25-02-11.15 Relevant stuk 2b, Op Zuid in Zetten - Fase 2_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 2 Waarderend Veldonderzoek Proefsleuven
Tekst van het document
Zetten, Zetten-Zuid Gemeente Overbetuwe (Gld.) Waarderend Veldonderzoek Proefsleuven DEFINITIEF Steekproefrapport 2014-03/01Z
Zetten, Zetten-Zuid Gemeente Overbetuwe (Gld.) Waarderend Veldonderzoek Proefsleuven DEFINITIEF Steekproefrapport 2014-03/01Z
Zetten, Zetten-Zuid Gemeente Overbetuwe (Gld). Waarderend Veldonderzoek Proefsleuven Een onderzoek in opdracht van Wissing Ruimtelijke Denkers, vertegenwoordigd door dhr. J. Goes. Steekproefrapport 2014-03/01Z ISSN 1871-269X Status: definitief auteurs: D.A. Dijk drs. C. Tulp (senior archeoloog) autorisatie: dr. J. Jelsma (senior archeoloog)
De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 3.3 Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, juli 2014 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Hogeweg 3 9801 TG Zuidhorn telefoon fax internet e-mail kvk
050 – 5779784 050 – 5779786 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214
Inhoudsopgave Samenvatting Administratieve gegevens va het plangebied 1. Inleiding...............................................................................................................1 1.1 Ligging van het plangebied..............................................................................2 2. Vooronderzoek......................................................................................................3 2.1 Fysische geografie..........................................................................................3 2.2 Archeologie...................................................................................................5 2.3 Historische geografie......................................................................................9 2.4 Archeologische verwachting............................................................................9 3. Veldonderzoek....................................................................................................11 3.1 Werkwijze....................................................................................................11 4.
Resultaten van het onderzoek...............................................................................12 4.1 Beschrijving van de werkputten......................................................................12 4.2 Sporen en structuren.....................................................................................15 4.3 Profielen......................................................................................................18 4.4 Het vondstmateriaal......................................................................................21 5. Waardestelling....................................................................................................24 6. Conclusie...........................................................................................................25 6.1 Beantwoording onderzoeksvragen...................................................................25 Literatuur Appendix I: Archeologische periode-indeling Appendix II: In ARCHIS bekende archeologische waarden en verwachting Appendix III: Bodemkaart Appendix IV: Geomorfologische kaart Appendix V: Vlaktekeningen Appendix VI: Profieltekeningen Appendix VII: Vondstenlijst
Samenvatting In een plangebied tussen de Stationsstraat en de Wageningsestraat te Zetten is de nieuwbouw van de woonwijk Zetten-Zuid gepland. De bodem van het terrein bestaat uit een vlakte van verspoelde rivierafzettingen in lichte tot zware zavel. In februari en maart 2006 is door De Steekproef bv een archeologisch karterend en waarderend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied (Vissinga en Jelsma 2006). Daaruit bleek dat de bodem tot een diepte van circa 80 centimeter beneden het maaiveld grotendeels verstoord was. Beneden deze diepte was de bodem voor het grootste deel intact. In het zuiden van het plangebied, waar de huidige onderzoekslocatie ligt, is het boorgrid verdicht om de hier aanwezige vindplaats te waarderen. Hierbij is in tien van de 22 aanvullende boringen aardewerk gevonden. Naar aanleiding hiervan werd geadviseerd om een waarderend veldonderzoek middels proefsleuven te laten uitvoeren. Voor dit proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen (PvE) opgesteld, dat in februari 2014 door de regio-archeoloog van de gemeente Arnhem voor de gemeente Overbetuwe is goedgekeurd (Dijk 2014). Het voorliggend onderzoek is uitgevoerd op basis van dat PvE. Het veldwerk voor het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd op 6 maart 2014. Conform het PvE zijn vijf werkputten van 16,5 x 4 meter aangelegd. In totaal is daarmee een oppervlak van 330 vierkante meter gedocumenteerd.
De maximale diepte van het onderzoek bedraagt 140 centimeter beneden maaiveld. Tijdens het veldwerk zijn zes archeologische grondsporen waargenomen. Deze lagen vooral in het zuidwestelijke deel van het plangebied. In het noordwesten van het plangebied (werkput 1) was de bodem het sterkst verstoord. Er zijn op basis van de gevonden grondsporen geen structuren herkend. De sporen bevatten een beperkte hoeveelheid archeologisch vondstmateriaal, waaronder geen diagnostische stukken. De meeste vondsten die zijn gedaan, zijn puntvondsten en dus niet afkomstig uit archeologische grondsporen. Ze zijn voornamelijk afkomstig uit verspoelde lagen. Op basis van het tot zover gevonden materiaal kunnen dan ook weinig onderzoeksvragen over het plangebied worden beantwoord. Gebaseerd op de resultaten van het veldwerk is een archeologische waardebepaling voor de locatie opgesteld. Hieruit blijkt dat de locatie niet behoudenswaardig is. Daarom wordt geadviseerd om in het plangebied geen verder archeologisch onderzoek te laten uitvoeren.
Administratieve gegevens van het plangebied Provincie
Gelderland
Gemeente
Overbetuwe
Plaats
Zetten
Toponiem
Zetten-Zuid, Stationsstraat
Kaartblad
39H
Coördinaten plangebied
noord: 178,067 / 437,217 west: 178,003 / 437,185 oost: 178,071 / 437,148 zuid: 178,002 / 437,110
Oppervlakte van het plangebied
ca. 7 hectare
Oppervlakte van het onderzoeksgebied
ca. 0,35 hectare
Uitvoering veldwerk
6 maart 2014
Bevoegde overheid
Gemeente Overbetuwe Dhr. H. Huisman Postbus 11, 6660 AA Elst h.huisman@overbetuwe.nl
Opdrachtgever
Wissing Ruimtelijke Denkers Dhr. J. Goes Middenbaan 108 2991 CT Barendrecht 0180 – 61 31 44 j.goes@wissing.nl
OM-nummer
60477
ISSNnr.
1871 - 269X
Uitvoerder
De Steekproef bv
Steekproef projectcode
2014 – 03/01Z
Geomorfologische context
het plangebied is gelegen rivierafzettingen van de Waal
NAP-hoogte maaiveld
ca. 7,7 meter +NAP
Maximale diepte onderzoek
1,40 meter onder maaiveld
Huidig grondgebruik
grasland
Beheer en plaats van documentatie
De Steekproef, RCE, Gemeente Overbetuwe, DANS, Provinciaal Depot voor Bodemvondsten G.M. Kam
1.
Inleiding In opdracht van Wissing Ruimtelijke Denkers te Barendrecht, vertegenwoordigd door dhr. J. Goes, is in maart 2014 een waarderend archeologisch onderzoek uitgevoerd in plangebied 'Zetten-Zuid' aan de Stationsstraat te Zetten, gemeente Overbetuwe, provincie Gelderland (zie Figuren 1 & 2). De aanleiding voor het archeologisch onderzoek in het plangebied is de geplande ontwikkeling van een woonwijk. Het plangebied is circa zeven hectare groot en ligt ten zuiden van Zetten. In februari en maart van 2006 heeft in het gebied vooronderzoek plaatsgevonden waarbij 42 karterende en 22 waarderende grondboringen zijn gezet (Vissinga & Jelsma 2006). Op basis van de resultaten van dit onderzoek kwam een deel van het plangebied in aanmerking voor een waarderend onderzoek door middel van proefsleuven. Voor dit onderzoek is in januari van 2014 door De Steekproef bv een Programma van Eisen (PvE) opgesteld. Volgens dit PvE (Dijk 2014) zouden vijf werkputten van 16,5 bij 4 meter worden aangelegd. Het doel van het archeologisch onderzoek is het documenteren en registreren van de in het onderzoeksgebied aanwezige archeologische waarden. Het onderzoek moet inzichtelijk maken wat de aard, ouderdom, omvang, kwaliteit en wetenschappelijke waarde is van de in het onderzoeksgebied aanwezige archeologische resten.
