24-06-27.30 Relevant stuk 1, VTH-beleid gemeente Overbetuwe 2024 - 2028
Tekst van het document
Vandaar dat we dit onderwerp ook als prioriteit oppakken. De risicoanalyse helpt ons dus om te bepalen waar we onze inspanningen moeten richten op basis van de mate van risico. Naast de risicoanalyse werkt het cluster handhaving, op casusniveau, aan de hand van de volgende methodiek: Om op casusniveau te komen tot een onderverdeling van de werkzaamheden wordt een aantal afwegingsfactoren gebruikt waarmee de prioriteit van een bepaalde zaak kan worden vastgesteld. Deze afwegingsfactoren zijn: 1. Schade, gevaar/onveiligheid en/of overlast, schending openbare orde, ondermijnende activiteiten (5); 2. Verzoek om handhaving ingevolge de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) (5); 3. Recidive (herhaalde overtreding) (3); 4. Overtreding(en) die zich uitstrekt/uitstrekken over meerdere deelgebieden (3); 5. Meerdere overtredingen/activiteiten in één deelgebied in strijd met/zonder vergunning (3); 6. Gegronde klacht (1); Aan iedere afwegingsfactor wordt een bepaald aantal punten toegekend. Dit getal staat tussen de haakjes hierboven. Daarmee wordt aangegeven hoe zwaar de factor weegt bij het bepalen van de prioriteit van een zaak. De zaken met het hoogste aantal punten hebben de hoogste prioriteit en worden als eerste opgepakt.
Gesteld kan worden dat voor het taakveld bouwen en ruimtelijke ordening de nadruk in de prioritering ligt op constructieve veiligheid, brandveiligheid en gezondheid.
24
Deze prioriteringsmethodiek sluit aan bij het uitgangspunt dat handhaving van regels niet alleen een bestuurstaak is. Ook andere deelnemers aan de samenleving hebben een rol. Niet de gemeente, maar inwoners, bedrijven en instellingen zijn primair verantwoordelijk voor de naleving van regels van de fysieke leefomgeving, de kwaliteit en het gebruik van bouwwerken en erven en de regels in het sociaal domein. De gemeente is uiteraard belast met het toezicht op het naleefgedrag van inwoners, bedrijven en instellingen en de eventuele sanctionering. Echter bij het bepalen van het zwaartepunt van dit toezicht en de eventuele sanctionering is het zeker te rechtvaardigen om toezicht op zaken met een lagere prioriteit primair de verantwoordelijkheid van de samenleving te laten zijn. We besteden dus minder tijd en middelen aan taken met een lage prioriteit dan aan taken met een hoge prioriteit. Dit kan bijvoorbeeld gaan om hoe grondig we een vergunningaanvraag bekijken, hoe vaak we inspecties uitvoeren en hoe we handhavingsverzoeken behandelen (meteen of later). Het is belangrijk om te benadrukken dat we altijd handhavingsverzoeken moeten behandelen vanwege onze verplichting om handhavend op te treden. Op basis van onze prioritering kan het wel zijn dat sommige verzoeken niet onmiddellijk worden uitgevoerd, maar op een later tijdstip.
25
4.
De naleefstrategie als uitvoeringskader VTH
4.1
Wat is een naleefstrategie?
De gemeente heeft de mogelijkheid om keuzes te maken over hoe ze vergunningen verleent, toezicht houdt en handhaaft, om zo haar doelen te bereiken. Deze keuzes hebben betrekking op: • Het opzetten van preventieve maatregelen om te voorkomen dat mensen de regels overtreden. • Hoe het proces van vergunningverlening wordt georganiseerd. • Hoe toezicht wordt uitgevoerd en wanneer handhaving wordt ingezet. • Hoe de gemeente omgaat met gedogen. Bij het maken van deze keuzes houdt de gemeente Overbetuwe rekening met de volgende principes: ➢ We houden ons bij de uitvoering aan wetten en regels, evenals aan regionale en nationale bestuurlijke afspraken (volgens de vergunningenstrategie, de vergunningenstrategie, de Landelijke handhavingsstrategie en de Landelijke Leidraad sancties). ➢ We gebruiken proportionele maatregelen: we geven ruimte wanneer dat mogelijk is en passen strengere maatregelen toe wanneer dat nodig is. ➢ Preventie heeft de voorkeur boven interventie: We proberen problemen te voorkomen door samen te werken met initiatiefnemers en hen aan te moedigen om zich aan de regels te houden. ➢ We bevorderen bewustzijn van naleving en zelfregulering. ➢ We staan open voor innovatie en experimenten bij het gebruik van VTH-instrumenten, vooral bij toezicht. ➢ We zorgen voor duidelijkheid en openheid, zodat de beslissingen door eenieder kunnen worden gecontroleerd.
Deze keuzes worden gemaakt om de omgevingsrisico's te beheersen en de beleidsdoelen te bereiken, en ze worden zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet, rekening houdend met budget en personeel. Vanaf 2024 zal de Omgevingswet meer ruimte en richtlijnen bieden voor het maken van geïntegreerde keuzes, met name om ontwikkelingen mogelijk te maken die de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren. Dit zal helpen om tegenstrijdige regels te verminderen. De naleefstrategie bestaat uit onderstaande onderdelen:
26
4.2
Preventie- of communicatiestrategie
Voor een veilige, vitale, aantrekkelijke en duurzame leefomgeving is het belangrijk dat inwoners, bedrijven en instellingen zich aan de regels houden. Daarom wil de gemeente overtredingen voorkomen en de naleving bevorderen. Het doel van preventie is om ervoor te zorgen dat mensen uit zichzelf de regels volgen. Door het gebruik van communicatiemiddelen (voorlichting) en ondersteunend optreden (vooroverleg) proberen we het gedrag op een actieve en positieve manier te beïnvloeden. De gemeente vindt het belangrijk om duidelijk te maken wat de regels zijn, waarom ze er zijn en hoe erop wordt toegezien. Door effectieve communicatie kunnen mensen de regels beter naleven. Bovendien zullen inwoners, bedrijven of instellingen eerder aan de regels voldoen als ze op de hoogte zijn van deze regels. Vaak komt het niet naleven van regels door onwetendheid. Maar het is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om op de hoogte te zijn en te blijven van de regels. Vergunningverleners en toezichthouders spelen een belangrijke rol in het verbeteren van de naleving. Zij hebben direct contact met inwoners en bedrijven en kunnen de regels uitleggen. Ook andere medewerkers hebben een belangrijke rol in de interactie met inwoners en bedrijven.
