25-02-11.24 Relevant stuk 2. Bijlagenboek Breedlersestraat 7
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Bijlagen bij motivering
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Buitengebied, Breedlersestraat 7, Elst
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Buitengebied, Breedlersestraat 7, Elst Gemeente Overbetuwe Status:
Vastgesteld
Datum:
December 2024
IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0386BUITbreedler7-VSG1
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22b Buitengebied, Breedlersestraat 7, Elst
Datum December 2024
Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST
Telefoon 0481 362 300
E-Mailadres info@overbetuwe.nl
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Buitengebied, Breedlersestraat 7, Elst
Inhoudsopgave
Bijlagen bij motivering
5
Bijlage 1
Toekomstige situatie
5
Bijlage 2
Landschappelijke inpassing
7
Bijlage 3
Versterkingsplan Groene Ontwikkelingszone
82
Bijlage 4
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling
103
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek
344
Bijlage 6
Bodemonderzoek
461
Bijlage 7
Watercompensatie
534
Bijlage 8
Quickscan flora en fauna
536
Bijlage 9
Stikstofdepositieberekening
571
Bijlage 10
Archeologisch onderzoek
579
Bijlage 11
Participatieverslag
663
(vastgesteld)
3
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Buitengebied, Breedlersestraat 7, Elst
4
(vastgesteld)
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Buitengebied, Breedlersestraat 7, Elst
Bijlagen bij motivering Bijlage 1 T oekomstige situatie
Bijlagen bij motivering (vastgesteld)
5
w S
R X
T U
E
K P2
87 O
P5
Y
78
Q V
legenda
373
historisch erf/recreatief maatschappelijk bouwvlak 8.059 m2 F
D
J O
19.820 m2
nieuw agrarisch bouwvlak
23.085 m2
uitbreiding bouwvlak
11.323 m2
parkeervlak
1.886 m2
huidige mini-camping
5.929 m2
uitbreiding mini-camping
5.923 m2
P3 P4
G C
huidig agrarisch bouwvlak
372
N 7a
H
P1
I L
B 224 7
A M
Bree dlers
estr a
at
N
opdrachtgever Van den Toorn, Breedlersestraat 7, Elst onderdeel plannaam: Buitenplaats de Grote Bredelaar
9
kadastrale gemeente: Elst sectie: C perceelnummer: 78, 87, 224, 372 en 373
11
Breedlerses
traat
bladnummer
BO-erftransitie - blad 02 Jufferenwal 30 Postbus 432 8000 AK Zwolle
intake 6610379436 schaal 1:1500 papierformaat A3 datum 12-09-2022
t 08 8236 8236 e info@rombou.nl i www.rombou.nl
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Buitengebied, Breedlersestraat 7, Elst
Bijlage 2 Landschappelijke inpassing
Bijlagen bij motivering (vastgesteld)
7
Bruispunt Bredelaar
toekomstvisie en landschappelijk ontwerp juni 2022
2
Bruispunt Bredelaar
toekomstvisie en landschappelijk ontwerp
februari 2022
3
4
Inhoudsopgave Introductie7 Het gebied en de plek: een korte terugblik
Verbinding met Park Bredelaar
53
9
Kwaliteitskader bebouwing
55
1950 en 1960
11
Archeologie en watercompensatie
57
1980 en 2000
13
Archeologie59
Park Lingezegen
15
Watercompensatie
Inpassingsplan 2013 en ontwerp Park Bredelaar
17
Bijlage 1: tekeningen huidig en toekomstig erf door Rombou
61
Huidige situatie
19
Bijlage 2: uitwerking trap en bijenstal Park Bredelaar
65
21
Colofon73
Naar een toekomstbestendig en vitaal bedrijf
Uitgangssituatie23 gewenste situatie huidige gebouwen en camping
25
Een vitaal Bruispunt
27
Landschappelijke uitwerking en inpassing Ontwerp 'Bruispunt Bredelaar' Sortiment en plantverband
33 35 41
Singel en bosje
43
Hergebruik bestaande solitairen en haag rondom parkeerplaats
45
Pruimenboomgaard
47
Kersenboomgaard
49
Overige beplanting
51
5
59
6
Introductie De familie Van den Toorn heeft altijd een melkgeitenhouderij gehad aan de Rijkerswoerdsestraat in Arnhem. Op deze locatie exploiteerden ze bovendien een mini-camping. Vanwege de ontwikkeling van ‘Het Waterrijk’, een onderdeel van Park Lingezegen, is het bedrijf in 2014 verplaatst naar de huidige locatie aan de Breedlersestraat. Hier zijn een nieuwe geitenstal en een nieuwe materialenloods toegevoegd aan het bestaande erf van, toen nog, proefboerderij De Bredelaar.
Vervolgens wordt ingegaan op de toekomst van het bedrijf, zowel agrarisch als recreatief. Het hoe en waarom van het gewenste toekomstbeeld wordt in dit tweede hoofdstuk verder uitgewerkt en toegelicht. Bij een toekomstbestendig bedrijf hoort een toekomstbestendige landschappelijke uitwerking en inpassing. Dat wordt in het derde hoofdstuk verder uitgewerkt en toegelicht.
Inmiddels zijn we een aantal jaren verder. In die jaren heeft het erf zich anders ontwikkeld dan gedacht. Het meest belangrijk hierbij is dat het naast het bedrijf gelegen Park Bredelaar steeds meer verweven is geraakt met de boerderij. Op het erf van De Bredelaar vinden bovendien steeds meer recreatieve activiteiten plaats. Dit varieert van kookworkshops op het oude erf van De Bredelaar tot een bezoek aan de geitenstal en kamperen bij de boer.
Vervolgens wordt de voorgestelde beplanting verder uitgewerkt in een beplantingsplan. Soorten en plantmaten komen in dit vierde hoofdstuk eveneens aan bod. Als losse bijlage is op A1-formaat het plantverband voor een nieuwe singel en bosje uitgewerkt. Heel beknopt wordt in het vijfde hoofdstuk nog iets gezegd over archeologie en watercompensatie.
Op zichzelf zijn dat allemaal prachtige ontwikkelingen die bijdragen aan het ontstaan van een echt 'Bruispunt Bredelaar' binnen Park Lingezegen. Maar de plek is nooit ontworpen als 'Bruispunt'. Agrarische en recreatieve functies lopen dan ook door elkaar, Park Bredelaar en Boerderij Bredelaar zijn niet goed met elkaar verbonden en het huidige agrarische bedrijf zit nogal krap in de jas.
Rombou heeft tekeningen gemaakt van de huidige situatie en de gewenste situatie voor het erf van De Bredelaar. Dit zijn geen bouwtekeningen, maar ze geven wel voor het agrarisch erf belangrijke zaken aan. Deze tekeningen vormen de basis van het landschappelijk ontwerp en de inpassing en zijn opgenomen als bijlage 1.
Al met al reden om 'Bruispunt Bredelaar' eens goed onder de loep te nemen en het doorzicht naar de toekomst vorm te geven. Op die manier komen we tot een fraai, functioneel, recreatief aantrekkelijk èn toekomstbestendig 'Bruispunt Bredelaar'.
In bijlage 2 zijn tenslotte de begin dit jaar opgeleverde ontwerpen voor een trap en bijenstal in Park Bredelaar opgenomen.
Dit rapport geeft eerst een beknopte terugblik op het gebied en de plek van De Bredelaar. Hiervoor worden historische topografische kaarten gebruikt, maar ook Park Lingezegen en het eerder voor De Bredelaar gemaakte inpassingsplan komen aan bod.
7
8
Het gebied en de plek: een korte terugblik
9
Topografische kaart 1950
Topografische kaart 1960
10
1950 en 1960 Geomorfologisch gezien ligt de Breedlersestraat op een smalle stroomrug. Van oudsher zijn dit zeer vruchtbare gronden, erg geschikt voor akkerbouw en boomgaarden. Iets hoger en droger waren dit ook de plekken waar veel boerderijen werden gesticht. In tegenstelling tot de komgronden, die bestaan uit zware, bijna ondoordringbare klei bevat de bodem op de stroomruggen meer zand. De zo ontstane zavelige structuur is enerzijds goed doorlaatbaar, maar kan tegelijkertijd het water goed vast houden.
Opvallend is dat de perceelsranden op de stroomrug in 1950 over het algemeen nog beplant zijn met bomenrijen, singels en/of hagen. Ten zuiden van de Bemmelsche Pijp, in de echte komgronden, zijn de perceelsranden niet meer beplant. Tussen 1950 en 1960 is het oude erf vervangen door een nieuw erf in wederopbouw-stijl. Dit is het huidige erf, hoewel er in de jaren na de bouw nog wel het een en ander aan gebouwen is toegevoegd. In die tijd is ook veel van de beplanting rondom de percelen verdwenen, waardoor een weidser landschap is ontstaan.
