25-01-14.05 A2 Informatiememo; Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie, (C) 20241119-participatieverslag (O-visie)
Tekst van het document
PARTICIPATIE VERSLAG ACTUALISATIE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE OVERBETUWE
1. OPZET PARTICIPATIE 1.1 ACHTERGROND In de ‘Omgevingsvisie Overbetuwe 2040’ staat wat voor gemeente we in 2040 willen zijn. De basis voor deze visie hebben we als gemeente samen met haar inwoners in 2019 gemaakt. We schreven in een plan op wat we belangrijk vonden en hoe we om willen gaan met de opgaven waar we in dit gebied mee te maken hebben. Vervolgens gingen we aan de slag met dit toekomstbeeld. Alhoewel we zeker voortgang maken, lukt het realiseren van ambities niet voldoende. Om twee redenen: • Als eerste is er te weinig ruimte om alle wensen een plek te geven. De ruimte is begrensd; dit vraagt om keuzes. Want alle functies vragen ruimte en de kwaliteit van onze leefomgeving staat onder druk. • Als tweede lukt het realiseren van die ambities niet altijd omdat de randvoorwaarden er niet voldoende zijn. De genoemde opgaven leiden tot veranderingen (ook wel genoemd transities) die vragen om bepaalde randvoorwaarden. Denk bijvoorbeeld aan verstedelijking: je kunt niet zomaar woningen bouwen, dat vereist ook voorzieningen zoals bijvoorbeeld zorg maar ook bedrijven/werkgelegenheid, mobiliteit, landschap, waterberging of energie. Kortom, de oorspronkelijke Omgevingsvisie Overbetuwe 2024 kan aanscherping gebruiken. In november 2023 heeft de gemeente een aantal thema’s geagendeerd waarop deze aanscherping nodig wordt geacht.
Met deze thema’s zijn we een participatieproces gestart om input op te halen vanuit de samenleving. De participatiestrategie is eind 2023 vastgesteld en beschrijft de te nemen stappen in het participatieproces. Het bouwt voort op het co-creatieve proces dat gevolgd is bij het opstellen van de nu geldende visie. 1.2. ENQUETE Eind 2023 reageerden maar liefst 3.000 mensen op een online enquête. Via het platform Swipocratie legden we 30 korte vragen voor. Hieronder zijn de resultaten gevisualiseerd. De vragen waren op hoofdlijnen en vroeg nuancering in verdiepingsbijeenkomsten.
2
3
1.2. OPZET BIJEENKOMSTEN Vijf keer gingen we in gesprek met belanghebbenden. Vier keer rondom een specifiek thema, één keer tijdens een algemene bijeenkomst.
1.3. DEELSESSIES In vier deelsessies gingen we met stakeholders in gesprek over specifieke thema’s. Deelname was op uitnodiging. Het aantal deelnemers varieerde van 10 tot 20 mensen. We gaven presentaties over achtergrond, doel en proces van de actualisatie. In een interactieve werkvorm konden aanwezigen vervolgens hun reactie geven op de vragen en stellingen (uit de enquête of onderzoek). Het betrof de volgende sessies: • • • •
Mobiliteit en voorzieningen Economie en bedrijfsterreinen Wonen en identiteit Landelijk gebied
De bijlagen bevatten tabellen met daarin een samenvatting van de ontvangen suggesties per thema, inclusief een reactie die verwijst naar Omgevingsvisie en/of (verwerking in) Koersdocument.
1.4. ALGEMENE SESSIE Op 15 mei 2024 was er een afsluitende (openbaar toegankelijke) inloopbijeenkomst voor alle inwoners van de gemeente Overbetuwe. Hierin kwam alle thema’s nog eens langs. We gaven presentaties over achtergrond, doel en proces van de actualisatie. Bezoekers konden ook langs verschillende informatieborden lopen. Daarop stonden verschillende vragen en stellingen waarbij aanwezigen hun reactie konden achterlaten; met post-its of in gesprek met de betrokken beleidsadviseurs. Ook was er een centraal reactiepunt waar mensen meer algemene adviezen konden geven die niet te koppelen waren aan één specifieke stelling. De inloopbijeenkomst was openbaar toegankelijk voor alle inwoners van de gemeente Overbetuwe. De uitnodiging is via de gemeentelijke communicatiekanalen (website, lokale krant, social media) verspreid. Daarnaast zijn gericht georganiseerde stakeholders zoals dorpsverenigingen, ondernemersverenigingen en belangenorganisaties uitgenodigd voor de inloopbijeenkomst. Er is gekozen voor een inloopbijeenkomst tussen 19.00 en 21.00 uur waarbij aanwezigen de tijd konden nemen om informatie in te winnen, vragen te stellen en reactie achter te laten. In het gemeentehuis van Overbetuwe waren twee verschillende ruimtes beschikbaar gesteld.
In de raadszaal werd om 19.00 uur en om 20.00 uur een presentatie gegeven waarbij de achtergrond, doel en proces van de actualisatie van de Omgevingsvisie werden toegelicht. Daarnaast konden aanwezigen in de naastgelegen ruimte langs verschillende informatieborden lopen. Op de informatieborden stonden verschillende stellingen waarbij aanwezigen hun reactie konden achterlaten middels post-its. Daarnaast waren er verschillende beleidsadviseurs aanwezig die de stellingen konden toelichten en waarmee aanwezigen mee in gesprek konden treden. Bij de ingang/uitgang van de zaal was een centraal reactiepunt waar mensen een reactieformulier konden invullen en afgeven.
4
2. REACTIES Voor de bijeenkomst zijn verschillende informatieborden gemaakt. Onderstaand een overzicht van de verschillende thema’s en de opgehaalde reacties die hierbij gegeven zijn. We maken (per thema) onderscheid in de gesprekken met specifieke stakeholders (zie tabellen) en de algemene gesprekssessie (zie hieronder). Ook zijn er nog 12 reactieformulieren ontvangen. Er is ruim gebruik gemaakt van de mogelijkheid om bij de informatieborden reactie achter te laten. Daarnaast hebben leden van het projectteam tijdens de gesprekken die zij hebben gevoerd reacties opgeschreven van aanwezigen. Onderstaand een samenvatting van de ontvangen reacties per thema.
Duurzaamheid -
-
-
-
Klimaatadaptatie moet een randvoorwaarde zijn en heeft impact op alle keuzes die gemaakt moeten worden. Dit is nodig om de effecten van klimaatverandering betaalbaar te houden. Klimaatadaptatie wordt door meerdere aanwezigen als belangrijk ervaren. Dit is beschreven in hoofdstuk 4 van het Koersdocument. Door meerdere aanwezigen wordt aangegeven dat het belangrijk is om prioritering aan te brengen in de verschillende opgaven. Een specifieke suggestie van één van de aanwezige is om ‘welzijn’ als leidend principe aan te houden. Dit wil zeggen dat er oog is voor duurzame ontwikkeling in balans met de natuur. De mate waarin rekening gehouden is met het welbevinden van de opeenvolgende gemeenschappen (‘collectief en toekomst’) beïnvloedt de prioritering van opgaven, zoals beschreven in hoofdstuk 4 Koersdocument. Ruimte voor ruimte (rood voor rood) is een prima instrument. Het probleem is dat als bouwrechten niet op de locatie gerealiseerd kunnen worden, deze elders kunnen neerdalen. Het risico is dat dit in het al dichtslibbende buitengebied van Elst, tot meer vervuiling zorgt. De vrije bouwrechte zouden geconcentreerd moeten worden aan de rand van de bebouwde kom. Dit zorgt voor minder versnippering en daarnaast zijn er geen extra obstakels van de agrarische sector.
Draagt bij aan versterken karakter (hoofdstuk 2) en gebruiksmogelijkheden buitengebied, zoals beschreven in paragraaf 3.1 Koersdocument. Draag zorg voor een gezonde leefomgeving (geluidsoverlast en luchtvervuiling beperken, bestrijdingsmiddelen die niet schadelijk zijn voor de gezondheid etc.). Is opgenomen in hoofdstuk 4 Koersdocument.
