CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

25-02-11.25 Relevant stuk 1. Toelichting en regels_omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk_vastgesteld_1_20241029

Gemeenteraadsvergadering 11 februari 2025, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen omgevingsplan "Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk"20.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk Gemeente Overbetuwe Status:

Vastgesteld

Datum:

Oktober 2024

IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0396RANDkerkstrt51-VSG1

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b En Bredeweg 55, Randwijk

Datum Oktober 2024

Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST

Telefoon 0481 362 300

E-Mailadres info@overbetuwe.nl

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

Inhoudsopgave

Motivering

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en beschrijving plangebied 1.3 Huidig juridisch-planologisch regime 1.4 Leeswijzer

5 5 5 6 8

Hoofdstuk 2

9

Bestaande situatie

Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie 3.1 Beoogd programma 3.2 Ruimtelijke inpassing

11 11 13

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

14 14 15 16

Hoofdstuk 5 Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving 5.1 Inleiding 5.2 M.e.r.-beoordeling 5.3 Geluid (spoor)wegverkeer 5.4 Luchtkwaliteit 5.5 Activiteiten en milieuzonering 5.6 Geur veehouderijen 5.7 Bodem 5.8 Omgevingsveiligheid 5.9 Kabels en leidingen 5.10 Explosieven 5.11 Weging van het waterbelang 5.12 Flora en fauna 5.13 Archeologie, cultuurhistorie en landschap 5.14 Verkeer en parkeren 5.15 Gezondheid 5.16 Klimaatadaptatie en duurzaamheid

18 18 18 19 20 21 23 25 26 28 28 29 32 35 36 37 38

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemene opzet 6.2 Toelichting op de regels

39 39 40

Hoofdstuk 7

Financiële toelichting

42

Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak 8.1 Inleiding 8.2 Participatie 8.3 Overleg 8.4 Wijziging van het omgevingsplan 8.5 Beroep

43 43 43 43 43 43

(vastgesteld)

3

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

Motivering Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het voornemen bestaat om op de percelen van Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55 te Randwijk de bestaande (bedrijfs)woningen om te zetten naar burgerwoningen en twee nieuwe seniorenwoningen te realiseren. Daarbij is het de bedoeling om de huidige functie 'Gemengd' met de functieaanduiding detailhandel om te zetten naar 'Wonen'. De voorgenomen ontwikkeling is niet toegestaan op basis van de vigerende beheersverordening (vastgesteld op 12 april 2017). Volgens deze beheersverordening is het bestemmingsplan 'Randwijk' (vastgesteld op 25 september 2007) van toepassing verklaard op het plangebied en geldt ter plaatse de bestemming 'Detailhandel'. Deze beheersverordening maakt sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. De voorgenomen ontwikkeling past overigens ook niet binnen de bouw- en gebruiksregels van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan 'Herziening Randwijk', dat aan het plangebied de bestemming 'Gemengd' toekent. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, moet van het planologisch regime worden afgeweken, of moet het tijdelijke omgevingsplan worden gewijzigd. Dit kan middels een wijziging van het omgevingsplan (WOP). De gemeente heeft ervoor gekozen om een wijziging van het omgevingsplan te doorlopen met toepassing van de Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM).

Dit TAM-omgevingsplan maakt het beoogde gebruik en de beoogde bebouwing mogelijk en stelt nieuwe kaders vast voor het plangebied. Onderhavige motivering is essentieel ter onderbouwing van deze wijziging en verantwoordt dat de wijziging in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

1.2

Ligging en beschrijving plangebied

Het plangebied bevindt zich aan de Kerkstraat en Bredeweg, aan de rand van de kern Randwijk in de gemeente Overbetuwe. De beoogde ontwikkeling is voorzien op de percelen kadastraal bekend als gemeente Randwijk, sectie C, perceelnummers 1770 en 1771. Het perceel heeft een oppervlakte van 1.279 m2. In afbeelding 1.1 is een indicatie van de ligging van het plangebied opgenomen. Een gedetailleerde omschrijving van de ligging en begrenzing van het plangebied volgt in hoofdstuk 2 'Bestaande situatie'.

Motivering (vastgesteld)

5

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

Afbeelding 1.1: Globale ligging plangebied (links) en begrenzing plangebied (rechts). Bron: BAG Viewer

1.3

Huidig juridisch-planologisch regime

Ter plaatse van het plangebied aan de Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55 te Randwijk geldt op dit moment de beheersverordening 'Overbetuwe, Randwijk, Slijk-Ewijk en Valburg', die op 4 december 2017 is vastgesteld. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 gelden alle op dat moment geldende bestemmingsplannen en overige ruimtelijke plannen van rechtswege als het tijdelijke deel van het omgevingsplan van iedere gemeente (art. 22.1, onder a Omgevingswet; artikel 4.6, lid 1 Invoeringswet). De hiervoor genoemde beheersverordening wordt een 'omgevingsplan van rechtswege' genoemd en is onderdeel van het tijdelijke deel van het 'Omgevingsplan gemeente Overbetuwe' (verder te noemen: omgevingsplan). In het plangebied zijn daarnaast de volgende twee ontwerpbestemmingsplannen in procedure gebracht, maar nog niet vigerend: Bestemmingsplan 'Herziening Randwijk', d.d. 13 juli 2023; Bestemmingsplan 'Overbetuwe, Paraplubestemmingsplan planologische afwijkingsmogelijkheden', d.d. 19 december 2023. Bestaande functie, bouw- en gebruiksmogelijkheden Beheersverordening 'Overbetuwe, Randwijk, Slijk-Ewijk en Valburg' Op basis van de vigerende beheersverordening is het bestemmingsplan 'Randwijk' (vastgesteld d.d. 25 september 2007) van toepassing verklaard op het plangebied. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van deze verbeelding opgenomen.

In het plangebied is de bestemming 'Detailhandel' van toepassing. Er is tevens een bouwvlak opgenomen, waarbinnen verschillende maximale goot-/bouwhoogten gelden. Het maximum bebouwingspercentage is 60%. Binnen de bestemming 'Detailhandel' zijn de gronden bestemd voor: a. b. c. d. e.

detailhandel; dienstverlening; wonen; nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen;

één en ander met de daarbij behorende voorzieningen

6

Motivering (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

Afbeelding 1.2: uitsnede vigerende beheersverordening 'Overbetuwe, Randwijk, Slijk-Ewijk en Valburg'. (Bron: Ruimtelijke Plannen).

