CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-10-15.01 Beantwoording technische vragen GBO Beleidsplan onderwijskansenbeleid oktober 2024

Gemeenteraadsvergadering 5 november 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Beleidsplan “Onderwijskansenbeleid: Samen bouwen aan gelijke kansen in Overbetuwe (2024-2028)”1.297 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Format technische vragen Datum indienen: 10 oktober 2024 Datum politieke avond: 15 oktober 2024 Agendapunt: Beleidsplan `Onderwijskansen beleid` Onderwerp:

Vragen betreffende het beleidsplan onderwijskansenbeleid: Samen bouwen aan gelijke kansen in Overbetuwe 2024-2028 Toelichting:

Vraag/vragen: 1) In het beleidsplan wordt de doelgroep voor voorschoolse educatie beschreven. GBO mist daarin de groep kinderen met een neurodiversiteit, bv TOS (Taal Ontwikkelingsstoornis). In het stuk staat dat het niet is uitgesloten dat deze groep kinderen, naast andere begeleiding die zij ontvangen of aan door worden verwezen, gelijktijdig gebruik maken van voorschoolse opvang. Kunnen wij hieruit concluderen dat ook deze groep aanspraak maakt op voorschoolse opvang en ook in beeld zijn? Is er bekend hoeveel kinderen met een neurodiversiteit hier jaarlijks gebruik van maakt? 2) In het beleidsplan staat dat 9% van de kinderen bij de doelgroep behoren en dat daarvan 60% gebruik maakt van voorschoolse educatie. Is er bekend waarom dit percentage(60%) niet hoger is? Welke acties worden er ondernomen om het percentage te verhogen en wat is ervoor nodig om dit te bereiken? Indiener/fractie:

Gemeentebelangen Overbetuwe Elvira Patelias-Pieks Antwoord(en) ambtelijke organisatie: 1. In het beleidsplan wordt de doelgroep voor voorschoolse educatie beschreven. GBO mist daarin de groep kinderen met een neurodiversiteit, bv TOS (Taal Ontwikkelingsstoornis). In het stuk staat dat het niet is uitgesloten dat deze groep kinderen, naast andere begeleiding die zij ontvangen of aan door worden verwezen, gelijktijdig gebruik maken van voorschoolse opvang. Kunnen wij hieruit concluderen dat ook deze groep aanspraak maakt op voorschoolse opvang en ook in beeld zijn? Is er bekend hoeveel kinderen met een neurodiversiteit hier jaarlijks gebruik van maakt?

Zoals vermeld in de paragraaf “Onderscheid met zorg en passend onderwijs/zorg” (pag.11) zijn er kinderen binnen de voorschoolse educatie groepen, die meer (individuele) ondersteuning nodig hebben. Hieronder kunnen ook kinderen vallen met een Taal Ontwikkelstoornis (TOS). Deze kinderen worden voor behandeling van de TOS doorgestuurd naar bijvoorbeeld een Kentalis. We hebben binnen het beleidsplan een onderscheid gemaakt met passend onderwijs/zorg, omdat de kinderopvang geen zorgaanbieder is die kinderen

met bijvoorbeeld een TOS behandelt. Het aantal kinderen met TOS hebben wij niet in beeld gebracht. 2. In het beleidsplan staat dat 9% van de kinderen bij de doelgroep behoren en dat

daarvan 60% gebruik maakt van voorschoolse educatie. Is er bekend waarom dit percentage(60%) niet hoger is? Welke acties worden er ondernomen om het percentage te verhogen en wat is ervoor nodig om dit te bereiken?

De toeleiding naar de kinderopvang na het afgeven van de voorschoolse educatie indicatie door het consultatiebureau kan worden verbeterd. Ouders bepalen uiteindelijk zelf of ze opvolging geven aan het advies van het consultatiebureau om hun kind aan te melden bij een kinderopvang met een voor-en vroegschoolse programma. Belangrijk is om de komende beleidsperiode de beweegredenen van ouders goed in kaart te brengen. Tevens willen wij ook nagaan wat nodig is om het bereik te blijven monitoren. De verbetering van de uitwisseling informatie van tussen JGZ, kinderopvang en de Gemeente, door het invoeren van bijvoorbeeld de Peutermonitor, kan daar deel van uitmaken.

