24-09-03.15 Relevant stuk 5. Bijlagen bij toelichting bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel
Tekst van het document
Bestemmingsplan Bijlagen bij toelichting
Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel
Bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel Gemeente Overbetuwe Status:
Vastgesteld
Datum:
4 Juni 2024
IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0393BUITGroenewoud-VSG1
Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel
Datum 4 Juni 2024
Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST
Telefoon 0481 362 300
E-Mailadres info@overbetuwe.nl
bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek archeologie
5
Bijlage 2
Verkennend (water)bodemonderzoek
56
Bijlage 3
Ecologische quick scan
232
Bijlage 4
Aanvullend ecologisch onderzoek
263
Bijlage 5
Notitie stikstofdepositie
291
Bijlage 6
Nota van zienswijzen
304
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied, Groene Woudsestraat 4, Driel
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek archeologie
Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)
5
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied PB Fikkersdries te Driel, Gemeente Overbetuwe
Opdrachtgever
Vitens N.V. Dhr. M. Ruiken Oude Veerweg 1 8001 BE Zwolle 06 82533543 maarten.ruiken@vitens.nl Projectnummer
223699
Kenmerk DWS/ALG/HAMA/223699
Eindredactie/kwaliteitscontrole
E.E.A. van der Kuijl
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
Paraaf
Datum
24-042023
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
Colofon Opdrachtgever
Vitens N.V.
Project
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied PB Fikkesdries te Driel, gemeente Overbetuwe
Projectnummer
223699
Titel
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied PB Fikkesdries te Driel, gemeente Overbetuwe
Datum en versie
24-04-2023, versie 1.5 (concept)
Auteurs
D. Woolschot MSc en drs. E.E.A. van der Kuijl
Kwaliteitscontrole
Drs. E.E.A. van der Kuijl (sr. KNA archeoloog / sr. KNA prospector)
Afbeelding voorzijde:
Satellietfoto van het plangebied. Bron: Maps.Google.nl
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
2 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
Inhoud 1.
2
3
4
Inleiding.................................................................................................................................... 7 1.1
Inleiding en onderzoekskader ......................................................................................... 7
1.2
Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek ............................................................ 8
1.3
Werkwijze Bureauonderzoek .......................................................................................... 9
1.4
Beleidskaders ................................................................................................................. 9
1.5
Administratieve gegevens ............................................................................................. 12
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel .............................................................................. 13 2.1
Landschapsgenese ....................................................................................................... 13
2.2
Historische ontwikkeling van het plangebied ................................................................ 19
2.3
Archeologische waarden .............................................................................................. 23
2.4
Archeologisch verwachtingsmodel ............................................................................... 25
2.6
Bouwhistorische waarden ............................................................................................. 26
2.7
Synthese ....................................................................................................................... 26
Resultaten booronderzoek ..................................................................................................... 29 3.1
Methode ........................................................................................................................ 29
3.2
Resultaten ..................................................................................................................... 29
3.3
Beantwoording onderzoeksvragen ............................................................................... 30
Conclusie en aanbeveling ...................................................................................................... 36 4.1
Conclusie ...................................................................................................................... 36
4.2
Selectieadvies ............................................................................................................... 37
4.3
Voorbehoud .................................................................................................................. 37
Gebruikte literatuur ........................................................................................................................ 38 BIJLAGEN ..................................................................................................................................... 39
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
3 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht van Vitens N.V. een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor de uitbreiding en nieuwbouw van de locatie PB Fikkesdries. De noordelijke grens van het plangebied wordt gevormd door de Cora Baltussenallee, de oostelijke en zuidelijke grens door de Groene Woudsestraat en de westelijke grens door een perceelsgreppel. De geplande ontwikkeling heeft een totale omvang van circa 12,955 hectare. Binnen het plangebied is sprake van vier deelgebieden: A (circa 4,32 hectare), B (circa 7,31 hectare), C (circa 0,86 hectare) en D (circa 0,47 hectare). In deelgebied A zal nieuwbouw plaatsvinden. De aanwezige bomen zullen hiervoor worden gerooid (incl. verwijdering van de stobben).Deelgebied B is een huidig weiland waarin leidingtracés nieuw worden aangelegd. De rest van het weiland wordt niet bebouwd. Deelgebied C betreft de bestaande productielocatie die geheel geamoveerd wordt na het opleveren van de nieuwbouw. Tevens wordt divers leidingwerk geamoveerd en omgelegd. In deelgebied D zijn een bestaande spoelwaterverwerking en calamiteitenvijvers aanwezig. De spoelwatertanks en de vijvers zullen uitgebreid worden. De verstoringsdiepte voor de nieuwe bebouwing, het aanleggen van nieuwe leidingen en het omleggen van bestaande leidingen is momenteel nog onbekend, maar bedraagt naar verwachting meer dan 50 cm-mv.
Ook is onbekend tot hoe diep de spoelwatertanks en vijvers uitgegraven zullen worden. In het bestemmingsplan Buitengebied Overbetuwe (2014) heeft het noordelijke deel een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4. De rest van het plangebied heeft een Waarde – Archeologie 2. Bij meerdere waardes is de hoogste waarde leidend, wat inhoudt dat in het plangebied archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden voor plangebieden groter dan 100 m². Volgens de beleidskaart van gemeente Overbetuwe ligt het noordelijke deel van het plangebied in een zone met een lage archeologische verwachting. Het zuidelijke deel heeft een hoge verwachting. In het centralewestelijke deel is daarnaast nog een strook met een middelhoge verwachting weergegeven. Het plangebied dient door de overschrijding van de vrijstellingsgrens voorafgaand aan de vergunningverlening in het kader van de Bestemmingsplanwijziging te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek.
Conclusie bureauonderzoek De basis van het bodemprofiel wordt gevormd door grof grindig zand van de Formatie van Kreftenheye. Deze zandige sedimenten worden bedekt met een dik pakket fluviatiele klei van de Formatie van Echteld die voor de bedijking afgezet is. In de zuidoostelijke hoek is mogelijk nog sprake van afzettingen van de stroomgordel van Homoet-Kamp. In theorie is deze vanaf het Laat-Neolithicum bewoonbaar. Resultaten van onderzoeken in de omgeving en het AHN-beeld geven niet direct aanleiding om de stroomgordel binnen het huidige plangebied te verwachten. Er is sprake van een poldervaaggrond op een ondergrond van rivierklei. Ter plaatse van het pompstation zal de bodem verstoord zijn tot op nog onbekende diepte. In de rest van het plangebied kan bodemverstoring opgetreden hebben als gevolg van de aanplant en het rooien van bos en het agrarische gebruik van het land. De verstoringsdiepte is vooralsnog niet bekend. Ondanks de lage archeologische verwachting, adviseert Hamaland Advies in het plangebied controleboringen (verkennend booronderzoek) te zetten om de bodemopbouw en mate van intactheid van de bodem te toetsen. Hiermee kan tevens grip worden gekregen op het onderliggende microreliëf van het plangebied en kan de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van de stroomgordel van HomoetKamp worden getoetst.