De preventiestrategie legt uit hoe we verschillende middelen inzetten om de naleving te bevorderen en overtredingen te voorkomen, naast toezicht en handhaving. Belangrijke middelen om naleving te bevorderen zijn: • Communicatie, het overbrengen van kennis en informatie (handhavingscommunicatie). • Ondersteunend optreden, zoals vooroverleg bij aanvragen of hulp bij het invullen van formulieren. • Samenwerking, bijvoorbeeld met bedrijven en branchevertegenwoordiging, of het uitvoeren van experimenten met zelfregulering. • Zichtbaarheid van toezichts- en handhavingsactiviteiten. De gemeente laat zien dat er toezicht wordt gehouden en gehandhaafd wanneer dat nodig is. We communiceren over prioriteiten voor toezicht en handhaving en grote handhavingsprojecten. • Bemiddeling (mediation), vooral om conflicten op te lossen of te voorkomen en zo juridische procedures te vermijden. Dit draagt voornamelijk bij aan het creëren van een omgeving waarin naleving mogelijk is. De gemeente communiceert met bedrijven en inwoners over de regels en hoe het toezicht wordt uitgevoerd. Hierbij richten we ons op: • Bewustwording van de regels. • Bewustwording van het toezicht. • Het zichtbaar maken van de gevolgen van overtredingen en laten zien wat er met overtreders gebeurt. • Het aanmoedigen van naleving door goede voorbeelden van naleving te laten zien.
Het streven is dat de gemeenschap op de hoogte is van nieuwe initiatieven, de regels kent, overtredingen kan signaleren en hierover met elkaar in gesprek gaat. Vergunningen en besluiten zijn daarom zoveel mogelijk digitaal beschikbaar. Hierbij wordt ook verwacht dat inwoners zelf aangeven wanneer ze overlast ervaren. Contactpersonen voor wijken en buurten, de politie en Boa's spelen een belangrijke rol bij het bevorderen van maatschappelijke controle. In sommige gevallen kan het gebruik van een onafhankelijk mediationtraject problemen oplossen voordat er juridische stappen worden ondernomen. Op dit moment werkt de afdeling nog niet met mediation. Wel wordt er bij handhavingsverzoeken en/of bezwaarprocedures vooraf telefonisch contact opgenomen met beide partijen om zo te proberen of er alsnog, zonder een juridisch traject, tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing kan worden gekomen. De gemeente wil de effectiviteit van mediation onderzoeken. 27
4.3 Vergunningenstrategie Uit de Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (Wet VTH) volgt dat gemeenten, provincies en Omgevingsdiensten een duidelijke strategie moeten hebben voor het verlenen van vergunningen. Vergunningverlening legt de basis voor een correcte uitvoering door de vergunninghouder. Een goede vergunning stimuleert naleving en vermindert de noodzaak van handhavingsacties. 4.3.1 Uitgangspunten In samenwerking met het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een vergunningenstrategie ontwikkeld, waar de gemeente Overbetuwe zich aan conformeert. Deze strategie houdt in dat de gemeente heldere, transparante, en handhaafbare vergunningen opstelt die voldoen aan wettelijke eisen. Hierbij zorgt de gemeente voor een algehele beoordeling en afhandeling van vergunningen binnen de gestelde termijnen. Bovendien houdt de gemeente haar vergunningen up-to-date. Initiatiefnemers en aanvragers van vergunningen hebben hun eigen verantwoordelijkheid om de juiste informatie te verstrekken en te voldoen aan wettelijke vereisten en voorschriften. Bij vergunningaanvragen streeft de gemeente naar een passend kader voor de geplande activiteiten, rekening houdend met factoren zoals de omvang en aard van de activiteit en de specifieke omgeving.
Ook wordt gekeken naar het naleefgedrag en de integriteit van de aanvrager, met als doel een op maat gemaakte vergunning die past in de omgeving te verlenen. Bij het behandelen van vergunningaanvragen of meldingen hanteert de gemeente vier belangrijke uitgangspunten: 1. Omgevingsgericht, integrale afstemming aan de voorkant De gemeente beoordeelt nieuwe activiteiten op hun impact op de omgeving en voorkomt onacceptabele omgevingsbelasting. Ook stimuleert de gemeente innovatie en duurzaamheid. 2. Transparant, voorspelbaar en betrouwbaar Wij passen landelijke standaarden toe naast eigen beleid en streven naar begrijpelijke en openbaar beschikbare vergunningen op maat. Voorschriften worden gebaseerd op de best beschikbare technieken en vergunningen voor bedrijven worden overzichtelijk vastgelegd. 3. Maatwerk bij beleidsrijke situaties en/of bij slecht naleefgedrag De gemeente behandelt besluiten voor activiteiten die schade kunnen veroorzaken aan de leefomgeving, gezondheid, veiligheid en natuur intensiever en kan meer maatwerkvoorschriften opleggen als dat nodig is. 4. Gezamenlijk en professioneel Wij streven ernaar inwoners en bedrijven zo goed mogelijk te helpen bij vergunningsprocedures en moedigen aan om volledige aanvragen in te dienen. Het vergunningverleningsproces wordt beheerd van voorbereiding tot toezicht, met publicatie van onherroepelijke vergunningen.
