25-04-08 A12 Informatiememo; Omgevingsvisie en programma’s - wisselwerking visie en programma
Tekst van het document
INFORMATIEMEMO RAAD Kenmerk: 2024-014451 Datum B&W-vergadering: 11 maart 2025 Onderwerp: Omgevingsvisie en programma’s Kennis nemen van: Wisselwerking tussen Omgevingsvisie en (instrumenten) programma's Status advies: Openbaar Argument: (indien niet openbaar) Portefeuillehouder: Wethouder Wijnte Hol Betrokkenen bij voorstel extern: Betrokkenen bij voorstel intern: Adviseurs economie, mobiliteit, wonen, duurzaamheid Bijlagen: 1. INLEIDING De ‘Omgevingsvisie Overbetuwe 2040’ “is de integrale basis voor uitvoeringsprogramma's. In de programma’s worden de principes, kaders en ambities uit deze visie concreet toegepast. In programma’s leggen we de taakverdeling en wijze van samenwerking vast.“ In 2019 zijn we begonnen met deze manier van werken, in de geest van de Omgevingswet. In deze memo informeren wij u graag over de voortgang in programma’s. Mede na een informatiesessie van een ontwikkelaar over woningbouw in Zetten, beschrijven we de werkwijze aan de hand van een concreet en toepasselijk voorbeeld binnen het thema ‘Wonen’. Op die manier denken we mogelijke ruis te voorkomen over de relatie tussen visie en (instrumenten binnen) programma’s. 2. WAT ZIJN PROGRAMMA’S Een programma is een instrument waarmee wij (op basis van artikel 3.4 Omgevingswet) op tactisch niveau invulling geven aan de strategische ambities die u opneemt in de Omgevingsvisie. Een programma is zelfbindend.
Dit betekent dat het alleen de gemeente zelf bindt (dus niet inwoners, organisaties of bedrijven). Een programma kan wel (partijen in) de samenleving stimuleren om die dingen te doen die helpen om de doelen van het programma te halen. De inhoud van het programma komt ook voor iedereen beschikbaar in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het programma maakt deel uit van de beleidscyclus; de Omgevingswet vraagt immers meer overzicht, samenhang en doorwerking tussen alle instrumenten. Dat werkt twee kanten op; de keuzes in de Omgevingsvisie worden door ons uitgewerkt in programma’s, soms kunnen (actualiteiten in) programma’s aanleiding zijn om de visie aan te passen.
3. IMPLEMENTATIE OMGEVINGSWET Het ‘Implementatie- en uitvoeringsplan Omgevingswet’ (9 juni 2020) gaf een duidelijke voorzet rondom programma’s. Het hoofdstuk dat daarop in gaat kent (naast het algemene punt kennis vergaren en opleiding1) de volgende specifieke acties: • Starten programma ‘duurzaamheid’, Op basis van de Routekaart Duurzaam Overbetuwe, is het programma stapsgewijs opgebouwd. In 2022 en 2023 (meer pilot-gewijs) naar contouren voor het programma, sinds maart 2024 ook een volwaardig Programmaplan Duurzaamheid. • Op basis hiervan hebben we een voorstel gedaan voor aanvullende - nog uit te rollen - programma’s. Het Koersdocument gaat uit van de nieuwe programma’s Wonen, Mobiliteit, Economie en Omgevingskwaliteit. De programma’s Economie en Mobiliteit komen dit jaar, de overige programma’s volgen in 2026. • Een verkenning over verplichte programma’s is uitgevoerd: o De norm uit het Besluit kwaliteit leefomgeving voor luchtkwaliteit wordt niet overschreden in de gemeente Overbetuwe. Daarmee is een lokaal programma voor dit thema niet verplicht. o Uiterlijk 31 december 2026 kan er2 sprake zijn van een verplicht programma Warmte (i.r.t. Duurzaamheid). o Per 1 juli 2026 kan er3 sprake zijn van een verplicht programma Volkshuisvesting (i.r.t. Wonen). 4.