Wij adviseren om alleen die delen te onderzoeken waar de nieuwbouw gepland is (zie Afbeelding 14). Het noordelijke deelgebied heeft een oppervlakte van 3,171 hectare (31.710 m²). Het zuidelijke deelgebied heeft een oppervlakte van 4.600 m². De totale oppervlakte die middels verkennend booronderzoek onderzocht dient te worden bedraagt daarmee 36.310 m² (3,631 hectare). Voor een verkennend booronderzoek dienen 6 boringen per hectare en minimaal 5 boringen per deelgebied gezet te worden. Voor de huidige deelgebieden met een omvang van 3,631 hectare worden er dan 27 boringen gezet. De boringen worden in een driehoeksgrid gepositioneerd en tot 2,00 m-mv doorgezet. Voor aanvang van het veldwerk is een Plan van Aanpak opgesteld. Wij adviseren om het Plan van Aanpak voorafgaand aan het booronderzoek nog even te laten toetsen door de regioarcheoloog.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
4 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
Conclusie booronderzoek De bodemopbouw in het plangebied kan grofweg in vier categorieën opgedeeld worden: boringen met komafzettingen, boringen met komafzettingen waarin een vegetatiehorizont (laklaag) aanwezig is, boringen met oeverafzettingen onder komafzettingen (al dan niet met een vegetatiehorizont in de komafzettingen). In één boring wordt het pakket komklei afgewisseld door een laag met crevasseafzettingen. Boringen met komafzettingen tot de maximale boordiepte In 9 van de 27 boringen is alleen komklei aangetroffen binnen de maximale boordiepte. Het gaat om boring 8, 10, 15, 16, 21, 22, 23, 25 en 27. De top van de komafzettingen is op minimaal 25 cm-mv (boring 8; 7.69 m+NAP) en maximaal 115 cm-mv (boring 25; 7.59 m+NAP) aangetroffen. De komklei bestaat uit grijze tot blauwgrijze, al dan niet roestige, kalkloze klei die met de toenemende diepte van (matig) gerijpt naar ongerijpt gaat. Afhankelijk van de diepte komen roestvlekken voor boven de grondwaterspiegel. Onder de minimale grondwaterstand is sprake van reductie (blauwgrijze ongerijpte klei zonder roestvlekken). Boringen met een vegetatiehorizont In 13 boringen is op variërende dieptes in de komafzettingen een vegetatiehorizont waargenomen. Het betreft boring 1-5, 9, 11-14, 17, 18 en 20.
De vegetatiehorizont bestaat uit donkergrijsbruine, (iets) humeuze, kalkloze, matig gerijpte klei waarin geen plantenresten waargenomen zijn. De vegetatiehorizont komt altijd voor onder een laag matig gerijpte komklei en gaat ook weer over in matig of ongerijpte klei. Dit wijst erop dat het vegetatieniveau niet volledig tot rijping is gekomen en slechts tijdelijk buiten de directe invloedssfeer van de hoofdstroom gelegen heeft in de nabijheid van de oevers van de rivier, waardoor plantengroei op kon treden. De top van de vegetatiehorizont komt voor tussen minimaal 80 cm-mv in boring 20 (6.72 m+NAP) en maximaal 155 cm-mv in boring 4 (6.29 m+NAP). De basis ligt tussen 95 cm-mv in boring 20 (6.57 m+NAP) en 180 cm-m in boring 4 (6.04 m+NAP). De dikte van de laag varieert tussen 15 en 25 centimeter, waarbij deze in de meeste boringen een dikte van 15-20 centimeter heeft. Alle boringen met de vegetatiehorizonten zijn in het drassige noordelijk deelgebied gezet; op het al bestaande terrein van het pompstation in het zuidelijk deel van het plangebied ontbreken vegetatiehorizonten. Boringen met oeverafzettingen In boring 6, 19, 24 en 26 zijn aan de basis van de komafzettingen binnen de maximale boordiepte oeverafzettingen van de Homoet-Kamp stroomgordel aangetroffen. Deze afzettingen bestaan uit zandige klei of sterk siltig zand en zijn ongerijpt en kalkrijk.
De top van deze afzettingen ligt op minimaal 190 cm-mv (boring 24; 6.51 m+NAP) en maximaal 265 cm-mv (boring 6; 4.95 m+NAP). De basis van de afzettingen is niet bereikt. Boven de oeverafzettingen is in alle gevallen een dik pakket met komafzettingen aangetroffen. In boring 6 en 19 is in deze komklei tevens sprake van een vegetatiehorizont. In boring 6 is deze horizont tussen 95 en 120 cm-mv aangetroffen (6.65 en 6.40 m+NAP); in boring 19 tussen 80 en 95 cm-mv (6.88 en 6.73 m+NAP). Logischerwijs zouden er in boring 11 ook oeverafzettingen van de Homoet-Kamp aangetroffen zijn. Deze zijn binnen de maximale boordiepte van 250 cm-mv niet aangetroffen. Dit betekent echter niet dat deze afzettingen hier niet aanwezig zijn. Waarschijnlijker is dat deze dieper in de ondergrond voorkomen: In boring 6, direct ten noorden van boring 11, is de top van de oeverafzettingen van Homoet-Kamp op 265 cm-mv (4.95 m+NAP) aangetroffen en in boring 19, direct ten zuiden van boring 11, lag de top op 210 cm-mv (5.58 m+NAP). Boring met crevasse-afzettingen In boring 7 zijn tussen 70 en 130 cm-mv crevasse-afzettingen aangetroffen (7.36-6.76 m+NAP), bestaande uit grof, matig gesorteerd zand met kleibrokken en grind. De afzettingen zijn roestig en kalkarm. Op de crevasse-afzettingen is een 50 centimeter dikke laag komklei afgezet.
De crevasseafzettingen gaan scherp over in de onderliggende komafzettingen en zijn erosief afgezet. Selectieadvies De onderzoeksmethodiek is adequaat geweest voor het toetsen van de archeologische verwachting en de bodemsamenstelling binnen de te verwachten maximale verstoringsdiepte voor het nieuwe
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
5 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
pompstation van Vitens. Uit het onderzoek is gebleken dat de oeverafzettingen ontstaan zijn in een dynamisch systeem van de Homoet-Kamp stroomgordel. De top van de oeverafzettingen is kalkrijk, ongerijpt en wordt afgedekt door een dik pakket met komafzettingen van de Formatie van Echteld. Er zijn binnen de maximale boordiepte geen ‘vuile’ lagen aangetroffen al dan niet met archeologische indicatoren. Ook zijn de aangetroffen vegetatiehorizonten onvoldoende ontwikkeld voor (permanente) menselijke bewoning. Op basis van de onderzoeksresultaten adviseren wij om voor de geplande ontwikkeling geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren.
Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van de gemeente Overbetuwe af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de Regioarcheoloog van de ODRA op de hoogte te stellen (e-mail: sander.diependaal@arnhem.nl) hiervan per direct in kennis te stellen.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
6 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
1.
Inleiding
1.1
Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van Vitens N.V. een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor de uitbreiding en nieuwbouw van de locatie PB Fikkesdries. De noordelijke grens van het plangebied wordt gevormd door de Cora Baltussenallee, de oostelijke en zuidelijke grens door de Groene Woudsestraat en de westelijke grens door een perceelsgreppel (zie Afbeelding 1). De geplande ontwikkeling heeft een totale omvang van circa 12,955 hectare. Binnen het plangebied is sprake van vier deelgebieden: A (circa 4,32 hectare), B (circa 7,31 hectare), C (circa 0,86 hectare) en D (circa 0,47 hectare). In deelgebied A zal nieuwbouw plaatsvinden. De aanwezige bomen zullen hiervoor worden gerooid (incl. verwijdering van de stobben).Deelgebied B is een huidig weiland waarin leidingtracés nieuw worden aangelegd. De rest van het weiland wordt niet bebouwd. Deelgebied C betreft de bestaande productielocatie die geheel geamoveerd wordt na het opleveren van de nieuwbouw. Tevens wordt divers leidingwerk geamoveerd en omgelegd. In deelgebied D zijn een bestaande spoelwaterverwerking en calamiteitenvijvers aanwezig. De spoelwatertanks en de vijvers zullen uitgebreid worden.
De verstoringsdiepte voor de nieuwe bebouwing, het aanleggen van nieuwe leidingen en het omleggen van bestaande leidingen is momenteel nog onbekend, maar bedraagt naar verwachting meer dan 50 cm-mv. Ook is onbekend tot hoe diep de spoelwatertanks en vijvers uitgegraven zullen worden. Wanneer er in de tekst gesproken wordt over het plangebied, worden alle deelgebieden bedoeld. Indien er over een specifiek deelgebied uitspraken gedaan worden, zal het betreffende deelgebied met letter aangeduid worden. In het bestemmingsplan Buitengebied Overbetuwe (2014) heeft het noordelijke deel een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4. De rest van het plangebied heeft een Waarde – Archeologie 2. Bij meerdere waardes is de hoogste waarde leidend, wat inhoudt dat in het plangebied archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden voor plangebieden groter dan 100 m². Volgens de beleidskaart van gemeente Overbetuwe ligt het noordelijke deel van het plangebied in een zone met een lage archeologische verwachting. Het zuidelijke deel heeft een hoge verwachting. In het centralewestelijke deel is daarnaast nog een strook met een middelhoge verwachting weergegeven. Het plangebied dient door de overschrijding van de vrijstellingsgrens voorafgaand aan de vergunningverlening in het kader van de Bestemmingsplanwijziging te worden onderzocht.
Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.
Afbeelding 1: Topografische kaart met het plangebied in het rode kader (bron: Archis3).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
7 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
Het bevoegd gezag, gemeente Overbetuwe (dhr. H. Huisman) en haar adviseur, de Regionaal Archeoloog van de Omgevingsdienst Arnhem (drs. J. Habraken) zullen de resultaten van het onderzoek toetsen.
1.2
Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor de onderzoekslocatie opgesteld. Om deze doelstelling te realiseren, zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld:1
Bureauonderzoek 1. Wat is de aard (ontstaanswijze en classificatie), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten en natuurlijke afzettingen in het omringende (binnen een afstand tot ca. 200 m van de onderzoekslocatie) gebied? 2. Wat is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte, en omvang van eventueel in het omringende gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, colluvium, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? 3. Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest. 4. Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen (‘waarnemingen’ inclusief uitkomsten historisch kaartonderzoek) zijn reeds binnen het onderzoeksgebied en/of binnen de landschappelijke eenheden rondom de onderzoekslocatie bekend? Vermeld per vondst- en/of spoorcomplex minimaal: a) bronvermelding (onderzoeksrapportages, ARCHIS-gegevens) b) de materiaalcategorie c) ouderdom d) ruimtelijke (geografische) verspreiding e) stratigrafische verspreiding (diepteligging en/of dikte vondstlaag) f ) fragmentatie 5. Welke natuurlijke formatieprocessen (sedimentatie, erosie, laterale verplaatsing, bodemvorming, degradatie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? 6.
Met welke culturele formatieprocessen (grondbewerking, bemesting, ophoging, betreding, percelering, [de-]constructie, materiaaltypen, materiaalgebruik en materiaaldepositie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? 7. Welke formatieprocessen kunnen een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van eventuele aanwezige vondstspreidingen, de vondstdichtheid, vondst- en spoorniveaus en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige archeologische resten? 8. Wat is de aard (mobilia [materiaalsoorten, fragmentatie, dichtheden], immobilia, ruimtelijke en stratigrafische spreiding, etc.) van (mogelijk) aanwezige vondst- en/of spoorcomplexen? 9. Hoe manifesteren deze zich tijdens prospectieonderzoek (prospectiekenmerken, geografisch en stratigrafisch)? 10. Met de inzet van welke zoekmethoden (detectie- en waarnemingsvorm, monsterbehandeling en zoekstrategie) kunnen vondst- en/of spoorcomplexen systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.). Licht beargumenteerd toe met verwijzing naar de verschillende KNA-leidraden.14. Wat is a) de aard (ontstaanswijze, textuur, kleur), b) diepteligging en c) ouderdom van de relevante natuurlijke afzettingen in de ondiepe ondergrond ter plaatse van het onderzoeksgebied? d) hoe dik is de holocene deklaag?
1 Habraken, 2014
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
8 van 50
Project Kenmerk
1.3
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
Werkwijze Bureauonderzoek Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.1) en bestaat uit de volgende onderdelen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01); beschrijving van het huidig gebruik (KNA LS02); beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LS03); beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijke kenmerken (KNA LS04); het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LS05); het opstellen van een standaardrapport (KNSA LS06).
Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. De gegevens voor het onderzoek zijn met name ontleend aan- en voldoen aan de eisen van Habraken, J., 2014; Handboek archeologisch onderzoek binnen de regio Arnhem, 2014, Eisen en kaders voor onderzoek en beoordeling van rapporten: • • • • • •
1.4
Archis, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland; geomorfologisch, geologisch, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; archeologisch beleid inclusief beleidskaart gemeente Overbetuwe,2 archeologische rapporten en publicaties; aanvullende informatie over WO II van gemeente Overbetuwe; Historische Vereniging Driel.
Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valetta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats.
Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-O). 2 Willemse, 2012
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
9 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van toepassing. De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet.
