24-09-03.17 Relevant stuk 1, Toelichting en regels_BP_Herziening Driel-
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Herziening Driel
Bestemmingsplan Herziening Driel Gemeente Overbetuwe Status:
Vastgesteld
Datum:
Augustus 2024
IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0362DRIEdriel-VSG1
Herziening Driel
Datum Augustus 2024
Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST
Telefoon 0481 362 300
E-Mailadres info@overbetuwe.nl
bestemmingsplan Herziening Driel
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Wat is een bestemmingsplan? 1.2 Aanleiding en doel van dit bestemmingsplan 1.3 Participatietraject 1.4 Ligging en begrenzing van het plangebied
5 5 5 6 6
Hoofdstuk 2 Huidige situatie en beschrijving plangebied 2.1 Ontstaansgeschiedenis 2.2 Ruimtelijke structuur 2.3 Functionele structuur 2.4 Openbaar gebied en infrastructuur
9 9 10 11 11
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Archeologie en Cultuurhistorie
12 12 12 13 14 15
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Inleiding 4.2 Bedrijven en milieuzonering 4.3 Externe veiligheid 4.4 Kabels en leidingen 4.5 Flora en fauna 4.6 Waterhuishouding 4.7 Milieu-effectrapportage
16 16 17 18 19 19 20 21
Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Algemeen 5.2 De opbouw van het bestemmingsplan 5.3 Toelichting op de regels en verbeelding 5.4 Resultaat van de participatie
22 22 22 22 26
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid 6.2 Handhaafbaarheid
30 30 30
Hoofdstuk 7 Procedure 7.1 Inleiding 7.2 Overleg 7.3 Inspraak 7.4 Ontwerpbestemmingsplan 7.5 Vaststelling bestemmingsplan
31 31 31 31 31 31
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Herziening Driel
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Driel
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Wat is een bestemmingsplan?
In een bestemmingsplan staat hoe je gronden en gebouwen mag gebruiken (bijvoorbeeld als woning, winkel of kapsalon). Ook staan de bouwmogelijkheden van gronden beschreven: waar mag je wat bouwen en hoe hoog? Een bestemmingsplan is bindend voor iedereen. De gebruiksmogelijkheden worden aangegeven met een bestemming. Deze bestemming staat op de verbeelding. Wat mag binnen een bestemming vindt u terug in de regels. In Hoofdstuk 5 van deze toelichting leest u waarom bepaalde keuzes op de verbeelding en in de regels zijn gemaakt.
1.2
Aanleiding en doel van dit bestemmingsplan
In enkele kernen van de gemeente Overbetuwe, waaronder het zuidelijk deel van de kern van Driel, zijn momenteel beheersverordeningen van toepassing. Op basis van deze beheersverordeningen zijn verouderde bestemmingsplannen, die niet meer voldoen aan de huidige standaarden, niet meer actueel zijn en minder goed raadpleegbaar zijn, van toepassing. De gemeente wil voor deze kernen daarom een actueel bestemmingsplan opstellen, dat goed raadpleegbaar is en aansluit bij de huidige standaarden. Hierbij wordt de gehele bebouwde kom van Driel meegenomen, omdat ook in het gedeelte waar geen beheersverordening van toepassing is, een relatief oud bestemmingsplan van toepassing is en een integrale, actuele regeling voor de gehele kern wenselijk is. Omdat de maatschappij, de economische omstandigheden en de politieke wensen na de inwerkingtreding van de oude bestemmingsplannen veranderden, is ervoor gekozen om een nieuwe planregeling op te stellen. Doel van deze nieuwe planregeling is een eenvoudig en makkelijk leesbaar bestemmingsplan dat meer flexibiliteit biedt dan de huidige planregeling. Deze regeling sluit ook aan bij de actuelere bestemmingsplannen, die in de overige kernen van Overbetuwe gelden. Door in elke kern een actueel bestemmingsplan te hebben, wordt bovendien de transitie naar de Omgevingswet vereenvoudigd.
Dit bestemmingsplan biedt een nieuw bouw- en gebruikskader voor de bebouwde kom van Driel. Voor de overige kernen met verouderde plannen (Randwijk, Valburg en Slijk-Ewijk) worden afzonderlijke bestemmingsplannen opgesteld.
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Herziening Driel
1.3
Participatietraject
Normaal gesproken stelt een gemeente het bestemmingsplan op. Het voorontwerpbestemmingsplan (of als dit wordt overgeslagen: het ontwerpbestemmingsplan) is het eerste plan dat inwoners, ondernemers en overige belanghebbenden zien en waar zij op kunnen reageren. Bij dit bestemmingsplan konden inwoners, ondernemers en overige belangstellenden via een digitaal platform meedenken en meepraten over de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het nieuwe bestemmingsplan, zonder dat er al iets van het bestemmingsplan op papier stond. Het proces is als volgt ingestoken. Aan de hand van vier thema's Wonen, Economie, Maatschappelijk en Buitenruimte werden de inwoners (online en offline) gevraagd om stellingen te bedenken die relevant zijn voor de kaders voor het op te stellen bestemmingsplan. Hierbij ging het platform open voor de eerste fase "Genereren". Door de inwoners te laten stemmen op de stellingen konden we erachter komen voor welke stellingen draagvlak is en voor welke stellingen niet. Vervolgens ging het platform open voor de tweede fase, "Beslissen". Voordat het platform voor de tweede fase openging vond er een check door een werkgroep van de betreffende kern plaats op de stellingen en vond ook een ambtelijke en politieke check plaats op de stellingen. Degenen die reageren, stemmen. Als een meerderheid van 80% het eens is met een stelling, gaat deze mee in het voorstel naar de raad.
Als 50-80% het eens is met de stelling, wordt hier nogmaals over gediscussieerd in een aparte Discussiesessie en waar nodig geherformuleerd, voordat dit meegaat in het voorstel naar de raad. Alle stellingen die onder de 50% scoren werden sowieso verworpen. Dit traject vond plaats in het voorjaar van 2020. Er is eerst een stemronde gehouden over verschillende stellingen, die betrekking hebben op thema's als economie, buitenruimte en wonen (maart 2020). In verband met de ontwikkelingen rondom COVID-19 vond dit traject (overwegend) online plaats. Vervolgens is op 30 april 2020 een videosessie gehouden, waarin een aantal stellingen uitvoeriger is behandeld en een aantal nieuwe stellingen is toegevoegd. In Hoofdstuk 5 van deze toelichting leest u hoe de resultaten van deze stelling zijn meegenomen in de regels van dit bestemmingsplan.
1.4
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het plangebied van dit bestemmingsplan ziet op de gehele bebouwde kom van Driel. Driel ligt in het noordoosten van de gemeente Overbetuwe, nabij de wijk Schuytgraaf aan de rand van Arnhem en ten zuiden van de Neder-Rijn. Aan de overzijde van deze rivier liggen Doorwerth en Heveadorp, terwijl ongeveer 3 kilometer westelijk van Driel de kern Heteren ligt. Afbeelding 1.1 geeft de ligging van de kern in groter verband weer.
