CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-12-17.04 Op verzoek van dhr. Noordermeer toegevoegd; J-1074283 J Monitor vd afspraken HA Jeugd-

Voorronde Zaal 2 17 december 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: IBC Hervormingsagenda8.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

\ Rapport

Monitor van de afspraken Hervormingsagenda Jeugd 2024

Venster.nl

Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE .................................................................................................................................. 2 1. INLEIDING .......................................................................................................................................... 3 1.1 AANLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1.2 OPZET VAN DE MONITOR VAN DE AFSPRAKEN .............................................................................................. 3 1.3 RESPONS .................................................................................................................................................... 5 1.4 WAARDE EN BEPERKING VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................ 5 2. BEVINDINGEN VOORTGANG VAN DE AFSPRAKEN .......................................................................... 8 3. RESULTATEN PER THEMA............................................................................................................... 10 3.1 REIKWIJDTE ..............................................................................................................................................

10 3.2 JEUGDHULP STEVIGER VERBINDEN AAN AANPALENDE DOMEINEN ............................................................. 12 3.3 STEVIGE LOKALE TEAMS EN TOEGANG ....................................................................................................... 14 3.4 TERUGDRINGEN RESIDENTIËLE JEUGDHULP............................................................................................... 18 3.5 KWALITEITSVERBETERING EN BLIJVEND LEREN ......................................................................................... 20 3.6 ORGANISATIE EN INKOOP VAN SPECIALISTISCHE JEUGDZORG .................................................................... 21 3.7 EENVOUDIGERE UITVOERING EN INKOOP .................................................................................................... 23 3.8 VERBETEREN INZICHT IN HET FUNCTIONEREN VAN HET JEUGDSTELSEL ...................................................... 26 4. BELEVING VAN DE BEWEGING ....................................................................................................... 28

2

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op 19 juni 2023 is de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 definitief vastgesteld. Doel is het stelsel kwalitatief te verbeteren: betere en tijdige zorg en ondersteuning voor jeugdigen en hun gezin, op de juiste plek en wanneer dit nodig is. Het stelsel moet ook financieel houdbaar worden: het pakket aan maatregelen moet leiden tot lagere uitgaven (1 miljard structureel vanaf 2027). In hoeverre de doelen van de Hervormingagenda Jeugd (hierna: Hervormingsagenda) worden gerealiseerd, moet blijken uit centrale (structurele) monitoring jeugdstelsel. De monitor van de afspraken brengt de voortgang op de afspraken van de Hervormingsagenda in beeld. Deze monitor is onderdeel van de (financiële) afspraken tussen Rijk en Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Dit document bevat de resultaten uit de eerste monitor van de afspraken.

1.2 Opzet van de monitor van de afspraken Deze monitor volgt de voortgang op de gemaakte afspraken en maakt onderdeel uit van een palet aan monitoringsinstrumenten. De Hervormingsagenda zegt hierover: ‘We moeten weten of we echt stappen in de goede richting zetten. De uitvoering van de Hervormingsagenda is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle partijen. De voortgang wordt besproken met alle betrokken partijen.’ In de Hervormingsagenda zijn zeven soorten actoren aan zet:       

Rijk VNG jeugdhulpregio’s gemeenten aanbieders, vertegenwoordigd door de koepel Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ)1 professionals, vertegenwoordigd door de koepel Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd (SBJ)2 en netwerkorganisatie Kwaliteit en Blijvend Leren (KBL).

Zij werken gezamenlijk aan acht thema’s. Per thema is afgesproken welke partijen voor welke afspraken aan de lat staan. Deze afspraken zijn door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en VNG in samenspraak met ICTU vertaald naar een vragenlijst voor elk van de

1

BGZJ vertegenwoordigt de volgende koepels van jeugdzorgaanbieders: Jeugdzorg Nederland; de Nederlandse GGZ en Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN). 2 SBJ vertegenwoordigt de volgende koepels van professionals: Jeugdartsen Nederland (AJN); Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW); Beroepsvereniging voor kinder- en jongerenwerk (BVjong); Federatie Vaktherapeutische Beroepen (FVB); Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV); Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen & psychotherapeuten (LVVP); Nederlands Instituut van Psychologen (NIP); Nederlandse vereniging voor kindergeneeskunde (NVK); Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen(NVO); Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP); en Beroepsvereniging verzorgenden en verpleegkundigen (V&VN). 3

actoren. De vragenlijst is getoetst bij enkele gemeenten en jeugdhulpregio’s (hierna: regio’s). Alle actoren hebben vervolgens toegang gekregen tot een online platform waarop zij de vragenlijst konden invullen. De thema’s van de vragenlijst corresponderen met de thema’s uit de Hervormingsagenda:        

Reikwijdte Jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen Stevige lokale teams en toegang Terugdringen residentiële jeugdhulp Kwaliteitsverbetering en blijvend leren Organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg Eenvoudigere uitvoering en inkoop Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel

Ook zijn enkele overkoepelende vragen toegevoegd over de beleving van gemeenten en regio’s over de mate waarin de beoogde beweging is gemaakt bij elk van de thema’s. Het is belangrijk om te benadrukken dat deze monitor slechts zicht biedt op de ervaren voortgang van de gemaakte afspraken. In hoeverre de doelen van de Hervormingagenda worden gerealiseerd, moet blijken uit de centrale (structurele) monitoring van het stelsel. De voortgang op de afspraken is gemeten door aan elk van de actoren in de Hervormingsagenda te vragen hoe het in hun beleving staat met elk van de gemaakte afspraken. Hierbij was ook ruimte om een toelichting te geven. De monitor geeft informatie op landelijk, regionaal en gemeentelijk niveau. In dit rapport en in een digitale omgeving wordt een overkoepelend beeld geschetst. De digitale omgeving omvat dashboards die het volgende inzicht bieden:  

Een overkoepelend beeld: de voortgang qua afspraken bij de landelijke partijen en het totaalbeeld bij gemeenten en regio’s Voor gemeenten en regio’s bevat de digitale omgeving ook de mogelijkheid om de voortgang per gemeente of regio te vergelijken met andere gemeenten en regio’s.

De dashboards in de digitale omgeving hebben twee doelen. Ten eerste is dat het bijhouden van de voortgang van de afspraken zelf. Het tweede doel is inzicht te bieden in de voortgang elders en te stimuleren om van elkaar te leren. De digitale omgeving (www.venster-monitorhajeugd.nl) is beschikbaar voor alle actoren die in het kader van deze monitor ook de vragenlijst hebben ingevuld.

4

1.3 Respons In totaal vulden respondenten van 354 organisaties de vragenlijst in tussen 8 april en 30 juni 2024. Hieronder presenteren we het aantal ingevulde vragenlijsten per actor in de Hervormingsagenda, het responspercentage en het aantal gestelde vragen. Partij

Ingevulde vragenlijsten

Responspercentage

Aantal vragen

Rijk

1

100%

33

VNG

1

100%

23

Jeugdhulpregio's

41

94.9%

20

Gemeenten

308

89.2%

28

BGZJ (aanbieders)

1

100%

9

SBJ (professionals)

1

100%

6

KBL

1

100%

9

Alle actoren ontvingen een eigen account om de vragenlijst in te vullen. De koepel van aanbieders, BGZJ, heeft aangegeven dat het gaat om een ‘zeer voorlopige invulling’ van de vragenlijst. Uit de door hen ingevulde vragenlijst blijkt ook dat bij hen veel nog onbekend is over de aanbieders.

1.4 Waarde en beperking van het onderzoek In deze eerste rapportage wordt de voortgang van de realisatie van de afspraken van de Hervormingsagenda, tot en met het tweede kwartaal 2024, in beeld gebracht. Het is hierbij goed om te benadrukken dat deze monitor per afspraak een beeld geeft of de actor die daarvoor aan de lat staat zèlf vindt dat deze afspraak is gerealiseerd. Het is dus een zelfanalyse. Er is geen feitelijke controle geweest. De respondenten konden aangeven in hoeverre een afspraak is gerealiseerd. Bij de meeste afspraken waren er vier antwoordmogelijkheden: nog niet mee begonnen, mee bezig, bijna klaar of afgerond. Bij een deel van de vragen is gekozen voor een ja/nee-vraag op basis van de formulering van de indicator die aan de afspraak gekoppeld is en input uit de pilotgroep bestaande uit gemeenten en regio’s. Bij de vragen werd steeds verwezen naar de betreffende paragraaf in de Hervormingsagenda. Veel kaders en standaarden waren op het moment van het onderzoek nog niet uitgewerkt (bijvoorbeeld wat een stevig lokaal team is). Ook is de planning uit het Implementatieplan niet meegenomen in de vraagstelling, dit omdat het Implementatieplan tijdens het vaststellen van de vragenlijst nog niet beschikbaar was. Respondenten hebben dus geantwoord met de kennis van dat moment.

