CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

25-05-06.02 technische vragen en antwoorden BOB 1e berap sociaal domein

Gemeenteraadsvergadering 20 mei 2025, gemeente OverBetuweBij agendapunt: 1e bestuursrapportage 20251.972 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Format technische vragen Datum indienen: 28 april 2025 Datum politieke avond: 6 mei 2025 Agendapunt: 1e bestuursrapportage 2025, zorgkosten Wmo/Jeugd Onderwerp: 1e bestuursrapportage 2025, zorgkosten Wmo/Jeugd Toelichting:

In de eerste bestuursrapportage wordt op pagina 6 in de paragraaf Risico’s en kansen de voortgang toegelicht op de in de begroting 2025 opgenomen taakstelling van 1.568.000 euro voor zorgkosten Wmo/Jeugd, waaronder de maatregelen verlagen zorgvragen uit de kadernota en begroting 2025. Op pag. 104 van de Kadernota 2025, vastgesteld in de raad van 2 juli 2024, is de maatregel ‘verlagen zorgvragen’ toegelicht. O.a. met de passage “Door te sturen op kortere indicaties, minder (stapeling van) producten, striktere afspraken met andere wettelijke verwijzers, een versterking van het STO en door in onze verordening te sturen op algemene voorzieningen en een inzet op het vrijwillige veld, willen wij de genoemde ombuiging (+/- 1,5% van het totaalbudget) realiseren.” En “Financieel is de haalbaarheid van deze maatregel een risico: een daling van 1,5% lijkt niet veel, maar de trend is (ook landelijk) al jaren stijgende. Zo heeft het Wmo voorspelmodel een stijgingspercentage opgenomen tussen de 5 en 13% per jaar voor de de komende jaren, voornamelijk vanwege vergrijzing. Ook voor de tarieven (de p) geldt dat deze alleen maar stijgen. Per saldo een financiële daling inzetten vergt dan ook een veel grotere inspanning dan enkel op basis van 1,5% zou kunnen lijken.

Verder sturen op de q vergt bovendien een stevige investering in de lokale toegang / het sociaal team (STO).” Op 19 november 2024 ontving de raad via een memo/tic de factsheets sociaal domein 3e kwartaal. De factsheets 4e kwartaal en de jaarmonitor 2024 zijn nog niet ontvangen. Vraag/vragen:

1. Waarom kan in deze 1e bestuursrapportage nog niet gerapporteerd worden over de voortgang van de ombuigingstaakstelling die conform het voorstel van het college in de begroting 2025 is verwerkt? Immers, de taakstelling dateert al vanuit de Kadernota (medio 2024, impliciete taakstelling 13%) en is in de begroting 2025 verhoogd met 1,5% tot 14,5% (13+1,5%=14,5%). 2. Hoe ontwikkelden de duur van de indicaties, de (stapeling van) het aantal producten, de implementatie van afspraken met andere wettelijke verwijzers etc. zich in het 4e kwartaal 2024 en in het 1e kwartaal 2025? 3. Wanneer kan de raad de factsheets 4e kwartaal 2024 en/of de jaarmonitor 2024 verwachten? 4. Begin november 2024 heeft de raad de nieuwe verordening sociaal domein vastgesteld. Deze nieuwe verordening is pas op 11 april 2025 gepubliceerd en per 12 april 2025 ingegaan. Wat is de reden achter deze late publicatie?

5. De bij de verordening behorende beleidsregel huishoudelijke ondersteuning van 1 maart 2022 is nog niet ingetrokken en vervangen door een beleidsregel op basis van de nieuwe verordening. De beleidsregel is nog steeds geldig volgens overheid.nl waar ook overbetuwe.nl verwijst. Waarom is de beleidsregel nog niet vervangen door een beleidsregel met dezelfde inhoud die juridisch correct verwijst naar de actuele verordening zodat het gemeentelijk beleid voor externen een correcte basis heeft? 6. Hoe verhoudt de beleidswijziging die in de 1e bestuursrapportage wordt aangekondigd zich tot genoemde beleidsregel huishoudelijke ondersteuning? Geldt deze wijziging ook de algemene voorziening als beschreven in de beleidsregel? Hoe is communicatie naar inwoners en betrokken zorgaanbieders voorzien? Wat is de onderbouwing om na 3 jaar de toegang (opnieuw) anders in te richten, ‘wat kan op grond waarvan beter’ als niet de zorgaanbieders maar het sociaal team de zorgomvang bepaalt? Waarom wordt het doel van de beleidswijziging niet gerealiseerd via de bestaande werkwijze met (aangepaste) afspraken met de zorgaanbieders? 7. Is de beschrijving van de maatregelen in de 1e bestuursrapportage eerder dan via deze bestuursrapportage met de raad gedeeld? Kunt u aangeven hoe die past in de geldende kaderstelling door de raad, zodat dit een volledige B&W-bevoegdheid zou zijn? 8.