Duidelijk moet worden of in het plangebied archeologische resten in situ aanwezig zijn, en of deze resten behoudenswaardig zijn. Het veldwerk is door drs. C. Tulp (senior archeoloog) en D. Dijk (veldtechnicus) uitgevoerd conform het PvE en de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 3.3. De kraan en machinist werden ingehuurd bij Grondverzetbedrijf Bakker te Heteren. In het PvE zijn de volgende onderzoeksvragen voor dit onderzoek opgesteld: ● ● ● ● ● ● ●
Zijn er binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig, zoals grondsporen (paalkuilen, etc.), houtskoolconcentraties, vondstconcentraties, etc.? Wat is de stratigrafie en conserveringsgraad van de bodem? Wat is de begrenzing van de vindplaats(en)? Wat is de aard en ouderdom van de sporen; zijn er structuren te herkennen? Wat is de gaafheid van de sporen? Wat is de datering van de archeologische vondsten en tot welke vondsttypen of vondstcategorieën behoren zij? Is er sprake van verschillende gebruiks- en bewoningsfasen (steentijd/bronstijd, romeinse tijd)?
1
1.1
Ligging van het plangebied Het plangebied Zetten-Zuid ligt aan de zuidzijde van Zetten, ingeklemd tussen de Stationsstraat en de Wageningsestraat en is circa 7 hectare groot. Het terrein bestaat nu nog uit grasland. Op de topografische kaart van het gebied is de boomgaard die er gevestigd was nog ingetekend. Het plangebied ligt rond 7,7 meter boven NAP. Het zuidelijke deel van het terrein is naar aanleiding van een eerder uitgevoerd booronderzoek (Vissinga & Jelsma 2006) aangewezen voor waarderend archeologisch onderzoek middels proefsleuven.
Figuur 1.
Zetten, Zetten-Zuid: het plangebied is rood omlijnd. Het onderzoeksgebied is blauw gekleurd. Eén rasterblok komt overeen met één vierkante kilometer. Langs de rand zijn coördinaten in RD weergegeven (bron: mijn.kadaster.nl).
2
2.
Vooronderzoek In het plangebied heeft eerder onderzoek plaatsgevonden in de vorm van een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek, uitgevoerd door De Steekproef bv (Vissinga & Jelsma 2006). De resultaten van deze onderzoeken zijn hier weergegeven en waar nodig aangevuld.
Figuur 2.
2.1
Zetten, Zetten-Zuid: het plangebied tijdens de werkzaamheden. De foto is genomen vanuit werkput 3 richting het noorden.
Fysische geografie Op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000 ligt het plangebied in één kaarteenheid. Het plangebied is gekarteerd als een kalkhoudende ooivaaggrond in kalkrijke, jonge rivierklei met zware zavel en lichte klei (codering Rd90A) en grondwatertrap V; de gemiddeld hoogste grondwaterstand is minder dan 40 centimeter beneden het maaiveld, de gemiddeld laagste grondwaterstand is minder dan 120 centimeter beneden het maaiveld. Op de geomorfologische kaart (Alterra, via ARCHIS) is te zien dat het plangebied op een rivieroeverwal ligt (codering 3K25). Deze oeverwal wordt op ongeveer 100 meter ten noorden van het plangebied doorsneden door een geul van een meanderend afwateringsstelsel (codering 2R11) en aan de zuidkant begrensd door een rivierkom of oeverwalachtige vlakte (2M22). Op de hoogtekaart op basis van het Actueel Hoogtebestand van Nederland zijn deze kaarteenheden niet duidelijk te onderscheiden, doordat de aanwezige bebouwing het hoogteverschil maskeert. 3
Uit paleogeografische reconstructies van de Rijn-Maas delta (Berendsen & Stouthamer, 2001 en Cohen et al., 2012) blijkt dat het plangebied ligt op de splitsing van twee oude stroomgordels. Deze zijn ingesneden in stuifduinen uit de jonge Dryas (11.000 – 10.000 BP), behorend tot de Formatie van Kreftenheye. Hierin is ter plaatse als eerste een geul van het Winssen riviersysteem ontstaan. Deze geul liep langs of door het zuiden van het plangebied met een oost-west oriëntatie. Dit systeem werd rond 4.780 BP verlaten. Later ontstond een noord-zuid lopende riviergeul, die door het oosten van het plangebied loopt. Deze geul was onderdeel van het Herveld stroomgordelsysteem en is in de ondergrond herkenbaar door de aanwezigheid van kalkhoudende gyttja. Deze geul werd rond 2.200 BP verlaten.
Figuur 3.
Zetten, Zetten-Zuid: het plangebied op een hoogtekaart gemaakt met behulp van het Actueel Hoogtebestand van Nederland. Het plangebied is rood omlijnd, het onderzoeksgebied is wit omlijnd (naar: Dijk 2014).
Tijdens het veldwerk voor het inventariserend en waarderend booronderzoek in 2006 bleek dat de bovenste 75 tot 80 centimeter van de bodem was verstoord, waarschijnlijk als gevolg van het gebruik van het terrein als boomgaard. Daaronder was de bodem intact; er werd in het gehele plangebied een ongeveer 10 tot 15 centimeter dikke cultuurlaag met daarin houtskool aangetroffen. Binnen het te onderzoeken deel van het plangebied (zie Figuren 1 & 3) zijn kleine brokjes aardewerk uit waarschijnlijk de ijzertijd en/of romeinse tijd gevonden. Deze cultuurlaag lag op een dik pakket natuurlijk afgezette rivierklei.
4
2.2
Archeologie Op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW, zie Appendix II) ligt het plangebied grotendeels in een zone met een hoge trefkans op archeologische waarden. Het terrein ligt niet binnen een archeologisch monument zoals aangegeven op de Archeologische Monumentenkaart (AMK). Wel worden binnen een straal van ongeveer een kilometer rond het plangebied diverse terreinen op de AMK vermeld. Binnen het onderzochte terrein liggen twee archeologische waarnemingen. Het gaat om de vondst van een romeinse bronzen munt met waarschijnlijk een beeltenis van Faustina en een fibula (mantelspeld). De munt en de fibula zijn in 2000 door een amateurarcheoloog in de boomgaard gevonden met een metaaldetector (nummer 43440, op de gemeentelijke beleidskaart aangegeven met nummer 259, zie Figuur 4). De tweede waarneming binnen het terrein komt voort uit het booronderzoek van De Steekproef in 2006 en behandelt de aangetroffen cultuurlaag en de vondst van botmateriaal (Appendix II, nummer 420190).
Figuur 4.
Zetten, Zetten-Zuid op een uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Overbetuwe (verschaald). Het plangebied is rood omlijnd, het onderzochte terrein is blauw omlijnd (bron: Willemse 2009).
Ten noorden van het plangebied, op een afstand van ongeveer 400 meter, ligt een terrein van zeer hoge archeologische waarde. Het gaat om het centrum van het dorp Zetten. In 1946 is hier bij bodemkarteringen materiaal uit de perioden late ijzertijd tot en met late middeleeuwen gevonden. Bij booronderzoek door de toenmalige ROB (nu Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, RCE) is in 1997 een pakket van bewoningslagen gevonden van maximaal 1,75 meter dik (monumentnummer 3985 en waarnemingsnummer 41357).
5
Op ongeveer 800 meter ten westen van het plangebied ligt een terrein van hoge archeologische waarde met daarin sporen van bewoning uit het late neolithicum tot en met de midden bronstijd. Het vondstmateriaal uit dit terrein bestaat uit houtskool, leem, botmateriaal, vuursteen, natuursteen en veel aardewerk. Het terrein heeft monumentnummer 15348. Bij het vondstmateriaal horen de waarnemingsnummers 37355, 44387, 49382 en 49386. Ten zuidwesten van het plangebied, op een afstand van ongeveer een kilometer, liggen twee terreinen van hoge archeologische waarde en een terrein van archeologische waarde. De beide terreinen van hoge archeologische waarde betreffen vindplaatsen die bij de aanleg van de Betuwelijn zijn onderzocht. Ze hebben in dat project de vindplaatsnummers 21 tot en met 24. Het gaat om terreinen waarin sporen van bewoning uit de perioden neolithicum en romeinse tijd zijn gevonden. Onder het vondstmateriaal is houtskool, hutteleem en aardewerk. De twee AMK-terreinen hebben de monumentnummers 12564 en 12569. Het bijbehorende vondstmateriaal heeft de waarnemingsnummers 56726, 57306, 127635 en 127636. Het terrein van archeologische waarde betreft een terrein waarin een concentratie aardewerk uit de romeinse tijd is gevonden. Dit terrein heeft monumentnummer 12563. Het vondstmateriaal heeft de waarnemingsnummers 40746 en 127568.