Respondenten hebben ook met de vraagstelling die op dat moment beschikbaar was zelf geïnterpreteerd wat wordt verstaan onder ‘mee bezig’, ‘bijna klaar’ en ‘afgerond’ of ‘ja’ en ‘nee’. De resultaten geven een beeld van de ervaren voortgang tot en met juni 2024, op het moment van lezen van deze rapportage kan er al meer voortgang gerealiseerd zijn. 5

Verder is het goed om te realiseren dat deze monitor van de afspraken past in een breder pakket aan meetinstrumenten rondom de Hervormingsagenda. We merkten tijdens het onderzoek dat er veel zorgen zijn over de Hervormingsagenda en over hoe er wordt omgegaan met de resultaten van deze monitor. Zorgen bij gemeenten en regio’s dat, ondanks de realisatie van afspraken dit niet leidt tot minder jongeren in de jeugdzorg en tot lagere kosten, dat er desondanks wordt bezuinigd en dat het geen recht doet aan gemeenten die al eerder begonnen waren. Tijdens de reflectiesessies zijn er ook zorgen geuit over hoe deze monitor wordt gelezen (“Het feit dat we nee hebben ingevuld, wil niet zeggen dat we niets gedaan hebben.” en “Men moet zich wel realiseren dat we medio 2024 nog niet alle afspraken konden of volgens het Implementatieplan hoefden te realiseren.”). Tot slot van dit hoofdstuk enkele reflecties op dit onderzoek: 1. Deze monitor dient twee doelen: een overkoepelende rapportage voor de Deskundigencommissie en de Tweede Kamer én het bieden van een benchmark en leerinstrument voor de verschillende actoren. Wat we zien is dat het verantwoordingsdoel overheerst en het leerdoel daardoor (vooralsnog) ondersneeuwt.

Uit zowel de pilotgesprekken, de reflectiebijeenkomsten alsook besprekingen van conceptversies van dit rapport blijkt dat veel actoren zich zorgen maken over hoe de Tweede Kamer en de Deskundigencommissie dit rapport gaan lezen en welke mogelijke gevolgen (bezuinigingen) dit heeft. Wij merken dat de eerste gesprekken over de monitor daardoor eerder ‘verdedigend’ zijn in plaats van gericht op wat er gedaan kan worden om zaken te verbeteren. 2. Los van de voortgang van de afspraken hebben gemeenten en regio’s aangegeven hoe zij de overkoepelende beweging van de Hervormingsagenda beoordelen (zie hoofdstuk 4). Hier zien we dat er veel beweging wordt ervaren, gemeenten en regio’s zijn het ook in grote lijn met elkaar eens. Tijdens een van de reflectiesessies werd door een aantal landelijke actoren aangegeven dit beeld niet te herkennen. Er lijken dus verschillen te zijn in de beleving van de beweging tussen de betrokken actoren. Het verder met elkaar bespreken van deze beleving, mogelijke verschillen en de verwachtingen kan bijdragen aan het leerdoel. 3. We merkten bij veel actoren, vooral bij gemeenten, de behoefte om het inhoudelijke gesprek te voeren over de afspraken. Gemeenten hebben ook in grote getalen de vragenlijst ingevuld. Ze willen graag weten hoever anderen zijn, om goede voorbeelden uit te wisselen en van elkaar te leren.

Wij hebben geprobeerd de resultaten zo feitelijk mogelijk in beeld te brengen en hopen dat dit rapport, maar vooral ook het dashboard, bijdraagt aan het leerdoel. 4. Deze monitor brengt een veelheid van grote en kleine puzzelstukken in beeld. Naast deze monitor zijn en komen er nog meer puzzelstukken vanuit andere meetinstrumenten rondom de Hervormingsagenda beschikbaar. Meer inzage in hoe de verschillende puzzelstukken zich tot elkaar verhouden en het toevoegen van openbare data kunnen helpen om zicht te krijgen op de vraag of dit tot de gewenste effecten leidt en het voeren van het goede gesprek over de Hervormingsagenda.

6

In de volgende hoofdstukken presenteren we de resultaten van het onderzoek. In hoofdstuk 2 gaan we in op de overkoepelende bevindingen: hoe het staat met de voortgang van de afspraken als geheel. In hoofdstuk 3 bepreken we de voortgang voor elk van de thema’s uit de Hervormingsagenda. Tot slot gaan we in op de beleving van gemeenten en regio’s over de mate waarin de beoogde beweging is gemaakt bij elk van de thema’s.

Dit rapport is in september 2024 opgesteld door Venster, een ICTU-programma dat werkt voor alle lagen van de overheid, gericht op het ontwikkelen en uitvoeren van monitors waarbij de informatie wordt gebruikt om te leren en verbeteren. Opdrachtgever voor de Hervormingsagenda monitor van de afspraken is het Ministerie van VWS, in nauwe afstemming met VNG. Parallel aan de totstandkoming van de Hervormingsagenda is door een onafhankelijke partij een basisset indicatoren opgesteld. Rijk en VNG hebben aanpassingen op deze set gemaakt om deze in lijn te brengen met de definitieve gemaakte financiële en inhoudelijke afspraken van de Hervormingsagenda. In samenspraak met VWS en VNG heeft ICTU deze indicatoren vertaald naar de vragenlijst. Daarna is de vragenlijst getest bij pilotgemeenten en -regio’s. De conceptresultaten van de monitor zijn in twee reflectiebijeenkomsten met een vertegenwoordiging van alle actoren besproken om meer zicht te krijgen op het verhaal achter de cijfers en om nuanceringen aan te brengen in deze rapportage.

7

2. Bevindingen voortgang van de afspraken Wanneer we kijken naar de monitor van de afspraken, dan halen we daar overkoepelend de volgende bevindingen uit rondom de voortgang:

1. Veel is in gang gezet, maar de meeste afspraken zijn nog niet klaar Wat betreft de voortgang zien we dat er op het merendeel van de afspraken activiteit is, er is al veel in gang gezet. Veel deadlines lopen af in de tweede helft van 2024 of daarna (na de peildatum van dit onderzoek), waardoor veel afspraken nog niet afgerond zijn. Kijken we naar de toelichtingen bij deze afspraken, dan zien we veelal dat partijen volop bezig zijn. Rijk, VNG en de landelijke koepels BGZJ en SBJ geven aan nog maar weinig afspraken gerealiseerd te hebben. Uit reflecties van actoren blijkt ook aarzeling om activiteiten af te vinken als ‘gerealiseerd’. Desondanks geven gemeenten en regio’s aan met hun afspraken al ver gevorderd te zijn. Dit geldt ook voor afspraken waar feitelijk nog niet mee begonnen had kunnen zijn. Deze vragen zijn vermoedelijk beantwoord in de context van wat partijen op dat moment kónden doen. Als voorbeeld: gemeenten en regio’s geven aan stappen op standaardisatie voor inkoop van jeugdzorg gezet te hebben, terwijl acties van het Rijk en VNG voorliggend zijn. Waarschijnlijk bedoelen gemeenten/ regio’s dat zij de tot dan toe mogelijke stappen hebben gezet. Toelichtingen van gemeenten “Het is lastig om aan te geven dat iets gerealiseerd is: het kan immers altijd beter.” “Wij zijn al volop bezig, wij waren al met deze lijn bezig voordat de Hervormingsagenda van start ging.”

