CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

25-04-08.12 Relevant stuk 1, Rapport inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie’

Gemeenteraadsvergadering 8 april 2025, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vergadering Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie8.954 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapport inspraak Koersdocument Actualisatie Omgevingsvisie

Versie 1.0 (11 februari 2025) Instemming door de raad op 8 april 2025 Registratienummer: 2024-014451

Inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie

Inhoud A. B. C. D. E.

Inleiding Procedure Samenvatting inspraak en beantwoording Aanpassingen van het Koersdocument Vervolg

Pagina 2/18 (versie 1.0, 11/2/2025)

Inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie

A. INLEIDING Dit rapport bevat de resultaten van de gevolgde inspraakprocedure voor het ‘Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie’. Dit Koersdocument geeft richting voor actualisatie van de ‘Omgevingsvisie Overbetuwe 2040’ (september 2019). Omgaan met nieuwe ontwikkelingen vraagt namelijk scherpere keuzes in de schaarse ruimte. Ook ten aanzien van randvoorwaarden die nu soms nog ontbreken, zijn duidelijker keuzes nodig. De eerste stap was de Omgevingsagenda (oktober 2023). Deze agenda beschrijft de thema’s die zijn geagendeerd voor een update. De actualisatie leidt dus niet tot een volledig nieuwe Omgevingsvisie. Op basis van de geagendeerde ontwikkelingen en thema’s, vroegen we inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties om mee te denken. De opbrengst en procesverloop staan beschreven in het participatieverslag. Met de opbrengsten uit die participatie waren we in staat voor de te actualiseren thema’s een eerste richting te bepalen. Deze beoogde verandering beschrijven we in het zogenaamde ‘Koersdocument’. B. PROCEDURE Het college stemde op 19 november 2024 in met het concept ‘Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie’. In de week daarna is dit document gepubliceerd op de www.overbetuwe.nl. De kennisgeving hiervan vond plaats via Het Gemeentenieuws, via socials, middels een persbericht, met een nieuwsbrief én e-mails aan mensen die al eerder betrokken waren.

Iedereen was in de gelegenheid om tot en met 2 januari 2025 een reactie te geven op het concept-Koersdocument. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn 18 inspraakreacties ingediend. Na de termijn zijn nog eens 5 reacties ontvangen. Alle 23 reacties zijn in behandeling genomen. Deze zijn hieronder samengevat en voorzien van een reactie. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) stelt strenge regels aan het (digitaal) openbaar maken van de persoonlijke gegevens. Om deze reden worden in dit rapport geen NAWgegevens vermeld bij de verschillende inspraakreacties. C. SAMENVATTING INSPRAAK EN BEANTWOORDING Op volgorde van ontvangst. Inspreker 1. Samenvatting: 1.1. Hoever bent u bereid vooruit te denken en bijvoorbeeld voor de komende 100 jaar no-regret maatregelen te nemen? 1.2. Bent u bekend met de gedachten van het College van Rijksadviseurs (Cra) voor de fysieke leefomgeving over de verdeling van het water over de rivieren waarbij het noodzakelijk lijkt om een deel van Overbetuwe rondom de Linge weer natter te maken en dus voor andere woningbouwprincipes en dus andere woonlocaties te kiezen? Reactie: 1.1. De geldende ‘Omgevingsvisie Overbetuwe 2040’ kijkt ongeveer 20 jaar vooruit. Omdat aanscherping één van de doelen van actualisatie is, kozen we ervoor de tijdshorizon nu niet verder in de toekomst te leggen.

Dat wel doen zou namelijk al snel leiden tot meer abstractie. Dat laat onverlet dat we soms wel een langere doorkijk hanteren. 1.2. Ja, wij kennen de oproep die het Cra aan overheden heeft gedaan om - gezien de grote afhankelijkheden - systeem- en beleidskeuzes bij ‘water en bodem sturend’ gezamenlijk te kunnen en durven maken. Keuzes over de waterverdeling tussen bijvoorbeeld Waal, Nederrijn en IJssel bepalen hoogwateroplossingen in onze regio. We proberen hiermee rekening te houden door woningbouw op de oeverwallen te positioneren én rondom de Linge ‘zoekzones waterberging’ te introduceren. Inspreker 2. Samenvatting: 2.1. Wat een fraai document, geeft bondig helder de toekomstkoersen aan voor de Overbetuwe en dorpskernen specifiek.

Pagina 3/18 (versie 1.0, 11/2/2025)

Inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie

2.2. 2.3.

2.4.

Paragraaf 2.3 (Dorpen). Bij de regel “Waterrijke woonwijk” graag toevoegen “in het groen”. Dit vanwege de dorpsvisie: bestaand ontmoetingsgroen en beleving groen en water (Steenoverplas) doorzetten in dorpsuitbreiding, waterrijk en ontmoetingsgroen. Paragraaf 2.3 (Dorpen). Bij de overgangszones tussen dorp en bedrijventerrein in de regel “Dit speelt in Elst, Heteren (…)” toevoegen: “(dorpse dynamiek Parkway)”. Hiermee nader duiden zone 'dorps dynamiek’: doorzetten parkway landschap en functie dorpsvoorzieningenstraat. Toevoegen op kaartje Heteren: symbool 'centrum' (vlek) én duiden Dorpscentrum ‘Hart van Heteren’ (robuuste stip op de Flessestraat tussen kruisingen Dorpsstraat en Ligusterstraat) om te sturen op concentratie nieuwe dorpsvoorzieningen. Is ook consistent met tekst bij ‘Uitgebreid voorzieningen aanbod (Elst, Zetten, Heteren)’.

Reactie: 2.1. Dank u wel. 2.2. Tekstsuggestie voor paragraaf 3.3 (onder kopje ‘Wonen’) overgenomen (“waterrijke wijk in het groen”) om belang van groen te duiden voor van spelen, ontmoeten, recreatie, natuur/ biodiversiteit en klimaatadaptatie, zowel in de wijk, maar ook als de overgang naar het omliggende landschap. 2.3. We zien de oostzijde van het zoekgebied (dus langs de Polderstraat) als overgangszone tussen wonen en werken met een mix aan functies die een groene en levendige inrichting kan krijgen. De gevraagde nadere duiding van de kansen voor (dorps)voorzieningen zullen we in paragraaf 2.3 (onder kopje ‘Dorpen’) de tekst opnemen: “een mix tussen wonen, voorzieningen en werken”. Omdat de betreffende tekst niet ingaat op inrichtings-principes, nemen we de suggestie van Parkway-landschap daarbij niet over. 2.4. De zone ‘Dorpse dynamiek’ ligt in Heteren ter plekke van de Flessenstraat voorziet in concentratie (‘efficiënt ruimtegebruik’) waarbij we functies in samenhang bezien ten behoeve van levendige centra met een goed voorzieningenaanbod. Vanuit consistentie zullen we (net zoals in de andere dorpen met het profiel ‘Uitgebreid voorzieningenaanbod’) ook op kaart en legenda een aanduiding ‘Centrum’ opnemen. Inspreker 3. Samenvatting: 3.1. Ik zie dat de gemeente Overbetuwe mobiliteit (OV/fiets), duurzaamheid en klimaatadaptatie en alles wat daarmee samenhangt, omarmt.

Dit is natuurlijk ook de toekomst, ook met betrekking tot huizenbouw en vergroenen van kernen en daarbij behorend watermanagement (Linge en recreatie). Wellicht kunt u op onderstaande sites inspiratie putten om deze doelen te ondersteunen: https://www.joostengroep.nl/nl en https://justnimbus.com/. Reactie: 3.1. Fijn dat u herkent dat de doelen mobiliteit (OV/fiets), duurzaamheid en klimaatadaptatie bij actualisatie meer aandacht krijgen. Dank voor de inspiratie; bij uitwerking in concrete projecten kunnen we bezien of deze (meer technische) oplossingen toegepast kunnen worden. Inspreker 4. Samenvatting: 4.1. "Conclusie stelling: investeer in goede sportparken (...)": Investeren is leuk, maar onderhoud is heel belangrijk. In het verleden heb ik te vaak verloedering van de parken gezien door gebrek aan onderhoud, in combinatie met beperkt gebruik van deze parken. 4.2. Voor het overige: herkenbaar, al vind ik zelf zes hoog bouwen veel te hoog. 4.3. Ik lees met verbazing dat er 5 bijeenkomsten zijn geweest. Kan zelf mij er eentje herinneren waarbij ik op voorhand geen input zou kunnen leveren, dus deze heb ik laten schieten. Reactie: 4.1. Goede sportvoorzieningen (sportparken en openbare ruimte), ook in relatie tot sociale cohesie en in combinatie met natuur en groen is opgenomen in hoofdstuk 4 van het Koersdocument.

