25-01-14.09 Bijlage 4: Arbeidsmigranten in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen
Tekst van het document
ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES
Arbeidsmigranten in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Datum Versie Projectteam Decisio Projectteam Companen
20 februari 2024 Eindrapport Suzanne Steegman Simone Vos Bram Klouwen Iris Voncken
In opdracht van
Samenvatting
Naar inhoudsopgave 2
Samenvatting Aanleiding, vraagstelling en aanpak Aanleiding De gemeenten in de Groene Metropoolregio (GMR) zoeken samenwerking met elkaar rond het thema arbeidsmigratie. De huisvesting voor arbeidsmigranten lijkt namelijk geen gelijke trend te houden met de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de Groene Metropoolregio. De regio probeert zicht te krijgen op de omvang en de aard van dit vraagstuk. Dit inzicht moet bijdragen aan een bredere beleving van de urgentie. Vraagstelling In dit onderzoek wordt er eerst naar de economische kant van het vraagstuk gekeken waarbij de volgende hoofdvraag wordt beantwoord: Hoeveel arbeidsmigranten werken in de Groene Metropoolregio? Daarbij wordt er een verdiepende slag geslagen door te kijken naar de sectoren waarin arbeidsmigranten werken, op welke locaties, belangrijkste kenmerken en seizoenspieken. Daarna wordt er gekeken naar de woonsituatie in de Groene Metropoolregio, waarbij de volgende, tweede hoofdvraag wordt beantwoord: Hoeveel arbeidsmigranten wonen in de gemeenten van de Groene Metropoolregio? Hierbij is er een verbijzondering naar verblijfsduur en registratie van migranten. Ook wordt er in dit hoofdstuk gekeken naar de woonwerkbalans. Tot slot verdiepen we ons in de huisvestingsbehoeften van de arbeidsmigranten in de Groene Metropoolregio.
Aanpak Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van de database van Decisio: de Monitor Internationals. Deze data is gebaseerd op CBS Microdata. De informatie uit de Monitor Internationals is aangevuld met PWE-data, bureaustudie, informatie uit een enquête onder gemeenten en interviews met uitzendbureaus. Resultaten Economische situatie In 2021 werkten er in de GMR 17.900 arbeidsmigranten. Dit is bijna een verdubbeling ten opzichte van het aantal in 2010, met een gemiddelde jaarlijkse groei van 5 procent. De ontwikkeling van het aantal arbeidsmigranten in de GMR is ongeveer gelijk aan die van de
provincie Gelderland en het landelijk niveau tussen 2010 en 2021. De sectoren waarin de meeste arbeidsmigranten werkzaam zijn binnen de Groene Metropoolregio zijn handel en logistiek, industrie en zakelijke dienstverlening (zoals schoonmaak). Daarnaast zien we dat binnen de sector landbouw, bosbouw en visserij een relatief groot deel van de werkgelegenheid wordt ingevuld door arbeidsmigranten (37 procent). Publieke dienstverlening en gezondheids- en welzijnszorg hebben een relatief laag deel arbeidsmigrant (1 procent). In de Groene Metropoolregio is er in deze sectoren beperkt sprake van seizoenspieken, kijkend naar het aantal werkende arbeidsmigranten per maand. Dit komt omdat er een steeds groter deel van de arbeidsmigranten ook buiten het hoogseizoen wordt ingezet. Als we kijken naar de verschillende gemeenten binnen de GMR zien we dat Arnhem, Nijmegen en Montferland de belangrijkste werkgemeenten voor arbeidsmigranten zijn. In deze gemeenten tezamen werken tussen de 10.000 en 11.300 arbeidsmigranten, wat neerkomt op bijna twee derde van het totaal aantal binnen de GMR. Als het aantal banen per gemeente vergeleken wordt met het aantal arbeidsmigranten in deze gemeente springen Montferland (16%), Lingewaard (9%) en Overbetuwe (7%) eruit.
De gemeenten die binnen de Groene Metropoolregio de grootste groei in het aantal arbeidsmigranten hebben meegemaakt tussen 2010 en 2021 zijn Berg en Dal (31%), in absolute aantallen gaat dit echter om een klein aantal, Montferland (20%) en Lingewaard (13%). Voor een beeld van de toekomst hebben we een prognose opgesteld. Uit de prognosescenario’s blijkt voor de Groene Metropoolregio dat het aantal werkende arbeidsmigranten de komende jaren blijft toenemen tot een populatie van naar schatting 29.500 tot 33.500 arbeidsmigranten tot 2030. Dit gaat om een jaarlijkse groei binnen een bandbreedte van 5 tot 7 procent. Vooral het cluster handel en logistiek lijkt hierin belangrijk om rekening mee te houden, als een van de sectoren waarin de vraag groeit. Woonsituatie In 2021 woonden 8.625 geregistreerde arbeidsmigranten In de Groene Metropoolregio. In 2010 was dit nog 4.550, wat betekent dat er tussen 2010 en 2021 een gemiddelde jaarlijkse groei was van 6 procent. Vooral rondom Arnhem en Nijmegen zien we relatief ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES veel geregistreerde arbeidsmigranten. Naast de geregistreerde arbeidsmigranten zijn er 3
ruim 9.100 niet geregistreerde arbeidsmigranten. Het aantal geregistreerde en nietgeregistreerde arbeidsmigranten samen komt op een totaal van 17.800 arbeidsmigranten. Van de 13.300 short- en mid-stay-verblijvende migranten is van ongeveer (slechts) 2.600 wooneenheden de huisvestingslocatie in beeld; van 11.000 mensen dus niet. Daarbij zijn er een beperkt aantal grootschalige huisvestingslocaties aanwezig in de regio. Binnen de Groene Metropoolregio zijn Arnhem en Nijmegen de belangrijkste woongemeenten (geregistreerd en niet-geregistreerd). In totaal wonen in deze gemeenten 10.600 arbeidsmigranten. Andere gemeenten waar veel arbeidsmigranten wonen zijn: Rheden, Zevenaar, Montferland en Lingewaard. Gemeenten met het minst aantal wonende arbeidsmigranten zijn Rozendaal, Mook en Middelaar, Doesburg en Westervoort. Kijkend naar de woonwerkbalans, dan zien we dat 61 procent van de geregistreerde arbeidsmigranten woont en werkt in de Groene Metropoolregio. Arbeidsmigranten die in de Groene Metropoolregio wonen maar buiten de regio werken, werken vooral in de aangrenzende provincies als Noord-Brabant, Utrecht en Overijssel; maar ook in NoordHolland. Andersom is er vooral inkomende pendel vanuit Duitsland. Er zijn circa 5.000 arbeidsmigranten die in Duitsland wonen, en werken in de Groene Metropoolregio. Op kleinere schaal is er ook inkomende pendel uit de omliggende provincies.
Huisvestingsbehoefte Slechts ongeveer 50% van de arbeidsmigranten die in de regio wonen, is ook geregistreerd als wonend in de regio. Voor het bepalen van de huisvestingsbehoefte kijken we niet alleen naar de geregistreerde arbeidsmigranten, maar ook naar de schatting van de mensen die niet geregistreerd zijn. Het geschat aantal van ongeveer 17.800 arbeidsmigranten in de regio (geregistreerd en niet-geregistreerd) groeit naar verwachting naar 29.500 tot 33.500 in 2030. Met deze ontwikkeling wordt de verwachte werkgelegenheidsontwikkeling voor arbeidsmigranten in de regio gevolgd. Deze groei is in zekere mate onzeker en afhankelijk van de economische ontwikkeling en bijvoorbeeld verdere automatisering / robotisering waardoor werkgelegenheid wordt vervangen. De groei van de werkgelegenheid voor arbeidsmigranten doen zich met name voor bij regionale werklocaties als knooppunt Nijmegen en knooppunt EMZ. De afhankelijkheid van inzet van arbeidsmigranten is groot en wordt nog groter. Dit vraagt dat in de regio meer passende huisvesting beschikbaar komt.
De huisvestingsbehoefte groeit tot 2030 met 11.700 tot 15.700 plekken. Hiervan zijn 8.700 tot 11.700 plekken nodig voor migranten die korter dan drie jaar in Nederland wonen (short- en mid-stay). Voor mensen die permanent in Nederland blijven (long-stay) gaat het om 3.000 tot 4.100 reguliere woningen; deze reguliere woningen zijn onderdeel van de reguliere woningbehoefte en dus de woondealafspraken. Als we naar de clusters kijken zien we een huisvestingsbehoefte van totaal 4.200-5.700 plekken voor het logistieke cluster Knooppunt Nijmegen, 2.100-2.900 plekken voor het logistieke knooppunt EMZ, 2.520-3.380 plekken voor het cluster rondom zakelijke dienstverlening in Arnhem, 900-1.200 plekken voor het agrarische cluster in Lingewaard en 650-850 plekken voor het logistieke en industriële cluster in Duiven. Naast de groei van huisvesting is ook voor de huidige in de regio werkzame arbeidsmigranten betere huisvesting nodig. Voor liefst zo'n 11.000 arbeidsmigranten die voor korte of middellange termijn in de regio verblijven is de huidige huisvestingssituatie niet in beeld. Het onttrekt zich aan de waarneming van de overheid. Dit heeft als risico dat de plekken waar zij wonen niet voldoen aan gangbare huisvestingsnormen en door huisvesting in kamers in woonwijken verdringing van regulier woningzoekenden.
