatieve effecten op de bodemkwaliteit als gevolg van het plan zijn dan ook uit te sluiten.
3.3
Luchtkwaliteit
De ontwikkeling maakt de realisatie van logiesvoorzieningen voor 120 arbeidsmigranten mogelijk. Het belangrijkste mogelijk effect op de luchtkwaliteit is de toename van verkeersbewegingen en de daarbij behorende uitstoot. Het initiatief heeft een dusdanige geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%, toevoegen 1.500 woningen) uit het Besluit luchtkwaliteit. Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen die het plan mogelijk maakt is te concluderen dat het plan 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Significante effecten op de luchtkwaliteit ter plaatse zijn dan ook uit te sluiten.
3.3
Geluidhinder
De ontwikkeling voorziet niet in het toevoegen van een functie met spoorweg- of bedrijfslawaai tot gevolg. Met betrekking tot wegverkeerslawaai voorziet het initiatief niet in een wezenlijke toename van verkeersbewegingen dan wat op grond van het vigerende bestemmingsplan reeds mogelijk is. De logiesvoorzieningen zullen voornamelijk leiden tot de verkeersgeneratie van licht verkeer, waar de vigerende planologische situatie functies mogelijk maakt met meer middelzwaar en zwaar verkeer. De ontwikkeling heeft daarmee geen nadelig effect op het aspect geluid.
3.4
Geur
De ontwikkeling maakt geen functies mogelijk die geurhinder tot gevolg hebben. Het initiatief heeft geen nadelige effecten op het aspect geur.
3.5
Externe veiligheid
De ontwikkeling maakt geen risicobronnen mogelijk die extra risico op rampen/ongevallen voor de omgeving met zich mee kunnen brengen. Een logiesvoorziening is geen functie met een extern veiligheidsrisico. De ontwikkeling heeft geen nadelig effect op het aspect externe veiligheid.
3.6
Milieuzonering
Voor logiesfuncties geldt een richtafstand van 10 m voor geluid (milieucategorie 1) op basis van de VNGpublicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Binnen een afstand van 10 meter rond de projectlocatie bevinden zich geen woningen of andere gevoelige objecten die in het kader van milieuzonering hinder ondervinden van de logiesvoorzieningen. Daarnaast zijn op de locatie reeds activiteiten met een zwaardere milieucategorie mogelijk. Daarmee heeft de ontwikkeling geen nadelig effect met betrekking tot het aspect milieuzonering.
3.7
Water
Grenzend aan het projectgebied bevindt zich een watergang. Met de ontwikkeling blijft deze watergang gehandhaafd. Er vinden geen ontwikkelingen plaats ter plekke van de beschermingszone. Hemelwater wordt
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Logiesvoorzieningen De Merm-Oost’
8
binnen de projectlocatie geborgen. Op basis van voorstaande kan geconcludeerd worden dat het effect van het plan op de waterhuishouding beperkt is.
3.8
Ecologische waarden
Gebiedsbescherming In de omgeving van het plangebied is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Rijntakken'. Dit gebied op circa 2 kilometer afstand van het projectgebied. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (bijlage 5 bij de Ruimtelijke Onderbouwing), waarin is ingegaan op de effecten op beschermde natuurgebieden. Uit het onderzoek komt naar voren dat de afstand tot Natura 2000-gebieden te groot is om te resulteren in negatieve effecten met betrekking tot trilling, geluid en optische verstoring Om het effect van stikstofuitstoot door de ontwikkeling te bepalen is een voortoets stikstofdepositie uitgevoerd (bijlage 6 bij de toelichting van het bestemmingsplan). Hieruit blijkt dat als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied er sprake is van een bijdrage aan stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied Rijntakken groter dan 0,00 mol/ha/j. Er is dus geen sprake van mogelijk negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. Soortenbescherming De Quickscan wijst uit dat het projectgebied geen essentiële betekenis heeft voor beschermde soorten. Tijdens de uitvoering van werkzaamheden dient enkel rekening gehouden te worden met algemene regels (onder meer zorgplicht). Het uitvoeren van vervolgonderzoek naar specifieke soorten is niet nodig. Negatieve effecten op beschermde soorten zijn uit te sluiten.
3.9
Cultuurhistorische waarden
In en rondom de projectlocatie zijn geen cultuurhistorische of cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig waar de ontwikkeling een negatief effect op kan hebben. Negatieve effecten op cultuurhistorische waarden zijn uitgesloten.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Logiesvoorzieningen De Merm-Oost’
9
Hoofdstuk 4 4.1
M.e.r.-beoordeling
Beoordeling
Op basis van de beoordeling van de verschillende haalbaarheidsaspecten in relatie tot dit project zoals opgenomen in de voorgaande paragraaf, kan een conclusie worden getrokken over de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten. Kenmerken van het project Het betreft een plan met een beperkte omvang. Dit gezien de schaal en oppervlakte van het plan in relatie tot de omvang van de stad Elst en de gemeente Overbetuwe. Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde, in de omgeving van het plangebied zijn geen ontwikkelingen bekend die een dusdanige omvang hebben dat ze in cumulatie met dit plan een mogelijk negatief effect kunnen hebben op het milieu. In het projectgebied zijn geen natuurlijke hulpbronnen aanwezig die door het plan beperkt of aangetast worden. Het plan leidt enkel tot huishoudelijk afval. Het produceren van bijzondere afvalstoffen die kunnen leiden tot een milieueffect is niet aan de orde. Dit geldt ook voor verontreinigingen en hinder zoals deze in hoofdstuk 3 zijn behandeld. Ook is er gezien de aard van het plan geen verhoogd risico voor de menselijke gezondheid omdat het plan het gebruik van risicovolle stoffen en/of technologieën niet mogelijk maakt. Plaats van het project Op dit moment betreft het projectgebied grotendeels een grasveld zonder bebouwing.
De locatie mag gebruikt worden ten behoeve van een bedrijventerrein. Er is geen sprake van bestaande natuurlijke hulpbronnen in het plangebied die worden aangetast. Zoals beschreven in hoofdstuk 3 ligt het projectgebied buiten gebieden met gevoelige ecologische, landschappelijke, archeologische waarden. Kenmerken van de potentiële effecten De ontwikkeling maakt logiesvoorzieningen voor de maximale duur van 15 jaar mogelijk. Het betreffen hier functies met een zeer beperkte uitstraling naar de omgeving. Zoals uit hoofdstuk 3 blijkt hebben deze functies geen negatief effect op het milieu en de aanwezige waarden in het gebied en de omgeving. Belangrijke nadelige effecten voor het milieu kunnen daarmee worden uitgesloten.
4.2
Conclusie
Uit het voorgaande beoordeling blijkt dat het plan een beperkte omvang, niet in een kwetsbaar gebied ligt en geen ontwikkeling mogelijk maakt waarbij belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Verder onderzoek in het kader van het Besluit milieueffectrapportage is niet nodig: er wordt afgezien van het doorlopen van een Plan-m.e.r. procedure. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Verder onderzoek in het kader van het Besluit milieueffectrapportage is niet nodig: het plan is niet m.e.r.-plichtig.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Logiesvoorzieningen De Merm-Oost’
10
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Logiesvoorzieningen De Merm-Oost’
11
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Logiesvoorzieningen De Merm-Oost’
12