Provinciaal Beleid Het provinciaal beleid van Gelderland t.a.v. cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma.3 Zij wil bewerkstelligen: • Versterken van de functionaliteit van erfgoed • Verbeteren van de uitvoeringskwaliteit door samenwerking in het erfgoednetwerk • Stimuleren van innovatie en nieuwe ontwikkelingen • Verankeren van de geschiedenis van Gelderland in de identiteit van de Gelderse regio’s • Versterken van de maatschappelijke rol van musea • Versterken van de presentatie van collecties beeldende kunst die verbonden zijn met onze provincie, de ‘Gelderse school’ • Stimuleren van kwalitatief hoogwaardig cultuuronderwijs op basisscholen. Cultuureducatie heeft een vaste plek in het lesaanbod binnen het basisonderwijs • Stimuleren van cultuur- en erfgoedparticipatie Provinciale kennisagenda Rivierenland4 Deze agenda heeft de volgende thema’s: • De Romeinse Limes in Gelderland: Locatie van de limesweg en de bijbehorende castella met hun bewoners. Focus op het verdedigingsmechanisme van het Romeinse rijk en de rol van bruggen, wachttorens en vici5 hierin. • Het militaire verleden vanaf de middeleeuwen: In de Liemers en Beuningen en ommelanden lag tot 1813 het grensgebied tussen de Nederlanden en het Pruisische rijk. De burcht in Beuningen speelde een belangrijke rol in de strijd tussen Gelre en Kleef.
De Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie waren in gebruik in respectievelijk de 17e en 18e eeuw en van 1815 tot 1940. • Het rituele landschap: Sporen van rituelen zijn gevonden in kommetjes, moerasbossen, restgeulen en rivierbeddingen. Het grafritueel in de vroege prehistorie, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen is nog niet goed in beeld gebracht. • Het rivierenlandschap als bron van economische ontwikkeling: Al vanaf de prehistorie worden goederen in het rivierengebied geïmporteerd en geëxporteerd, waarbij de rivieren als verbindingswegen een grote rol speelden. Om welke grondstoffen en producten gaat het? Waar bevonden zich de winlocaties en productiecentra?
Gemeentelijk beleid Gemeente Overbetuwe beschikt over eigen archeologiebeleid. Er is een vastgestelde Archeologische Verwachtings- en Beleidskaart.6 Deze kaart is gebruikt als toetsingskader voor de archeologische verwachting. Verder zijn de landelijke en provinciale richtlijnen leidend, voor het opstellen en toetsen van het onderhavig onderzoek. In 2013 is er in opdracht van de gemeenten in de Regio Arnhem een Handboek archeologisch onderzoek binnen de regio Arnhem opgesteld dat in 2014 en 2017 is geactualiseerd.7 De relevante richtlijnen van dit beleid zijn bij het opstellen van onderhavig onderzoek toegepast.
3 www.gelderland.nl 4 zie hoofdstuk 3; Kennisagenda Archeologie Rivierengebied; Bruning L. 2012 5 Burgerlijke nederzetting bij een militair fort. 6 Willemse, 2009, bijlage 1 en 2 7 Habraken, 2013, 2014, 2017
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
10 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
Afbeelding 2: Archeologische beleidskaart gemeente Overbetuwe (Willemse 2009). Het plangebied ligt in rode kader. Oranje: Hoge archeologische verwachting. Geel: Middelhoge archeologische verwachting. Groen: Lage archeologische verwachting
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
11 van 50
Project Kenmerk
1.5
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied Opdrachtgever
Vitens N.V.
Projectnaam
PB Fikkersdries te Driel
Uitvoerder, Beheer documentatie
en
plaats
Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Bevoegd gezag
Gemeente Overbetuwe
Provincie, Gemeente, Plaats
Gelderland, Overbetuwe, Driel
Adres, Toponiem
PB Fikkersdries (Groene Woudsestraat 4)
Kaartbladnummer
40A
RD- coördinaten8
X,Y NW
183.087 / 440.082
NO
183.601 / 440.113
ZO
183.667 / 439.914
ZW
183.134 / 439.815 183.367 / 439.985
Centrumcoördinaat9 Hoogte centrumcoördinaat10 Kadastrale gegevens
11
Circa 8,22 m+NAP Kadastrale gemeente Heteren, sectie O, perceelnummers 2007 (deels), 1707 (deels), 510 (deels) en 66 (deels)
Archis onderzoekmeldingsnummer
5284135100
Oppervlakte plangebied
Circa 12,955 hectare
Oppervlakte onderzoeksgebied12
Circa 3,631 hectare
Huidig grondgebruik
Productiebedrijf, weiland en bos
Toekomstig grondgebruik
Productiebedrijf, weiland en vijvers
Bodemtype13
Rn44C Rn47C
Grondwatertrap14
IV
Geomorfologie15
1M46 3H43 10B44 22R43
Geologie16
Formatie van Echteld
Periode
Laat-Neolithicum tot en met Nieuwe tijd
Kalkloze poldervaaggronden; zware klei; profiel 4 Kalkloze poldervaaggronden; zware klei; profiel 3 of 3-4 Rivierkomvlakte Stroomrugglooiing Stroomrug of stroomgeul Restgeul
8 Archis3 9 Archis3 10 AHN2 in Archis3 11 Archis3 12
Op verzoek van de opdrachtgever wordt alleen ter plaatse van de geplande nieuwbouw een verkennend booronderzoek uitgevoerd. E-mail dhr. M. Scheerder van Vitens, d.d. 27-3-2023. 13 Archis3 14 Berendsen, 2008 15 Archis3 16 Geologische kaart 1:50.000
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
12 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
2
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel
2.1
Landschapsgenese Geologie, Geomorfologie en Bodemgesteldheid Het plangebied behoort tot het Utrechts-Gelders Rivierengebied.17 In de voorlaatste ijstijd, het Saaliën (370.000-130.000 BP) is de basis van het huidige landschap gevormd.18 Landijs kwam tot aan het huidige midden-Nederlandse rivierengebied. Door de krachten van het landijs werd de grond aan de kop van het ijs omhoog geduwd waardoor stuwwallen werden gevormd. Zodra de temperatuur steeg smolt het water en werden rivieren gevormd. Aan het eind van de laatste ijstijd gingen de rivieren rustiger stromen en op hun oevers ontstonden oeverwallen. Wanneer de rivier min of meer in dezelfde zone bleef stromen, bundelden de oeverwallen zich tot stroomruggen. Ze vormden langgerekte hoger gelegen zones in het landschap.19 Het plangebied en haar omgeving bestaat uit een uitgestrekt oeverwallencomplex afgewisseld met rivierkommen en -vlakten. De rivierafzettingen bestaan hoofdzakelijk uit dikke lagen grind en zand. Daarover is rivierklei afgezet. In het Holoceen vanaf 8.000 v.C. werd de bedding van de huidige Rijn en Waal gevormd. De kronkelwaarden en aangrenzende komgebieden werden opgevuld met jonge rivierklei. Na de Romeinse tijd leidde een nog sterkere stuwing met Rijn- en Waalwater en de toenemende opslibbing tot een doorbraak van enkele in de dalvlakte gelegen dekzandruggen en rivierterrasresten. Rond 250 n.C.