Dat is ongewenst gelet op de bestaande druk op de woningmarkt en potentiële overlast door 'overbewoning' in wijken. Dit vraagt derhalve ook voor de arbeidsmigranten die nu al in de regio werken meer en betere huisvestingsvoorzieningen. Dit kan worden gezien als een bestaand tekort, waarvoor op zo kort mogelijke termijn geschikte huisvesting gerealiseerd moet worden. en inzet is nodig om geschikte ontwikkellocaties, zoals groepsgebouwen, parken met chalets en nieuwbouw te identificeren om te voorzien in de behoefte. Dan gaat het dus om naar schatting 11.000 plekken om te verbeteren / toe te voegen. Daarnaast is betere registratie in de BRP en toepassing van instrumentarium uit de Wet goed verhuurderschap cruciaal om risico's van eventuele misstanden te voorkomen. Bij het realiseren van huisvesting voor arbeidsmigranten is het belangrijk te realiseren dat arbeidsmigranten steeds langer blijven, waarmee ook de gewenste kwaliteit van huisvesting toeneemt, met nadruk op de behoefte aan eigen woonplek en comfort.
ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 4
Conclusies en perspectief Voortdurende groei, maar weinig locaties en weinig zicht Uit het onderzoek blijkt dat arbeidsmigranten een steeds grotere en essentiële rol spelen in de regionale economie. De huidige trend wijst op een voortdurende groei van de inzet van arbeidsmigranten. Bij ongewijzigd economisch beleid zet dit door, waarbij dit ook afhankelijk is van bijvoorbeeld trends als automatisering. Van de 17.800 woonachtige arbeidsmigranten in de regio is van 11.000 arbeidsmigranten de exacte woonlocatie en de kwaliteit van de huisvesting onvoldoende inzichtelijk. Daarnaast zijn er weinig specifieke (grootschalige) huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten in de regio. Dit brengt risico's met zich mee, zoals uitbuiting, ongezonde en onveilige woonsituaties, en uiteindelijk bij slechte huisvesting een kwetsbare concurrentiepositie op de internationale arbeidsmarkt en daarmee een negatieve invloed op het vestigingsklimaat. Een regionale aanpak is nodig om van de nu al woonachtige ruim 11.000 arbeidsmigranten de huisvesting inzichtelijk te krijgen, dan wel te verbeteren. Deze aanpak moet niet alleen gericht zijn op kwantiteit, maar ook op kwaliteit, zoals aangegeven door de normen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF) of Commissie Roemer. Dit is cruciaal om zowel de economische belangen als de leefomstandigheden van arbeidsmigranten in de hele regio te waarborgen.
Naast adequate huisvesting voor de huidige arbeidsmigranten in de regio, is ook toevoeging nodig voor nieuwe werknemers. Dan gaat het naar verwachting om 11.700 tot 15.700 plekken in de regio. Potentiële oplossingsrichtingen
Mogelijke ontwikkellocaties Er zullen grootschalige woningbouwlocaties bij moeten komen, als alternatief voor de huidige mogelijk incourante huisvesting. Met andere woorden: eerst een alternatief bieden aan migranten voordat gemeenten handhavend optreden bij ongewenste situaties. Te denken is aan toevoeging van groepsgebouwen, zoals in Zevenaar, of parken met chalets, zoals het woonpark in Lingewaard. Groepsgebouwen lijken het meest geschikt bij de regionale grootschalige werklocaties, zoals in de logistieke sector rondom stedelijke
gebieden. Deze accommodaties kunnen gerealiseerd worden door transformaties van voormalige kantoorpanden of specifieke voorzieningen nabij deze werklocaties. Het is daarom van belang dat kansrijke locaties in kaart worden gebracht. Voor arbeidsmigranten die werkzaam zijn in de agrarische sector en vaak bij het bedrijf zelf worden gehuisvest, kan overwogen worden nabij agrarische bedrijven specifieke (grootschalige) locaties voor arbeidsmigranten te ontwikkelen. Dit draagt bij aan het zicht op de huisvesting. Registratiegraad verbeteren De registratie in de regio is momenteel 50%. Redenen voor een lage mutatiegraad zijn kortdurend verblijf, de angst voor het verlies van opgebouwde (sociale) rechten, zoals pensioen in het land van herkomst. Arbeidsmigranten kunnen ook door een locatie-eigenaar gehinderd worden bij het inschrijven op specifieke locaties, zelfs als ze dat wel zouden willen. Een onvoldoende registratie leidt tot een gebrek aan inzicht in de aard en omvang van de huisvestingssituatie. Dit kan resulteren in huisvesting aan de randen van de woningmarkt en in onveilige of ongezonde woonsituaties, waardoor "verkeerde huisvesters" vrij spel krijgen. De genoemde redenen benadrukken de noodzaak van een intensievere inspanning om een striktere registratie in de Basisregistratie Personen (BRP) te bevorderen.
Wet goed verhuurderschap Sinds 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap van kracht. Deze wet bevat algemene regels voor goed verhuurderschap, zowel voor reguliere woningzoekenden als voor arbeidsmigranten. Gemeenten zijn tevens verplicht een meldpunt in te stellen waar klachten kunnen worden gemeld over ongepast verhuurgedrag. Wat betreft de voorschriften voor arbeidsmigranten is het de bedoeling dat tijdens informatieverstrekking aan deze groep hun eigen taal of een gangbare taal wordt gebruikt, en dat het opstellen van integrale contracten (werk en wonen) niet langer is toegestaan. Daarnaast hebben gemeenten de mogelijkheid om een verhuurvergunning in te voeren voor woon- of verblijfsruimte, waarbij de laatste specifiek gericht is op verhuur aan arbeidsmigranten. Het doel hiervan is de arbeidsmigrant te beschermen tegen verwaarloosde huisvesting, ontoereikende voorzieningen, gebrek aan privacy of exorbitante huurprijzen. Tevens kan de gemeente sturen op naleving van normen of keurmerken zoals SNF of AKF. Deze wet biedt daarmee mogelijkheden om de huisvesting van arbeidsmigranten teEN ADVIES ECONOMISCH ONDERZOEK verbeteren. De regio kan actief bijdragen aan gezamenlijke implementatie van deze wet. 5
Inhoudsopgave
ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 6
HOOFDSTUK 1
Inleiding Terug naar inhoudsopgave 7
Inleiding Aanleiding De gemeenten in de Groene Metropoolregio zoeken samenwerking met elkaar rond het thema arbeidsmigratie. De inzet van arbeidsmigranten is belangrijk voor de regionale economie. In het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) is een aantal regionaaleconomische ontwikkelingen beschreven. Hieruit blijkt dat er binnen de werkmilieus van agrifood, logistiek en de (maak)industrieel rekening wordt gehouden met een arbeidspotentieel van praktisch en middelbaar opgeleid personeel. Bij veel van de grote werklocaties binnen deze werkmilieus werken ook veel arbeidsmigranten. De huisvesting voor arbeidsmigranten lijkt geen gelijke trend te houden met de ontwikkeling van de werkgelegenheid rond deze locaties. De regio probeert zicht te krijgen op de omvang en de aard van dit vraagstuk. Dit inzicht moet bijdragen aan een bredere beleving van de urgentie. Vraagstelling In dit onderzoek beantwoorden we de volgende vragen: Economie 1. Hoeveel arbeidsmigranten werken in de Groene Metropoolregio? a) In welke sectoren en op welke locaties (zoals rond XXL-logistiek en de agrarische sector)? b) In welke mate is de inzet van arbeidsmigranten in die sectoren seizoensgebonden? c) Wat is de woon-werkbalans tussen de regio met omliggende regio’s, met accenten per gemeente? Wonen
1. Hoeveel arbeidsmigranten wonen in de gemeenten van de Groene Metropoolregio, met een verbijzondering naar: a) Verblijfsduur (short-, mid- en longstay) en daaraan gekoppeld de aard van de woonplekken b) Registratie van migranten c) Het land van herkomst
2. Verder is er verdiepend inzicht gewenst in de huisvestingsbehoefte van arbeidsmigranten (huidige mismatch en toekomstige mismatch).
