CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

25-02-25.01 Beantwoording technische D66 vragen Integraal huisvestingsplan

Gemeenteraadsvergadering 11 maart 2025, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2025-2040679 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Format technische vragen Datum indienen: 18 februari 2025 Datum politieke avond: 25 februari 2025 Agendapunt: 1. Voorbereidende vergadering Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2025-20240 Onderwerp: Uitkering rijk versus werkelijke kosten gemeente Overbetuwe voor onderwijshuisvesting + andere vragen Toelichting: In het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs wordt op pagina 11 aangegeven dat gemeenten een (niet geoormerkte) uitkering van het gemeentefonds ontvangen voor onderwijshuisvesting. In het raadsvoorstel wordt onder het kopje financiën aangegeven dat de huidige gereserveerde jaarlijkse lasten 971.000 euro per jaar bedragen, oplopend tot netto 1.374.000 euro per jaar, exclusief de bijkomende eenmalige kosten. Meerdere gemeenten kampen met een tekort blijkt een artikel van Binnenlands Bestuur1. Vraag/vragen: 1. Is bekend hoe hoog het bedrag is dat de gemeente Overbetuwe op dit moment ontvangt in de Algemene Uitkering voor onderwijshuisvesting en zo ja, wat is dat bedrag en wat is het verschil? 2. In het IHP, blz 23 en 24 over Prognoses: “Bij een aantal scholen, zoals in Elst, Oosterhout en Driel, is het voedingsgebied breder dan de gemeente Overbetuwe.

Dat betekent dat bij de prognoses ook demografische ontwikkelingen van nabijgelegen gemeenten worden meegenomen op hoofdlijnen.” Hoe komt het dan dat Driel geen groeikern qua leerlingen is? Naast het bredere voedingsgebied hebben we daar toch ook behoorlijke bouwplannen in het verschiet? 3. In het IHP, blz 27 over Bewegingsonderwijs: “onderzoek uitgevoerd naar de capaciteit van binnensportaccommodaties voor het onderwijs. Normatief is er volgens deze analyse voldoende capaciteit beschikbaar in de gemeente. In de praktijk wordt dat anders ervaren, met name in Elst en met name door het voortgezet onderwijs.” Waardoor worden er tekorten ervaren? 4. Vanwege de krapte is er een tijdelijke blaashal, maar is dit de meest toekomstbestendige optie gezien de verwachte groei van de scholen in Elst? Als het MFSC in Elst klaar is, is er dan geen krapte meer, ook met de verwachtte groei?

Indiener/fractie: Jonna Termorshuizen D66 Overbetuwe Antwoord(en) ambtelijke organisatie: 1. Het is op dit moment niet bekend hoe hoog de totale vergoeding is die de gemeente ontvangt in de Algemene Uitkering voor onderwijshuisvesting.

1 https://www.binnenlandsbestuur.nl/ruimte-en-milieu/kabinet-weigert-extra-financiering-voor-verouderde-

schoolgebouwen

De algemene uitkering van het gemeentefonds is opgebouwd uit verdeelmaatstaven. Twee maatstaven zijn ‘leerlingen Voortgezet Onderwijs (VO)’ en ‘leerlingen (Voorgezet) Speciaal Onderwijs (V)SO’. De vergoeding die wij in 2025 ontvangen voor de maatstaaf leerling VO bedraagt €1.438.153 en de vergoeding voor de maatstaaf leerlingen (V)SO bedraagt €368.540. Voor onderwijshuisvesting voor het Primair Onderwijs (PO) is geen aparte maatstaaf opgenomen in het gemeentefonds. Dit is de reden dat het niet mogelijk is om uit te rekenen dat wij voldoende middelen van het rijk ontvangen voor onderwijshuisvesting. 2. Bij het opstellen van de prognoses d.d. februari 2024 zijn onderstaande woningbouwprojecten uit Driel meegenomen: - Virehof 41 woningen - Driel Zuid Oost 110 woningen - Verlengde Rijnstraat 38 woningen Daarnaast is rekening gehouden met het herkomstgebied van de leerlingen en de omvang van de basisgeneratie. Door de nieuwbouw wordt de afname van de basisschoolleerlingen van de huidige bevolkingssamenstelling grotendeels opgevangen en blijven de prognoses redelijk gelijk. 3. De tekorten worden ervaren omdat: A. Er een verschil zit in de wijze waarop de modelbeleidsregel van de VNG werkt en de manier waarop de gemeente omgaat met de toekenning van het aantal uren bewegingsonderwijs.

In de modelbeleidsregel van de VNG wordt de berekening gebaseerd op het aantal leerlingen op teldatum 1 oktober van voorgaand schooljaar. De gemeente wijst het aantal klokuren toe naar het daadwerkelijk aantal groepen 3 t/m 8 die een PO school heeft. B. Voor het capaciteitsonderzoek ervan uitgegaan is dat een VO school 40 uur per week gebruik maakt van een gymzaal en een PO school 27,5 uur. In de praktijk ligt het aantal uren dat de gymzalen gebruikt wordt lager. Dit komt o.a. door de invulling van de schooltijden/roosters door de scholen en de werkdagen van de vakdocenten. 4. Volgens de berekeningen van het capaciteitsonderzoek voor bewegingsonderwijs zijn er na de realisatie van het MFSC voldoende gymzalen beschikbaar voor het bewegingsonderwijs. De blaashal is dan niet meer noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=9698afe8-3009-4f1b-b728-56673a49a7d1