Op de historische kaarten is de geomorfologische structuur goed af te lezen. De meeste boerderijen liggen langs de Breedlersestraat, terwijl de meer in de komgronden gelegen Meeriem Straat (tegenwoordig Kattenleger) nagenoeg geen bebouwing kent. Rondom de Breedlersestraat is de dichtheid van boomgaarden bovendien groot. Ook aan de achterzijde van De Bredelaar ligt een flinke boomgaard. De elzensingel die hier bij hoorde is nu nog steeds aanwezig.
De boomgaarden rondom De Bredelaar bestaan in 1960 echter nog steeds, net als veel boomgaarden in de directe omgeving.
> het nieuwe (huidige) erf van De Bredelaar, niet al te lang na oplevering
11
Topografische kaart 1980
Topografische kaart 2000
12
1980 en 2000 Pas tussen 1980 en 2000 zie je het aantal boomgaarden rondom de Breedlersestraat afnemen. Het perceel waarop nu Park Bredelaar ligt en het perceel naast de huidige mini-camping van Van den Toorn zijn nog wel in gebruik als boomgaard. In de jaren daarna zullen ook deze boomgaarden echter van het kaartbeeld verdwijnen. In het veld blijven restanten zichtbaar in de vorm van een enkele elzensingel en her en der een 'verdwaalde' fruitboom achter op een perceel. De kaartbeelden van 1980 en 2000 laten ook zien dat de druk op dit 'groene hart' tussen Arnhem en Nijmegen toeneemt. Aan de westzijde rukt de bebouwing van Elst op, die door de snelweg A325 wordt gestopt. Aan de zuidzijde rukt Bemmel op. Deze uitbreiding wordt echter gestopt door de A15, die ter plaatse uiteindelijk als N15 is aangelegd in de jaren '80. Aan de noordzijde zijn het vooral Huissen en, buiten het kaartbeeld, Arnhem die in zuidelijke richting uitbreiden. In het geval van Huissen is de Linge echter een natuurlijke grens geweest (tevens gemeentegrens) die ervoor zorgde dat het landschap rondom De Bredelaar behouden bleef. Wellicht zijn het hier dan ook juist de snelwegen geweest die ervoor hebben gezorgd dat het gebied niet verder verdicht is met bedrijven, kassen en nieuwe woonwijken.
13
Plankaart Park Lingezegen, uitsnede 'De Linten'
14
Park Lingezegen De toenemende druk op het gebied heeft er echter wel toe geleid dat men is gaan nadenken over het behouden van het groene karakter ervan. Zo ontstond in de jaren '90 de gedachte voor de ontwikkeling van een landschapspark tussen Arnhem en Nijmegen. Dit moest het groene uitloopgebied worden voor de bewoners van Arnhem, Elst en Nijmegen.
De Park Het Waterrijk
In 2008 was het masterplan voor Park Lingezegen gereed. Het landschapspark bestaat uit vijf delen: De Park, Het Waterrijk, Het Landbouwland, De Buitens en De Woerdt. De Park en De Woerdt hebben hierbij meer het karakter van een echt park. Samen met Het Waterrijk zijn deze deelgebieden dan ook volledig opnieuw ingericht als recreatief uitloopgebied voor bewoners uit Arnhem en Nijmegen.
Het Landbouwland en De Buitens
Het Landbouwland en De Buitens nemen het oorspronkelijke landschap als uitgangspunt. Hier blijft landbouw de belangrijkste drager van dat landschap. Hierbinnen ontstaat echter wel meer ruimte voor recreatie in de vorm van 'pocketparks' en nieuwe recreatieve routes. Het Landbouwland en De Buitens zijn uitgewerkt onder een andere naam: De Linten. Dit omdat twee bestaande, oost-westgerichte structuren zijn aangegrepen om het landschap vorm te geven. Het noordelijke lint, waarvan de Breedlersestraat, Vergert en Heuvelsestraat onderdeel zijn, is ingericht met tien meter brede, bloemrijke bermen. Hierin zijn in een los verband verschillende boomsoorten geplant, waardoor een aantrekkelijk, lommerrijk recreatief lint is ontstaan.
De Woerdt
Het zuidelijke lint, bestaande uit Dikelsestraat en Katteleger, is meer formeel beplant met dubbele rijen bomen, bestaande uit dezelfde soort. De oorspronkelijke gedachte was dat dit zuidelijke lint meer zou functioneren als verkeersader, terwijl het noordelijke lint met name een recreatieve bestemming zou krijgen. Plankaart Park Lingezegen
15
Inpassingsplan De Bredelaar en ontwerp Park Bredelaar
16
Inpassingsplan 2013 en ontwerp Park Bredelaar In 2013 speelde de bedrijfsverplaatsing van de familie Van den Toorn naar De Bredelaar. In aansluiting op het ontwerp voor Park Bredelaar, dat ontwikkeld zou worden op het naast de Bredelaar gelegen perceel, is toen een inpassingsplan gemaakt voor het nieuw erf, inclusief mini-camping.
Op het campingterrein worden verspreid bomen aangeplant. Het zwaartepunt van de beplanting ligt nabij het oude erf. De forse groenstructuur op dit erf zorgt dat het erf zich hecht aan het landschap. Op het campingterrein waaiert deze beplanting langzaam uit om over te gaan in het weidse, achterliggende landschap.
Uitgangspunt van dat inpassingsplan is dat het nieuwe bedrijf best gezien mag worden als nieuwe laag in het landschap. Daarom is ervoor gekozen om het erf niet af te planten, maar aan twee zijden te voorzien van een groenstrook van tien meter breed. In deze strook worden verspreid bomen aangeplant, waardoor de inpassing aansluit op de inrichting van de Breedlersestraat. De bomen filteren met name het zicht op de sleufsilo's aan de zuidzijde en op de mestopslag aan de westzijde. De nieuwe stal met prominente melkstal zou meer zichtbaar mogen zijn. De achterzijde van het erf blijft onbeplant. Dit is immers de huiskavel en dat blijft op deze manier goed bereikbaar.
Het toiletgebouw, dat voor de camping is aangelegd, is wat betreft vormgeving geïnspireerd op een hooimijt, zoals die ooit op het erf heeft gestaan. Het is in aansluiting op de bestaande bebouwing geplaatst. Hiermee is het toiletgebouw onderdeel van het erf en geen solitair element in het veld. Park Bredelaar, één van de 'pocketparken' in Park Lingezegen, is ongeveer in dezelfde periode ontworpen. Het is ontworpen als zelfstandig functionerend park, maar sluit wel aan op structuren op het erf van De Bredelaar. In aansluiting op de bestaande, karakteristieke pruimenboomgaard bij De Bredelaar is er bijvoorbeeld een boomgaard gepland in Park Bredelaar.
Behalve de beplanting in de directe omgeving van het erf is voorgesteld om de westelijke perceelsgrens van de huiskavel steviger in de beplanting te zetten. Op deze manier wordt het nieuwe erf verknoopt met het omliggende landschap. Dit ontwerpprincipe is ook in het 'Kwaliteitskader gebouwen' van het Gelders Genootschap opgenomen.
Aan de westzijde van Park Bredelaar is een nieuwe elzensingel aangebracht, terwijl de grens met het erf van De Bredelaar met de oude pruimenboomgaard en de kas open en transparant blijft. Op die manier is voorgesorteerd op het mogelijke gebruik van de kas en/of boomgaard ten behoeve van Park Bredelaar.
De mini-camping, die aan de oostzijde van het nieuwe erf wordt gerealiseerd, sluit enerzijds aan op een bestaande elzensingel. Aan de oostzijde wordt een nieuwe singel aangeplant, terwijl de noordzijde onbeplant blijft. Op deze manier hebben de campinggasten wel beschutting, terwijl de camping tegelijkertijd geen omkaderde kavel wordt. Bovendien is er zo vrij uitzicht over het omringende boerenlandschap.
Tegelijkertijd is de ontsluiting van het park volledig gericht op de Breedlersestraat. Hier bevindt zich de entree met markant toegangshek. Eventuele bezoekers die met de auto willen komen kunnen parkeren op een bietenstortplaats aan de Breedlersestraat, vanaf waar ze met een halfverhard pad door de bloemrijke berm van de Breedlersestraat naar het park kunnen wandelen.