kreeg het rivierkleigebied te maken met grote overstromingen waardoor een deel van de bewoning opgegeven werd.20 De voormalige stroomgordels werden vanaf de late ijzertijd en vroeg-Romeinse tijd overdekt met afzettingen van de Formatie van Echteld.21 Binnen de Formatie van Echteld worden, op grond van wijze van afzetting en lithologische karakteristieken, een aantal litho-genetische eenheden onderscheiden. Deze zijn geulafzettingen, oeverafzettingen en komafzettingen. Geulafzettingen worden in de geul van de rivier afgezet en bestaan voornamelijk uit (grof) zand. Oeverafzettingen worden afgezet wanneer de rivier bij hoog water buiten haar oevers treedt en bestaan vaak uit gelaagde zanden en (zandige) kleien. Hierbij worden de grofste afzettingen het dichtst bij de geul afgezet, doordat de stroomsnelheid hier het hoogst is. Verder van de geul worden de afzettingen fijner. Komafzettingen bestaan uit zwak tot matig siltige klei, die wordt afgezet in de laaggelegen gebieden tussen de rivieren, waar het water van de overstromingen tot stilstand komt. Doordat de grofste oeverafzettingen het dichtst langs de rivier worden afgezet, ontstaan langs de rivier relatief hooggelegen oeverwallen. Wanneer een stroomgeul verlaten wordt, klinken de grove geulafzettingen en de daar boven gelegen oeverafzettingen minder in dan de omliggende fijne afzettingen.
Hierdoor wordt het hoogteverschil tussen de stroomgordel en de omliggende komgebieden versterkt en vormen de stroomgordels geschikte bewoningsplaatsen in het rivierengebied.22
1. Wat is de aard (ontstaanswijze en classificatie), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten en natuurlijke afzettingen in het omringende (binnen een afstand tot ca. 200 m van de onderzoekslocatie) gebied? Het plangebied bevindt zich in het oude rivierlandschap. De diepere ondergrond bestaat uit rivierklei en -zand van de Formatie van Echteld met inschakelingen van veen van de Formatie van Nieuwkoop. Het plangebied bevindt zich ten zuiden van de huidige Neder-Rijn. In de ondergrond is in het zuidoostelijke deel mogelijk de stroomgordel van Homoet-Kamp aanwezig (nr. 69; zie Afbeelding 3). De stroomgordel was actief tussen 1150 en 1340 v.Chr. Van de stroomgordel zijn archeologische resten uit het laat-Neolithicum, de ijzertijd, de Romeinse tijd en de vroege en late middeleeuwen bekend.
17 Archis, archeoregio’s 18 Berendsen, 2004 19 Lauwerier & Lotte (red.), 2002 20 Cohen, 2009 21 Berendsen, 2008 22 Berendsen, 2004
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
13 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
Het plangebied ligt volgens de geomorfologische kaart (zie Afbeelding 4) van noord naar zuid binnen de volgende landschappelijke eenheden: rivierkomvlakte (1M46), stroomrugglooiing (3H43) en een stroomrug of stroomgordel (10B44). In het westelijke deel komt een noord-zuid georiënteerde restgeul voor (22R43).
Afbeelding 3: Uitsnede uit de stroomgordelkaart van Cohen en Stouthamer (2012)
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
14 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
Afbeelding 4: Geomorfologische kaart met het plangebied in het rode kader (bron: Archis3)
2. Wat is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte, en omvang van eventueel in het omringende gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, colluvium, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? Op de bodemkaart (zie Afbeelding 5) is het noordelijke deel gekarteerd als kalkloze poldervaaggronden in zware klei met profielverloop 4 (Rn44C). Het zuidelijke deel is aangeduid als kalkloze poldervaaggronden in zware klei met profielverloop 3, of 3 en 4 (Rn47C).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
15 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
Afbeelding 5: Bodemkaart met het plangebied in het rode kader (bron: Archis3)
Zanddieptekaarten Op de zandbanenkaart van de provincie Gelderland komen van noord naar zuid de volgende zanddieptes voor: pleistoceen zand op 2-3 m-mv (code 22), pleistoceen zand op 4-5 m-mv (code 24), pleistoceen zand op 3-4 m-mv (code 23) en beddingzand van onbedijkte rivieren met de top tussen 1,5-2 m-mv (code 15). Nergens is er sprake van een deklaag (code 0).23
Bodemloket24 Het bodemloket geeft inzicht in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit van de omgeving in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Voor het plangebied zijn bij het bodemloket geen meldingen bekend.
Grondwatertrap25 Binnen het plangebied is grondwatertrap IV aangegeven. In de zomer (GLG) staat het grondwater tussen 80 en 120 cm-mv. In de winter (GHG) komt het water ondieper dan 40 cm-mv voor.
Milieu- en geotechnische gegevens Het project bevindt zich nog in de planvormingsfase. Derhalve zijn nog geen actuele milieutechnischeen geotechnische rapporten voorhanden bij de opdrachtgever.
23 https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer/index.html?id=ca0682f26ad148e08abf81579488d6e4 24 http://www.bodemloket.nl 25 www.dinoloket.nl
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
16 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
Hoogte26 Het plangebied heeft een gemiddelde maaiveldhoogte van circa 8,22 m+NAP. Het centrale-noordelijke deel ligt het hoogst; aan de randen daarvan neemt de hoogte af tot circa 7,62 m+NAP. Het plangebied ligt iets hoger dan de rest van de omgeving (zie Afbeelding 6).
Afbeelding 6: Hoogtekaart met het plangebied in het rode kader (AHN3)
Dinoloket In het dinoloket27 zijn binnen het plangebied dertien boringen geregistreerd (zie Afbeelding 7): 1.
B40A1344: tot 2,40 m-mv wisselen pakketten al dan niet zwak zandige klei elkaar af. Tussen 2,00 en 2,20 m-mv is de klei sterk humeus. De afzettingen worden tot de Formatie van Echteld gerekend. Tussen 2,40 en 2,60 is kleiig veen aangetroffen (Formatie van Nieuwkoop). Onder het veen komt een 10 centimeter dikke laag zwak siltige klei voor (Formatie van Echteld). Vanaf 2,70 m-mv tot het einde van de boring op 3,40 m-mv komt een afwisseling van matig fijn tot matig grof, sterk siltig zand voor.
2.
B40A1099: sterk tot zwak siltige, zwak tot zandige klei van de Formatie van Echteld komt tot 2,40 m-mv voor. Tussen 2,00 en 2,20 is de klei matig humeus. Onder de klei komt matig fijn, siltig zand op matig grof zand voor tot het einde van de boring op 3,60 m-mv. Het zand is ingedeeld in de Formatie van Kreftenheye.
3.
B40A1113: binnen de boordiepte van 3,20 m-mv komen alleen kleiafzettingen van de Formatie van Echteld voor. Tussen 1,50 en 2,90 m-mv is de klei sterk humeus en zwak siltig, daaronder is het sterk zandig.
