CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-06-27 Beantwoording technische vragen BOB Water- en rioleringsprogramma 2025 2028

Voorronde Zaal 1 11 juni 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Voorbereidende vergadering Water- en Rioleringsprogramma 2025 – 20291.661 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen WRP 2025-2029 Datum indienen: 12 juni 2024 Datum politieke avond: 27 juni 2024 Agendapunt: Water- en Rioleringsprogramma 2025-2029 Onderwerp: Water- en Rioleringsprogramma en grondslag rioolheffing Toelichting: Mede naar aanleiding van de voorronde van 11 juni jl. Vraag/vragen: 1. Op 11 juli 2023 is in een rondetafelgesprek de evaluatie van het WRP 2018-2022 besproken1. In deze evaluatie wordt o.a. geconstateerd/geadviseerd een aantal zaken beleidsmatig op orde te brengen , zoals: - planmatig en risicogestuurd beheren; en niet beheren volgens een piep-systeem; pas actie ondernemen als het al te laat is. - uitbreiden van het grondwatermeetnet en de inzichten daaruit volgen. - via structuren (groen/blauw, maar ook door middel van riolen) om met lange termijn inzichten hemelwaterstelsels aanleggen en beheren.” In de Lokale Adaptatie Strategie d.d. 7 februari 2024 ligt logischerwijs het accent op het ‘hoe’ in plaats van het ‘wat’. Zo staat op pag. 22 over het IKPOR: “Een externe organisatie is bezig met het bedenken van een aanpak per kern.” en “We zijn bezig met het opstellen van een nieuw Water- en Rioleringsprogramma.

In dit programma zullen we klimaatadaptieve maatregelen en budgetten die een relatie hebben met water opnemen.” We zien dat het bij ons WRP betrokken bureau een leuke tool online heeft staan, het ‘staat van je straat’ dashboard, maar die ook heeft voorzien van een duidelijke disclaimer2. NB dit is voor ons geen reden om voor klimaatadaptatie geen middelen te reserveren, wel om te kunnen bepalen hoe goed we moeten monitoren (en de mate waarin we moeten borgen dat uitgaven binnen de juridische kaders van de rioolheffing blijven). De stelling in het raadsvoorstel “we maken onze prognoses zo nauwkeurig als mogelijk” geeft ons op dit punt te weinig houvast. Vraag: Om te kunnen beoordelen in welke mate we als raad nu voor meerdere jaren kaders kunnen stellen en/of de vinger aan de pols moeten houden zij wij benieuwd in welke mate deze slagen inmiddels in gang gezet en wat betekent dit voor de robuustheid van de onderbouwing van de (kosten van klimaatadaptatie) zoals die in het WRP 2025-2029 zijn meegenomen?

1 https://overbetuwe.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/9770bcbd-4ba2-4e3c-aa6c-241ccb7de1c3 2 https://www.sweco.nl/portfolio/staat-van-je-straat/

2. Het is een politieke keuze (ook in relatie tot bestaanszekerheid, lastenverdeling) of kosten voor klimaatadaptatie worden meegenomen in de rioolheffing of worden gedekt via de algemene middelen (en evt. de OZB). Na afloop van de voorronde begrepen wij dat er een uitspraak van de Hoge Raad is die aangeeft wat juridisch gezien aan kosten mag worden meegenomen in de rioolheffing. Dit is een belangrijk kader waarbinnen politieke keuzes gemaakt kunnen worden. Vraag: Kunt u die uitspraak met ons delen? Kunt u verder (als voorbeeld) kort aangeven hoe bijv. (op grond van deze uitspraak) het klimaatkoppelbudget3 binnen deze kaders valt? 3. Zoals aangegeven, hebben wij verder nog een technische vraag om te zien of in de voorstellen correct is rekening gehouden met de (met raad en bezwaarmakers) gemaakte afspraak over het afbouwen van de eerder opgebouwde hoogte van de voorziening (zoals beschreven in paragraaf 8.2 Financiën van het WRP). Toelichting: De basisafspraak destijds gemaakt was a. dat de onrechtmatige onttrekking van ca. 7 mln terug zou gaan in de voorziening die daarmee weer op ruim 13 mln zou komen en b. dat daarna nooit meer dan 75 % van de maximale opbrengstlimiet zou worden geheven totdat de voorziening minimaal 1 mln zou zijn. Op het eerste gezicht lijkt hiermee rekening gehouden. Echter, op pag.