17
Luchtfoto huidige situatie
18
Huidige situatie De luchtfoto hiernaast is van recente datum. Hierop is te zien dat Park Bredelaar is uitgevoerd conform het ontwerp, hoewel de 'bloemrijke plint' nog ontbreekt. Ook het erf en de camping zijn volgens ontwerp uitgevoerd. Het bijbehorende inpassingsplan is ten dele uitgevoerd: de bomen aan de voorzijde van de geitenstal staan er wel degelijk, maar zijn nog te klein om zichtbaar te zijn op de luchtfoto. Ook beide singels ten oosten van de camping, waarvan er één de grens van de camping vormt, zijn aangeplant. De beplanting op de camping is echter niet aangeplant, terwijl de beplanting op de westelijke perceelsgrens van de huiskavel ten dele is aangeplant. De reden dat er op de camping nog geen bomen zijn aangeplant is dat de familie Van den Toorn eerst wilde ervaren hoe de nieuwe camping zou gaan lopen en waar de campinggasten behoefte aan zouden hebben. Na oplevering van Park Bredelaar heeft de familie Van den Toorn ook een belangrijke rol gekregen in het beheer en de exploitatie van dit park. In plaats van een volledig zelfstandige plek is Park Bredelaar zo meer en meer onderdeel geworden van het erf Bredelaar. Zo is ontstaan wat tijdens de Landschapstriënnale van 2014 treffend ‘Bruispunt Bredelaar’ is genoemd.
Een boerenerf waar gekampeerd kan worden, waar vergeten groenten worden geteeld, waar kookworkshops worden gegeven en waar kan worden gegeten in de oude boomgaard. Een speciale ruimte in de geitenstal is zo ontworpen dat bezoekers zicht hebben op de melkgeiten op het stro of op de ‘melkcaroussel’, de plaats waar de geiten gemolken worden.
19
20
Naar een toekomstbestendig en vitaal bedrijf
21
A. B. C. D. E. F. G. H. I. J.
E
J
D
F
G
C
H
B A
Huidig gebruik van gebouwen op De Bredelaar
22
I
woning achterhuis aardappelschuur werktuigenberging geitenstal sanitairgebouw kapschuur fruitschuur kas camping
Uitgangssituatie Het melkgeitenbedrijf dat in 2014 is opgeleverd voldoet nog steeds prima. Maar nu het erf enkele jaren in gebruik is, komen er ook enkele tekortkomingen aan het licht. Ontwikkelingen in het bedrijf en de bedrijfsvoering, maar ook (verwachte) milieuwetgeving maken dat de behoefte is ontstaan om een visie te ontwikkelen op de toekomst.
Behalve ronde wikkelbalen gebruikt het bedrijf ook een grote hoeveelheid stro, dat wordt gebruikt in de verschillende stallen. Dit stro wordt eenmaal per jaar 'af land' ingekocht. Dit betekent dat er, op het moment van inkoop, ruimte moet zijn om alle strobalen droog op te slaan. Deze ruimte ontbreekt, waardoor ook het stro buiten wordt opgeslagen. Tegelijkertijd zijn de functies 'agrarisch' en 'recreatief' op het erf door elkaar gaan lopen. Het voormalige kantoor achter de woning is vergund als groepsaccomodatie, de oude materialenloods wordt gebruikt voor het geven van kookworkshops en de kas wordt gebruikt ten behoeve van Park Bredelaar. De tussengelegen fruitschuur en een deel van de aardappelschuur worden gebruikt voor het stallen van paarden. De aardappelschuur wordt daarnaast gebruikt voor de opslag van hooi en stro en enkele machines.
Eén van de tekortkomingen is dat het 'Bruispunt' dat De Bredelaar is geworden nogal krap in zijn jas zit. Dit is ook te zien op een recente luchtfoto. Door een ongelukkige vorm van het bouwblok is er aan de voorzijde van de geitenstal, aan de kant van de Breedlersestraat, veel ruimte, terwijl de ‘achterzijde’ van de geitenstal op de grens van het bouwblok staat. Destijds, in 2013, was er geen andere oplossing: de nieuwe geitenstal moest voldoende afstand hebben tot bestaande gebouwen. Het gevolg is echter dat de opslag van ruwvoer, in de vorm van ronde wikkelbalen, en andere noodzakelijke opslag vóór de geitenstal plaats vindt. Daarvoor moet immers ruimte worden gezocht binnen het bouwblok. Daarmee is vanaf de Breedlersestraat niet langer de geitenstal ‘blikvanger’, maar zijn dat de stapels wikkelbalen geworden. En daarmee voldoet ook het inpassingsplan uit 2013 niet meer. Dat heeft te weinig ‘body’ om het beeld te filteren en te verzachten.
Op de afbeelding hiernaast zijn alle gebouwen op het erf benoemd. Met grijs is de agrarisch gebruikte bebouwing aangegeven. Gebouwen voor recreatieve nevenfuncties zijn oranje gekleurd. De woning is met rood aangegeven.
23
A. B. C. D. E. F. G. H. I. J.
E
J
D
F
G
C
H
B A
Gewenst gebruik van gebouwen op De Bredelaar
24
I
woning achterhuis aardappelschuur werktuigenberging geitenstal sanitairgebouw kapschuur fruitschuur kas camping
Gewenste situatie huidige gebouwen en camping Het oorspronkelijke wederopbouw-erf van De Bredelaar is nog helemaal in tact met woning, achterhuis en aardappelschuur. Samen met de oude kapschuur, fruitschuur, kas en pruimenboomgaard is het een mooi voorbeeld van een boerenerf uit de jaren '60 en '70. Met het naastgelegen Park Bredelaar, dat als thema 'landbouw door de eeuwen heen' heeft, heeft het ook de voorkeur om dit erf te behouden.
Visie op de toekomst Het vrijspelen van het oude erf voor recreatieve functies is weliswaar een wens, maar is alleen mogelijk als er extra ruimte voor de agrarische functies wordt gerealiseerd. Als de aardappelschuur, de kapschuur en de fruitschuur een recreatieve bestemming krijgen, kunnen deze gebouwen, met een gezamenlijk oppervlak van ongeveer 625 m2, immers niet meer voor agrarische doeleinden worden gebruikt.
Omdat de beschreven gebouwen te klein zijn voor het huidige erf is behoud alleen mogelijk als het hele oorspronkelijke erf een recreatieve bestemming krijgt. De kas en de oude kapschuur worden al gebruikt voor recreatieve nevenactiviteiten (maar hebben officieel nog een agrarische bestemming). Samen met de fruitschuur en de aardappelschuur is het wenselijk om ze daadwerkelijk een recreatieve bestemming te geven.
Eigenlijk kan de ruimte op het oude erf niet gemist worden, omdat het huidige agrarische erf al zeer beperkt is voor de omvang van het agrarische bedrijf. Er is behoefte aan een extra, grotere werktuigenberging, stro moet droog kunnen worden opgeslagen en er is behoefte aan extra ruimte voor ruwvoeropslag. Binnen het huidige bouwvlak is er alleen ruimte aan de voorzijde van de geitenstal of op het oude erf. Uitbreiding zou hier ten koste gaan van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing (de aardappelschuur) of zou ten koste gaan van de fraaie pruimenboomgaard op het erf. Dit is vanuit Park Lingezegen gezien niet wenselijk. Het oorspronkelijke wederopbouwerf is juist één van de ‘pareltjes’ aan de Breedlersestraat en het erf ontwikkelt zich, samen met Park Bredelaar, juist tot een recreatief aantrekkelijk ‘Bruispunt’. Het behoud van de karakteristieke pruimenboomgaard is altijd een belangrijk uitgangspunt geweest bij het ontwerp en de ontwikkeling van Park Bredelaar.
Bijkomend voordeel hiervan is dat de agrarische en recreatieve functies beter van elkaar worden gescheiden. Dit vermindert de kans op onveilige situaties, omdat tractoren bijvoorbeeld niet meer op het oude erf hoeven te komen. Ook bij het onverhoopt uitbreken van dierziektes is het scheiden van functies van belang. De agrarische functie kan immers eenvoudig fysiek worden afgesloten van de recreatieve functie. Het 'vrijspelen' van de aardappelschuur en fruitschuur voor recreatieve functies wordt deels mogelijk door de werktuigenberging (D) geschikt te maken voor de huisvesting van zoogkoeien en paarden.
Om het oude erf te kunnen behouden, een vitaal landbouwbedrijf te realiseren én het erf een kwaliteitsimpuls te kunnen geven is een toekomstvisie ontwikkeld. Hierin wordt gekeken naar de ingrepen die nodig zijn voor een vitale geitenhouderij, maar wordt ook de gewenste uitbreiding van de mini-camping en de aansluiting op Park Bredelaar meegenomen. De bijbehorende landschappelijke inpassing is in het volgende hoofdstuk verder uitgewerkt.
Met betrekking tot de mini-camping is er de wens om in ieder geval jaarrond kamperen mogelijk te maken. Nu is gebruik van de camping alleen mogelijk van 1 maart tot 1 oktober. Steeds meer mensen maken echter gebruik van een camper en zijn daarmee minder afhankelijk van de zomermaanden. Het toenemende gebruik van (zware) campers maakt het bovendien noodzakelijk op een deel van de camping grasbetonstenen aan te brengen, zodat de campers bij nat weer niet vast komen te zitten op het terrein.