Ontwerpbestemmingsplan 'Herziening Randwijk' Op de percelen rust op basis van het ontwerpbestemmingsplan 'Herziening Randwijk' de enkelbestemming 'Gemengd' met de functieaanduidingen 'detailhandel' en 'bedrijfswoning'. In afbeelding 1.3 is de uitsnede van het bestemmingsplan met het plangebied in rode omlijning weergegeven. De betreffende gronden zijn ingevolge van artikel 5 van het bestemmingsplan 'Herziening Randwijk' bestemd voor: a. Bedrijf; b. Maatschappelijke voorzieningen; c. Culturele voorzieningen; d. Detailhandel; e. Dienstverlening; f. Wonen in een woning; g. Wonen in een bedrijfswoning; h. Aan huis verboden beroeps- of bedrijfsactiviteit bij de woning of bedrijfswoning; i. Niet-zelfstandige kantoren; j. Buitenopslag; k. Groen; l. Water en waterhuishoudkundige voorzieningen; m. Evenementen type 1, 2, 3 en 4. Naast de enkelbestemming 'Gemengd' met functieaanduidingen 'detailhandel' en 'bedrijfswoning', geldt voor het plangebied ook de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2'. De relevantie hiervan en de omgang hiermee wordt nader besproken in hoofdstuk 5 'Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving'. Verder zijn de gebiedsaanduiding 'milieuzone - grondwaterbescherming' en een maatvoeringseis van een maximum bebouwingspercentage van 60% van toepassing.

Motivering (vastgesteld)

7

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

Afbeelding 1.3: Uitsnede ontwerpbestemmingsplan 'Herziening Randwijk' (bron: Ruimtelijke Plannen)

Strijdigheden met het omgevingsplan Het oprichten van de twee beoogde seniorenwoningen is in strijd met de bouw- en gebruiksregels van zowel de vigerende bestemming 'Detailhandel' als de bestemming 'Gemengd' uit het ontwerpbestemmingsplan. Er zijn geen nieuwe woningen toegestaan binnen deze bestemmingen. Daarnaast wordt gedeeltelijk buiten het bouwvlak gebouwd en wordt de toegelaten maximale hoogte beperkt overschreden. Het voorgenomen project omvat ook het omzetten van de bestaande bedrijfswoning naar een burgerwoning. Dit is in strijd met de hoofdbestemming (gebruiksactiviteit). Vanwege de genoemde strijdigheden is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk.

1.4

Leeswijzer

Voorliggende motivering bestaat uit verschillende onderdelen. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande situatie ter plaatse van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de voorgenomen ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt gemotiveerd op welke wijze de ontwikkeling past binnen de geldende beleidskaders, regelgeving en visie/doelen op Rijks-, provinciaal-, regionaal-, waterschaps- en gemeentelijk niveau. Hierna volgt in hoofdstuk 5 een beoordeling van het planvoornemen aan de milieuaspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt of en hoe de ontwikkeling voldoet aan het criterium van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (ETFAL). In hoofdstuk 6 is de juridische planopzet beschreven en in hoofdstuk 7 is de financiële toelichting opgenomen. Tot slot is in hoofdstuk 8 de procedure beschreven.

8

Motivering (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

Het plangebied bevindt zich aan de Kerkstraat en de Bredeweg, aan de rand van de kern Randwijk in de provincie Gelderland. Op de locatie is diverse bebouwing aanwezig, waaronder een leegstaand detailhandelspand aan de Bredestraat 55 (afbeelding 2.1) en een bedrijfswoning aan de Kerkstraat 51 (zie afbeelding 2.2 en 2.3). Het detailhandelspand was voorheen voor deze functie in gebruik, maar staat inmiddels leeg. Hergebruik van deze functie is niet meer reëel. Door de beëindiging van de detailhandelsfunctie, is er ter plaatse van Kerkstraat 51 niet langer sprake meer van een bedrijfswoning. Naast de voormalige bedrijfswoning zijn er in de aansluitende bebouwing twee appartementen aanwezig (Kerkstraat 51a en 51b).

Afbeelding 2.1: Leegstaand detailhandelspand Bredestraat 55 (bron: Google Maps)

Afbeelding 2.2: Bedrijfswoning met appartementen zuidzijde (links) en westzijde (rechts) (bron: Google Maps)

Motivering (vastgesteld)

9

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

Afbeelding 2.3 Indeling bestaande situatie

Het plangebied ligt aan de zuidelijke rand van Randwijk en wordt omgeven door een verscheidenheid aan functies, waaronder wonen, bedrijvigheid, maatschappelijk, agrarisch en sport. Ten noordwesten van het plangebied is het dorp Randwijk gelegen, een dorp met circa 1.500 inwoners, dat overwegend een woonfunctie heeft. Aan de zuidkant ligt het buitengebied met voornamelijk agrarische percelen. Verder bevindt zich op circa 1,2 km ten noorden de rivier de Nederrijn en op circa 200 meter ten zuiden de provinciale weg N836 (Knoppersweg).

10

Motivering (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

Hoofdstuk 3 3.1

T oekomstige situatie

Beoogd programma

Het voornemen bestaat om de bestaande (voormalige) bedrijfswoning aan Kerkstraat 51 om te zetten naar een burgerwoning. De detailhandelsfunctie zal verdwijnen, waardoor er geen koppeling meer is tussen deze woning en een andere hoofdfunctie. De woning zal enkel inpandig worden verbouwd. De twee bestaande appartementen aan de achterzijde van het pand worden behouden. Tevens is het de bedoeling om het bestaande detailhandelspand aan Bredeweg 55 te slopen en aan de achterzijde van het perceel één twee-onder-een-kap-woning te realiseren. Deze nieuwe bebouwing zal bestaan uit 2 seniorenwoningen met elk een oppervlakte van ongeveer 91 m2. Op de begane grond van elke woning bevinden zich een keuken, twee slaapkamers, een hal met trap en een badkamer. Daarnaast is er nog extra ruimte op de bovenverdieping. In de burgerwoning is er sprake van een woonhuis aan de voorzijde op de begane grond en op de bovenverdieping. Aan de achterzijde van de burgerwoning blijven de twee bestaande appartementen aanwezig, één op de begane grond en één op de bovenverdieping.