Reactie op de stelling: Ik vind het prima als paden of veldjes blank komt te staan als er veel regen valt: -
5
Tip om betere samenwerking met het waterschap en de veiligheidsregio op te zoeken. Zolang het op veldjes is, is het prima. Echter niet op het trottoir. Afstemming met waterschap m.b.t. grondwaterpeil om gebouwschade te voorkomen, balans grondwater is van belang. Mag zelfs meer (= klimaatadaptatie). Aanpassen openbare ruimte (minder stenen). Als het bij visuele hinder blijft, prima. Kwelwater zorgt voor problemen, ook bij nieuwbouw (onderzoek Hart van Oosterhout). Eens, er moet minder water afgevoerd worden; boeren en het waterschap bepalen te veel Zelfs als mijn kelder onder loopt, vind ik ‘bewaren’ van water goed.
Conclusie stelling: Aanwezigen vinden goed waterbeheer belangrijk. Er moet aandacht zijn voor wateropslag, echter dient het geen overlast of schade te veroorzaken. Goede afstemming met waterschap en veiligheidsregio kan hierbij helpen. Thema is opgenomen in hoofdstuk 4 Koersdocument. Samenwerking/afstemming met mede-overheden is benoemd in hoofdstuk 5.
Reactie op de stelling: Er moeten meer plekken komen voor reparatie, hergebruik of recycling van spullen: -
Naast het realiseren van plekken moet er ook aandacht voor komen bijvoorbeeld door posters of campagnes. Anders weten mensen niet dat dit bestaat en hoe ze er gebruik van kunnen maken. Verantwoordelijkheid moet ook bij de producent komen te liggen, niet alleen bij consumenten. Modulair produceren moet de norm worden. Er zijn al veel initiatieven voor recycle cafés. Er wordt bevraagd of dit extra ruimte moet kosten? En hoe dit dan moet landen in de Omgevingsvisie? Dit is niet alleen ruimtelijke ordening maar ook collectief belang. Hergebruiken en/of reparatie moet gestimuleerd worden bijvoorbeeld door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te betrekken hierin: sociale werkplaats maken als opleider naar/tot ‘echte banen’.
Conclusie stelling: Meer plekken voor reparatie, hergebruik of recycling van spullen is geen duurzame oplossing op zichzelf. Er zijn al veel initiatieven op dit gebied, echter dient de zichtbaarheid hiervan vergroot te worden en het collectieve belang om duurzaam met spullen om te gaan te benadrukt (dit hoeft niet altijd extra ruimte te kosten). Daarnaast ligt de verantwoordelijkheid niet alleen bij de consument maar ook bij de producent. Thema is opgenomen in hoofdstuk 4 Koersdocument. Suggesties voor inzet en rolinvulling nemen we mee in afwegingen rondom het programma duurzaamheid.
Identiteit -
Investeer in het rijke historische verleden van Elst. Durf te investeren in de historische kring. Dit is één van de organisaties met wie we samenwerken inzake Omgevingskwaliteit.
Reactie op de stelling: Plekken die belangrijk zijn voor het Overbetuwse karakter OF deze plekken opgeven in ruil voor nieuwe ontwikkelingen -
6
Karakteristieke buurtschappen vrijwaren van verdichting door bouwkavels die voortkomen uit ‘ruimte voor ruimte’ wordt in onze regio schaars. Plekken die belangrijk zijn voor karakter moeten behouden blijven. Er mag terughoudender omgegaan worden met rood-voor-rood regelingen buiten de kernen waar gesloopt wordt. Karakteristieke buurtschappen zoals Raaijen horen bij die karakteristieke plekken. Nieuwbouw na bestemmingsplan wijziging zou daar onmogelijk moeten zijn. We maken onderscheid in karakteristieke buurtschappen (zoals Raaijen) en cultuurhistorische parels (zoals Homoet).
Conclusie stelling: Het wordt belangrijk geacht om het Overbetuwse karakter te behouden en beschermen. De wijze waarop, is beschreven in hoofdstuk 2. Wijs specifieke locaties aan die onder deze bescherming vallen. Dat zijn minimaal de monumenten, parels en waardevolle landschappen. De wijze waarop we dit breder bezien, pakken we op bij het programma Omgevingskwaliteit.
Reactie op de stelling: Bouwen in en rond de dorpscentra toestaan tot maximaal 6 verdiepingen OF maximaal 8 verdiepingen -
8-hoog inclusief begane grond-voorzieningen. Max 6 (liever max 3)! Voor beide: kost minder ruimte. Bij hoogbouw zijn ook creatieve vormen mogelijk: géén woonblokken. Prima hoogbouw, mits groen en ruimte voor ontmoeting. 6 is genoeg. Dorpskarakter moet wel behouden blijven. Hoogbouw passend maken, bv nieuwbouw eromheen ook aanpassen. Het vergroten van wooneenheden is cruciaal om voldoende woningen te realiseren binnen bestaande kernen en om verstening in het buitengebied tegen te gaan.
Conclusie stelling: De meningen over de hoeveelheid verdiepingen zijn verdeeld. Aanwezigen hebben begrip voor de woningbehoefte, hoogbouw kan hiervoor een oplossing zijn mits hier tegenover staat dat het buitengebied hiermee wordt onthouden van woningbouw. Echter wordt aangegeven dat hoogbouw wel passend moet zijn in de omgeving en creatieve vormen hiervan gestimuleerd moeten worden. Voor effectief ruimtegebruik kan hoger bouwen één van de oplossingen zijn. Dit is in hoofdstuk 3 Koersdocument algemeen beschreven; maatwerk per kern (met name in en rondom de centra) zal hier meer duiding aan kunnen geven.
Reactie op de stelling: Ik heb last van geluidsoverlast en/of een slechte luchtkwaliteit -
Evenementen zorgen voor veel geluidshinder. Nu uitbreiding woonbebouwing onontkoombaar is bij de A15 zou er een geluidsscherm geplaatst moeten worden tegen geluid van A15 en Betuwelijn. Scheepvaart op de Waal zorgt vaak voor slechte luchtkwaliteit. Spuitvrije zones landbouwgebieden die grenzen aan woningen.
Conclusie stelling: Door aanwezigen worden enkele specifieke gevallen aangewezen, hier is geen algemene consensus in.
Landbouw -
7
Draag zorg voor een gezonde leefomgeving (geluidsoverlast en luchtvervuiling beperken, bestrijdingsmiddelen die niet schadelijk zijn voor de gezondheid, et cetera). Sta boerderij windmolens tot 25 meter hoog toe. Bij energie is in paragraaf 3.2 een verwijzing opgenomen naar netneutraal of netbewust ontwerpen, zodanig dat de vorm en bron van energievoorziening afgestemd is op de plek, vraag en karakteristiek van het gebied.
Reactie op de stelling: Uitbreiden laanboomteelt OF versterken akkerbouw en fruitboomgaarden -
Beide niet. Geen laanboomteelt. Laanbomen-limiet: in ruil voor voedsel produceren. Er moet aandacht zijn voor diversiteit aan teelten en gebruik van gronden alsmede biodiversiteit en behoud van landschap: laanboomteelt is te eenzijdig en te intensief. Speel in op de behoefte voor groen, denk aan innovatieve oplossingen. Grond van speculanten opkopen en land van boomgaarden voorzien (tip). Verantwoorde milieuvriendelijke akkerbouw/veeteelt zou voorrang moeten hebben i.v.m. voedselvoorziening.
Conclusie stelling: Onder aanwezigen is er een sterke voorkeur voor diversiteit aan teelten en met name met oog voor voedselproductie. Ook hier wordt meerdere malen benadrukt dat innovatieve oplossingen, waarbij functiegebruik gecombineerd kan worden, moet worden gestimuleerd. Is als richting opgenomen in paragraaf 3.1. Reactie op de stelling: Als boeren stoppen, moet deze grond beschikbaar komen voor andere boeren OF voor meer natuur Mobiliteit -
Gratis parkeren voor auto’s met duurzame brandstof. Suggestie nemen we mee in afwegingen rondom het programma Mobiliteit.