Afwegingen in de mate van clustering/spreiding van sportparken en inrichting van (openbare)

Pagina 4/18 (versie 1.0, 11/2/2025)

Inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie

4.2. 4.3.

ruimte zijn hier benoemd. Dit is niet beperkt tot alleen ontwikkeling (de link met de opgaven in hoofdstuk 3) maar kan ook de beheerfase betreffen (met o.a. een link naar hoofdstuk 2). Immers, ook toekomstbestendig inrichten en beheren is van belang. Vandaar dat als één-nalaatste zin in hoofdstuk 4 wordt toegevoegd: “Toekomstbestendig handelen maakt deel uit van de afwegingen in zowel ide ontwikkel- als beheerfase”. Dank voor de herkenning. Het Koersdocument bevat wel de ambitie om in en rond centra efficiënter om te gaan met de ruimte, ook met meer hoogte. De exacte hoogte van gebouwen is hierbij niet vastgelegd en zal variëren per plek, per dorp. Eén bijeenkomst over alle thema’s was openbaar toegankelijk voor alle inwoners, ondernemers en organisaties. Hierover is via de gemeentelijke communicatiekanalen (website, lokale krant, social media) breed gecommuniceerd. De overige bijeenkomsten over specifieke thema’s waren op uitnodiging.

Inspreker 5. Samenvatting: 5.1. Ook in dorpen kan een fietsstraat succesvol worden toegepast. Gebruik dus succesvoorbeelden in andere woonkernen als inspiratie. 5.2. Welke visie heeft de gemeente op de Kaderrichtlijn Water (KRW) en hoe denkt de gemeente verbetering van de waterkwaliteit - chemisch en biologisch - te realiseren? 5.3. Het is m.i. verstandig en hard nodig om water beter op te vangen en het energiegebruik verder te verduurzamen. Ik mis ambitie en een stip op de horizon m.b.t. klimaat-adaptatie: aandacht en prioriteit voor meer schaduw in de woonkernen en robuuste, groene buffers bij de woonkernen. Concreet: veel meer bomen in de openbare ruimte, een park in elke woonkern en een klimaatbos en waterplas nabij elke woonkern. Reactie: 5.1. Het Koersdocument geeft prioriteit aan de kwetsbare en actieve verkeersdeelnemers (fietsers en voetgangers), dus ook de fiets. Dat doel herkennen we, de in te zetten middelen variëren. Exacte inrichtingsprincipes werken we uit in programma’s: hieraan wordt gewerkt in het kader van het Ambitiedocument Mobiliteit. Vanzelfsprekend nemen we praktijkvoorbeelden van andere gemeenten mee in onze overwegingen. 5.2. De waterschappen zijn primair verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater in Awatergangen (zoals de Linge) die zij beheren.

Als gemeente werken we hierbij met hen samen, ook in relatie tot andere watergangen (met de B of C status) besteden we hieraan aandacht . Bijvoorbeeld met het principe om “ruimtelijke inrichting meer te baseren op het natuurlijke systeem, samen met het versterken van de landschappelijke karakteristiek en ecologische potentie”. Een ander voorbeeld is om waterkwaliteit te zien als meekoppelkans in (bij projecten en ontwikkelingen zoals) de Lingezone. 5.3. U vraagt om concrete klimaat-adaptieve maatregelen in de openbare ruimte. De (bijbehorende) ambities ten aanzien van klimaatadaptatie staan benoemd in hoofdstuk 4 en 5. We zien kansen om ook in de openbare ruimte bij te dragen aan maatschappelijke opgaven. Daarom staat in ons Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte hoe we - o.b.v. de ambities Identiteit, gezond/inclusief, klimaat-adaptatie, biodiversiteit, duurzaam/ circulair en veilig - de omgevingskwaliteit toekomstbestendig maken. Concrete doelstellingen en maatregelen worden aan de hand hiervan geformuleerd door de gemeente. Inspreker 6. Samenvatting: 6.1. Mijn complimenten voor de paragraaf ‘bedrijventerreinen’. Goed dat er aandacht is voor werkgelegenheid en het MKB. Er worden duidelijke keuzes gemaakte van uit een reële visie. Overbetuwe kan op deze manier op haar eigen wijze blijven bijdragen aan de economische toekomst van de regio. Reactie: 6.2. Dank u wel.

Pagina 5/18 (versie 1.0, 11/2/2025)

Inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie

Inspreker 7. Samenvatting: 7.1. Wij waarderen de inspanningen van de gemeente om een duidelijke visie voor de toekomst van Overbetuwe te formuleren en hier verschillende partijen bij te betrekken. 7.2. Het woongebied voor Oosterhout lijkt te liggen over onze gezamenlijke percelen bij de Peperstraat. Zoals gemeente weet zouden wij hier graag woningbouw willen ontwikkelen en tevens hierbij een bedrijf alloceren naar een geschikte locatie. Dit punt verdient verdere aandacht en onderbouwing. Wij zijn van mening dat onze ontwikkeling binnen de vlek Woongebied op een passende wijze binnen de visie kan worden ingepast. Reactie: 7.1. Dank u wel. 7.2. De woonbehoefte wordt in alle kernen ingevuld; naar verhouding, passend bij vraag en omvang. Grotere zoekgebieden zijn (conform Verstedelijkingsstrategie) gesitueerd in Elst, Heteren en Zetten. Daarnaast zijn kansen in de bestaande kernen en aansluitende randzones. Dit is ook gevisualiseerd; de kaart voor Oosterhout staat nieuwbouw in Oosterhout niet in de weg. De kaart kent een focus die zich richt op versterken van het dorpse lint langs de Dorpsstraat-Stationsstraat (verduidelijking: ‘dorpse dynamiek’), een randzone bij de Oosterhoutsestraat (groen en wonen) én transitie van het kassencluster bij de Dijkstraat. Deze zullen we in ieder geval nader uitwerken.

Dit biedt inzicht in de kansen die er bestaan voor aanvullende woningbouwontwikkeling. Dit draagt bij aan de door u gevraagde nadere onderbouwing, waarmee in het programma wonen uitgewerkt kan worden welke omvang, fasering, segmentering en typologie nog nodig is. Inspreker 8. Samenvatting: 8.1. Het voornemen om terughoudend te zijn tegenover laanboomteelt (bijvoorbeeld in de vorm van aangescherpte regels) kan leiden tot een verschuiving van ruimtedruk voor laanboomteelt van Overbetuwe naar Neder-Betuwe. Net als jullie, hechten ook wij veel waarde aan een evenwichtige ruimtelijke inrichting waarin ruimte is voor landbouw, maar ook voor natuur, recreatie en de gebiedseigen natuur-, landschap- en cultuurhistorische waarden. Wij hopen dat jullie nog eens goed willen kijken naar de gevolgen van het beperken van de boomteelt in Overbetuwe voor de ruimtedruk in buurgemeenten, zoals Neder-Betuwe. 8.2. Verder willen wij meegeven dat laanboomteelt, in de volle grond, wel degelijk grondgebonden is, de teelt vindt hoofdzakelijk plaats in de Betuwse klei. De pottenteelt is misschien niet grondgebonden, maar wel locatie gebonden. Als gemeente Neder-Betuwe, denken wij ook na hoe pottenteelt onder voorwaarden, zoals vereisten aan de waterhuishouding, biodiversiteit en landschappelijke inpassing kan bijdragen aan een vitaal landelijk gebied. Reactie 8.1.

Uit reactie 20.3 volgt dat we op strategisch niveau ten aanzien van laanboomteelt geen andere balans nastreven. Zie reactie 20.5 voor mogelijke aanpassingen in regels. 8.2. Inderdaad is laanboomteelt in hoofdzaak grondgebonden. We verduidelijken dit, zie reactie 20.1. Inspreker 9. Samenvatting: 9.1. Mijn complimenten voor deze overzichtelijke update/verscherping. 9.2. Tussen de regels door lees ik de principes vanuit Water en Bodem Sturend al door, maar het lijkt mij sterker om dit ook te benoemen als vertrekpunt. 9.3. Op pagina 7 (kaart landelijk gebied), zou ik de Lingezone ook een bredere arcering geven van “regionaal groenblauw raamwerk”. En mij valt op dat ten westen van de A50 dit raamwerk volledig ontbreekt, terwijl hier ook zoekgebieden zijn voor waterberging of drinkwaterbeschermingsgebieden.