Is het beeld juist dat ‘sturen op verlagen van de zorgvraag’ vooral extra toetsen door het sociaal team, extra beoordelingen door consulenten betekenen (zonder dat de personen die de extra toets uitvoeren de direct betrokken inwoners hebben gesproken)? Is dit ingegeven doordat de beoogde samenwerking/transformatie in samenwerking met de zorgaanbieders als onvoldoende geslaagd wordt beschouwd? Hoe zijn zorgaanbieders betrokken geweest in het proces rond deze beleidswijziging? 9. Wat betekenen de voorgenomen maatregelen voor de doorlooptijd (wachttijd) van aanvragen? Hoe heeft die zich sinds maart 2024 ontwikkeld (laatste gegevens die de raad via de halfjaarmonitor sociaal domein ontving)? Indiener/fractie: Aad Noordermeer, LijstBOB Antwoord(en) ambtelijke organisatie:

Vraag/vragen:

1. Waarom kan in deze 1e bestuursrapportage nog niet gerapporteerd worden over de voortgang van de ombuigingstaakstelling die conform het voorstel van het college in de begroting 2025 is verwerkt? Immers, de taakstelling dateert al vanuit de Kadernota (medio 2024, impliciete taakstelling 13%) en is in de begroting 2025 verhoogd met 1,5% tot 14,5% (13+1,5%=14,5%). Antwoord:

In de Kadernota 2025 is geen impliciete taakstelling van 13% opgenomen. Op basis van het Wmo voorspelmodel is een oplopend budget opgenomen voor Wmo zorgkosten i.v.m. vergrijzing. Dit blijkt niet duidelijk uit het bedoelde format, maar is wel zichtbaar in de Programmabegroting 2025 onder Programma 4. De peildatum van de 1e bestuursrapportage betreft 15 maart 2025. Over het algemeen worden zorgkosten binnen 1 maand gedeclareerd. Dit betekent dat we ten tijde van het opstellen van de 1e bestuursrapportage pas 1 volledige maand aan facturen binnen hebben. Hiermee hebben we nog onvoldoende gegevens om op dit moment al eventuele afwijkingen te kunnen rapporteren. Het eerste beeld is dat de maatregelen een positief effect hebben op de uitgaven. 2. Hoe ontwikkelden de duur van de indicaties, de (stapeling van) het aantal producten, de implementatie van afspraken met andere wettelijke verwijzers etc. zich in het 4e kwartaal 2024 en in het 1e kwartaal 2025? Antwoord: Ons eerste beeld is dat we een positief effect zien van de maatregelen. Zo hebben wij door extra expertise in te zetten in het eerste gesprek met de aanvrager en/of zijn verwijzer, al bij een aantal jeugdigen bereikt dat met een kortere indicatieduur kon worden volstaan. En bij sommige inwoners een toewijzing voorkomen door samen met de inwoner te concluderen dat verdere jeugdhulp voorlopig niet nodig is.

Daarnaast zien we bijvoorbeeld ook in de stapeling bemoedigende signalen terug: voor de Jeugdwet zien we in het vierde kwartaal van 2024 een lichte stijging van het gemiddeld aantal toewijzingen per cliënt, echter is dit gemiddelde gedaald in het eerste kwartaal van 2025. Het niveau van het eerste kwartaal 2025 ligt lager dan het gemiddelde niveau van heel 2024. Bij de Wmo zien we dat het gemiddeld aantal toewijzingen per cliënt in het vierde kwartaal van 2024 en in het eerste kwartaal van 2025 lager ligt dan in de eerst 3 kwartalen van 2024. We hebben dus concrete aanleiding(en) om aan te nemen dat de maatregelen een positieve ontwikkeling bewerkstelligen. 3. Wanneer kan de raad de factsheets 4e kwartaal 2024 en/of de jaarmonitor 2024 verwachten? Antwoord: De oplevering van de jaarmonitor sociaal domein is al enige jaren gelijkgetrokken met de oplevering van de financiële jaarrekening1. Deze producten worden ongeveer gelijktijdig met de raad gedeeld. De jaarmonitor is nagenoeg gereed en zal binnen enkele weken inclusief duiding aan de raad worden toegezonden.

1 Zie ook 23-06-27 A10 TIC; Integrale jaarmonitor sociaal domein 2022 en

4. Begin november 2024 heeft de raad de nieuwe verordening sociaal domein vastgesteld. Deze nieuwe verordening is pas op 11 april 2025 gepubliceerd en per 12 april 2025 ingegaan. Wat is de reden achter deze late publicatie? Antwoord: De reden hierachter is dat we eerst beleidsregels die betrekking hebben op deze verordening moeten samenstellen. Helaas kost dit meer tijd dan verwacht. De verwachting is dat voor het zomerreces beleidsregels binnen het sociaal domein door het college zijn vastgesteld. 5. De bij de verordening behorende beleidsregel huishoudelijke ondersteuning van 1 maart 2022 is nog niet ingetrokken en vervangen door een beleidsregel op basis van de nieuwe verordening. De beleidsregel is nog steeds geldig volgens overheid.nl waar ook overbetuwe.nl verwijst. Waarom is de beleidsregel nog niet vervangen door een beleidsregel met dezelfde inhoud die juridisch correct verwijst naar de actuele verordening zodat het gemeentelijk beleid voor externen een correcte basis heeft? Antwoord: Zie ook het antwoord bij de vorige vraag. Het streven is om voor het zomerreces de beleidsregels vast te laten stellen. Huishoudelijke ondersteuning is hier onderdeel van. 6.