Reactie op de stelling: Ik zou meer fietsstraten willen in onze gemeente - Fietsstraten zijn meer iets voor in de stad. - Stimuleer veilig fietsverkeer. - Goed idee voor dorpen (max snelheid 30km): rekening gehouden met e-bikes en auto’s te gast: gaan dan rustiger rijden. - Zet in op meer en brede fietspaden buiten de bebouwde kom (vb verbinding Elst - Zetten, langs de Linge). - Duidelijk herkenbaar maken door rode asfaltlaag. Conclusie stelling: Het gaat aanwezigen met name om het stimuleren van verkeersveiligheid. Fietsstraten kunnen hierbij eventueel een onderdeel zijn van de oplossing. Is als opgenomen in paragraaf 3.2. Reactie op de stelling: Liever parkeren voor de deur OF groen voor de deur - Zet in op deelmobiliteit. - Moeilijk: men wil graag voor de deur parkeren: hybride vormen zoeken? - Meer groen. - Waar mogelijk combineren, dus parkeren onder een boom. - Parkeren er is voldoende groen, en met het oog op de toekomst wil je graag aan huis parkeren i.v.m. e-laden auto. Conclusie stelling: De meningen van aanwezigen zijn over deze stelling verdeeld. Er wordt gesteld dat er veel autogebruik is in de gemeente Overbetuwe en dat mensen gewend zijn om de mogelijkheid te hebben om voor de deur te parkeren. Wederom wordt hier gesteld dat duurzame oplossingen gestimuleerd dienen te worden. Dat laatste is opgenomen in paragraaf 3.2.
8
Wonen -
-
-
-
De afgelopen 25 jaar is het gebied tussen Nijmegen en Arnhem verstedelijkt. Dus ook de oostkant van Overbetuwe. Er heerst nu woningnood; er is behoefte aan veel woningen dus veel verstedelijking. Dit betekent dat de oostkant van de gemeente nog meer kan verstedelijken. De vraag is wat dit ook betekent op bestuurlijk niveau, één gemeente met Nijmegen/Arnhem? Oftewel het opheffen van de gemeente Overbetuwe? Bestuurlijke indeling valt buiten de scope van de Omgevingsvisie. Het is bij alle ontwikkelprojecten belangrijk om bewoners zo vroeg mogelijk te betrekken en mee te laten denken. Zij willen graag constructief een bijdrage kunnen leveren aan het verbeteren van plannen (met name met betrekking tot de ontwikkeling van woningen). Dat is zo opgenomen in het toepasselijke participatiebeleid. Inzetten op hoogbouw in kernen. Ontwikkel appartementen gericht op specifieke doelgroepen zoals ouderen. Hiermee wordt doorstroming gestimuleerd en door hoogbouw in de kernen wordt het buitengebied ontlast. Is als zodanig opgenomen in paragraaf 3.3 Koersdocument. Verplicht houtbouw. Doelstelling circulair materiaalgebruik is opgenomen in hoofdstuk 4 Koersdocument.
Reactie op de stelling: Liever wonen in laagbouw in een meer bebouwde omgeving OF een appartement in een groene omgeving -
Beide moet mogelijk gemaakt worden als er behoefte aan is. Hoog of laag is levensfase-afhankelijk. Men mist een eigen plek om zelf iets te ondernemen: voor de natuur kun je naar de bossen Laagbouw is voordeliger voor hulpverlening. Meer ruimte bij laagbouw. Hoogbouw: gunstig voor ouderen: goed voor doorstroom.
Conclusie stelling: Aanwezigen geven aan dat er met name gekeken moet worden naar wat soort behoefte er is onder de verschillende doelgroepen. Met name passende bouw voor ouderen wordt meerdere malen genoemd. Wonen met zorg en (betaalbare) woningen voor alle generaties en focus op jongeren en ouderen is benoemd in paragraaf 3.3. Reactie op de stelling: Ik ben positief over vernieuwende woonvormen (kleiner, duurzaam, tijdelijk of groepswonen) - Diversiteit in wonen moet in overleg met de omgeving gebeuren en onderdeel zijn van procedures. - Ga efficiënt om met ruimte. - Duurzaam prima maar denk ook aan de tuinen. - Positief ten opzichte van groepsbewoning, beter een goede buur dan een verre vriend. - Clusteren van woningen en ouderen (goed voor cohesie): mengen jong en oud tip. - Positief, want geeft maatwerk. - Flexwoningen/flexibele woningen/woningsplitsing/tiny houses. - Duurzaam bouwen: hemelwateropvang, zonnepanelen, off the grid, windenergie, accu, houtbouw. - Let op tijdelijk wonen = verschuiven van het probleem. Conclusie stelling: Over het algemeen staan aanwezigen positief tegenover vernieuwende woonvormen er worden meerdere suggesties hiervoor gedaan. Met name duurzaam wordt als belangrijk thema erkend voor vernieuwende woonvormen. Dit laatste is opgenomen in hoofdstuk 4 Koersdocument.
9
Reactie op de stelling: In Overbetuwe liever meer woningen of meer bedrijven? -
Woningen: vooral jeugd kan geen kant op. Er is geen doorstroom, ouderen blijven lang in groot huis wonen en waar moeten mijn ouders heen? Meer woningen alstublieft. Jongeren op school opzoeken om ze te betrekken. Goede balans.
Conclusie stelling: Er zijn relatief weinig reacties gekomen op deze stelling, het tekort aan woningen wordt (met name voor jongeren), wordt meerdere malen benoemd.
Economie Reactie op de stelling: Uitbreiden bedrijventerreinen zodat lokale bedrijven kunnen groeien OF om nieuwe bedrijven aan te trekken. - Bedrijven die duurzaam zijn aantrekken. - Lokale bedrijven laten groeien, maar niet al de activiteit veel arbeidsmigranten nodig heeft. - Uitbreiding door beter gebruik van ruimte en toegevoegde waarde. Liever geen groei van grondoppervlakte ten koste van landbouw/natuur. - Alleen bij concrete behoefte uitbreiden. - Lokale mkb stimuleren (startend of uitbreiden). - Positief dat bestaande bedrijventerreinen (bijv. bij Elst) gerevitaliseerd worden. Zuinig zijn op het buitengebied. - Beide: een mix van bedrijven (onderling contact) kan inspirerend zijn, zoals bij start-ups. - Alleen bedrijven die de maatschappij op niveau brengen, dus geen energie slurpende datacenters. Conclusie stelling: Er wordt positief gekeken naar het revitaliseren van bestaande bedrijventerreinen. Groei moet mogelijk zijn maar alleen als hier kwaliteitseisen aan verbonden zijn (o.a. duurzaam, bijdrage aan de lokale maatschappij etc.). Revitaliseren met kwaliteitsambities is opgenomen in paragraaf 3.3 Koersdocument.
Reactie op de stelling: Bedrijventerreinen moeten er straks en modern uitzien OF gevarieerd en informeel uitzien. - Gevarieerd en informeel. Er wordt al te veel strak gebouwd (verdozing). - Gevarieerd en mooi passend in het landschap. - De Aam is een prachtig voorbeeld qua revitalisering, modernisering, verduurzaming en diversiteit. - Liever strak en helder.
Conclusie stelling: Er zijn weinig reacties gegeven op deze stelling. Aanwezigen die wél hebben gereageerd hebben een voorkeur voor gevarieerde bouwstijlen die passen in de omgeving. Dit pakken we op bij aanscherpen identiteit, zoals beschreven in hoofdstuk 2 Koersdocument.
10
Voorzieningen -
In Elst ontbreekt een multifunctioneel modern dorpshuis. De voorzieningen in Elst zijn nu teveel verspreid. Er is behoefte aan 1 centraal punt passend bij deze tijd. Er zijn zoveel goede initiatieven die gefaciliteerd moeten worden.
