24-07-02 Samenvattende financiële consequenties meicirculaire 2024
Tekst van het document
Samenvattende financiële consequenties meicirculaire 2024 (2024-038112) In deze bijlage lichten we de belangrijkste financiële mutaties toe van de meicirculaire 2024. Mutatie gemeentefonds Decembercirculaire 2023 Meicirculaire 2024 Verschil AF: reservering taakmutaties BIJ: aframing vanwege uitnames AF: LPO (Kadernota 2025) BIJ/AF: Effect VJN Rijk (Kadernota 2025) BIJ: Mutatie OZB (Kadernota 2025) AF: Accres 2028 (Kadernota 2025) AF: Effect CAO stijging (1e bestuursrapportage 2024) Budgettair effect 2024-2028
2024 88.274 89.519 1.245 -866 0 0 0 0 0 -617 -238
2025 88.277 91.018 2.741 -68 0 -3.500 1.500 500 0 -920 253
2026 81.282 86.248 4.966 -73 0 -3.500 -1.500 500 0 -920 -527
(bedragen x 1.000) 2027 2028 82.718 82.718 87.595 88.441 4.877 5.724 -77 -82 0 0 -3.500 -3.500 -1.500 -1.500 500 500 0 -836 -920 -920 -620 -614
In bovenstaande tabel wordt het verschil tussen de decembercirculaire 2023 en de meicirculaire 2024 weergegeven. De meicirculaire 2024 leidt in alle jaren tot een positief verschil ten opzichte van de decembercirculaire 2023. We reserveren middelen voor nieuwe taken en houden rekening met mutaties die we al in eerdere P&C documenten hebben verwerkt. Wat resteert zijn de budgettaire effecten die de meerjarenbegrotingssaldi beïnvloeden. Het budgettaire effect is voor alle jaren negatief. Dit is grotendeels het gevolg van de ontwikkeling met betrekking tot de maatstaf OZB en de effecten van de CAO-stijging. We lichten dit nader toe. In deze bijlage specificeren we eerst de taakmutaties en uitnamen. Vervolgens verklaren we het budgettaire effect. Reservering taakmutaties De circulaire bevat taakmutaties, een mutatie op een bestaande integratie-uitkering en een aantal nieuwe decentralisatie-uitkeringen. De belangrijkste staan in de tabel. Uitgangspunt is dat we deze bedragen reserveren voor het betreffende doel. en hebben daarom geen invloed op het begrotingssaldo. Een beperkt aantal posten brengen we ten gunste van de algemene middelen. We motiveren in de toelichting waarom.
Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Werkdrukverlaging jeugdbescherming Terugdraaien besparing rijk jeugdzorg Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven Verhoging rijksbijdrage beschut werk Suppletie-uitkering Bommenregeling Uitvoeringskosten Omgevingswet Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen Totaal gereserveerde taakmutaties
•
2024 (70) 65 0 115 63 623 (207) (26) (7) 866
2025 (70) 0 (1.085) 0 68 0 0 0 0 68
2026 (70) 0 0 0 73 0 0 0 0 73
(bedragen x 1.000) 2027 2028 (70) (70) 0 0 0 0 0 0 77 82 0 0 0 0 0 0 0 0 77 82
Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden: Het kabinet stelt in 2024 en verder, net als in 2023, weer € 40 miljoen beschikbaar voor betere dienstverlening
•
door gemeenten op het gebied van armoede en schulden. We voegen deze structurele middelen (€ 70.000 vanaf 2024) toe aan de algemene middelen. Bij eventuele aanpassing van het beleid zijn de middelen als dan in de algemene middelen beschikbaar. Werkdrukverlaging jeugdbescherming: In oktober 2023 hebben het rijk en de VNG een bestuurlijk akkoord gesloten over het verlagen van de werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen (GI’s). Hiervoor is € 60 miljoen benodigd. In het bestuurlijk akkoord is afgesproken dat het rijk vanaf 2024 structureel jaarlijks € 30 miljoen bijdraagt aan deze werkdrukverlaging. Vanaf 2025 is in de Kadernota 2025 al rekening gehouden met de hogere kosten, daarom worden de middelen alleen voor 2024 gereserveerd.
•
Terugdraaien besparing rijk jeugdzorg: In de meicirculaire 2024 is opgenomen dat de geraamde extra besparing van het Rijk van € 500 miljoen voor 2025 komt te vervallen, omdat de maatregelen die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd. De extra besparingen van het Rijk en de te nemen maatregelen zijn destijds budgetneutraal verwerkt in de begroting 2023 en verder. Het uitstellen van de besparing van het Rijk leidt tot een incidenteel voordeel in 2025 van € 1,085 miljoen. We voegen dit bedrag toe aan de algemene middelen, in het perspectief van de negatieve ontwikkeling van de financiële kaders. We zullen gedurende 2025 nagaan in hoeverre de genoemde besparing en de te nemen maatregelen in de jeugdzorg zich tot elkaar verhouden, wat het budgettair effect is en of een heroverweging binnen het sociaal domein noodzakelijk is.
