24-08-20.06 Beantwoording technische vragen BOB bestemmingsplannen Driel, Randwijk, Valburg en Slijk-Ewijk
Tekst van het document
Format technische vragen Datum indienen:13 augustus 2024 Datum politieke avond:20 augustus 2024 Agendapunt:4,5,6 en 7 cluster Ruimte Onderwerp: Herziening bestemmingsplannen Driel, Randwijk Valburg en Slijk-Ewijk Toelichting:
Vraag/vragen: 1. Hoe worden de grenzen van het bestemmingsplan bepaald? 2. Wijken de grenzen af van de vorige bestemmingsplannen en de dorpsgrenzen? 3. Waarom worden in ontwikkeling zijnde plannen niet meegenomen in de bestemmingsplannen? Gelden hiervoor andere normen?Zo ja, waarom? 4. Met betrekking tot Slijk-Ewijk wordt aangegeven dat het dorp een lintbebouwing kent. Toch worden bouwprojecten in het lint afgewezen en projecten buiten het lint ontwikkeld. Wat is hiervan de reden? 5. Indiener/fractie: Dia Vennis, BOB
Antwoord(en) ambtelijke organisatie:
1. De raad heeft de beleidsvrijheid om de plangrens van een bestemmingsplan te bepalen. Deze grens dient gebaseerd te zijn op enige logica en mag niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening (zo is het bijvoorbeeld niet wenselijk om de bebouwing van een bedrijf te doorkruizen). De plangrenzen van de betreffende vier kernen volgen overwegend de grens van het bestaand bebouwd gebied en de aldaar geldende bestemmingsplannen en beheersverordeningen. 2. De plangrenzen zijn per kern bepaald op de volgende wijze: 1. In Driel komen de buitenranden van het plangebied van dit bestemmingsplan één op één overeen met de begrenzing van het geldende kombestemmingsplan uit 2009 en de beheersverordening van de wijk de Breekenhof uit 2017. De plangrens komt daarmee overeen met het bestaand bebouwd gebied van Driel. 2. In Slijk-Ewijk komen de buitenranden van het plangebied van dit bestemmingsplan overeen met de begrenzing van de geldende beheersverordening ‘Overbetuwe, Randwijk, Slijk-Ewijk en Valburg’ uit 2017, met toevoeging van het in 2010 vastgestelde bestemmingsplan van locatie Oosterhoutsestraat 2 in de noordoostelijke hoek. De plangrens komt daarmee overeen met het bestaand bebouwd gebied van Slijk-Ewijk. 3.
In Randwijk komen de buitenranden van het plangebied van dit bestemmingsplan grotendeels overeen met de begrenzing van de geldende beheersverordening ‘Overbetuwe, Randwijk, Slijk-Ewijk en Valburg’ uit 2017, uitgezonderd van de agrarische bedrijfslocatie aan de Erfstraat 25. Dit perceel maakte in de beheersverordening
‘Overbetuwe, Randwijk, Slijk-Ewijk en Valburg’ ook al geen onderdeel uit van dat plan en valt – vanwege de bedrijfsfunctie – onder het bestemmingsplan ‘Buitengebied Overbetuwe’. De plangrens komt daarmee nagenoeg geheel overeen met het bestaand bebouwd gebied van Randwijk. 4. In Valburg komen de buitenranden van het plangebied van dit bestemmingsplan grotendeels overeen met de begrenzing van de geldende beheersverordening ‘Overbetuwe, Randwijk, Slijk-Ewijk en Valburg’ uit 2017, uitgezonderd van de bedrijfsbestemming aan de Tielsestraat 9A t/m E en 11A. Deze locatie is naar aanleiding van een ingediende zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan en gesprekken met grondeigenaren over de toekomstige invulling buiten de plangrens van de vast te stellen herziening Valburg komen te liggen. Een gedeelte van de grond is strijdig in gebruik. Hierop is het vast te stellen bestemmingsplan gecorrigeerd, omdat het immers niet is toegestaan om illegaal gebruik en bebouwing twee keer achtereenvolgens onder het overgangsrecht op te nemen in een bestemmingsplan. Voor deze gronden blijft de beheersverordening ‘Overbetuwe, Randwijk, Slijk-Ewijk en Valburg’ uit 2017 ter plaatse van kracht. Daarnaast maakt het woongebied Molenzicht aan de zuidkant van de kern nu onderdeel uit van de Herziening Valburg.