Pagina 6/18 (versie 1.0, 11/2/2025)

Inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie

Reactie: 9.1. Dank u wel. 9.2. De achterliggende gedachte (zoals onlangs ook geformuleerd door het Rijk) om aan de voorkant rekening te houden met water en bodem (het natuurlijke systeem) staat inderdaad verwoord in hoofdstuk 4. Om dit sterker sturend voor alle in de Kamerbrief (2022) benoemde principes als vertrekpunt te beschouwen, vinden wij op strategisch niveau niet nodig. De diverse uitwerking en toepassing kan wel terugkomen in de uitwerking naar programma’s. 9.3. De arceringen van de Lingezone zijn ongeveer even breed als die in de regionale kaarten van het groen-blauw-raamwerk (het maakt er immers ook deel van uit). Deze (arcering van de) Lingezone, loopt ook door ten westen van de A50, met aansluitend (ook daar) zoekgebieden voor waterberging. Wij zien geen link tussen het raamwerk (waaronder de Lingezone) en drinkwaterbeschermingsgebieden (zie ook reactie 10.1). Inspreker 10. Samenvatting: We kunnen op dit moment moeilijk vaststellen of de beschreven ontwikkelingskoersen voor landelijk gebied, dorpen en bedrijvigheid het drinkwaterbelang raken. Wel zien we dat in de Omgevingsvisie uit 2019 en in het koersdocument het onderwerp grond- en drinkwater geen aandacht krijgen. Met het oog op het vervolg verzoeken we u dan ook het volgende: 10.1.

10.2.

In de geactualiseerde Omgevingsvisie voldoende aandacht te besteden aan het bovengemiddeld grote belang van drinkwater dat de gemeente Overbetuwe heeft, met name voor de drie winningen en het kwetsbare drinkwaterreserveringsgebied, en dat de bescherming van dat belang deels kaderstellend is voor ontwikkelingsmogelijkheden. In de geactualiseerde Omgevingsvisie ook duurzaam watergebruik en grondwater-aanvulling te agenderen. Dat betekent bijvoorbeeld dat functies en activiteiten zo goed mogelijk moeten bijdragen aan het functioneren van de gemeente als intrekgebied, bijvoorbeeld door het bevorderen van het wegzijgen van schoon regenwater en door bij ontwikkelingen op zuinig drinkwatergebruik in te zetten in woningen en bedrijven.

Reactie: 10.1. Overbetuwe kent 3 drinkwaterwinninggebieden (Zetten, Hemmen en Fikkersdries bij Driel) en mogelijk in de toekomst een 4e nabij Slijk-Ewijk. We houden rekening met de (regels en reserveringen) hieromtrent bij locatiekeuzes voor ontwikkelingsmogelijkheden. 10.2. Inzetten op zuinig drinkwatergebruik past prima bij de principes in hoofdstuk 4. Daar voegen we toe: “Om ook in de toekomst te zorgen voor een veerkrachtige natuur, een prettige leefomgeving en een robuuste watervoorziening, is het belangrijk dat we inzetten op besparing van watergebruik. Tevens dat we op een andere manier omgaan met ons water- en bodemsysteem: (…).“ In de Omgevingsvisie besteden we wel aandacht aan vergroening en klimaatadaptatie in relatie tot oppervlakte- en (het wegzijgen van) regenwater. Inspreker 11. Samenvatting: 11.1. Er is herkenning op de thema’s die in het koersdocument aan bod komen, zoals gezondheid, brede welvaart en transities van landelijk gebied en verstedelijking met bijbehorende randvoorwaarden. Dit zijn onderwerpen waar Nijmegen ook aan werkt en die we in regionaal verband gezamenlijk oppakken. 11.2. Het valt ons op dat het in het koersdocument ontbreekt aan een reflectie op de betekenis van infrastructurele projecten zoals doortrekking A15 of VeluweWaalpad voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van Overbetuwe. Benieuwd hoe daar naar wordt gekeken. 11.3.

Goed om te lezen dat jullie in stationsomgevingen kijken naar de potentie voor wonen. Dit sluit aan bij de lijn in de verstedelijkingsstrategie en bevorderen van duurzame mobiliteit. 11.4. Bij het groen-blauw raamwerk wordt een explicietere koppeling gemist tussen stedelijke groei en groen uitloopgebied. Park Lingezegen wordt bijvoorbeeld niet genoemd. De ligging van Overbetuwe tussen Arnhem en Nijmegen maakt dit erg relevant en landschapsontwikkeling komt dit ook nadrukkelijk terug in gebiedsprogramma Middengebied. Nijmegen hecht belang aan voldoende recreatief stedelijk uitloopgebied in onze groeiende regio.

Pagina 7/18 (versie 1.0, 11/2/2025)

Inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie

11.5.

We zijn benieuwd of de positie van Overbetuwe in de regio en de samenhang met regionale opgaven ook nog in de kaarten (of een kaartbeeld) wordt verbeeld. Nu is in de opgenomen kaarten nog erg leeg buiten de gemeentegrens.

Reactie: 11.1. Fijn dat we in regionaal verband samenwerken aan de thema’s die we samen belangrijk vinden. 11.2. Conform paragraaf 3.3 zien we meegroeien van maatschappelijke voorzieningen, energienetwerk, klimaat-adaptieve inrichting én biodiverse groene zones (verduidelijking: groen-blauwe zones) én ontsluitingsmogelijkheden als belangrijke randvoorwaarde voor verstedelijking. Locatiekeuzes houden hier rekening mee. 11.3. Inderdaad kiezen we ervoor om in stationsomgevingen de entree- en hub-functie te optimaliseren. Passend bij de maat en schaal van de verschillende dorpen. Dit kan de potentie voor wonen maar bijvoorbeeld ook voorzieningen vergroten. We voegen die laatste functie dan ook toe in paragraaf 3.3. 11.4. Wij zien een explicietere koppeling tussen verstedelijking (in en rondom onze gemeente) en groen uitloopgebied; hierbij zijn groen-blauw-raamwerk en kwalitatieve dorpsranden genoemd. Park Lingezegen maakt hiervan deel uit; alhoewel niet expliciet benoemd (dat staat immers al in de nu geldende Omgevingsvisie) dragen de ontwikkeling van de Lingezone of de landschapszone DrielSchuytgraaf wel bij aan verbetering en vergroting van het park. We zullen dit verduidelijken in paragraaf 3.2: “(…) we daarbij vooral in op versterking en uitbreiding van landschapszones (onderdeel van het regionale ‘groen-blauwe raamwerk’, met daarin onder andere Park Lingezegen)”. 11.5.

De positie van Overbetuwe is reeds op kaart verbeeld én beschreven in de geldende visie. We zijn niet voornemens dit te wijzigen (vandaar niet omschreven in het Koersdocument) en straks weer een plek te geven in de daadwerkelijk geactualiseerde visie. Inspreker 12. Samenvatting: 12.1. In het Koersdocument zien wij dat als zoekgebied verstedelijking de locatie Elst Zuid minimaal is opgenomen. Reeds verworven dan wel onder controle is circa 55% van het gebied tussen De Wuurde, De Bussel, Olympiasingel en de spoorlijn Elst-Tiel. Wij vinden dit een gemiste kans. Wij denken dat het vergroten van het zoekgebied juist kansen biedt voor ontwikkeling naar een hoogwaardig woon- en leefgebied. Voor de woningbehoefte, ook met kansen voor wat betreft duurzaamheid, mobiliteit, leefkwaliteit, landschap/natuur, betrokkenheid, verantwoord kostenbewust bouwen én economische vitaliteit. Reactie: 12.1. Het Koersdocument bevat een zoekzone verstedelijking ter plaatse van de Vinkenhof, ten westen van OBC Elst. In combinatie met een grote aantal inbreidingslocaties in Elst, voorzien deze (samen met het lopende projecten) in circa 1.600 nieuwe woningen. Het overige woningbouwprogramma én de grote zoeklocaties in Zetten en Heteren kunnen voorzien in circa 2.500 woningen.