Op ongeveer een kilometer ten zuidoosten van het plangebied ligt nog een terrein van archeologische waarde. Hier liggen de resten van het laat-middeleeuwse kasteel Gennipenstein (monumentnummer 4614). Behalve waarnemingen die samenhangen met AMK-terreinen zijn in de omgeving van het plangebied ook losse waarnemingen vermeld in ARCHIS. Ten noordwesten van het plangebied, op ongeveer 200 meter afstand, ligt waarnemingsnummer 45083, betreffende de vondst van drie zilveren romeinse munten. De munten zijn gevonden in een bouwput aan de Hoofdstraat. Ongeveer 700 meter ten zuidwesten van het plangebied liggen twee waarnemingen. Het gaat om een bronstijdvindplaats, aangetroffen onder een vindplaats uit de romeinse tijd (nummer 25713) en de vondst van een vuursteenafslag die wordt toegeschreven aan de Klokbekercultuur (nummer 6878). Aan de oostkant van het plangebied, op een afstand van ongeveer 300 meter, liggen twee waarnemingen. Het gaat om scherven van inheems-romeins aardewerk die in 1947 bij onderzoek door StiBoKa zijn opgeraapt (nummer 41653) en een vondstlaag met daarin aardewerk, bot en houtskool, gevonden bij booronderzoek in 2011op een diepte van 40 tot 70 centimeter beneden het maaiveld (nummer 433198). Pal ten zuiden van het plangebied liggen vijf waarnemingen. De eerste betreft scherven romeins aardewerk, waaronder gedraaid ruwwandig aardewerk en Terra Sigillata.
Het materiaal is gevonden tijdens karteringen in 1946 (nummer 25721). Ook ligt hier een terrein waarin tijdens een proefsleuvenonderzoek in 2005 goed geconserveerde sporen uit de romeinse tijd zijn gevonden. Hierbij is ook een grote hoeveelheid metaal daterend uit de romeinse tijd en de vroege middeleeuwen gevonden (nummers 401558 en 404382). Bij het booronderzoek dat hieraan vooraf is gegaan is reeds geconstateerd dat er een vindplaats op deze locatie aanwezig was (nummer 405323). In 1967 is door R. Klok hier al een romeinse vindplaats vastgesteld (nummer 25552). Voor de ligging en datering van de beschreven monumenten en waarnemingen wordt verwezen naar Appendix I en II en Tabel I.
6
Tabel 1:
Zetten, Zetten-Zuid: Archeologische waarden in en rond het plangebied. Voor de ligging zie Appendix II. Voor dateringen zie Appendix I.
CMA / CAA
RD-coördinaten
Datering
Omschrijving
3985 (39F-093)
177,596 / 437,953
Late ijzertijd – late middeleeuwen
Terrein met sporen van bewoning uit diverse perioden
4614 (39H-046)
178,845 / 436,981
Late middeleeuwen
Terrein met resten van kasteel Gennipenstein
12563 (39H-A15)
177,485 / 436,767
Romeinse tijd
Terrein met bewoningssporen uit de romeinse tijd
12564 (39H-041)
177,546 / 436,531
Midden neolithicum – romeinse tijd
Terrein met sporen van bewoning uit het neolithicum en de romeinse tijd
12569 (39H-045)
177,005 / 436,574
Neolithicum – bronstijd
Terrein met sporen van bewoning uit het neolithicum
15348 (39H-065)
177,144 / 437,297
Midden neolithicum – bronstijd
Terrein met sporen van bewoning uit het laat neolithicum en de midden bronstijd
6878 (39HN-12)
177,330 / 436,820
Laat neolithicum – late bronstijd
Vuursteenafslag
25577 (39HN-36)
178,672 / 436,515
Neolithicum – nieuwe tijd
Houtresten, botresten
25721 (39HN-38)
177,950 / 436,900
Midden romeinse tijd – middeleeuwen
Aardewerk, waaronder terra sigillata, wölbwand en Pingsdorf
37355 (39HN-124)
177,200 / 437,300
Laat neolithicum – midden bronstijd
Divers aardewerk, slijpstenen, vuurstenen spitsen
41357 (39FZ-33
177,620 / 437,950
Romeinse tijd – nieuwe tijd
Aardewerk, waaronder romeins ruwwandig, Karolingisch, Pingsdorf en kogelpot
41653 (39FZ-73)
178,250 / 437,650
Vroeg – midden romeinse Inheems-romeins aardewerk tijd
43159 (39HN-53)
177,490 / 436,500
Neolithicum – romeinse tijd
Romeins glas en aardewerk, neolithisch aardewerk (klokbeker)
43129 (39HN-113)
177,230 / 436,530
Laat neolithicum
Diverse vondsten van aardewerk, natuursteen en vuursteen
44837 (39HN-168)
177,100 / 437,350
Neolithicum – bronstijd
Cultuurlaag
44839 (39HN-169)
177,150 / 437,150
Neolithicum – bronstijd
Cultuurlaag, aardewerk
49382 (39HN-186)
177,100 / 437,300
Neolithicum
Aardewerk, hutteleem, bijlfragment
49386 (39HN-187)
177,100 / 437,200
Neolithicum – bronstijd
Cultuurlaag, sterk gefragmenteerd aardewerk
127568 (39HN-140)
177,490 / 436,770
Late ijzertijd – romeinse tijd
Aardewerk, waaronder terra nigra, en glas waaronder La Tene armband
127559 (39HN-138)
177,760 / 436,640
Middeleeuwen
Aardewerk, waaronder Pingsdorf, Badorf en Paffrath
127600 (39HN-36)
178,672 / 436,515
Neolithicum – nieuwe tijd
Houtskool
127635 (39HN-143)
177,130 / 436,525
Neolithicum
Cultuurlaag
127636 (39HN-144)
177,230 / 436,520
Neolithicum – bronstijd
Cultuurlaag
127643 (39HN-145)
178,800 / 436,650
IJzertijd – nieuwe tijd
Divers aardewerk, waaronder ijzertijd indet., Pingsdorf, roodbakkend geglazuurd
405323 (39HN-261)
178,050 / 436,950
Romeinse tijd – middeleeuwen
Divers aardewerk
433198 (39FZ-297)
178,412 / 437,517
IJzertijd – romeinse tijd
Handgevormd aardewerk
monumenten
waarnemingen
7
Figuur 5.
Zetten, Zetten-Zuid: overzicht van de ligging van de boringen die in februari en maart van 2006 zijn gezet (bron: Vissinga & Jelsma 2006). De zwart weergegeven boringen zijn in de karterende fase gezet. De rood weergegeven boringen zijn in de waarderende fase gezet. De zwarte onderbroken lijn geeft de begrenzing van het plangebied aan.
8
2.3
Historische geografie Uit historisch kaartmateriaal, daterend vanaf 1832, blijkt dat sinds de eerste kadastrale opnames het plangebied altijd onbebouwd is geweest. Op kaarten in de Grote Historische Atlas van Nederland deel 3, oost-Nederland, is het plangebied aangegeven als bouw- en weideland. Ook is op basis van historisch kaartmateriaal geen verandering in de percelering binnen het plangebied te zien.
Figuur 6.
2.4
Zetten, Zetten-Zuid: Het plangebied (binnen het rode kader) op een uitsnedes uit de Bonnekaart uit 1908 (opname 1887, herzien in 1906; bron: Schilders et al. 2005).
Archeologische verwachting
Structuren en sporen Verwachte sporen uit alle in het gebied voorkomende perioden kunnen zijn: paalgaten/paalkuilen, kuilen en afvalkuilen, funderingsresten, grondverbetering (geel zand) als basis voor funderingen, waterputten, greppels etc. Artefacten: anorganisch In het te onderzoeken terrein kunnen scherven aardewerk uit de perioden neolithicum tot en met nieuwe tijd worden aangetroffen (voornamelijk scherven van romeins en inheemsromeins aardewerk). Daarnaast kunnen metalen voorwerpen worden verwacht, alsmede baksteen/bouwmateriaal, glas en steen. Bij een proefsleuvenonderzoek in 2005 zijn pal ten zuiden van het plangebied opvallend veel metalen voorwerpen gevonden.