25
A. B. C. D. E. F. G. H. I. J. K. L.
woning achterhuis aardappelschuur werktuigenberging geitenstal sanitairgebouw kapschuur fruitschuur kas camping overkapping mestopslag verplaatsen en uitbreiden sleufsilo's M. werktuigenberging, opslag hooi en stro N. uitbreiden camping
L
M K E
J N
D
F
G
C
H
B A
Gewenste uitbreiding van De Bredelaar
26
I
Een vitaal Bruispunt Hoeveel ruimte er nodig is om te komen tot een toekomstbestendig landbouwbedrijf kan, grofweg, berekend worden. Landbouwadviseur Gert-Jan Festen van Rombou heeft, op basis van gegevens van het bedrijf en gehanteerde normen, de volgende berekening gemaakt.
toereikend voor het huidige, moderne machinepark. Bovendien zijn de fruitschuur en de kapschuur in gebruik ten behoeve van de recreatieve nevenactiviteiten. Het is wenselijk om ook de oude aardappelschuur voor recreatieve nevenactiviteiten te gebruiken. Logischerwijs worden deze drie schuren, met een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 625 m2, ook als zodanig bestemd. De loods die in 2014 voor machines werd gebouwd, met een oppervlakte van 600 m2, wordt omgebouwd tot stal voor zoogkoeien en paarden. Het omvormen van de loods naar stal voor zoogkoeien is al vergund. In de nieuwe plannen worden ook de paarden naar dit gebouw verplaatst.
Benodigde loods voor hooi, stro en machines Op het bedrijf wordt jaarlijks 500 ton stro gebruikt. Hiervan is 400 ton nodig als strooisel in het geitenverblijf, 100 ton wordt gebruikt als strooisel onder de zoogkoeien en paarden. Zoals eerder aangegeven wordt stro ‘af land’ ingekocht. Tijdens de graanoogst wordt dus in één keer 500 ton stro gekocht, dat op dat moment droog opgeslagen moet worden.
De minimale benodigde oppervlakte voor een nieuwe materialenloods komt daarmee op 1.225 m2. Met de benodigde oppervlakte voor opslag van hooi en stro komt de totaaloppervlakte van een gewenste nieuwe loods op 2.025 m2.
Als norm voor het gewicht van stro wordt 210 kg/m3 aangehouden. De gemiddelde opslaghoogte is 4 meter. De benodigde ruimte is dan: 500 ton / 210 kg per m3 = 2.380 m3. Gedeeld door de gemiddelde hoogte van 4 meter is een oppervlakte van 600 m2.
Met het oog op de toekomst is het echter wenselijk om niet uit te gaan van de minimaal benodigde oppervlakte. Er moet ruimte zijn om eventueel extra hooi en stro op te slaan en om nieuwe, wellicht grotere machines te kunnen stallen. Ook is het niet ondenkbaar dat, uit milieuoogpunt, machines in de toekomst binnen moeten worden gereinigd. Om ook op die toekomst voorbereid te zijn is uitgegaan van een nieuwe loods met een totale oppervlakte van 2.500 m2.
Behalve stro gebruikt het bedrijf per jaar ook nog ongeveer 200 ton hooi, niet te verwarren met het in wikkelbalen verpakte kuilgras. Net als stro moet hooi droog worden opgeslagen. De norm voor het gewicht van hooi is 310 kg/m3. De benodigde oppervlakte voor de opslag van hooi is dan 200 ton / 310 kg per m3 = 645 m3. Bij een gemiddelde opslaghoogte van 4 meter is dus nog eens ongeveer 160 m2 nodig.
Opslag van ruwvoer (kuilgras) Een groot deel van het rantsoen van de melkgeiten bestaat uit kuilgras. Dit kan worden ‘ingekuild’ in een sleufsilo, waarna het wordt afgedekt met plastic en grond of autobanden. Van den Toorn geeft nu de voorkeur aan wikkelbalen, die aan de voorzijde van de stal op het bouwblok liggen. Omdat de kwaliteit van iedere snede gras varieert, is het op deze manier mogelijk om tegelijk meerdere kwaliteiten gras te kunnen voeren. Wikkelbalen zijn echter wel duur. De ‘ouderwetse’ graskuil is efficiënter
In totaal is voor het droog opslaan van hooi en stro dus een loods nodig met een gemiddelde hoogte van 4 meter en een oppervlakte van ongeveer 800 m2. Voor het stallen van machines heeft Van den Toorn momenteel, in theorie, de beschikking over een viertal bestaande gebouwen: de in 2014 gebouwde werktuigenberging (D), de fruitschuur (H), de kapschuur (G) en de aardappelschuur (C). Al deze gebouwen hebben een agrarische bestemming. Op de werktuigenberging uit 2014 na zijn ze echter niet
27
en goedkoper. Om bij gebruik van graskuilen toch gelijktijdig meerdere kwaliteiten gras te kunnen voeren, is het dan wel nodig om meerdere graskuilen te hebben.
De benodigde oppervlakte voor ruwvoeropslag is, uitgaande van een maximale ruwvoeropname van 2,1 kg (3% van het lichaamsgewicht) per geit:
De benodigde oppervlakte voor opslag van ruwvoer is te berekenen. Hiervoor worden de normen gehanteerd zoals beschreven in het Handboek Melkveehouderij, tabel 5.13. Uitgangspunten voor de berekeningen zijn:
2000 melkgeiten x 2,1 kg x 365 dagen = 1.533.000 kg. Bij 225 kg/m3 komt dat overeen met 6.813 m3, wat bij een kuilhoogte van 2 meter overeen komt met 3.406 m2. Dit betekent dat er 7 sleufsilo’s van 50 x 10 meter nodig zijn voor de opslag van ruwvoer. De totale oppervlakte is dan 3.500 m2.
• • • • • •
2000 melkgeiten Norm voeropname is 2,5% tot 3% van het lichaamsgewicht van de geit Een melkgeit heeft een gemiddeld gewicht van 70 kg Per dag heeft een geit 1,75 kg (2,5%) dan wel 2,1 kg (3%) ruwvoer nodig 1 m3 kuilgras heeft een gemiddeld gewicht van 225 kg De hoogte van de graskuil is ca. 2 meter (+ of – 10 tot 20 cm)
In de huidige situatie liggen er twee sleufsilo’s met een lengte van ongeveer 20 meter aan de voorzijde (zuidzijde) van de geitenstal. Uit visueel oogpunt is dit geen ideale locatie. Ze liggen zo immers in het zicht vanaf de Breedlersestraat. In de (nabije) toekomst wil Van den Toorn hier in ieder geval twee sleufsilo’s aan toevoegen. In totaal zijn er in het oorspronkelijke plan vijf sleufsilo’s aan de voorzijde van de stal opgenomen. De vorm van het bouwblok maakte dat er destijds geen andere locatie mogelijk was. Van den Toorn is bereid mee te denken over het verplaatsen van alle sleufsilo’s (inclusief de reeds gerealiseerde twee) naar de achterzijde (noordzijde) van de geitenstal. Visueel gezien heeft dit een sterke voorkeur, omdat ze daarmee door de stal aan het oog worden onttrokken. Overkapping mestopslag De melkgeiten van de familie Van den Toorn worden op stro gehouden. Regelmatig wordt de stal schoon gemaakt, waarbij de vaste mest (mest, gemengd met stro) wordt verwijderd en wordt opgeslagen op de mestopslag, direct naast de stal. Ten tijde van de bouw van het huidige erf was het overkappen van de mestopslag niet verplicht, en dat is het nu nog steeds niet. Regenwater dat door de mestopslag sijpelt wordt opgevangen in een voor dat doel aangebrachte put, waarna het wordt afgevoerd. Uit milieu-oogpunt is het overkappen van de mestopslag echter wel wenselijk.
Het zou immers voor kunnen komen dat, bij hevige regenval, niet al het ‘mestwater’ wordt opgevangen in de put, maar dat een deel afstroomt. Dit risico op erfafspoeling kan geminimaliseerd worden door
Opslag van wikkelbalen op het erf
28
het dak van de huidige geitenstal te verlengen. Zo komt de mestopslag onder dak te liggen. Het enige vocht dat er dan nog uit komt is afkomstig uit de mest zelf. Deze geringe hoeveelheid wordt opgevangen in de hiervoor reeds aanwezige put.