2. De voortgang wordt volgens de actoren beïnvloed door wederzijdse afhankelijkheden We laten even in het midden of dit feitelijk ook zo is, maar alleen al de ‘beleving’ dat men moet wachten op andere partijen is volgens ons relevant. Zorgaanbieders en professionals hebben nog maar weinig van hun afspraken gerealiseerd; als argument wordt aangegeven dat ze afhankelijk zijn van acties van andere partijen, zoals bijvoorbeeld van het Rijk, VNG of gemeenten. Gemeenten geven enerzijds aan al veel afspraken te hebben gerealiseerd, maar ook dat zij afhankelijk zijn van Rijk en VNG. Zij hebben grote behoefte aan heldere kaders. Deels wachten zij daarop. Aan de andere kant zijn er signalen uit de reflectiebijeenkomsten dat dit wachten wellicht niet terecht is en dat men wel degelijk aan de slag kan.

3. Er is een achterstand op de planning Als we kijken naar de planning van de afspraken, zoals beschreven in de Hervormingsagenda of het Implementatieplan, dan valt op dat de realisatie van de afspraken achterloopt op de planning zoals die is voorzien in de Hervormingsagenda en het Implementatieplan. Dit geldt in het 8

bijzonder voor de afspraken die nog uitgevoerd moeten worden door het Rijk en VNG. Hier zijn moverende redenen voor. In het volgende hoofdstuk hebben wij, voor zover bekend, per afspraak de geplande deadline conform de Hervormingsagenda of het Implementatieplan aangegeven en indien mogelijk de gegeven toelichting per afspraak opgenomen.

9

3. Resultaten per thema In dit hoofdstuk gaan we in op de voortgang van de verschillende thema’s uit de Hervormingsagenda. We bespreken elk thema volgens een vaste opzet: 1. We starten met een inhoudelijke toelichting op de ambitie en de afspraken op basis van de Hervormingsagenda en het Implementatieplan. 2. Daarna bespreken we de voortgang qua realisatie van de afspraken. Dit is gebaseerd op de ingevulde vragenlijsten die wij onder alle betrokken actoren hebben uitgezet. De planning van de afspraak, zoals beschreven in de Hervormingsagenda of het Implementatieplan, is (indien bekend) weergegeven in de figuur. Ook geven we een verdieping op basis van toelichtingen door de actoren in dezelfde vragenlijsten. We gaan daarbij alleen in op afspraken die volgens de planning klaar hadden moeten zijn of waar verschillende actoren verschillende antwoorden hebben gegeven.

3.1 Reikwijdte 3.1.1 Inhoudelijke ambitie en afspraken Hervormingsagenda Ambitie: waar jeugdhulp nodig is, is deze toegankelijk en beschikbaar. De afspraken in dit thema van de Hervormingsagenda hebben als hoofddoel ervoor te zorgen dat er met de beperkte beschikbaarheid van mensen en middelen scherpe keuzes gemaakt worden over wie er in aanmerking komt voor professionele jeugdhulp, waarbij de jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties altijd geholpen moeten worden. De acties die hierop worden genomen moeten ervoor zorgen dat:   

jeugdigen en ouders met opvoed- en opgroeivragen op een laagdrempelige manier terecht kunnen, dichtbij, in de wijk; de jeugdhulpplicht toeziet op jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties. Hiervoor is passende jeugdhulp beschikbaar; jeugdigen en ouders in de meest kwetsbare situaties in beeld zijn en kunnen rekenen op een meer integrale aanpak voor hun (vaak complexe) problematiek. Dit vraagt om stevige verbindingen van de jeugdhulp met onder andere het onderwijs, volwassenenzorg en vraagstukken rond bestaanszekerheid.

Allereerst staat het Rijk hiervoor aan de lat. Zij zal onder andere een maatschappelijke dialoog initiëren over het normaliseren en versterken van het gewone leven en de jeugdwet aanpassen zodat de jeugdhulpplicht beter kan worden geduid, afgebakend en gericht op de jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties. Belangrijke peildatum in het Implementatieplan is dat het wetsvoorstel waarin de kaders voor de jeugdwet worden aangescherpt wordt ingediend bij de Tweede Kamer. Daarna volgt de fase van ondersteuning en uitvoering.

10

3.1.2 Voortgang

Het Rijk staat voor de meeste afspraken in dit thema aan de lat. Van de negen afspraken heeft het Rijk vier afspraken bijna afgerond. Ze is met vier afspraken bezig en geeft aan één afspraak nog niet te hebben gerealiseerd, namelijk: in de jeugdwet verduidelijken dat gemeenten moeten zorgen voor een toereikend aanbod van basisvoorzieningen. Uit de toelichting wordt duidelijk dat deze onderdelen van het conceptwetsvoorstel al wel bijna klaar zijn, maar dat een wetsvoorstel nu eenmaal vele stappen moet doorlopen. Het Rijk is bezig met de “Handreiking Begrenzing Reikwijdte”. Uit de toelichting op deze vraag blijkt dat de handreiking voor gemeenten volgens VWS gereed is en dat deze in juli 2024 wordt voorgelegd aan de stuurgroep Hervormingsagenda. Hiermee hebben gemeenten handvatten om in de praktijk aan de slag te gaan met betere afbakening, vooruitlopend op het wetsvoorstel. SBJ is bezig om een ‘beter niet doen-lijst’ op te stellen. SBJ had volgens de planning de ‘beter niet doen-lijst’ in Q4 2023 klaar moeten hebben, zij geven aan hier nog ‘mee bezig’ te zijn, in de toelichting geven ze aan dat de “Eerste contacten zijn gelegd”. Voor de gemeenten geldt in dit thema de afspraak: ‘tijdens de contractering met aanbieders afspraken maken over hoe gestuurd wordt op de gemiddelde trajectduur’. 70% van de gemeenten geeft aan dit te doen.

De gemeenten die aangeven bij de contractering nog geen afspraken te hebben gemaakt over het sturen op de gemiddelde trajectduur (circa 30%), geven aan dat hier komend jaar groei in te verwachten is. Gemeenten noemen als redenen voor het niet maken van afspraken onder andere dat dit bij de regionale inkooporganisatie is belegd, of dat er nog lopende contracten zijn waar deze monitoring niet in is opgenomen. Er zijn ook voorbeelden waarbij de

11

gemiddelde trajectduur wel opgenomen is in het contract, maar waar geen afspraken zijn gemaakt over de monitoring en sturing.

3.2 Jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen 3.2.1 Inhoudelijke ambitie en afspraken Hervormingsagenda Ambitie: Problemen zoveel mogelijk oppakken in de context van het gezin. Jeugdhulp is voor een kind niet altijd de best passende oplossing, bijvoorbeeld omdat de problemen worden veroorzaakt door stress of schulden van de ouders. Het is noodzakelijk de verbinding met domeinen zoals het onderwijs, bestaanszekerheid/schulden en volwassenen-GGZ te versterken. Geldzorgen, problematische schulden of leven rondom de armoedegrens zorgt in gezinnen voor veel leed en verdriet, eenzaamheid en uitsluiting. Dit leidt tot hardnekkige achterstanden op andere gebieden, zoals mentale en fysieke gezondheid, onderwijs, werk, opvoeding en veiligheid. Bovendien is dit soort problematiek vaak intergenerationeel. Daarom is het van belang bestaans-, inkomens- en woonzekerheid te versterken, participatie te bevorderen en kansenongelijkheid tegen te gaan. Dit vraagt om ondersteuning van kind en gezin en investeringen in aanpalende domeinen zoals het onderwijs, volwassen-GGZ en bestaanszekerheid zowel door het Rijk als door gemeenten. De afspraken in sectie 2.2 van de Hervormingsagenda moeten ervoor zorgen dat de jeugdhulp steviger aan deze domeinen wordt verbonden.

Ook wordt in deze sectie aandacht besteed aan problemen die soms ontstaan rond het volwassen worden van kinderen (18-/18+ problematiek). Het Implementatieplan laat een gedetailleerde planning zien. Grofweg loopt de planfase voor veel activiteiten in dit thema tot medio 2024 en gaat daarna de fase in van uitvoering en toepassing.