•
Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven: de middelen voor de Wet sociale werkvoorziening (WSW) worden in 2024 opgehoogd met € 63,9 miljoen om gemeenten tegemoet te komen bij de financiële uitdagingen die zij ervaren rondom de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven.
•
Verhoging rijksbijdrage beschut werk: de rijksbijdrage beschut werk, die onderdeel is van de integratie-uitkering Participatie, wordt structureel verhoogd. Met dit budget kunnen werknemers worden begeleid die aangewezen zijn op beschut werk.
•
Suppletie-uitkering bommenregeling: een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog.
•
Uitvoeringskosten omgevingswet: gemeenten ontvangen aanvullende middelen om te zorgen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. We brengen het bedrag van € 207.000 van 2024 ten gunste van de algemene middelen. Achtergrond is dat we in 2023 voldoende bedragen hiervoor hebben overgeheveld die we voor de uitvoering van de omgevingswet gaan inzetten.
•
Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus: dit betreft middelen voor de werkzaamheden voor gemeenten, als bevoegd gezag, voor de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus), waarmee ondernemers subsidie kunnen ontvangen om hun veehouderijlocatie(s) te beëindigen. We brengen dit bedrag ten gunste van de algemene middelen omdat we geen werkzaamheden voor deze regelingen verrichten.
•
Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen: Voor de kerntaken van de ADV’s krijgen gemeenten structureel middelen via het gemeentefonds. Vanaf dit jaar krijgen gemeenten middelen om samen met hun ADV’s méér aan preventie te kunnen doen. We brengen het bedrag voor 2024 ad € 7.000 ten gunste van de algemene middelen. Het reeds beschikbare budget is niet uitgenut. We plegen hier nu extra inzet op. 2/3
Budgettair effect meicirculaire Het budgettair effect is in alle jaren negatief. In grote lijnen wordt dit budgettair effect verklaard door: WOZ-waarden mutaties Vanaf 2024 zien we een structureel negatief effect op de maatstaf OZB van € 725.000 in 2024. Dit komt doordat de WOZ-waardes per 1 januari 2024 (waardepeildatum 1 januari 2023) sneller zijn gestegen dan de gemiddelde landelijke ontwikkeling waar rekening mee is gehouden bij de Meicirculaire 2024. Deze waardestijging heeft onder andere te maken met de inrichting van een nieuw model voor de waardebepaling van alle courante niet-woningen (bedrijven en kantoren). Een hogere totale WOZ-waarde leidt tot een aanpassing van de algemene uitkering als deze hoger/lager is dan het landelijk gemiddelde, omdat de belastingcapaciteit van de gemeente toeneemt/afneemt. Overbetuwe benut deze belastingcapaciteit niet geheel, waardoor we per saldo minder opbrengsten hebben. Overbetuwe kiest er voor om de stijging van de waarden te compenseren met de daling van het tarief. In de Kadernota 2025 is al voor een deel rekening gehouden met een negatief effect op de OZB-maatstaf, waardoor het budgettaire effect voor 2025 en verder nu lager uitvalt. Dekking CAO-stijging Voor 2024 en verder is in de 1e bestuursrapportage 2024 rekening gehouden met een verwachte dekking van de salarisontwikkeling uit het CAO-akkoord 2024.
De effecten van de meicirculaire bieden hiervoor echter onvoldoende dekking. Dit betekent een structureel nadeel van € 900.000. Plafond BTW compensatiefonds Het BTW-Compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Gemeenten zijn in 2023 € 573 miljoen onder dit plafond gebleven met declaraties. In de septembercirculaire 2023 werd al een voorschot van € 359 miljoen uitbetaald. De definitieve afrekening BCF bedraagt hierdoor € 214 miljoen extra en dit bedrag wordt in 2024 incidenteel toegevoegd. Voor Overbetuwe zorgt dit voor een positief effect van € 458.000 voor het jaar 2024. De toezichthouder biedt daarnaast de mogelijkheid om een structurele stelpost op te nemen van 100% van de afrekening van het voorgaand jaar. Tot nu toe hebben we 85% opgenomen. We nemen nu 100% mee, wat een effect heeft van € 180.000 structureel. Omdat de afrekening daarnaast hoger uitvalt dan de afrekening over 2022, kan de stelpost verder worden verhoogd. Dit geeft een voordeel van € 440.000 structureel.
3/3