Verbinding met Park Bredelaar Bijzonder onderdeel van de recreatieve nevenactiviteiten is de exploitatie van het naastgelegen Park Bredelaar. Dit park is echter ontworpen als zelfstandig functionerende eenheid binnen het grotere geheel van Park Lingezegen. De hoofdas van het park, en daarmee de hoofdentree, is dan ook gericht op de Breedlersestraat. Steeds vaker zijn de bezoekers van Park Bredelaar echter ook de bezoekers van het recreatieve erf van de Bredelaar, dus feitelijk bezoekers van ‘Bruispunt Bredelaar’. De huidige situatie vraagt dan om een betere verbinding tussen erf en park en, wellicht, ook tussen park en camping.
Gewenste situatie voor de recreatieve nevenactiviteiten Recreatieve en agrarische functies lopen, zoals hiervoor al aangegeven, op het huidige erf door elkaar heen. Enkele gebouwen hebben weliswaar een agrarische bestemming, maar worden voor recreatieve doeleinden gebruikt of zouden bij voorkeur als zodanig gebruikt worden. Vanuit de agrarische bedrijfsvoering is het wenselijk om deze twee vormen van gebruik meer van elkaar te scheiden.
Parkeren Nieuwe recreatieve activiteiten op het erf vragen om voldoende parkeerruimte. Achter de ‘oude loods’ is in de huidige situatie al ruimte voor ongeveer zeven auto’s. Deze parkeerplaatsen blijven behouden en worden over het algemeen gebruikt door medewerkers van Philadelphia, die de voormalige kantoorruimte in gebruik hebben. De verwachting is dat er in totaal ongeveer 45 parkeerplaatsen nodig zijn. Mocht er een activiteit voor groepen plaatsvinden, dan is er in ieder geval ruimte voor parkeren. Tegelijkertijd zullen de parkeerplaatsen ook gebruikt gaan worden door bezoekers van Park Bredelaar, dat momenteel geen eigen parkeervoorziening heeft. Ook campinggasten kunnen desgewensd hun auto kwijt op de parkeerplaats. Het is niet wenselijk dat er overal op het oude en nieuwe erf parkeerplaatsen voor enkele auto’s worden gerealiseerd. Er wordt dan ook gezocht naar één parkeerplaats die ruim genoeg is, duidelijk wordt aangegeven en goed kan worden ingericht.
Met het gebruik lopen ook de verkeersstromen nu door elkaar heen. Campingbezoekers bereiken de camping voor de geitenstal langs, en kunnen daar dus vrachtverkeer en landbouwverkeer tegen komen. Omgekeerd moet Van den Toorn, om bij de voormalige aardappelschuur te komen, het ‘recreatieve erf’ kruisen. Het is niet mogelijk om de verschillende verkeersstromen en de verschillende functie geheel van elkaar te scheiden. Dat hoeft ook niet. We hebben immers te maken met een bestaand erf dat aangepast wordt aan een nieuwe situatie. Het is geen ‘blank vel’ waarop de meest ideale situatie uitgewerkt kan worden. De recreatieve nevenactiviteiten hebben allemaal in meer of mindere mate een link met het ‘boerenleven’. Daar hoort het functionerende boerenbedrijf dus gewoon bij, het is de charme. Het is echter wel wenselijk om enige zonering aan te brengen. Het karakteristieke ‘oude erf’ kan hierbij een meer recreatieve invulling krijgen en blijft zo behouden voor de toekomst. Het ‘nieuwe erf’ krijgt een duidelijke, eigen plek achter dit ‘oude erf’. In het geval van calamiteiten, bijvoorbeeld het uitbreken van dierziektes, kan dit erf eenvoudig af worden gesloten voor recreanten. Het ‘oude erf’ kan in dat geval gewoon blijven functioneren.
29
Oppervlakte van verschillende campings bij boerderijen
30
Uitbreiding camping Behalve uitbreiding van het agrarische erf heeft de familie Van den Toorn ook de wens om de huidige camping te vergroten. Reden daarvoor is dat de camping erg in trek lijkt te zijn bij bezoekers. Er is dan ook, zeker in de zomermaanden, vraag naar extra plaatsen. Het ligt daarbij voor de hand om de camping naar het oosten te verbreden. Hierbij komt de camping over de gehele breedte van het oorspronkelijke kavel te liggen. Nadeel van deze uitbreiding is dat de camping zo deels achter Park Bredelaar komt te liggen. Een goede landschappelijke vormgeving is wenselijk om ervoor te zorgen dat bezoekers van Park Bredelaar niet het gevoel krijgen dat ze een camping bezoeken. In het volgende hoofdstuk wordt hier verder op ingegaan. De gewenste uitbreiding van de camping komt neer op een verdubbeling van het oppervlak. Dit is een flinke vergroting. Toch ontstaat door deze verdubbeling geen enorme camping. Hiernaast zijn vier schetsen weergegeven van campings bij boerderijen rondom Groesbeek en in Zuid-Limburg. Ter vergelijking is de huidige camping bij De Bredelaar en een verdubbeling daarvan op dezelfde schaal weergegeven. Zo is te zien dat de huidige camping in vergelijking relatief klein is. Na een eventuele uitbreiding zou de camping bij de groteren gaan horen. Qua oppervlakte is het echter niet zo dat De Bredelaar er straks met kop en schouders bovenuit steekt.
Overigens is bij de vergelijking alleen gekeken naar de oppervlakte. Het aantal plaatsen is niet vergeleken. Dat is ook niet voor iedere camping te vinden. Wel is het zo dat de nieuwe camping bij De Bredelaar, als er ruimte is voor 50 plaatsen, niet meer valt onder 'kleinschalig kamperen'. Hiervoor wordt namelijk een maximum van 25 plaatsen aangehouden.
De oppervlakte van de camping bij De Bredelaar: huidig (boven) en na de gewenste uitbreiding (onder)
31
32
Landschappelijke uitwerking en inpassing
33
nieuwe singel nieuw bosje overkapping mestopslag bestaande elzensingel nieuwe sleufsilo's nieuwe werktuigenberging parkeerplaats (46 plaatsen) parkeerplaats (7 plaatsen) parkeerplaats (12 plaatsen) parkeerplaats (20 plaatsen) beplanting inpassingsplan 2014 L. beplanting inpassingsplan 2014, verplaatst M. werktuigenberging 2014 N. verhard hoofdpad camping O. verhard voetpad P. pruimenboomgaard, gebied waar geen staplaatsen worden gerealiseerd Q. halfverharding voor campers R. bestaande singels behouden S. nieuwe linde (Tilia cordata) T. nieuwe linde (Tilia cordata) A. B. C. D. E. F. G. H. I. J. K.
U. kersenbomen, hoogstam V. extra sanitairgebouw W. verbinding Park Bredelaar (stelconplaten) X. nieuwe perenbomen
X A
E A
F C D S
B
K
T
Q
G J
L
U
V
R U
N M
P
I
O W H
Ontwerp 'Bruispunt Bredelaar'
34
R
Ontwerp 'Bruispunt Bredelaar' De gewenste uitbreiding van het agrarische erf van de familie Van den Toorn is fors. Bij deze forse uitbreiding past dan ook een robuuste landschappelijke inpassing. Die inpassing borduurt voort op het inpassingsplan uit 2013, maar heeft tegelijkertijd een andere insteek.
het ware 'gebroken'.87Het nieuwe erf vertoont zo overeenkomsten met het bestaande erf, waar ook een afwisseling van dakrichtingen voor komt. In de huidige situatie is er, op het oude erf van De Bredelaar, een vergunning voor het realiseren van 28 parkeerplaatsen. Deze plaatsen liggen verspreid op het oude erf: nabij de kapschuur, in de oude E boomgaard en tussen fruitschuur en kas, zoals op onderstaande afbeelding is te zien (P1, P2 en P3). Op de getekende plaatsen dragen de parkeerplaatsen echter niet bij aan kwaliteit op het erf. Ze vormen een barrière tussen het erf en het O achterliggende groen en zorgen dat de 'lucht' tussen gebouwen verdwijnt. Bovendien zal, met een uitbreiding van recreatieve nevenactiviteiten K en een groeiend aantal bezoekers, de parkeerbehoefte, ook78 voor Park Bredelaar, toenemen.