Reactie op de stelling: Liever een sportpark of sportcentrum OF de openbare ruimte inrichten voor bewegen en sporten - Centraliseren sportcentrum: niet overal sportlocaties. - Beide. - Investeer in goede/betere sportparken en voorzieningen: meer sociale cohesie. - Steun het verenigingsleven. - Sportpark voor de jeugd. - Uitbreiding industriegebied met sportpark. - Openbare ruimte en sporten = synergie: zuurstofrijke groene omgeving en sporten. Conclusie stelling: Investeer in goede sportparken, niet alleen besloten maar ook in de openbare ruimte. Sport en spel is belangrijk voor de sociale cohesie en kan goed gecombineerd worden met natuur en groen. Ambities komen terug in hoofdstuk 4 Koersdocument, in relatie met een afweging in de mate van clustering/spreiding van sportparken en inrichting van (openbare) ruimte.
Reactie op de stelling: Ieder dorp moet zijn eigen energie kunnen opwekken (stroom en warmte) - Een pré is de onafhankelijkheid van de grote energiebedrijven. - Ieder dorp wel een eigen voorziening maar geen noodzaak voor. - Landschapsvervuiling bij plaatsing in landschap. - Panelen geven veel afval voor de toekomst, idem met wieken voor windmolens. - Ieder dorp hoeft niet: wel efficiënter binnen gemeente. - Focus niet alleen op wind- en zonne-energie. - Investeer er niet te veel in want de technische vooruitgang maakt dit een autonome ontwikkeling. - Voordeel: onafhankelijk, in eigen beheer. - Doen: off the grid, accu, zonnenpanelen, windmolens (klein). - Overweeg een mortorium voor zoekgebieden grootschalige duurzame opwek met windturbines, in afwachting van onderzoeken over gezondheidseffecten milieuaspecten. - Kwetsbaar: animo voor? Wie gaat het doen?
Conclusie stelling: Aanwezigen geven aan dat dit niet nodig is voor ieder dorp, het is wel goed om na te denken over de onafhankelijkheid van de grote energiemaatschappijen. Kijk hierbij naar innovatieve oplossingen voor energieopwekking en-beheer. Afwegingsruimte is opgenomen in paragraaf 3.2 Koersdocument. In paragraaf 3.1 is de omgang met zoekgebieden voor windturbines verklaard, in relatie tot landelijke nieuwe regels over milieuaspecten bij windturbines.
Wat vindt u nog meer? -
Graag aandacht voor duurzaamheid in wonen/nieuwbouw.
-
Off the grid met bi-directioneel laden, accu, houtbouw, hemelwateropvang, actief warmtebeheer (zon, isolatie).
11
-
Duurzaamheid begint met educatie! Voorgaande drie suggesties zijn veralgemeniseerd opgenomen in hoofdstuk 4 Koersdocument.
-
Lopende ontwikkelingen m.b.t. woningbouw worden voortvarend aangepakt! Ambities rondom wonen zijn opgenomen in paragraaf 3.1; huidige bestaande en aanvullende inzet vindt plaats in programma Wonen (Woonagenda).
-
Neem het windenergieproject ten westen van Park15 (bij knoopunt Valburg) mee in strategische besluitvorming over duurzame energie. Dit past deels in het zoekgebied Park15 (zie kaart en paragraaf 3.2), afgestemd en aansluitend op windpark Park15.
-
Laanboomteelt moet natuurvriendelijker, afvoer van de boomkluit moet gecompenseerd worden door goede grond (geen slip). Laanboomteelt is benoemd in paragraaf 3.1 Koersdocument (niet op niveau van voorgestelde specifieke maatregelen overigens).
TOT SLOT Dit verslag wordt gedeeld op de website van de gemeente Overbetuwe https://www.overbetuwe.nl/actualisatie-omgevingsvisie. Mocht u vragen of opmerkingen hebben aan de hand van dit verslag dan kunt u deze doorgeven via omgevingsvisie@overbetuwe.nl. Vanwege privacy redenen zijn alle opmerkingen geanonimiseerd in dit verslag. Deze zijn wel bekend bij de gemeente.
12
Sessie mobiliteit en voorzieningen > Hoendrik Herveld Opwekken energie in eigen dorp: enquête > 60% zegt ‘ja’ Positief Niet afhankelijk van grote participanten Bevordert het oprichten van energie corporaties
Negatief Veel geregel per dorp, specialistische kennis nodig en kwetsbaar Overschot is niet te verkopen (bij opwekken eigen stroom) Structureel te veel energie geeft problemen met netcongestie
Tips Alleen van het net af als het goed georganiseerd is zoals bv in Slijk-Ewijk. Alle hoogspanningskabels de grond in
Reactie Past bij het principe in paragraaf 4.3 in de huidige Omgevingsvisie. Is reeds een lopend traject.
Mee participeren in bestaande zonneparken en windmolens
Netneutraal ontwerpen kan helpen en is opgenomen in paragraaf 3.1 Koersdocument. Past bij het principe in paragraaf 4.3 in de huidige Omgevingsvisie.
Boeren/landbezitters krijgen er geld voor, bewoners hebben weinig voordeel ervan. Dus beter financiële afwikkeling regelen voor bewoners Niet ieder dorp vervuilen met windmolens en zonneparken: lelijk en slecht voor flora en fauna
Een balans is mogelijk door (zoals beschreven in paragraaf 2.1 Koersdocument) bij behoud en versterking van de identiteit, te differentiëren naar deelgebied. Zie hiervoor. Tevens is van belang dat de provinciale zonneladder zonnevelden op agrarische gronden vanaf 2025 verbiedt.
Huidige zonnepanelen op landbouwgrond drukt boeren weg.
Nieuwe grote woonwijken in grote dorpen of in alle dorpen: enquête > 71% zegt ‘in alle dorpen’ Positief Mits geleidelijke nieuwbouw, niet grootschalig
Woningbouw in de kleine kernen zorgt ervoor dat de voorzieningen ook op peil blijven
Negatief Het ‘dorpse’ gaat eraf/ontwrichting
Tips
Randvoorwaarde: antispeculantenregeling maken om vrije markt-werking tegen te gaan Gezinswoningen niet langdurig door 1 persoon laten bewonen en zorgen voor doorstroom (ruimte voor jongeren) Mogelijk maken generatieen collectief wonen en kavels splitsen Meer hoogbouw (max 6 h) voor jongeren én ouderen) in alle dorpen en meer tiny houses In de kleine kernen hoogbouw voor ouderen maar max 4 hoog
13
Reactie In paragraaf 3.3 is benoemd dat de woonbehoefte wordt ingevuld in alle kernen; naar verhouding, passend bij vraag en omvang. Paragraaf 3.3: aanvulling op de bestaande woningvoorraad leidt tot meer diversiteit en doorstroming. Paragraaf 3.3: zie voorgaand.
Paragraaf 3.3: zie voorgaand. Paragraaf 3.3: efficiënt ruimtegebruik, met bijvoorbeeld meer hoogte is benoemd voor (de omgeving van) centra. Paragraaf 3.3: zie voorgaand.
Groot aanbod voorzieningen in grote dorpen of kleiner aanbod verspreid over alle dorpen: enquête > enquête: 64% zegt ‘groot aanbod in grote dorpen’ Positief 1 supermarkt = geen concurrentie (wel afhankelijk van het aanbod)
Negatief Let op: leefbaarheid wel behouden in kleine dorpen
Tips Niet of/of maar en/en: overal voorzieningen
Aantrekkelijk houden/maken voor jongeren
Dagelijkse (sociale) voorzieningen houden in alle dorpen, andere voorzieningen in grote kernen
Reactie Paragraaf 3.3: we blijven onderscheid maken in dorpsprofielen die leiden tot differentiatie. Paragraaf 3.3: zie voorgaand.