WISSELWERKING VISIE, PROGRAMMA’S EN INZET De keus uit 2020 om introductie van programma’s organisch op te pakken, bood de ruimte om te leren van de kennis die we samen gaandeweg opdoen en te leren van de ervaringen. Ook creëert het flexibiliteit die het beter mogelijk maakt aan te sluiten bij (actuele ontwikkelingen in) de beleidscyclus én tussentijds resultaten te boeken. In deze cyclus is er zo (conform Omgevingswet) dus meer overzicht, samenhang en doorwerking tussen alle instrumenten mogelijk. Graag maken we die samenhang inzichtelijk aan de hand van het thema ‘Wonen’. 4.1. Visie De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities van het te voeren integrale beleid voor kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de voorgenomen ontwikkeling én het gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied. Omdat dit integraal gebeurt, maakt de visie het mogelijk dat uitwerking naar programma’s in wisselwerking tussen wonen, milieu(zonering), economie en mobiliteit plaats kan vinden. Het Koersdocument geeft richting voor de actualisatie van de Omgevingsvisie. Tijdens participatiebijeenkomsten gaf de samenleving tips, suggesties en feedback. Vervolgens lag het concept-document ter inspraak. Een deel van de inspraakreacties leidde tot aanscherping of verduidelijking. Nu ligt het Koersdocument ter vaststelling bij u voor.
Dit Koersdocument bevat hierbij de volgende richting voor wonen: “de woonbehoefte wordt in alle kernen ingevuld; naar verhouding, passend bij vraag en omvang. Voor grotere ontwikkelingen hanteren we aanvullend het principe van geclusterde verstedelijking in de grote drie dorpen. We geven nader richting door grotere zoeklocaties te kiezen”; in Zetten ligt de nadruk daarbij aan de oostzijde van het dorp. In en rondom het stationsgebied zien we (in lijn met de gebiedsvisie) kansen voor woningbouwontwikkelingen, aansluitend bij transformatie van St. Walburg en stationsomgeving. Onderliggende criteria zijn onder andere ligging nabij openbaar vervoer en gebiedsontsluitingswegen, milieuzonering (zoals geluid) en reserveringen voor het mogelijk ondergronds brengen van hoogspanningskabels. “Meegroei van voorzieningen, energienetwerk, klimaat-adaptieve inrichting én biodiverse groen-blauwe zones én ontsluitingsmogelijkheden zien we hierbij als belangrijke randvoorwaarde.” Belangrijk om te beseffen dat er op programmatisch niveau hard gewerkt wordt aan het ‘meegroeien’ van dergelijke randvoorwaarden. Dit is dynamisch en niet in beton gegoten! Daarom benoemen we in het ‘Rapport Inspraak’ ook dat dat “de potentie tot meer woningbouw aan de zuidwestzijde van Zetten op een later moment wellicht wel ontstaat, nadat de ontsluiting rondom Wageningsestraat-Stationsstraat is verbeterd.
Nadere keuzes over het ondergronds brengen van hoogspanning zijn ook van invloed.” De Omgevingsvisie staat eventuele toekomstige ontwikkelingen hier dus niet in de weg. 1 Onderdeel van hoofdstuk 3 Implementatieplan: “VNG - lijst minimale acties”. 2 Afhankelijk van keuzes bij de nieuwe Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw).
3 Afhankelijk van keuzes bij de nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting).
2024-014451 (11/3/2025)
2/4
4.2. Programma’s De ‘Woonagenda Overbetuwe 2025’ is al grotendeels programmatisch opgezet. In lijn met de strategische principes uit de Omgevingsvisie, zijn tactische doelen geoperationaliseerd én zijn uitvoerende acties/maatregelen gekozen. In lijn met het gekozen voorbeeld, hieronder een nadere toelichting op het thema ‘Voorraadstrategie’, onderdeel nieuwbouw, waarbij we inzoomen op locaties in Zetten. 4.3. Inzet instrumenten Er is een breed scala van aan maatregelen mogelijk in een programma, bijvoorbeeld uitvoerende/fysieke maatregelen, inzet van communicatie- of informatiemiddelen, inzet van financiële instrumenten en juridische maatregelen (regels in het omgevingsplan, verordening of privaatrechtelijke overeenkomst). Het programma zegt ook wat over de rol die de gemeente wil nemen en de samenwerking met anderen, bijvoorbeeld door afspraken met andere organisaties, bedrijven of overheden. Hierbij leggen we ook verbanden tussen programma’s onderling. Uitvoerende instrumenten De nieuwbouwopgave 2022-2030 (verwoord in het zogenaamde streefprogramma, op basis van Woonbehoefte-onderzoek) bedraagt 2.480 woningen, onderverdeeld naar (kaders voor) prijssegmenten. Om dit te kunnen realiseren, denken we goed na over het woningbouwprogramma. • • •
De prioriteringsmethodiek is hierbij een belangrijk hulpmiddel. Dit instrument maakt aan de voorkant helder inzichtelijk welke plannen kansrijk zijn, goed passen bij beleid en behoefte. Deze nemen we als ‘prioritair project’ in het woningbouwprogramma. Vervolgens kiezen we een pro-actieve inzet in woningbouwprojecten én ondersteunen ontwikkelaars en corporaties bij uitwerking en realisatie. Op dit moment kent het woningbouwprogramma maar liefst ruim 1.700 woningen, verdeeld over 27 projecten. We faciliteren partijen nadrukkelijk ook door het creëren van randvoorwaarden zodat zij met meer kansrijke aanvragen kunnen komen. De randvoorwaarden op orde brengen, raakt vaak ook andere programma’s, bijvoorbeeld mobiliteit, duurzaamheid en economie. Zo speelt bijvoorbeeld in Zetten waar we de potentie voor woningbouw rondom het stationsgebied proberen te vergroten: o Conform ‘Ontwikkelstrategie toekomstperspectief ontsluiting Zetten’ (programma Mobiliteit): ▪ Verbeteren we de bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Fase A betreft de directe omgeving van het station Zetten-Andelst; in 2025 maken we het ontwerp en begin 2026 volgt uitvoering.