Verschil politieke en technische vragen Technische vragen zijn vragen naar feiten, harde gegevens. Deze vragen kunnen dan ook prima door ambtenaren beantwoord worden. Zodra er naar een mening (van het college of de burgemeester) wordt gevraagd, betreft het een politieke vraag. Politieke vragen kunnen ook over onderwerpen gaan die niet op de raadsagenda staan. In ibabs staat bij persoonlijke documenten=>werkwijzer 2022-2026 een map formats met daarin een format voor de schriftelijke, politieke vragen. Je treft deze ook als bijlage bij dit verhaal. Uiteraard is het niet altijd eenvoudig om onderscheid te maken tussen technische en politieke vragen. De griffie kan je daarbij helpen en zal de raads- en burgerraadsleden daar graag (gevraagd en ongevraagd) over adviseren. Een paar voorbeelden om je eigen vragen aan te spiegelen: •

•

•

Technisch: - Hoeveel ambtelijke uren gaan we besparen door het invoeren van livestream en hoeveel is dit uitgedrukt in euro's? - Waar komt de eis van 16-18 cm vandaan? Is dit wettelijk voorgeschreven? Politiek: - Is het college op de hoogte van een bestuurdersvergoeding die boven de Balkenende- norm ligt? Wat vindt het college hiervan? Twijfel: - Kunnen de kaders, welke uit de discussie van het de Nieuwe Visie Afvalstoffenplan komen alsnog in de aanbesteding worden toegevoegd? ▪ Als bedoeld wordt of het technisch mogelijk is de kaders in de aanbesteding toe te voegen, dan kan dit een technische vraag zijn. ▪ Wordt het college gevraagd of ze genegen zijn om ook het te doen, dan betreft het een politieke vraag.

Technische vragen Wanneer stel ik een vraag? De raad heeft recht op alle informatie die hij nodig heeft om zijn taak goed uit te voeren. Dat is een belangrijk recht. Aan de andere kant is het ook wel belangrijk jezelf af te vragen welke informatie je echt nodig hebt. Nieuwsgierigheid is een goede eigenschap voor een raadslid, maar veel vragen helpt niet altijd om op de hoofdlijnen te blijven en het ambtelijke apparaat niet onnodig te belasten. Vooropgesteld: als je een raadsvoorstel of nota niet begrijpt, en daarom geen besluit kunt nemen, dan moet je natuurlijk een vraag stellen! Gaat het om een detail dat je niet begrijpt, dan kun je afwegen of het nodig is de vraag te stellen. Een goed criterium voor jezelf om langs je technische vraag te leggen die je van plan bent in te gaan dienen: zal het antwoord op de vraag een verschil maken in mijn besluit om voor of tegen het voorstel te stemmen? M.a.w.: als ik antwoord A krijg stem ik voor, als ik antwoord B krijg stem ik tegen? Als dit niet het geval is, en het antwoord er dus niet wezenlijk toe doet, dan hoef je de vraag niet te stellen! Dat is in het begin vast wennen, een beetje eng zelfs, om niet alles tot in de finesses te weten. Maar het helpt je tegelijk om op de hoofdlijnen te blijven, je niet te verliezen in details en zo het overzicht te houden. Bovendien scheelt het de ambtelijke organisatie een hoop tijd.

Indienen technische vragen In het fractievoorzittersoverleg is afgesproken dat raads- en burgerraadsleden technische vragen voor voorronde of raad tot de donderdagmorgen 8.00 uur voor de betreffende politieke avond via mail kunnen aanleveren bij de griffie. De griffie bundelt de vragen per agendapunt (waarbij aangegeven wordt welke vraag van welke fractie is) en stuurt deze (uiterlijk 10 uur) naar de bestuursondersteuning, die de vraag uitzet bij de deskundige medewerker. De antwoorden van de medewerkers worden dan voor maandagmiddag 16.00 uur, via de griffie naar de raad gezonden (via ibabs). De raad heeft dan een dag om de antwoorden tot zich te nemen ter voorbereiding op de politieke avond. Indien de antwoorden niet binnen de termijn beantwoord kunnen worden bijvoorbeeld als informatie van externen moet worden opgevraagd wordt dit bericht met aangeven van de datum waarop de antwoorden gegeven kunnen worden. Nb.1. De medewerker zal de vragen en antwoorden delen met de portefeuillehouder, zodat deze ook volledig op de hoogte is. Medewerkers kunnen technische vragen, waarvan ze menen dat deze politiek zijn, voorleggen aan de portefeuillehouder. De portefeuillehouder besluit of hij hierover afstemming in het college wil. De antwoorden op de technische vragen kunnen dan wel al richting raad, de antwoorden op de politieke vragen komen dan na collegebehandeling.

In dit geval kan het dus zo zijn dat de antwoorden na het college pas op de dag van de voorronde beschikbaar komen Nb.2. Het blijft ook altijd mogelijk om rechtstreeks een vraag aan een ambtenaar te stellen in geval van een verhelderende feitelijke vraag. Als de vraag en het antwoord ook relevant zijn voor andere raads- en burgerraadsleden, kan de ambtenaar altijd besluiten om de vragen en antwoorden naar de griffie te sturen voor verspreiding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=37daf2fe-aa64-40c8-9d5e-91569c95705e