3.2.2 Voortgang Het gaat in dit thema om twee afspraken voor het Rijk en VNG samen, twee voor VNG en twee voor gemeenten. Voor de afspraak voor het Rijk en VNG samen geldt dat zowel het Rijk als VNG aangeven bezig te zijn met de afspraak hoe zorg in onderwijstijd gefinancierd kan worden. Het Rijk geeft aan dat Rijk, VNG en betrokken partijen hebben uitgewerkt hoe betere samenwerking tussen jeugdhulp en volwassen-GGZ kan worden gerealiseerd. VNG geeft aan dit nog niet uitgewerkt te hebben. Dit is een opvallend verschil. VNG geeft in haar toelichting het volgende aan: “Dit is met name een actie voor VWS en OCW. Dit vraagt namelijk om een wetswijziging. Dit proces loopt”. Het Rijk geeft in haar toelichting aan dat deze afspraak in samenhang met actielijn volwassenproblematiek uit het 'Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming' wordt opgepakt. In de VWS-brede werkgroep 'Domein overstijgende financiering' en d.m.v. een externe onderzoeksopdracht worden de specifieke opdrachten en initiatieven om knelpunten en oplossingsrichtingen scherper in beeld te krijgen verder uitgewerkt”. Uit de toelichtingen blijkt dat beide partijen er mee bezig zijn.

12

VNG is daarnaast met nog twee afspraken binnen dit thema bezig die volgens de planning al afgerond hadden moeten zijn. Op de afspraak “VNG heeft als onderdeel van het convenant "Stevige lokale teams" een richtinggevend kader omtrent domeinoverstijgend werken vastgesteld, waarbij in de inrichting gebruik wordt gemaakt/ aangesloten op de Doorbraakmethode en andere succesvolle voorbeelden van domeinoverstijgend werken” geeft VNG in haar toelichting aan dat het “Kader voor domeinoverstijgend werken is gerealiseerd en opgenomen in Richtinggevend Kader. Hieraan wordt opvolging gegeven middels ondersteuningsaanbod met bijdragen van IPW”. VNG geeft aan bijna klaar te zijn met het vaststellen van ‘De verbindingsroute Opvang, Onderwijs en Zorg’. In de toelichting daarop geeft VNG aan dat de besluitvorming over de aanpak is afgerond in mei en dat het aanstellen van een onafhankelijk voorzitter voor de Onderwijszorgtafel en kwartiermaker in juni 2024 zou moeten plaatsvinden. 78% van de gemeenten heeft zich gecommitteerd om voor iedere jongere een persoonlijk ontwikkel- of toekomstplan op te stellen, waarin de ‘Big 5’ (wonen, werk/school, inkomen, welzijn en support) leidend is. Van de gemeenten heeft 84% een domeinoverstijgende aanpak gerealiseerd. Hierbij zijn er verschillen op te merken tussen grote en kleine gemeenten.

Bij de grotere gemeenten (gemeenten met meer dan 100.000 inwoners) heeft 3,2% geen domeinoverstijgende aanpak, terwijl dit percentage bij de gemeenten met minder dan 100.000 inwoners met 17,3% hoger is.

13

Gemeenten zijn ook gevraagd welke domeinoverstijgende aanpak wordt toegepast. Hierbij geven gemeenten het volgende aan3:    

23% gebruikt de Doorbraakmethode (IPW); 12% maakt gebruik van Maatwerkbudgetten; 10% maakt gebruik van de Omgekeerde Toets (Stimulansz); en 39% hanteert een andere aanpak. Voorbeelden die hierbij genoemd worden zijn zelfontwikkelde domeinoverstijgende aanpakken, Maatpact, Samen Doen, of een combinatie van verschillende aanpakken.

Gemeenten hebben gemiddeld genomen in het afgelopen jaar 43 gezinnen per gemeente met een domeinoverstijgende aanpak ondersteund. Gemeenten die de afspraak wat betreft domeinoverstijgende aanpak nog niet hebben kunnen voltooien, geven aan zich al wel in een fase van verkenning te bevinden. Een gestructureerde methodiek ontbreekt dan nog. Opgegeven redenen voor vertraging zijn onder andere afhankelijkheid van regionale besluitvorming, wetgeving, contractuele beperkingen of de noodzaak tot het opnieuw inrichten van werkprocessen.

3.3 Stevige lokale teams en toegang 3.3.1 Inhoudelijke ambitie en afspraken Hervormingsagenda Ambitie: Jeugdigen en hun ouders kunnen voor jeugdhulp laagdrempelig en dichtbij huis terecht bij stevige lokale teams. Jongeren en ouders hebben regie over hun eigen leven en lossen zoveel mogelijk zelf en samen met hun netwerk op. Dit vraagt om stevige lokale teams met voldoende kennis en expertise en verbinding met specialistische hulp. Teams die met ouders en jeugdigen kijken naar wat echt nodig is. Die niet alleen toegang verlenen, maar zelf lichte hulp verstrekken, gericht op het versterken van het gewone leven en de veerkracht van gezinnen en jongeren. Ze doen dit in goede verbinding met de lokale voorzieningen die beschikbaar zijn voor het brede sociaal domein; in verbinding met welzijn, (kinder)opvang en onderwijs, en in verbinding met volwassenen-GGZ en GGZondersteuning, die bij voorkeur ook in de wijk aanspreekbaar en inzetbaar is. VNG is trekker van dit thema. Gemeenten zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het organiseren van stevige lokale teams, die onder andere inzetten op het gefaseerd maken van de verbinding met het brede sociaal domein (inclusief de overgang naar volwassenheid). Ook zorgt VNG voor een richtinggevend kader en een convenant, en monitort en bevordert zij de uitwisseling van inzichten.

3

Gemeenten konden hier één keuze maken. 14

Rijk, VNG en aanbieders ontwikkelen gezamenlijk een kader voor de verbinding naar de (overige vormen van) (volwassenen-)zorg. VNG werkt met de onderwijs- en kinderopvangorganisaties aan een meer collectief aanbod van ondersteuning in het onderwijs en de opvang en werkt dit uit in de “Verbindingsroute Opvang, Onderwijs en Zorg” (zie 3.2) en een meerjarige uitvoeringsagenda. Aanbieders zetten (samen met gemeenten/lokale teams) in op het tijdig formuleren van een toekomstperspectief voor jongeren. Aanbieders en professionals nemen het voortouw bij het opstellen van een kwaliteitskader (voor een brede analyse) en zetten in op het vergroten van de vakbekwaamheid van professionals met betrekking tot informele steunfiguren.

3.3.2 Voortgang VNG heeft in dit thema zeven afspraken te realiseren (zie pagina 17), waarvan vier ook voor SBJ gelden en één geldt ook voor BGZJ. Deze afspraken zijn nog niet gerealiseerd. Volgens de planning had VNG in Q2 van 2024 klaar moeten zijn met het convenant “Stevige Lokale Teams” en VNG en SBJ hadden klaar moeten zijn met het actualiseren van de leidraad voor samenwerking tussen gemeenten en huisartsen. Uit de toelichtingen blijkt duidelijk voortgang. In het kader van het convenant ‘Stevige lokale teams’ wordt aan een aantal afspraken gewerkt, zoals het maken van afspraken met de Raad voor de Kinderbescherming en het maken van afspraken met Gecertificeerde Instellingen. Men verwacht dat dit convenant eind 2024 ondertekend wordt. Over de afspraken met medisch specialisten en jeugdartsen om te verwijzen naar gecontracteerd aanbod zegt VNG in contact te treden met brancheorganisatie(s) en te werken aan een handreiking voor gemeenten. Over de afspraak rond het actualiseren van de leidraad voor samenwerking tussen gemeenten en huisartsen zegt VNG in haar toelichting het volgende: “Mee bezig, proces loopt, gesprekken met de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) worden gevoerd en richtlijn voor financiering POH-Jeugd wordt hierbij betrokken.” SBJ heeft bij deze afspraak geen toelichting op haar antwoord gegeven. Voor gemeenten gelden vijf afspraken.

