25-03-25.03 Memo behorende bij het agenderingsverzoek RTGC
Tekst van het document
MEMO Aan
: College van burgemeester en wethouders
Van
: TBFP, Tom Verhoef
CC
:-
Ons kernmerk
: 2025-006742
Datum
: 05-02-2025
Onderwerp
: Memo college behorende bij het Agenderingsverzoek RTGC Warmteprogramma
Warmteprogramma Overbetuwe Het warmteprogramma beschrijft de aanpak voor het isoleren van de gebouwde omgeving zoals woningen, kantoren en maatschappelijk vastgoed én een routekaart voor het overstappen van aardgas naar duurzame warmtebronnen. Het programma beschrijft wanneer beoogd wordt dat wijken, buurten en dorpskernen van het aardgas afgaan, met een focus op een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Dit is essentieel om de klimaatdoelen te halen en de CO2-uitstoot te verminderen. Hiermee geeft het Warmteprogramma een strategisch inzicht hoe het energiesysteem, met een focus op warmte, op de middellange en lange termijn vorm krijgt, hoe we daartoe komen en onder welke randvoorwaarden. Met de invoering van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) wordt het verplicht voor gemeenten om een warmteprogramma op te stellen. Dit programma vervangt de eerdere Transitievisie Warmte (TVW) en zorgt voor een gestructureerde aanpak rondom de warmtetransitie. De Wgiw is 10 december 2024 door de Eerste Kamer goedgekeurd en treedt in werking per 1 januari 2026. Het warmteprogramma dient elke vijf jaar te worden geactualiseerd. Het eerste warmteprogramma dient 31 december 2026 te zijn vastgesteld door het College van B&W. Transitievisie Warmte In 2020 heeft de gemeenteraad de Transitievisie Warmte vastgesteld.
In de Transitievisie Warmte stond beschreven hoe in Overbetuwe energie bespaart kon worden en welke alternatieven er zijn voor aardgas. Ook stond erin beschreven welke gebieden kansrijk leken om de eerste stappen te zetten. Naast de verplichting vanuit de Wgiw (vanaf 2026 verwerkt in de omgevingswet) om een nieuw Warmteprogramma op te stellen ter vervanging van de Transitievisie Warmte, zijn er ook inhoudelijke ontwikkelingen die het waardevol maken het warmtebeleid te herijken. Zo is er de afgelopen jaren meer inzicht verkregen in kansen en uitdagingen in de warmtetransitie, zijn we de afgelopen jaren geconfronteerd met netcongestie, zijn er meer middelen gekomen om uitvoering te geven aan de gemeentelijke regierol in de warmtetransitie en is er geïnvesteerd in
de samenwerking rondom de warmtetransitie met stakeholders als bewoners en woningcorporaties. Met het opstellen van een warmteprogramma kan een geactualiseerd en duidelijker beeld gegeven worden over de warmtetransitie in Overbetuwe. Uitgangspunten uit de Transitievisie Warmte worden hierbij meegenomen. De volgende uitgangspunten werden gedefinieerd: - We kiezen voor de laagste maatschappelijke kosten - We gaan eerst besparen voordat we gaan opwekken - We sluiten aan bij andere werkzaamheden en ontwikkelingen - We sluiten aan bij de wensen van inwoners en stakeholders - We streven naar lokale duurzame oplossingen - We gaan voor technische en praktisch haalbare oplossingen - Ruimte geven om te leren, innoveren en experimenteren - Duidelijkheid over de route - Randvoorwaarden voor een succesvolle start van de warmtetransitie in Overbetuwe - Gemeente als goede voorbeeld
Doelstelling Warmteprogramma Het Warmteprogramma biedt duidelijkheid over de aanpak die de gemeente hanteert in de warmtetransitie. De gemeente biedt daarmee aan bewoners en andere stakeholders een stip op de horizon en daarmee handelingsperspectief. In het warmteprogramma hoeft nog geen definitieve keuze gemaakt te worden over het alternatief voor aardgas of wanneer het aardgas op een bepaalde plek verdwijnt. Het beschrijft de voorkeursoplossing(en) en het proces. Voorzien wordt dat het Warmteprogramma inzicht geeft in: •
Uitgangspunten van de warmtetransitie Bij alle stappen die we zetten binnen de warmtetransitie zijn de uitgangspunten het vertrekpunt. Deze uitgangspunten hebben een basis in onder meer de Omgevingsvisie (incl. Koersdocument), Transitievisie Warmte en de Energievisie Gelderland en worden in samenwerking met stakeholders nader geconcretiseerd en geprioriteerd.