Rekening houdende met de potentie van bestaande wijken en de aangewezen randzones lijkt dat meer dan voldoende om te voorzien in de woonbehoefte. Wij zien op dit moment geen aanleiding om hier een nieuwe grote locatie aan toe te voegen. Ook de kansen op het gebied van bijvoorbeeld landschap/natuur, duurzaamheid (water, klimaatadaptatie) vragen niet op voorhand een koppeling met woningbouw op deze plek. Inspreker 13. Samenvatting: 13.1. Wij beschikken over 13 hectare grond in de omgeving van ‘de Vinkenhof’, die in het Koersdocument als zoekgebied voor verstedelijking staat aangeduid. Samen met de grond van de gemeente vormt dit een gebied van circa 23 hectare. Hiervoor hebben we eerder al een (stedenbouwkundige) inventarisatie laten maken, deze lijkt goed aan te sluiten bij het Koersdocument. Gezien de urgente woningnood en de koers zoals geschetst in het document, willen wij graag met het college in gesprek treden over de mogelijkheden voor woningbouw op de locatie de Vinkenhof.

Pagina 8/18 (versie 1.0, 11/2/2025)

Inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie

Reactie: 13.1. Het Koersdocument schetst een richting die voor woningbouw (naast continuering lopende projecten) een focus legt op een grote aantal inbreidingslocaties in Elst, aangevuld met het gebied ten westen van OBC Elst. We zien op dit moment geen aanleiding om hier 13 hectare aan toe te voegen. De zoekgebieden verstedelijking, grote inbreidingslocaties en randzones voorzien ruimschoots (130%) in het accommoderen van genoemde vraag. Zie verder onze reactie bij 12.1 over het gebied Elst-Zuid, waar de genoemde 13 hectare ook deel van uitmaakt. Inspreker 14. Samenvatting: Wij vragen u in het koersdocument aan de volgende punten aandacht te besteden: 14.1. In het koersdocument aangeven dat de juistheid van de aanwijzing van zoekgebieden in de RES 1.0 geëvalueerd zal worden aan de hand van het opnieuw te starten mer-procedure die voorzien is voor de toekomstige RES 2.0. 14.2. Bij de afweging van de voor- en nadelen dienen niet alleen de gevolgen voor toekomstige woningbouwlocaties te worden beoordeeld, maar ook de gevolgen voor de gezondheid en de uitbreidingsmogelijkheden voor industriegebied De Schalm te worden meegewogen. 14.3.

Bij de beoordeling van de gezondheidsrisico’s mag geen onderscheid worden aangebracht voor de gevolgen van bewoners van de kern van Zetten en de bewoners van het buitengebied, zoals in de toelichting bij de concept Windturbinebepalingen Leefmilieu als mogelijkheid wordt voorgesteld. 14.4. Bij de evaluatie van de zoekgebieden uit de RES 1.0 moet de noodzaak van windturbines op het land worden heroverwogen in het kader van de recente ontwikkelingen met betrekking tot al gerealiseerde en nog te verwachten opwekking in zonnevelden en windenergie op zee. De regering treft voorbereidingen voor de plaatsing van kleine kernenergiecentrales en de afspraken om bij tekorten aanvullende elektriciteit te leveren aan buurlanden komen goed van de grond. 14.5. In het koersdocument behoort te worden aangegeven hoe de procedure voor de op te stellen Omgevingsvisie is afgestemd of verweven met de procedures voor de nog vast te stellen RES 2024 en een eventuele project-mer voor een lokaal windturbinepark. 14.6. Duidelijk moet worden gemaakt hoe het besluitvormingstraject verloopt nu het windmolenpark in twee gemeenten is gelegen. Het koersdocument moet duidelijk maken dat de gemeente geen aanvraag voor windturbines in behandeling zal nemen voordat de Omgevingsvisie definitief is.

Als de vergunningaanvraag in de gemeente Neder-Betuwe wordt ingediend, omdat het grootste deel van het park in die gemeente zal komen en de gemeente Neder-Betuwe zou overwegen een vergunning af te geven die in strijd is met het huidige bestemmingsplan van Overbetuwe, zal de gemeenteraad niet meewerken door een verklaring van geen bedenkingen af te geven. Reactie: 14.1. In de raadsmemo over de RES 2024 is dit beschreven: “Actualisatie RES 2.0 is voorzien in het 2e kwartaal van 2025; naar verwachting worden dan enkele nieuwe ‘zoekgebieden wind’ toegevoegd. Milieueffecten zijn hiervoor eerder dit jaar alvast in beeld gebracht. Toevoeging van nieuwe zoekgebieden speelt in het Rijk van Nijmegen en is straks mogelijk ter bekrachtiging van besluiten hiertoe in de desbetreffende gemeenteraden. Dit biedt ook de kans op het geoptimaliseerde zoekgebied Midden-Betuwe te synchroniseren. Als straks de kaders in de nieuwe RES 2.0 veranderen, zal de reeds doorlopen planMER-procedure kunnen voorzien in de dan verplichte milieueffectrapportage. Besluitvorming over de RES 2.0 is medio 2025 voorzien.” 14.2. Voor- en nadelen van de optimalisatie van het zoekgebied Midden-Betuwe wordt ook bezien in relatie tot uitbreidingsmogelijkheden voor industriegebied De Schalm. Gevolgen voor gezondheid: zie reactie 14.3. 14.3.

Het Koersdocument bevat het voornemen om “aan te sluiten bij nieuwe landelijke milieuregels over windturbines die ingaan op de effecten op omgeving en gezondheid”. Inmiddels is duidelijk dat de het parlement geconsulteerd wordt over de ‘Windturbinebepalingen Leefmilieu’ in het voorjaar van 2025. Voor zover bekend wordt daarbij aansluiting gezocht bij de advieswaarden voor windturbinegeluid van de World Health Organisation (WHO). Omdat (in tegenstelling tot beloftes in eerdere kamerbrieven) deze bepalingen nog niet gepubliceerd zijn, kiezen wij ervoor om in paragraaf 3.2 (nog) geen link te leggen met de aangekondigde nieuwe landelijke milieuregels over windturbines.

Pagina 9/18 (versie 1.0, 11/2/2025)

Inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie

14.4.

14.5. 14.6.

Zie reactie 14.1. Aanvullend beschrijft deze raadsmemo ook hoe om te gaan met (al gerealiseerde en nog te verwachten) opwekking in zonnevelden en windenergie op zee, kleine kernenergiecentrales en elektriciteit naar/vanuit buurlanden. “Het proces van het Beleidskader Energie van de provincie, biedt kansen om richting te geven voor de energiemix na 2030. Mogelijke bouwstenen daarvoor zijn bijvoorbeeld de onderzoeken aquathermie, waterstof (inclusief een mogelijke backbone door onze regio) en een provinciale verkenning naar kernenergie. Vanzelfsprekend komen nieuwe ontwikkelingen rondom andere duurzame bronnen (restwarmte, geothermie, windturbines én zonne-energie) alsmede een toekomstbestendig energiesysteem daarbij ook in beeld.” De relatie met de RES 2024 is beschreven bij reactie 14.1. De noodzaak van een eventuele project-mer voor een windturbinepark is afhankelijk van de aard en omvang van een eventueel (principe-)verzoek. Nadat een eventuele (principe)aanvraag is ontvangen, kunnen we meer duidelijkheid geven over het besluitvormingstraject. Op voorhand kunnen we al meegeven dat de Omgevingswet geen ruimte laat om aanvragen niet in behandeling te nemen vanwege aankomende actualisatie van een Omgevingsvisie. De wet biedt daarbij geen mogelijkheid voor raden van Neder-Betuwe of Overbetuwe om te beslissen over elkaars grondgebied.

Inspreker 15. Samenvatting: 15.1. In het Koersdocument wordt aangegeven dat de gemeente met betrekking tot bedrijventerreinen wil inzetten op ruimte voor bestaande Overbetuwse middelgrote MKB bedrijven. Wij kunnen ons prima vinden in dit standpunt. 15.2. Naast intensivering, herstructurering en inbreiding om ruimte te vinden voor deze bedrijven wil de gemeente tevens inzetten op strategische uitbreidingruimte. Deze strategische uitbreidingsruimte zou moeten plaatsvinden door middel van logische uitbreidingen van bestaande bedrijventerreinen. Ten aanzien het bedrijvenpark De Schalm geeft de gemeente een zuidelijke uitbreiding als mogelijkheid / zoeklocatie aan (…). Wij zien een westelijke uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein De Schalm (met een doortrekking van De Wanraaij) ook als een logische uitbreiding. We vragen dan ook om tevens een westelijke uitbreiding (ten noorden van de Engeland-straat) als zoeklocatie op te nemen in het Koersdocument, dan wel de reeds opgenomen zoeklocatie groter te maken. Reactie: 15.1. Dank u wel. 15.2. We vergroten de ovaal ‘zoekgebied verstedelijking’, passend bij de in het Koersdocument opgenomen criteria voor water en bodem, ontsluitingswegen, landschapswaarden en reserveringen voor milieu en veiligheid. We zullen onderzoeken waar in dit gebied (met welke omvang) het beste een uitbreiding van De Schalm gerealiseerd kan worden.