Zorg voor ouderen gecombineerd of verspreid: enquête > 78% zegt ‘gecombineerd’ Positief Bejaardenhuizen weer terug (of in ieder geval gecombineerde woongroepen): wel voldoende organiseren tegen vereenzaming
Negatief Mensen meer regie geven, keuze laten dus en/en mogelijk maken
Tips Geen investeringsmaatschappijen die de complexen en de zorg opkopen en winsten maken
Reactie Paragraaf 3.3: we blijven onderscheid maken in dorpsprofielen die leiden tot differentiatie.
Thuis wonen = vereenzamen
Voor thuiswonende ouderen (taxi)vervoer en voorzieningen goed regelen Bevorderen jongeren en ouderen combinaties in woongelegenheden: elkaar helpen en goede leefbaarheid
Paragraaf 3.1 zet in o het voorkomen van vervoersarmoede. Paragraaf 3.3: meer diversiteit in woningtypologie kan hieraan bijdragen.
Blijven wonen in eigen dorp heeft vaak als voordeel dat mantelzorg makkelijker is (familie om de hoek), mits voorzieningen aanwezig
Sportcentrum of sporten in openbare ruimte: enquête > 49% zegt ‘in openbare ruimte’ Positief Verspreiden sportcentra over dorpen veroorzaakt reuring en activiteiten/verhoogt leefbaarheid
Negatief Behouden van eigen cluben verenigingsleven in elk dorp
Handhaven wat er is in de dorpen. Multifunctioneel en breed gebruiken
Tips Grote voorzieningen gemeenschappelijk maken (zoals een zwembad) en de kleinere (gymzaal school, fitness, tennis) voor elk dorp Steun bij oprichten van omni-verenigingen
Reactie Paragraaf 3.3: we blijven onderscheid maken in dorpsprofielen die leiden tot differentiatie.
En/en
Paragraaf 3.3: zie voorgaand.
Uit paragraaf 3.3. volgt een gemengde benadering.
Dorpscentra met terrassen en groen of parkeren voor de deur: enquête > 78% zegt ‘terrassen en groen’ Positief Leefbaarheid en verblijfskwaliteit
Negatief Meer onderhoud en hinder bij sluiting café (geluid)
Houdt jeugd in het dorp: aantrekkelijke terrassen dragen daar aan bij Goede bereikbaarheid (vergrijzing)
Verstening en hittestress Alleen op piekmomenten (vaak leeg)
Parkeren in centrum levert veel gevaarlijke situaties op
14
Tips Nuancering: anders voor supermarkt en andere winkels
Reactie Het STOMP-principe uit paragraaf 3.1 kan hieraan bijdragen. Zie 3.1 én klimaatadaptief handelen in hoofdstuk 4. Paragraaf 3.1 gaat ervanuit dat (we stimuleren dat) het gewenste OV-netwerk op peil blijft, in combinatie met tegengaan vervoersarmoede en STOMP. Paragraaf 3.3 vraagt aandacht voor omgaan met druk op centrumgebied.
Sport- en gezondheidscentra in de wijk of op bedrijventerreinen: enquête > 61% zegt ‘in de wijk’ Positief Nabijheid in de wijk
Negatief Parkeren en hinder
Tips Let op: demografie integreren
Leefbaarheid behouden dus in de dorpen Lage huur
Onvoldoende vervoersmogelijkheden Milieu/ruimte inperken
Randen: dienstencentra Sportscholen op bedrijventerreinen
Sociale en verkeersveiligheid
Reactie Paragraaf 3.3. ziet vooral kansen in en rondom centra. Paragraaf 3.3: zie voorgaand. Paragraaf 3.3: zie voorgaand. Paragraaf 3.3: zie voorgaand.
Prima om verschillende vervoersmiddelen te gebruiken in 1 reis: enquête > 60% zegt ‘oneens‘ Positief Toegankelijkheid (apps)
Negatief Kosten (gebruikers/exploitatie)
Tips Betere busverbindingen regelen vanuit Valburg en een treinstation realiseren goede busverbindingen vanuit alle dorpen naar treinstations
Carpoolen loont meer, ov is duur
Reactie Paragraaf 3.1 gaat ervanuit dat (we stimuleren dat) het gewenste OV-netwerk op peil blijft. Paragraaf 3.1 houdt er rekening dat de mogelijkheden om de ‘modal split’ te beïnvloeden verschillen per kern. Paragraaf 3.1: zie voorgaand. Paragraaf 3.1. vraagt aandacht voor betere (overstap) middels hubs. Paragraaf 3.1 probeert de vervoersmiddelen te verbinden om soepel over te stappen.
(Reis)tijd t.o.v. ander vervoersmiddel Goede aansluitingen ontbreken nog Betrouwbaarheid
Digitalisering en schaalvergroting gaat sneller: open vraag > hoe zijn we hierop voorbereid? Positief
AI/digi productiviteit -> rust, recreatie, reinheid
15
Negatief Moeten we dit wel willen?
Tips Hightech <-> hightouch
Hulp voor degenen die niet mee kunnen (vb cash kunnen blijven betalen) Begrip veiligheid, minder werkgelegenheid/verschui ving
Reactie Paragraaf 4.6 Omgevingsvisie zegt dat voorzieningen (blijvend) moeten passen bij de behoefte en karakteristiek van de dorpen. Paragraaf 3.3. Koersdocument kent inzet op (behouden en versterken van) levendige centra. Paragraaf 3.3: zie voorgaand. Paragraaf 3.3: zie voorgaand. Tevens kan de daar voorziene mix van bedrijven helpend zijn.
Ik zou in de toekomst vaker een deelauto willen gebruiken: enquête > 29% zegt ‘ja’ Positief Minder parkeerdruk
Negatief Onrealistisch plan, nog nergens geslaagd
Tips Nuance: bepaal je doelgroep
Minder ‘oude barrels’
Particulier initiatief
gemak <-> comfort
Goedkoper/flexibeler (bij jeugd)
Weinig beschikbaar
Voor specifieke doelgroepen
16
Reactie Het in paragraaf 3.1 voorziene STOMPprincipe kan helpen om het verkeersysteem beter te richten op Mobility as a Service (waaronder deelauto’s). Paragraaf 3.1: zie voorgaand. Paragraaf 3.1: zie voorgaand.
Sessie wonen en identiteit > MFC Knooppunt Valburg Woningnood: hoeveelheid huizen belangrijker dan uiterlijk huizen > enquête: 36% zegt ‘hoeveelheid belangrijk’ Positief Kopers worden minder kritisch want zij willen gewoon een dak boven hun hoofd
Negatief ‘Goedkoper’ is het enige wat het oplevert en kwaliteit wordt ondergewaardeerd
Tips Als gemeente iets betekenen voor speciale plekken qua architectuur
Openbare ruimte en landschappelijke inpassing draagt ook bij aan kwaliteit
Identiteit architectuur van belang want draagt bij aan karakter gebied op lange termijn
De plek moet bepalen wat er gebouwd wordt, rekening houden met historische context. Bouwen naar behoefte (druk op de woningmarkt)
Identiteit dorp behouden, anders veel weerstand! Inbreiding in de dorpen Monotone ontwerpen geven meer snelheid maar levert minder variatie op
Planfases zouden korter moeten (prefab). Kwaliteit ligt al vast in BKP
Kiezen voor tijdelijke bouw (10 jr) en dan ook echt tijdelijk. Ander type woningen gaan bouwen voor starters (bv zonder slaapkamers) Aandacht voor planvorming proces (korter). Belang en volgorde beter bepalen. Werken vanuit ‘de bedoeling’ als hoofddoel. Maak plan groter en pak beet samen met gebieden met bodem/waterproblematiek: oplossingen maken voor bouwen met hoogteverschillen Doorstroom aanmoedigen
In de grote kernen meer de hoogte in om groene ruimte te sparen
17
Reactie Uit paragraaf 2.1 volgt dat identiteit ook ruimtelijke kwaliteit van belang is. Uit paragraaf 3.3 volgt aanvullend dat variatie/identiteit in woningtypes meer toegepast wordt. Paragraaf 2.3: de identiteit benutten door de kwaliteiten en waarden te gebruiken. Uit paragraaf 3.3 volgt dat de woonbehoefte in alle kernen wordt ingevuld; naar verhouding, passend bij vraag en omvang Uit paragraaf 2.3 volgt dat we de identiteit van de dorpen scherper willen benutten. Dit past bij efficiënt ruimtegebruik zoals voorzien in paragraaf 3.3. De in paragraaf 3.3 voorgestelde variatie is inclusief flexwonen. Paragraaf 3.3 kent een inzet op meer variantie. Hiervoor bevat het Koersdocument de belangrijkste principes.