Motivering (vastgesteld)

11

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

Afbeelding 3.1: Toekomstige situatie, met boven: plattegronden en onder: aanzicht vanaf de Kerkstraat

12

Motivering (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

3.2

Ruimtelijke inpassing

Wat betreft de woningen Kerkstraat 51-51b zullen er uitsluitend interne bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Het betreft een bestaand pand van voldoende bouwtechnische kwaliteit en beeldkwaliteit en het maakt al deel uit van het straatbeeld. Voor de nieuwe twee-onder-een-kap-woning die aan de achterzijde van het plangebied, op Bredeweg 55, wordt gerealiseerd, zal zorgvuldig worden gekozen voor vergelijkbare materialen en een vergelijkbaar uiterlijk, zodat het aansluit bij de bestaande bebouwing in de nabije omgeving. Op het perceel is na sloop van het bestaande voormalige winkelpand voldoende ruimte voor twee seniorenwoningen aanwezig. Deze zijn wat betreft hun maatvoering (hoogte en omvang) ondergeschikt aan de bestaande woning en vormen een logische inpassing in het straatbeeld van de Kerkstraat. De woningen bestaan uit één bouwlaag met een kap. Dit sluit ook aan bij de bestaande bouwmogelijkheden op het achtererf. Het bouwvlak zal daarbij worden verkleind, waardoor er meer lucht en ruimte in het plan komt.

Motivering (vastgesteld)

13

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland in 2050. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Het Rijk wil sturen en richting geven op vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3.

Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen. Beoordeling en conclusie Hoewel de NOVI geldend is voor het gehele Nederlandse grondgebied, is er geen sprake van directe doorwerking in het plangebied. Gelet op de aard en locatie van de ontwikkeling zijn er geen nationale belangen in het geding. Afwegingen met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen dienen in dat geval te worden gemaakt op gemeentelijk niveau. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de 'ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt.

Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 5.129 g, eerste lid, Bkl bepaald: 'De ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is'. Bij de wijziging van een omgevingsplan, die voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet rekening worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling en een motivering, dat de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied of binnen stedelijk groen kan worden gerealiseerd als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Beoordeling en conclusie Het planvoornemen bestaat uit het omzetten van de bestaande bedrijfswoning naar een burgerwoning, behoud van twee bestaande appartementen en de bouw van een twee-onder-een-kap-woning. De bestaande detailhandelsbestemming verdwijnt. Dit alles wordt niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd volgens artikel 5.129 lid g van het Bkl. Het netto aantal extra woningen is

14

Motivering (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk minder dan 11. Het opstellen van een Ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet benodigd.

4.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Deze is in werking getreden op 1 maart 2019. Het doel van de Omgevingsvisie is: een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland, vanuit het verleden én met het oog op de toekomst. De provincie is als middenbestuur een belangrijke schakel bij het bereiken van deze doelstellingen en wil op een aantal manieren waarde toevoegen: met een brede blik kijken naar de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving; stimuleren van ontwikkelingen enerzijds en beschermen van waarden anderzijds; focussen op duurzaamheid, onderlinge verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland; door middel van 7 ambities verder verdiepen van de focus. De 7 ambities van de provincie zien op de volgende thema's: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Per ambitie is de provinciale aanpak beschreven. Beoordeling en conclusie De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze verordening bevat concrete regels, waaraan het initiatief wordt getoetst. Gezien de aard en omvang van het initiatief, is het niet in strijd met de provinciale ambities in de Omgevingsvisie.

De beoogde ontwikkeling omvat de bouw van een twee-onder-een-kap-woning (twee seniorenwoningen), waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de ambitie om binnen de provincie passende en betaalbare woningen te realiseren. Daarnaast wordt ook een bijdrage geleverd aan de provinciale duurzaamheidambities doordat de nieuwe woningen energieneutraal worden uitgevoerd en het verhard oppervlak afneemt. Omgevingsverordening provincie Gelderland Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening of verordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt geregeld geactualiseerd. De meest recente actualisatie van de Omgevingsverordening dateert van januari 2024. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Beoordeling en conclusie Volgens de ‘Omgevingsverordening provincie Gelderland’ gelden in het plangebied regels voor enkele gebiedsaanwijzingen, omgevingswaarden en activiteiten. Gelet op het planvoornemen zijn enkel de gebiedsaanwijzingen ‘Gelderse streek Over-Betuwe’ en 'Intrekgebied', en de activiteit 'flora- en fauna-activiteiten in Gelderland’ van belang.

In artikel 5.41 staat het volgende vermeld: "Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek Over-Betuwe wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwik keldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Over-Betuwe". In paragraaf 5.13 'Archeologie, cultuurhistorie en landschap’ van deze motivering wordt aangegeven op welke manier rekening wordt gehouden met het landschap. In afdeling 4.3 'Grondwaterbedreigende activiteiten' staat vermeld dat grondwaterbedreigende activiteiten en een mijnbouwwerk niet mogen plaatsvinden in intrekgebieden. Met het planvoornemen is hier geen sprake van. In paragraaf 4.2.1 van de omgevingsverordening zijn regels opgenomen met betrekking tot flora- en fauna-activiteiten. Voor het planvoornemen is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De conclusie hiervan staat vermeld in paragraaf 5.12 ‘Flora en fauna’. De beoogde ontwikkeling sluit aan op de regels uit de omgevingsverordening.

Motivering (vastgesteld)

15

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

4.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. Samenwerking tussen verschillende partijen staat centraal en is noodzakelijk om deze doelen te bereiken. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De gemeente onderscheidt een aantal kernwaarden die als vertrekpunt en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaan in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Deze worden eveneens als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied is een speerpunt in het beleid.