Inspreker 16. Samenvatting: 16.1. Ik wil mijn verbazing en ongenoegen kenbaar te maken over het feit dat onze plannen voor een woningbouwontwikkeling van circa 200 woningen in Zetten-Zuidwest vooralsnog niet zijn meegenomen in het Koersdocument. Hierbij is er naast woningbouw eveneens sprake is van sanering van enkele “ongewenste” bedrijven. Reactie 16.1. We zien nu vooral kansen voor een grotere woningbouwontwikkeling aan de oostzijde van Zetten. Die zone scoort namelijk goed op de in paragraaf 3.3 gehanteerde criteria: op de hoger gelegen oeverwal, nabij openbaar vervoer en gebieds-ontsluitingswegen, respecterende landschapswaarden en reserveringen hoogspanningskabels. Op dit moment passen uw gronden ten zuiden van ’t Rieshout daar niet bij, vandaar dat die gronden (nu of in het verleden) niet door ons zijn ‘aangewezen’ als locatie voor woningbouw. Ook zien wij geen koppeling met de sanering van ‘ongewenste bedrijven’. Aan de zuidwestzijde van Zetten zien we bij

Pagina 10/18 (versie 1.0, 11/2/2025)

Inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie

stationsgebied nu wél mogelijkheden voor kleinere woningbouwontwikkelingen; passend bij (transformatie van) St. Walburg en stationsomgeving. Wellicht dat de potentie tot meer woningbouw aan deze zijde van Zetten op een later moment wel ontstaat, nadat de ontsluiting rondom Wageningse-straat-Stationsstraat is verbeterd. Nadere keuzes over het ondergronds brengen van hoogspanning zijn ook van invloed. Inspreker 17. Samenvatting 17.1. Waar dit Koersdocument een tussenstap is naar keuzes in de Omgevingsvisie, is het voor de dialoog goed als de keuzes scherper worden voorgelegd. Als het DNA van Overbetuwe versterkt moet worden, omschrijf dan wat dat DNA is, druk dat uit in waarden en koppel daar normen (hoeveelheden/criteria/kwalitatief) aan. 17.2. Geef ook aan op belangrijke elementen in de DNA wat de huidige en de gewenste situatie is. Een heldere keuze is bijvoorbeeld ook dat de gemeente aan de oostzijde “verstedelijkt” en aan de westzijde het landelijk/dorps karakter wil. 17.3. “Uitbreiding aan de dorpsranden”, naast inbreiding, ligt voor de hand, maar wat ons betreft mag dat vervangen worden door “uitbreiding benutten om dorpen met elkaar te verbinden, met behoud en versterking van de oude dorpskernen”. Concreter: kijk naar de ontwikkeling van Herveld, Andelst en Zetten als één gebiedsontwikkeling. 17.4.

In het document worden te maken keuzes gesuggereerd, terwijl die al gemaakt zijn. Bijvoorbeeld windmolens bij Zetten niet aan de noordzijde van de A15. 17.5. De groei in het wonen zou ook moeten leiden tot meer werkgelegenheid. Het Koersdocument gaat er van uit dat er geen behoefte is aan uitbreiding van bedrijventerreinen. Waar zijn die extra banen dan gedacht? 17.6. “Integraal” houdt voor ons ook in dat de consequenties van keuzes voor het samen leven worden doordacht. Het is mooi dat “gezondheid” wordt genoemd. Wij zien uit naar de uitwerking daarvan. Wij adviseren om ook “gemeenschapsontwikkeling” als een doelstelling te kiezen. “Delen”, “Zorg/aandacht voor elkaar”, “samen” zullen na decennia van individualisering belangrijke ontwikkelrichtingen zijn. 17.7. Wij missen aandacht voor de uitdaging die water biedt, zowel de kwaliteit, de overvloed als de droogte. 17.8. Infrastructuur, een belangrijk vraagstuk in Zetten, Herveld en Andelst behoeft aandacht. 17.9. Wij zien het als positief dat meer diversiteit in woningtypologieën wordt nagestreefd. 17.10. Onder verwijzing naar het belang dat de gemeente en wij hechten aan participatie nog eens te oproep om het taalgebruik en de presentatie zodanig te maken dat de bewoners worden aangetrokken tot deelname aan het gesprek over de toekomst van onze dorpen.

Als werkgroep gaan wij graag met de gemeente in gesprek over een structurele samenwerking. Reactie 17.1. Voor aanscherping DNA is nu de essentie van de Overbetuwse karakteriek beschreven. Met vervolgens een beschrijving hoe de identiteit per deelgebied nader inzichtelijk te maken middels afweging en verdieping: inventarisatie en waardering ruimtelijke kwaliteit en milieuwaarden (luchtkwaliteit, geluidsbelasting, et cetera). In relatie tot gebruik en ervaring van plekken. In uitwerking naar programma’s (zoals omschreven in hoofdstuk 5) kan bezien worden tot op welk detailniveau doelen geconcretiseerd worden en welke inzet vervolgens doeltreffend en efficiënt is; normerend of anderszins. 17.2. De nu geldende Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 beschrijft het verschil in identiteit als volgt: “Tussen Arnhem en Nijmegen is ten oosten van de ‘overgangszone’ sprake van een intermedair gebied dat intensiever (ook regionaal) gebruikt wordt en waar veranderingen zich sneller opvolgen. Het westelijk deel van de gemeente is een gebied met meer een landelijke functie. Dit deel is ook aan veranderingen onderhevig, zij het dat deze een andere dynamiek en meer lokale schaal kennen.” Alhoewel de balans zal veranderen door meer grotere zoeklocaties verstedelijking aan de westzijde, lijkt het ons van belang hier rekening mee te (blijven) houden. 17.3.

Relaties tussen dorpen bezien bij (gebieds)ontwikkelingen zien wij - inhoudelijk, procesmatig en qua rolneming - als onderdeel van toepassing ‘collectief en toekomst’ zodat wordt bijdragen aan een balans die goed is voor het collectief (in plaats van belangen van individuen of een enkel dorp). Of de concreet voorgestelde uitbreiding hieraan bijdraagt, betwijfelen we. Zowel in algemene zin, alsook gezien de fysieke en milieukundige beperkingen die A15 en Betuweroute vormen tussen Zetten en Andelst.

Pagina 11/18 (versie 1.0, 11/2/2025)

Inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie

17.4.

Het Koersdocument is het 1e beleidsstuk van de gemeente1 dat ziet op optimaliseren van het zoekgebied Midden-Betuwe voor windenergie. 17.5. Het Koersdocument beschrijft dat de Overbetuwse economie een belangrijke plek heeft in (en om) de diverse centra, tevens dat de economische brandpunten gevormd worden door bedrijventerreinen. We willen inzetten op ruimte voor de Overbetuwse middelgrote MKB bedrijven door intensivering, herstructurering en inbreiding op bestaande terreinen (o.a. revitalisering Andelst-Oost en St. Walburg), tevens uitbreidingsruimte door middel van logische uitbreidingen van bestaande bedrijventerreinen (o.a. zoekgebied bij de Schalm in Andelst). 17.6. Dit betreft ‘collectief en toekomst’ zoals beschreven in hoofdstuk 4. Dus inderdaad bij keuzes meewegen van consequenties voor het collectief. Naast gezondheid, vergrijzing, veiligheid kan dit ook spelen bij inclusiviteit; stimuleren dat zoveel mogelijk mensen kunnen (blijven) meedoen in de samenleving. Waarbij de scope van een Omgevingsvisie wettelijk beperkt is tot fysieke leefomgeving. Volgens ons past dit samen bij het voorgestelde ‘gemeenschapsontwikkeling’. Een ander voorbeeld wat we kunnen verduidelijken is de link tussen zorg en welzijn bij “passende (betaalbare) woningen voor ouderen, in relatie tot (voorzieningen inzake) zorg en welzijn.” 17.7.