De gemeente hanteert ook een integrale beoordeling en werkt met vergunningenregisseurs om ervoor te zorgen dat meerdere vergunningen, ontheffingen of toestemmingen goed worden gecoördineerd en afgestemd, wat leidt tot betere besluitvorming. Verder proberen wij vergunningaanvragen en meldingen binnen de wettelijke termijn af te handelen, maar dit kan soms afhangen van derde partijen. Er wordt zorgvuldig gekeken naar de belangen van zowel aanvragers als andere belanghebbenden. 28
Om de objectiviteit te waarborgen, hanteert de gemeente een strikte scheiding tussen vergunningverlening en toezicht en handhaving. Dat wil echter niet zeggen dat er tussen de functies niet samengewerkt wordt, integendeel. Samenwerking tussen deze functies wordt aangemoedigd om kennis te delen, tot handhaafbare vergunningen te komen en de kwaliteit van de gehele VTH-keten te waarborgen. 4.3.2 Werkwijze Bij vergunningverlening werken we zoveel mogelijk volgens vaste procedures, deze zijn: Werkwijze vergunningen Omgevingsrecht Voordat een inwoner of ondernemer een vergunningaanvraag doet, kan bij de gemeente een dialoog worden aangevraagd via de intake- en/of de omgevingstafel. In deze procedure wordt gekeken of het initiatief (vanuit wet- en regelgeving bezien) haalbaar is. De gemeente begeleidt initiatiefnemers in dit proces. Wij gaan naast hen staan en delen onze kennis en ervaring. In het geval van complexe, grote of gevoelige bouwplannen kan de dialoog worden voortgezet aan de omgevingstafel. Op de website van de gemeente wordt beschreven wat de procedure is voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning. Na binnenkomst van de aanvraag, volgen wij standaard werkwijzen op hoofdlijnen, die per type vergunning kunnen verschillen. De processtappen van de standaardwerkwijzen zijn vastgelegd in het VTH-zaaksysteem.
Het verloop van de afhandeling van vergunningaanvragen of meldingen wordt in dit systeem bijgehouden. In algemeenheid ziet dit proces eruit zoals hieronder beschreven. # 1 2 3
4
5 6
Processtap Inboeken, registreren en eventueel digitaliseren van de aanvraag Sturen ontvangstbevestiging De vergunningenregisseur Omgeving bepaalt: a. Bevoegd gezag; b. Procedure; c. Publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen (veelal via frontoffice); d. Overzicht bewaken over lopende procedures en de voortgang De vergunningenregisseur Omgeving is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag: a. Toets volledigheid en ontvankelijkheid; b. (Vak)inhoudelijke toets aan relevante beoordelingskaders; c. Uitzetten bij interne- en externe adviseurs; d. Bewaken van de termijn; e. Aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager; f. Opstellen (concept)beschikking; g. Registratie Archiveren beschikkingen (analoog en digitaal). Mogelijk bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening
De gemeente Overbetuwe hanteert objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. De criteria bestaan zowel uit wettelijke bepalingen, als uit lokale beleidsregels en verordeningen. 29
Zie de figuur hieronder voor een opsomming van de belangrijkste criteria.
Werkwijze meldingen Voor meldingen van voormalige vergunningplichten geldt de grondslag van het Besluit activiteiten leefomgeving en Besluit bouwwerken leefomgeving. In tegenstelling tot vergunningaanvragen wordt bij meldingen alleen een beoordeling op volledigheid uitgevoerd. Wanneer de melding niet volledig is, wordt deze niet in behandeling genomen. De melder wordt hiervan op de hoogte gebracht. Meldingen worden via het DSO bij de gemeente ingediend en wij hanteren een risicogestuurde aanpak voor de afhandeling ervan, waarbij de prioriteit wordt bepaald aan de hand van een risicoanalyse. Als er behoefte is aan inhoudelijk advies, vragen wij dit op bij onze ketenpartners. Wkb-meldingen Met de inwerkingtreding van de Wkb verandert het toezicht op bouwactiviteiten. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en de bouw- en sloopveiligheid, en blijven het bevoegd gezag. Bouwtoezicht voor gevolgklasse 1 bouwwerken wordt echter primair belegd bij private kwaliteitsborgers, later zal dit ook gaan gelden voor gevolgklassen 2 en 3. De preventieve toetsing van het bouwplan aan de bouwregelgeving voorafgaand aan de bouw is vervangen door toetsing en toezicht door kwaliteitsborgers op het bouwwerk zelf.
Er zijn wel vaste momenten in het proces ingebouwd waarin de initiatiefnemer verantwoording moet afleggen aan de gemeente over de naleving van de bouwtechnische voorschriften, in de vorm van meldingen zoals de bouwactiviteit, de start van de bouw en de gereedmelding. In de basis gaan wij hiermee hetzelfde om als met de overige meldingen, door deze risico-gestuurd op te pakken. Als er lokaal gebonden risico’s zijn, dan worden deze gecontroleerd in het borgingsplan.