Aanpak Decisio en Companen voerden een onderzoek uit naar de huisvesting van arbeidsmigranten in de Groene Metropoolregio. Daarvoor is gebruik gemaakt van data van de Decisio’s Monitor Internationals, zie daarvoor onderstaand tekstkader. De informatie uit de Monitor Internationals is aangevuld met bureaustudie, informatie uit een enquête onder gemeenten en interviews met uitzendbureaus. Meer informatie over de gehanteerde begrippen is terug te vinden in de bijlage. Het tekstkader op pagina 14 gaat in op hoe de populatie arbeidsmigranten zich verhoudt tot de totale doelgroep internationale werknemers. Cijfers arbeidsmigranten op basis van CBS Microdata Het CBS geeft geaccrediteerde organisaties toegang tot de databestanden op basis waarvan het CBS haar statistieken opstelt (de zogenaamde ‘CBS Microdata’). Decisio heeft toegang tot CBS Microdata en gebruikt dit om de ‘Monitor internationale werknemers’ op te stellen op basis van
diverse uitgangspunten, waaronder: De werknemer werkt in Nederland De werknemer heeft de buitenlandse nationaliteit (oftewel: geen Nederlandse nationaliteit) De werknemer verdient een inkomen uit ‘actieve arbeid’. Oftewel, internationale werknemers zijn niet in de monitor opgenomen wanneer zij bijvoorbeeld een uitkering ontvangen, of werkloos zijn. Binnen deze monitor zoomen we onder meer specifiek in op de arbeidsmigranten. Voor de monitor koppelt Decisio binnen CBS Microdata arbeidscontract-informatie van arbeidsmigranten in Nederland aan diverse persoonsgegevens. Op gemeenteniveau en (deels) op postcodeniveau geeft de monitor vervolgens onder meer inzicht in het aantal arbeidsmigranten dat in een regio woont en/of werkt, in welke sector zij werkzaam zijn, hoe lang zij in Nederland economisch actief zijn en het land van herkomst.
ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 8
HOOFDSTUK 2
Economische situatie Terug naar inhoudsopgave 9
Economische situatie Dit hoofdstuk beschrijft eerst de werkgelegenheidsstructuur in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR). Daarna gaan we in op de populatie arbeidsmigranten die in de GMR werkt. We kijken daarbij naar de (ontwikkeling in) aantallen, belangrijkste kenmerken, seizoenspieken en de verwachte ontwikkeling van de doelgroep tot 2030.
Twee op vijf banen GMR in de gezondheids- en welzijnszorg en handel en logistiek De werkgelegenheid in de GMR bestaat in 2021 in totaal uit bijna 400.000 banen. De meeste banen zijn in de sectoren gezondheids- en welzijnszorg (22%), handel en logistiek (21%) en publieke dienstverlening (16%). Dit zijn tevens ook de grootste groeisectoren in de regio, met 15%, 13% en 10% groei respectievelijk sinds 2010. Samen zijn deze drie sectoren goed voor bijna 60 procent van de werkgelegenheid in de regio. Als we kijken naar de landelijke werkgelegenheid per sector komen dezelfde sectoren naar voren. In 2021 is in Nederland de sector met de grootste werkgelegenheid handel en logistiek (19%), gevolgd door gezondheids-en welzijnszorg (16%) en zakelijke dienstverlening (15%)1.
Er is voor gekozen om in dit onderzoek data uit 2021 te gebruiken, in plaats van een recenter jaar, omdat het dan mogelijk is om deze data te vergelijken met de CBS Microdata. De CBS Microdata is namelijk beschikbaar tot 2021. Arnhem en Nijmegen verzorgen ruim helft aantal banen in de regio Tabel 2 geeft het aantal banen per gemeente weer. Hieruit blijkt dat de gemeenten Arnhem en Nijmegen meer dan de helft van het totaal aantal banen verzorgen binnen de regio. In elk van deze gemeenten gaat het om meer dan 100.000 banen. Andere belangrijke gemeenten voor de regionale werkgelegenheid zijn Overbetuwe, Wijchen, Duiven en Rheden. Elk van deze gemeenten telt ongeveer 5% van het totaal aantal banen in de regio.
Tabel 2 Werkgelegenheid: Aantal banen per gemeente in de Groene Metropoolregio, 2021 Tabel 1 Werkgelegenheid: Aantal banen per sector in de Groene Metropoolregio, 2021
Sector Gezondheids- en welzijnszorg Handel en logistiek Publieke dienstverlening Zakelijke dienstverlening Industrie Uitzendbureaus en detachering Bouwnijverheid Horeca Cultuur, sport en recreatie Landbouw, bosbouw en visserij Totaal
Aantal banen Aandeel sector op totaal 86.740 84.020 62.950 53.230 40.310 21.370 16.900 16.860 9.850 4.300 396.530
Bron: PWE-Gelderland (2022) Bron: LISA Regionale vestigingenregisters (2022)
22% 21% 16% 13% 10% 5% 4% 4% 2% 1% 100%
Gemeente
Aantal banen
Aandeel
Gemeente
Aantal banen Aandeel
Arnhem
110.840
28%
Berg en Dal
13.790
3%
Nijmegen
105.360
27%
Renkum
11.830
3%
Overbetuwe
22.050
6%
Beuningen
8.730
2%
Wijchen
18.640
5%
Druten
7.570
2%
Duiven
17.730
4%
Heumen
4.960
1%
Rheden
17.710
4%
Doesburg
3.780
1%
Zevenaar
17.460
4%
Westervoort
2.890
1%
Montferland
15.880
4%
Mook en Middelaar
2.070
1%
Lingewaard
14.860
4%
Rozendaal
380
0%
Bron: PWE-Gelderland (2022) Bron: LISA Regionale vestigingenregisters (2022) 1Bron: CBS Statline (2023)
ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 10
17.920 werkende arbeidsmigranten in de GMR Van de ruim 396.500 banen in de regio, werden in 2021 circa 17.900 ingevuld door arbeidsmigranten. Tussen 2010 en 2021 is het aantal in regio werkzame arbeidsmigranten bijna verdubbeld: een gemiddelde jaarlijkse groei van 5 procent. Er is een duidelijke link met de economische conjunctuur: in jaren van sterke economische groei, groeide ook het aantal arbeidsmigranten sterk. In 2020 neemt het aantal arbeidsmigranten af door de coronacrisis. In vrijwel alle sectoren daalde het aantal arbeidsmigranten na de eerste lockdown in maart 2020. In sommige sectoren was deze dip van korte duur (zoals de logistieke sector), in andere sectoren (bijvoorbeeld de export) heeft het langer geduurd2. In elk geval was er sprake van een tijdelijke daling: 2021 laat een herstel zien, waarbij het aantal weer bijna op het niveau van voor covid19 ligt. De ontwikkeling van het aantal arbeidsmigranten in de Groene Metropoolregio is ongeveer gelijk aan die van de provincie Gelderland en het landelijk niveau tussen 2010 en 2021 (zie ook Figuur 2 op pagina 10). De gemiddelde jaarlijkse groei van het aantal arbeidsmigranten tussen 2010 en 2021 ligt op provinciaal niveau (Gelderland) op 7 procent, op landelijk niveau 6 procent en in de Groene Metropoolregio ligt deze op 5 procent.
Op landelijk en provinciaal niveau daalde, net als in de Groene Metropoolregio, het aantal arbeidsmigranten tussen 2012 en 2013. Na 2015 is er alleen nog een stijging te zien in het aantal arbeidsmigranten, met name in 2017 en 2018. Deze stijging is het sterkst in Gelderland en de Groene Metropoolregio. Daarnaast is er bij alle drie de niveaus een tijdelijke daling te zien in 2020 vanwege de coronacrisis. Deze dip is het sterkst voor de Groene Metropoolregio. In de jaren hierna is er een beperkter herstel in de Groene Metropoolregio in vergelijking met Gelderland of het landelijk niveau. Deze verschillen zijn echter marginaal.