Toekomstbestendig omgaan met (de uitdagingen rondom) water, is als principe beschreven in hoofdstuk 4: “In plaats van water en bodem aan te passen aan onze ruimtelijke inrichting gaan we onze ruimtelijke inrichting meer baseren op het natuurlijke systeem, samen met het versterken van de landschappelijke karakteristiek en ecologische potentie.” Voorbeelden van uitwerking zijn zoekzones waterberging aan weerskanten van de Linge, landschapszones (‘groen-blauw-raamwerk’) en maatregelen klimaatadaptatie, combineren we leefbaarheid en duurzaamheid met het bij het beter inrichten van de bestaande woonomgeving. 17.8. In paragraaf 3.1 staat dat we inzetten op ‘groene’ vormen van mobiliteit, waarbij voorkomen van extra vervoersbehoefte de eerste stap is (‘dempen’). We proberen (te) zwaar belaste assen te ontlasten door slimme locatiekeuzes, het fietsnetwerk te optimaliseren en stimuleren dat het gewenste OV-netwerk op peil blijft. Dit past bij het STOMP-principe dat gericht is op meer ruimte voor de actieve en kwetsbare verkeersdeelnemers. Infrastructuur is dus één van de mogelijke oplossingen, ook bijvoorbeeld vervoersmiddelen combineren met mobiliteitshubs. 17.9. Dank u wel. 17.10. Bij het uitwerken van de participatie-aanpak voor de komende fasen, besteden wij graag aandacht aan de samenwerking met strategische stakeholders. Inspreker 18.

Samenvatting: In deze schriftelijke reactie willen we namens de laanboomtelers in de gemeente Overbetuwe ingaan op een aantal zaken dat ons opvalt in het concept Koersdocument. Zaken die de laanboomteelt bij ongewijzigde benadering ernstig zullen schaden in de ontwikkeling, in de verdere verduurzaming van de teelt, in de bijdrage van bomen aan tal van nationale, provinciale en lokale milieu- en klimaatdoelstellingen en in de concurrentiepositie. 18.1.

18.2.

Bij ‘Versterking identiteit’ komt de agrarische sector niet of nauwelijks aan de orde, laat staan de laanboomteelt. Ook niet als het gaat om het buitengebied. Ook de laanboomteelt maakt, net als de andere agrarische activiteiten integraal deel uit van het Overbetuwse landschap, maar blijft in dit verband onbenoemd. Dit is voor ons een voorbeeld van een te conserverende benadering. Deze opzet en strekking zorgt voor een rem op de ontwikkeling en de bijdrage van de laanboom-teelt, doordat er onvoldoende wordt aangesloten bij moderne teelten en gaande zijnde veranderingen. Bij ‘Transitie landelijk gebied’ lezen we geen enkele handreiking naar de bestaande laanboomtelers in de gemeente. Per slot van rekening zijn de laanboomtelers uit het oogpunt van verduurzaming bezig met extensivering van de teelt, met het verder terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen en het efficiënt watergebruik. Bovendien wordt er ook in Overbetuwe door meerdere laanboomtelers volop geëxperimenteerd en geteeld op basis van natuurinclusiviteit, terwijl op alle bedrijven hard wordt gewerkt aan verdere verduurzaming. Zo zorgen onze onder-nemers voor veel positieve effecten ook al in teelt, als zuurstof, en het afvangen van fijnstof en CO2. Voorts dragen ze bij aan de lokale werkgelegenheid en de leefbaarheid van een aantal plattelandskernen.

Denk tenslotte ook aan bloemstroken, deels ter verfraaiing, deels om nuttige insecten te lokken, tevens ter bevordering van het bodemleven.

1 Het coalitieakkoord is geen gemeentelijk beleid, dit is beschrijving van afspraken tussen formerende partijen.

Pagina 12/18 (versie 1.0, 11/2/2025)

Inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie

18.3.

18.4.

Bij ‘Toekomstgericht handelen’ zijn centrale begrippen volgens het concept Koersdocument: milieukwaliteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit. Uitgerekend de laanboomteelt draagt op meerdere manieren bij aan deze aspecten van de toekomstbestendigheid van de gemeente. In de moderne laanboomteelt is veel ruimte voor zaken als biodiversiteit en water en bodem. We ontwikkelen een meerjaren onderzoeks- en experimenteer-programma, gesteund door onder andere het Laanboompact en de Greenport Gelderland. Ook hier ontbreekt een koppeling naar de laanboomteelt, terwijl bomen een onmisbare bijdrage leveren aan bijvoorbeeld het tegengaan van hittestress en het vasthouden van water. Ook worden er flinke vorderingen gemaakt om de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen, toch al bescheiden, verder te verminderen. Elke laanboomkweker is bewust bezig met verduurzaming, in wezen zijn alle investeringen en tal van teelt-technische maatregelen daarop gericht. Nergens in het concept Koersdocument wordt een relatie gelegd met de bestaande planologische regels en voorschriften in de gemeente. Dat leidt voor de ondernemers tot grote bedrijfsmatige en juridische onduidelijkheid.

Reactie: 18.1. Bij identiteit wordt het belang van het karakteristieke rivierenlandschap benadrukt, waarbij de agrarische zones in hoofdstuk 2 (‘Identiteit’) benoemd zijn. Kenmerkend is de mix van agrarische sectoren zonder grootschaligheid. Dit komt mede door de verscheidenheid van agrarische deelgebieden. Deze mix willen we behouden. Specifieke opgaven per sector staan vervolgens in hoofdstuk 3 (‘Opgaven’). Door op deze manier de diverse koppelingen te maken met gebruik, voorkomen we een (te) conserverende benadering. 18.2. Goed om te zien dat u inzet pleegt op (het bijdragen aan) milieukwaliteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Wij zien hier ook een grote verantwoordelijkheid voor de markt om met oplossingen te komen. Wij werken hierin samen; gemeente Overbetuwe is partner in het laanboompact. 18.3. Zie reactie 18.2. 18.4. De huidige ruimtelijke regels voor laanboomtelers zijn duidelijk. Laanboomteelt mag op de oeverwallen (veelal bestemming ‘agrarisch zonder waarden’). De impact van regelgeving voor water, bodem en milieu kan er voor zorgen dat de regeldruk groter wordt. Hoofdstuk 5 van het Koersdocument legt een relatie met regels. Daar wordt immers de koppeling met het programma gemaakt, waarin gekozen wordt voor een gemeentelijke rolneming (niet, alleen of samen), inclusief de inzet voor de hand ligt; communicatief, uitvoerend, financieel of juridisch/normerend.

Inspreker 19. Samenvatting: 19.1. Grotendeels kan ik mij vinden in het Koersdocument. 19.2. Er is slechts één punt waar ik het niet mee eens ben. Ik vind dat windmolens absoluut niet thuishoren in onze mooie gemeente. Niet alleen bederven ze de horizon (…) maar het grootste bezwaar is dat deze windmolens slecht zijn voor de gezondheid. En ook al zou daar nog maar de geringste twijfel over zijn, dan nog zou u uw bewoners daartegen in bescherming moeten nemen. En dan is zelfs één windmolen er al één te veel. Reactie: 19.1. Dank u wel. 19.2. Door windturbines te clusteren (op twee locaties) bij de infrastructuurbundel van de A15 en Betuweroute, sluiten we aan op de (oost-west) structuur van het Betuwse rivierenlandschap. Visuele impact zal in geval van spreiding of een andere structuur groter zijn. Voor wat betreft mogelijke effecten op gezondheid, verwijzen wij naar beantwoording 14.3. Inspreker 20. Samenvatting: 20.1. U streeft in het Koersdocument naar een landelijk gebied met een diverse agrarische sector zonder monotoon, grootschalig en/of intensief beeld. U zet in op een variëteit van activiteiten met een mix die primair bestaat uit grondgebonden veeteelt, fruitteelt en akkerbouw (aangevuld met nevenactiviteiten). Daarbij terughoudend met functies die niet of minder

Pagina 13/18 (versie 1.0, 11/2/2025)

Inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie

20.2.

20.3.

20.4.

