25-04-08.14 Beantwoording technische vragen mbt verordening gemeentelijke antidiscriminatievoorziening
Tekst van het document
Schriftelijke beantwoording van technische vragen die tijdens de voorbereidende vergadering van 25 maart zijn gesteld m.b.t. de verordening gemeentelijke antidiscriminatievoorziening
1. Is de gemeentelijke anti-discriminatievoorziening (ADV) voldoende bekend en laagdrempelig? Met ingang van 1 januari 2024 werken de regionale ADV’s samen onder de naam Discriminatie.nl. Waar voorheen iedere ADV onder eigen naam opereerde en afzonderlijk de toegang organiseerde, wordt dat nu gezamenlijk gedaan onder Discriminatie.nl. De toegang tot de ADV is hierdoor eenduidig op landelijk niveau geregeld, met één telefoonnummer en website (www.discriminatie.nl). Om het meldpunt zo laagdrempelig mogelijk te maken wordt de mogelijkheid geboden om de website automatisch te vertalen in tientallen verschillende talen. Meldingen worden voor inhoudelijke afhandeling doorgezet naar de desbetreffende regionale ADV. De ADV is hierdoor beter vindbaar geworden, wat het makkelijker maakt om discriminatie te melden. We werken met Vizier Oost samen om in 2025 de bekendheid van Discriminatie.nl lokaal te vergroten. Uitvoering hiervan past binnen de middelen die we vanuit het Rijk ontvangen voor de uitvoering van onze wettelijke taken met betrekking tot de ADV. 2. Hoe wordt invulling gegeven aan de loketfunctie en wat betekent dit qua benodigde middelen? We vinden het belangrijk om inwoners de mogelijkheid te bieden om in de directe leefomgeving een melding te kunnen doen. Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen het doen van een melding en de inhoudelijke afhandeling van de melding.
Dit laatste zal altijd door medewerkers van de ADV worden opgepakt, zodat de onafhankelijkheid en deskundigheid is gewaarborgd. De ervaring van de ADV leert dat in verreweg de meeste gevallen melding wordt gedaan via de website of per telefoon. Dit wordt gezien als de snelste, meest eenvoudige en laagdrempelige wijze om een melding te doen. De verwachting is hierdoor dat er slechts in een enkel geval gebruik zal worden gemaakt van de mogelijkheid om in persoon een melding te doen. Er wordt daarom gekeken om inwoners de gelegenheid te bieden om op afspraak in persoon op het gemeentehuis een melding te kunnen doen. We zijn hierbij in gesprek met Vizier Oost welke rol zij hierin kunnen spelen. Dit kan enerzijds gaan om het verzorgen van een training; anderzijds om het op locatie op afspraak beschikbaar stellen van een medewerker om een melding aan te nemen. Over wie daarin welke rol invult (gemeente of Vizier Oost) worden nadere afspraken gemaakt. Uitgangspunt daarbij is dat we gebruikmaken van de al bestaande infrastructuur (zowel fysiek als digitaal). Om die reden en omdat we weinig meldingen in persoon verwachten denken we dat de benodigde inzet gering is en passend is binnen de middelen die ons voor de uitvoering van onze wettelijke taken met betrekking tot de ADV ter beschikking staan. 3.
Hoe wordt er gemonitord en teruggekoppeld over de meldingen die worden gedaan? Op grond van artikel 3 van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen dient het college jaarlijks vóór 1 april verslag uit brengen aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de klachten die in het daaraan voorafgaande kalenderjaar zijn
ontvangen door de ADV. In de uitvoering betekent dit dat de gemeentelijke ADV de aantallen rechtstreeks aanlevert bij het ministerie. In mei wordt jaarlijks vervolgens de Discriminatiemonitor gepubliceerd. Deze zal met uw raad worden gedeeld.