4.
B40A1345: de klei van de Formatie van Echteld komt tot 2,20 m-mv voor. De klei is zwak tot sterk siltig en zwak tot zandig. Onder de klei is zeer grof zand aangetroffen, dat vanaf 2,40 mmv eveneens matig grindig is. Het zand behoort tot de Formatie van Kreftenheye.
26 http://ahn.geodan.nl/ahn/ 27 https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
17 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
5.
B40A1349: ook deze boring laat een bodemopbouw van (zwak siltige) klei van de Formatie van Echteld op zand van de Formatie van Kreftenheye zien. De overgang ligt op 3,50 m-mv.
6.
B40A1117: de klei van de Formatie van Echteld komt tot 4,00 m-mv voor. Daaronder is tot het einde van de boring op 4,50 m-mv zand van de Formatie van Kreftenheye aanwezig.
7.
B40A1335: de afzettingen van de Formatie van Echteld, bestaande uit klei, komen tot 2,80 mmv voor. De basis van deze afzetting bestaat in deze boring uit matig grof zand. Daaronder is wederom sterk siltige, zandige klei aangetroffen tussen 2,80-3,20 m-mv. Dit kleipakket is tot de Formatie van Kreftenheye, Laag van Wijchen gerekend. De basis van het boorprofiel bestaat uit matig grof zand (Formatie van Kreftenheye).
8.
B40A1100: de afzettingen van de Formatie van Echteld (klei) gaan op 3,60 m-mv over in matig tot zeer grove zandafzettingen van de Formatie van Kreftenheye.
9.
B40A0385: deze diepe boring is tot 16,30 m-mv doorgezet. Tot 2,60 m-mv komt klei van de Formatie van Echteld voor. Daaronder is tot 14,20 m-mv sprake van zand van de Formatie van Kreftenheye. De basis van het boorprofiel bestaat uit waarschijnlijk gestuwde zandlagen.
10. BHR000000340216: bij deze boring zijn niet de Formaties, maar de bodemhorizonten vermeld. De Ap-horizont komt tot 0,20 m-mv voor en bestaat uit humeuze, zeer zware klei. Daaronder is de C-horizont aangetroffen, bestaande uit zeer zware tot matig zware klei. 11. BHR000000340215: tot 0,37 m-mv is de Ap-horizont aanwezig, bestaande uit humeuze, matig zware klei. De C-horizont daaronder bestaat uit zeer zware tot matig zware klei. 12. B40A1105: de afzettingen van de Formatie van Echteld komen tot 3,20 m-mv voor. Tussen 2,20 en 2,80 m-mv bestaat deze uit matig tot uiterst grof zand; voor de rest uit klei. Tussen 2,80 en 3,00 m-mv wordt het pakket doorsneden door een laag zandig veen van de Formatie van Nieuwkoop. Tussen 3,20 en 3,60 m-mv is zwak siltige klei aangetroffen dat geïnterpreteerd is als de Laag van Wijchen van de Formatie van Kreftenheye. De basis van het boorprofiel bestaat uit matig grof zand van de Formatie van Kreftenheye. 13. B40A1106: klei van de Formatie van Echteld komt tot 2,60 m-mv voor. Daaronder is tot 3,20 matig grof zand aangetroffen van dezelfde Formatie. Tussen 3,20 en 3,60 m-mv komt zwak tot matig siltige klei van de Formatie van Kreftenheye, Laag van Wijchen voor. Vanaf 3,60 mmv is matig grof zand van de Formatie van Kreftenheye aangetroffen. De Laag van Wijchen komt in het zuidelijke deel en het noordoostelijke deel voor.
De humeuze klei komt alleen in het westelijke deel van het plangebied voor. Dit is overeenkomstig met de locatie van de restgeul op de geomorfologische kaart. De top van het bodemprofiel bestaat uit afzettingen van de Formatie van Echteld. Deze komen tot minimaal 220 en maximaal 400 cm-mv voor. In twee boringen is tussen 240-300 cm-mv veen (Formatie van Nieuwkoop) aangetroffen. De Laag van Wijchen komt tussen 280 en 360 cm-mv voor. De top van de Formatie van Kreftenheye is aangetroffen vanaf 220 à 400 cm-mv.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
18 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
Afbeelding 7: Kaart met ondergrondse gegevens met het plangebied binnen het rode kader (dinoloket.nl)
2.2
Historische ontwikkeling van het plangebied Driel is een dorp in de gemeente Overbetuwe in Gelderland met circa 3.200 inwoners. Het ligt ten zuidwesten van Arnhem aan de zuidelijke Rijnoever. Het plangebied bevindt zich circa 1.750 m ten westen van de historische kern van Driel. De naam Driel wordt in geschriften vanaf 1196 vermeld als ‘Drihle’. De betekenis van de naam is niet helemaal zeker, maar mogelijk duidt de naam op ‘driesprong’.28 Het gaat waarschijnlijk om de driesprong van de weg van Elst naar Driel met de weg langs de limes / Rijn. Een andere verklaring voor de naam is ‘drie bossen (loo)’. Volgens Jansen hebben in de nabijheid van Driel in het verleden inderdaad drie bossen gelegen.29 In de Romeinse tijd lag Driel aan de noordgrens van het Romeinse Rijk, de zogenaamde Limes. Er is nauwelijks een goede voorstelling te maken van het Nederlandse rivierengebied in die tijd. Er waren nog geen dijken en de rivieren hadden dus vrij spel. Driel lag strategisch omdat een tak van de Rijn, die toen van Haalderen, via Elst en de huidige Grote Molenstraat naar het oosten van Driel liep, als aanvoerweg kon dienen. Deze riviertak werd ‘Oude Rijn’ genoemd. Op de oeverwallen hiervan vond de eerste bewoning plaats. Nu nog vindt men daar boerderijen met de namen Hazenkamp, Meerskamp, Munninkskamp en Baarskamp, waarbij -kamp waarschijnlijk duidt op een vroeger legerkamp.