In de Omgevingsvisie wordt de focus gelegd op zes opgaven: Vitaal buitengebied in beweging; Innovatieruimte voor ondernemerschap; Samen werken aan energietransitie; Gevarieerde dorpse woonomgeving; Netwerk verbonden met samenleving; Voorzieningen geclusterd. Per thema wordt de toekomstige ontwikkeling van de Overbetuwse leefomgeving beschreven. Beoordeling en conclusie Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Randwijk. Met het planvoornemen wordt een twee-onder-een-kap-woning gerealiseerd die voldoet aan de eisen op het gebied van wooncomfort en duurzaamheid. Ook wordt deze stedenbouwkundig logisch ingepast. De gekozen typologie is passend bij de ligging van het plangebied aan de rand van het dorp. Het plangebied ligt binnen een woonomgeving en is een geschikte locatie om te wonen. In het volgende hoofdstuk van deze motivering wordt dit, wat betreft het woon- en leefklimaat, nader beschouwd. De realisatie van twee seniorenwoningen draagt bij aan de realisatie van een gevarieerde dorpse woonomgeving. De beoogde ontwikkeling past bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. Woonagenda Overbetuwe 2025 In de Woonagenda 2025 verwoordt de gemeente Overbetuwe haar doelen en ambities op het gebied van wonen. Als basis voor deze woonagenda is een uitgangspuntennotitie opgesteld.

Daarnaast vonden woningmarktanalyses en gesprekken met stakeholders bij de voorbereiding van de Woonagenda. De woonagenda bevat geen gedetailleerd uitvoeringsprogramma, maar de koers waarbinnen de komende jaren plannen voor kernen en locaties kunnen worden uitgewerkt. Centraal staat dat de gemeente over voldoende woningen met de juiste kwaliteit wil beschikken om huishoudens de gewenste stappen in hun wooncarrière te laten maken. Dat wil zeggen voor iedere stap in de levensloop een geschikt woonalternatief. De Woonagenda omvat vier centrale thema's: Voorraadstrategie: nieuw en bestaand; Verduurzaming en koppelkansen; Bijzondere doelgroepen en woonvormen; Wonen en zorg.

16

Motivering (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

Elk van deze thema's is nader beschouwd in de Woonagenda. De woningbehoefte voor de gemeente Overbetuwe in de periode 2019-2030 is minstens 2.000 woningen. De woningbouwproductie blijft achter bij deze groei. Daarnaast wil de gemeente een extra bijdrage leveren aan de versnellings- en groeiopgave vanuit de regionale Woondeal. Dit gaat om een nog nader te bepalen aantal woningen, waarbij gedacht wordt aan circa 3.000 à 4.000 extra woningen in het middengebied (Overbetuwe en Lingewaard). In kwalitatief opzicht is van belang dat betaalbaar wonen onder druk staat. Dit heeft verschillende oorzaken. De gemeente werkt in de Woonagenda toe naar een streefprogramma in de woningbouwprogrammering om de woningmarkt beter in balans te krijgen. Hierin wordt ook rekening gehouden met de veranderende woningvraag door bekende trends, zoals het toenemende aantal eenpersoonshuishoudens en de groei van het aantal huishoudens van 65 jaar en ouder. Beoordeling en conclusie Met dit TAM-omgevingsplan worden twee extra woningen (een twee-onder-een-kap-woning) toegevoegd aan de bestaande woningvoorraad. Dit past binnen de kwantitatieve woningbouwdoelstellingen. De gemeentelijke woningbouwopgave is met de huidige beschikbare woningen en harde plancapaciteit nog niet ingevuld en de woningbouwproductie blijft achter bij de groeiende behoefte.

Hiervoor is al toegelicht dat het plan ook binnen de kwalitatieve doelstellingen van het gemeentelijk beleid past. De realisatie van de twee-onder-een-kap-woning, waarvan de woningen geschikt en bedoeld zijn voor senioren, past het beste in de omgeving. Voor deze doelgroep bestaat een grote behoefte aan woningen. Dit is ook in lijn met de toenemende vergrijzing in Nederland. Ook voorziet het plan in woningen in het goedkopere segment, waaraan een grote behoefte binnen de regio bestaat. Het plan voldoet aan de uitgangspunten van de Woonagenda Overbetuwe 2025.

Motivering (vastgesteld)

17

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

Hoofdstuk 5 5.1

M ilieuaspecten in de fysieke leefomgeving

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de omgevingsplanwijzigingen rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 van de Omgevingswet. De ontwikkeling wordt als het ware getoetst aan de verschillende aspecten uit de fysieke leefomgeving. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is er een bredere kijk op de leefomgeving, onder meer vanuit het oogpunt van milieu, duurzaamheid en gezondheid. Op basis van het initiatief en de omgeving zijn de volgende milieuaspecten van belang: M.e.r.-beoordeling Geluid Luchtkwaliteit Activiteiten en milieuzonering Geur veehouderijen Bodem Omgevingsveiligheid Kabels en leidingen Explosieven Weging van het waterbelang Natuur en landschap (incl. stikstof) Archeologie, cultuurhistorie en landschap Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren Gezondheid Duurzaamheid.

5.2

M.e.r.-beoordeling

Bijlage V bij het Omgevingsbesluit in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit bepalen of een besluit project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Bijlage V bij het Omgevingsbesluit heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van projecten waarvoor een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. In kolom 4 zijn de besluiten opgenomen die betrekking hebben op projecten waarvoor de m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Of er voor het besluit een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een m.e.r.-plicht. Anders geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Of een project, dat voorkomt in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit, aanzienlijke milieueffecten heeft, wordt beoordeeld door het bevoegd gezag. Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met: a. de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn; b. voor zover relevant: de resultaten van eerder uitgevoerde controles of andere beoordelingen van milieueffecten die op grond van verordeningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn verkregen.