9
Artefacten: organisch Organische artefacten kunnen bestaan uit dierlijk bot, bewerkte houtresten, leer, hoorn en eventueel ook textiel. De verwachting voor organische artefacten is hoog: de in het plangebied aanwezige kleiafzettingen is de conserveringsgraad voor organische materialen doorgaans hoog Paleo-ecologische resten Deze resten kunnen bestaan uit dierlijk of menselijk bot, houtskool, verbrande macroresten, bijvoorbeeld verkoolde zaden en granen (dit laatste is mogelijk vanaf het neolithicum), of macroresten en pollen. Archeologische stratigrafie en diepte van de vondstenlagen Bij het booronderzoek in 2006 is een cultuurlaag met daarin vondstmateriaal waaronder fragmentjes aardewerk uit de ijzertijd/romeinse tijd vastgesteld op een diepte van ongeveer 75 tot 80 centimeter beneden het maaiveld. Onder deze ongeveer 10 tot 15 centimeter dikke laag ligt natuurlijk afgezette klei, waarin plantenresten en sporen van ijzer en mangaan zijn gevonden. Vanaf een diepte van ongeveer 2,35 meter beneden het maaiveld is de natuurlijke klei schoon. Gaafheid en conservering Het bodemprofiel is waarschijnlijk gedeeltelijk verstoord door het gebruik van het terrein als boomgaard. Vanaf een diepte van ongeveer 75 centimeter beneden het maaiveld is het bodemprofiel vrijwel intact. In de aanwezige kleilagen heeft zowel organisch als anorganisch materiaal een goede conserveringsgraad.
10
3.
Veldonderzoek
3.1
Werkwijze Conform het PvE (Dijk 2013) is het terrein onderzocht door middel van proefsleuven, waarbij conform KNA 3.3, Leidraad Inventariserend Veldonderzoek, ruim 9% van het totale oppervlak is onderzocht (330 m2). Er zijn in totaal vijf proefsleuven gegraven. Deze waren alle vijf 4 meter breed en 16,5 meter lang. In alle sleuven is één vlak aangelegd. Vier van de vijf proefsleuven hebben een noord-zuid oriëntatie. Hiermee wordt de trefkans op boerderijplattegronden, die doorgaans oost-west zijn georiënteerd, vergroot. Om de spreiding en dekking van het te onderzoeken deel van het terrein te optimaliseren is werkput 3 wel in oost-west oriëntatie aangelegd. De werkputten zijn ingemeten door een landmeetkundige en in een GIS-systeem aan het RD-stelsel gekoppeld. Het puttenplan is afgebeeld in Figuur 7.
Figuur 7.
Zetten, Zetten-Zuid: het oorspronkelijke puttenplan met zwart omlijnd de geplande proefsleuven (naar: Dijk 2013; ondergrond: Top10Vector-bestand). Het zuidelijke deel van het plangebied is rood omlijnd, het onderzochte deel van het terrein is blauw omlijnd.
De sleuven zijn gegraven met een graafmachine met een gladde bak. De bouwvoor is in lagen afgegraven, waarbij is gelet op vondstconcentraties en (doorschemerende) grondsporen. Er is per sleuf één goed leesbaar vlak aangelegd onder de verspoelde laag en verstoringen in de natuurlijke klei. Alle grondsporen zijn gefotografeerd en ingemeten. Enkele sporen zijn gecoupeerd, gefotografeerd en in schaal 1:20 getekend. Vondsten zijn per spoor en vulling of in vakken van 4 x 5 meter verzameld. 11
4.
Resultaten van het onderzoek
4.1
Beschrijving van de werkputten
Werkput 1 Werkput 1 (Figuur 8) ligt in het noordwesten van het onderzoeksgebied. Het vlak ligt op een hoogte van 6,35 tot 6,52 meter boven NAP (rond 1,35 meter beneden het maaiveld). In deze werkput is één archeologisch grondspoor waargenomen (spoornummer 7). Er zijn twee profiel-kolommen in de oostelijke putwand gedocumenteerd.
Figuur 8.
Zetten, Zetten-Zuid: foto van het vlak van werkput 1. De foto is richting het noorden genomen.
Werkput 2 Deze werkput (Figuur 9) ligt in het zuidwesten van het onderzoeksgebied. Het vlak is aangelegd op een hoogte van 6,45 tot 6,50 meter boven NAP (rond 1,40 meter beneden het maaiveld). In dit vlak zijn drie grondsporen gezien (spoornummers 4 tot en met 6). Van deze werkput zijn in de oostelijke putwand twee profielkolommen gedocumenteerd.
12
Figuur 9.
Zetten, Zetten-Zuid: foto van het vlak van werkput 2. De foto is richting het noorden genomen.
Werkput 3 Werkput 3 (Figuur 10) ligt in het midden van het onderzoeksgebied. Deze werkput lag oost-west, dwars ten opzichte van de andere vier putten om een zo goed mogelijke spreiding te realiseren. Het vlak is aangelegd op een hoogte van 6,43 tot 6,56 meter boven NAP (rond 1,4 meter beneden het maaiveld). In deze put werden één archeologisch grondspoor en één natuurlijke verstoring gezien. In deze werkput is van de zuidelijke putwand het complete profiel gedocumenteerd. Werkput 4 Werkput 4 (Figuur 11) ligt in het zuidoosten van het plangebied. Het vlak is in werkput 4 aangelegd op 6,45 tot 6,55 meter boven het NAP (circa 1,10 tot 1,20 meter beneden het maaiveld). In het uiterste noorden van het vlak van deze werkput is een archeologisch grondspoor waargenomen. Van deze werkput is van de oostelijke putwand het volledige profiel gedocumenteerd. Werkput 5 Werkput 5 (Figuur 12) ligt in het noordoosten van het plangebied. Het vlak is in deze werkput aangelegd op 6,52 tot 6,60 meter boven NAP, op een diepte van ongeveer 1,25 meter beneden het maaiveld. In het vlak zijn geen archeologische grondsporen gezien. Van deze werkput zijn van de oostelijke putwand twee profielkolommen gedocumenteerd.
13
Figuur 10. Zetten, Zetten-Zuid: foto van het vlak van werkput 3. De foto is richting het westen genomen.
Figuur 11. Zetten, Zetten-Zuid: foto van het vlak van werkput 4, genomen richting het zuiden.
14
Figuur 12. Zetten, Zetten-Zuid: foto van een deel van het vlak van werkput 5, genomen richting het zuiden.
4.2
Sporen en structuren Tijdens het onderzoek zijn zeven spoornummers uitgedeeld. Zowel tijdens als na afloop van het veldwerk zijn de sporen geïnterpreteerd om een onderscheid te kunnen maken tussen archeologisch relevante sporen (zes spoornummers) en natuurlijke en/of recente verstoringen (één spoornummer, na coupe gedeselecteerd). Appendix V toont de verspreiding van de grondsporen (in groen), de verstoringen zijn rood gearceerd weergegeven. In drie sporen zijn vondsten gedaan (spoornummers 1, 3, 5 en 7). Het materiaal uit spoor 5 is na wassen gedeselecteerd omdat geen sprake was van archeologische vondsten. Uit spoornummer 7 is een sintel meegenomen die niet verder determineerbaar en/of dateerbaar is. Uit sporen 1 en 3 zijn scherven aardewerk meegenomen die uit de periode ijzertijd – romeinse tjd dateren. Tijdens een proefsleuvenonderzoek wordt slechts een beperkt aantal sporen gecoupeerd, voornamelijk om aard en datering vast te stellen. Er worden tijdens een proefsleuvenonderzoek doorgaans geen sporen afgewerkt (geheel weggegraven). Daardoor is de kans op archeologische indicatoren kleiner dan bij een volledige opgraving. Tussen de grondsporen werden geen structuren herkenbaar. In werkput 5 bleek het vlak geheel vrij van sporen te zijn. Deze werkput wordt hieronder dan ook niet besproken.
15
Werkput 1 In werkput 1 ligt spoornummer 7 (Figuur 13). Spoor 7 is een rond en is 25 centimeter meter breed. Het spoor is niet gecoupeerd. Het spoor bevatte een stukje verhit materiaal (sintel), dat onder vondstnummer 25 is geborgen (zie Appendix VII).