In hoofdstuk 4 staat dat we onze ruimtelijke inrichting meer te baseren op het natuurlijke systeem (bv. water en bodem). Paragraaf 3.3: aanvulling op de bestaande woningvoorraad leidt tot meer diversiteit en doorstroming. Dit past bij efficiënt ruimtegebruik zoals voorzien in paragraaf 3.3.
Behouden van dorpse karakter betekent dat we minder woningen moeten bouwen > enquête: 45% zegt ‘ja’ Positief In- en uitbreiding kunnen beide met behoud dorpskarakter: creatieve oplossingen bedenken Niet in elk dorp is behoefte aan uitbreiding voorzieningen
Negatief Dichtheid bepaalt vaak dorpse karakter. Leefbaarheid minder door bijbouwen woningen?
Tips
Reactie Uit paragraaf 2.3 volgt dat we de identiteit van de dorpen scherper willen benutten.
Dorpen zijn altijd al gegroeid en nu zou dat ineens het karakter aantasten?
Paragraaf 3.3: we blijven onderscheid maken in dorpsprofielen die leiden tot differentiatie.
Plekken die belangrijk zijn beschermen of opgeven voor nieuwe ontwikkelingen > enquête: 83% zegt ‘beschermen’ Positief De plekken tussen de dorpen zijn heel karakteristiek, behouden!
Negatief Soms is voor verduurzaming slopen het beste
Tips Leegstand winkels: wonen terugbrengen hier, ruimte beter benutten
Hergebruik met behoud van architectonische kwaliteit kan ook
Reactie Paragraaf 2.1: om identiteit te beschermen, ontwikkelen of stimuleren leggen we ook verbanden met erfgoed . Paragraaf 2.1: zie voorgaand.
Het karakter van Overbetuwe wordt vooral bepaald door mensen of door de omgeving? > enquête: 33% zegt ‘door de mensen’ Positief Groen behouden voor gezondheid vd mens: rol overheid Verstedelijking zet karakter dorp onder druk
Negatief De maatschappij blijft veranderen, dorpen en steden dus ook Verenigingsleven leeft veel meer in de dorpen dan in de steden: hier rekening mee houden
Tips
Reactie Hoofdstuk 4 vraagt aandacht voor toekomstbestendig handelen, o.a. bij gezondheid. Paragraaf 3.3: we blijven onderscheid maken in dorpsprofielen die leiden tot differentiatie (ook in voorzieningen).
Bouwen in en rond dorpscentra tot max 6 of 8 hoog? > enquête: 73% zegt ‘maximaal 6’ Positief In dorpen geen hoogbouw (max 3)
Negatief
Tips max 6 voor alle dorpen!
In centra meer voor senioren bouwen (hoogbouw) Goed kijken naar de doelgroepen die in de dorpen willen blijven wonen Markt bedienen = 8 lagen maken (ten koste van karakter dorp) Niet alleen over bouwlagen hebben maar ook over kwaliteit, duurzaamheid, architectuur en voorzieningen Bedenk varianten: vb verdieping op bestaande bouw
18
Reactie Paragraaf 3.3: efficiënt ruimtegebruik, met bijvoorbeeld meer hoogte is benoemd voor (de omgeving van) centra Uit paragraaf 3.3 staat dat we vooral kansen zien voor wonen door specifieke doelgroepen, zoals ouderen. Paragraaf 3.3: meer diversiteit in woningtypologie kan hieraan bijdragen. Behouden en versterken van identiteit zal niet vaak aanleiding zijn voor dergelijke hoogten. Paragraaf 3.3 legt deze verbindingen.
Dit past bij de (meer) experimentele aanpak die voorzien is in paragraaf 3.3 .
Vergrijzing gaat sneller: Open vraag > Hoe gaan we hiermee om? Positief
Negatief
Tips Groep babyboomers willen niet meer zo veel ondernemen qua kopen/wonen. Willen blijven wonen waar ze wonen. Bouwen bij voorzieningen bij de ouderen zorgt voor doorstroming jongeren: jongeren zijn bereid om oude woningen te verduurzamen. Meer verdichten in de buurt van voorzieningen. Gemeenschappelijk collectief: sociaal: elkaar helpen, zorg, tuin delen
Reactie Paragraaf 3.3: aanvulling op de bestaande woningvoorraad leidt tot meer diversiteit en doorstroming. Paragraaf 3.3: zie voorgaand.
Dit kan een uitwerking zijn meer variëteit in woningtypologie.
Positief over vernieuwende woonvormen? > enquête: 74% zegt ‘positief’ Positief Biedt meer kansen voor samenwonen/zorgen
Negatief Flex: tijdelijk, niet bij structurele vraag
Vergrijzing tijdelijk? wederopbouw, gezonder/langer leven Komt tegemoet aan maatschappelijke vraag (nieuwe doelgroepen)
Tips Let op: is dit substitutie? Genoegen nemen met plan B? Mengvormen: kwaliteit! Flex bij acute nood en bij structureel doorzetten, mits snel
Reactie Een juiste balans hierin zoeken volgt uit de aanvullende werking op de bestaande voorraad die voorzien wordt in 3.3 Paragraaf 3.3: zie voorgaand. Paragraaf 3.3: zie voorgaand.
Liever wonen in hoogbouw in groen of laagbouw in bebouwde omgeving? > enquête: 53% zegt ‘liever laagbouw in bebouwde omgeving’ Positief Relatie met steden
Negatief Sorteren op leeftijd en kern
Tips Bekijken vanuit perspectief omwonenden of bewoner
Mits voorzieningen voor de deur
Relatief duur: sneller bezwaar
Voldoende buitenruimte (balkon)
Starters en senioren
Moeilijk voor tussen- en middensegment
WST 80% grondbebonden
Standaard, hebben we al veel van
Niet ideaal voor gezinnen
19
Reactie Dit past bij efficiënt ruimtegebruik zoals voorzien in paragraaf 3.3. Een juiste balans zoeken volgt uit de aanvullende werking op de bestaande voorraad die voorzien wordt in 3.3 Nabij (voorzieningen in centra) past bij de voorkeur uit paragraaf 3.3 Uit paragraaf 3.3 volgt dat dit voor de hand ligt bij specifieke doelgroepen, zoals ouderen. Een juiste balans hierin zoeken volgt uit de aanvullende werking op de bestaande voorraad die voorzien wordt in 3.3 Paragraaf 3.3: zie voorgaand.
Extra woningen door nieuwbouw of woning splitsen/delen? > enquête: 70% zegt ‘door nieuwbouw’ Positief Potentie groter (meters maken)
Negatief Potentie klein en complex (regels)
Tips Bij grotere complexen
Delen lastig mbt regelgeving (fiscaal etc) Parkeren? ruimtebeslag
Stabiele bouwproductie (‘balk’)
Omgevingswet, onduidelijkheid, vertraging? Vereist procedures en keuzes
Reactie Een juiste balans hierin zoeken volgt uit de aanvullende werking op de bestaande voorraad die voorzien wordt in 3.3 Paragraaf 3.3: zie voorgaand. Het STOMP-principe uit paragraaf 3.1 kan hier extra kansen bieden. Omgevingsvisie kent een gaat niet in op wettelijke procedures. De Omgevingsvisie bevat welprincipes t.b.v. afwegingen en keuzes .