▪ Verkennen we hoe vanaf 2028 in fase B (in relatie tot de ‘Trajectaanpak N836’) met een rechtstreekse ontsluiting op de Wageningsestraat de toegang van de Zetten kunnen verbeteren; ten gunste van bestaande functies, maar ook als voorwaarde om (net zoals bij ‘Op Zuid in Zetten fase 2’) nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. o Creëren schuifruimte door strategische uitbreidingsruimte voor bedrijven door over enkele jaren4 over te gaan tot uitbreiding van De Schalm. Immers, transformeren van bedrijfskavels naar wonen en/of het terugbrengen van toegestane milieucategorieën creëert ontwikkelruimte maar vereist ook dat bedrijven op een andere plek hun onderneming toekomstbestendig kunnen doorzetten. o Aanmelding bij TenneT (na eerdere verkenningen) om - waarschijnlijk vanaf eind 2025 - een basisontwerp te maken voor het mogelijk na 2030 ondergronds brengen van hoogspanning.
Overige instrumenten Volledigheidshalve vermelden we graag dat er ook een brede scope van andere instrumenten wordt ingezet in en rondom het thema wonen. Omdat dit vaak generieke maatregelen zijn, is de link met het voorbeeld Zetten vaak indirect. Om die reden volstaan wij met enkele voorbeelden uit de huidige Woonagenda: • Communicatief: benutten grondposities door een koppeling tussen doelgroepen en woonvormen die door andere partijen onvoldoende bediend worden (‘matchmaking’). 4 Conform zoekgebied Verstedelijking, fasering uit te werken in een zogenaamde Ontwikkelstrategie conform Nota
Grondbeleid. 2024-014451 (11/3/2025)
3/4
• Financieel: Startersleningen die de koper ondersteunen. • Juridisch: Betaalbare segmenten borgen middels doelgroepenverordening en overeenkomsten, prestatieafspraken of constructies zoals maatschappelijk gebonden eigendom, erfpacht, antispeculatiebeding en in combinatie met zelfbewoningsplicht. 5. TEN SLOTTE Wij vertrouwen erop dat deze toelichting helpt bij het inzicht in de wisselwerking tussen enerzijds strategische visie en anderzijds programma’s en de daaruit voortvloeiende concrete inzet. Het onderscheid tussen strategie en tactische programmatische inzet maakt dat - inhoudelijk en in tijd - een wisselwerking ontstaat waarmee je slim en flexibel de voortgang kunt benutten van in gang gezette maatregelen in een dynamische omgeving. Bij het voorbeeld in Zetten betekent dit we (bij initiatieven) aan de zuidzijde van het dorp samen optrekken met de visie voor de stationsomgeving. De Omgevingsvisie staat eventuele toekomstige ontwikkelingen in deze zone zoals gezegd niet in de weg. Parallel aan ontwikkeling van Zetten-Oost, werken we bijvoorbeeld aan de zuidzijde aan het creëren van de noodzakelijke randvoorwaarden op het gebied van ontsluiting én ruimte voor aanpassing of verplaatsing van bedrijven. Op die manier faciliteren we initiatiefnemer om hier te komen tot een haalbaar en realistisch plan.
Behandelend adviseur voor technische vragen Stefan Tempelman, telefoon 14 0481, e-mail: info@overbetuwe.nl HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS, de gemeentesecretaris de burgemeester, D.C. van Eeten
2024-014451 (11/3/2025)
R.P. Hoytink-Roubos
4/4