Figuur 13. Zetten, Zetten-Zuid: Foto van de coupe in spoor 7. De rode lijn geeft aan hoe het spoor in het veld is waargenomen.
Werkput 2 Werkput 2 bevat drie archeologische sporen. Het gaat om drie ronde sporen met een doorsnede van 25 centimeter. Deze sporen (nummers 4 tot en met 6) liggen in het zuiden van de werkput. Alle drie de sporen zijn gecoupeerd, maar in geen van de drie coupes was de omtrek van het spoor duidelijk herkenbaar. Geen van de sporen bevatte archeologisch vondstmateriaal.
16
Figuur 14. Zetten, Zetten-Zuid: foto van de coupe in spoor 3. De rode lijn geeft aan hoe het spoor in het veld gezien is.
Werkput 3 Werkput 3 bevat één archeologisch grondspoor (spoornummer 3, Figuur 14) en één spoor dat in de coupe als natuurlijke verstoring is herkend (spoornummer 2). Spoor 3 is een ovaal spoor met een lengte van 110 centimeter, een breedte van 30 centimeter en een diepte in de coupe van 22 centimeter. Het spoor had een zeer licht grijze vulling. De doorsnede van het spoor is bakvormig, met een schuine insteek aan de zuidelijke kant. In het spoor is sterk gefragmenteerd, slecht bewaard aardewerk gevonden dat uit de periode ijzertijd – romeinse tijd dateert (zie Appendix VII). Waarschijnlijk gaat het om een afvalkuil.
17
Figuur 15. Zetten, Zetten-Zuid: foto van de coupe in spoor 1. De rode lijn geeft aan hoe het spoor in het veld gezien is. Spoornummer 1 betreft een paalkuil.
Werkput 4 Werkput 4 bevat één archeologisch spoor (spoornummer 1, Figuur 15). Het gaat om een enigszins ronde paalkuil met een doorsnede van 20 centimeter en een diepte in de coupe van 14 centimeter. De kuil had een rechthoekige doorsnede en een zeer licht grijze vulling. In het spoor zijn twee scherven aardewerk gevonden die uit de periode ijzertijd – romeinse tijd dateren, maar die verder geen diagnostische kenmerken hebben (zie Appendix VII).
4.3
Profielen De locaties van de profielen zijn weergegeven in Appendix V. De profieltekeningen zijn opgenomen in Appendix VI.
Werkput 1 In werkput 1 zijn twee profielkolommen gedocumenteerd, beide in de oostwand van de werkput (zie Appendix V & VI). In de noordelijke profielkolom is een bouwvoor van ongeveer 60 centimeter dik gezien, waarvan de bovenste 30 centimeter humeuzer zijn dan de onderste 30 centimeter. Dit is waarschijnlijk het gevolg van het gebruik van het terrein als boomkwekerij. Onder deze bouwvoor ligt de laag die in de boringen als cultuurlaag is geïnterpreteerd. Tijdens het graven van de proefsleuven bleek het echter om een verspoelingslaag te gaan die veel vondstmateriaal bevat. In deze profielkolom is die laag ongeveer 40 centimeter dik.
18
Deze laag ligt op de natuurlijk afgezette klei. In de zuidelijke profielkolom is de laagopbouw verregaand hetzelfde, maar in plaats van een verspoelingslaag werd hier op een diepte van ongeveer 70 centimeter een verstoorde laag van ongeveer 30 centimeter dik. Deze laag bevat recent materiaal en vormt een in het profiel herkenbare ingraving tot in de top van de natuurlijke klei.
Figuur 16. Zetten, Zetten-Zuid: zuidelijke profielkolom in de oostwand van werkput 1. Voor de interpretatie van de bodemlagen wordt verwezen naar Appendix VI.
Werkput 2 Ook in werkput 2 zijn twee profielkolommen gedocumenteerd, ook hier in de oostelijke putwand (zie Appendix V & VI). Het profiel is in beide kolommen die in deze werkput zijn gezet van dezelfde opbouw als in de noordelijke kolom in werkput 1. De bouwvoor is tussen 55 en 70 centimeter dik, met daaronder een verspoelde laag met archeologisch materiaal van 28 tot 42 centimeter dik. Deze laag ligt op de natuurlijk afgezette klei. Werkput 3 In de zuidelijke wand van werkput 3 is een profiel van 12,5 meter lengte gedocumenteerd (zie Appendix V & VI). De opbouw van het profiel is verregaand gelijk aan die in werkputten 1 en 2. In het profiel is een bouwvoor van ongeveer 85 centimeter dik waargenomen. De daaronder liggende verspoelde laag is ongeveer 45 centimeter dik en ligt ook hier op de natuurlijk afgezette klei.
19
Figuur 17. Zetten, Zetten-Zuid: zuidelijk profiel in de oostwand van werkput 2. Voor de interpretatie van de bodemlagen wordt verwezen naar Appendix VI.
Werkput 4 In werkput 4 is van de oostelijke putwand een profiel van 17 meter lengte gedocumenteerd (zie Appendix V & VI). Het profiel in deze werkput komt grotendeels overeen met het profiel in werkput 3. De bouwvoor is ongeveer 75 centimeter dik en ligt op een verspoelde laag met archeologisch materiaal van ongeveer 30 centimeter dik. Deze laag ligt op de natuurlijk afgezette klei. Werkput 5 In werkput 5 zijn in de oostelijke putwand twee profielkolommen gedocumenteerd (zie Appendix V & VI). In deze put verschilt de bodemopbouw van die in de andere putten door de afwezigheid van een duidelijke verspoelde laag. De bouwvoor is ongeveer 75 centimeter dik en ligt op de natuurlijk afgezette klei.
20
Figuur 18. Zetten, Zetten-Zuid: noordelijke profielkolom in de oostwand van werkput 4. Voor de interpretatie van de bodemlagen wordt verwezen naar Appendix VI.
4.4
Het vondstmateriaal Tijdens het veldwerk zijn bij het aanleggen van het vlak vondsten gedaan. Deze zijn gedetermineerd, wat resulteert in de vondsttabel in Appendix VII. De vondsten komen, op twee na, niet uit een gesloten archeologische context en hebben dus geen bewezen associatie met de archeologische grondsporen. Het grootste deel van het vondstmateriaal is afkomstig uit een verspoelde laag en kan daarmee van elders zijn aangevoerd. Het gaat hierbij voornamelijk om sterk gefragmenteerd, slecht geconserveerd, inheems aardewerk, waarvan het baksel zozeer is aangetast dat het materiaal bij aanraking verkruimelt. Op basis van het baksel is dit materiaal in de periode ijzertijd – romeinse tijd gedateerd. Behalve aardewerk is een grote hoeveelheid slecht geconserveerd, sterk gefragmenteerd en daarom op uiterlijke kenmerken niet determineerbaar botmateriaal in deze laag gevonden. Ook is een klein aantal schelpen van waterslakken en een kleine hoeveelheid verhit materiaal (sintels) gevonden. Er is een klein aantal natuurstenen gevonden, die niet als artefacten zijn gedetermineerd. Dit materiaal is vanwege de geringe informatiewaarde gedeselecteerd voor verder onderzoek. De opvallendste vondsten uit de verspoelde laag zijn drie stukken vuursteen (vondstnummers 3, 14 en 23, zie Appendix VII en Figuur 19).
Vuursteen komt van nature in de ondergrond van de onderzochte locatie niet voor. Het gezamenlijke gewicht van deze stukken vuursteen is 14,6 gram. Er is sprake van één stuk verbrand vuursteen (vondstnummer 3), een klingfragment (vondstnummer 14) en een afslag (vondstnummer 23). De stukken kunnen niet op basis van uiterlijke kenmerken worden gedateerd, maar dateren van vóór de ijzertijd en waarschijnlijk in of rond het neolithicum. Tot ongeveer 2.200 BP 21
liep in de nabijheid van het plangebied een riviergeul van het Herveldstroomgordelsysteem, waarmee sporen zoals deze stukken vuursteen mogelijk samenhangen.
Figuur 19. Zetten, Zetten-Zuid: foto van het gevonden vuursteen. Van links naar rechts vondstnummers 3 (verbrand vuursteen), 14 (klingfragment) en 23 (afslag).