Vestiging van uitzendbureau en werklocatie In de CBS Microdata is de werklocatie van werknemers (zoals arbeidsmigranten) geregistreerd als
het adres van de werkgever. Voor arbeidsmigranten, die vaak via een uitzendbureau werken, komt het voor dat het werkadres van arbeidsmigranten elders is gelegen aangezien zij door het uitzendbureau tijdelijk bij een of meerdere werkgevers worden uitgezonden. Echter, dit daadwerkelijke werkadres is op basis van CBS Microdata niet bekend. Dit kan een licht vertekend beeld (onderschatting of overschatting) opleveren van het aantal arbeidsmigranten per werkgemeente. Via gesprekken met in de Groene Metropoolregio gevestigde uitzenders hebben we het aantal verder aangescherpt. Deze correctie is verwerkt in de cijfers. Figuur 1 Ontwikkeling aantal werkzame arbeidsmigranten Groene Metropoolregio, 2010 – 2021 25.000 19.650
20.000
15.000
20.330
17.920
12.750 10.120
10.990 10.500
10.000
14.440
10.990
+ 5%
8.590 8.700 9.170
per jaar
5.000
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Bron: Decisio (2023), op basis van CBS Microdata 2Bron: eerdere onderzoeken naar huisvesting arbeidsmigranten Decisio en Companen
ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 11
Figuur 2 Indexatie ontwikkeling aantal arbeidsmigranten in de Groene Metropoolregio, Gelderland en heel Nederland, 2010 – 2021. Basisjaar 2010 = 100
+ 7%
250
per jaar 200
+ 6%
▪
per jaar
150
+ 5% per jaar
100
▪
50 0 2010
2011
2012
Gelderland
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen
2019
2020
2021
Landelijk
Bron: Decisio (2023), op basis van CBS Microdata
Belangrijkste kenmerken doelgroep arbeidsmigranten In de bijlage zijn gegevens te vinden over de kenmerken van de groep arbeidsmigranten in de Groene Metropoolregio. In deze paragraaf geven we een opsomming van de belangrijkste kenmerken: ▪ Herkomst: circa twee derde van arbeidsmigranten is afkomstig uit Polen en Roemenië. Met name het aandeel arbeidsmigranten afkomstig uit Roemenië is in de afgelopen jaren toegenomen, tot 30 procent van de gehele populatie arbeidsmigranten. Dit valt op, omdat er in 2010 nog geen Roemenen in de Groene Metropoolregio werkten.
▪
Hoewel Polen nog steeds een belangrijk herkomstland is, is het voor uitzenders steeds moeilijker om arbeidsmigranten te werven als gevolg van een sterke economische groei in Polen in de afgelopen jaren. Daarom wordt voor de werving vaak uitgeweken naar andere MOE-landen. Bovendien is te zien dat in 2010 een groot deel van de arbeidsmigranten uit Duitsland afkomstig was (27 procent) en dat dit percentage afnam naar 4 procent in 2021. Geslacht: de man-vrouwverhouding van arbeidsmigranten binnen de Groene Metropoolregio is 66 tegenover 34 procent. Het aandeel vrouwen is gestegen sinds 2010. De man-vrouwverhouding was 70 tegenover 30 procent in 2010. Bedrijfssector: 60 procent van de arbeidsmigranten in de Groene Metropoolregio is werkzaam via een uitzendbureau. Uit gesprekken met deze uitzendbureaus komt naar voren dat de meeste van deze uitzenders hun werknemers voornamelijk uitzenden in de logistiek, vleessector en bouw. Als dit mee wordt genomen in de data zien we dat 1 op de 3 banen van alle arbeidsmigranten in de logistiek is. Daarnaast zijn er relatief veel arbeidsmigranten die werken in de industrie, zakelijke dienstverlening, landbouw en horeca. In de hieropvolgende sheets gaan we dieper in op het beeld binnen de regio. Inkomen: driekwart van de arbeidsmigranten verdient een inkomen tussen de 20 en 30 duizend euro per jaar.
Dat ligt onder het Nederlandse modale inkomen van 40 duizend euro per jaar1. Nog eens 17 procent verdient een inkomen tussen de 30 en 40 duizend euro. Door de inflatie neemt het gemiddelde inkomen toe ten opzichte van 2010.
ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 12
Werkgelegenheid per sector De sectoren waarin de meeste arbeidsmigranten binnen de Groene Metropoolregio werken, zijn handel en logistiek, industrie en zakelijke dienstverlening (zie ook Tabel 4). Voor de handel en logistiek geldt dat dit vooral geclusterd is op twee tot drie locaties in de regio (zie pagina 14). Arbeidsmigranten die werkzaam zijn in de zakelijke dienstverlening werken vooral in Arnhem en omgeving. Voor de arbeidsmigranten werkzaam in andere sectoren geldt dat deze meer verspreid zijn over de GMR. Daarnaast is er in figuur 4 te zien dat binnen de sector landbouw, bosbouw en visserij een relatief groot deel van de werkgelegenheid wordt ingevuld door arbeidsmigranten (37 procent). Dat is dus ruim 1 op de 3 banen. Publieke dienstverlening en gezondheids- en welzijnszorg hebben een relatief laag aandeel arbeidsmigranten. Hier wordt maar 1 procent van de werkgelegenheid ingevuld door een arbeidsmigrant.
Figuur 4: Werkgelegenheid: Het aandeel banen die ingevuld worden door arbeidsmigranten, per sector, 2021 40%
37%
35% 30% 25% 20% 15% 10% 5%
9%
8%
7%
5%
4%
3%
1%
1%
0%
Tabel 4 Werkgelegenheid: Aantal arbeidsmigranten per sector in de Groene Metropoolregio, 2021
Sector
Indicatieve inzet arbeidsmigranten
Handel en logistiek
6.000-7.400
Industrie
2.600-3.200
Zakelijke dienstverlening
1.900-2.400
Landbouw, bosbouw en visserij
1.400-1.800
Horeca
1.400-1.700
Gezondheids- en welzijnszorg
800-1.000
Publieke dienstverlening
700-900
Bouwnijverheid
700-900
Cultuur, sport en recreatie
200-300
Bron: PWE-Gelderland (2022), Decisio (2023) en Companen (2023)
Bron: PWE-Gelderland (2022), Decisio (2023) en Companen (2023)
De meeste arbeidsmigranten werken in de handel en logistiek, industrie en zakelijke dienstverlening
ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 13
Beperkt sprake van seizoenspieken in de Groene Metropoolregio In de Groene Metropoolregio is er beperkt sprake van seizoenspieken als we kijken naar het aantal werkende arbeidsmigranten per maand (zie ook Figuur 5). Dit komt omdat er een relatief laag aandeel arbeidsmigranten in seizoensgebonden sectoren werken zoals landbouw, bosbouw en visserij (zie Tabel 4 op pagina 13). Daarnaast geldt dat voor de seizoensgebonden sectoren zoals landbouw een steeds groter deel van de arbeidsmigranten ook buiten het hoogseizoen wordt ingezet. Het gehele jaar worden gewassen geoogst, zoals in de gemeente Lingewaard. Hierdoor blijft het aantal arbeidsmigranten door het jaar heen stabieler. Vanuit gesprekken met uitzenders en gemeenten wordt bevestigd dat arbeidsmigranten steeds vaker voor langere periode gedurende het jaar in Nederland blijven.
Het aantal arbeidsmigranten dat in de GMR werkt is door het jaar heen stabiel: er is beperkt sprake van
seizoenspieken Figuur 5 Seizoenspieken: Aantal arbeidsmigranten werkzaam in de Groene Metropoolregio per maand voor de jaren 2019 en 2021 18.000 16.000
Hoe verhoudt de groep arbeidsmigranten zich tot de totale groep internationale werknemers?
14.000
Binnen de totale groep internationale werknemers maken we
12.000
onderscheid tussen internationale kenniswerkers en arbeidsmigranten. In figuur 3 is weergegeven hoe de groep arbeidsmigranten zich verhoudt tot de groep
10.000
23%
8.000
kenniswerkers in de Groene Metropoolregio in 2021. Van
6.000
de in totaal 23,315 internationale werknemers in de
4.000
Groene Metropoolregio in 2021, is 77 procent
2.000
arbeidsmigrant (17.920) en 23 procent kenniswerker (5.395). In 2010 was het percentage arbeidsmigranten 70 procent en het percentage kenniswerkers 30 procent. Verreweg het grootste deel van de internationale werknemers is
dus arbeidsmigrant, en dit aandeel neemt ook in omvang toe.