Bij al deze afspraken geeft meer dan 80% van de gemeenten aan deze gerealiseerd te hebben; bij drie afspraken ligt dat percentage boven de 90%. Gemeenten zijn ter informatie ook gevraagd naar de soorten lokale teams die ze hebben. Hier konden meerdere antwoorden gekozen worden: 46% geeft aan te beschikken over 0-18jr lokale teams, 57% beschikt over 0-100jr lokale teams en 27% over 18-100jr lokale teams. Van de gemeenten gaf bijna de helft (48%) aan te beschikken over ‘aparte doelgroepteams (jeugd, volwassen)’, 60% heeft ‘domeinspecifieke teams (Wmo, werk en inkomen)’, 42% heeft een ‘generalistisch team’ en 22% een ‘specialistisch team’. Gemeenten hebben aangegeven welke samenwerkingsafspraken gemaakt zijn met lokale teams en de huisartsen. Hier geeft 51% van de gemeenten aan afspraken te hebben gemaakt over de inzet van een POH-GGZ met aandachtsgebied jeugd, 38% over een ondersteuner jeugd vanuit lokale teams en 26% heeft andere afspraken gemaakt. Gemiddeld heeft 40% van de huisartspraktijken een ondersteuner jeugd vanuit de gemeente of het lokale team. 46% van de huisartspraktijken heeft een POH-GGZ met aandachtsgebied jeugd. Het ongecontracteerd aanbod bedraagt gemiddeld circa €1,2 miljoen per gemeente. Tussen gemeenten kan dit nogal verschillen

15

Gemeenten benoemen capaciteitsproblemen als reden voor het niet hebben van een vast contactpersoon voor huisartsen. Wel hebben zij vaak alternatieve communicatiemethoden beschreven tussen huisartsen en lokale teams, zoals periodieke overleggen, centrale aanmeldpunten en frontoffices bereikbaar voor huisartsen. Over de gesprekken over de voorkeursvariant van de samenwerking met huisartsen geven gemeenten aan dat de relatie met huisartsen soms moeilijk verloopt of dat huisartsen nog niet bereid waren in gesprek te gaan. Andere gemeenten verklaren dat er nog wordt gewacht op andere organisaties of op evaluaties van pilotprojecten. Verder geven gemeenten wat betreft het ontbreken van afspraken voor minder ongecontracteerd aanbod aan dat er eerst afspraken op regionaal niveau moeten worden gemaakt of dat er in de praktijk bij hen weinig naar ongecontracteerd aanbod wordt verwezen. Andere gemeenten geven aan dat dit onderwerp op de agenda staat of dat gesprekken al zijn ingepland. KBL geeft aan met één afspraak bezig te zijn en één afspraak nog niet te hebben gerealiseerd. KBL geeft in het kader van de afspraak over het kwaliteitskader aan dat een eerste inventarisatie van bestaande kaders en behoeften aan nieuwe kaders in de jeugdhulp is gemaakt.

16

17

3.4 Terugdringen residentiële jeugdhulp 3.4.1 Inhoudelijke ambitie en afspraken Hervormingsagenda Ambitie: Minder uithuisplaatsingen en waar nodig gebeurt dit “zo thuis mogelijk”. Het voorkomen van residentiële jeugdhulp is belangrijk om te zorgen dat jeugdigen die jeugdhulp nodig hebben ook dan zo thuis mogelijk kunnen opgroeien. Waar residentiële jeugdhulp toch nodig is gaan wordt deze verder getransformeerd naar een zo thuis mogelijke, regionaal georganiseerde kleinschalige vorm. Dit omdat kleinschaligheid meer kans biedt op een veilig en positief leefklimaat, maatwerk en onvoorwaardelijk wonen. Terugdringen en transformeren van residentiële jeugdhulp vergt tijd en investeringen. De opbrengsten zijn weliswaar veelbelovend, maar de omvang en het tempo onzeker. Dit vereist landelijke regie, een adaptieve veranderstrategie met partners en de bereidheid op basis van de realisatie het plan bij te stellen. Het voortouw ligt bij het Rijk en VNG. Zij trekken samen op met aanbieders voor de af- en ombouw van residentiële jeugdhulp en de opbouw van alternatieven. Rijk, VNG en Jeugdzorg Nederland (lid van BGZJ) hebben landelijke regie op de af- en ombouw van gesloten jeugdhulp. Het Rijk organiseert verschillende financiële regelingen. Gemeenten en aanbieders maken afspraken over passende tarieven en werken samen met andere partijen aan andere vormen van zorg en hulp.

3.4.2 Voortgang Bij dit thema zijn er twee afspraken voor het Rijk, waarvan één een gezamenlijke verantwoordelijkheid is met VNG. Volgens de planning hadden Rijk en VNG klaar moeten zijn met het oplossen van knelpunten voor de inzet van een informeel steunfiguur. In haar toelichting hierop geeft het Rijk aan dat, “Met betrekking tot wettelijke aansprakelijkheid zijn er afspraken gemaakt met het verbond van verzekeraars waardoor jeugdigen onder de WA-verzekering van hun burgervoogd kunnen vallen. Met betrekking tot bijzondere kosten kunnen gemeenten maatwerkoplossingen bieden om kosten die burgervoogden maken te dekken. Wij zijn met partijen in gesprek om te kijken wat er meer mogelijk en nodig is om (burger)voogdij te stimuleren.” VNG heeft geen toelichting gegeven op deze vraag. Rondom de afspraak binnen dit thema voor VNG ‘De coördinerende gemeenten updaten halfjaarlijks hun bovenregionaal uitvoeringsplan’ geeft VNG in haar toelichting aan dat momenteel bestuurlijke afspraken worden voorbereid. De vaststelling staat gepland voor juni 2024. Onderdeel van de bestuurlijke afspraken is een opdracht aan de landsdelen om bovenregionale plannen uit te werken. VNG heeft de afspraak ‘het maken van afspraken tussen gemeenten en instellingen over passende tarieven voor kleinschalige voorzieningen’ nog niet gerealiseerd.

In de toelichting daarop geeft VNG aan dat zij beoogt bestuurlijke afspraken te maken over het komen met een advies voor een reëel tarief en een bekostigingsvariant voor een huidige plaatsing gesloten jeugdhulp/ kleinschalig alternatief. VNG beoogt ook afspraken te maken over het in beeld brengen van de 18

structurele financiële effecten, die gepaard gaan met het kleinschalig organiseren van de residentiële jeugdhulp. BGZJ geeft ook aan dat deze afspraak nog niet is afgerond.

Regio’s staan binnen dit thema voor vijf afspraken aan de lat, waarvan de meest voorkomende status is dat ze ermee bezig zijn. Het verst zijn de regio’s met het afgestemd bovenregionaal plan, dat bij ruim de helft van de regio’s (51%) is afgerond. Gemeenten hebben in dit thema één afspraak te realiseren: het bevorderen van de inzet van informele steunfiguren. 68% van de gemeenten geeft aan hiermee bezig te zijn. Een klein deel van de gemeenten (8%) heeft dit al (bijna) afgerond.

19

3.5 Kwaliteitsverbetering en blijvend leren 3.5.1 Inhoudelijke ambitie en afspraken Hervormingsagenda Ambitie: jeugdigen en ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat de zorg die zij ontvangen passend is en hen daadwerkelijk helpt. Er is steeds meer kennis over wat werkt in de jeugdhulp, maar deze is versnipperd beschikbaar en wordt lang niet altijd toegepast. Er zijn veel richtlijnen en kaders, maar die sluiten niet altijd op elkaar aan en worden niet door iedereen onderschreven. Dit vraagt om een stevige kwaliteitsimpuls in de sector en het creëren van randvoorwaarden om blijvend te kunnen leren en elkaar blijvend verder te kunnen helpen om de noodzakelijke hervormingen tot stand te brengen. De toetssteen van kwaliteit is de hulpvraag van een jeugdige en/of diens ouders/opvoeders. Bij hulp wordt altijd de context meegenomen, zoals het gezin, de school en de wijk. Effectiviteit betekent: ‘alleen hulp bieden die daadwerkelijk bijdraagt aan het realiseren van de doelstelling die de jeugdige en/of opvoeder met de professional vaststelt’.