30
Werkwijze APV/Bijzondere wetten # 1 2 3
Processtap Inboeken, registreren en eventueel digitaliseren van de aanvraag Sturen ontvangstbevestiging De vergunningenregisseur bepaalt: a. Bevoegd gezag; b. Publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen (veelal via frontoffice); c. Overzicht bewaken over lopende procedures en de voortgang
4
De vergunningenregisseur is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag: a. Toets volledigheid en ontvankelijkheid; b. Risicoclassificatie; c. (Vak)inhoudelijke toets aan relevante beoordelingskaders; d. Uitzetten bij interne- en externe adviseurs; e. Bewaken van de termijn; f. Aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager; g. Opstellen (concept)beschikking; h. Registratie Archiveren beschikkingen (analoog en digitaal). Mogelijk bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening Waar nodig evaluatie
5 6 7
Meldingen APV/OOV Bij evenementenmeldingen wordt getoetst of zij voldoen aan de voorwaarden zoals die zijn gesteld in de APV. De werkwijze voor het afhandelen van een evenementenvergunning/ melding staat beschreven in het vigerende evenementenbeleid. Op grond van de Alcoholwet wordt elke aanvraag/melding in behandeling genomen op volgorde van binnenkomst. In de Alcoholwet en in het Horecabeleid zijn indieningsvereisten opgenomen. De aanvragen worden verwerkt in het VTH-zaaksysteem waarin de processtappen zijn uitgewerkt
4.4
Handhavingsstrategie
In de handhavingsstrategie wordt beschreven hoe de gemeente optreedt bij overtredingen. Deze strategie omvat toezicht-, sanctie- en gedoogbeleid. 4.4.1 Toezichtstrategie Een goede naleving van regels door inwoners, verenigingen en ondernemers is van groot belang. Daarom zetten wij, zoals al eerde in het beleidsplan aangegeven, in op preventie, om hen te stimuleren zich uit eigen beweging aan de regels te houden. Wanneer dit niet gebeurt, grijpen we in. Omdat wij niet overal tegelijk kunnen zijn, hanteren wij een risicogestuurde aanpak. De gemeente richt het toezicht dus op de meest risicovolle situaties: waar de kans het grootst is dat het naleefgedrag onvoldoende is en dit leidt (of kan leiden) tot schade aan de leefomgeving, de volksgezondheid, de veiligheid en natuur. Dit doen wij aan de hand van de in hoofdstuk 3 genoemde risicoanalyse. Aan de hand van de risicoanalyse krijgt een activiteit een prioriteit, die bepaalt hoe het toezicht wordt uitgevoerd. 31
Hierdoor zal de gemeente niet altijd handelend optreden bij elke klacht of verzoek, maar legt zij de verantwoordelijkheid voor het oplossen hiervan, in eerste instantie, bij de burger of het bedrijf. Waar mogelijk moedigen wij een traject via (buurt)bemiddeling aan. Als bemiddeling echter niet het beoogde resultaat oplevert, zal de gemeente alsnog de zaak oppakken. Dit wil niet zeggen dat wij activiteiten met een lage prioriteit niet oppakken, maar dit zal dan gebeuren aan de hand van een projectmatige aanpak; dus dan pakken wij dezelfde activiteiten in een keer aan, bijv. de aanpak van illegale schuttingen in een bepaalde wijk. Bij een verzoek om handhaving over een overtreding bij een lage prioriteit zal beoordeeld worden of deze direct opgepakt worden of binnen afzienbare tijd op basis van een projectmatige aanpak. Hierbij zal dan wel rekening gehouden moeten worden met de uitgangspunten, zoals die zijn vastgelegd in vaste jurisprudentie op dit gebied. Integraal toezicht De gemeente houdt toezicht op basis van de verleende vergunningen en algemene regels die voor iedereen gelden. Als er regels worden overtreden, begint de gemeente een handhavingsproces om de overtreding te corrigeren. Hoe ze handhavingsinstrumenten kan gebruiken, staat beschreven in het deel over de handhavingsstrategie.
Bij het uitvoeren van toezicht kiest de gemeente de meest effectieve en efficiënte methode voor de doelgroep. Er worden verschillende factoren getoetst, zoals: • Begrip van de regels. • Kosten en voordelen. • Bereidheid om de regels te volgen. • Hoe trouw de doelgroep aan het gezag is. Voor de gemeente (of de uitvoeringsdienst) heeft de toezichtstrategie ook andere doelen: - Het begrijpen van hoe goed de regels worden nageleefd en de redenen daarvoor. - Het verschaffen van inzicht door specifieke gegevens te verzamelen, bijvoorbeeld om te beoordelen hoe effectief de aanpak is of om trends en ontwikkelingen te identificeren die mogelijk wijzigingen in het toezicht vereisen. Naar de doelgroep toe betekent dit: • Duidelijke communicatie over naleving en de gevolgen als de naleving onvoldoende is, zowel voor de omgeving als voor henzelf. • Het verkrijgen van inzicht in manieren om gedrag te verbeteren. • Begrip hebben van het algemene afschrikkende effect dat uitgaat van de kans op inspectie en dus de detectie van overtredingen (hoe waarschijnlijk het is om betrapt te worden). • Ervaren wat de gevolgen zijn van voortdurend niet naleven van de regels. Naar de omgeving toe: - Bijdragen aan het vertrouwen dat de veiligheid, vitaliteit en aantrekkelijkheid van de leefomgeving voldoende gewaarborgd is.
De gemeente wil voorkomen dat inwoners en bedrijven onnodig vaak gecontroleerd worden. Daarom worden toezichtacties op elkaar afgestemd. Toezicht wordt ook steeds meer gedragsgericht, waarbij ruimte wordt gelaten voor innovatie in de aanpak. De gemeente stuurt aan op andere methoden dan de traditionele programmatische controle om inzicht te krijgen in naleefgedrag ("inzicht vóór toezicht"). Bijvoorbeeld door meer gebruik te maken van dataanalyse, optimaliseren van het integrale signaleringsnetwerk van toezichthouders en meer ruimte te bieden en eisen te stellen aan de professionele afwegingsruimte van toezichthouders. 32
Dat laatste houdt eveneens in dat van toezichthouders wordt verwacht dat ze controleren of regels worden nageleefd en verbetering in naleefgedrag bevorderen en monitoren. De gemeente kent twee soorten controles: preventieve en repressieve. Preventieve controles zijn controles die op basis van de risicomethodiek in planningen en het VTH-uitvoeringsprogramma worden opgenomen. Het kenmerk van een preventieve controle is het planmatige en terugkerende karakter. Repressieve controles kenmerken zich door een specifieke aanleiding zoals signalen, klachten, meldingen maar ook de bevindingen van eerdere controles en gegeven hersteltermijnen (hercontroles). Bij zowel preventieve als repressieve controles kunnen diverse toezichtinstrumenten of combinaties van instrumenten worden ingezet. Vormen van toezicht zijn: - Aangekondigd of onaangekondigd (dat laatste bijvoorbeeld bij controle van gedragsvoorschriften). - Steekproeven (bijvoorbeeld wanneer sprake is van een goed naleefbeeld in een branche). - Fysiek toezicht, zichtbare aanwezigheid. - Administratief toezicht. - Aspectcontrole (controle op één aspect, bij voorbeeld op gevaarlijke stoffen). - Systeemtoezicht (bijvoorbeeld het veiligheidssysteem bij BRZO-bedrijven).