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Driel
Afbeelding 1.1: ligging Driel (bron: Google Maps)
Het plangebied beslaat de bebouwde kom van Driel in ruimtelijke zin. De buitenranden van het plangebied van dit bestemmingsplan komen één op één overeen met de begrenzing van het geldende kombestemmingsplan uit 2009 in het noordelijk deel en de geldende beheersverordening in het zuidelijk deel. Deze grenzen volgen in principe de bebouwde kom van Driel in ruimtelijke zin. Afbeelding 1.2 geeft de begrenzing van het plangebied indicatief aan. De exacte en juridisch bindende begrenzing volgt uit de verbeelding van het bestemmingsplan.
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Herziening Driel
Afbeelding 1.2: indicatieve begrenzing van het plangebied Driel (bron: Google Maps)
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Driel
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie en beschrijving plangebied
Ontstaansgeschiedenis
Het dorp Driel is ontstaan op de oeverwal ten zuiden van de Neder-Rijn. De eerste vormen van bebouwing in Driel dateren al uit de 13e eeuw. De Nederlands Hervormde Kerk stamt uit de 13e eeuw. De eerste bebouwing concentreerde zich ten zuiden van de Rijndijk aan de huidige Kerkstraat, Dorpsstraat, Molenstraat en Vogelenzangsestraat. Afbeelding 2.1 geeft de ruimtelijke ontwikkeling van Driel door de tijd heen weer in de afgelopen circa anderhalve eeuw. Hierop is te zien dat de ontwikkeling van Driel gestaag is verlopen. De oorspronkelijke lintbebouwing aan de eerder genoemde wegen is aan het eind van de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw gaandeweg verdicht en her en der uitgebreid. Ten noorden van het dorp is de opkomst van enkele steenfabrieken aan de Neder-Rijn in die periode kenmerkend geweest. Later zijn deze weer verdwenen en is hier een kanaal met stuw aangelegd. In de Tweede Wereldoolog speelde Driel een rol in de Slag om Arnhem in september 1944. Geallieerde troepen landden als onderdeel van Operatie Market Garden nabij Driel. De veldslag rondom Arnhem eiste ook zijn tol voor Driel. Veel huizen in Driel raakten (zwaar) beschadigd. De katholieke kerk werd verwoest en in 1951 herbouwd.
In de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog is de lintstructuur veranderd in een blokgewijs stratenpatroon tussen de Rijndijk en de Molenstraat/Cremerstraat met de aanleg van enkele woonwijken. Pas aan het einde van de 20e eeuw en in de afgelopen twee decennia is het dorp verder uitgebreid in zuidelijke richting, ten westen van de Dorpsstraat. Relatief recent (rond 2010) heeft de grootschaliger uitbreiding met de wijk De Breekenhof plaatsgevonden.
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Herziening Driel
Afbeelding 2.1: ontwikkeling Driel (bron: topotijdreis.nl). Linksboven: 1880, rechtsboven: 1925, linksonder: 1970, rechtsonder: 2020.
2.2
Ruimtelijke structuur
De hoofdontsluitingsstructuur van Driel wordt gevormd door de historische bebouwingslinten (Kerkstraat, Dorpsstraat, Molenstraat) enerzijds en veelal recenter aangelegde ‘ontsluitingslussen’ (Rijnstraat, Verlengde Rijnstraat, Hoenveldsestraat) rondom de bebouwde kom anderzijds. Kenmerkend voor Driel is de lange, historisch gegroeide lintenstructuur, die zoals in de voorgaande paragraaf is beschreven de basis is van de ontstaansgeschiedenis van het dorp. Over de gehele lengte van de Dorpsstraat en de Kerkstraat is deze lintbebouwing nog altijd terug te vinden. Aan de linten bevinden zich dan ook de meeste historische en karakteristieke gebouwen, zoals de Nederlandse Hervormde Kerk, enkele oude boerderijen en grote burgerwoningen (villa’s). Het centrum van Driel is compact, maar kent een opvallende tweedeling. Het centrum wordt in twee delen gedeeld door de Casimirstraat, parallel aan de Kerkstraat. Rondom het centrum zijn in westelijke, oostelijke en zuidelijke richting recentere woongebieden ontstaan. Bij de dorpsranden ten oosten en ten westen van de kern van Driel is een aantal fruitboomgaarden aanwezig, die de groene overgang vormen van het dorp naar het landschap. Door deze boomgaarden is hier een geleidelijke overgang naar het buitengebied aanwezig.
In het zuiden is deze geleidelijke overgang minder zichtbaar, al is de wijk De Breekenhof grotendeels ingepast met groen en water aan de randen. Het water aan de zuidoostkant van deze wijk vormt ook een ruimtelijke scheiding met de lintbebouwing aan de Dorpsstraat, die hierdoor nog herkenbaar is als ruimtelijke structuur. In de afgelopen decennia is de nabijgelegen stad Arnhem sterk uitgebreid in zuidelijke richting. Vanuit de oostkant van Driep is de nieuwbouwwijk Schuytgraaf duidelijk waarneembaar. Tussen Driel en Schuytgraaf is nog een smalle groene, landschappelijke buffer aanwezig. De Vogelenzangsestraat vormt een verbinding met Schuytgraaf. Deze weg kent nog dre oorspronkelijke, kenmerkende ligging met enkele bochten, waardoor de oorspronkelijke ruimtelijke structuur ook hier niet geheel verloren is gegaan.
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Driel
2.3
Functionele structuur
De hoofdfunctie binnen de kern Driel is wonen. Het dorp heeft anno 2022 ruim 4.300 inwoners. De voorzieningen in Driel zijn over het algemeen beperkt tot het dagelijkse voorzieningenaanbod en het centrum is betrekkelijk kleinschalig en compact. Een aantal voorzieningen, zoals de supermarkt en een makelaarskantoor, is gevestigd aan het Polenplein en vooral gericht op het centrale lint aan de Kerkstraat. Het andere deel van het centrum bestaat uit voorzieningen zoals het Cunerahof, zalencentrum De Oldenburg en de school Het Drieluik aan het Hofplein. Verspreid aan het lint liggen nog diverse voorzieningen, bijvoorbeeld een bakker en enkele horecagelegenheden. Verder is er opvallend weinig bedrijvigheid in de kern van Driel aanwezig. Verspreid binnen de kern, hoofdzakelijk in de oudere bebouwingslinten zijn enkele bedrijven, zoals een garagebedrijf en caravanstallingbedrijf gevestigd. In het afgelopen decennium zijn ook enkele niet-woonfuncties verdwenen en door middel van een bestemmingswijziging getransformeerd tot nieuwe woonlocaties. De functionele structuur van het dorp loopt op een aantal plekken geleidelijk over in het buitengebied. Zo zijn rondom het dorp sportvoorzieningen, bedrijven, woningen en enkele agrarische bedrijven gevestigd.