44 staat “Dit Wrp gaat uit van 100% kostendekking; dat betekent dat alle kosten die we maken voor de gemeentelijke watertaken voor maximaal 100% uit de rioolheffing worden gedekt”. Op grond van de eerder gemaakte afspraken zou zolang de voorziening boven de 1 mln. is /blijft nooit meer dan 75 % geheven worden en dus zou de heffing t.o.v. de begroting met 25 % verlaagd moeten worden totdat het voorzieningenniveau is gedaald tot 1 mln.. Dit betekent als onverhoopt te ruim zou zijn begroot, het langer duurt tot de voorziening gedaald is naar 1 mln en dat tot die tijd de rioolheffing dan niet hoger blijft dan nodig/overeengekomen. Vraag: Wordt deze afspraak herkend en zo ja, is die in het WRP verwerkt?

Indiener/fractie: Aad Noordermeer / Burgerbelangen Overbetuwe (BOB) Antwoord(en) ambtelijke organisatie:

3 Met de in het WRP opgenomen toelichting “Nb: *** het klimaat-meekoppel-budget is een ingroeimodel. Het

gaat uit van €100.000 budget met ingang van 2025 via exploitatie/out of pocket. Met ingang van 2026 komt daar jaarlijks €50.000 budget bij om kapitaallasten te dekken. Uiteindelijk is in 2028 €250.000 beschikbaar; €100.000 via exploitatie, €150.000 om kapitaallasten te dekken. Wanneer de bijdragen in investeringen achterblijven, zal het resterende budget (max. €250.000 per jaar) als exploitatielast terugkomen.”

Antwoord vraag 1 Voor de onderbouwing van de kosten verwijzen we naar de onderliggende getallen van het kostendekkingsplan in het Wrp. Hierin zijn deels maatregelen maar deels ook verdere onderzoeken opgenomen om het juiste te kunnen doen in het kader van (wateraspecten van) klimaatadaptatie. Met name voor de berekeningen op de werking van de watersystemen liggen zgn. hydrodynamische berekeningen ten grondslag waarmee de werking wordt gesimuleerd aan de hand van verschillende neerslagvarianten. Deze berekeningen worden gekalibreerd en gevalideerd aan de hand van werkelijk gevallen neerslag en nieuwe klimaatscenario’s van het KNMI. Daarmee zijn deze simulaties een passende benadering van de steeds waarschijnlijk wordende werkelijkheid. De eerste (landelijk gevolgde en gangbare) stappen van het DPRA (Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie) geven inzicht in het functioneren van stelsels en de omgeving anno nu, maar ook in de werking (en dus de mogelijke overlastsituaties) anno toekomstige situaties waarin het klimaat verandert. Deels voert de gemeente Overbetuwe maatregelen uit om al bestaande overlastsituaties te verhelpen, maar deels ook om de fysieke ruimte klimaatadaptief in te richten.