Een initiatiefnemer die voornemens is een project uit te voeren, deelt dit voornemen zo spoedig mogelijk mee aan het bevoegd gezag (artikel 16.45 Omgevingswet). Deze mededeling kan plaatsvinden door middel van een aanmeldnotitie. Beoordeling en conclusie In kolom 1 zijn de categorieën van projecten aangewezen, waaronder een 'stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen' (J11). Voor deze categorie projecten is een m.e.r.-plicht, zoals genoemd in artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a, niet van toepassing (kolom 2). Bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' geldt wel een m.e.r.-beoordelingsplicht (kolom 3). Dit houdt in dat de initiatiefnemer van een project mededeling dient

18

Motivering (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk te doen bij het bevoegd gezag. Of een project als een stedelijk ontwikkelingsproject wordt beschouwd, hangt af van de specifieke omstandigheden van dat project. Aspecten zoals de aard, omvang, locatie, en omgeving van de ontwikkeling, de toename van bebouwd oppervlak, en het al dan niet plaatsvinden van een functiewijziging spelen hierbij een rol. Dit is niet uitsluitend gebaseerd op de vraag of er (netto) aanzienlijke negatieve milieueffecten kunnen optreden. Het kan variëren per regio of een beoogde ontwikkeling als een stedelijk ontwikkelingsproject wordt aangemerkt. Gezien de omvang en locatie kan de voorgenomen ontwikkeling, bestaande uit de omzetting van een bedrijfswoning naar een burgerwoning en de bouw van een twee-onder-een-kap-woning aan de rand van het dorp Randwijk, niet worden beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject. In de huidige situatie is er al sprake van bebouwing binnen het plangebied. Op basis van het voorgaande is het opstellen van een m.e.r.-aanmeldnotitie om te onderzoeken of er aanzienlijke milieueffecten met de ontwikkeling kunnen optreden niet benodigd. Vanuit het milieuaspect m.e.r.-beoordeling is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.3

Geluid (spoor)wegverkeer

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening te worden gehouden met het geluid door (spoor)wegen op geluidgevoelige gebouwen. Daarbij gelden er geluidaandachtsgebieden rondom (spoor)wegen en industrieterreinen. Binnen een dergelijk geluidsaandachtsgebied, moet het geluid op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn (par. 5.1.4.2a Bkl). Als het geluid op een geluidgevoelig gebouw (binnen een geluidaandachtsgebied) niet meer bedraagt dan de standaardwaarde, dan is er in ieder geval sprake van een aanvaardbare woon- en leefomgeving. De standaardwaarden zijn aangegeven in onderstaande tabel. Deze geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Geluidbronsoorten

Standaardwaarde

Rijkswegen en provinciale wegen 50 Lden Gemeentewegen en waterschapswegen

53 Lden

Hoofdspoorwegen en locale spoorwegen

55 Lden

Tabel 1: Standaardwaarde geluid voor een geluidbron op een geluidgevoelig gebouw per (spoor)weg De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen en industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een (spoor)weg of industrieterrein. Beoordeling en conclusie Het planvoornemen betreft een functiewijziging van een detailhandels-/gemengde functie naar wonen, waarbij de bestaande (voormalige) bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning en een twee-onder-een-kap-woning wordt gerealiseerd. De twee bestaande appartementen worden behouden. Er is met de realisatie van de twee-onder-een-kapwoning sprake van de toevoeging van een geluidgevoelig gebouw, zoals bedoeld in het Bkl. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom aan verharde gemeentewegen: de Kerkstraat en de Bredeweg. Het betreffen 30 km/uur wegen, waarvan de geluidaandachtsgebieden niet over de nieuwe woning reiken. Aan de standaardwaarde zal worden voldaan. De geluidbelasting vanwege deze wegen is namelijk beperkt. Spoorwegen zijn in de ruime omtrek niet aanwezig. Verder akoestisch onderzoek naar (spoor)wegverkeerslawaai is niet benodigd aangezien de nieuwe woningen niet zijn gelegen binnen een geluidaandachtsgebied.

Vanuit het milieuaspect geluid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Motivering (vastgesteld)

19

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

5.4

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen ter bescherming van de gezondheid staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl (paragraaf 5.1.4.1). Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Aandachtsgebieden De toetsing en monitoring van de luchtkwaliteit vindt plaats in de aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties NO2 en/of PM10. Aandachtsgebieden voor zowel NO2 als PM10 staan vermeld in artikel 5.51, lid 2 van het Bkl. Aandachtsgebieden voor alleen PM10 zijn aangewezen in artikel 5.51, lid 3 van het Bkl. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen (artikel 5.51 Bkl). Niet in betekenende mate De beoordeling van de luchtkwaliteit in een aandachtgebied vindt niet altijd plaats. Voor een activiteit die niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor NO2 en PM10 nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl volgt dat een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties.

Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit Sinds 1 januari 2023 wordt de luchtkwaliteit berekend en gemonitord via het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Beoordeling en conclusie Het plangebied valt niet in een van de aandachtsgebieden voor zowel NO2 als PM10 of voor alleen PM10. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is daarom niet benodigd. Er wordt volstaan met een quickscan luchtkwaliteit, welke is gebaseerd op het CIMLK-instrument en de NIBM-tool. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het van belang om aan te tonen of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot luchtkwaliteit. Hierover kunnen uitspraken worden gedaan aan de hand van achtergrondwaarden voor NO2, PM10 en PM2.5 ter plaatse van het projectgebied. De achtergrondwaarden van de vier dichtstbijzijnde rekenpunten zijn middels het CIMLK-instrument in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 2: Achtergrondwaarden ter plaatse van het plangebied Id

NO2 ìg/m3 PM10 ìg/m3

PM10 PM2.5 3 overschrijding ìg/m sdagen

Jaar

15561647 9,8579

13,6848

6

7,2622

2030

15561649 9,871

13,6865

6

7,2627

2030

15561651 9,7442

13,6635

6

7,2829

2030

15561758 9,7616

13,6659

6

7,2835

2030

Norm

40

35

25

40

De data uit het CIMLK toont aan dat de achtergrondwaarden significant lager zijn dan de gestelde normen. Hieruit kan worden afgeleid dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied.

20

Motivering (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk Middels de NIBM-tool is in beeld gebracht wat de effecten van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit zijn. Voor het toepassen van de NIBM-tool is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de verkeersgeneratie die samenhangt met de binnen de projectgebieden beoogde functies. Deze verkeersgeneratie is berekend in paragraaf 5.14 'Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren'. Bij de berekening is, worst case, uitgegaan van de maximum verkeersgeneratie, namelijk 23 mvt/etmaal. De resultaten uit de berekening met de NIBM-tool zijn weergegeven in de navolgende tabel.