In 2013 werd gekozen voor een 'filter' van los gespreide bomen aan de voorzijde en westzijde van het erf. De achterkant bleef vrij van beplanting. Eerder is al aangegeven dat deze beplanting te weinig 'body' heeft om daadwerkelijk als 'filter' te werken. Bovendien is het, nu het erf een stevige recreatieve nevenfunctie krijgt, de bedoeling dat het geheel voor de recreanten een aantrekkelijk beeld oplevert. Daarom is nu gekozen voor een robuuste groenstructuur. In het volgende hoofdstuk wordt nader ingegaan op soorten, maten en plantverband. Aan de noord- en westzijde wordt een singel van 7 meter breed aangebracht (A). Deze singel is onderdeel van een 10 meter brede groenstrook rondom het erf en bestaat grotendeels uit elzen (Alnus glutinosa) met groepsgewijs Zoete kers (Prunus avium) en haagbeuk (Carpinus betulus). Aan de zuidzijde gaat de singel over in een klein bosje (B) die de overkapte mestopslag (C) aan het oog onttrekt. De singel sluit aan op de bestaande elzensingel (D) die het agrarische erf aan de oostzijde begrenst. Uiteindelijk is zo het gehele 'achtererf' met mestopslag en sleufsilo's (E) aan het oog onttrokken. Mocht er onverhoopt toch een keer een stapel ronde wikkelbalen liggen, dan is dat met deze beplanting geen enkel probleem.
373 F
D
J O P2
C
G
372
N H
P1
P3
7a
I
L
B 224
Op het erf wordt een nieuwe werktuigenberging en opslag voor hooi en stro gerealiseerd (F). Deze wordt voorzien van een dubbel zadeldak. Hierdoor krijgt het gebouw, met een nagenoeg vierkant grondvlak, een richting. Er is gekozen voor een noord-zuid orientatie, waarbij het gebouw evenwijdig aan de sleufsilo's en de bestaande elzensingel komt te staan. Het grote dakvlak van de geitenstal wordt door de werktuigenberging als
7
Bree
dlers
A
M
estr
aat
9
N kadastrale gemeente: Elst sectie: C perceelnummer: 78, 87, 224, 372 en 373
35
20
G K
J
L
Uitsnede parkeerplaats op voorerf
36
M
Daarom is er voor gekozen om één grotere, beter georganiseerde parkeerplaats (G) te ontwikkelen aan de voorzijde van de geitenstal. Hier zorgt de parkeerplaats ervoor dat het 'voorerf' vrij blijft van de opslag van hooi, stro, wikkelbalen en werktuigen. De parkeerplaats zelf wordt omgeven door een 'boerenhaag'. Hierin komen verschillende soorten voor: veldesdoorn (Acer campestre), gele kornoelje (Cornus mas), haagbeuk (Carpinus betulus), Gelderse roos (Viburnum opulus), wilde liguster (Ligustrum vulgare) en els (Alnus glutinosa). De parkeerplaats biedt ruimte aan 46 auto's en bestaat, op de rijbaan in het midden na, uit grasbeton. De parkeervakken krijgen zo een groene uitstraling. De parkeerplaats achter de kapschuur (H) en tussen de 'aardappelschuur' en de huidige materialenloods (I), die samen ruimte bieden aan 19 auto's, blijven behouden. Deze parkeerplaatsen staat ten dienste van de toekomstige groepsaccomodatie. Bij grote drukte is er aan de westzijde van de geitenschuur, onder de bestaande elzensingel, nog ruimte om 20 auto's te parkeren op de bestaande verharding (J).
daarvoor zijn de veranderingen die op het erf worden gerealiseerd. Doordat de sleufsilo's in het nieuwe plan naar het 'achtererf' worden verplaatst en een groene parkeerplaats aan de voorzijde van het erf wordt toegevoegd, zal het voorerf verder vrij blijven van opslag. Het zicht wordt dan bepaald door de geitenstal, de hagen rondom de parkeerplaats met daarvoor een scherm van bomen. De bij het erf horende camping is alleen te bereiken door voor de geitenstal langs te rijden. In het kader van het scheiden van functies was het idealer geweest om een nieuwe toegang via het oude erf te realiseren, maar de ruimte daarvoor ontbreekt. Bovendien ligt ook de parkeerplaats op het voorerf. Het geheel scheiden van functies en verkeersstromen is dan ook niet mogelijk. Op de camping wordt een verhard hoofdpad (N) aangelegd. Vanaf dit hoofdpad wordt ook een verhard voetpad naar het sanitairgebouw en het oude erf gerealiseerd (O). Ten opzichte van de huidige situatie wordt het hoofdpad iets gedraaid, zodat het evenwijdig aan de kavelgrens komt te liggen. Campinggasten parkeren op de camping, bij hun staplaats. Dit komt neer op 50 'parkeerplaatsen' die hier worden gerealiseerd.
Aan de voorzijde van het erf, de zijde van de Breedlersestraat, blijft het inpassingsprincipe uit 2013 gehandhaaft. Hier vormen de reeds aangeplante, los gespreide bomen (K) een 'filter' voor het erf. Aan deze bestaande bomen worden ook de al aangeplante bomen toegevoegd die in het kader van de erfvergroting verplant moeten worden (L). De beplanting beperkt zicht niet tot een strook rondom het perceel, maar komt ook daadwerkelijk het erf op. Daartoe zijn enkele bomen op de parkeerplaats geplaatst, terwijl ook achter de werktuigenberging uit 2014 (M) de buitenopslag van werktuigen wordt vervangen door gras met bomen. De bestaande es (Fraxinus excelsior) is in slechte staat en wordt dan ook vervangen.
Ten zuiden van het oost-westgerichte hoofdpad wordt, op het nieuwe campingdeel, een pruimenboomgaard gerealiseerd (P). Dit gebied blijft vrij van caravans en campers. Alleen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld tijdens de Nijmeegse Vierdaagse, is het denkbaar dat hier tenten geplaatst worden. Met het realiseren van de pruimenboomgaard wordt voorkomen dat caravans en campers op de grens met Park Bredelaar komen te staan. Een tent of caravan met voortent vormt immers een barrière tussen bezoekers van Park Bredelaar en het landschap. Het is wenselijk om de rand op zijn minst 'luchtig' te houden.
De inpassing aan de voorzijde, met los gespreide bomen, sluit aan op de inrichting van de Breedlersestraat. Ook hierin zijn, in een tien meter brede berm, verschillende boomsoorten is een los verband aangeplant.
Om de camping jaarrond toegankelijk te maken voor campers is het wenselijk om op een deel van de camping halfverharding in de vorm van grasbetonstenen of iets soortgelijks aan te brengen (Q). Deze halfverharding wordt aan de westzijde van het terrein, in
De verwachting is dat de voorgestelde inpassing aan de voorzijde, in tegenstelling tot de huidige situatie, zal voldoen. Belangrijkste reden
37
C D S Q
G K
T
J
L
U
V
R U
N M
P
I Uitsnede campingterrein
O W H
38
R
aansluiting op het erf, aangebracht. Zo blijft het beeld in de winter, als er enkele campers en/of caravans staan, compact. De campers en caravans sluiten zo zoveel mogelijk aan op dat wat er op en rond het erf gebeurt, in plaats van dat het losse elementen in het landschap worden. Overigens is het aanbrengen van halfverharding slechts een verleiding, het is niet uitgesloten (en ook niet onoverkomelijk) dat er een keer een camper op een uithoek van de camping zal gaan staan.
Achter Park Bredelaar loopt de nieuwe kersengaard het verst door in noordelijke richting. Zo ontstaat, juist vanuit het park, meer het gevoel dat je naar een boomgaard kijkt inplaats van naar een camping. Tegelijkertijd kan de kersengaard zo een tweede sanitairgebouw (V) 'opvangen'. Dit gebouw staat, als een eenvoudige veld- of fruitschuur, verscholen tussen de bomen. Dergelijke schuren zijn her en der nog in het landschap te vinden, vaak in vervallen staat. Het dichtstbijzijnde voorbeeld, nog in gebruik, staat in een boomgaard aan de Kattenleger en is weergegeven op onderstaand beeld uit Google Streetview.
De singels die in 2014 op de oostelijke grens van de camping en op de oostelijke grens van het kavel zijn aangeplant (R) blijven behouden en worden, waar nodig bijgeplant. De singel die nu nog op de grens van de camping staat zal straks zorgen voor geleding op het terrein. Daar waar deze singel de noordgrens van de camping raakt wordt, als beëindiging van de beplanting, een linde (Tilia cordata, S) geplant. De noordoosthoek van de camping wordt gemarkeerd met een tweede, solitaire linde (Tilia cordata, T). De singel die al op de oostgrens van de kavel was aangeplant, zal aan deze zijde zorgen voor de inpassing van de camping. Daartoe is het wenselijk om de bestaande beplanting iets aan te zetten door de beplanting aan te vullen.
De beplanting op de camping zorgt voor een afwisseling in staplaatsen. Mensen kunnen kiezen uit zon of schaduw, onder een kersenboom of nabij een singel. Zo is er voor iedereen een lekker plekje te vinden. Vanaf de camping is er nu een prachtig zicht over het achterliggende weiland, waar op de noordelijke kavelgrens enkele oude perenbomen staan. Deze bomen zijn in slechte conditie. Daarom worden hier vier nieuwe perenbomen aan toegevoegd (X). Mochten de oude bomen te zijner tijd uitvallen, dan staan de opvolgers al klaar.