20.5.

grondgebonden zijn zoals laanboomteelt. Ik wil hierbij graag opmerken dat laanboomteelt als agrarisch bedrijf met vollegrondsteelt kwalificeert en daarmee dus grondgebonden is. Boomteelt is van oudsher een teelt die past bij de Betuwe. Het betreft dan ook vollegrondsteelt die afhankelijk is van deze vruchtbare bodem. Verzocht wordt om laanboomteelt als vollegrondsteelt te zien en niet weg te zetten als niet- of minder grondgebonden. Het klopt dat er ondernemers zijn die ook naast de vollegrondsteelt pot- en containervelden gebruiken voor de teelt, maar het is niet terecht om dat allemaal onder dezelfde noemer te scharen. Hoe verhouden de Agrarische zone en op de Oeverwallen zicht tot elkaar op de kaart. Hoe verhoudt dit zich tot uw gekozen richting voor de ontwikkeling van het landelijk gebied? In de tekst in paragraaf 3 wordt geen verwijzing en/of onderscheid gemaakt naar de verschillende zones en landschappen. Het is noodzakelijk hier duidelijkheid over te krijgen. In de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 staat duidelijk aangegeven dat de agrarische zones versterkt worden met agrarische bedrijfsvoering als hoofdgebruik. Daarbij wordt voor het Oeverwallengebied aangegeven dat het kleinschalig karakter met afwisselend landgebruik verdicht mag worden en bestaat uit akkerbouw, fruitteelt en boomteelt.

Uit het Koersdocument lijkt nu een andere afslag genomen te worden en wordt boomteelt uitgesloten. Hoe verhoudt dat zich tot wat in paragraaf 2.3 Ontwikkelingen in de Omgevingsagenda staat? Daarin is opgenomen dat agrarisch gebruik een belangrijke en karakteristieke functie is in het buitengebied. Als we weten dat boomteelt daar al van oudsher bij hoort, is het bevreemdend dat hier nu heel andere koers gevolgd wordt. In de Intergemeentelijke Strategische Visie Laanboomteelt wordt het gebied waar de percelen van mijn onderneming binnen uw gemeente liggen aangemerkt als boomteeltontwikkelingsgebied. Hierin staat dat “het huidige productielandschap in veel gevallen fijnmazig is in het bestaande oeverwallenlandschap. De aanwezigheid van laanboomteeltbedrijven draagt bij aan het beeld van beslotenheid en kleinschaligheid en daarmee aan het gewenste beeld van de Oeverwallen. Vanuit dit gewenste landschappelijke beeld is het dan ook noodzakelijk dat de laanboomteelt hier voldoende ontwikkelingsmogelijkheden behoudt. Een bijpassende ontwikkelingsmogelijkheid, overeenkomstig het aangewezen boomteeltontwikkelingsgebied is dan ook passend. Verzocht wordt hier dan ook geen andere richting in te kiezen. Op grond van huidige regels en wetgeving moet een boomkweker zich al aan vele regels houden die bijdragen aan een gezonde fysieke leefomgeving.

Denk hierbij aan regels voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, regels voor een gezonde waterkwaliteit en gebruik van grond- en oppervlaktewater, archeologie, bemesting, bouwregels ten aanzien van teeltondersteunende voorzieningen. Deze regels en het beleid dragen bij aan het goed kunnen functioneren van een onderneming in een omgeving. Ik ben dan ook van mening dat er al voldoende waarborgen zijn om de boomteelt op een goede manier te laten functioneren in uw gemeente. Een extra aanscherping of verandering van koers draagt dan ook niet bij aan het ontwikkelen van de sector binnen de kaders van het landschap.

Reactie: 20.1. Laanboomteelt is inderdaad in basis grondgebonden, met ‘minder grondgebonden’ doelden we op de (ook door u genoemde) pot- en containerteelt. We zullen dit niet onder dezelfde noemer scharen en kiezen ervoor om in paragraaf 3.2 het volgende op te nemen: “We zijn terughoudend met functies die niet of minder grondgebonden zijn”, dus zonder expliciete koppeling naar laanboomteelt. 20.2. Landschapsontwikkeling en (agrarisch) grondgebruik zijn gekoppeld aan landschapstypen en ruimtelijke kenmerken (bij voorkeur gebaseerd op het natuurlijke systeem van water en bodem). Dit is reeds aangestipt in paragraaf 3.2 doordat daar staat dat “de functionele balans verschilt per deelgebied, beïnvloedt door identiteit”. In hoofdstuk 2 staat vervolgens de koppeling met morfologie en landschapstype. Wij verduidelijken dit door in paragraaf 3.2 op te nemen: “Deze mix verschilt per landschapstype. In de open kommen is dit primair grondgebonden veeteelt. Op de meer kleinschalige oeverwallen is dit een afwisseling van met name akkerbouw, fruit- en boomteelt (die laatste ten westen van de A50).” 20.3. Met de nieuwe tekst zoals beschreven in reactie 20.2, denken wij dat duidelijk is dat er op strategisch niveau geen sprake is van een gewijzigde koers. Immers, deze is gelijk aan Omgevingsvisie Overbetuwe 2040, inclusief deelvisie over de laanboomteelt.

Het kan zijn dat we op tactisch niveau (regels, duurzaamheid, samenwerking) in programma’s nieuwe keuzes maken. Zie reactie 20.5.

Pagina 14/18 (versie 1.0, 11/2/2025)

Inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie

20.4. 20.5.

Uit reactie 20.2 volgt dat we qua locatiekeuze de Intergemeentelijke Strategische Visie Laanboomteelt willen (blijven) volgen: dus ten westen van de A50, op de meer kleinschalige oeverwallen, in een mix de daar aanwezige fruitteelt en akkerbouw. We kunnen niet uitsluiten dat er gewijzigde of aanvullende regels komen voor agrarisch gebruik. We willen immers meer verduurzaming, extensiever en meer natuur-inclusief. Wellicht zijn ook regels voor bodem en water aan de orde. We maken deze afwegingen in het programma. We zijn voornemens dit af te stemmen met de sector en betrokken overheden. Om misverstanden te voorkomen benoemen we juridische instrumenten alleen in hoofdstuk 5, zodat een koppeling naar één specifieke agrarische sector. Zie reactie 20.1.

Inspreker 21. Samenvatting: 21.1. Het koersdocument lijkt ruimte voor agrarisch gebruik, waaronder fruitteelt, in te perken. Fruitteelt is een kenmerkend en historisch onderdeel van de gemeentelijke identiteit en levert een belangrijke bijdrage aan de lokale en nationale voedselvoorziening. Wij pleiten voor: a) Meer expliciete aandacht voor de economische en ecologische waarde van fruitteelt in de regio én b) waarborging van voldoende grondoppervlakte voor fruitteelt om de continuïteit en innovatie binnen de sector te garanderen. 21.2. Het koersdocument besteedt te weinig aandacht aan de gevolgen van ruimtelijke keuzes voor de voedselproductie. Wij stellen voor een sociaal-economische analyse om de impact op de agrarische sector en voedselzekerheid beter in kaart te brengen. Beleid af te stemmen op de inzichten uit deze analyse, zodat er een evenwichtige balans ontstaat tussen de ambities op het gebied van natuur, recreatie en energie, en de belangen van de agrarische sector. 21.3. Wij steunen de inzet op versterking van waterberging en biodiversiteit langs de Linge. Deze maatregelen kunnen bijdragen aan een beter klimaat voor zowel fruitteelt als natuurbeheer. Het is belangrijk dat agrariërs actief worden betrokken bij de uitvoering van deze plannen, bijvoorbeeld door het stimuleren van natuur-inclusieve landbouw en duurzame teeltmethoden.

Samenwerking met fruittelers wordt gezocht bij het ontwikkelen van watermanagementsystemen die ook ten goede komen aan de sector. 21.4. Mits de gemeente extensieve land- en tuinbouw af zou dwingen via het beleid dan is de vraag hoe dit gefaciliteerd wordt en welke faciliteiten voor innovatie, zoals subsidies voor duurzame technologie en samenwerkingsprojecten er ontworpen worden. Reactie: 21.1. Uit reactie 20.2 volgt dat we op strategisch niveau geen wijzigingen voorstaan; fruitteelt is een kenmerkende functie die we in de hele gemeente (blijven) voorzien op het meer kleinschalige oeverwallenlandschap, in een mix met overwegend akkerbouw en boomteelt (ten westen van de A50). Meer expliciete aandacht voor (beschikbaarheid) water hebben wij een plek te proberen te geven in paragraaf 3.2 (zie ook 21.3). 21.2. In het programma Economie zullen we afwegen of en met welke scope we een analyse uitvoeren inzake agrarische (voedsel)productie. Dank voor uw suggestie. 21.3. Dank u voor de steun. Wij zoeken hierbij de samenwerking, bijvoorbeeld in het gebiedsproces Lingezone waar we volop in gesprek zijn over het realiseren van waterberging en natuur, gekoppeld aan de fietsroute die hier is voorzien. 21.4. In de Omgevingsvisie zetten we in op een duurzame en natuur-inclusieve agrarische sector. Dat betekent extensivering van de land- en tuinbouw noodzakelijk is.