Afbeelding 5.1: worst case berekening met NIBM-tool

Uit de berekening met de NIBM-tool volgt dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. De toename van de concentratie NO2 en PM10 is niet hoger dan 1,2 ug/m³. Hiermee is sprake van een NIBM-project. Nader onderzoek op dit vlak is daarom niet noodzakelijk. Hierdoor is toetsing aan de Rijksomgevingswaarden voor NO2 en PM10 niet nodig. Tevens behoort het plangebied niet tot een van de aandachtsgebieden, welke genoemd zijn in artikel 5.51, lid 2 en 3 van het Bkl. De bouw van de twee-onder-een-kap-woning is geen milieubelastende activiteit, als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal, waarover regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht. Het is geen activiteit die relatief veel luchtvervuiling veroorzaakt en over een grotere afstand effect heeft. Vanuit het milieuaspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.5

Activiteiten en milieuzonering

Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang dat activiteiten met gebruiksruimte en milieugevoelige functies in evenwicht tot elkaar locaties krijgen toegedeeld in de fysieke leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren: 1. Menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het kan en gewenst is. 2. Scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het moet. Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. Daarbij moet worden voldaan aan de instructieregels uit het Bkl ten aanzien van geluid en geur door activiteiten, met als gevolg dat milieunormering in het omgevingsplan plaatsvindt om tot een evenwichtige toedeling van milieugevoelige en milieubelastende functies te komen. Deze milieunormen voor activiteiten met gebruiksruimte (gebiedsgerichte regels) beogen de gebruiksruimte van een activiteit specifiek te begrenzen, zodat die activiteit op een specifieke locatie kan worden verricht zonder onaanvaardbare gevolgen voor een milieugevoelige functie in dat gebied.

Motivering (vastgesteld)

21

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

Het uitgangspunt is dat alle activiteiten met gebruiksruimte in meer of mindere mate milieu gerelateerde gebruiksruimte nodig hebben en dus belastend kunnen zijn. Alleen het wonen is hiervan uitgezonderd. Dat betekent dat wanneer het om wonen gaat, het niet nodig is om specifiek te kijken naar de impact op het milieu bij het bepalen van de ruimte die voor deze activiteit nodig is. Wel is wonen een milieugevoelige functie, net als o.a. onderwijs en gezondheidszorg. Bij een ontwikkeling die ziet op een milieugevoelige functie is het dus noodzakelijk te bepalen of er sprake is van een aanvaardbare woonen leefomgeving. Beoordeling en conclusie In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient onderzocht te worden of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij het plangebied. Het plangebied ligt in een 'gemengd gebied'. Met het planvoornemen is sprake van een milieugevoelige activiteit, namelijk een burgerwoning en een twee-onder-een-kapwoning met seniorenwoningen bedoeld voor de functie wonen. Middels een quickscan activiteiten en milieuzonering is onderzocht welke eventuele 'activiteiten met gebruiksruimte' zich in de directe omgeving van het plangebied aan de Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55 bevinden.

In onderstaande tabel komt naar voren in welke geluid- en geurzone de activiteiten vallen en aan welke eventuele minimale richtafstand moet worden voldaan. Tabel 3: quickscan milieuzonering Activiteiten

Omschrijving

Zone Zone geluid geur

Minimale Voldoet? richtafstand

De Linden

Restaurants, cafetaria's, FM snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.

FM

n.v.t.

Ja

Begraafplaats

Begraafplaatsen

FM

FM

n.v.t.

Ja

De Beijer Autobedrijf

Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven

1

FM

10 meter

Ja

Shell benzinestation

Benzineservicestations

1

1

10 meter

Ja

Cultureel Centrum "Randwijks Buurt- en clubhuizen Hof"

1

FM

10 meter

Ja

Voetbalvereniging E.M.M.

Veldsportcomplex (met verlichting)

2

FM

30 meter

Ja

Stucadoorsbedrijf Bredeweg 59

Bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m²

2

FM

30 meter

Nee*

FM=functiemenging *Een stuk adoorsbedrijf wordt niet specifiek vermeld in de VNG-brochure. Een dergelijk bedrijf zou gezien kunnen worden als 'bouwbedrijf <2000 m2', waarvoor categorie 2 voor geluid zou gelden met een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied. De werkzaamheden van een stukadoorsbedrijf vinden echter niet op de locatie plaats, maar voornamelijk bij klanten. Hierdoor zal hinder vanwege dit bedrijf fors minder zijn dan categorie 2 doet vermoeden. Een indeling in categorie 1 met een richtafstand van 10 meter lijkt daarom meer passend. Aan deze afstand wordt voldaan. Onevenredige hinder wordt daarom niet verwacht. De nieuwe woningen worden op voldoende afstand tot omliggende milieubelastende bedrijven/activiteiten opgericht. Verder zorgt de voorgenomen ontwikkeling niet voor belemmeringen in de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven/activiteiten. Vanuit het milieuaspect activiteiten en milieuzonering is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

22

Motivering (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

5.6

Geur veehouderijen

Geurhinder kan optreden bij het houden van dieren in dierenverblijven (stallen, inclusief een vaste uitloop) en het opslaan en bewerken van agrarische bedrijfsstoffen (mest, kuilvoer, krachtvoer). Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Daarbij dient de geur op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar te zijn (par. 5.1.4.6 Bkl). Geurgevoelige gebouwen zijn gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie heeft. Voor met name agrarische activiteiten zijn standaardwaarden bepaald voor de geurbelasting. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geur op grond van artikel 4.2 van de Omgevingswet. Dat doet de gemeente vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Beoordeling en conclusie Het planvoornemen omvat de ontwikkeling van geurgevoelige gebouwen in de zin van artikel 5.91 van het Bkl. Er is sprake van de realisatie van gebouwen met een woonfunctie, namelijk een twee-onder-een-kap-woning. Ter plaatse van Kerkstraat 51-51b is sprake van een bestaand geurgevoelig gebouw. Met de voorgenomen realisatie van de nieuwe woningen en de omzetting van een bedrijfswoning naar een burgerwoning wordt geen milieubelastende activiteit op het gebied van geur toegevoegd.

Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen garanderen, is onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van agrarische activiteiten in de omgeving van het plangebied. Het plangebied ligt aan de rand van het dorp Randwijk en het buitengebied. In de omgeving van het plangebied zijn agrarische bedrijven gelegen (zie onderstaande afbeelding).