•
Stand van zaken warmtetransitie We beschrijven de stand van zaken van de warmtetransitie in onze gemeente. Daarbij wordt onder andere stilgestaan bij de warmtebronnen, de warmtevraag en de isolatiegraad van woningen binnen de gemeente.
•
Terugblik 2020 - 2025 Beschrijving van de uitvoering en de resultaten van de Transitievisie Warmte. Wat ging goed en wat kan beter? Hoe werken we op dit moment samen, bijvoorbeeld met de twee Wijken van de Toekomst en wat nemen we hiervan mee naar de toekomst.
•
Voorkeur-warmteoplossing per gebied Om zoveel mogelijk duidelijkheid te verschaffen, beschrijft het Warmteprogramma op basis van technisch en financieel onderzoek wat de voorkeur-warmteoplossing is per gebied zoals collectief, individueel, etc. Hiermee wordt richting gegeven aan de warmteoplossing per gebied en een stip op de horizon geboden. En worden de eventuele milieueffecten van deze keuze inzichtelijk gemaakt.
•
Afwegingskader gebiedsaanpak
We beschrijven hoe is of wordt bepaald in welke gebieden de gemeente op welk moment aan de slag gaat met een gebiedsgerichte aanpak. •
Vooruitblik en uitvoering In het Warmteprogramma blikken we tenminste tien jaar vooruit, met een doorkijk richting 2050. Wanneer starten we in welk gebied met de warmtetransitie, en hoe ziet de aanpak er op dat moment uit? En wat doen we gemeente breed? Tevens wordt ingegaan op de aanwijsbevoegdheid om een einddatum voor het gebruik van aardgas in een gebied te bepalen. En de wijze waarop we samenwerking met de samenleving.
Aanwijsbevoegdheid Naast de vaststelling van de Wgiw, wordt ook het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) voorbereid voor besluitvorming. Naar verwachting wordt deze halverwege 2025 vastgesteld. Gezamenlijk geven de Wgiw en de Bgiw gemeenten de bevoegdheid om het omgevingsplan te wijzigen en de einddatum voor het gebruik van aardgas in een bepaald gebied vast te stellen. Dit kan helpen om de transitie naar duurzame warmte te versnellen. Wel dient er een redelijke termijn, in ieder geval 8 jaar, aangehouden te worden om de aardgaskraan te sluiten in een gebied, het alternatief dient beschikbaar te zijn en betaalbaarheid gegarandeerd. Milieueffecten Mogelijk is een warmteprogramma plan-mer-plichtig, vanwege milieueffecten die een collectief warmtenet kan veroorzaken. Hierover is op dit moment nog geen duidelijkheid. Naar verwachting wordt hier door het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) in het tweede kwartaal van 2025 duidelijkheid over gegeven. Indien er duidelijkheid is, zal hier kritisch naar gekeken worden of een plan-mer ook in de situatie van Overbetuwe noodzakelijk is. Indien het Warmteprogramma plan-mer-plichtig blijkt, moet aansluitend op het opstellen van het Warmteprogramma een plan-mer worden uitgevoerd. Deze procedure kent een doorlooptijd van ongeveer 1 jaar en kost circa 150.000 euro.
Op dit moment zijn hier geen financiële middelen voor beschikbaar, deze optie wordt meegenomen in het warmteprogramma. Nationaal Programma Lokale Warmte Gemeenten krijgen ondersteuning bij het opstellen van het warmteprogramma, met name vanuit het Nationale Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) die periodieke sessies in de regio organiseert om stap voor stap tot een warmteprogramma te komen. Het NPLW is een interbestuurlijk programma. In februari 2025 wordt tevens een vernieuwde versie van de Startanalyse aardgasvrije buurten opgeleverd die voor heel Nederland op wijkniveau inzicht geeft in de strategieën om gebouwen zonder aardgas te verwarmen.
Samenwerking met stakeholders - participatie Het is belangrijk om stakeholders zoals bewoners, woningeigenaren, bedrijven en netbeheerders te betrekken bij het opstellen van het warmteprogramma. Dit zorgt voor draagvlak, samenwerking en betere besluitvorming. We willen stakeholders vroegtijdig betrekken bij de transitie naar duurzame energie. Participatie is een verplicht onderdeel binnen de Omgevingswet. We gebruiken het participatiecanvas om het participatieproces gestructureerd vorm te geven. Vervolgens beschrijven we in een communicatie- en participatieplan de doelstellingen, participatieruimte, stakeholders, participatieniveau en aanpak. Omdat het warmteprogramma nog geen directe impact heeft op huishoudens, kijken we hoe participatie nu én in de toekomst bijdraagt aan de overgang naar een aardgasvrije toekomst.