Voor deze dorpsuitbreiding zijn in 2011 en 2018 bestemmingsplannen vastgesteld en maken deze gronden onderdeel uit van de dorpskern. De plangrens komt daarmee nagenoeg overeen met het bestaand bebouwd gebied van Valburg. 3. De herzieningen betreffen actualiserende bestemmingsplannen waarin de bestaande planologische situatie wordt vastgelegd. De reden waarom er vier herzieningen zijn opgesteld is omdat in een groot deel van de kernen beheersverordeningen van toepassing zijn. Op basis van deze beheersverordeningen zijn verouderde bestemmingsplannen, die niet meer voldoen aan de huidige standaarden, niet meer actueel zijn en minder goed raadpleegbaar zijn, van toepassing. De raad heeft op 11 december 2019 (zie informatiememo raad 19inf00189) daarom besloten om voor deze kernen een actueel bestemmingsplan op te stellen. De regeling in de herzieningen sluit aan bij de actuelere bestemmingsplannen, die in de overige kernen van Overbetuwe gelden. Door in elke kern een actueel bestemmingsplan te hebben, wordt bovendien de transitie naar de Omgevingswet vereenvoudigd. Locaties die nog in ontwikkeling zijn, zijn nadrukkelijk niet mee genomen in de herzieningen. Reden hiervoor is dat voor nieuwe initiatieven onder andere de milieu- en omgevingsaspecten onderzocht dienen te zijn om aan te kunnen tonen dat een plan passend kan worden geacht.
Het onderzoeken van deze ruimtelijke aanvaardbaarheid neemt vaak veel tijd in beslag waardoor een dergelijk nieuw initiatief vertragend kan werken op de vaststelling van de herzieningen. Initiatieven waarvan helder is dat ze ruimtelijk aanvaardbaar zijn, zijn wel meegenomen in de herziening. Voorbeeld hiervan is de omzetting van de bedrijfswoning aan de Tielsestraat 62 Valburg naar een burgerwoning. Bij de indiening van de zienswijze van dit verzoek was de ruimtelijke aanvaardbaarheid (o.a. de milieu- en omgevingsaspecten) reeds aangetoond, onder andere met behulp van een akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai. Daarmee wordt het toestaan van een burgerwoning aldaar mogelijk geacht.
4. Zoals hiervoor is aangegeven hebben de herzieningen alleen betrekking op de bestaande planologische situatie. De behandeling en beoordeling van initiatieven (al dan niet in de lintbebouwing van Slijk-Ewijk) maken geen onderdeel uit van de Herziening Slijk-Ewijk. Een afwezen ontwikkeling in het lint van Slijk-Ewijk betreft het perceel aan de Dorpsstraat 68. De eigenaar van dit perceel heeft een initiatief voor het bouwen van meerdere woningen (variërend van 6 tot 13) reeds meerdere keren aan de gemeente voorgelegd. Zo ook met behulp van een zienswijze op de ‘Herziening Slijk-Ewijk’. In de beantwoording van de zienswijze is het volgende opgenomen: Het advies voor de ingediende initiatieven (zoals ook opgenomen in de adviesbrief van 6 oktober 2020) tast de kernwaarden van deze locatie te veel aan. Een belangrijk argument hierbij is dat het bouwen van woningen op de beoogde locatie niet bij de landschappelijke en ruimtelijke structuur van Slijk-Ewijk past. De huidige boomgaard met het groene kenmerkende karakter (waaronder laanbeplanting, weides en boomgaarden) vormt een van de kernwaarden van de kern Slijk-Ewijk en draagt daarmee bij aan de aantrekkelijkheid van onze leefomgeving. Deze kernwaarden (opgenomen in de Omgevingsvisie van de gemeente Overbetuwe) wil de gemeente behouden voor toekomstige generaties en wordt niet ter discussie gesteld.
De ingediende voorstellen voor ontwikkeling van woningen aldaar sluiten tevens vanuit stedenbouwkundig perspectief niet aan bij de historische opbouw van de kern en tasten de structuur van de Dorpsstraat aan. Daarnaast staat eveneens de haalbaarheid van het initiatief aan de Dorpsstraat 68 ter discussie gezien de voorziene woningen zich bevinden binnen de spuitzonering (50 m i.v.m. bestrijdingsmiddelen gewassen) van naastgelegen perceel. Daarnaast zijn er mogelijk nog meer belemmeringen voor het initiatief (milieuaspecten). Concluderend wordt gesteld dat dit initiatief niet wordt opgenomen in het bestemmingsplan ‘Herziening Slijk-Ewijk’. De ontwikkeling aan de nabijgelegen Verlengde Dijkstraat (gelegen buiten het plangebied) is een woningbouwontwikkeling die ruimtelijk en stedenbouwkundig los staat van het wel of niet toestaan van woningbouw aan de Dorpsstraat 68. Deze ontwikkeling maakt woningen mogelijk aansluitend op het dorp en voorziet in de geprognosticeerde woonbehoefte voor de kern SlijkEwijk, waarmee het realiseren van extra woningen in de kern geen noodzaak is.