Er heeft ook een houten wachttoren gestaan. In de jaren zeventig van de 20e eeuw is onder andere een enorm tufstenen scharnierstuk (draaisteen) van een toegangspoort van deze toren gevonden.30 Het grondgebied van Driel was 7.000 jaar geleden al bewoond. De Betuwe was een vruchtbaar deltagebied van de Rijn en het water de snelweg van die tijd. Daardoor was dit een aantrekkelijk gebied om te jagen en in latere tijden een boeren bestaan op te bouwen. Ook uit de Romeinse tijd is 28 Van Berkel en Samplonius, 2018 29 Buesink, 2008 30 http://www.dorpsraaddriel.nl/www-dopdriel-nl/downloads/dop_maart2012.pdf
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
19 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
veel bekend, omdat de Rijn de noordelijke grens van het Romeinse Rijk was (De Limes). In de Middeleeuwen waren de Oldenhof, kasteel Vredestein, en kasteel Doorwerth van economisch belang voor Driel.31
Afbeelding 8: Roden Toren (bron: www. http://historievandriel.marithaime.nl/)
Afbeelding 9: Kasteel Vredenstein (bron: www. http://historievandriel.marithaime.nl/)
De gemeente Overbetuwe (met uitzondering van Elst) beschikte in 1945 nog niet over leidingwater. Na de oorlog is er een aanvang mee gemaakt de kernen in dit gebied van leidingwater te voorzien. Hiervoor zijn in de periode 1948 tot 1962 een aantal pompstationnetjes gebouwd. In totaal zijn er negen zogenoemde provisoria in de Overbetuwe aangelegd met de bedoeling deze later te vervangen 31 http://historievandriel.marithaime.nl/index.html
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
20 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
door een definitief pompstation. In 1969 is er een hydrologisch onderzoek gestart in de nabijheid van Driel met de bedoeling een definitieve plaats voor het pompstation te bepalen. Het resultaat van de onderzoeken leidde tot de aankoop van de hofstede Fikkersdries met 9 hectare grond. Hieraan ontleent het pompstation zijn naam.32
Afbeelding 10: Oude luchtfoto (bron: 3)
Historie Plangebied Op historische kaarten is het plangebied als volgt aangegeven: Op het Kadastrale Minuutplan van 1811-1832 (zie Afbeelding 11) ligt het plangebied op perceel 72 tot en met 75. Deze percelen zijn in gebruik als bos (zuidelijk deel) en weiland. In het westelijke deel is een smalle watergang aanwezig. Als oostelijke grens is de Polder Straat aanwezig op de locatie van de huidige weg. Binnen het plangebied verandert vrijwel niets, en ook het landgebruik blijft gelijk. De kaart van 1978 (zie Afbeelding 12) laat voor het eerst een pompstation ter plaatse van het plangebied zien. Gegevens in het BAG-register geven aan dat de bebouwing uit 2004 stamt; mogelijk betreft het een fout in het register of heeft er in 2004 her- of nieuwbouw plaatsgevonden. De kleine schuur in het zuidoostelijke deel stamt volgens het register uit 1999. Vanaf de genoemde kaart verandert er weinig in en rondom het plangebied. De Cora Baltussenallee, de noordelijke grens van het plangebied, staat vanaf 2011 op de kaart aangegeven. Daarmee is de huidige situatie ontstaan.
32 Maarschalkerwaart, M.C.M., ABT Adviesbureau voor Bouwtechniek BV. Pompstation Fikkersdries, Arnhem.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
21 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
Afbeelding 11: Kadastrale minuutkaart 1811-1832 met het plangebied in het rode kader (Bron: Archis 3)
Afbeelding 12: Topokaart van 1978 met het plangebied in het rode kader (Bron: www.topotijdreis.nl)
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
22 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
Gelders Archief33 Bij het Gelders Archief is geen aanvullende informatie voorhanden over de historie van het plangebied.
Luchtfoto’s Op de aanwezige luchtfoto’s34 zijn geen archeologische sporen waargenomen.
Tweede Wereldoorlog35 Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) is zichtbaar dat het plangebied in het operatieterrein van Market Garden valt. Deze operatie had als doel de vestiging van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn tussen Arnhem en het IJsselmeer om de Duitse troepen in het westen van Nederland af te snijden.36
Airborne museum, Dotkadata, Platform Bodemonderzoek Tweede Wereldoorlog, Beeldbank WOII, Defensie en Aircraft research group Achterhoek In het Verliesregister staan meerdere vliegtuigcrashes voor Driel vermeld, maar geen daarvan heeft betrekking op de directe omgeving van het plangebied.37 In Dotkadata38 zijn geen luchtfoto’s gevonden.
Gelderland in beeld39 Deze informatiebron bevat geen relevante aanvullende informatie voor of over het plangebied.
3. Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest? Het plangebied is voor zover te herleiden is op historische kaarten, voornamelijk in gebruik geweest als bos en weiland. Op de kaart van 1978 is voor het eerst het pompstation in het zuidelijke deel weergegeven. Hiermee is feitelijk de huidige situatie ontstaan.
2.3
Archeologische waarden Het plangebied heeft onderdeel uitgemaakt van meerdere archeologische onderzoeken die buiten het plangebied doorlopen. Tevens zijn er in de directe omgeving enkele onderzoeksgebieden geregistreerd (zie Afbeelding 13). De onderzoeken worden hieronder beschreven: •
Ter hoogte van de Cora Baltussenallee, de noordelijke grens van het onderhavige plangebied, is door RAAP in 1998 een booronderzoek uitgevoerd (2079816100).40 Ter hoogte van het huidige plangebied zijn de boringen 45 tot en met 50 gezet. In deze boringen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Ter plaatse van dit deel van het tracé is sprake van komafzettingen tot 200 cm-mv (maximale boordiepte).
33 www.geldersarchief.nl 34 www. maps.google.nl 35
Ikme.nl
36 Ikme.nl 37
https://www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/ahome/lossregister/results?aircraft=&sglo=&date=&location=Dr iel&pn=&unit=&name=&cemetery=&airforce=&target=&area=&airfield= 38
https://originals.dotkadata.com/#!1&extent%5Bsouth%5D=51.94055910865604&extent%5Bwest%5D=5.786949486 540167&extent%5Bnorth%5D=51.95114041799135&extent%5Beast%5D=5.818964333341925&extent%5Bdescript ion%5D=Driel 39 www.gelderlandinbeeld.nl 40 Thanos, 1998
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
23 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
•
Centraal door het plangebied loopt het eind van een lang onderzoekstracé van Oranjewoud uit 2003 (2127119100).41 Het gaat om een bureauonderzoek, waaruit is gebleken dat ter hoogte van het plangebied komgebieden aanwezig zijn die een lage archeologische verwachting hebben gekregen. Vervolgonderzoek werd niet noodzakelijk geacht.
•
In het zuidoostelijke deel van het plangebied eindigt een lang onderzoekstracé van Oranjewoud. Zij hebben in 2003 een booronderzoek uitgevoerd (2127102100).42 Binnen het plangebied komen direct onder de bouwvoor komafzettingen voor.
•
De zuidelijke helft maakt onderdeel uit van een groot onderzoeksgebied van RAAP uit 2000 (2011856100).43 In of nabij het huidige plangebied zijn geen boringen gezet. Wel is op de kaart aangegeven dat er sprake is van een zone met voornamelijk komafzettingen (Kreftenheye vanaf 250 cm-mv of dieper), zuidelijk daarvan een zone met hoofdzakelijk kom- en oeverafzettingen (Kreftenheye vanaf 250 cm-mv of dieper) en weer zuidelijk daarvan nog net een zone met holocene beddingafzettingen, beginnend binnen 250 cm-mv (Kampse stroomgordel).