77%
0 jan
feb
mrt
apr
mei
jun 2019
jul
aug
sep
okt
nov
dec
2021
Bron: PWE-Gelderland (2022) en Decisio (2023) ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 14
Figuur 3 Aantal werkzame arbeidsmigranten per gemeente in de Groene Metropoolregio, 2021
Bron: Companen (2023) en Decisio (2023)
ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 15
Tabel 3 Werkgelegenheid: Aandeel arbeidsmigranten per gemeente in de Groene Metropoolregio, 2021
Aantal banen
Banen ingevuld door Arbeidsmigranten (indicatief)
Aandeel arbeidsmigranten
Jaarlijkse groei 2010-2021
Arnhem
110.840
3.910 – 4.360
4%
5%
Berg en Dal
13.790
260 – 380
2%
31%
Beuningen
8.730
360 – 440
5%
-4%
Doesburg
3.780
nihil
0%
-2%
Druten
7.570
60 - 160
1%
8%
Duiven
17.730
840 – 1.080
5%
3%
Heumen
4.960
160 - 190
4%
-7%
Lingewaard
14.860
1.090 – 1.610
9%
13%
Montferland
15.880
2.380 – 2.740
16%
20%
Mook en Middelaar
2.070
130 - 160
7%
8%
Nijmegen
105.360
3.700 – 4.200
4%
5%
Overbetuwe
22.050
1.460 – 1.650
7%
-6%
Renkum
11.830
140 - 280
2%
-2%
Rheden
17.710
440 - 560
3%
7%
Rozendaal
380
nihil
0%
0%
Westervoort
2.890
100 - 120
4%
-7%
Wijchen
18.640
720 - 820
4%
2%
Zevenaar
17.460
620 – 700
4%
-9%
Totaal
396.530
15.700 – 19.500
4%
4%
Bron: PWE-Gelderland (2022) en Decisio (2023)
Arnhem, Nijmegen en Montferland belangrijkste werkgemeenten voor arbeidsmigranten Binnen de Groene Metropoolregio zijn Arnhem, Nijmegen en Montferland de belangrijkste werkgemeenten voor arbeidsmigranten. Opgeteld werken binnen deze gemeenten tussen de 9.990 en 11.300 arbeidsmigranten; goed voor bijna twee derde op het totaal aantal binnen de Groene Metropoolregio. De cijfers over het aantal arbeidsmigranten verschillen nogal per gemeente. In een gemeente als Doesburg zien we dat het aantal werkzame arbeidsmigranten nihil is. Met de haven en een transportbedrijf is enige inzet van arbeidsmigranten ook in deze stad te verwachten. Dit blijkt niet uit de cijfers. Dit komt bijvoorbeeld door inzet van chauffeurs via buitenlandse uitzendbureaus. De gemeenten waar het aantal arbeidsmigranten het sterkst groeide tussen 2010 en 2021 zijn Berg en Dal (31%), Montferland (20%) en Lingewaard (13%). Ten opzichte van het aantal banen, werken in Montferland (16%), Lingewaard (9%) en Overbetuwe (7%) relatief veel arbeidsmigranten (zie ook Tabel 3). In Montferland kan dit verklaard worden door het aanwezige logistieke cluster. In Lingewaard werken migranten in de kassen en in Overbetuwe in Park15.
Dit sluit aan bij de aanwezige werkgelegenheidsclusters binnen de GMR: het logistieke cluster knooppunt EMZ Emmerich (D), Montferland en Zevenaar (3.000-3.400 banen) en het logistiek cluster Nijmegen en omgeving (5.880-6.670 banen). Ook rond Arnhem zijn er veel banen voor arbeidsmigranten (4.100 banen voornamelijk in zakelijke dienstverlening; schoonmaak) en bij Duiven (950 banen vooral in logistiek en industrie). ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 16
Prognose tot 2030 Op basis van de historische ontwikkeling in de economie en het aantal arbeidsmigranten in de Groene Metropoolregio zijn prognoses opgesteld van de te verwachten ontwikkeling tot 2030. In onderstaand kader geven we een korte toelichting op de methodiek. Achtergrond prognose De prognose is gebaseerd op bestaande regionale prognoses van het aantal werkzame personen (bron: WLO-scenario’s van CPB/PBL) en de beroepsbevolking zonder migratieachtergrond (bron:
De prognose is een indicatieve raming die zo beleidsarm mogelijk is: het gaat uit van een ‘natuurlijke’ economische groei op de lange termijn, die aansluit bij de regionale ramingen van het CPB/PBL. Factoren die hier niet in meegenomen zijn, maar wel meespelen zijn onder andere vestiging of vertrek van bedrijven of organisaties, net als het wel of juist niet faciliteren van huisvesting. Als we puur kijken naar de vraag naar arbeidsmigranten, dan neemt deze toe tot 2030. Dat betekent dat ook het huisvestingsvraagstuk de komende jaren zal blijven spelen.
CBS). Door deze prognoses aan elkaar te ‘matchen’ ontstaat het verschil tussen het aantal
Prognose: aantal arbeidsmigranten neemt naar verwachting toe met 5 tot 7 procent per jaar
werkzame personen in 2030 en het aantal personen (zonder migratieachtergrond) dat daarvoor beschikbaar is. Het verschil tussen het aantal werkzame personen en de beroepsbevolking zonder migratieachtergrond geeft een indicatie van het aantal internationale werknemers dat nodig is om
aan de toekomstige vraag naar werknemers te voldoen. Deze benadering houdt rekening met demografische factoren als vergrijzing, maar ook van verstedelijkingstrends en economische ontwikkeling.
Prognose: 29.500 tot 33.500 arbeidsmigranten in 2030 Uit de prognosescenario’s blijkt voor de Groene Metropoolregio dat het aantal werkende arbeidsmigranten de komende jaren blijft toenemen tot een populatie van naar schatting 29.500 tot 33.500 arbeidsmigranten. Dit gaat om een jaarlijkse groei binnen een bandbreedte van 5 tot 7 procent. In welke sectoren de vraag naar arbeidsmigranten het sterkst zal groeien, is afhankelijk van verschillende economische en sociaaldemografische ontwikkelingen. Als we echter kijken naar de sectorale baanontwikkeling in de afgelopen jaren, dan groeide het aantal banen vooral in de handel en logistiek, gezondheids- en welzijnszorg en publieke dienstverlening. Met name de handel en logistiek is een van de regionale clusters waarin de Groene Metropoolregio veel arbeidsmigranten werkzaam zijn. In totaal wordt 8 procent van deze banen ingevuld door een arbeidsmigrant. Als de banengroei zich op dezelfde manier doorzet, dan zal dit ook een belangrijk cluster zijn waarin de vraag naar arbeidsmigranten toeneemt.
Figuur 6 Prognose verwachte ontwikkeling aantal werkende arbeidsmigranten Groene Metropoolregio 40.000
33.500
35.000 30.000
29.500
25.000 17.920
20.000 15.000 10.000
5.000 10.125 -
Werkelijke ontwikkeling
Trendscenario
Bron: Decisio (2023), op basis van CBS Microdata
Scenario 'laag'
Scenario 'hoog'
ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 17
HOOFDSTUK 3
Woonsituatie Terug naar inhoudsopgave 18
Woonsituatie Dit hoofdstuk geeft eerst een beschrijving over het totaal aantal wonende arbeidsmigranten in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR). Daarna wordt ingegaan op het aantal BRP-geregistreerde arbeidsmigranten om vervolgens te kijken naar het aantal nietgeregistreerde arbeidsmigranten in de GMR. We eindigen dit hoofdstuk met gegevens over bekende en onbekende huisvesting en de woon-werkrelaties binnen en buiten de GMR.
8.625 geregistreerde arbeidsmigranten
Geregistreerde en niet-geregistreerde arbeidsmigranten Het totaal aantal wonende arbeidsmigranten bestaat uit twee groepen: geregistreerde en nietgeregistreerde arbeidsmigranten. De geregistreerde groep bestaat uit personen die formeel zijn ingeschreven bij de gemeente, dat wil zeggen dat ze zijn opgenomen in de Basisregistratie Personen (BRP). Daartegenover staat een niet-geregistreerde groep, die niet formeel is opgenomen in de BRP en daardoor buiten het officiële zicht blijft. Geregistreerde arbeidsmigranten zijn goed in beeld. Deze zien we terug in Decisio’s database. Bij niet-geregistreerde arbeidsmigranten is het lastiger om nauwkeurige cijfers en diepgaand inzicht te verkrijgen in hun aantal en behoeften. Dit hoofdstuk belicht hoe beide aantallen tot stand komen. Over de grens: 5.000 woonachtige arbeidsmigranten Naast de arbeidsmigranten die op dit moment in de regio wonen, zijn er ook arbeidsmigranten die in de regio werken maar hier geen huisvesting kunnen vinden. Deze arbeidsmigranten wonen vaak in Duitsland, vlak over de grens. Op basis van inschatting van de Euregio blijkt dat er +/- 15.000 arbeidsmigranten in Duitsland wonen en in Nederland werken. Deze arbeidsmigranten werken voornamelijk in de drie grootste grensregio’s: Overijssel, Groene Metropoolregio en Limburg. Over het algemeen is het zicht op deze groep beperkt.
We gaan uit van een evenredige verdeling over de 3 regio’s, wat betekent dat er gemiddeld 5.000 mensen over de grens wonen en in de Groene Metropoolregio werken.