Algemene Kaders Warmteprogramma Gemeente • Programmaplan duurzaamheid (2024) •
Omgevingsvisie Overbetuwe
•
Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie (2025)
•
Transitievisie warmte (2020)
•
Coalitieprogramma Duurzaam bruggen slaan
•
Participatiebeleid Overbetuwe
•
Verrijking Regionale Energiestrategie (RES) 2024
•
Lokaal programmeren, Buurtaanpak en integraal programmeren in samenwerking met Liander (2025)
Provinciaal • Energievisie Gelderland Landelijk • Omgevingswet •
Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmte (WGIW)
•
Wet Collectieve Warmte (concept)
•
Nationaal Isolatie Programma
Aanpak en uitvoering Voor het opstellen van het Warmteprogramma sluiten we aan bij het ondersteuningsaanbod van het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW). Op dit aanbod wordt, waar nodig, binnen de gemeente of via de werkgroep Warmte van de Groene Metropoolregio (GMR) verdieping aangebracht. Het proces om te komen tot het Warmteprogramma is hieronder weergegeven.
Planning hoofdlijnen - versie februari 2025 Onderdeel Activiteit
2025 jan
Evalueren TVW Uitgangspunten bepalen Wensen en aandachtspunten ophalen Communicatie en participatieplan Technisch/financiele analyse en duiding Wijkpaspoorten opstellen - t.b.v. clustering Opstellen Warmteprogramma
feb mrt apr mei Uitvoering College Raad - RTGC Opstellen Uitvoeren Beschikbare informatie Wijkpaspoorten opstellen - clustering Uitwerking V0.9 Collegebesluit, openbaarlegging, consultatie inclusief Raad Formele vaststelling /besluitvorming college
Inzicht startanalyse 2024: maatschappelijke kosten warmteoplossingen Inzicht procedure Plan MER vanuit Rijk
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
2026
Financiële consequenties Het opstellen van het warmteprogramma is opgenomen in het programma duurzaamheid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van meerjarige beschikbare middelen.1. Ondanks het algemene ondersteuningsaanbod van het NPLW en de werkgroep Warmte van de Groene Metropoolregio is budget beschikbaar voor aanvullende onderzoeken. Met de kosten van 100.000 tot 150.000 voor een mogelijke plan-MER van het warmteprogramma is nog geen rekening gehouden. Indien het warmteprogramma plan-MER plichtig is dient gekeken te worden naar additionele financiering of komen andere activiteiten te vervallen. Met de uitvoering van het warmteprogramma zijn ook aanzienlijke kosten gemoeid In het warmteprogramma staan de uitvoeringskosten voor de periode 2026 – 2030. Voor een deel kan gebruik worden gemaakt van de CDOKE Rijksmiddelen. Deze specifieke uitkering loopt in ieder geval tot en met 2030. Bij een additionele financiële claim wordt deze aan de Raad voorgelegd, tegelijk met het programmaplan duurzaamheid.
Risico 1. Het actueel houden van het Warmteprogramma De warmtetransitie is een transitie. Dit betekent dat er per definitie nog veel onduidelijk is en er vele onzekerheden zijn. Daardoor is het risico dat door onverwachte ontwikkelingen het Warmteprogramma achterhaald raakt. Tegelijkertijd is er behoefte aan richting en duidelijkheid. We nemen de ervaringen die de afgelopen vier jaar zijn opgedaan mee in het Warmteprogramma. Dit zullen we onder andere doen door ook aan te geven wat we nog niet weten. Het Warmteprogramma dient ook minimaal elke vijf jaar geactualiseerd te worden.
Communicatie en participatie Vooruitlopend op besluitvorming en agendering vindt op 25 maart 2025 een RTGC plaats over het warmteprogramma. Daarna wordt op basis van het nader op te stellen communicatie- en participatieplan verdere communicatie vormgegeven. Zie de paragraaf Samenwerking met stakeholders – participatie voor details. De gemeenteraad wordt middels het rondetafelgesprek met het College op 25 maart en de periodieke raadsinformatiebrief warmtetransitie geïnformeerd over de start van het opstellen van het Warmteprogramma en het proces dat daarbij doorlopen wordt. Zoals ook in de planning weergegeven vindt een consultatieronde plaats bij een 0.8 versie, waaronder met de Raad.
1 Onder voorbehoud van goedkeuring overhevelingen.
6/6