2.4
Openbaar gebied en infrastructuur
De Kerkstraat en de Dorpsstraat vormen van oudsher de centrale ontsluitingsas vanaf de Drielse Rijndijk in het noorden richting Elst in zuidelijke richting. Rondom de ontwikkeling van De Breekenhof en de aanleg van de Cora Baltussenallee (N837) ten zuiden van het dorp is een nieuwe noord-zuidverbinding aanleged met de Verlengde Rijnstraat. Door deze nieuwe infrastructuur wordt de kern enigszins ontlast van doorgaand verkeer. Vanaf de oorspronkelijke centrale as zijn in oostelijke en westelijke richting enkele grote ontsluitingslussen ontwikkeld. Driel kent geen grootschalige groene structuren of parken. Wel valt op dat met name de recentere ontsluitingslussen, zoals de Broeksingel en woongebieden (met name De Breekenhof) met groen en water zijn omgeven. Opvallend zijn verder de, veelal verspreid liggende, groenelementen, variërend van overhoeken op de koppen van bouwblokken en onduidelijke groene ‘pleinen’ tot riante groenstroken of -singels parallel langs de ontsluiting. Opvallend in de structuur van Driel is een relatief grote open plek aan de zuidkant van de Molenstraat. Momenteel bevindt zich hier een weide. Parkeren vindt zowel in de oudere als in de recentere (woon)gebieden binnen Driel grotendeels aan de weg plaats. In het centrum is op het Polenplein een gemeenschappelijke parkeervoorziening aanwezig.
De bereikbaarheid met het openbaar vervoer in Driel is beperkt tot enkele busverbindingen. Wel ligt het NS-station Arnhem Zuid op fietsafstand van Driel. Evenementen In Driel vinden jaarlijks verschillende evenementen plaats in het openbaar gebied. Deze zijn deels ruimtelijk relevant en deels niet. In het bestemmingsplan is een algemene regeling opgenomen voor evenementen. Hierin is opgenomen welk type evenement is toegestaan, of versterkt geluid is toegestaan, hoe vaak en voor welke maximale duur een evenement is toegestaan en aan welke geluidseisen moet worden voldaan. Daarmee zijn ruimtelijk relevante criteria ter waarborging van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aan de regeling verbonden. Binnen Driel zijn maximaal 25 evenementen van type 2 (kleinschalige evenementen met geluid), maximaal 10 evenementen van type 3 (evenementen met 500 - 3.000 bezoekers, al dan niet met geluid) en maximaal 5 evenementen van type 4 (relatief grote evenementen met meer dan 3.000 bezoekers, al dan niet met geluid) toegestaan. Voor de kermis en de Kersenfeesten geldt dat deze langer zijn toegestaan dan overige evenementen. Evenementen van type 1 (kleinschalig en zonder geluid) zijn onbeperkt toegestaan, omdat deze in principe niet ruimtelijk relevant zijn.
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Herziening Driel
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Inleiding
Ruimtelijk beleid kent in grote lijn twee doelstellingen: Het vormt een kader voor ruimtelijke ontwikkelingen; en/of Het dient ter bescherming van aanwezige waarden. Het bestemmingsplan Herziening Driel maakt geen (grote) ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Beleid gericht op ruimtelijke ontwikkelingen is daardoor niet of minder relevant. In dit hoofdstuk beschrijven we vooral het beleid dat gericht is op de bescherming van aanwezige waarden. Na de beschrijving zoomen we in op enkele specifieke beleidsonderwerpen.
3.2
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking getreden is, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo'n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet had dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.
Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen. Doorwerking in het bestemmingsplan Het bestemmingsplan Herziening Driel maakt geen (grote) ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Gezien de aard van het plan spelen er in principe dus geen nationale belangen. De regio waartoe het plangebied (en de gemeente Overbetuwe als geheel) behoort, is aangewezen als één van de regio's binnen het Stedelijk netwerk Nederland (regio Arnhem-Nijmegen-FoodValley). Binnen deze regio's is de ambitie om tot en met 2040 gezamenlijk 900.000 extra woningen te realiseren. Het bieden van een leefomgeving van hoge kwaliteit staat daarbij voorop. Met dit bestemmingsplan worden geen directe mogelijkheden tot het realiseren van extra woningen geboden, maar is wel een regeling beoogd voor het beheer van de huidige situatie en het waarborgen van de woon- en leefkwaliteit.
Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: 'De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Driel van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn (ECLI:NL:RVS:2016:1503). In een bestemmingsplan moet worden aangegeven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering als de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Doorwerking in het bestemmingsplan Dit bestemmingsplan gaat over het bestaande bebouwde gebied van Driel. Het plangebied bestaat geheel uit bestaand stedelijk gebied. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk, alleen functieverandering van bestaande stedelijke voorzieningen. Uit jurisprudentie op het gebied van de ladder volgt dat een functieverandering van een bestaande stedelijke voorziening niet gezien wordt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing op dit bestemmingsplan.
3.3
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Gelderland Het ruimtelijk beleid van de provincie Gelderland is vastgelegd in de Omgevingsvisie (vastgesteld door Provinciale Staten op 9 juli 2014) en de Omgevingsverordening (vastgesteld door Provinciale Staten op 24 september 2014). Beide zijn na vaststelling diverse malen gewijzigd en geactualiseerd. De provincie kiest er in de Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: een duurzame economische structuur(versterking); het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en de kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat met een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Dit betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. De provinciale hoofddoelen zijn uitgewerkt en vertaald in provinciale ambities, die moeten resulteren in een divers, dynamisch en mooi Gelderland. De regels in de Omgevingsverordening vormen een juridisch bindende uitwerking van de Omgevingsvisie. Deze regels kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's.
De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Doorwerking in het bestemmingsplan Het bestemmingsplan Herziening Driel maakt geen (grote) ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Gezien de aard van het plan spelen er in principe dus geen provinciale belangen. Binnen het plangebied liggen geen beschermde natuurgebieden en geen grondwaterbeschermingsgebieden. Ten zuidwesten van het plangebied ligt wel een grondwaterschermingsgebied. De daaromheen liggende boringsvrije zone, koude-warmte-opslagvrije zone en het intrekgebied reiken wel over (een gedeelte van) het plangebied. Voor deze gebieden stelt de Omgevingsverordening nadere regels, waarmee onder meer de winning van fossiele energie en het aanleggen van voorzieningen voor koude-warmteopslag verboden is. Het bestemmingsplan maakt geen activiteiten mogelijk, die in strijd zijn met de bepalingen uit de verordening. In de regels is een passende bescherming opgenomen, waarmee strijdigheid met de verordening wordt voorkomen. Hiertoe is in het bestemmingsplan een gebiedsaanduiding opgenomen met nadere regels.