Hoe verhoudt de beleidswijziging die in de 1e bestuursrapportage wordt aangekondigd zich tot genoemde beleidsregel huishoudelijke ondersteuning? Geldt deze wijziging ook de algemene voorziening als beschreven in de beleidsregel? Hoe is communicatie naar inwoners en betrokken zorgaanbieders voorzien? Wat is de onderbouwing om na 3 jaar de toegang (opnieuw) anders in te richten, ‘wat kan op grond waarvan beter’ als niet de zorgaanbieders maar het sociaal team de zorgomvang bepaalt? Waarom wordt het doel van de beleidswijziging niet gerealiseerd via de bestaande werkwijze met (aangepaste) afspraken met de zorgaanbieders? Antwoord: De aangekondigde beleidswijziging is opgenomen in de beleidsregel sociaal domein en heeft betrekking op de algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning. Zorgaanbieders zijn in eerdere sessies geïnformeerd en zullen ook per brief worden geïnformeerd over de nieuwe werkwijze. Inwoners die al huishoudelijke ondersteuning ontvangen zullen per brief op de hoogte worden gebracht. Ook zal de informatie via de website in te zien zijn. Zoals in de 1e bestuursrapportage is verwoord, verwachten we met deze aanpassing meer grip te krijgen op de instroom, indicatieomvang en wachtlijst van huishoudelijke ondersteuning. Met meer regie door het STO is het mogelijk kwalitatief beter te sturen op de toewijzing.

In feite is de beleidswijziging een aanpassing van de huidige afspraken. Immers na een proefperiode van 6 weken zal in samenspraak tussen inwoner, zorgaanbieder en STO bekeken worden welke inzet daadwerkelijk nodig is. 7. Is de beschrijving van de maatregelen in de 1e bestuursrapportage eerder dan via deze bestuursrapportage met de raad gedeeld? Kunt u aangeven hoe die past in de geldende kaderstelling door de raad, zodat dit een volledige B&W-bevoegdheid zou zijn? Antwoord:

Ja, deze maatregelen zijn vermeld in de door uw raad vastgestelde Kadernota 2025 (dekkingsvoorstel 2025 en format nummer 4.01 “maatregelen verlagen zorgvragen”, zie Kadernota 2025, p.24, 32, 34 en 104). De maatregelen maken daarmee onderdeel uit van door de raad vastgesteld beleid. 8. Is het beeld juist dat ‘sturen op verlagen van de zorgvraag’ vooral extra toetsen door het sociaal team, extra beoordelingen door consulenten betekenen (zonder dat de personen die de extra toets uitvoeren de direct betrokken inwoners hebben gesproken)? Is dit ingegeven doordat de beoogde samenwerking/transformatie in samenwerking met de zorgaanbieders als onvoldoende geslaagd wordt beschouwd? Hoe zijn zorgaanbieders betrokken geweest in het proces rond deze beleidswijziging? Antwoord: Nee, dit beeld is niet juist. Wij sturen op het verlagen van de zorgvraag door in gesprek te gaan met de betrokken inwoners, zorgaanbieders en eventuele externe verwijzers. 9. Wat betekenen de voorgenomen maatregelen voor de doorlooptijd (wachttijd) van aanvragen? Hoe heeft die zich sinds maart 2024 ontwikkeld (laatste gegevens die de raad via de halfjaarmonitor sociaal domein ontving)? Antwoord: Onze verwachting is dat de voorgenomen maatregelen grotendeels geen effect zullen hebben op de doorlooptijd van de aanvragen.

Enkel voor de maatregel op huishoudelijke ondersteuning kan er mogelijk een negatief effect op de wachttijd plaatsvinden. Door de toegang tot de algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning weer via het STO te laten lopen, zou dit op langere termijn iets op kunnen lopen. De werkwijze is echter zo ingericht dat wij het risico op langere wachttijden tot een minimum denken te kunnen beperken. In 2024 zagen wij bij de afhandeling van ondersteuningsvragen voor de Jeugdwet en Inkomen (Participatiewet) geen wachttijden. Voor Wmo gerelateerde ondersteuningsvragen is de wachttijd gedurende 2024 opgelopen. Voorlopige cijfers laten zien dat tegen het einde van 2024 de wachttijd begon af te nemen en begin 2025 zet deze trend zich vooralsnog door.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=03f8b0aa-4e4b-4ba8-932d-7b90fbd7a47f