Bouwen voor bestaande inwoners (en doorstroom) of voor nieuwe inwoners > enquête: 84% zegt ‘voor bestaande inwoners’ Positief Gebondenheid familie/zorg/werk, tenzij maatschappelijk betrokken
Negatief Doorstroming landelijk
Tips Hoeft voor doelgroepen geen verschil te maken, beide nodig
Doorstroming in Overbetuwe Mits aanbod betaalbaar, duurzaam, comfortabel
Nieuwe reuring instroom, mits niet ten koste van Pas op voor ‘schotten symptoombestrijding’
Pas op voor discriminatie (regels beperken dat)
Voorzieningenniveau lager: doorstroom
Vergrijzing (krimp), tenzij leegkomend voor nieuwe doorstroming
20
Reactie Doorstroming wordt voorzien in paragraaf 3.3, tegelijkertijd moet de woonbehoefte per kern worden ingevuld; naar verhouding, passend bij vraag en omvang. Paragraaf 3.3: zie voorgaand. Uit paragraaf 3.3 volgt aansluiten bij lokale behoefte aan (ook betaalbare) woningen, met aandacht voor duurzame oplossingen t.a.v. energie en circulariteit (paragraaf 3.1 en hoofdstuk 4). Paragraaf 3.3: we blijven onderscheid maken in dorpsprofielen die leiden tot differentiatie (ook in voorzieningen).
Vergrijzing gaat sneller: open vraag > hoe gaan we hiermee om? Positief
Negatief
Tips Analyse bestaande woningvoorraad? Waar kunnen we doorstroming stimuleren. Mixen doelgroepen jong/oud Bijzondere woonvormen: groepswonen als voorportaal. Aanbod product moet kloppen. kinderen sturen & mutaties (voorbereidingstijd) Financieringssystematiek: meer dan ‘happy few’ Arbeidsprocessen, beschikbaarheid zorg Verzorgingshuizen met gemeenschappelijke ruimtes, zorgknop, etc Inrichting openbare ruimte, breder: vb. dementie Regelgeving, beleid soepeler ivm woning splitsen, kangoeroe-wonen
21
Reactie Dit sluit aan bij de strategie in paragraaf 3.3 die erin voorziet om de woningtypologie meer te variëren; als aanvulling op de bestaande woningvoorraad, t.b.v. doorstroming. Paragraaf 3.3: zie voorgaand. Paragraaf 3.3: zie voorgaand. Dit kan een uitwerking zijn meer variëteit in woningtypologie. Keuzes over financiering zijn voorzien opstellen van programma’s (zie hoofdstuk 5). Dit kan een uitwerking zijn van preventieve maatregelen (hoofdstuk 4) om beter voorbereid te zijn op demografische ontwikkelingen. Paragraaf 3.3: we blijven onderscheid maken in dorpsprofielen die leiden tot differentiatie in (wonen t.o.v.) voorzieningen. Bouwen, risico’s afdekken Dit past bij de (meer) experimentele aanpak die voorzien is in paragraaf 3.3 .
Sessie landelijk gebied > Watergoed Valburg Weersextremen worden groter (meer droogte, meer piekbuien): Open vraag > hoe ga je hiermee om? Positief
Negatief
Tips Betrek bewoners bij meer groen planten en bomen (wel de juiste bomen!). Samen sterk. Agrarisch grondgebruik Reductie watergebruik, slimmer watergebruik Drinkwateronttrekking
Waterhuishouding (water vasthouden) in droge perioden Veel meer groen aanplanten (begroeiing doet veel mbt bodem/vocht) Grondwaterpeil op hoogte houden Meer aanplanten in woonwijken: verkoeling, hittestress, biodiversiteit Behouden oude grote bomen voor grote kroonomvang Schone bodem (chemisch gebruik!) = goede waterkwaliteit
Reactie Hoofdstuk 2 van de Omgevingsvisie benoemt principes voor participatie. Dit is de eerste trede van de ‘ladder’ zoals we die beschrijven in paragraaf 3.1. Mogelijke variabele bij klimaat-adaptief handelen (hoofdstuk 4): slim omgaan met het veranderende klimaat en te veel droogte of hittestress verminderen. Mogelijke maatregel, zie voorgaand (hoofdstuk 4). Mogelijke maatregel, zie voorgaand (hoofdstuk 4). Kan tevens van belang zijn voor identiteit (paragraaf 2.3). Mogelijke maatregel, zie voorgaand (hoofdstuk 4). Mogelijke maatregel, zie voorgaand (hoofdstuk 4). Kan tevens van belang zijn voor identiteit (paragraaf 2.3). Mogelijke maatregel, zie voorgaand (hoofdstuk 4). Kan tevens van belang zijn voor identiteit (paragraaf 2.3). Hoofdstuk 4: bij locatiekeuze en inrichting houden we rekening met minimale milieukwaliteiten én onze ruimtelijke inrichting meer baseren op het natuurlijke (water- en bodem)systeem.
Meer zonneweides en windturbines kunnen samengaan met behoud landschap: enquête: > 45% zegt ‘ja’ Positief Mits bij A15 Betuweroute geclusterd
Negatief Biodiversiteit! Te dicht op elkaar en niet fraai
Tips Compenseren met groen elders (geschikt voor biodiversiteit)
Om het grootste gedeelte vh landschap te behouden
Let op natuur/vogels bij windenergie
Locatie is bepalend, ook bij combi’s
Reactie Paragraaf 3.2: Clustering bij A15 handhaven we, afgestemd op landschap/natuur, zoekgebied bij Andelst wordt geoptimaliseerd. Paragraaf 3.2: zie voorgaand
Plekken die belangrijk zijn beschermen of opgeven voor nieuwe ontwikkelingen: enquête: > 83% zegt ‘ja’ Positief Weg = weg (vb laanbomenteelt)
Identiteit blijft
22
Negatief Te veel (ontwikkelruimte)
Tips Let op analyse ‘balans quotem’
Kan in de weg staan van ontwikkelingen
Plekken = gebouwen en landschap (=ruimte/landgebruik) Direct omwonenden betrekken bij ontwikkelplannen op bijzondere niet officieel beschermde plek. Zorgvuldige participatie (algemeen belang)
Oud gebruiken voor nieuw en aanpassen ad tijd (hergebruik), vb landerij de park
Reactie Zie paragraaf 2.1:bij behoud, versterking en stimulering van identiteit houden we rekening met gebruik en ervaring Paragraaf 2.1: zie voorgaand. Hoofdstuk 2 van de Omgevingsvisie benoemt principes voor participatie.
Karakter Overbetuwe wordt vooral bepaald door mensen of omgeving: enquête > 33% zegt ‘mensen’ Positief Gezondheid, geluk, welzijn
Negatief Omgeving wordt door mensen gemaakt
Tips
Geschikt voor lokale voedselproductie
Let op: verandering kan nadelig zijn
Invloed vd mens is negatief én positief
Sociale cohesie (verbinden)
Mens is moeilijker beïnvloedbaar en grilliger Vastleggen, borgen, overdragen vluchtig
Kan ten koste gaan van kwaliteit omgeving (vb economie)
Reactie Hoofdstuk 3: We leggen bij verschillende opgaven verbanden naar identiteit en toekomstgericht duurzaam handelen. Hierdoor kijken we ook vanuit het perspectief van ‘brede welvaart’: ontwikkeling vindt plaats in balans met gezondheid, milieu, klimaat, leefbaarheid en veiligheid. Uit paragraaf 2.1 volgt dat we identiteit zowel ruimtelijk en functioneel bezien. Omdat deze ruimte ook (toekomstig) gebruik door mens en dier faciliteert, kijken we hoe plekken gebruikt en ervaren worden. Paragraaf 2.1: voorgaand. Scope van Omgevingsvisie is verder primair op de fysieke ruimte. Hoofdstuk 2 beschrijft dat aanscherpen identiteit dient om het DNA beschermen, ontwikkelen en stimuleren. Zie paragraaf 2.1: zie voorgaand: rekening houden met gebruik en ervaring.