Feit blijft dat watersystemen en leidingen maar tot een bepaalde mate water kunnen afvoeren; waar klimaatadaptatie voor de lange termijn meer over gaat is het adaptief inrichten van ruimte (stroming en ophoping van water dat juist niet in de buis of sloot past). Stroombanen van water op het maaiveld kanten op sturen waar het geen kwaad kan. Laagtes openhouden zodat water in de laagtes niet tot overlast en schade leidt. Dus deels zijn de begrote middelen voor het verbeteren van inzicht in het (theoretisch) functioneren van de stelsels (= een gedeelde post rioolbeheer/waterafvoer en klimaatadaptatie) en deels het steeds beter ruimtelijk inrichten van de gemeente (= water en bodem sturend, of het kloppend maken van het systeem in plaats van alle losse postzegels, oftewel klimaatadaptatie en waterbeheersing bij zwaardere buien dan de stelsels aankunnen). Antwoord vraag 2 Het arrest is van 21 juni 2019 (te vinden op rechtspraak.nl onder: ECLI:NL:HR:2019:1016) en heeft betrekking op de gemeente Steenwijkerland. In dat arrest oordeelde men als volgt: “2.4.7. Bij de toerekening van kosten aan de riolering geldt als uitgangspunt dat deze slechts dan niet (geheel of ten dele) in de ramingen als lasten ter zake van riolering kunnen worden aangemerkt indien die kosten geheel of nagenoeg geheel andere doeleinden dienen (vgl. HR 31 maart 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2720, onderdeel 5.6).

Voorts is daarbij uitgangspunt dat de gemeente bij het opstellen van de begroting die uitgangspunt is voor de ramingen, is gebonden aan de in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV) gegeven regels (vgl. HR 16 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:67). Hiervan uitgaande staat het de gemeente vrij om de baggerkosten en kosten van onderhoud oevers geheel of gedeeltelijk aan de rioolheffing toe te rekenen aangezien die kosten, zoals volgt uit hetgeen in 2.4.3 is overwogen, meer dan zijdelings verband houden met de riolering en het BBV de gemeenten niet beperkt in de mate waarin lasten worden toegerekend aan posten waarmee zij meer dan zijdelings verband houden.” De Hoge Raad is aldus van mening dat als kosten meer dan zijdelings verband houden met de riolering - dat wil zeggen voor minimaal 10% - gemeenten niet beperkt in de mate waarin zij die lasten toerekenen. Zo kunnen dergelijke lasten deels, maar ook geheel aan de rioolheffing toegerekend worden. Mist natuurlijk wel uiteindelijk niet meer dan 100% van de kosten worden doorberekend. Dit punt wordt inmiddels ook ondersteund en uitgedragen door de VNG, die in de toelichting op haar nieuwe modelverordening schrijft: 4.1 Last ter zake Er is sprake van een last ter zake als een activiteit meer dan zijdelings verband houdt met het nakomen van de zorgplichten.

De juridische vertaling van ‘meer dan zijdelings’ is in kwantitatieve zin 10% of meer. Als een activiteit meer dan zijdelings aan het nakomen van de zorgplichten bijdraagt, kan de volledige kostenpost die daarvoor in de begroting is opgenomen worden meegenomen in de ramingen.” Hierop volgend:

Dit is waarom de kosten voor straatvegen, baggeren en het waterdeel van klimaatadaptatie worden toegerekend. De zijdelings verband houdende kosten (dus: doe je het ook nog voor iets anders?) hebben we (al bij het oude GRP), bijvoorbeeld bij straatvegen, via een verdeelsleutel opgenomen.

Antwoord vraag 3 In 2017 zijn afspraken gemaakt om de voorziening riolering eind 2027 terug te brengen naar het minimumniveau van € 1 miljoen door middel van het verlagen van de rioolheffing. Zoals in bijlage 3 Rioolheffingsberekening op pagina 55 te zien is wordt in de jaren 2025, 2026 en 2027 een korting op het tarief verrekend van circa € 72,00 per jaar. Hiermee is de gewenste stand van de voorziening riolering per 31-12-2027 € 1 miljoen. Vanaf 2028 is het tarief gebaseerd op maximaal 100% kostendekkendheid waarbij de gewenste stand van de voorziening € 1 miljoen blijft. In de uitgangspunten van de rioolheffingsberekening, bijlage 2, wordt bij uitgangspunt 24 expliciet aangegeven dat de afspraken uit 2027 vertaald vanuit het oude GRP 2018-2022 verkracht blijven. Met uitgangspunt 23 is in de toekomst geborgd dat de voorziening riolering niet hoger wordt dan de gewenste bandbreedte waarbij situaties uit het verleden voorkomen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=1ccf6d55-51ce-441e-82f9-d810b3cc5939