Op de camping wordt een grid van hoogstam kersenbomen (U) geplant. Hiervoor kunnen diverse, eventueel van oudsher hier voorkomende kersenrassen worden gekozen. Wellicht kan de kersengaard op het kruispunt Dikelsestraat-De Plak dienen als inspiratiebron. Met deze boomgaard wordt een oude situatie, waarbij achter De Bredelaar een boomgaard lag, hersteld. Bovendien past een kersengaard in het totaalconcept van Bruispunt Bredelaar. De afstand tussen de kersenbomen is zodanig gekozen dat caravans en campers niet onder de bomen hoeven te staan. Dit zou, bij rijp fruit of laag hangende takken, tot overlast kunnen leiden. De bomen zorgen, zeker in de bloeitijd in het voorjaar, voor een aantrekkelijk beeld voor passanten en recreanten.
39
40
Sortiment en plantverband
41
Alnus glutinosa (blijver | wijker) bosplantsoen, maat 60/80
grasklavermengsel
Prunus avium (blijver) bosplantsoen, maat 60/80
1,5 m
Carpinus betulus (blijver) bosplantsoen, maat 60/80
schaal 1:50
1,0 m
3,0 m
1,0 m
1,0 m
3,0 m 1,5 m
grasklavermengsel
42
0,5 m
Singel en bosje De singel rondom het nieuwe erf vormt één van de belangrijkste elementen voor de landschappelijke inpassing. De basis van deze singel wordt gevormd door elzen (Alnus glutinosa). Zij hebben een fraaie, fijne structuur die ervoor zorgt dat het beeld ook in de winter voldoende wordt gefilterd. Bovendien krijgen ze in het vroege voorjaar, vlak voor het uitlopen, een prachtige paarsrode kleur.
Na 5 tot 10 jaar, afhankelijk van hoe snel de beplanting zich ontwikkeld, worden twee van de drie planten op de middelste vier rijen gerooid. Zo komen ook daar de individuele planten op een onderlinge afstand van 3 meter te staan. Zoals aangegeven staan op de eerste twee rijen (binnen- en buitenzijde) alleen blijvers. Door de individuele bomen hier meer ruimte te geven, zullen ze een mooiere kroon ontwikkelen. Het is de bedoeling dat deze kroon in tact blijft. Dat betekent dat er niet opgekroond wordt, waardoor de singel zich aan de randen mooi zal sluiten. Na aanplant zal er, door de grotere plantafstand tussen de individuele bomen, gemaaid moeten worden tussen de aanplant. Om verruiging te voorkomen is het voorstel om in ieder geval de eerste 3,5 meter (binnen- en buitenzijde) in te zaaien met een grasklavermengsel. Naar verwachting zal de beplanting in de kern zich snel genoeg sluiten, waardoor verruiging hier minder kans krijgt. Eventueel kan ook hier natuurlijk worden gekozen voor inzaaien met een grasklavermengsel.
In de randen van de singel en het bosje wordt zoete kers (Prunus avium) en haagbeuk (Carpinus betulus) toegevoegd. In het voorjaar vormen zich 'plukken' van kersenbloesem: een knipoog naar de vele boomgaarden die het gebied vroeger rijk was en een aantrekkelijk beeld voor bezoekers en recreanten. In het najaar zijn het de haagbeuken die prachtig geel verkleuren en zo de blikvanger worden. Zowel de elzen als de kersen en haagbeuken zijn ook ecologisch aantrekkelijk. Als schuilplaats, maar ook als bron van voedsel voor vogels en insecten.
Bij aanplant gaat het grofweg om de volgende hoeveelheden bosplantsoen, maat 60/80:
De totale breedte die beschikbaar is voor de singel is 10 meter, waarvan 7 meter daadwerkelijk beplant wordt. De eerste beplantingsrij staat aan de binnen- en buitenzijde op 1,5 meter vanaf de rand, waardoor de beplanting de ruimte heeft om uit te groeien. Het bosplantsoen wordt in een verschoven verband aangeplant, met tussen de rijen en tussen de individuele bomen in een rij een afstand van 1 meter. Afwijkend is de plantafstand tussen de individuele bomen op de eerste twee rijen (binnen- en buitenzijde). Hier wordt een afstand van 3 meter tussen de bomen aangehouden. Hierdoor kunnen alle planten op de eerste twee rijen goed tot ontwikkeling komen. Het zijn dan ook allemaal ‘blijvers’. Enige uitval in deze rijen is niet erg, maar als er grote gaten ontstaan moet er toch ingeboet worden.
• • •
Els (Alnus glutinosa): ca. 2100 stuks (waarvan ca. 700 ‘blijvers’ en 1400 ‘wijkers’) Zoete kers (Prunus avium): ca. 60 stuks (allen ‘blijvers) Haagbeuk (Carpinus betulus): ca. 50 stuks (allen ’blijvers’)
Hiernaast is een detail van het plantverband, schaal 1:50, weergegeven. Hierin is tevens aangegeven welke delen minimaal moeten worden igezaaid met een grasklavermengsel. Uiteraard is dit richtinggevend. Een ervaren uitvoerder kan en mag kiezen voor een ander plantverband, mits het eindbeeld daar niet onder leidt. Ook het sortiment dient gelijk te blijven, hoewel uiteraard in hoeveelheden tussen de soorten gewisseld kan worden. De hier aangegeven hoeveelheden Zoete kers en haagbeuk zijn echter wel minimumaantallen.
In de eerste twee rijen (binnen- en buitenzijde) worden op enkele plaatsen, in groepen van 3 of 6 bomen, haagbeuk (Carpinus betulus) en Zoete kers (Prunus avium) aangeplant. De kern van de singel wordt alleen door elzen gevormd. Met hun snelle groei en door de wat kleinere plantafstand van 1 meter tussen de bomen en de rijen zal zich hier snel een dichte singel vormen, terwijl de elzen in hun concurrentiestrijd om licht naar boven worden ‘gejaagd’. Dit betekent wel dat er in de kern van de singel gewerkt moet worden met een systeem van ‘wijkers’ en ‘blijvers’.
Als bijlage is op A1 formaat tevens een uitwerking voor de gehele singel en het bosje opgenomen. Hierin is aangegeven waar zich globaal de groepen haagbeuken en Zoete kersen bevinden. Daarnaast is het wijkerblijver systeem uitgewerkt.
43
Herplant van bestaande solitairen (rood omlijnd)
44
Hergebruik bestaande solitairen en haag rondom parkeerplaats Het inpassingsplan uit 2014 ging uit van een 'filter' van solitaire bomen rondom het erf. Als de voorgestelde ontwikkelingen doorgang vinden betekent dat dat een deel van de destijds aangeplante solitairen wordt vervangen door de nieuwe singel. Het gaat om een sortiment van essen, walnoten, winterlindes, zoete kersen en eiken. Voorstel is om de solitairen te verplaatsen en toe te voegen aan de beplanting van solitaire bomen en boomgroepen op het 'voorerf' aan de zuidzijde. Zo wordt de beplanting hier wat steviger aangezet, echter zonder het erf volledig aan het zicht te onttrekken.
Het is mogelijk dat een ervaren uitvoerder tot de conclusie komt dat verplaatsen van de bestaande solitaire bomen niet mogelijk, zinvol of kansrijk is. In dat geval mag ervoor worden gekozen om aan de voorzijde te werken met nieuwe aanplant, zoals hierboven beschreven. De bestaande solitaire bomen worden in dat geval opgenomen in de nieuwe singel. Deze bomen worden in dat geval automatisch 'blijver'. Rondom deze bomen dient voldoende ruimte vrij te worden gehouden, zodat de bomen zich goed kunnen blijven ontwikkelen. Uiteraard dient het beplantingsplan in dat geval op deze nieuwe situatie aangepast te worden. Voor een ervaren uitvoerder zou dat geen probleem op moeten leveren.
Op de afbeelding hiernaast zijn de herplaatste bomen rood omcirkeld. Het is mogelijk dat er inmiddels solitaire bomen zijn uitgevallen, waardoor er minder bomen ter beschikking zijn dan hier getekend. In dat geval wordt er bijgeplant, zodat het hier getekende beeld ontstaat. Dit geldt uiteraard ook als er, na het verplanten, bomen uitvallen. Deze dienen dan vervangen te worden.