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Herziening Driel
3.4
Gemeentelijk beleid
Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie vormt het voornaamste ruimtelijke beleidskader van de gemeente Overbetuwe en geeft de integrale koers en ambities van de gemeente voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. Samenwerking tussen verschillende partijen staat centraal en is noodzakelijk om deze doelen te bereiken. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De gemeente onderscheidt een aantal kernwaarden die als vertrekpunt en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaan in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Deze worden eveneens als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied is een speerpunt in het beleid. In de Omgevingsvisie wordt de focus gelegd op zes opgaven: 3.4.1
Omgevingsvisie Overbetuwe 2040
Vitaal buitengebied in beweging; Innovatieruimte voor ondernemerschap; Samen werken aan energietransitie; Gevarieerde dorpse woonomgeving; Netwerk verbonden met samenleving; Voorzieningen geclusterd. Per thema wordt de toekomstige ontwikkeling van de Overbetuwse leefomgeving beschreven. Doorwerking in het bestemmingsplan Dit bestemmingsplan biedt een actueel bouw- en gebruikskader voor de gronden binnen de bebouwde kom van Driel. Dit dorp kenmerkt zich volgens de Omgevingsvisie als een rustig (woon)dorp met passende voorzieningen, sociale cohesie en in een groene omgeving. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en richt zich mede op het behoud van de bestaande waarden en kenmerken van het dorp. De uitkomsten van het participatietraject (zie paragraaf 1.3) vormen de basis voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt. Dit past bij de lijn die de gemeente met de Omgevingsvisie heeft ingezet om de samenwerking tussen betrokkenen te vergroten en inwoners mee te laten participeren in het ruimtelijk beleid. Beoogd is enerzijds om een kader te bieden dat voldoende waarborg biedt voor het behouden van bestaande waarden, bijvoorbeeld op het gebied van cultuurhistorie, archeologie en groen, maar ook om een gevarieerde dorpse leefomgeving te kunnen behouden.
Anderzijds moeten de bouw- en gebruiksregels voor de eigenaren en gebruikers van de gronden niet onnodig star en knellend zijn. Hiermee sluit het bestemmingsplan aan bij de primaire doelstelling van de Omgevingsvisie, namelijk het behouden en waar mogelijk versterken van de kwaliteit van het leefmilieu. Door deels flexibelere regelingen, bijvoorbeeld door te werken met één flexibele bestemming voor het openbaar gebied, kunnen hiertoe waar nodig stappen worden gezet.
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Driel
3.4.2
Nota Parkeernormen 2016
De gemeente Overbetuwe heeft haar parkeerbeleid vastgelegd in de Nota Parkeernormen Overbetuwe 2016 (hierna ook: de Nota). Uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen is dat de parkeerbehoefte geheel op eigen terrein moet worden opgevangen. De Nota bevat parkeernormen voor verschillende categorieën van functies. De parkeernormen zijn gebaseerd op de kencijfers van het CROW, de specifieke stedelijkheidsgraad van Overbetuwe en het autobezit in Overbetuwe. Voor het bepalen van de parkeernorm is ook de stedelijke zone (locatie van een bepaalde ontwikkeling of bestemming) van belang. Er wordt in Overbetuwe onderscheid gemaakt tussen het 'Centrum' (alleen in de kernen Elst en Zetten, dus niet in dit plangebied), de (rest van de) bebouwde kom en het buitengebied. Het plangebied van dit bestemmingsplan ziet uitsluitend op de bebouwde kom. Tijdens de planperiode van het bestemmingsplan kan de gemeenteraad nieuwe parkeernormen vaststellen. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening kunnen deze nieuwe normen de huidige normen vervangen. We spreken dan van dynamische normen. Eventuele nieuwe normen gelden alleen bij nieuwe aanvragen om omgevingsvergunningen en bij een functieverandering binnen de mogelijkheden van dit bestemmingsplan. Voor voortzetting van bestaand gebruik blijven de huidige normen gelden.
3.5
Archeologie en Cultuurhistorie
De gemeente Overbetuwe heeft voor haar gemeentelijk grondgebied een erfgoedplan en een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt. Het erfgoedplan beoogt versterking van de plaats en betekenis van cultuurhistorie als factor in het ruimtelijk beleidsproces. Op de archeologische beleidskaart zijn de bekende archeologische vindplaatsen en de gebieden met een archeologische verwachtingswaarde als kader opgenomen. De verschillende zones uit de beleidsadvieskaart zijn in dit bestemmingsplan op de verbeelding en in de planregels vertaald door middel van dubbelbestemmingen. Daarmee vormen deze een juridisch kader in geval van eventuele ontwikkelingen, waarbij bouw- en/of grondwerkzaamheden plaatsvinden. Per bestemming is een drempelwaarde van toepassing. Wanneer binnen de drempelwaarde wordt gebleven, is een vergunning- en onderzoeksplicht niet aan de orde. In paragraaf 5.3 worden deze bestemmingen nader toegelicht. Op sommige plekken is eerder al archeologisch onderzoek uitgevoerd en is de grond 'vrijgegeven'. Hier is geen archeologische bestemming opgenomen. Het bestemmingsplan biedt op deze manier een regeling voor de bescherming van het archeologisch erfgoed binnen het plangebied. Driel is tevens gelegen binnen de Romeinse limes, de grens van het Romeinse rijk met een opgezet netwerk van forten, kampen, wegen, etc.
In de Romeinse tijd was er nabij Driel een Romeins castellum (fort). Met de ligging in de Romeinse limes is rekening gehouden bij het opstellen van de archeologische beleidskaart en daarmee de doorvertaling in dit bestemmingsplan. Er liggen binnen het plangebied van dit bestemmingsplan diverse karakteristieke en dus cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, waaronder een aantal monumenten. Voor monumenten geldt, naast de bouwregels van het bestemmingsplan, een afzonderlijk toetsingskader met een striktere vergunningplicht voor bouwwerkzaamheden. Het is niet nodig om de monumenten in dit bestemmingsplan afzonderlijk nog van een aanvullende bescherming te voorzien. Omdat er geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, worden er geen cultuurhistorische waarden door dit bestemmingsplan geschaad.
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Herziening Driel
Hoofdstuk 4 4.1
M ilieu- en omgevingsaspecten
Inleiding
Naast ruimtelijk beleid spelen bij een bestemmingsplan ook milieuaspecten een rol. Sommige milieuaspecten spelen vooral bij een ruimtelijke ontwikkeling. Omdat dit bestemmingsplan geen (grote) ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, worden die aspecten niet nader beschreven. Het gaat hier om de aspecten Bodem, Geluid (Wet geluidhinder), Geur, Luchtkwaliteit, Explosieven en Verkeer. Deze milieu- en omgevingsaspecten kunnen wel een rol spelen bij de aanvraag en verlening van een omgevingsvergunning. Deze rol zal bij elke vergunning afzonderlijk beoordeeld moeten worden.