Afbeelding 5.1: Ligging agrarische bedrijven ten opzichte van plangebied (bron: Agron Advies)

Aan de Bredeweg 65 is een akkerbouw-/fruitteeltbedrijf gevestigd. Dit betreft geen (intensieve) veehouderij. Aan de Bredeweg 67 is wel een veehouderijbedrijf gevestigd (melkvee- en schapenhouderij),

Motivering (vastgesteld)

23

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk maar dit betreft geen intensieve veehouderij. Deze veehouderij ligt op circa 270 meter afstand van het plangebied. Het initiatief vormt geen belemmering voor de ontwikkelingsmogelijkheden voor dit bedrijf, gelet op deze afstad en de tussenliggende bestaande geurgevoelige gebouwen en ter plaatste van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wat betreft geur. Tevens zijn er intensieve veehouderijen in de omgeving gelegen. Deze liggen echter op een ruimere afstand dan de agrarische bedrijven hiervoor vermeld. De dichtstbijzijnde intensieve veehouderij is gelegen op een afstand van circa 350 meter. Tussen het plangebied en deze intensieve veehouderij en in de omgeving zijn verschillende geurgevoelige gebouwen gelegen, waardoor geen belemmeringen worden verwacht. Vanuit het aspect geurhinder is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

24

Motivering (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

5.7

Bodem

Het meewegen van de (milieuhygiënische) bodemkwaliteit is onderdeel van een brede afweging over de kwaliteit van de leefomgeving in relatie tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een omgevingsplan bevat daarom in ieder geval waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Het gaat daarbij om een gebouw of een deel van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Ook de aangrenzende tuin of perceel maakt hier onderdeel van uit. Het Bkl bevat instructieregels voor het bouwen van bodemgevoelige gebouwen op bodemgevoelige locaties. Bij het bepalen van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit houdt de gemeente rekening met de interventiewaarden voor de verschillende stoffen in de bodem en neemt de gemeente de grenswaarden in acht (artikel 5.89i en 5.89j Bkl). Bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit kan alleen gebouwd worden als de door de gemeente voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (artikel 5.89k en 5.98ka Bkl). Daarnaast is in het omgevingsplan de landbodem in verband met grondverzet in de bodemfunctieklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingedeeld, rekening houdend met de functie van de locatie (artikel 5.89p Bkl).

Ook kunnen in het omgevingsplan bodembeheergebieden zijn aangewezen (artikel 5.89o Bkl). Beoordeling en conclusie De bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de gewenste ontwikkeling. Met het planvoornemen is er sprake van een bodemgevoelig gebouw. Een gebouw met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan moet altijd op een schone grond gebouwd worden. Recentelijk heeft er een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden, met als doel vast te stellen of op de onderzoekslocatie grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling op de onderzoekslocatie. Het bodemonderzoek is uitgevoerd met als leidraad de Nederlandse Normen NEN 5725 en NEN 5740. Het onderzoeksrapport is in Bijlage 1 van onderhavige motivering opgenomen. Hierna volgt de conclusie. De onderzoekslocatie is met betrekking tot de standaard NEN 5740-parameters als onverdacht verklaard. Bij de boringen 1 en 2 zijn respectievelijk sporen baksteen en sporen kolengruis aangetroffen. Bij de boringen 3, 4 en 6 is in de eerste aangetroffen kleilaag matig baksteen en sporen kolengruis aanwezig. In het toplaagmengmonster MM1 (zand) ligt het gemeten gehalte van PCB’s (in geringe mate) boven de achtergrondwaarde. In het toplaagmengmonster MM2 (klei) liggen de gemeten gehaltes van Cadmium, kwik, lood, zink, min.

olie, PAK’s boven de achtergrondwaarden. In het topmengmonster MM3 (klei) liggen de gemeten gehaltes Nikkel, lood, zink, min. olie, PCB’s en PAK’s boven de achtergrondwaarden. In het onderlaagmengmonster liggen de gemeten gehaltes onder de achtergrondwaarden. In het grondwatermonster van peilbuis boring 1 liggen het gemeten bariumgehalte boven de streefwaarde. Het bariumgehalte in het grondwater is vaak van nature verhoogd. Gezien de verhoogde gehaltes in de toplaagmengmonsters mag de veronderstelling van onverdacht terrein niet worden gehandhaafd. De verhoogde gehaltes liggen echter allemaal onder tussenwaarde en daardoor is er geen aanleiding tot verder onderzoek. De bodem van het plangebied voldoet aan woonkwaliteit en om die reden is er geen belemmering met betrekking tot de wijziging van het omgevingsplan of toekomstige nieuwbouw op de locatie. Vanuit het milieuaspect bodem is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Motivering (vastgesteld)

25

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

5.8

Omgevingsveiligheid

Het beleid voor omgevingsveiligheid (externe veiligheid) is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is dat overheden bij hun plannen zo vroeg mogelijk kijken naar veiligheid zodat de gevolgen van een brand, ramp of crisis voorkomen kan worden of de gevolgen zoveel mogelijk beperkt kunnen worden. Voor externe veiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In het Bkl komen de instructieregels voor omgevingsplannen van gemeenten terug. Dit betreffen onder andere regels over het plaatsgebonden risico, aandachtsgebieden, en groepsrisico. Uit de bepalingen van de genoemde paragraaf vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's dienen te worden beoordeeld aan de norm voor het plaatsgebonden risico en de bepalingen over het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico.

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6/jaar contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde voor (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties c.q. standaardwaarde voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties is. Groepsrisico De benadering van het groepsrisico, met aandachtsgebieden, moet ervoor zorgen dat het gemeentebestuur externe veiligheid eerder in ruimtelijke plannen meeneemt. Aandachtsgebieden laten zien waar extra aandacht nodig is om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden laten zien waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen gevaren uit de omgeving. Voorbeelden van die gevaren zijn warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Via de aandachtsgebieden worden deze gevaren zichtbaar op de kaart, zodat direct duidelijk is welke gevaren waar op kunnen treden.

Daardoor heeft het bevoegd gezag bij het nemen van besluiten over ruimtelijke ordening de risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen meteen in beeld. Zo kan het bevoegd gezag ze al aan het begin van het planproces meenemen. Het groepsrisico is de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als gevolg van een ongewoon voorval. De gemeente moet in het omgevingsplan binnen aandachtsgebieden rekening houden met dit groepsrisico. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de veiligheidsregio. Beoordeling Op basis van de Signaleringskaart externe veiligheid is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In afbeelding 5.2 is een uitsnede opgenomen van de risicokaart.