- Concerntoezicht (bijvoorbeeld op het compliance-systeem (werken volgens verschillende soorten regelgeving bij een groot concern of een concern met meerdere vestigingen). De meest geschikte toezichtvorm zal worden vastgelegd in het VTH-uitvoeringsprogramma, een projectplan, een samenwerkingsprogramma en/of toezichtsplan per bedrijf. Dit dient nog nader vormgegeven te worden. Toezicht tijdens de verschillende fasen van een bouwwerk Toezicht bouw wordt op verschillende momenten uitgevoerd. De gemeente kent bij het toezicht op bouwwerken verschillende fasen. • Realisatiefase: de fase tijdens het inrichten van activiteiten, aanleggen en bouwen. • Beheer- of gebruiksfase: de fase tijdens het gebruik van een object of uitvoeren van activiteiten. • Sloopfase/beëindiging: tijdens deze fase worden activiteiten gestaakt of bouwwerken gesloopt en waar nodig de vergunning ingetrokken. Hoe wordt toezicht voorbereid? Voordat een toezichtcontrole wordt uitgevoerd, worden altijd eerst de relevante documenten beoordeeld die bij een casus horen. Als toezicht plaatsvindt naar aanleiding van een omgevingsvergunning zijn deze documenten samengevoegd in een dossier en terug te vinden in het archief. Als een toezichtzaak nieuw binnenkomt maakt de toezichthouder dit dossier aan door alle relevante documenten te verzamelen.
Hoe wordt toezicht gerapporteerd? De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden door de toezichthouders verifieerbaar en transparant opgeslagen in ons zaaksysteem. De mate en de inhoud van de rapportage is afhankelijk van het toetsniveau dat hierbij wordt gehanteerd. Het controlerapport wordt niet actief gedeeld met betrokkenen en wordt alleen openbaar gemaakt op verzoek van belanghebbenden of in het kader van juridische procedures.
33
4.4.2 Handhaving De gemeente heeft een beginselplicht tot handhaving. De beginselplicht tot handhaving houdt in dat de overheid tegen een overtreding moet handhaven, tenzij er wat bijzonders aan de hand is. Hierbij maken wij per overtreding een gedegen afweging en hanteren wij een prioritering op basis van de risicoanalyse. Dit betekent dat wij niet overal tegelijkertijd kunnen zijn en dus een evenwichtig handhavingsbeleid moeten voeren waarbij we onze handhavingscapaciteit inzetten op zaken met de hoogste prioriteit. Wij maken bij ons handhavend optreden gebruik van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) en hanteren de LHSO ook als kader voor het opdrachtgeverschap aan de ODRA. Overbetuwe hanteert in de handhavingsstrategie de volgende uitgangspunten: - Elke bevinding wordt passend behandeld (interventie). - Er wordt strikt gehandhaafd: • Het proces en de besluitvorming zijn duidelijk en herhaalbaar. • Gelijke situaties worden op dezelfde manier behandeld. • Termijnbewaking zorgt ervoor dat vervolgstappen op tijd worden genomen. • Standaardbrieven worden gebruikt voor alle stappen in het proces. - De wettelijke vereisten worden gerespecteerd. - Op basis van gebleken naleefgedrag bepaalt de handhavingsstrategie welk instrument het meest geschikt is. - Bij handhavingskwesties wordt geval per geval overwogen of publicatie nodig is.
Hierbij wordt rekening gehouden met het feit dat de overtreding nog niet door een rechter is veroordeeld. Klachten zijn signalen uit de samenleving over mogelijke problemen in de omgeving en hebben hoge prioriteit. De gemeente onderneemt altijd actie naar aanleiding van een klacht. Dit kan bijvoorbeeld een administratieve of fysieke controle zijn om te beoordelen of de klacht terecht is. Als dat nodig is, worden maatregelen genomen, en de persoon die de klacht heeft ingediend, krijgt altijd feedback. Afhankelijk van de ernst van de overtreding en het gedrag van de persoon die de overtreding beging, kan er juridische handhaving worden ingezet, bestuursrechtelijk of strafrechtelijk. Hierbij worden de wettelijke mogelijkheden maximaal benut. 4.4.3 Sanctiestrategie Als de gemeente handhavend optreedt, doet ze dat volgens de onderstaande sanctiematrix uit LHSO.
34
Met behulp van deze matrix wordt de sanctiestrategie bepaald. Deze strategie zorgt voor betere afstemming en passend gebruik van bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke middelen, omdat: • Wij reageren op elke overtreding met een geschikte maatregel. De keuze van het middel hangt af van het gedrag van de overtreder (waarom overtreedt hij/zij de regels?) en de aard en ernst van de overtreding. • Wij rekening houden met verzachtende of verzwarende omstandigheden, zoals de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond (een situatie waarin de overtreding was toegestaan) en de mogelijke schade veroorzaakt door de overtreding. • De reacties strenger worden wanneer overtredingen aanhouden of zich herhalen. De gemeente hanteert maximaal drie stappen, afhankelijk van de ernst en omstandigheden van de overtreding. • Wij onderzoeken welke handhavingsmethode of combinatie daarvan het meest effectief is voor elke situatie. • Deze aanpak een solide basis biedt voor het maken van afspraken over de afbakening en werkwijze tussen het Openbaar Ministerie, de politie en de buitengewone opsporingsambtenaren. Overbetuwe gebruikt hierbij het volgende stappenplan: ➢ Stap 1: positionering van de bevindingen in de basisinterventiematrix. ➢ Stap 2: bepalen van de verzwarende aspecten die aanleiding kunnen geven voor een ingrijpender herstelsanctie of voor strafrechtelijk onderzoek of bestraffing.