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Driel
4.2
Bedrijven en milieuzonering
Om te voorkomen dat de leefbaarheid en woonkwaliteit van onder andere woningen slechter wordt, wordt gebruik gemaakt van bepaalde richtafstanden ten opzichte van bedrijven en andere milieubelastende functies. Door deze afstanden aan te houden, wordt de overlast van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. aan de andere kant wordt voorkomen dat bedrijven en andere functies worden belemmerd in hun gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden. Dit principe van voldoende scheiding van functies wordt 'milieuzonering' genoemd. De richtafstanden komen uit de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG, 2009). Er wordt onderscheid gemaakt tussen het type bedrijvigheid en soort overlast (geluid, geur, stof en gevaar). Afwijken van de afstanden mag, maar alleen met een motivatie. In bepaalde gebieden is, vanwege het karakter van die gebieden, een minder grote richtafstand ten opzichte van een rustige woonomgeving nodig. In gemengde gebieden geldt een lagere richtafstand. Daarnaast kan voor bepaalde gebieden juist uitgegaan worden van functiemenging in plaats van functiescheiding. Dit om meervoudig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit te stimuleren.
Doorwerking in het bestemmingsplan Binnen het plangebied van dit bestemmingsplan zijn zowel milieubelastende functies, zoals enkele niet-agrarische bedrijven, horecavoorzieningen en maatschappelijke functies, als gevoelige functies (met name woningen) aanwezig. Ook net buiten de kern zijn enkele milieubelastende functies, zoals (agrarische) bedrijvigheid en sportvoorzieningen, aanwezig. Binnen het plangebied zijn geen gebieden met een grote mate van functiemenging, zoals centrumgebieden, aanwezig. Weliswaar zijn in het centrum, met name rondom het Polenplein, enkele voorzieningen gesitueerd, maar er is geen sprake van een dichtbebouwd en intensief gebruikt centrumgebied. Daarom wordt uitgegaan van het principe van functiescheiding, waarbij het centrumgebied wel als 'gemengd gebied' kan worden aangemerkt. Er zijn zowel in gemengd gebied als in de rustige woonwijken richtafstanden voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar van toepassing. De richtafstanden zijn aangegeven in meters waarbij de grootste afstand tot een milieuaspect bepalend is voor de indeling in een milieucategorie. Dit bestemmingsplan is opgesteld met als doel om de bestaande, legale situatie binnen de kern van Driel te bestemmen en daarvoor een actueel bouw- en gebruikskader te bieden. Er worden geen nieuwe bestemmingswijzigingen of -uitbreidingen mogelijk gemaakt.
Dit betekent dat er met het oog op het aspect bedrijven en milieuzonering in principe geen relevante wijzigingen optreden. Wanneer wordt gekeken naar de bestaande situatie en het woon- en leefklimaat in de kern, dan is het volgende van belang. Uit het bedrijvenbestand van de gemeente in combinatie met de huidige bestemmingen in en rondom het plangebied, blijkt dat het merendeel van de bedrijven en inrichtingen variëren behoort tot milieucategorie 1 of 2 (richtafstanden tot 30 meter). In een enkel geval is er sprake van milieucategorie 3.1 (richtafstand tot 50 meter, bijvoorbeeld voor een autobedrijf). Deze laatstgenoemde functies zijn specifiek bestemd in dit bestemmingsplan. Dit betekent dat omschakeling naar of nieuwvestiging van dergelijke bedrijven niet mogelijk is binnen de regels van dit bestemmingsplan. Inrichtingen uit categorie 1 en 2 worden binnen een woonomgeving in zijn algemeenheid aanvaardbaar geacht, aangezien de hinder voor de omgeving minimaal is. Bovendien is er sprake van bestaande situaties, soms historisch gegroeid en soms door middel van nieuwe ontwikkelingen. In beide gevallen moeten de bestaande inrichting rekening houden met de in de omgeving aanwezige woningen. De aanwezige inrichtingen leiden naar verwachting daarom niet tot onacceptabele situaties binnen het plangebied.
Omdat deze herziening van het bestemmingsplan geen wijzigingen in deze situaties met zich meebrengt, vormt het thema 'bedrijven en milieuzonering' geen belemmering.
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Herziening Driel
4.3
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt als er iets mis gaat tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. Bij externe veiligheid worden twee soorten risico's benoemd: Het Plaatsgebonden Risico (PR): is de kans per jaar dat een onbeschermd persoon komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR is weer te geven met een contour rondom een activiteit; Het Groepsrisico (GR): geeft de kans per jaar aan dat een groep personen tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico bestaat uit een invloedgebied waarbinnen het risico verantwoord moet worden. Doorwerking in het bestemmingsplan Inrichtingen Binnen het plangebied zijn geen inrichtingen gevestigd, waarop het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing is. Ook in de directe omgeving van Driel zijn geen Bevi-inrichtingen gevestigd. Er reiken geen PR 10-6-risicocontouren en invloedsgebieden van inrichtingen over het plangebied. Leidingen Buisleidingen met een extern veiligheidsrisico liggen niet in (de omgeving van) het plangebied. Circa 875 meter ten zuiden en ruim 1.400 meter ten westen van het plangebied liggen gasleidingen. De plaatsgebonden risicocontouren en de invloedsgebieden van deze leidingen reiken niet over het plangebied.
Transportroutes gevaarlijke stoffen In de directe omgeving van het plangebied lopen geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen. De spoorweg Arnhem-Nijmegen ligt ongeveer 2 kilometer ten oosten van het plangebied en de A50 circa 3 kilometer westelijk. Het plangebied ligt alleen binnen het invloedsgebied van deze transportroutes. Gezien de grote afstand tot deze risicobron, heeft de wetgever aangegeven dat alleen een beperkte verwantwoording van het groepsrisico nodig is. Beperkte verantwoording groepsrisico Uit de voorgaande analyse blijkt dat het plangebied binnen het invloedsgebied van twee transportroutes voor gevaarlijke stoffen ligt. De afstand van het plangebied tot de transportroutes is echter zodanig, namelijk ruimschoots meer dan 200 meter, dat op basis van de wetgeving kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Hierbij behoeft alleen ingegaan te worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Hierna vindt deze beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats. De gemeente vindt het restrisico op basis van deze verantwoording acceptabel. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en leidt daarmee niet direct tot een verandering van de hoogte van het groepsrisico. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zet de brandweer zich in om effecten ten gevolge van het incident met toxische stoffen te beperken.