Hier ligt een grote verantwoording voor de markt om met oplossingen te komen. Gemeente Overbetuwe is partner van het laanboompact en glastuinbouwpact. In deze pacten zijn de ondernemers sterk georganiseerd. Indien er vanuit de Overbetuwse fruittelers draagvlak is voor samenwerking voor verdere verduurzaming van de sector, kunnen wij verkennen of wij ons kunnen aansluiten bij het fruitpact, net zoals het laanboom- en glastuinbouwpact onderdeel van Greenport Gelderland.

Inspreker 22.

Pagina 15/18 (versie 1.0, 11/2/2025)

Inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie

Samenvatting: 22.1. Heteren staat zowel bij het uitgebreid als het dagelijks voorzieningenaanbod (hoofdstuk 5). We begrijpen niet helemaal waarom. 22.2. Daarnaast vragen we ons af waar het ‘voornamelijk met auto’ op gebaseerd is, in hoofdstuk 3. We zien ook graag ingezet worden op OV. Reactie: 22.1. Uit reactie 2.4 volgt dat Heteren valt binnen het profiel ‘Uitgebreid voorzieningen-aanbod’. Dit wordt gecorrigeerd in paragraaf 3.3; bij “dagelijks voorzieningenaanbod” komt Heteren te vervallen. 22.2. We kiezen in het Koersdocument ook inzet op OV, het mobiliteitsprofiel van het zoekgebied Heteren-Zuid is echter zodanig dat de auto hier een belangrijke rol zal blijven spelen. Inspreker 23. Samenvatting: 23.1. Alle initiatiefnemers bij het zoekgebied Midden-Betuwe hebben (op instigatie van de gemeente) contact met elkaar gezocht over samenwerkingsmogelijkheden. Dat proces heeft erin geresulteerd dat Betuwewind (die de posities van Yard Energy overnam) overeenstemming heeft bereikt met Maatschap Betuwemolen en vervolgens met Windpark Landgoed Hemmen in overleg is getreden over samenwerking. Een variant die is voorgesteld: aan de zuidzijde van de A15 vier turbines én twee turbines aan de noordzijde. (…) Het kan zijn dat één van de turbines aan de noordzijde in Zonnepark Hemmen terecht komt.

Het spreekt voor zich dat dit de beste waarborg is voor de beste ruimtelijke inpassingsmogelijkheden en het medegebruik van de al aanwezige energie-infrastructuur. Daarom verzoek ik u in de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie een uitzondering op te nemen voor locaties die al bestemd zijn voor de energietransitie zoals zonneparken. Reactie 23.1. Goed om te vernemen dat onderling initiatiefnemers afstemming zoeken over meerdere varianten. Het bespreken van meerdere oplossingsrichtingen maakt straks een meer kansrijke principe-aanvraag beter mogelijk. Een uitzondering maken voor windturbines aan de noordzijde van de A15 ter plaatse van het bestaande zonnepark, conflicteert met onze motivatie om het zoekgebied alleen aan de zuidzijde te positioneren. Eén (solitaire) windturbine aan de noordkant draagt namelijk niet bij “aan een eenduidig en consistent beeld dat de ‘lange lijnen’ van het karakteristieke rivierenlandschap en de route van infrastructuur versterkt (in plaats van het creëren van losse ‘punten’) en bieden van betere kansen om (veiligheids)risico’s te voorkomen in relatie tot gevoelige functies en hoogspanning.”

Pagina 16/18 (versie 1.0, 11/2/2025)

Inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie

D. AANPASSINGEN VAN HET KOERSDOCUMENT Er zijn 23 inspraakreacties ontvangen op het concept-Koersdocument. Deze inspraak leidt tot de volgende wijzigingen: Paragraaf 2.3, onder ‘Dorpen’ (pagina 2) • “Bij sommige bedrijventerreinen is er extra aandacht voor het verbeteren van de overgang door een mix tussen wonen, voorzieningen en werken.“ Paragraaf 3.2 (pagina 3) • Bij de 1e bullet wordt de 3e zin als volgt: “Deze mix verschilt per landschapstype. In de open kommen is dit primair grondgebonden veeteelt. Op de meer kleinschalige oeverwallen is dit een afwisseling van met name akkerbouw, fruit- en boomteelt (die laatste ten westen van de A50)”. (…) Paragraaf 3.2 (pagina 3) • Bij de 1e bullet wordt de 4e zin als volgt: We zijn terughoudend met functies die niet of minder grondgebonden zijn”, dus zonder expliciete koppeling naar laanboomteelt. Paragraaf 3.2 (pagina 3) • Bij de 2e bullet wordt de 2e zin als volgt: “(…) we daarbij vooral in op versterking en uitbreiding van landschapszones (onderdeel van het regionale ‘groen-blauwe raamwerk’, met daarin onder andere Park Lingezegen)”. Paragraaf 3.2 (pagina 3) • Bij de 4e bullet komt de zin “We sluiten aan bij nieuwe landelijke milieuregels over windturbines” te vervallen.

Paragraaf 3.3, onder ‘Wonen’ (pagina 4) • Laatste zin in 2e alinea wordt: “(…) passende (betaalbare) woningen voor ouderen, in relatie tot (voorzieningen inzake) zorg en welzijn.” Paragraaf 3.3, onder ‘Wonen’ (pagina 4) • Heteren-Zuid (profiel: overwegend auto, waterrijke wijk in het groen, maatschappelijk) Paragraaf 3.3, onder ‘Wonen’ (pagina 4) • De laatste zin wordt als volgt: “Meegroei van maatschappelijke voorzieningen, energienetwerk, klimaat-adaptieve inrichting én biodiverse groen-blauwe zones én ontsluitingsmogelijkheden zien we hierbij als belangrijke randvoorwaarde.” Paragraaf 3.3, onder ‘Bedrijventerreinen’ (pagina 4) • In de 2e alinea wordt de laatste zin als volgt: “In stationsomgevingen optimaliseren we de entree- en hub-functie, gekoppeld met vergroten potentie voor wonen en voorzieningen.” Paragraaf 3.3, onder kopje ‘Voorzieningen’ (pagina 5) • Bij “dagelijks voorzieningenaanbod” komt Heteren te vervallen. Hoofdstuk 4 (pagina 5) • In de 3e alinea wordt de 1e zin als volgt: “Om ook in de toekomst te zorgen voor een veerkrachtige natuur, een prettige leefomgeving en een robuuste watervoorziening, is het belangrijk dat we inzetten op besparing van watergebruik. Tevens dat we op een andere manier omgaan met ons water- en bodemsysteem“.

Hoofdstuk 4 (pagina 6) • Als één-na-laatste zin toevoegen: “Toekomstbestendig handelen maakt deel uit van de afwegingen in zowel in de ontwikkel- als beheerfase”. Bijlage, kaart Heteren (pagina 8) • Als verbijzondering van de zone ‘Dorpse dynamiek’ een aanduiding ‘Centrum’ opnemen op kaart, met bijbehorende verklaring in de legenda.

Pagina 17/18 (versie 1.0, 11/2/2025)

Inspraak Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie

Bijlage, kaart Oosterhout (pagina 10) • Ter plaatse van de zone ‘Dorps lint’ een zone ‘Dorpse dynamiek’ opnemen op kaart, met bijbehorende verklaring in de legenda. Bijlage, kaart Andelst-Herveld (pagina 10) • De ovaal ‘zoekgebied verstedelijking’ wordt in (noord)westelijke richting vergroot. E. VERVOLG Het inspraakrapport wordt voorgelegd aan de raad. Het naar aanleiding van de inspraak aangepaste Koersdocument zal hierbij ter vaststelling worden voorgelegd. Met deze richting zal de geactualiseerde Omgevingsvisie kunnen worden opgesteld, die naar verwachting eind 2025 gereed zal zijn. Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 8 april 2025. De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,

drs. D.E. van der Kamp

R.P. Hoytink-Roubos

Pagina 18/18 (versie 1.0, 11/2/2025)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=fbf40ea8-1d10-4c5e-b25e-74e1c6220947