Rondom de parkeerplaats wordt een 'boerenhaag' aangeplant. Deze haag bestaat uit een gemengd sortiment en wordt aangeplant als haagplantsoen maat 60/80 in een dubbele rij in verschoven verband. Voor de haag worden de volgende soorten gebruikt met de aangegeven menging:
Bij het vervangen of bijplanten worden de volgende soorten, maat 16/18 (stamomtrek op borsthoogte) gebruikt: • • • •
• • • • • •
Eik (Quercus robur) Walnoot (Juglans regia) Zoete kers (Prunus avium) Winterlinde (Tilia cordata)
De keuze tussen deze verschillende soorten is vrij, mits er sprake is van afwisseling. Dit betekent dat er niet slechts één soort mag worden aangeplant. De afwisseling tussen soorten zoals toegepast langs de Breedlersestraat kan dienen als inspiratiebron.
45
Veldesdoorn (Acer campestre): 20% Gele kornoelje (Cornus mas): 20% Haagbeuk (Carpinus betulus): 20% Wilde liguster (Ligustrum vulgare): 20% Els (Alnus glutinosa): 10% Gelderse roos (Viburnum opulus): 10%
Geplande pruimenboomgaard
46
Pruimenboomgaard Op het erf van de Grote Bredelaar is een oude pruimenboomgaard aanwezig. Voor recreanten en campinggasten is dit een populaire plek. In de zomer is het hier goed toeven in de schaduw. De boomgaard is ook al gebruikt voor het geven van voorstellingen en diners. Al enkele jaren ziet de familie Van den Toorn de toestand van verschillende bomen in deze boomgaard verslechteren. Dat heeft alles te maken met de ouderdom. Het geheel vervangen van de boomgaard gaat echter te ver, daarvoor is de toestand nog te goed.
Niet de gehele boomgaard hoeft uit hetzelfde ras te bestaan. Door het aanplanten van andere soorten kan de bestuiving verbeteren, kan de oogsttijd verlengd worden en kunnen meerdere pruimensoorten aangeboden worden. Verschillende rassen zijn denkbaar. In aansluiting op de thematiek van Park Bredelaar hebben oude rassen de voorkeur. De bomen worden aangeplant als halfstammen maat 14/16: • • • •
Om naar de toekomst een 'back-up' voor deze boomgaard te hebben heeft de familie Van den Toorn gevraagd een nieuwe pruimenboomgaard toe te voegen aan de beplanting van de camping. Deze boomgaard krijgt een plek aan de zuidzijde van de hoofdentree van de camping. Hier sluit de boomgaard mooi aan op de bestaande, oude pruimenboomgaard en op Park Bredelaar. Op deze locatie vormt de boomgaard bovendien een fraaie buffer tussen pocketpark en camping. Bovendien wordt voorkomen dat er toch caravans en campers worden geplaatst op dit campingdeel.
Prunus domesticus 'Eldense Blauwe' (blauwe pruim) Prunus domesticus 'Dubbele Boerenwitte' (gele pruim) Prunus domesticus 'Betuwse Kwets' (Blauwe pruim) Prunus domesticus 'Reine Claude d'Oullins' (Gele pruim)
Uiteraard zijn er veel meer soorten denkbaar en is het aan de eigenaar om te komen tot een voorkeursselectie.
De nieuwe boomgaard is niet bedoeld als vervanger van de huidige boomgaard. Het is een aanvulling. Mocht het in de toekomst nodig zijn om de bestaande boomgaard te vervangen, dan kan de nieuwe boomgaard hopelijk al de rol van 'recreatieve verblijfslek' over nemen. De bomen van de oude boomgaard zullen echter ook vervangen moeten worden door nieuwe pruimenbomen, ook vanwege de rol van deze boomgaard in het ontwerp van Park Bredelaar. De familie Van den Toorn geeft aan graag pruimenbomen van de soort 'Eldense Blauwe' aan te willen planten. In dat geval is het raadzaam om contact te zoeken met de maatschap Eldense Blauwe. Zou proberen deze lokale pruim weer in de winkel te krijgen en kunnen wellicht een rol spelen bij de aanplant van deze boomgaard.
47
Geplande kersenboomgaard
48
Kersenboomgaard Vroeger was het gehele perceel waarop nu het campingterrein wordt gerealiseerd in gebruik als hoogstamboomgaard. De perenbomen op de noordelijke grens van het perceel zijn daarvan waarschijnlijk nog een restant. Ook de nog aanwezige elzensingel hoorde waarschijnlijk als windsingel bij deze boomgaard. Met de aanplant van hoogstamkersenbomen op het campingterrein wordt dat beeld voor een deel hersteld. De gedachte is dat er enkele specifieke Betuwse kersenrassen, liefst ook oude rassen worden aangeplant. De bomen staan op een dermate grote afstand van elkaar dat caravans en campers er geen hinder van ondervinden. En dat de bomen omgekeerd geen hinder ondervinden van de caravans en campers. Aan de oostzijde is de kersenboomgaard het meest diep. Zo ontstaat vanuit Park Bredelaar eerder het gevoel dat je naar een kersenboomgaard kijkt dan naar een camping. Ook de voor de kersenboomgaard liggende pruimenboomgaard draagt hier aan bij. Daarnaast vangen de kersenbomen hier ook het tweede toiletgebouw op, dat als een fruitschuur tussen de bomen ligt. De rassenkeuze voor de kersenbomen is vrij. Wel wordt altijd uitgegaan van hoogstambomen met een aanplantmaat van 14/16. Soorten die in aanmerking kunnen komen: • • • • •
Boomgaard achter de Grote Bredelaar rond 1950
49
Prunus avium 'Varikse Zwarte' (rode, zoete kers) Prunus avium 'Udense Zwarte' (rode, zoete kers) Prunus avium 'Udense Spaanse' (gele, zoete kers) Prunus cerasus 'Meikers' (rode, zure kers) Prunus cerasus 'Morel' (rode, zure kers)
Overige beplanting
50
Overige beplanting Op het campingterrein zijn twee singels aanwezig. Eén singel zorgt voor geleding op het terrein, een tweede singel staat op de oostelijke kavelgrens. In deze singels, die ten tijde van de bouw van de geitenstal zijn aangeplant, zijn essen (Fraxinus excelsior) en Zoete kersen (Prunus avium) opgenomen als boomvormers. Op de noordgrens voegen we daar nu, als beëindiging van de singel, twee winterlindes (Tilia cordata) aan toe. Deze bomen krijgen de ruimte om breed uit te groeien en vormen daarmee op den duur een markante beëindiging van het campingterrein. De beide winterlindes (Tilia cordata) worden aangeplant in de maat 16/18. Zoals eerder aangegeven was in de jaren '50 van de vorige eeuw het gehele perceel waarop nu het campingterrein ligt in gebruik als hoogstamboomgaard. Het is goed mogelijk dat de oude perenbomen die nog op de noordelijke kavelgrens staan nog uit die tijd stammen. Waarschijnlijk gaat het om enkele Winterrietperen, een oud stoofperenras dat tegenwoordig niet meer commercieel geteeld wordt. De bomen gaan wat betreft conditie echter wel achteruit, wat in de (nabije) toekomst mogelijk tot uitval leidt. Voorstel is dan ook om een viertal nieuwe perenbomen aan te planten die in dat geval de rol van de oude bomen kunnen overnemen. Verschillende perensoorten komen in aanmerking.
Voorstel is om te kiezen voor de volgende soorten, aangeplant als hoogstam in de maat 14/16: • •
Pyrus communis 'Winterrietpeer' (Stoofpeer) Pyrus communis 'Juttepeer' (Handpeer)
De bomen worden niet in eerste instantie aangeplant om het fruit te oogsten, hoewel het natuurlijk goed mogelijk is dat campinggasten een keer een paar peren plukken. Ook de familie Van den Toorn zal wellicht de peren gebruiken. Het rijpe fruit is daarnaast eten voedselbron voor allerhande vogels.
51
52
Verbinding met Park Bredelaar
53
M H
U
Verbinding met Park Bredelaar, uitgevoerd in steconplaten
Het 'ontstaan' en 'oplossen' van het pad (oranje) in een denkbeeldig plein van stelconplaten (grijs)
54
Park Bredelaar is ontworpen als zelfstandig functionerend 'pocketpark'. Het heeft dan ook een eigen entree aan de Breedlersestraat. Vanaf daar loopt een pad van stelconplaten naar een paviljoen annex uitkijkpunt in het park. Dit hoofdpad van Park Bredelaar rijgt als het ware de verschillende onderdelen aaneen: entree, centraal 'picknickkleed' en paviljoen.
In het park lost het pad als het ware op, op dezelfde wijze waarop het ontstaan is. Het 'verbrokkelt' en gaat op in het gras onder de fruitbomen. Bezoekers vinden vervolgens hun eigen weg in het park. Ter plaatse van het 'picknickkleed' is, in aanvulling op het oorspronkelijke ontwerp, een trap ontworpen. Zo is deze centrale plek ook vanaf het erf van De Bredelaar bereikbaar en, omgekeerd, kunnen bezoekers vanaf hier de groentetuin in en naar het erf voor een kop koffie.