Deze inzet vindt voornamelijk plaats bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor de bestrijding van een incident op de Betuweroute zijn voldoende. De situatie binnen het plangebied heeft geen gevolgen voor de bestrijdbaarheid ter plaatse van deze risicobronnen. Zelfredzaamheid Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS palen) of NL-alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen, is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. De 18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Driel mogelijkheden voor zelfredzaamheid verschillen logischerwijs per gebouw en perceel binnen het plangebied, maar zijn over het algemeen voldoende. Omdat het plan geen verandering brengt in de hoogte van het groepsrisico of in de mogelijkheden voor zelfredzaamheid, bestaat er geen aanleiding om hiervoor in het kader van deze bestemmingsplanherziening nadere maatregelen te treffen. Conclusie Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van inrichtingen, leidingen en transportroutes met een extern veiligheidsrisico. De plaatsgebonden risicocontour van de diverse risicobronnen vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plangebied in het invloedgebied van twee transportroutes. Op basis van de beperkte verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het nieuwe bestemmingsplan geen effect heeft op het groepsrisico. Ook de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid veranderen niet. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor het nieuwe bestemmingsplan.
4.4
Kabels en leidingen
Werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten, kabels en bijvoorbeeld gasleidingen kunnen gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar te beperken, moet de leidingbeheerder aan geven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig plaats kunnen vinden. In het plangebied zijn geen planologisch relevante hoofdleidingen gelegen, die met een dubbelbestemming geborgd behoeven te worden.
4.5
Flora en fauna
De bescherming van de natuur is sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Deze heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet vervangen. De Wnb geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht of de Wnb de uitvoering van het plan niet in de weg staat in verband met de bescherming van gebieden en dier- en plantsoorten. De provincies zijn het bevoegd gezag voor zowel de gebieds- als de soortenbescherming. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming opgenomen van Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht of dit plan, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan alleen worden vastgesteld als uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Als deze zekerheid er niet is, kan het plan worden vastgesteld als wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) met de bijbehorende Groene Ontwikkelingszones (GO). Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Herziening Driel
Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; de bescherming van overige soorten. Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Doorwerking in het bestemmingsplan Dit bestemmingsplan maakt geen (grote) ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk, maar voorziet in een actuele regeling voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen de kern. Daarmee zijn er in principe geen werkzaamheden aan de orde, die tot overtreding van de Wnb kunnen leiden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden binnen de regels van dit bestemmingsplan is altijd de zorgplicht van toepassing. Het bestemmingsplangebied omvat geen beschermde natuurgebieden. Het plan leidt niet tot een toename van het verkeer of anderszins tot een toename van stikstofuitstoot. Daarmee zijn significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden ook uitgesloten. Bij eventuele ruimtelijke ontwikkelingen met gebruikmaking van de flexibiliteitsbepalingen in dit bestemmingsplan (afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden) zal altijd een toets ten aanzien van soortenen gebiedsbescherming moeten plaatsvinden. Het aspect flora en fauna zorgt niet voor belemmeringen.
4.6
Waterhuishouding
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met ruimtelijke ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt. Daarbij zijn beleidskaders op verschillende niveaus van belang: Rijksbeleid: het Nationaal Water Programma (2022); Provinciaal beleid: het Waterplan Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland; Waterschapsbeleid: het Waterbeheerprogramma 2022-2027 en de Keur van waterschap Rivierenland; Gemeentelijk beleid: het Waterplan van de gemeente Overbetuwe (2008). Het beleid op deze niveaus gaat uit van het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen: bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten schoon hemelwater en afvalwater gescheiden worden verwerkt. Voor de afvoer van hemelwater geldt daarbij de voorkeursvolgorde: hergebruik, vasthouden/infiltreren, bergen, afvoeren naar sloten en rivieren, afvoeren naar het riool. Bij het toevoegen van verhard oppervlak (>500 m² in stedelijk gebied) geldt een compensatieverplichting. Doorwerking in het bestemmingsplan Het plan maakt geen (grote) ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk, maar biedt een actueel bouw- en gebruikskader voor het plangebied. De bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn daarbij in beginsel niet verruimd. Een compensatieverplichting is daarom op voorhand ook niet aan de orde.
Bij het toestaan van ruimtelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld met toepassing van de afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden die in het plan zijn opgenomen, vormt het waterhuishoudingsaspect een onderdeel van de integrale beoordeling van een initiatief. Er kunnen nadere voorwaarden worden gesteld om het waterbelang voldoende veilig te stellen. Het plan is verder faciliterend voor het realiseren van maatregelen, die de waterhuishoudkundige situatie binnen het plangebied kunnen verbeteren. Binnen alle bestemming zijn water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Dit maakt het mogelijk om zonder planologische procedure effectieve maatregelen te kunnen nemen.
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Driel
In en rondom het plangebied zijn diverse oppervlaktewateren aanwezig. Binnen het plangebied liggen enkele A-watergangen aan de randen van de woonwijk De Breekenhof. De A-watergangen zijn in dit bestemmingsplan bestemd als 'Water'. Op de bijbehorende onderhoudsstroken is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterlopen' opgenomen. Door deze wijze van bestemmen is het behoud van de huidige functie van de watergangen met een beschermde status geborgd. Overige oppervlaktewateren zijn doorgaans binnen een andere bestemming opgenomen, omdat deze een mindere planologische bescherming behoeven. Bij ingrepen/wijzigingen aan deze wateren, zijn de bepalingen uit de Keur van het waterschap van toepassing. Het noordelijk deel van het plangebied ligt binnen de beschermingszone van een waterkering. Dit betreft de Drielse Rijndijk. De beschermingszone is conform de begrenzing uit de legger van het waterschap door middel van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' bestemd. Binnen deze dubbelbestemming gelden beperkingen aan het bebouwen van de gronden en aan het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden. Hiermee is een passend kader voor de bescherming van de belangen van de waterkering geboden.
4.7
Milieu-effectrapportage
Bij het opstellen van een bestemmingsplan kan een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk zijn. Dit hangt af van de vraag of het bestemmingsplan activiteiten mogelijk maakt, die zijn opgenomen in lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Per 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Wanneer activiteiten zijn opgenomen in lijst C en D van het Besluit m.e.r., dan moet worden getoetst of er sprake is van nadelige milieugevolgen. Is dat het geval, dan moet een vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen. Doorwerking in het bestemmingsplan Dit bestemmingsplan heeft een conserverend karakter: het biedt een actueel kader van bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het plangebied, op basis van de bestaande (legale) situatie. Daarbij worden beperkte flexibele mogelijkheden geboden, zonder dat dit tot een wezenlijk ander gebruik of een toename van bebouwing leidt. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe activiteiten mogelijk die voorkomen in Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Vanwege de aard van het plan is er onder meer geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Het plangebied ligt bovendien niet in een gevoelig gebied, omdat het ziet op de bestaande bebouwde kom.