Slechts drie scherven aardewerk zijn afkomstig uit archeologische grondsporen (vondstnummers 5 en 15, zie Appendix VII en Figuur 20). Het gaat hierbij om twee scherven aardewerk uit spoor 1 (vondstnummer 5, totaal gewicht 18,0 gram) en één scherf aardewerk uit spoor 3 (vondstnummer 15, totaal gewicht 3,9 gram). Het materiaal is inheems en zijn op basis van het baksel in de periode ijzertijd – romeinse tijd gedateerd. Omdat onder deze drie scherven geen diagnostische stukken zijn en de scherven niet in een gesloten context met ander dateerbaar materiaal zijn gevonden, is nadere determinatie en datering niet mogelijk.
Figuur 20. Zetten, Zetten-Zuid: foto van het aardewerk afkomstig uit archeologische grondsporen. Links: vondstnummer 5, spoor 1. Rechts en midden: vondstnummer 15, spoor 3
22
In de verspoelde laag is veel botmateriaal gevonden. Dit materiaal is over het algemeen sterk vervallen en daardoor niet meer op uiterlijke kenmerken determineerbaar. Er is één stuk bot uit een spoor afkomstig. Dit is vondstnummer 24 uit spoor 5. Dit is het enige botfragment dat op uiterlijke kenmerken kon worden gedetermineerd. Het gaat om het proximale deel van de rechter metacarpus van een rund. Het stuk is niet nader dateerbaar. Ten slotte zijn vier vondsten gedaan van sterk verkit, licht magnetisch materiaal (nummers 18, 19, 20 en 25). Mogelijk gaat het om sterk gecorrodeerde ijzeren voorwerpen, waarvan de kern door de sterke corrosie niet meer aanwezig is. Nadere determinatie van dit materiaal is niet mogelijk.
.
23
5.
Waardestelling Doel van het onderzoek is om te beoordelen of zich in het plangebied Zetten-Zuid te Zetten een behoudenswaardige archeologische vindplaats bevindt. Tijdens het vooronderzoek is op basis van archeologische indicatoren de locatie geselecteerd voor een waardestellend onderzoek middels proefsleuven. Uit het onderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied van slechte kwaliteit is. De vondstlaag die tijdens het booronderzoek is waargenomen blijkt een verspoelde laag te zijn, waarin vondstmateriaal zit dat mogelijk van elders is aangevoerd en dat geen aanwijsbare relatie met archeologische grondsporen heeft. De totale hoeveelheid archeologisch materiaal is relatief groot, maar het materiaal is vrijwel geheel afkomstig uit secundaire context: het wordt egaal verspreid aangetroffen in een verspoelde rivierafzetting. Van dit materiaal kan het verband met de locatie niet eenduidig worden aangegeven. De hoeveelheid archeologisch materiaal uit gesloten context is zeer klein en de kwaliteit van dit materiaal is slecht. Onder het aardewerk zijn geen diagnostische stukken gevonden. Het aardewerk is bovendien slecht bewaard gebleven; het baksel is sterk vervallen. Daardoor is aan de hand van dit materiaal onvoldoende nieuwe informatie beschikbaar over het plangebied. In het plangebied zijn geen structuren herkend.
De landschappelijke context van de locatie is een vlakte van verspoelde rivierafzettingen in lichte tot zware zavel. Het plangebied is in gebruik geweest als boomkwekerij. De locatie heeft door egalisatie vrijwel geen landschappelijke kenmerken meer. Voor de locatie is middels een scoretabel een waardering opgesteld. Deze scoretabel is hieronder opgenomen (zie Tabel 2). Tabel 2:
Zetten, Zetten-Zuid. Scoretabel waardestelling vindplaats.
Waarden
Criteria
Scores hoog
Beleving
Fysieke kwaliteit
Inhoudelijke kwaliteit
middel
laag
totale score
Gaafheid
1
≥5 behoudenswaardig
Conservering
1
Schoonheid
wordt niet gescoord
Herinneringswaarde
wordt niet gescoord
Zeldzaamheid
wordt niet gescoord
≥7 behoudenswaardig
Informatiewaarde
1
Ensemblewaarde
1
Representativiteit
1
24
2
3
6.
Conclusie
Oorspronkelijke landschap Uit het vooronderzoek is naar voren gekomen dat het plangebied op een vlakte van verspoelde rivierafzettingen in lichte tot zware zavel ligt. Tijdens het veldwerk is gebleken dat het terrein voor het gebruik als boomgaard waarschijnlijk is geëgaliseerd.
6.1 Beantwoording onderzoeksvragen ●
Zijn er binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig, zoals grondsporen (paalkuilen, etc.), houtskoolconcentraties, vondstconcentraties, etc.? Binnen het plangebied zijn archeologische waarden aanwezig. Er zijn zes archeologische grondsporen gevonden, alsmede 95 stuks aardewerk en 72 stuks botmateriaal. De vondsten zijn op enkele stuks na gelijkmatig verspreid gevonden in een verspoelde laag.
●
Wat is de stratigrafie en conserveringsgraad van de bodem? De stratigrafie van de bodem komt overeen met de resultaten van het vooronderzoek. Onder de bouwvoor is een vondstlaag aanwezig. Deze laag is geïnterpreteerd als een verspoelingslaag; vondstmateriaal is er vrijwel gelijkmatig in verspreid. In het profiel van werkput 1 is een recente afvalkuil gezien die tussen de bouwvoor en de verspoelde laag lag. De natuurlijke ondergrond is intact, maar er is geen bodemvorming herkenbaar (vaaggrond). De conservering van sporen en vondsten in de bodem is matig. Zowel het gevonden botmateriaal als het aardewerk is sterk vervallen. Sporen zijn in de ondergrond slecht herkenbaar.
●
Wat is de begrenzing van de vindplaats(en)? De vindplaats bevindt zich in het zuiden en westen van het opgegraven deel van het plangebied en loopt mogelijk naar het westen nog door met een onbekende begrenzing.
●
Wat is de aard en ouderdom van de sporen; zijn er structuren te herkennen? Er zijn vier paalkuilen, een kleine afvalkuil en een smal greppeltje gevonden. Op basis van het zeer beperkte aantal gevonden sporen zijn geen structuren herkenbaar.
●
Wat is de gaafheid van de sporen? De grondsporen zijn in het vlak slecht herkenbaar. Van de sporen die zijn gevonden, is vastgesteld dat de diepte nog maar gering was. Waarschijnlijk zijn alleen onderkanten van sporen nog aanwezig. De conditie van de grondsporen is matig.
●
Wat is de datering van de archeologische vondsten en tot welke vondsttypen of vondstcategorieën behoren zij? In het onderzochte deel van het plangebied is verbrand en onverbrand dierlijk botmateriaal en aardewerk gevonden. Het botmateriaal is sterk vervallen en niet op uiterlijke kenmerken nader determineerbaar. Het aardewerk is eveneens sterk vervallen. Onder het materiaal zijn slechts twee kleine randfragmenten. Op basis van het baksel en de randvorm is het aardewerk niet scherper te dateren dan in de perioden ijzertijd tot en met middeleeuwen. Behalve aardewerk en botmateriaal zijn drie stuks vuursteen, twaalf stuks natuursteen en 23 stuks ijzerhoudend materiaal gevonden. Uit de top van natuurlijke klei zijn vier schelpen van waterslakken opgeraapt om de optie tot het vaststellen van een vroegste datering van de verspoelde laag open te houden. 25
●
Is er sprake van verschillende gebruiks- en bewoningsfasen? Steentijd/bronstijd en romeinse tijd? Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is geen fasering in het gebruik en/of de bewoning van het terrein te onderscheiden. Sporen en/of vondsten die eenduidig zijn te dateren in perioden vóór de ijzertijd zijn niet gevonden.