➢ Stap 3: optreden aan de hand van de [algemene of domeinspecifieke] interventiematrix. ➢ Stap 4: bepalen of afstemmingsoverleg nodig is ➢ Stap 5: vastleggen stappen en beslissingen. Keuze bestuursrechtelijke sanctiemiddelen De gemeente kent drie vormen van bestuursrechtelijke herstelsancties: - een last onder dwangsom, - een last onder bestuursdwang of - het schorsen/ intrekken van een vergunning (zie vergunningen). 35
De gemeente kan hier zelf een keuze in maken. Als besloten wordt om bestuursrechtelijk te handhaven, bestaat de keuze tussen een last onder dwangsom en last onder bestuursdwang: Last onder dwangsom: een last onder dwangsom heeft de voorkeur. Het opleggen van een last onder dwangsom heeft namelijk een aantal voordelen. De financiële risico's zijn beperkt. De lasten en de verantwoordelijkheid worden direct bij de overtreder neergelegd, wat past in het principe 'de overtreder betaalt'. Bovendien hoeft de gemeente in zo'n geval zelf niet fysiek in te grijpen wat de kans op een schadeclaim verkleint. Dit is alleen mogelijk wanneer het belang van de betrokken regelgeving zich niet tegen wat langere duur van aanpak verzet. De gemeente Overbetuwe heeft een aparte beleidsregel voor de toepassing van dwangsommen. Last onder bestuursdwang: bij een (dreigende) onomkeerbare schade of aantasting van de openbare orde, gevaar voor de volksgezondheid, de (verkeers)veiligheid en/of leefomgeving is het van belang de overtreding zo snel mogelijk te stoppen. Omdat bestuursdwang vaak directer verloopt en sneller effect heeft dan een last onder dwangsom, valt de keuze in zo'n geval op bestuursdwang, ook omdat dan spoedeisende bestuursdwang ingezet kan worden. Uitgangspunten bij het opleggen van een last Bij bestuursdwang wordt de overtreding op kosten van de overtreder ongedaan gemaakt.
Soms is dit niet mogelijk of zijn er te veel praktische bezwaren. Bijvoorbeeld bij boekhoudkundige overtredingen of het ingrijpen in technisch complexe processen. Een last onder bestuursdwang en een last onder dwangsom mogen in beginsel niet tegelijkertijd toegepast worden. Tenzij een verschillend doel hebben beoogd wordt en/of het om een verschillende overtreding gaat. De gemeente mag een last onder dwangsom niet opleggen wanneer het belang, dat het betrokken voorschrift beschermt, zich daartegen verzet. Dit is wanneer bij voortduring van de overtreding gevaar bestaat of de gevolgen van de overtreding erger/groter worden. De keuze van de sanctie moet evenredig zijn. Dit betekent dat mogelijk de keuze gemaakt wordt voor een last onder dwangsom in plaats van een last onder bestuursdwang omdat de dwangsom vaak minder belastend is dan bestuursdwang. Wanneer de overtreding is gestopt en geen risico op herhaling bestaat, mag de gemeente niet meer bestuursrechtelijk handhaven. In die situatie wordt strafrechtelijk optreden voorgesteld. Als de gemeente handhaaft wordt vaak een begunstigingstermijn gegeven, tenzij er geen tijd nodig is om een einde te maken aan de overtreding of wanneer de gemeente herhaling van een overtreding wil voorkomen. Er hoeft dan geen begunstigingstermijn gegeven te worden wanneer spoed nodig is.
De begunstigingstermijn moet op het moment dat deze wordt gegeven lang genoeg zijn om aan de overtreding een einde te kunnen maken. De begunstigingstermijn mag niet afhangen van de lengte van een eventueel voortraject. De gemeente houdt rekening met de tijd die het kost om bijvoorbeeld onderdelen of materialen te bestellen om de overtreding ongedaan te kunnen maken. Een te lange begunstigingstermijn of een begunstigingstermijn voor onbepaalde tijd komt neer op gedogen. Voor lasten onder dwangsom zijn de begunstigingstermijnen in de hiervoor genoemde beleidsregel opgenomen. In de gevallen waarin de beleidsregel niet duidelijk is of niet in voorziet, gebruikt de gemeente de landelijke ‘Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen’. Deze leidraad helpt bij het motiveren van de begunstigingstermijn en de evenredigheid van de hoogte van de last. De leidraad benoemt veel voorkomende overtredingen en geeft standaard begunstigingstermijnen en standaard dwangsombedragen. In de toelichting op de wet staat dat een adequate handhaving vergt dat opgelegde sancties worden geëffectueerd en verbeurde dwangsommen derhalve in beginsel worden ingevorderd. Alleen onder bijzondere omstandigheden zien we geheel of gedeeltelijk van invordering af. 36
Inzet buitengewone opsporingsambtenaren (Boa's) Buitengewone opsporingsambtenaren kunnen gebruik maken van sanctiemiddelen uit het bestuursrecht (Awb) en het strafrecht (Wet Economische Delicten) om de norm af te dwingen. Hiervoor worden werkafspraken gemaakt met het Openbaar Ministerie (implementatiepunt). Het Openbaar Ministerie heeft de zelfstandige bevoegdheid om strafrechtelijk op te treden naast of in plaats van bestuursrechtelijke handhaven. Bij het uitoefenen van hun taak vallen buitengewone opsporingsambtenaren onder het gezag van de Officier van Justitie. Hiërarchisch vallen ze onder de verantwoordelijkheid van de gemeente of de directeur van de ODRA. Overtredingen van eigen organisatie of andere overheden De bevindingen van het toezicht op de eigen organisatie of het toezicht op activiteiten van een andere overheid worden altijd schriftelijk gemeld aan het beheer of de directie die gaat over de gecontroleerde activiteit. Wanneer een overtreding geconstateerd wordt passen we dezelfde sanctiestrategie toe als bij overtredingen van inwoners, bedrijven of instellingen. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente of het dagelijks bestuur van een andere overheid worden in kennis gesteld van de bevindingen van het toezicht. Daarbij wordt gestreefd naar een scheiding van rollen en functies (ambtelijk en bestuurlijk).