•
Net buiten de zuidwestelijke hoek eindigt een tracé van Sweco uit 2004 (2117326100). De rapportage is niet opgenomen in Archis3 of DansArchaeology.
•
Direct ten zuidwesten heeft Econsultancy in 2013 een booronderzoek uitgevoerd aan de Groene Woudsestraat 4 (2396615100).44 Tot 80 cm-mv is een opgebrachte laag van klei met aan de onderzijde een dunne laag grind aanwezig. Daaronder is een intact bodemprofiel aangetroffen, bestaande uit zware komafzettingen. Zandige oeverafzettingen zijn binnen de maximale boordiepte van 220 cm-mv niet aangetroffen.
Afbeelding 13: ARCHIS3-meldingen met het plangebied binnen het rode kader
41 La Fèber en Marinelli, 2003a 42 La Fèber en Marinelli, 2003b 43 Heunks, 2001 44 Ten Broeke, 2014
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
24 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
4. Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen (‘waarnemingen’ inclusief uitkomsten historisch kaartonderzoek) zijn reeds binnen het onderzoeksgebied en/of binnen de landschappelijke eenheden rondom de onderzoekslocatie bekend? Vermeld per vondst- en/of spoorcomplex minimaal: a) bronvermelding (onderzoeksrapportages, ARCHIS-gegevens) b) de materiaalcategorie c) ouderdom d) ruimtelijke (geografische) verspreiding e) stratigrafische verspreiding (diepteligging en/of dikte vondstlaag) f ) fragmentatie Zie paragraaf 2.3 voor detailinformatie. Onderzoeken uit de omgeving geven aan dat er sprake is van komafzettingen. Van het komkleigebied zijn geen archeologische resten bekend. In de directe omgeving zijn geen oeverafzettingen waargenomen. Archeologische resten ontbreken eveneens. Archis zelf geeft geen informatie over de ruimtelijke (geografische) verspreiding, de stratigrafische verspreiding (diepteligging en/of dikte vondstlaag) en de fragmentatie. Gegevens hierover zijn (nog) niet beschikbaar. Met betrekking tot de aan de Groene Woudsestraat 4 opgeboorde ophogingslaag zie beneden bij Verstoringskans.
2.4
Archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de bekende geologische, landschappelijke, aardkundige, archeologische en historische gegevens in en rond het plangebied kan de archeologische verwachting worden bepaald. Vóór de bedijking in de middeleeuwen, waren alleen de van nature hoger gelegen niet overstroombare delen geschikt voor permanente bewoning. Het plangebied ligt in een komgebied, dus buiten de hogere delen. Het wordt daarom niet geschikt geacht voor permanente bewoning. Alleen de zuidoostelijke hoek ligt volgens de paleogeografische kaart op de stroomgordel van Homoet-Kamp. Volgens het AHN ligt dit deel van het plangebied juist enkele decimeters lager dan de rest, waardoor de archeologische verwachting ook voor dit deel van het plangebied laag wordt geacht. In Archis staan enkele meldingen in het plangebied en uit de omgeving. In deze onderzoeken wordt de ligging binnen een komgebied bevestigd. Volgens historisch kaartmateriaal is het plangebied tot de bouw van het pompstation rond 1978 onbebouwd geweest en was het in gebruik als weiland en bos. Na de realisatie van dit station in het centraal-oostelijke deel veranderde er wederom weinig in het plangebied.
Verstoringskans: Het plangebied is voor zover het te herleiden is op historische kaarten, voornamelijk in gebruik geweest als weiland en bos. Voor de onbebouwde delen kan door het eerdere gebruik als bos en door agrarische werkzaamheden verstoring van de bodem op zijn getreden. Booronderzoek aan de Groene Woudsestraat 4, direct ten zuidwesten van het plangebied, heeft aldaar een ophoging van de bodem van 80 centimeter aangetoond. Het huidige plangebied ligt op hetzelfde perceel, waardoor op voorhand niet uitgesloten kan worden dat dit in (delen van) het onderhavige plangebied ook het geval is. Daarnaast zal de bodem ter plaatse van het pompstation tot op nog onbekende diepte verstoord zijn.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
25 van 50
Project Kenmerk
: BO en IVO Archeologie PB Fikkersdries te Driel, gemeente Overbetuwe : DWS/ALG/HAMA/223699
Tabel 2: Archeologische verwachting plangebied
2.6
Periode
Verwachting
Verwachte vindplaatstypen
Verwachte grondlaag (diepte)
WO II
Middelhoog
Gevechtsposities, schuttersputjes, munitiedumps
In de bouwvoor.
Nieuwe tijd
Laag
restanten van oude verkavelingen
In de bouwvoor
Middeleeuwen
Laag
Restanten van erven en oude verkavelingen.
In of direct onder de bouwvoor in de komafzettingen van de Formatie van Echteld.
Romeinse tijd
Laag
Nederzettingsterreinen, infrastructuur, grafvelden, afvaldumps.
In of direct onder de bouwvoor in de komafzettingen van de Formatie van Echteld.
IJzertijd
Laag
Nederzettingsterreinen, infrastructuur, grafvelden, afvaldumps.
In of direct onder de bouwvoor in de komafzettingen van de Formatie van Echteld.
Neolithicum-bronstijd
Laag
Nederzettingsterreinen, haardkuilen, jachtkampen
In de top van de afzettingen van de Formatie van Kreftenheye, dieper dan 310 cm-mv
Bouwhistorische waarden Op grond van het uitgevoerde cartografische onderzoek blijkt dat het plangebied pas vanaf circa 1978 bebouwd is met het huidige pompstation. In de ondergrond worden daarom geen relevante bouwhistorische waarden verwacht.
2.7
Synthese 5. Welke natuurlijke formatieprocessen (sedimentatie, erosie, laterale verplaatsing, bodemvorming, degradatie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? De basis van het profiel wordt gevormd door grof grindig zand van de Formatie van Kreftenheye. Deze zandige sedimenten worden bedekt met een dik pakket fluviatiele klei van de Formatie van Echteld die voor de bedijking afgezet is. In de zuidoostelijke hoek is mogelijk nog sprake van afzettingen van de stroomgordel van Homoet-Kamp. In theorie is deze vanaf het Laat-Neolithicum bewoonbaar. Resultaten van onderzoeken in de omgeving en het AHN-beeld geven niet direct aanleiding om de stroomgordel binnen het huidige plangebied te verwachten. 6. Met welke culturele formatieprocessen (grondbewerking, bemesting, ophoging, betreding, percelering, [de-]constructie, materiaaltypen, materiaalgebruik en materiaaldepositie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? Er is sprake van een poldervaaggrond op een ondergrond van rivierklei. Ter plaatse van het pompstation zal de bodem verstoord zijn tot op nog onbekende diepte. In de rest van het plangebied kan bodemverstoring opgetreden zijn als gevolg van de aanplant en het rooien van bos en het agrarische gebruik van het land. De verstoringsdiepte is vooralsnog niet bekend. 7.