Het is de ambitie dat in 2028: a) de jeugdhulp kan bouwen op een stevige gezamenlijke structuur en cultuur waarin voortdurend leren en veranderen vanzelfsprekend is; b) van een substantieel deel van de jeugdhulp is vastgesteld wat aantoonbaar werkt en dit aantoonbaar in de praktijk wordt toegepast en dat hetgeen dat aantoonbaar niet werkt aantoonbaar niet wordt toegepast; c) voor belangrijke delen van de jeugdhulp kwaliteitskaders bestaan. Daartoe faciliteert de Hervormingsagenda partners in de Vijfhoek4 met een werkstructuur voor ‘Kwaliteit en blijvend leren’. Met als stappen: het inrichten van een gezamenlijke werkstructuur door en voor partners in het jeugdveld. Vanuit deze werkstructuur ontwikkelen partners een gedragen set kwaliteitskaders voor jeugdhulp. Belangrijke peildata in het Implementatieplan zijn het inrichten van een werkorganisatie (eind 2023) en het opstellen van een werkagenda (eind maart 2024). Het vertalen daarvan naar activiteiten en uitvoering is in het Implementatieplan gepland tot eind 2028.

3.5.2 Voortgang Dit thema omvat vier afspraken, alleen voor KBL. Daarvan is er één bijna klaar, namelijk het inrichten van een governancemodel (koersgroep, adviesraad, werkorganisatie en bemenst bureau). Volgens de planning had deze al afgerond moeten zijn. KBL geeft in haar toelichting aan dat ‘er een werkstructuur is, de koersgroep begin april 2024 van start is gegaan, de

4

De Hervormingsagenda is voorbereid door de samenwerkende partijen vanuit vijf perspectieven: cliëntorganisaties en jongerenvertegenwoordigers, professionals (SBJ), aanbieders (BGZJ), gemeenten (vertegenwoordigd via VNG) en het Rijk (VWS, BZK, JenV, Financiën, SZW en OCW). Dit wordt de Vijfhoek genoemd. 20

werkorganisatie is compleet, het bureau is bemenst en het governancemodel staat beschreven in het advies ‘Van praten naar doen’’. Met twee afspraken die gepland stonden voor 2023 is KBL nu bezig. Partijen uit de Hervormingsagenda hadden een gezamenlijke set kwaliteitskaders vastgesteld moeten hebben en een meerjarige implementatie- en onderzoeksagenda moeten hebben.

In de toelichting bij de afspraak rond de gezamenlijk gedragen kwaliteitskaders geeft KBL het volgende aan: “Er is een eerste inventarisatie van bestaande kaders gemaakt. Er wordt gewerkt aan scenario's voor een breed of overkoepelend kader. De Vijfhoekpartners en hun achterbannen worden hierop actief uitgevraagd”. Bij de afspraak over de meerjarige implementatie- en onderzoeksagenda zegt KBL dat de eerste contouren van de agenda zich vormen. “Eind 2024 verbinden de partijen zich expliciet aan een Leeragenda (werktitel voor meerjarige onderzoeks-, en implementatieagenda)”. KBL is met één afspraak nog niet begonnen: “Aanbieders en professionals worden ondersteund bij de realisatie en implementatie van kwaliteitsproducten, gefinancierd uit implementatiegelden van de werkorganisatie. Uit de toelichting van KBL blijkt dat er al wel gesprekken gevoerd worden ter verkenning van mogelijkheden om dit te ondersteunen.

3.6 Organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg 3.6.1 Inhoudelijke ambitie en afspraken Hervormingsagenda

Ambitie: Kwetsbare jeugdigen die (hoog)specialistische hulp nodig hebben, moeten kunnen rekenen op tijdige en passende hulp. Voor een groot aantal jeugdigen en gezinnen zijn (hoog)specialistische jeugdzorgvormen onvoldoende of niet tijdig beschikbaar. Dergelijke zorg kan het beste op regionaal niveau of waar nodig op landelijk niveau worden georganiseerd en ingekocht. In de praktijk blijkt dat de inkoop op regionaal niveau nu te vrijblijvend is georganiseerd. Het gevolg daarvan is dat het zicht op de beschikbaarheid van (hoog)gespecialiseerde jeugdzorgvormen onvoldoende is en er onvoldoende instrumenten zijn om in te grijpen. Bovendien worden jeugdhulpaanbieders die voor meerdere gemeenten werken geconfronteerd met veel verschillende inkoopprocedures en contractvoorwaarden. Dat leidt tot zeer hoge uitvoeringslasten. 21

Rijk en VNG zijn de trekkers, aanbieders werken mee. Het Rijk is verantwoordelijk voor de kaders in wet- en regelgeving. VNG is verantwoordelijk voor de organisatie van de landelijke inkoop en onderzoek naar het verevenen (compenseren) van risico’s. Aanbieders stellen een Norm voor Opdrachtnemerschap op en voeren deze uit. Gemeenten en aanbieders voorzien de regionale inkoop van een passende bekostigingssystematiek en een landelijk geldende uniforme wijze van inkoop, contractering, administratieve afhandeling en verantwoordingseisen. Het Implementatieplan biedt zicht op de planning. Enkele belangrijke peildata daarin zijn: indienen wetsvoorstel bij Tweede Kamer (eind 2023), vaststellen regio’s en regionaal in te kopen vormen van Jeugdhulp in ministeriële regeling (eind september 2024), vaststellen regiovisies en organiseren GR-identiteit (eind 2025), bepalen governance landelijke inkoop (eind 2024) en implementatie en inkoop aanbod (eind 2025).

3.6.2 Voortgang In dit thema gaat het om drie afspraken voor het Rijk, twee voor VNG en drie voor de regio’s. Het Rijk heeft één afspraak gerealiseerd, is er met één nog bezig en moet nog één afmaken. VNG is met één afspraak bezig en heeft de andere nog niet afgerond. Het Rijk geeft over het instellen van een landelijke structuur om bepaalde zorgvormen onder landelijke regie te brengen het volgende aan: “Het onderzoek naar de doorontwikkeling van de landelijke inkoop, onder regie van VNG, is in mei 2024 gestart en wordt naar verwachting in september 2024 opgeleverd. Parallel hieraan wordt gewerkt aan de inrichting van een structurele invulling van de zgn. ‘zorglandschapstafel’”. Het Rijk geeft verder aan dat het wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’ en bijbehorende lagere regelgeving amvb en MR nog niet in werking is getreden. Uit de toelichting op deze vraag blijkt dat het wetsvoorstel wel is ingediend bij de Tweede Kamer en dat het daar ligt ter agendering. De inwerkingtreding is verschoven van 1 januari 2025 naar 1 juli 2025. De bijbehorende lagere regelgeving is in concept gereed en wordt na bestuurlijke besluitvorming op 8 juli voorgelegd voor internetconsultatie in de zomer. 22

VNG had klaar moeten zijn met onderzoeken of er mogelijkheden zijn tot het verevenen van risico’s tussen gemeenten onderling. VNG geeft aan dat dit is uitbesteed aan een adviesbureau. De resultaten hiervan worden na de zomer verwacht. Bij de andere afspraak voor VNG geeft zij aan dat er op dit moment al landelijk wordt ingekocht, maar dat producten- en dienstomschrijvingen tegen het licht van onderdelen 2.7.1 en 2.7.2 van de Hervormingsagenda gehouden moeten worden. Van de regio’s heeft 42% een WGR-identiteit ingesteld, terwijl 17% daar nog niet aan begonnen is. 85% van de regio’s beschikt over een regiovisie. Bij de afspraak dat de inkoop van jeugdzorg voldoet aan de criteria uit de Hervormingsagenda geeft 38% van de regio’s aan hiermee bezig te zijn, terwijl 33% dit heeft afgerond.

3.7 Eenvoudigere uitvoering en inkoop 3.7.1 Inhoudelijke ambitie en afspraken Hervormingsagenda

Ambitie: Tijd en aandacht van professionals moeten primair uitgaan naar het daadwerkelijk verlenen van jeugdzorg. Hiervoor is het nodig dat de uitvoering en inkoop worden vereenvoudigd en negatieve effecten van marktwerking worden aangepakt, met oog voor de lokale situatie. Er wordt toegewerkt naar vormen van contractering en partnerschap die in lijn liggen met de doelen en waarden uit de jeugdwet en de Hervormingsagenda. Deze beweging wordt het wenkend perspectief van waardegericht contracteren en partnerschap genoemd. De inkoop van jeugdzorg moet verdergaand vereenvoudigen. Daarnaast wordt ingezet op een landelijke, niet-vrijblijvende en vergaande standaardisatie van contracten, contractmanagement en verantwoordingswijze. De prioriteit zal daarbij liggen bij jeugdzorg die straks verplicht regionaal en landelijk zal worden ingekocht, omdat daar sprake is van meerdere gemeenten en meerdere aanbieders en het negatieve effect van de versnippering daar het grootst is. Tot slot worden maatregelen genomen om de negatieve kanten van de marktwerking te verminderen, door onder meer zwaardere eisen te stellen aan de governance en financiële bedrijfsvoering van aanbieders.