Advies Uit het waarderend proefsleuvenonderzoek is gebleken dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is. Naar aanleiding van de gevonden grondsporen en aardewerkscherven is een scoretabel voor de waardering van de vindplaats opgesteld (Tabel 2). Op basis van deze scoretabel is vastgesteld dat de locatie voor wat betreft archeologie niet behoudenswaardig is. De vindplaats is van geringe omvang en van matige tot slechte kwaliteit, waardoor verwacht wordt dat het terrein geen belangrijke informatie met betrekking tot archeologie op zal leveren. Daarom wordt geadviseerd om in het plangebied geen verder archeologisch onderzoek te laten uitvoeren. Er blijft echter onverkort gelden dat archeologische sporen en vondsten moeten worden gemeld bij de bevoegde overheid: Gemeente Overbetuwe, dhr. H. Huisman, postbus 11, 6660 AA Elst, e-mail: h.huisman@overbetuwe.nl en bij de provinciaal archeoloog, drs. P. Heeren-Hoff, Provincie Gelderland, postbus 9090, 6800 GX Arnhem, e-mail: p.heeren@gelderland.nl, telefoon: 026-359 9778.
26
Literatuur Centraal College van Deskundigen (CCvD), 2013. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Landbodems, versie 3.3, Gouda. Berendsen, H.J.A. & E. Stouthamer, 2001. Palaeogeographic Development of the Rhine-Meuse Delta, The Netherlands. Van Gorcum, Assen. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta / Rhine-Meuse Delta Studies' Digital Basemap for Delta Evolutionand Palaeogeography. Dept. Fysische Geografie, Universiteit Utrecht Dijk, D.A., 2014. Programma van Eisen, Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek Proefsleuven (IVO-P), Zetten, ZettenZuid. De Steekproef bv, Zuidhorn. Mittendorff, E., zonder jaartal (a). Keramiek van de Vroege en Volle Middeleeuwen, ca 500 – 1250. Saxion Next/Archeologie Deventer, Deventer. Mittendorff, E., zonder jaartal (b). Keramiek uit de Volle en Late Middeleeuwen. Saxion Next/Archeologie Deventer, Deventer. Stichting voor Bodemkartering, 1983. Bodemkaart van Nederland 1:50000. Algemene begrippen en indeling. StiBoKa, Wageningen. Stichting voor Bodemkartering, 1972. Bodemkaart van Nederland 1:50000. Blad 39 Oost Rhenen. StiBoKa, Wageningen. Stichting voor Bodemkartering, 1973. Toelichting op de Bodemkaart van Nederland 1:50000. Blad 39 Oost Rhenen. StiBoKa, Wageningen. Schilders, E., A. van der Leest, H. Stam en H. Wonink, 2005.
Grote Historische Topografische Atlas Gelderland +/- 1905, schaal 1:25.000. Uitgeverij Nieuwland, Tilburg. Kaart 510. Ten Cate, J.A.M. & G.C. Maarleveld, 1977. Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50000. Toelichting op de Legenda. StiBoKa, Wageningen. Vissinga, A. & J. Jelsma, 2006. Zetten (Gld), Stationsstraat. Een Inventariserend en Waarderend Archeologisch Veldonderzoek. Steekproef-rapport 2006-02/11. De Steekproef bv, Zuidhorn. Willemse, N.W., 2009. Archeologisch Beleid van de Gemeente Overbetuwe. Deel 1: Actualisatie van de Archeologische Kaarten. RAAP-Rapport 2003. RAAP Archeologisch Adviesbureau BV, Weesp. Wolters – Noordhoff Atlasprodukties, 1990. Grote Historische Atlas van Nederland 1:50 000, deel 3: Oost-Nederland 1830 – 1855. Wolters – Noordhoff Atlasprodukties, Groningen.
Internet: Actueel Hoogtebestand Nederland (www.ahn.nl). Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geo-informatie en ICT. ARCHIS 2. http://archis2.archis.nl/ Het online registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Bodemkaart. Alterra [ARCHIS]. Centraal Archeologisch Archief (CAA) en Centraal Monumenten Archief (CMA) van de RCE [ARCHIS]. Geomorfologische Kaart. Alterra [ARCHIS]. Google Earth. Kadaster. www.kadaster.nl WatWasWaar. www.watwaswaar.nl
Appendix I: Archeologische periode-indeling paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B: mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat: neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B: bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:
ijzertijd: tot 300.000 BP ijzertijd vroeg: 800 - 500 vC 300.000 - 35.000 BP ijzertijd midden: 500 - 250 vC 35.000 BP - 8.800 vC ijzertijd laat: 250 - 12 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP - 8.800 vC romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: 12 vC - 70 nC romeinse tijd vroeg A: 12 vC - 25 nC romeinse tijd vroeg B: 25 - 70 nC 8.800 - 7.100 vC romeinse tijd midden: 70 - 270 nC 7.100 - 6.450 vC romeinse tijd midden A: 70 - 150 nC 6.450 - 4.900 vC romeinse tijd midden B: 150 - 270 nC romeinse tijd laat: 270 - 450 nC romeinse tijd laat A: 270 - 350 nC 5.300 - 4.200 vC romeinse tijd laat B: 350 - 450 nC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC middeleeuwen: 4.200 - 2.850 vC middeleeuwen vroeg: 450 - 1.050 nC 4.200 - 3.400 vC middeleeuwen vroeg A: 450 - 525 nC 3.400 - 2.850 vC middeleeuwen vroeg B: 525 - 725 nC 2.850 - 2.000 vC middeleeuwen vroeg C: 725 - 900 nC 2.850 - 2.450 vC middeleeuwen vroeg D: 900 - 1.050 nC 2.450 - 2.000 vC middeleeuwen laat: 1.050 - 1.500 nC middeleeuwen laat A: 1.050 - 1.250 nC middeleeuwen laat B: 1.250 - 1.500 nC 2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC nieuwe tijd: 1.800 - 1.500 vC nieuwe tijd A: 1.500 - 1.650 nC 1.500 - 1.100 vC nieuwe tijd B: 1.650 - 1.850 nC 1.100 - 800 vC nieuwe tijd C: 1.850 – heden
Saalien:
370.000 – 130.000 BP
Eemien:
130.000 – 115.000 BP
Weichselien Vroeg-Weichselien: 115.000 – 73.000 BP Midden-Weichselien: 73.000 – 13.000 BP Laat-Weichselien: 13.000 – 10.000 BP
vC.: nC: BP:
voor Christus na Christus Before Present; Present = 1950
Zetten, Zetten-Zuid Appendix II: in ARCHIS bekende archeologische waarden en verwachting
178996 / 438089 40740
Legenda
48816
3985 41357
ONDERZOEKSMELDINGEN VONDSTMELDINGEN WAARNEMINGEN TOP10 ((c)TDN)
MONUMENTEN archeologische waarde
41653
hoge archeologische waarde
49794
zeer hoge archeologische waarde zeer hoge arch waarde, beschermd
433198
45083
IKAW zeer lage trefkans lage trefkans middelhoge trefkans
44837 10748 37355 4938215348 7390 1752
15760
hoge trefkans lage trefkans (water) middelhoge trefkans (water)
43440
49386 44839
hoge trefkans (water) water
41897
420190
niet gekarteerd PROVINCIES
25552 4614
405323 401558 25721 13135 404382 25713 6878
40746 12563 127568 17398
127569 12569 57306 5477 43219 5478 56716 127635 127636 56718
176967 / 436432
5442 12564 43159 55911 25720
43914
127643 5500 25577 5457 127600
0
500 m
N
Archis2
Zetten, Zetten-Zuid Appendix III: Bodemkaart (Alterra)
178963 / 438123 |h BEBOUW
Legenda TOP10 ((c)TDN)
BODEM ((c)Alterra) Associaties Brikgronden Bebouwing Dijk, bovenlandstrook Dikke eerdgronden Fluviatiele afz ouder pleistoceen Groeve, gegraven, mijnstort Kalksteenverweringsgronden Oude rivierkleigronden Overige oude kleigronden Ondiepe keileemgronden Leemgronden Zeekleigronden Mariene afz ouder pleistoceen Niet-gerijpte minerale gronden Oude bewoningsplaatsen Rivierkleigronden Kalkh lutumarme gronden Veengronden Moerige gronden Water, moeras Podzolgronden Kalkloze zandgronden Kalkhoudende zandgronden Plangebied Onderzoeksgebied
Rn47C 0
Rd90A
176934 / 436466
500 m
N
Archis2