Verschil politieke en technische vragen Technische vragen zijn vragen naar feiten, harde gegevens. Deze vragen kunnen dan ook prima door ambtenaren beantwoord worden. Zodra er naar een mening (van het college of de burgemeester) wordt gevraagd, betreft het een politieke vraag. Politieke vragen kunnen ook over onderwerpen gaan die niet op de raadsagenda staan. In ibabs staat bij persoonlijke documenten=>werkwijzer 2018-2022 onder punt 8 een format voor de schriftelijke, politieke vragen. Je treft deze ook als bijlage bij dit verhaal. Uiteraard is het niet altijd eenvoudig om onderscheid te maken tussen technische en politieke vragen. De griffie kan je daarbij helpen en zal de raads- en burgerleden daar graag (gevraagd en ongevraagd) over adviseren. Een paar voorbeelden om je eigen vragen aan te spiegelen:
Technisch: -
Hoeveel ambtelijke uren gaan we besparen door het invoeren van livestream en hoeveel is dit uitgedrukt in euro's?
-
Waar komt de eis van 16-18 cm vandaan? Is dit wettelijk voorgeschreven?
Politiek: -
Is het college op de hoogte van een bestuurdersvergoeding die boven de Balkenende- norm ligt? Wat vindt het college hiervan?
Twijfel: -
Kunnen de kaders, welke uit de discussie van het de Nieuwe Visie Afvalstoffenplan komen alsnog in de aanbesteding worden toegevoegd? ▪ Als bedoeld wordt of het technisch mogelijk is de kaders in de aanbesteding toe te voegen, dan kan dit een technische vraag zijn. ▪ Wordt het college gevraagd of ze genegen zijn om ook het te doen, dan betreft het een politieke vraag.
Technische vragen Wanneer stel ik een vraag? De raad heeft recht op alle informatie die hij nodig heeft om zijn taak goed uit te voeren. Dat is een belangrijk recht. Aan de andere kant is het ook wel belangrijk jezelf af te vragen welke informatie je echt nodig hebt. Nieuwsgierigheid is een goede eigenschap voor een raadslid, maar veel vragen helpt niet altijd om op de hoofdlijnen te blijven en het ambtelijke apparaat niet onnodig te belasten. Vooropgesteld: als je een raadsvoorstel of nota niet begrijpt, en daarom geen besluit kunt nemen, dan moet je natuurlijk een vraag stellen! Gaat het om een detail dat je niet begrijpt, dan kun je afwegen of het nodig is de vraag te stellen. Een goed criterium voor jezelf om langs je technische vraag te leggen die je van plan bent in te gaan dienen: zal het antwoord op de vraag een verschil maken in mijn besluit om voor of tegen het voorstel te stemmen? M.a.w.: als ik antwoord A krijg stem ik voor, als ik antwoord
B krijg stem ik tegen? Als dit niet het geval is, en het antwoord er dus niet wezenlijk toe doet, dan hoef je de vraag niet te stellen! Dat is in het begin vast wennen, een beetje eng zelfs, om niet alles tot in de finesses te weten. Maar het helpt je tegelijk om op de hoofdlijnen te blijven, je niet te verliezen in details en zo het overzicht te houden. Bovendien scheelt het de ambtelijke organisatie een hoop tijd. Indienen technische vragen In het seniorenconvent is afgesproken dat raads- en burgerleden technische vragen voor voorronde of raad tot de donderdagmorgen 8.00 uur voor de betreffende politieke avond via mail kunnen aanleveren bij de griffie. De griffie bundelt de vragen per agendapunt (waarbij aangegeven wordt welke vraag van welke fractie is) en stuurt deze (uiterlijk 10 uur) naar de bestuursondersteuning, die de vraag uitzet bij de deskundige medewerker. De antwoorden van de medewerkers worden dan voor maandagavond, via de griffie naar de raad gezonden (via ibabs). De raad heeft dan een dag om de antwoorden tot zich te nemen ter voorbereiding op de politieke avond. Indien de antwoorden niet binnen de termijn beantwoord kunnen worden bijvoorbeeld als informatie van externen moet worden opgevraagd wordt dit bericht met aangeven van de datum waarop de antwoorden gegeven kunnen worden. Nb.1.
De medewerker zal de vragen en antwoorden delen met de portefeuillehouder, zodat deze ook volledig op de hoogte is. Medewerkers kunnen technische vragen, waarvan ze menen dat deze politiek zijn, voorleggen aan de portefeuillehouder. De portefeuillehouder besluit of hij hierover afstemming in het college wil. De antwoorden op de technische vragen kunnen dan wel al richting raad, de antwoorden op de politieke vragen komen dan na collegebehandeling. In dit geval kan het dus zo zijn dat de antwoorden na het college pas op de dag van de voorronde beschikbaar komen Nb.2. Het blijft ook altijd mogelijk om rechtstreeks een vraag aan een ambtenaar te stellen in geval van een verhelderende feitelijke vraag. Als de vraag en het antwoord ook relevant zijn voor andere raads- en burgerleden, kan de ambtenaar altijd besluiten om de vragen en antwoorden naar de griffie te sturen voor verspreiding.