9.140 niet-geregistreerde arbeidsmigranten
17.800 arbeidsmigranten
ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 19
8.625 BRP-geregistreerde woonachtige arbeidsmigranten Uit BRP-registraties blijkt dat het aantal woonachtige geregistreerde arbeidsmigranten in de Groene Metropoolregio is gestegen van 4.550 in 2010 naar 8.625 in 2021 (Figuur 7). De gemiddelde groei per jaar was 6 procent. Deze groei is iets lager dan de groei in de provincie Gelderland of de rest van Nederland (Figuur 8). Zowel landelijk, provinciaal (Gelderland) als de GMR) is een constante stijging te zien van het aantal woonachtige arbeidsmigranten. Deze trend wijkt af van die van het aantal werkzame arbeidsmigranten (Figuur 2). Zo is de dip als gevolg van COVID-19 minder zichtbaar. Dit heeft te maken met het feit dat voornamelijk long-stay arbeidsmigranten geregistreerd staan. Deze groep is minder gevoelig voor een ‘externe shock’ als COVID-19. Daarnaast stijgt in de Groene Metropoolregio het aantal woonachtige arbeidsmigranten sterker vergeleken met de gemiddelde groei van het aantal werkzame arbeidsmigranten. Het aantal werkzame arbeidsmigranten blijft echter significant hoger dan het aantal BRPwoonachtige arbeidsmigranten. De lage registratie van woonachtige arbeidsmigranten komt vooral door migranten die korter dan een jaar blijven (60 procent), waarvan zelfs een deel kort dan 4 maanden. Voor die laatste groep is registratie niet verplicht .
Figuur 7 Aantal BRP-geregistreerd woonachtige arbeidsmigranten in de Groene Metropoolregio, 2010-2021 10000 9000 7000 5000
8070
2019
2020
8625
7185
8000 6000
8065
4550
4660
4515
2010
2011
2012
5045
5155
2013
2014
5550
5840
2015
2016
6445
4000 3000 2000 1000 0 2017
2018
2021
Bron: Decisio (2023), op basis van CBS Microdata Figuur 8 Indexatie aantal BRP-geregistreerd woonachtige arbeidsmigranten in de Groene Metropoolregio, Gelderland en heel Nederland, 2010 – 2021. Basisjaar 2010 = 100 250
Woonadres arbeidsmigrant vaak onbekend: registratiegraad Het komt voor dat het woonadres van een arbeidsmigrant niet bekend is via de CBS Microdata. Dat kan meerdere redenen hebben. Bijvoorbeeld doordat de arbeidsmigrant, bij seizoensgebonden arbeid, minder dan
200 150
vier maanden in Nederland verblijft en zich niet bij de gemeente inschrijft (dat is ook geen wettelijke plicht). Of het kan voorkomen dat de arbeidsmigrant onbekend is met het proces van inschrijving en/of zich niet wil
100
inschrijven vanwege de angst voor het verliezen van rechten in het land van herkomst. Het aantal geregistreerde arbeidsmigranten via de CBS Microdata is dus waarschijnlijk een onderschatting van het daadwerkelijke aantal
50
arbeidsmigranten. Dit beeld wordt bevestigd door gemeenten in de regio. Ook geven zij aan dat inschrijving van arbeidsmigranten niet altijd consequent gebeurd.
0 2010
2011
2012
2013
2014
2015
Gelderland
Bron: Decisio (2023), op basis van CBS Microdata
2016 GMR
2017
2018
2019
2020
2021
Landelijk ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 20
Figuur 9 Aantal BRP-geregistreerde arbeidsmigranten per gemeente in de Groene Metropoolregio, 2021
Spreiding binnen de regio en binnen gemeenten Binnen de regio vallen een paar gebieden op wat betreft het aantal geregistreerde arbeidsmigranten. Vooral rondom Arnhem en Nijmegen zien we verschillende gebieden die donkerder van kleur zijn. De landelijke gebieden zijn lichter gekleurd, wat aangeeft dat hier weinig of geen arbeidsmigranten geregistreerd staan. De meeste arbeidsmigranten staan ingeschreven in de volgende gebieden: Gemeente Montferland
Gebied 's-Heerenberg
Arnhem
Arnhemse Broek Presikhaaf Malburgen
Nijmegen Wijchen
Dukenburg Lindenholt Zuiderdreef
Druten
Druten
Duiven
Bedrijventerrein Buitengebied Duiven-Noord
Bron: Decisio (2023), op basis van CBS Microdata
ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 21
17.800 woonachtige arbeidsmigranten in de Groene Metropoolregio Inclusief niet-geregistreerden: 17.800 woonachtige arbeidsmigranten Niet-geregistreerde arbeidsmigranten staan niet in registers, waardoor het moeilijker is om hier een duidelijk beeld van te krijgen. Het zicht op het aantal woonachtige arbeidsmigranten per gemeente varieert, zo blijkt uit de vragenlijst die is uitgezet onder gemeenten. Sommige gemeenten hebben er goed zicht op, andere gemeenten hanteren de cijfers van een vorig onderzoek. Bovendien zijn er ook meerdere gemeenten die geen inschatting kunnen maken van het aantal arbeidsmigranten. Voor alle gemeenten schatten we op basis van de verkregen informatie een registratiegraad. De landelijke registratiegraad ligt rond de 50%. Voor de gemeenten die hebben aangegeven dat er een klein deel van het totaal aantal arbeidsmigranten zich registreert, stellen we dit percentage bij naar beneden. Voor de gemeenten die aangaven dat er in hun gemeente een groter deel van de arbeidsmigranten zich registreert, stellen we dit percentage bij naar boven. Registratiegraden variëren tussen de 40% en 75%. Zo komen we tot 17.800 wonende arbeidsmigranten in de regio .
Figuur 10 Aantal geregistreerde en niet-geregistreerde arbeidsmigranten in de GMR in 2021
Verblijfsduur Van de geregistreerde arbeidsmigranten in de regio woont ongeveer 92% langer dan 6 maanden in de regio. Circa 52% procent woont er langer dan drie jaar. Bij niet-geregistreerden verblijft het grootste deel kortdurend in de regio. Dit leidt tot de taxatie dat 55% van de arbeidsmigranten korter dan 6 maanden, 20% tussen de 6 maanden en 3 jaar en 25% langer dan 3 jaar in de regio woont. Tabel 8 Verdeling short-, mid- en long-stay inclusief niet-geregistreerden Short stay (< 6 maanden)
Mid stay (6 maanden tot 3 jaar)
Long stay (> 3 jaar)
55%
20%
25%
Bron: Decisio (2023) met bewerking Companen (2023)
Bron: Companen en Decisio (2023) ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 22
Tabel 5 Aantal BRP-geregistreerde arbeidsmigranten, registratiegraad en schatting wonende arbeidsmigranten per gemeente in de Groene Metropoolregio, 2021
BRP-registraties
Registratiegraad
Schatting wonende arbeidsmigranten
2.925
50%
5.850
Berg en Dal
285
75%
380
Beuningen
145
40%
360
Doesburg
90
40%
230
Druten
235
60%
390
Duiven
155
40%
390
Heumen
105
40%
260
Lingewaard
275
40%
690
Montferland
345
40%
860
Mook en Middelaar
45
50%
90
Nijmegen
2.350
50%
4.700
Overbetuwe
270
60%
450
Renkum
190
60%
320
Rheden
425
40%
1.060
Rozendaal
nihil
Westervoort
110
40%
280
Wijchen
285
60%
480
Zevenaar
390
40%
980
Totaal
8.625
Arnhem
Bron: Decisio (2023), op basis van CBS Microdata en Companen (2023)
Woonsituatie per gemeente Binnen de Groene Metropoolregio zijn Arnhem en Nijmegen de belangrijkste woongemeenten voor arbeidsmigranten (zie ook Tabel 5). In totaal wonen in deze gemeenten 10.560 arbeidsmigranten; goed voor bijna 60 procent op het totaal aantal binnen de Groene Metropoolregio. Deze uitkomsten zijn te verklaren door de omvang van deze gemeenten. Andere gemeenten waar naar verwachting veel arbeidsmigranten wonen zijn: Rheden, Zevenaar, Montferland en Lingewaard. Gemeenten met het minst aantal wonende arbeidsmigranten zijn Rozendaal, Mook en Middelaar, Doesburg en Westervoort. Wanneer we dit vergelijken met Tabel 2 en 3, zien we dat deze gemeenten ook het minst aantal banen en werkende arbeidsmigranten hebben vergeleken met de rest van de regio.