3.7.2 Voortgang In dit thema gaat het om twaalf afspraken voor het Rijk, waarvan drie ook gelden voor VNG en BGZJ. Vijf afspraken zijn volgens het Rijk afgerond, met vijf is het Rijk nog bezig en bij twee afspraken geeft het Rijk aan nog niet te zijn begonnen. VNG heeft hiernaast nog één afspraak te realiseren, die ook geldt voor BGZJ, waar zij beide nog mee bezig zijn. Dit is overigens volgens planning. Bij de afspraken die gaan over de landelijke standaarden geeft het Rijk aan dat deze een gedeelde verantwoordelijkheid zijn van gemeenten, aanbieders en het Rijk en dat dit gefaseerd moet worden opgepakt. De eerste stappen hierin zijn gezet, door het oprichten van een projectgroep en het opstellen van een lijst met zorgvormen die minimaal regionaal kunnen worden ingekocht. Het

23

Rijk geeft hierin wel aan dat er een onvoorziene extra stap gezet dient te worden in de vorm van een praktijktest. VNG onderschrijft dit in haar toelichting en geeft ook aan ermee bezig te zijn. Wat betreft de landelijke maximumtarieven verwijst het Rijk naar de bestuurlijke afspraken die gemaakt zijn voor de Jeugdbescherming. Deze dienen als voorbereiding op de landelijke tarieven die straks voor aanbieders van toepassing zijn Op de afspraak ‘Rijk, VNG en betrokken partijen hebben de afspraken uit het convenant ‘Stoppen met tijdschrijven’ nader geconcretiseerd, inclusief definitie wat ‘vermijdbaar tijdschrijven is.’ heeft Rijk een ander antwoord gegeven dan VNG en BGZJ. Uit de toelichtingen blijkt dat het Rijk klaar is met haar deel van de verplichtingen, maar dat VNG en BGZJ nog bezig zijn met het implementeren van de afspraak. Van de gemeenten koopt 55% in op basis van landelijke standaarden zoals die nu gelden; 45% van de gemeenten doet dit dus niet. Zij geven hiervoor de volgende redenen: 26% van de gemeenten werkt nog met een oude aanbesteding; 13% geeft aan dat de standaarden nog in ontwikkeling zijn en 6% heeft een andere reden. Dezelfde vraag is ook aan de regio’s gesteld. Van de regio’s koopt 40% in op basis van landelijke standaarden; 60% doet dit dus niet.

Dit percentage is als volgt onderverdeeld: 43% zegt dat er nog een oude aanbesteding geldt, de overige regio’s (17%) geven aan dat dit nog in ontwikkeling is. Van de gemeenten maakt ongeveer de helft (48,9%) gebruik van het ondersteuningsaanbod van VNG voor de rechtmatige uitvoering van jeugdzorg. Redenen dat gemeenten geen gebruik maken van het ondersteuningsaanbod zijn onder andere onbekendheid met het aanbod of een voorkeur voor eigen (regionale) oplossingen, zoals externe adviseurs en regionale samenwerking. Een deel van de gemeenten overweegt in de toekomst gebruik te maken van het aanbod. Van de regio's zegt 62,5% geen gebruik te maken van het VNG-aanbod, voornamelijk omdat zij eigen plannen en middelen hebben, nog wachten op concrete voorstellen of niet op de hoogte zijn van het aanbod. Sommige regio’s geven aan dat het aanbod nog niet beschikbaar is of niet als noodzakelijk wordt beschouwd. Ruim 80% van de gemeenten en de regio's past de "AMvB Reële Prijzen Jeugdwet" toe. Van de gemeenten die aangeven de “AMvB Reële Prijzen Jeugdwet” nog niet toe te passen, blijkt uit de toelichtingen dat het of onbekend is voor de gemeente, of zij geven aan dat de AMvB per 1 juli 2024 in werking treedt maar dat zij wel al in de geest ervan werken of gemeenten geven aan dat er sprake is van lopende contracten die zijn afgesloten vóór het bestaan van de AMvB.

Gemeenten en regio’s zijn ook ter informatie bevraagd welk inkoopmodel zij hanteren. Op deze vraag waren meerdere antwoorden mogelijk, omdat ook sprake kan zijn van een combinatie van modellen. 73% van de gemeenten geeft aan dat zij dit inspanningsgericht doen, 33% resultaatgericht en 41% taakgericht. Voor de regio’s geldt dat 88% inspanningsgericht inkopen, 27% resultaatgericht en 49% taakgericht.

24

25

3.8 Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel 3.8.1 Inhoudelijke ambitie en afspraken Hervormingsagenda

Ambitie: Verbeterde kwaliteit, effectiviteit en beheersbaarheid van jeugdbeleid door tijdig leren, bijsturen en datagedreven besluitvorming in het jeugdstelsel. Voor tijdig (bij)sturen en leren binnen het jeugdstelsel is het essentieel goed zicht te hebben op de ontwikkelingen binnen het stelsel en de inhoudelijke, kwantitatieve en financiële effecten van beleid en best practices. Het is ook belangrijk om te snappen wát er aan jeugdzorg wordt geleverd en aan wíe er jeugdzorg wordt geleverd om politiek en maatschappelijk het gesprek te voeren over wat jeugdzorg moet zijn. Er zijn op dit moment onvoldoende beschikbare, goede en tijdige data en informatie. In de huidige situatie wordt vanuit meerdere bronnen centrale data over het functioneren van het jeugdstelsel ontsloten. Door knelpunten in enerzijds de zeggingskracht, beschikbaarheid en toegankelijkheid van data(bronnen) en anderzijds het gebruik van data en monitoring, kan echter geen optimaal gebruik worden gemaakt van deze beschikbare data. Zo zijn landelijk dekkende bronnen over aantallen en uitgaven moeilijk te koppelen, onder meer door gebrek aan uniformiteit in gehanteerde indelingen en definities, worden verschillende bronnen niet centraal geanalyseerd en is de herkenbaarheid voor gemeenten in landelijke data onvoldoende.

De ambitie is om te komen tot betere kwaliteit en beschikbaarheid van data en een betere landelijke integrale monitoring, die inzicht genereert in de werking van het jeugdstelsel over de jaren heen. Rijk en VNG zijn trekker van dit thema. In de coördinerende werkgroep data en monitoring zijn alle Vijfhoekpartijen vertegenwoordigd. Aanbieders, professionals en cliënten hebben daarin over het algemeen de rol van adviseur.

3.8.2 Voortgang In dit thema gaat het om vier afspraken voor het Rijk, twee daarvan gelden ook voor VNG. Daarnaast hebben VNG en BGZJ nog een gedeelde afspraak. Voor alle afspraken geldt dat deze nog niet zijn afgerond. Volgens de planning hadden ketenbureau, VNG en BGZJ al klaar moeten zijn met het inventariseren van knelpunten met betrekking tot de kwaliteit van het berichtenverkeer. VNG geeft in haar toelichting aan dat “Het ketenbureau is bezig met inventarisatie van deze knelpunten.”, BGZJ zegt in haar toelichting “onbekend, voorlopig antwoord onder voorbehoud”. Het Rijk geeft aan eind 2024 een keuze te maken voor een onafhankelijke partij voor de structurele monitoring van het jeugdstelsel. Over de benodigde set indicatoren daartoe, geeft het Rijk aan daarmee samen met VNG bezig te zijn: “Verwachting is dat de benodigde set indicatoren in Q3 2024 in kaart is gebracht. Deze set is tevens een belangrijke input voor het standaardisatietraject. Op dit moment wordt in de coördinerende werkgroep data en monitoring (de Vijfhoek en data/ kennisinstituten) de informatiebehoefte uitgewerkt waarin de centrale monitor van het jeugdstelsel moet voorzien. Vervolgens worden hier indicatoren aan gekoppeld”.