Zetten, Zetten-Zuid Appendix IV: Geomorfologie (Alterra)
178996 / 438089
Legenda TOP10 ((c)TDN)
B
GEOMORFOLOGIE ((c)Alterra) Wanden Hoge heuvels en ruggen Terpen
3K25
Hoge duinen Plateaus Terrassen Plateau-achtige vormen Waaiervormige glooiingen Niet-waaiervormige glooiingen
2R11
Lage ruggen en heuvels Welvingen Vlakten Laagten Ondiepe dalen Matig diepe dalen Diepe dalen Water Bebouwing Overig (Dijken etc)
3K25
Plangebied
B
B
2M22
3K25 D3
176967 / 436432
0
500 m
N
Archis2
Appendix V: vlaktekeningen
Alle-Sporen-Kaart
Wp4
Wp1
Wp5 Wp3
Wp2
0
30,00 metres
Werkput 1 178.008/ 437.174 7,76+ 6,35+ Profiel 1.1
V19
174.013/ 437.172 V20
7,72+
6,40+ V21 S7 V25
Wp1 7,86+
7,76+
6,52+
6,51+ Profiel 1.2
178.009/ 437.157
7,74+
6,47+ 178.014/ 437.157
0
5,000 metres
Werkput 2 7,83+
178.014/ 437.142
6,47+
178.010/ 437.142
Profiel 2.1
6,46+
7,84+ V17
V16
Wp2 6,50+
7,84+
V24 S6
S5 V23 6,45+
7,87+
S4 7,85+
Profiel 2.2
6,48+
178.011/ 437.125
178.016/ 437.125
0
5,000 metres
Werkput 3
7,85+ 178.048/ 437.157 7,85+ 7,85+ V12
7,86+
7,86+
6,46+
V15 6,43+
V13
178.031/ 437.153
V10 V11
S3
S2 V14
6,50+
6,56+
178.049/ 437.152 Profiel 3.1
6,48+
Wp3 178.032/ 437.148
Profiel 3.2
0
5,000 metres
Werkput 4 178.061/ 7,69+ 437.195 178.056/ 437.194
6,60+
V5 S1
Profiel 4.1
V1
7,69+ 6,60+
V2
Wp4 7,64+ 6,60+ V3
V4
7,73+ 6,52+ Profiel 4.2 6,55+ 7,66+
178.063/ 437.178
178.059/ 437.178
0
5,000 metres
Werkput 5 178.060/ 437.164
7,68+
178.064/ 437.165
6,45+ Profiel 5.1
V9
7,72+
6,48+
V8
Wp5
7,76+
6,53+ V7
V6
7,74+ 6,55+ Profiel 5.2 6,53+ 7,74+
178.066/ 437.148
178.062/ 437.147
0
5,000 metres
Zetten, Zetten Zuid – Appendix VI: profieltekeningen 1 & 2: Bouwvoor met humeuze bovenlaag, gering kleurverschil. Sterk zandige klei, resp. 7,5YR5/4 en 7,5YR4/3 3: Verspoelde laag met archeologisch materiaal. Matig zandige klei, 7,5YR4/2. Bevat vlekken van ijzer en mangaan. 4 & 5: Natuurlijke klei-afzettingen met gering kleurverschil. Matig zandige klei, 7,5YR5/4 en 7,5YR5/3 6: Recente verstoring. Sterk zandige klei, 7,5YR5/3. Bevat modern materiaal, onder andere bierflessen
Zetten, Zetten-Zuid Appendix VII: Vondstenlijst Vondstnr
Categorie
Verzamelwijze
Type
Vorm
Aantal
Gewicht (gr.)
Datering
Datering (ABR)
Deselectie
1
KER
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
1
16,9
800 vC – 825 nC
1
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot, Indet. verbrand
4
9,8
Indet.
x
1
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot Indet.
2
21,1
Indet.
x
2
KER
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
2
11,7
800 vC – 825 nC
2
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot, Indet. verbrand
2
2,2
Indet.
x
2
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot Indet.
5
15,0
Indet.
x
3
KER
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
2
13,3
800 vC – 825 nC
3
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot, Indet. verbrand
2
1,6
Indet.
x
3
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot Indet
3
44,5
Indet.
x
3
SVU
Aanleg vlak
Verbrand
Indet.
1
9,9
Indet.
4
ODS
Aanleg vlak
Mollusk
Indet.
1
0,5
Indet.
5
KER
Coupe S1
Indet.
Indet.
2
18,0
800 vC – 825 nC
IJT – VME
IJT – VME
IJT – VME
x IJT – VME
Vondstnr
Categorie
Verzamelwijze
Type
6
KER
Aanleg vlak
Indet.
6
ODB
6
Vorm
Aantal
Gewicht (gr.)
Datering
Datering (ABR)
Deselectie
Indet.
1
2,0
800 vC – 825 nC IJT – VME
Aanleg vlak
Dierlijk bot, Indet. verbrand
2
1,7
Indet.
x
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot Indet.
1
27,9
Indet.
x
7
KER
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
1
6,8
800 vC – 825 nC IJT – VME
7
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot, Indet. verbrand
2
0,8
Indet.
8
KER
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
2
12,8
800 vC – 825 nC IJT – VME
9
KER
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
2
12,1
800 vC – 825 nC IJT – VME
9
XXX
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
2
13,8
Indet.
10
KER
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
2
9,8
800 vC – 825 nC IJT – VME
10
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot Indet.
4
104,7
Indet.
x
10
XXX
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
2
13,3
Indet.
x
11
ODS
Aanleg vlak
Mollusk
Indet.
2
2,5
Indet.
x
12
KER
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
2
6,4
800 vC – 825 nC IJT – VME
12
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot, Indet. verbrand
1
0,4
Indet.
x
12
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot Indet.
1
4,5
Indet.
x
12
XXX
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
3
24,4
Indet.
x
13
KER
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
3
13,6
800 vC – 825 nC IJT – VME
13
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot, Indet. verbrand
1
0,5
Indet.
x
13
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot Indet.
2
2,2
Indet.
x
14
SVU
Aanleg vlak
Klingfragm. Indet.
1
2,4
Indet.
x
x
Vondstnr
Categorie
Verzamelwijze
Type
15
KER
Coupe S3
Indet.
16
KER
Aanleg vlak
Indet.
16
ODB
16
Vorm
Aantal
Gewicht (gr.)
Datering
Datering (ABR)
Deselectie
Indet.
1
3,9
800 vC – 825 nC IJT – VME
Indet.
16
63,1
800 vC – 825 nC IJT – VME
Aanleg vlak
Dierlijk bot, Indet. verbrand
3
3,3
Indet.
x
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot Indet.
5
78,4
Indet.
x
17
KER
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
4
6,5
800 vC – 825 nC IJT – VME
17
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot, Indet. verbrand
1
3,9
Indet.
x
17
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot Indet.
2
6,9
Indet.
x
18
KER
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
2
4,2
800 vC – 825 nC IJT – VME
18
XXX
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
5
20,4
Indet.
x
19
ODS
Aanleg vlak
Mollusk
Indet.
1
4,4
Indet.
x
19
XXX
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
1
11,4
Indet.
x
20
KER
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
6
22,2
800 vC – 825 nC IJT – VME
20
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot, Indet. verbrand
2
1,5
Indet.
x
20
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot Indet.
10
38,4
Indet.
x
20
XXX
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
4
34,1
Indet.
x
20
SXX
Aanleg vlak
Zandsteen
Indet.
1
20,6
Indet.
x
21
KER
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
1
2,9
800 vC – 825 nC IJT – VME
21
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot Indet.
1
17,3
Indet.
22
KER
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
18
91,6
800 vC – 825 nC IJT – VME
22
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot, Indet. verbrand
2
1,1
Indet.
x x
Vondstnr
Categorie
Verzamelwijze
22
ODB
Aanleg vlak
23
KER
23
Type
Vorm
Aantal
Gewicht (gr.)
Dierlijk bot Indet.
5
426,3
Indet.
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
27
136,9
800 vC – 825 nC IJT – VME
ODB
Aanleg vlak
Dierlijk bot Indet.
7
34,4
Indet.
23
SVU
Aanleg vlak
Afslag
Indet.
1
2,3
Indet.
23
SXX
Aanleg vlak
Indet.
Indet.
1
143,1
Indet.
24
ODB
Coupe S5
Dierlijk bot Metacarpus, rund
1
140,6
Indet.
25
XXX
Coupe S7
Indet.
1
5,3
Indet.
Indet.
Datering
Datering (ABR)
Deselectie x x x