Nihil
17.800 ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 23
100
100 400
10
10 20
20 185 50 5 20
300 275 50
200 50
50 5
5
15
445
410
635
410
575
105
Totaal
200
Overige locaties
80
Bij boerderijen / in het buitengebied
30
Op specifiek bestemde locaties (bijv. campus of woonpark)
In bedrijfsgebouwen / op bedrijventerreinen
30 350 20
Op recreatieparken / in recreatiewoningen
In reguliere woningen in een woonwijk (onzelfstandig)
Montferland Rheden Wijchen Zevenaar Berg en Dal Overbetuwe Druten Heumen Renkum Doesburg Lingewaard Beuningen Duiven Westervoort Nijmegen Arnhem Totaal
In reguliere woningen in een woonwijk (zelfstandig)
Gemeente
Tabel 6 Bekend aantal plekken in verschillende type huisvesting voor arbeidsmigranten per gemeente in de Groene Metropoolregio, 2023
640 625 280 400 230 185 170 20 30 25 15 0 0 0 0 0 0 20 2.600
Bron: Companen (2023), op basis van vragenlijst onder gemeenten (momentopname)
Bekende en onbekende huisvesting De exacte woonsituatie van deze 17.800 arbeidsmigranten is heel beperkt in beeld. In de enquête is aan gemeenten ook gevraagd wat belangrijke woonlocaties zijn. Zo'n 4.350 migranten hebben zich permanent gevestigd. Van de overige 13.300 (short- en mid-stayverblijvende migranten, is van ongeveer (slechts) 2.600 wooneenheden de huisvestingslocatie beeld; van 11.000 mensen dus niet! Veel locaties zijn dus onbekend en gemeenten hebben geen zicht op de woonsituatie van deze mensen. Dit betekent een risico van niet passende huisvesting die niet voldoet aan gangbare normen. De bekende plekken zijn verdeeld over verschillende typen locaties. Van deze plekken zijn er 1.235 in grootschaliger (specifieke) voorzieningen voor arbeidsmigranten. Dat is 45% van het totaal aantal bekende plekken. Deze liggen in de gemeenten Rheden, Zevenaar, Overbetuwe, Berg en dal en Montferland. Gemeenten als Arnhem en Nijmegen, waar de meeste arbeidsmigranten wonen, hebben geen locaties in beeld. Wel zijn verschillende gemeenten bezig met nieuwe huisvestingslocaties, tabel 6 is dus een momentopname.
Daarnaast blijkt uit de vragenlijst dat van de gemeenten die deze hebben ingevuld er 5 gemeenten inzetten op beleidsontwikkeling rondom de inzet en huisvesting van arbeidsmigranten, 8 gemeenten al beleid ontwikkeld hebben en 3 gemeenten geen beleid hebben en niet bezig zijn met dit te ontwikkelen. Een overzicht hiervan staat in de bijlage. Lijst van grotere huisvestingslocaties inclusief het aantal plekken Rheden Zevenaar
Overbetuwe Berg en dal Montferland
Totaal
Velperhousing in Velp Voormalig Rabokantoor op bedrijventerrein Mercurion Voormalig Flynth adviseurs pand op bedrijventerrein Mercurion Dorpstraat 72 Babberich Bijlandseweg 19 Tolkamer (Scheepswerf De Hoop) Hotel Tolkamer Voltastraat 13-23 Wageningsestraat 85 in Zetten Vakantieparken Groesbeek Noord Hotel Eureka Hotel de Uitkijk Hotel ‘t Heuveltje
275 185 65 30 30 30 60 100 200 50 80 130 1.235
ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 24
Woonwerkrelaties 61 procent arbeidsmigranten woont en werkt in de GMR Van de 8.625 BRP-geregistreerde arbeidsmigranten in de Groene Metropoolregio kunnen we de woonwerkrelaties inzichtelijk maken, omdat we van deze groep zowel de woon- als werklocatie weten. Circa 3 op de 5 arbeidsmigranten (61 procent) woont en werkt binnen de Groene Metropoolregio. Dat is een vrij gangbare woonwerkbalans.
Figuur 11 Woon-werk relaties BRP-geregistreerde arbeidsmigranten in de Groene Metropoolregio, 2021
Arbeidsmigranten die in de Groene Metropoolregio wonen maar buiten de regio werken, werken vooral in de aangrenzende provincies als Noord-Brabant, Utrecht en Overijssel. Maar ook in een provincie als Noord-Holland. Binnen de provincie Gelderland is er vooral een sterke relatie met Apeldoorn: 2 procent van de arbeidsmigranten werkt in Apeldoorn. Andersom, als het gaat om arbeidsmigranten die elders wonen en in de Groene Metropoolregio werken, valt vooral de inkomende pendel vanuit Duitsland op. Er zijn circa 5.000 arbeidsmigranten die in Duitsland wonen, en werken in de Groene Metropoolregio. Op kleinere schaal is er ook inkomende pendel uit de omliggende provincies.
Bron: Decisio (2023), op basis van CBS Microdata ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 25
HOOFDSTUK 4
Huisvestingsopgave Terug naar inhoudsopgave 26
Huisvestingsopgave Inleiding Het aantal arbeidsmigranten dat momenteel in de regio woont, schatten we op 17.800. Dit aantal groeit (gelet op de groei van de werkgelegenheid) richting 29.500 tot 33.500 in 2030. Dit betekent een groeiende huisvestingsbehoefte van tussen 11.700 en 15.700 plekken. Tegelijkertijd woont waarschijnlijk nu al een groot deel van arbeidsmigranten niet passend en conform gangbare normen van goede huisvesting (bijvoorbeeld de norm van de Stichting Normering Flexwonen - SNF). Van de circa 13.300 short- en mid-stay arbeidsmigranten zijn er 2.600 woonplekken bekend. Voor 11.000 arbeidsmigranten is er geen zicht op de huisvestingslocatie. Deels zal dit zijn via kamergewijze verhuur in reguliere woningen, waardoor in een schaarse markt verdringing plaatsvindt van regulier woningzoekenden. Bovendien kan dit leiden tot overlast vanwege niet passende woonsituaties. Dit hoofdstuk gaat verder met een uitgebreidere uitwerking van deze onderdelen die van invloed zijn op de huisvestingsbehoefte en neemt deze mee in een eindtabel waarin de huisvestingsopgave in aantallen wordt weergegeven tot en met 2030.
Tabel 7 Inschatting totaal aantal wonende arbeidsmigranten
Groene Metropoolregio
Registraties 2021
Schatting nietgeregistreerden
Schatting aantal arbeidsmigranten
Registratiegraad
8.625
9.140
17.800
+/- 50%
Bron: Decisio (2023) met bewerking Companen (2023)
Ontwikkelingen van belang voor de huisvesting van arbeidsmigranten In de regio zijn er duidelijke ontwikkelingen waarbij huisvesting voor arbeidsmigranten een cruciale rol speelt. Allereerst is er sprake van een groei in de werkgelegenheid binnen de regio. Hierbij het specifieke voorbeeld van Park15, waar een grote groei wordt verwacht op korte termijn. Deze toename kan niet of onvoldoende opgevuld worden vanuit de Nederlandse beroepsbevolking. Om die banen in te vullen zijn meer arbeidsmigranten nodig, die allemaal behoefte hebben aan passende huisvesting. Hierdoor ontstaat daarom een grotere huisvestingsbehoefte. Short-, mid- en long-stay faciliteiten We maken voor de huisvestingsopgave ook onderscheid naar de verblijfsduur en hun daarmee samenhangende huisvestingsbehoefte. Bij kort verblijf (maximaal 6 maanden) zien we naast nieuwkomers ook veel seizoensarbeid. De huisvestingsopgave is vaak eerst gerelateerd aan het bedrijf waar zij werken. Commissie Roemer geeft daarbij aan dat het bij deze groep belangrijk is om de relatie tussen woon- en werkcontract los te koppelen, zodat uitbuiting van mensen voorkomen wordt. Eenvoudige voorzieningen volgens de SNF-norm zijn vaak passend. Bij middellang verblijf (6 maanden tot 3 jaar) neemt de behoefte aan een eigen woonplek en comfort in en om de woonplek toe.
Bij lang of permanent verblijf (vanaf 3 jaar) is de behoefte doorgaans gericht op een zelfstandige reguliere woning. Deze groep is daarmee niet anders dan andere groepen woningzoekenden in de regio. Over het algemeen is de behoefte bij short- en mid-stay verblijvende migranten gericht op plekken die minimaal aan de SNF-norm voldoen, liefst beter. Hoe langer mensen blijven hoe meer er behoefte is aan een eigen plek; en dus niet met twee mensen op één kamer.
ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 27
Passende woonvormen voor short- en mid-stay Groepsgebouwen: Deze gebouwen bestaan uit studio’s waar arbeidsmigranten verblijven. Vaak met 1 of 2 mensen per kamer. Roemer vindt 2 ongewenst en geeft voorkeur aan 1 persoon per kamer. Deze gebouwen hebben ontmoetingsruimten, sportvoorzieningen en liggen in de buurt van voorzieningen zoals een supermarkt. Deze gebouwen kunnen ontstaan door transformaties van voormalige kantoorpanden of zorgcomplexen. Vanwege de aanwezigheid van de logistieke sector binnen de regio (cluster knooppunt EMZ, cluster knooppunt Nijmegen en omgeving, cluster rondom Duiven), heeft deze woonvorm in grootschalige vorm de voorkeur.