26

Over de wettelijke grondslag voor het berichtenverkeer zegt het Rijk: “Het wetsvoorstel is gereed en wordt naar verwachting eind 2024 ingediend bij de Tweede Kamer. De internetconsultatie is afgerond en er is advies uitgebracht door het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Het wetsvoorstel ligt momenteel voor advies voor bij de Autoriteit Persoonsgegevens”. Over de categorisering Beleidsinformatie Jeugd in de Iv3 (een gezamenlijke afspraak van Rijk en VNG) geeft VNG het volgende aan: “Deze maatregel betreft het aansluiten van de indelingen van zorgvormen in de centrale databronnen (Iv3, Beleidsinformatie, Berichtenverkeer en DigiMV). Onlangs is de indeling van Iv3 aangepast, in aansluiting op de hoofdcategorieën van de Beleidsinformatie (deze aanpassing gaat per 2025 in). Dit leidt tot verbeterde datakwaliteit van de uitgaven aan jeugdzorg door gemeenten. Verdergaande uniformering van databronnen is afhankelijk van het traject standaardisering”.

27

4. Beleving van de beweging Na de beantwoording van de voortgang op de verschillende afspraken, hebben gemeenten en regio’s ook enkele overkoepelende themavragen beantwoord. Voor alle acht thema’s van de Hervormingsagenda is gevraagd hoe ver de gemeente in hun beleving op dit thema is. Regio’s hebben zes overkoepelende themavragen beantwoord. De respondenten konden hierbij kiezen uit vijf antwoordmogelijkheden variërend van ‘helemaal niet’ tot ‘volledig’. Daarnaast is gevraagd naar een toelichting hoe de gemeente of regio (heeft) in(ge)zet op het betreffende thema en welke resultaten zijn bereikt. Deze vragen kunnen helpen bij het voeren van het goede gesprek over de Hervormingsagenda. Gemeenten en regio’s hebben aangegeven in hoeverre volgens hen de beoogde beweging is gemaakt op de verschillende thema’s in de Hervormingsagenda. Het gaat hier dus niet om de feitelijke voortgang, maar om hun perceptie van de overkoepelende beweging per thema. Op de volgende pagina zijn de resultaten op deze vragen weergegeven. Op hoofdlijnen blijkt hieruit het volgende: 1. Er is veel beweging De antwoordcategorie ‘helemaal niet’ komt nauwelijks voor. Gemeenten en regio’s geven veelal aan dat zij in beweging zijn op de verschillende thema’s. ‘Enigszins’ is het meest voorkomende antwoord, gevolgd door ‘ongeveer halverwege’. 2.

Gemeenten en regio’s zijn het in grote lijn met elkaar eens Kijkend naar de figuur op de volgende pagina dan is het beeld van de beweging per thema tussen gemeenten en regio’s in grote lijn vergelijkbaar. Gemeenten zijn iets positiever dan regio’s over het versterken van lokale teams en de beschikbaarheid van collectieve voorzieningen. 3. Gemeenten en regio’s geven aan vooral nog een grote slag te moeten maken bij vier bewegingen: a. Het gesprek over normaliseren en eigen veerkracht b. Het beter afbakenen van de jeugdhulpplicht c. Beschikbaarheid van collectieve voorzieningen d. Stevige kwaliteits- en effectiviteitsverbetering Jeugdzorg en blijvend leren 4. In de beleving van gemeenten zijn zij het verst rondom verplichte regionale samenwerking en landelijke contractering hoogspecialistische jeugdzorg 44% van de gemeenten geeft aan daar volledig de beweging op gemaakt te hebben.

Thema waarin in de beleving van gemeenten zij het verst zijn – Toelichtingen van gemeenten Verplichte regionale samenwerking en landelijke contractering hoogspecialistische jeugdzorg “Vanuit onze inkooporganisatie werken alle gemeenten in de regio hierop samen.” “Dit doen we al jaren.” “Hieraan wordt regionaal en bovenregionaal hard gewerkt.”

28

Gemeenten staan voor uitdagingen bij het normaliseren en versterken van eigen veerkracht. Hoewel dit thema op veel plekken aandacht krijgt, blijkt dat de implementatie nog niet volledig is ontwikkeld, met 45,7% van de gemeenten en 48,8% van de regio's die 'enigszins' vooruitgang rapporteren. Dit komt voornamelijk doordat gemeenten aangeven moeite te hebben met het integreren van deze gesprekken in hun lokale structuren en het ontwikkelen van concrete richtlijnen. De betrokkenheid van relevante partijen is vaak niet optimaal, waardoor een gestructureerde aanpak ontbreekt. Gemeenten erkennen de waarde van veerkracht in het verminderen van jeugdzorgbehoefte, maar de uitdaging blijft om deze inzichten om te zetten in effectieve beleidsmaatregelen en praktische toepassingen.

29

Thema waarin nog een grotere slag moet worden gemaakt – Toelichtingen van gemeenten Het gesprek over normaliseren en het versterken van eigen veerkracht dat leidt tot concrete richtingen/keuzes die jeugdzorg minder nodig maken “In keukentafelgesprekken naar aanleiding van jeugdhulpvraag is hier aandacht voor. Met beschikbare voorzieningen stimuleren we normaliseren en versterken veerkracht.” “Lokale acties in het verleden al gedaan, maar regionale afstemming is gewenst.” “Normaliseren en versterken van de eigen kracht al jaren prominent in collegeprogramma. We bieden laagdrempelig ondersteuning, waarmee we deels voorkomen dat deze inwoners naar de geïndiceerde jeugdhulp gaan.”

14,4% van de gemeenten heeft aangegeven nog geen stappen te hebben gezet in het beter afbakenen van de jeugdhulpplicht, omdat zij wachten op landelijke richtlijnen en kaders. Daarnaast heeft respectievelijk 44,3% van de gemeenten en 58,5% van de regio's aangegeven hier "enigszins" mee bezig te zijn. Hoewel sommige gemeenten al lokale verordeningen aanpassen en regionale samenwerkingen opzetten, vinden velen het moeilijk om zonder duidelijke landelijke kaders tot concrete maatregelen te komen. Thema waarin nog een grotere slag moet worden gemaakt – Toelichtingen van gemeenten Het beter afbakenen van de jeugdhulpplicht, zodat deze toegankelijk en beschikbaar is voor de meest kwetsbaren “Is een wens. Aanpassing reikwijdte moet wettelijk verankerd worden. Via inkoop is een poging gedaan om reikwijdte hulp aan te scherpen. Dat werkt nog niet helemaal.” “Met name van belang wat het Rijk hierin gaat doen.”

30

Gemeenten hebben nog geen grote stappen kunnen zetten om de kwaliteit van de jeugdzorg te verbeteren of ineffectieve hulp te beëindigen, voornamelijk door een gebrek aan duidelijke richtlijnen en kaders. Veel gemeenten wachten op landelijke richtlijnen, wetswijzigingen of modelverordeningen voordat ze concrete stappen zetten. Daarnaast zijn ze vaak nog bezig met het identificeren van effectieve interventies en het ontwikkelen van structurele aanpakken. Er is een algemene erkenning van de noodzaak om effectiviteit te verbeteren en niet-effectieve hulp te stoppen, maar gemeenten kampen met uitdagingen zoals het ontwikkelen van betrouwbare datasystemen en het waarborgen van evidence-based interventies. Terwijl sommige regio's vooruitgang boeken met initiatieven zoals regionale dashboards en verbeterbijeenkomsten, bevinden anderen zich nog in de voorbereidende fase. Het gebrek aan uniformiteit en gestructureerde richtlijnen blijft een grote belemmering voor snellere verbeteringen. Thema waarin nog een grotere slag moet worden gemaakt – Toelichtingen van gemeenten Stevige kwaliteits- en effectiviteitsverbetering jeugdzorg en blijvend leren. Stoppen met wat niet effectief is “Heel ingewikkeld omdat veel interventies niet evidence based zijn.” “In principe alleen evidence en practice based jeugdhulp ingekocht.” “We hebben een goede jeugdhulpmonitor.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=82906dea-7ed9-4307-8943-d6cf7c636a01