4.4.4 Gedoogstrategie Gedogen betekent dat een instantie die de wettelijke bevoegdheid heeft om op te treden tegen een overtreding, ervoor kiest om niet op te treden De gemeente heeft een beginselplicht tot handhaven. Dit betekent dat op iedere overtreding die geconstateerd wordt, moet worden gereageerd met een passende interventie volgens de sanctiestrategie. De gemeente handelt hierbij vanuit rechtsbescherming. Handhaven is namelijk geen straf, maar het herstellen van een onwettelijke situatie ter bescherming van de rechtstaat en inwoners. Ons uitgangspunt is dan ook dat wij niet gedogen. Wij willen een betrouwbare overheid zijn en wij zijn van mening dat gedogen niet bij een betrouwbare overheid hoort. Wij proberen op een gepaste wijze een oplossing voor een ontstane situatie te vinden door ervoor te zorgen dat deze situatie of gelegaliseerd of gehandhaafd kan worden. Het is belangrijk om te benadrukken dat prioritering in toezichtstaken op basis van de risicoanalyse niet onder gedogen valt. Het is onmogelijk om alles te handhaven, dus het evenwichtige handhavingsbeleid leidt tot de inzet van onze handhavingscapaciteit op zaken met de hoogste prioriteit. In gevallen waarin wij ervoor kiezen om bepaalde overtredingen niet actief te handhaven, betekent dit niet dat wij deze overtredingen (passief) gedogen.
37
5.
Borging van de uitvoering
5.1
Organisatie en middelen
Om de VTH-taken vanuit het Omgevingsrecht, de APV en Bijzondere wetten uit te kunnen voeren en de beleidsdoelen te realiseren, zijn financiële en personele middelen nodig. 5.1.1 Financiële middelen Het benodigde budget voor de uitvoering van de taken is geborgd in onze begroting. In de begroting zijn verschillende kostenposten gelabeld voor de uitvoering van de VTH-taken. 5.1.2 Personele middelen De VTH-taken worden uitgevoerd door 24,6 Fte. Waarvan 21 Fte voor vergunningen en 3,6 Fte voor toezicht en handhaving. Daarnaast zijn er ongeveer 4 Fte Boa’s werkzaam in team Ruimte. De onderverdeling in functies is als volgt: Vergunningen Medewerker beleidsuitvoering I Medewerker beleidsuitvoering I Medewerker beleidsuitvoering I Medewerker beleidsuitvoering II Medewerker beleidsuitvoering II Medewerker beleidsuitvoering II Medewerker beleidsuitvoering II Medewerker systemen II Medewerker beleidsuitvoering III Medewerker beleidsuitvoering III Medewerker beleidsuitvoering III Medewerker publiek III Bestemmingsplannen Medewerker ontwikkeling II Medewerker beleidsuitvoering I Medewerker beleidsuitvoering II Medewerker beleidsuitvoering I Medewerker administratieve & secretariële ondersteuning III TOTAAL
Omgevingsrecht vergunningen Omgevingsrecht handhaving en toezicht Omgevingsrecht APV en BW Vergunningenregie Plantoets (juridisch/ planologisch) Coördinatie vergunningen evenementen, APV, DHW en BW Toezicht en handhaving (Bouwen, Wonen, Milieu en drank- en horecawet) Functioneel beheer Squit XO Vergunningen evenementen, APV, DHW en BW Vergunningen bouwen/wonen, monumenten, CRK Omgevingsloket juridisch Omgevingsloket
1,0 2,0 0,5 2,0 2,0 1,0
Bestemmingsplannen Bestemmingsplannen leefomgeving Bestemmingsplannen Ruimtelijke plannen, bestuursjuridisch Managementondersteuning
1,0 1,0 2,0 0,7 0,3
1,6 0,7 2,3 2,0 1,5 3,0
24,6
Zoals in hoofdstuk 3 al is aangegeven, gelden er, bij het uitvoeren van taken op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) bepaalde eisen waaraan de organisatie als geheel en de medewerkers individueel moeten voldoen, met betrekking tot kwaliteit, kennis, vaardigheden en ervaring. Deze kwaliteitseisen zijn vastgelegd in de Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht). Deze verordening is gebaseerd op de landelijk overeengekomen Kwaliteitscriteria, die gericht zijn op de uitvoeringskwaliteit, dienstverlening en financiën. 38
Ook het nieuwe Omgevingsbesluit stelt eisen aan de kwaliteit van de uitvoering van de VTHtaken. Deze kwaliteitscriteria bestaan uit twee elementen, namelijk de procescriteria en de eisen aan de kritieke massa (kwaliteitscriteria 2.3). De procescriteria schrijven eisen voor die ervoor zorgdragen dat er een sluitende beleids- en operationele cyclus ontstaat, zodat resultaatgericht gestuurd kan worden. Er worden ook eisen gesteld ten aanzien van vakmanschap voor de uitvoering van de VTH-taken. Zij beschrijven de minimale kwaliteitseisen op verschillende indicatoren. Deze indicatoren zijn opleiding, kennis, ervaring, frequentie van uitvoeren (aantal ‘vlieguren’) en menskracht. Er is hierbij onderscheid gemaakt tussen 28 verschillende deskundigheidsgebieden. Met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de WKB zijn de eisen aan de kritieke massa aangepast. In 2021 hebben wij onderzoek gedaan in welke mate wij voldeden aan de toenmalige kwaliteitscriteria (2.2). De komende tijd willen wij inzicht verkrijgen in welke mate wij voldoen aan de nieuwe eisen. 5.1.3 Uitvoering proces De werkwijzen van vergunningverlening, afhandeling van meldingen en toezicht en handhaving worden vastgelegd in een VTH-applicatie. Deze werkwijzen zijn bekend gemaakt bij alle betrokken medewerkers en zijn geborgd binnen de organisatie.
Nieuwe medewerkers worden ingewerkt aan de hand van deze handleiding van deze applicatie. Ook deze werkprocessen zijn veranderd door de komst van de Omgevingswet en Wkb. Daarom zullen we deze de komende beleidsperiode monitoren en aanpassen naar geleerde lessen.