Er worden daarom geen m.e.r.(beoordelings-)plichtige activiteiten mogelijk gemaakt en ook de plaats van het plan geeft geen aanleiding tot het doorlopen van een m.e.r.(beoordelings)-procedure. Ten slotte is er geen passende beoordeling benodigd in het kader van het plan. Een m.e.r.(beoordelings-)procedure in het kader van dit bestemmingsplan is samenvattend niet noodzakelijk en er hoeft geen m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen te worden.
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Herziening Driel
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planopzet
Algemeen
Inleiding Een bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor de burgers en voor de overheid. Het bestemmingsplan geeft de bestemmingen binnen het plangebied aan, met de daarbij behorende bouwen gebruiksmogelijkheden. In dit hoofdstuk wordt de concrete vertaling van het beleidsgedeelte, het participatietraject en de milieu-hygiënische verantwoording van het plan (voorafgaande hoofdstukken) in het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels) toegelicht. Bouwplan De bouwregels geven per bestemming aan of en zo ja, waar en onder welke voorwaarden er gebouwd mag worden. Voor de meeste bouwplannen is een omgevingsvergunning voor het bouwen nodig. In het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn (onder andere) regels voor vergunningsvrije bouwwerken opgenomen. Als een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend wordt, zijn in eerste instantie de bestemming met bijhorende regels van belang. Als het nieuwe en het beoogde gebruik past binnen de toegekende bestemming, dan kan de omgevingsvergunning worden verleend. Daarnaast is ook de gemeentelijke Beleidsregel planologische afwijkingsmogelijkheden belangrijk. In deze beleidsregel staan de mogelijkheden om voor specifieke gevallen af te wijken van de bouwregels van het bestemmingsplan.
In dat geval is tevens een vergunning nodig voor de activiteit 'planologisch afwijken' (handelen in strijd met het bestemmingsplan). Gebruiken van de gronden en bebouwing De gebruiksregels geven aan voor welke doeleinden de toegekende bestemming mag worden gebruikt. Hierbij is doorgaans een onderscheid in hoofdfuncties en ondergeschikte functies gemaakt. Soms zijn nadere voorwaarden opgenomen aan het gebruik. Voor een gebruiksverandering is geen omgevingsvergunning benodigd, wanneer het beoogde gebruik past binnen de gebruiksregels van het bestemmingsplan. Wanneer dit niet past, is een omgevingsvergunning nodig om hiervan af te wijken. In sommige gevallen kan daarbij gebruik worden gemaakt van een bevoegdheid in de planregels (afwijkingsbevoegdheid). Ook in dit verband kunnen het Bor en/of de Beleidsregel planologische afwijkingsmogelijkheden van belang zijn.
5.2
De opbouw van het bestemmingsplan
Het bestemmingsplan is qua opbouw opgesteld volgens de wettelijke standaarden van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De SVBP 2012 schrijft een vaste hoofdstukindeling van de planregels voor.
5.3
Toelichting op de regels en verbeelding
Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige functies). De bestemmingen vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken. Zoals eerder in deze toelichting aangegeven, is het doel van de gemeente een eenvoudig en makkelijk leesbaar bestemmingsplan dat ruimte biedt aan de gewenste mogelijkheden. Vanwege de eerste twee uitgangspunten is het aantal bestemmingen in dit plan zoveel mogelijk beperkt. Uitgangspunt is de bestaande, legale situatie, maar waar mogelijk zijn functies samengevoegd in een overkoepelende bestemming. In elke bestemming wordt aangegeven welke functies zijn toegestaan, eventueel met extra regels, en wat er gebouwd mag worden. Hierbij is getracht om de regels zo overzichtelijk mogelijk weer te geven.
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Driel Hiertoe zijn in veel gevallen tabellen gebruikt, waar in één oogopslag zichtbaar is wat er is toegestaan en eventueel met een afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid kan worden toegestaan. Soms zijn nadere voorwaarden beschreven. Deze systematiek sluit aan op het bestemmingsplan 'Zetten-Hemmen' uit 2017, waarin met deze systematiek is geëxperimenteerd. In het bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen opgenomen. Buitenruimte (Artikel 3) In de huidige situatie zijn hoofdfuncties als groen, water en verkeer specifiek bestemd. Dit beperkt de flexibiliteit, terwijl de bouw- en gebruiksmogelijkheden van deze bestemmingen voor een groot deel gelijk zijn. Zo zijn groen en water binnen vrijwel elke bestemming toegestaan en is het ook mogelijk om paden binnen een Groenbestemming aan te leggen. Daarom heeft de gemeente in het bestemmingsplan 'Zetten-Hemmen' voor een nieuwe bestemming 'Buitenruimte' gekozen. Deze keuze is positief ervaren en daarom ook gemaakt voor de bebouwde kom van Driel. Dit betekent dat het openbaar gebied binnen het plangebied vrijwel geheel is bestemd als 'Buitenruimte'. Een aantal bestaande watergangen heeft wel de bestemming 'Water' behouden (zie ook paragraaf 4.6). Onder de bestemming 'Buitenruimte' vallen dus de gronden met een openbaar karakter, zoals wegen, parken en parkeerplaatsen.
De kans dat zich ongewenste functieveranderingen voordoen wordt klein geacht. Door één bestemming te hanteren voor groen, verkeer en water vormt het bestemmingsplan geen belemmering voor een eventuele verbreding van wegen of voor het aanleggen van (vrijliggende) wandel- of fietspaden, etc. Bijzonder binnen deze bestemming is de functie tuinen. Deze functie is opgenomen om te voorkomen dat bij de verkoop van reststroken door de gemeente aan inwoners de reststrook pas na een planologische procedure ook daadwerkelijk als tuin gebruikt kan worden. De bestemming faciliteert dus het verkopen van niet meer courante reststroken openbaar gebied of het doorvoeren van correcties in kadastrale begrenzingen. Naast wegen, paden, groen en water zijn binnen de bestemming ook onder meer speelvoorzieningen, beeldende kunstwerken en evenementen (onder voorwaarden) toegestaan. Grote speelvoorzieningen en grote nutsvoorzieningen zijn specifiek aangeduid op de verbeelding van het bestemmingsplan. Gebouwen zijn alleen in de vorm van nutsvoorzieningen toegestaan. Op een enkele plek zijn daarnaast garageboxen binnen de daarvoor opgenomen aanduiding toegestaan. Hoewel deze 'privé' eigendom (kunnen) zijn, zijn de boxen nadrukkelijk verbonden met de verkeer- en verblijfsvoorzieningen en daarom binnen deze bestemming opgenomen. Voor bouwwerken, die geen gebouw zijn, gelden andere regels.