Huisvestingsopgave Op basis van het aantal werkende en het geschatte aantal wonende arbeidsmigranten in combinatie met de prognose tot 2030 komen we uit op een totale toename van 11.700 tot 15.700 aantal woonplekken en woningen. De bandbreedte betreft een scenario met lage of hoge economische groei. De verdeling in het aantal toe te voegen woonplekken en woningen op regionaal niveau is gemaakt op basis van de verdeling in verblijfsduur, ook wel short- mid-, en long-stay. Deze is te zien in Tabel 9. Het zelfde aantal toe te voegen woonplekken en woningen van 11.700 tot 15.700 wordt in Tabel 10 verdeeld op basis van tijdelijke en reguliere huisvesting, waarbij short- en midstay als tijdelijk gezien worden, en longstay als regulier.
Parken met chalets: Deze parken liggen vaak in het buitengebied en zijn bedoeld voor arbeidsmigranten (woonpark Lingewaard). Net als groepsgebouwen bevatten deze parken ontmoetingsruimten, sportvoorzieningen en winkels. Dit lijkt een meer passende woonvorm rondom de agrarische bedrijvigheid (cluster Lingewaard).
• Voor de short- en midstay arbeidsmigranten is een toevoeging van in totaal 8.700 tot 11.700 plekken nodig, naast het eventueel opwaarderen van bestaande plekken die onvoldoende in beeld zijn (afgerond 11.000 plekken in de hele regio).
Verhuur van wooneenheden: Dit zijn woningen die (particulier) verhuurd worden aan arbeidsmigranten. Deze vorm zorgt vaak extra druk op de woningmarkt aangezien deze woningen aan de voorraad worden onttrokken en er verdringing van regulier woningzoekende ontstaat. Ook leidt dit tot overlast wegens de hoeveelheid mensen per woning en de daardoor hogere parkeerdruk.
Huisvesting long-stay Wat betreft de huisvesting voor long-stay betekent het dat deze mensen in de reguliere woningmarkt terechtkomen. Hierbij kan gedacht worden aan zowel huur als koop. Gelet op het inkomen van deze groep en de stijgende koopprijzen, kunnen we ervan uitgaan dat een groeiend deel van long-stay-migranten een woning in het huursegment zal zoeken; zowel sociale huur als middenhuur. Dit betreft de meerderheid van de huisvestingsvraag. We zien echter ook migranten die een koopwoning vinden, en die bijvoorbeeld financieren door (gedeeltelijke) verhuur aan migranten uit eigen land.
• Voor shortstay arbeidsmigranten, de groep arbeidsmigranten die in totaal groeit met 6.500 tot 8.700 arbeidsmigranten tot 2030, is in sommige gevallen een gedeelde kamer een optie. We gaan in de huisvestingsopgave uit van woonplekken. Het aantal toe te voegen kamers kan dus lager liggen. • Voor long-stay arbeidsmigranten gaat het voor de hele regio om een toevoeging van in totaal 3.000 – 4.100 reguliere woningen. Deze zijn overigens al (deels) opgenomen in de woondealafspraken. Tabel 11 biedt een overzicht van de huisvestingsbehoefte tot en met 2030 voor alle gemeenten in de regio, gebaseerd op zowel een laag als hoog economisch scenario. Deze behoefte is verder onderverdeeld naar woonplekken en woningen voor short-, mid- en longstay arbeidsmigranten. De clusters Knooppunt Nijmegen en omgeving, Knooppunt EMZ (Emmerich (D), Montferland en Zevenaar), Arnhem, Duiven en Lingewaard zijn specifiek belicht met behulp van een kader. ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 28
Tabel 11 Huisvestingsopgave tot 2030, short-, mid- en long-stay per gemeente (afgerond)
Tabel 9 Huisvestingsopgave tot 2030, short-, mid- en long-stay, Groene Metropoolregio (afgerond)
Toename
2030
Gemeente
Shortstay
Midstay
Longstay
Totaal
Aantal 2021
Laag
Hoog
Laag
Hoog
Nijmegen
1.460 – 1.960
590 – 790
590 – 800
2.640 – 3.540
Shortstay
9.800
6.500
8.700
16.300
18.500
Overbetuwe
480 – 640
210 – 280
360 – 480
1.040 – 1.390
Midstay
3.600
2.200
2.900
5.700
6.500
Wijchen
200 – 280
110 – 150
200 – 270
510 – 690
Longstay
4.400
3.000
4.100
7.500
8.500
Druten
30 – 40
10 – 20
30 – 40
70 – 100
Totaal
17.800
11.700
15.700
29.500
33.500
Montferland
1.110 – 1.500
250 – 340
340 – 460
1.710 – 2.300
Zevenaar
280 – 380
60 – 80
100 – 140
440 – 590
Arnhem
1.370 – 1.830
540 – 730
610 – 820
2.520 – 3.380
Duiven
390 – 520
70 – 90
180 – 250
640 – 860
Lingewaard
540 – 730
130 – 170
230 – 310
900 – 1210
Berg en Dal
70 – 90
60 – 90
80 – 110
210 – 290
Bron: Companen (2023)
Tabel 10 Huisvestingsopgave tot 2030, tijdelijk en regulier, Groene Metropoolregio (afgerond) 3
Toename
2030
Aantal 2021
Laag
Hoog
Laag
Hoog
Beuningen
160 – 220
30 – 30
80 – 110
270 – 360
Tijdelijk
13.400
8.700
11.700
22.000
25.000
Doesburg
0–0
0–0
0–0
0–0
Regulier
4.400
3.000
4.100
7.500
8.500
Heumen
70 – 100
20 – 20
30 – 40
120 – 160
Totaal
17.800
11.700
15.700
29.500
33.500
Mook en middelaar 50 – 70
0–0
50 – 70
100 – 130
Renkum
60 – 70
30 – 40
60 – 80
140 – 190
Rheden
200 – 280
60 – 90
60 – 90
330 – 450
Rozendaal
0–0
0–0
0–0
0–0
Westervoort
40 – 60
10 – 10
20 – 30
70 – 100
Totaal
6.500 – 8.700
2.200 – 2.900
3.000 – 4.100
11.700 – 15.700
Bron: Companen (2023) 3 Tabel 10 classificeert short- en midstay als tijdelijke huisvesting en beschouwt longstay als reguliere woningen.
Bron: Companen (2023) ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES 29
BIJLAGE 1
Methodiek Terug naar inhoudsopgave 30
Bijlage: Methodiek Methodiek Het CBS geeft geaccrediteerde organisaties toegang tot de databestanden op basis waarvan het CBS haar statistieken opstelt (de zogenaamde ‘CBS Microdata’). Decisio heeft toegang tot CBS Microdata en gebruikt dit om de ‘Monitor internationale werknemers’ op te stellen. Binnen deze monitor zoomen we onder meer specifiek in op arbeidsmigranten. Voor de monitor koppelt Decisio binnen CBS Microdata contract-informatie van arbeidsmigranten in Nederland aan verschillende persoonsgegevens. Op gemeenteniveau en (deels) op postcodeniveau geeft de monitor vervolgens onder meer inzicht in: Het aantal internationale werknemers dat in een regio woont en/of werkt In welke sector zij werkzaam zijn en wat zij verdienen Hoe lang zij in Nederland economisch actief zijn Waar ze vandaan komen, hoe oud ze zijn en hoe zij wonen De data is beschikbaar voor de periode 2010-2021, waardoor niet alleen de huidige situatie maar ook de ontwikkeling in beeld gebracht wordt. Definitie: wie is een arbeidsmigrant? Een economisch-actieve internationale arbeidsmigrant is een persoon in loondienst bij een in Nederland gevestigde organisatie waarvoor loonheffing is betaald aan de Belastingdienst. Daarnaast geldt dat deze persoon alleen een buitenlandse nationaliteit heeft; oftewel deze persoon heeft niet de Nederlandse nationaliteit.
In de monitor ‘Internationale werknemers’ maken we onderscheid tussen internationale kenniswerkers en arbeidsmigranten. Voor kenniswerkers wordt een minimale looneis gesteld voor twee leeftijdsgroepen. Alle werknemers die niet aan deze eisen voldoen, worden gerekend tot de groep arbeidsmigranten.
Bronvermelding • CBS microdata: Monitor internationale werknemers • PWE-Gelderland • LISA, Regionale vestigingenregisters • Vragenlijst onder gemeenten: Vragenlijst arbeidsmigranten Groene Metropoolregio • Gesprekken met verschillende uitzendbureaus binnen de regio • Euregio • CBS Statline (opgehaald 18 december 2023): https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84164NED/table?ts=17028957 15062 Gemeenten met beleid Overzicht van antwoorden op de vraag: Is er op dit moment beleid in uw gemeente ten aanzien van de inzet en huisvesting van arbeidsmigranten? Ja • Arnhem, Berg en Dal, Duiven, Lingewaard, Nijmegen, Overbetuwe, Rheden, Zevenaar Dit beleid is in ontwikkeling • Beuningen, Druten, Montferland, Westervoort, Wijchen Nee • Doesburg, Heumen, Renkum Geen antwoord • Mook en Middelaar, Rozendaal