Behouden van dorpse karakter betekent minder woningen bouwen: enquête: > 45% zegt ‘ja’ Positief Verschilt per dorp
Hoeft niet, bij geschikte ruimte en balans in- en uitbreiding
Kan samengaan: inpassen in groen en juiste architectuur
23
Negatief Niet te hoog of te groot, dat raakt het karakter van het dorp
Tips Karakteristieke plekken behouden en dorpse inrichting en architectuur gebruiken Wat is de definitie van een dorp/dorps karakter?
Reactie Paragraaf 3.3: we blijven onderscheid maken in dorpsprofielen die leiden tot differentiatie. Paragraaf 2.3: De identiteit van de dorpen willen we ook scherper benutten op basis van kwaliteiten en waarden die behoren bij het moment van ontstaan. Gekoppeld aan locatiespecifiek, door karakteristieke structuren, plekken of gebouwen hieraan toe te voegen. Paragraaf 2.3: zie voorgaand.
Beschikbare grond boeren na stoppen: enquête: > 58% voor ‘meer natuur’ Positief Biologische boeren
Negatief Niet naar laanbomen Geen lappendeken
Tips Ruilverkaveling
Verdienmodel (randvoorwaarden)
Reactie Paragraaf 3.2 zet in op een diverse agrarische sector zonder monotoon, grootschalig en/of intensief beeld (mix). Voor laanboomteelt: zie volgende vraag. Paragraaf 3.2 biedt perspectief om bedrijfsvoering toekomstbestendig te maken (bv. meer innovatieve of gemengde bedrijfsvormen).
Boeren moeten meer mogelijkheden krijgen om te werken met aandacht voor natuur en biodiversiteit: enquête > 90% zegt ‘ja’ Positief Ondersteuning door andere partijen, vb subsidie provincie.
Inperken andere (negatieve) mogelijkheden = ook meer ruimte voor andere functies
Effect: prettige leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit
24
Negatief Laanboomteelt is verdienmodel/economische drager en tast landschap aan
Tips Meer sturing in agrarisch grondgebruik: gekoppeld aan de waarde van de grond
Reactie Uit paragraaf 3.2 volgt stimuleren van extensieve vormen van agrarisch gebruik met meer ruimte voor natuurinclusief of duurzamer en lokaal vormgeven van voedselproductie. Voor laanboomteelt: zie volgende vraag. Paragraaf 3.2 zet in op een diverse agrarische sector zonder monotoon, grootschalig en/of intensief beeld: primair grondgebonden veeteelt, fruitteelt en akkerbouw, aangevuld met nevenactiviteiten zoals wonen en extensieve recreatie (netwerk) ten behoeve van dagrecreatie. Uit paragraaf 2.1 en 2.2 volgt dat identiteit aanscherpen ook verbanden legt tussen ruimtelijke kwaliteit, erfgoed (inclusief monumenten en cultuurlandschappen) en milieuwaarden (luchtkwaliteit, geluidsbelasting, et cetera).
Uitbreiden laanboomteelt of versterken akkerbouw en fruitboomgaarden: enquête > 86% zegt ‘akkerbouw en fruitteelt’ Positief Ruimte voor Teel Ondersteunde Voorzieningen (TOV)
Negatief Arbeidsmigranten nodig (seizoensgebonden)
Tips
TOV verharding en waterproblemen
Jaar rond arbeid nodig (minder afhankelijk van arbeidsmigranten)
Reactie Hiervoor zijn reeds specifieke regels/kaders gesteld. TOV: zie voorgaand (specifieke regels). Uit hoofdstuk 4 (toegepast in 3.2) volgt dat meer ruimte nodig is voor klimaatadaptatie, rondom de Linge is extra waterberging daarbij een aanvullende ambitie. Uit paragraaf 3.2 volgt stimuleren van extensieve vormen van agrarisch gebruik met meer ruimte voor natuur-inclusief of duurzamer en lokaal vormgeven van voedselproductie. Paragraaf 3.2 zet in op een diverse agrarische sector zonder monotoon, grootschalig en/of intensief beeld: primair grondgebonden veeteelt, fruitteelt en akkerbouw, aangevuld met nevenactiviteiten zoals wonen en extensieve recreatie (netwerk) ten behoeve van dagrecreatie. We zijn terughoudend met functies die niet of minder grondgebonden zijn (zoals laanboomteelt)
Nadelig voor biodiversiteit (spuiten)
Laanbomensector wil een wereldspeler worden en andere agrarische bedrijven wegconcurreren
Prima als er soms plassen blijven staan na veel regen: enquête > 78% zegt ‘prima’ Positief Voordeel voor natuur (vogels, insecten)
Negatief Actief ontwateren is slecht voor de natuur (weidevogels)
Wateroverlast in de bebouwde kom/kern
Natte paden bemoeilijken recreatie/fietsers
25
Tips Ruimte voor retentiegebieden
Reactie Uit hoofdstuk 4 (toegepast in 3.2) volgt dat meer ruimte nodig is voor klimaatadaptatie, rondom de Linge is extra waterberging daarbij een aanvullende ambitie Paragraaf 3.3: In bestaande wijken combineren we leefbaarheid en duurzaamheid met het beter inrichten van de bestaande woonomgeving, conform actuele woonbehoeften. waar nodig ook met maatregelen klimaatadaptatie (omgaan met piekbuien of droogte). Paragraaf 3.3: zie voorgaand.
Sessie economie en bedrijventerreinen > gemeentehuis Elst Op basis van een onderzoeksrapport is de volgende input gegeven. Deze heeft een plek gekregen in paragraaf 3.3 van het Koersdocument. Welke economie verdient (extra) inzet? • De kracht van de Overbetuwse bedrijventerreinen is juist de mix van sectoren. Ga niet voor thematische regionale speerpunten maar houdt het brede MKB profiel aan. • Geef meer aandacht aan het midden en groot MKB (10-250 werkzame personen), met name bij de lokale bedrijven om deze te faciliteren in hun toekomstige groei. Inzet op herstructurering bestaande terreinen? Het is van belang om nu te richten op de bestaande voorraad. Hier is op korte termijn het grootste verschil te maken, mede vanwege problemen met netcongestie en het tekort een nieuwe kavels. Een schaarste aan bouwgrond heeft als voordeel dat ‘de markt’ op zoek gaat naar locaties voor renovatie en herontwikkeling (duurzamer dan uitgifte van nieuwe grond). Laat herstructurering van bedrijfskavels aan de markt, waarbij het wel belangrijk is dat de overheid op de randvoorwaarden stuurt. Daarmee kan je sturen op clustering en vestiging van bedrijven. Voorbeelden van randvoorwaarden: minimale milieucategorie, minimale bouwhoogte (en hogere bouwhoogte), uitsluiten bedrijven die je niet wil, tegengaan van bedrijven met grote kans op ondermijning (bv.
kleine bedrijfsunits), flexibiliteit in de bestemmingsplannen (o.a. herverkaveling) én voorwaarden op het gebied van afvalinzameling, parkeren. Inzet op uitbreiding bestaande terreinen Creëer nieuwe bedrijfskavels, gezien het huidige tekort is hier een inhaalslag nodig. Doe dat op een kwalitatieve wijze: welke ondernemingen passen bij de Overbetuwse economie. Dus kavels die geschikt zijn voor het lokale MKB; voorkom uitgifte van bedrijfskavels groter dan 1,0 hectare. Wees zuinig op de ruimte Voor nieuwe bedrijfskavels (herstructurering of uitbreiding) is het belang om mee te nemen dat de jongere generatie om andere werklocaties vraagt. Houdt bij uitgifte de procedure simpel en transparant, verplicht bij nieuwe bedrijventerreinen een verplicht collectief in de vorm van een stichting. Overweeg ook inzet van actief beleid bij versnippering van bedrijven of solitaire vestigingen. Voorkom ook overloop vanuit omliggende steden, waardoor het lokale MKB in het geding kan komen.
26