39
Bijlage 1 | Risicoanalyse We hebben voor alle relevante taken in het kader van het Omgevingsrecht een inschatting gemaakt van het risico. Dit hebben we gedaan volgens een vastgestelde methode, waarbij we verschillende beoordelingscriteria in overweging nemen. We beoordelen hoe slecht naleefgedrag van invloed is op deze criteria en berekenen op basis daarvan een gemiddeld risico. Voor sommige taken is de kans op slecht naleefgedrag groter, dus nemen we die kans ook mee in onze risicoanalyse. Dit verhoogt het berekende risico van slecht naleefgedrag. Het resultaat noemen we het gemiddelde risico van slecht naleefgedrag. Het gemiddelde risico hangt samen met hoe belangrijk iets is, van minder belangrijk tot heel belangrijk. Dit bepaalt hoeveel aandacht we besteden aan toezicht en handhaving.
Activiteiten Omgevingsrecht Categorie
Veiligheid
Volksgezondheid
Gevolgklasse 1
2,0
1,5
Gevolgklasse 2/3
3,5
3,0
Categorie Strijdig gebruik (woning/kantoor/ detailhandel/ bedrijf/horeca/ maatschappelijke bestemming) Strijd met verkeers/groen/ bestemming en aanleggen Staat van bestaande gebouwen en bouwwerken strijdigheid met bbl (wkb) Illegaal aan-/uit/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging – voorzijde Illegaal aan-/uit/bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging – achterzijde
40
Veiligheid Volksgezondheid 2,0
2,0
Kwaliteit van Imago Kans op Gemiddeld Prioriteit de slecht risico Leefomgeving naleefgedrag 1,0 1,5 Komt soms 1,6 Laag voor 2,5 3,0 Komt soms 3,1 Hoog voor Kwaliteit van Imago Kans op Gemiddeld Prioriteit de slecht risico Leefomgeving naleefgedrag 3,0 3,0 Komt soms 2,6 Gemiddeld voor
1,0
1,5
1,0
1,0
Komt vaak voor
1,3
Laag
3,0
1,0
3,0
2,5
Komt soms voor
2,5
Gemiddeld
0,5
0,5
1,5
1,5
Komt zelden voor
1,0
Laag
0,5
1,5
1,0
1,0
Komt soms voor
1,1
Laag
Illegale appartement, woningsplitsing en kamerbewoning Illegale wijziging monument & beschermd stadsen dorpsgezicht Illegale (ver)bouw maatschappelijke gebouwen (scholen, kinderdagverblijven e.d.) Illegale (ver)bouw bouwwerken geen gebouw zijnde (airco's/warmtepo mpen, schotels, reclame) Illegale (verbouw) bouwwerken geen gebouw zijnde (bv viaducten en tunnels) Slopen, controle op illegaal slopen
3,0
3,0
2,5
3,0
Komt soms voor
3,0
Gemiddeld
0,5
0,5
4,0
3,0
Komt soms voor
2,1
Gemiddeld
3,5
2,5
1,5
3,0
Komt zelden voor
2,6
Gemiddeld
0,5
2,0
1,0
0,5
Komt vaak voor
1,2
Laag
3,5
1,0
3,5
4,0
Komt zelden voor
3,0
Hoog
2,0
1,5
2,0
2,0
Komt soms voor
2,0
Laag
Activiteiten APV en Bijzondere Wetten Categorie APV vergunningen/ontheffingen Artikel 2:25 Evenementenvergunning A Artikel 2:25 Evenementenvergunning B Artikel 2:25 Evenementenvergunning C Artikel 2:72 - Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen Artikel 5:18 Standplaatsvergunning + snuffelmarkt Standplaatsen Nijmeegse 4daagse Exploitatievergunning
Veiligheid Gezondheid Kwaliteit van Imago Kans op Gemiddeld Prioriteit de slecht risico Leefomgeving naleefgedrag 1,5
1,0
1,5
1,5
2,5
2,0
2,0
2,5
3,5
2,5
3,0
3,5
3,0
2,0
2,0
2,0
2,0
1,0
2,5
2,0
3,0
1,0
2,5
3,0
2,5
1,0
3,0
2,5
Terrasvergunning
2,0
2,0
3,0
2,5
Ontheffingen/vrijstellingen
1,5
1,0
2,0
2,0
41
Komt soms voor Komt vaak voor Komt vaak voor Komt zelden voor
1,5
Laag
2,5
Gemiddeld
3,3
Hoog
2,3
Gemiddeld
Komt zelden voor
1,9
Laag
Komt soms voor Komt zelden voor Komt soms voor Komt soms voor
2,5
Gemiddeld
2,3
Gemiddeld
2,5
Gemiddeld
1,7
Laag
Meldingsplichtige evenementen/incidentele festiviteiten/bijeenkomsten persoonlijke aard/betogingen Bijzondere wetten
1,5
1,0
1,5
2,0
Komt soms voor
1,6
Laag
Alcoholwet - Artikel 3 Vergunning horecabedrijf of slijtersbedrijf Alcoholwet - Ontheffing
2,0
2,5
2,5
2,5
Komt soms voor
2,5
Gemiddeld
2,0
2,0
1,0
2,5
2,1
Gemiddeld
Alcoholwet - Artikel 30 Melding van wijziging vergunning Wet op de kansspelen
0,5
1,5
2,0
1,0
Komt vaak voor Komt vaak voor
1,5
Laag
0,5
1,0
1,0
1,0
1,0
Laag
Verklaring geen bezwaar vuurwerk/luchtballon/helikopter Handhaving
3,0
1,5
2,5
1,5
Komt soms voor Komt zelden voor
2,1
Gemiddeld
Evenementen
3,0
3,0
3,0
2,5
2,2
Hoog
Alcoholwet
2,0
3,0
2,5
2,5
3,0
Gemiddeld
Terrassen
2,0
2,0
3,0
2,5
Komt vaak voor Komt vaak voor Komt vaak voor
1,8
Gemiddeld
42