26

Motivering (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

Afbeelding 5.2: Uitsnede EV Signaleringskaart (geraadpleegd op 4 juni 2024) met het plangebied in de zwarte cirkel

De volgende risicobronnen van externe veiligheid zijn onderzocht: milieubelastende activiteiten met een extern veiligheidsrisico; transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor; hogedrukaardgastransportleidingen en K1-, K2- en K3 brandstofleidingen. Milieubelastende activiteiten | Het plangebied ligt niet in de contour van het Plaatsgebonden Risico 10-6/jaar en ook niet in aandachtsgebieden van milieubelastende activiteiten. Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor Het plangebied ligt niet in de contour van het Plaatsgebonden Risico 10-6/jaar en ook niet in aandachtsgebieden van vervoersassen voor vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Ondergrondse buisleidingen Het plangebied ligt niet in de contour van het Plaatsgebonden Risico 10-6/jaar en ook niet in aandachtsgebieden van ondergrondse hogedruk aardgasleidingen. Conclusie risicobron-inventarisering De ontwikkeling ligt niet binnen het aandachtsgebied van een risicobron. Hierdoor is een verdere toetsing van het aspect externe veiligheid niet nodig. Er wordt voldaan aan de normering voor externe veiligheid. Verantwoording groepsrisico| Vanwege de ligging van de planlocatie buiten elke contour c.q. aandachtsgebied voor externe veiligheid is een verantwoording groepsrisico niet aan de orde.

Motivering (vastgesteld)

27

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk

Vanwege de eis van artikel 5.2 Besluit kwaliteit leefomgeving is de Veiligheidsregio VGGM om advies gevraagd. Uit het advies van 14 juni 2024, kenmerk Z2024-00002176, komen de volgende punten naar voren: Vanuit rampenbestrijding en zelfredzaamheid is er geen aanleiding voor advies door de VGGM. Motivatie: er zijn geen risicobronnen in de nabije omgeving van het plangebied, er is hiermee geen aanleiding om te adviseren over de fysieke veiligheid. Conclusie Het plan ligt niet in de contour van het Plaatsgebonden Risico 10-6/jaar. De plaatsgebonden risicocontour vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Het plan ligt ook niet binnen aandachtsgebieden. Het groepsrisico hoeft ook niet te worden beschouwd. De Veiligheidsregio ziet geen aanleiding aanvullend te adviseren over rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Vanuit het milieuaspect omgevingsveiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.9

Kabels en leidingen

Ondergrondse kabels en leidingen zijn belangrijk voor het transport van data, elektriciteit en stoffen zoals gas en water. Niettemin kunnen sommige ondergrondse leidingen en bovengrondse hoogspanningslijnen een potentieel risico vormen voor de omgeving. De Omgevingswet bevat daarom specifieke regels en instrumenten om dergelijke risico's te voorkomen en te beperken. Zo adviseert het Rijk aan het bevoegd gezag om bij het toelaten van gevoelige gebouwen, zoals woningen, bij bovengrondse hoogspanningsverbindingen rekening te houden met de magneetvelden. De magneetvelden zijn mogelijk van invloed op de gezondheid van omwonenden. Voor de regeling omtrent buisleidingen wordt verwezen naar paragraaf 5.8 'Omgevingsveiligheid'. Beoordeling en conclusie In het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Dit aspect levert dan ook geen belemmeringen op voor het plan. Vanuit het milieuaspect kabels en leidingen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.10

Explosieven

In de Tweede Wereldoorlog is de gemeente Overbetuwe getroffen door explosieven. Geschat wordt dat circa 10% van deze explosieven niet tot ontploffing is gekomen. Een deel hiervan is tijdens en na de Tweede Wereldoorlog al geruimd. Echter, er is een kans op niet-gesprongen explosieven in de bodem Beoordeling en conclusie Op basis de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het plangebied is nader onderzoek naar explosieven gedaan. De 'Projectleiderssamenvatting Ontplofbare Oorlogsresten' is als separate Bijlage 2 opgenomen bij onderhavige motivering. Op basis van de beschikbare archiefgegevens, literatuur en luchtfotomateriaal kan worden gesteld dat binnen het plangebied, in de niet-naoorlogs geroerde bodem, de volgende (sub)soorten ontplofbare oorlogsresten kunnen zijn achtergebleven: Geschutmunitie, verschoten, diverse kalibers en nationaliteiten, met een maximaal kaliber van 15 cm/155mm tot een diepte van maximaal 2,50 meter minus maaiveld (maaiveld Tweede Wereldoorlog), oftewel 5,50m+NAP; Het kleinste zoekdoel van mogelijk aan te treffen ontplofbare oorlogsresten kan worden gedefinieerd als ‘geschutmunitie > 2cm’.

Daar waar de bodem niet aantoonbaar naoorlogs geroerd is, is het advies om voorafgaande aan de voorgenomen bodemroerende werkzaamheden een opsporingsproces, zoals bedoeld in het Certificatieschema Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (CS-OOO), uit te voeren om de risico’s met

28

Motivering (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d Kerkstraat 51-51b en Bredeweg 55, Randwijk betrekking tot het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten te minimaliseren. Dit vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan geen belemmering.

5.11

Weging van het waterbelang

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij zijn de hierna beschreven beleidsstukken van belang. Rijksbeleid Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is de opvolger van het Nationaal Waterplan uit 2015. Het NWP plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode tot en met 2027 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het NWP richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen, waaronder het overstromingsrisicobeheerplan en stroomgebiedbeheerplannen voor de rijkswateren. Provinciaal beleid Provinciaal Waterplan In het Waterplan Gelderland is het waterbeleid beschreven aan de hand van een aantal thema's, zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen voor 2027 en 2015 er liggen. Daarbij is beschreven hoe de provincie voor de planperiode de uitvoering van acties ziet om die doelstellingen te bereiken. Bij sommige thema's gelden aanvullende waterdoelstellingen voor specifieke waterhuishoudkundige functies.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=c55fb2c8-bae4-4c63-a90b-6b0b2eb34dd0