Deze zijn wel toegestaan binnen de bestemming. Hiervoor zijn verschillende maximale bouwhoogten van toepassing, afhankelijk van het type bouwwerk. Centrum (Artikel 4) Het centrumgebied van Driel is compact en hoofdzakelijk gelegn rondom het Polenplein, aan weerszijden van de Kerkstraat. Binnen dit gebied is het wenselijk dat de bestaande panden, veelal ingevuld met wonen op de verdieping en centrumfuncties zoals detailhandel of dienstverlening op de begane grond, voor passende centrumdoeleinden kunnen worden gebruikt. Hiervoor zijn enigszins flexibele gebruiksmogelijkheden wenselijk. Het centrum kan hiermee ook een bepaalde dynamiek behouden. Daarom zijn de betreffende percelen, in lijn met het het geldende bestemmingsplan, bestemd als 'Centrum'. De gronden zijn bestemd voor onder meer detailhandel, dienstverlening, cultuur en ontspanning, maatschappelijke voorzieningen (uitgezonderd zorgfuncties met verblijf) en kantoren. Sommige functies zijn in principe alleen op de begane grond toegestaan, met een afwijkingsmogelijkheid om deze tevens op de verdieping toe te kunnen staan na vergunningverlening. Op de verdiepingen zijn (bestaande) woningen toegestaan. Binnen de bestemming zijn bouwvlakken opgenomen, waarbinnen hoofdgebouwen moeten worden gebouwd. Dit mag volledig worden bebouwd. De goot- en bouwhoogte bedragen maximaal de bestaande
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Herziening Driel hoogte. Bijbehorende bouwwerken mogen binnen en buiten het bouwvlak, in het achtererfgebied worden gebouwd. Hiervoor geldt een specifieke regeling. Ook voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is een specifieke regeling opgenomen. Gemengd (Artikel 5) Verspreid binnen het plangebied is een aantal niet-woonfuncties gevestigd. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld niet-agrarische bedrijven (groter van omvang dan een bedrijf aan huis), horeca, dienstverlening of maatschappelijke voorzieningen. Eén van de doelen met dit bestemmingsplan voor de kern van Driel is om waar mogelijk meer flexibiliteit in het gebruik van panden met een niet-woonfunctie te bieden. Waar de huidige beheersverordening nog uitgaat van losse bestemmingen (zoals 'Bedrijf' of 'Dienstverlening') is ervoor gekozen om een 'verzamelbestemming' op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan, de bestemming 'Gemengd'. Binnen deze bestemming zijn de volgende functies toegestaan: Bedrijven in milieucategorie 1 en 2 volgens de Staat van Bedrijfsactiviteiten in de bijlage bij de regels, die in zijn algemeenheid passen in een woonomgeving; Maatschappelijke voorzieningen, uitgezonderd zorgfuncties met verblijf; Culturele voorzieningen; Dienstverlening. Niet elke functie(verandering) is echter gewenst.
Daarom zijn bestaande functies, die niet op elke plek wenselijk zijn, specifiek aangeduid op de verbeelding. Het gaat dan specifiek om bedrijven, die niet binnen milieucategorie 1 en 2 volgens de Staat van Bedrijfsactiviteiten in de bijlage bij de regels, passen, alsmede om horeca. Omschakeling naar een ander bedrijf in een hogere milieucategorie of omschakeling van bedrijfspand naar horeca is niet mogelijk. Andersom kan op dergelijke locaties wel worden omgeschakeld naar een beter in de woonomgeving passende functie uit de bovenstaande opsomming. Verder is ervoor gekozen om kantoren en sportvoorzieningen ook niet toe te staan binnen deze bestemming, omdat overprogrammering van kantoren moet worden voorkomen en sportvoorzieningen een wezenoijk ander ruimtelijk effect kunnen hebben dan de toegestane functies (bijvoorbeeld in verkeerskundig opzicht). Binnen de bestemming is verder het bestaande aantal woningen toegestaan. Bedrijfswoningen zijn specifiek aangeduid. Bij een woning of bedrijfswoning is onder voorwaarden een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit toegestaan. Verder zijn voorzieningen, zoals groen, water, tuinen, erven en parkeervoorzieningen binnen de bestemming toegestaan. Door middel van een wijzigingsbevoegdheid kan de bestemming worden gewijzigd in 'Wonen'. Het bestaande aantal woningen is dan het uitgangspunt.
Voor de bebouwingsmogelijkheden is de bestaande legale situatie als uitgangspunt genomen. Soms biedt het bouwvlak, waarbinnen de gebouwen moeten worden gebouwd, enige schuifruimte. Specifiek is aangegeven waar een bedrijfswoning aanwezig mag zijn. Soms is een maximum bebouwingspercentage van het bouwvlak aangegeven; zo niet, dan mag het volledig worden bebouwd. Bijbehorende bouwwerken mogen binnen en buiten het bouwvlak, in het achtererfgebied worden gebouwd. Hiervoor geldt een specifieke regeling. Ook voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is een specifieke regeling opgenomen. Maatschappelijk (Artikel 6) In het plangebied zijn enkele verschillende maatschappelijke functies aanwezig. Hier is de bestemming 'Maatschappelijk' opgenomen. Deze bestemming is functioneel relatief breed opgezet: er is een breed scala aan maatschappelijke voorzieningen volgens de in artikel 1 van de regels opgenomen begrippen toegestaan. Dit maakt het mogelijk om maatschappelijk vastgoed multifunctioneel te kunnen gebruiken. Zorgfuncties met verblijf zijn echter, uitgezonderd bestaande voorzieningen, niet toegestaan. De twee begraafplaatsen bij de kerken in het plangebied zijn specifiek aangeduid. Verder is aangegeven op welke plekken een bedrijfswoning is toegestaan. Binnen de bestemming zijn ook functies als water,
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Driel groen en parkeren toegestaan. Door middel van bouwvlakken is aangegeven waar hoofdgebouwen moeten worden gebouwd. In sommige gevallen geldt een maximum bebouwingspercentage binnen het bouwvlak en is het bouwvlak ruimer getrokken dan de feitelijk aanwezige bebouwing. Zodoende is het bestemmingsplan niet te beperkend. Voor bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn specifieke bouwregels opgenomen. Water (Artikel 7) Zoals eerder in paragraaf 4.6 al is toegelicht, zijn de bestaande A-watergangen aan de randen van de wijk De Breekenhof bestemd als 'Water'. Het is wenselijk om hier de bestaande hoofdfunctie voor water en waterhuishoudkundige doeleinden te behouden, waardoor tevens de doelstellingen van de keur van het waterschap kunnen worden bereikt. Het handhaven van voldoende oppervlaktewater voorkomt wateroverlast en draagt bij aan een klimaatadaptieve en prettige woonomgeving. De als 'Water' bestemde gronden zijn bestemd voor water en waterhuishoudkundige voorziening in brede zin, alsmede voor functies als groen, extensieve dagrecreatie en behoud/versterking van ecologische waarden. Binnen de bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd, maar wel andere bouwwerken, die passen bij de doeleinden van de bestemming. Te denken valt aan bruggen, duikers, e.d.