CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

24-06-27.26 Relevant stuk 1a, Samenvatting Grondbeleid Overbetuwe

Gemeenteraadsvergadering 27 juni 2024, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Nota Grondbeleid Overbetuwe4.005 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenvatting Nota Grondbeleid

2023-039654 april 2024

2

Inhoud Hoofdstuk 1. Inzet van grondbeleid

3

Hoofdstuk 2. Regie met het grondbeleid Inzet van grondbeleid

4 4

Hoofdstuk 3. De integrale afweging Maatschappelijk rendement Financieel rendement Integrale beoordeling Tijdelijkheid en integrale beoordeling

6 6 6 7 7

Hoofdstuk 4. De rolkeuze in het grondbeleid Het afwegingskader voor het bepalen van de gewenste rol in het grondbeleid Stap 1: Kent de ontwikkeling een positieve integrale afweging? Stap 2: Hoe urgent is de ontwikkeling? Stap 3: Welke invloed in de ontwikkeling is nodig of gewenst? Stap 4: Beoordeling randvoorwaarden invullen rol. Het onderscheid in vier rollen Stimulerend Richtinggevend Verbindend Regulerend

8 8 8 9 9 9 9 9 9 10 10

Hoofdstuk 5. Kaders en toepassing in de praktijk Instrumenten voor de rol als ontwikkelaar Instrumenten voor de samenwerkende ontwikkelrol Informatievoorziening

12 12 13 13

Dit document is de samenvatting van de Nota grondbeleid Overbetuwe, versie 24 april 2024 De nota grondbeleid is opgesteld door Guido Mertens Advies in opdracht van en in samenwerking met de gemeente Overbetuwe.

3

Hoofdstuk 1.

Inzet van grondbeleid

Grondbeleid is een belangrijk instrument om maatschappelijke ambities te realiseren. Het bepaalt immers in algemene zin de kaders waarbinnen bij ruimtelijke ontwikkelingen geopereerd kan worden. Het grondbeleid dient de belangen van verschillende doelgroepen: a. De gemeenteraad en het college krijgen erdoor helderheid in de bestuurlijke rolverdeling en in de afbakening van bevoegdheden. b. De ambtelijke organisatie kan op basis ervan in gebiedsontwikkelingen advies geven over ontwikkelen samenwerkingsstrategieën en over de toepassing van financiële en juridische kaders. c. Externe partijen die met de gemeente willen samenwerken krijgen erdoor inzicht in de gang van zaken bij de realisatie van gewenste ontwikkelingen. Onze opzet is het om door het (her)ontwikkelen van locaties invulling te geven aan een of meer van onze strategische opgaven. Locaties waar ontwikkeld kan worden zijn echter schaars, ook in Overbetuwe. Ons grondbeleidbeleid zetten we in als instrument om de benodigde ruimte te verkrijgen en om via ruimtelijke ontwikkelingen of de inzet van vastgoed gewenste maatschappelijke effecten te realiseren. Het grondbeleid heeft twee hoofddoelen: 1. Het geven van uitvoering aan gewenste ontwikkelingen door aan te geven welke rol wij als gemeente bij voorkeur in kunnen nemen om die ontwikkeling gerealiseerd te krijgen. 2.

Het geven van inzicht in de haalbaarheid van een ontwikkeling door zowel op maatschappelijke impact als op financiële impact te letten. We streven daarbij naar een zo goed mogelijk integraal resultaat.

4

Hoofdstuk 2.

Regie met het grondbeleid

Het grondbeleid heeft een belangrijke rol bij het mogelijk maken van ruimtelijke ontwikkelingen waarmee maatschappelijke ambities gerealiseerd worden. We beschrijven in dit hoofdstuk hoe grondbeleid ingezet kan worden om haalbare integrale gebiedsontwikkeling mogelijk te maken.

Inzet van grondbeleid

Op basis van de integrale afweging kunnen we bepalen hoe we tot een ontwikkeling kunnen komen (de ontwikkelstrategie) en kunnen we de rol bepalen die de gemeente daarin wil en kan nemen (de samenwerkingsstrategie). In dit grondbeleid staat regie nemen om via ruimtelijke ontwikkelingen onze maatschappelijke ambities te kunnen realiseren centraal. Het grondbeleid is een belangrijke schakel in het dynamische proces om van ambitie tot ontwikkeling te komen. We beschrijven in dit hoofdstuk hoe grondbeleid ingezet kan worden om haalbare integrale gebiedsontwikkeling mogelijk te maken.

Figuur: Postitionering maatschappellijk grondbeleid

Stap 1: Aanleiding ontwikkeling

Allereerst wordt duidelijk wat de aanleiding is voor de ontwikkeling van een locatie en hoe de vraag tot stand komt. Waarom is een bepaalde (gebieds)ontwikkeling eigenlijk nodig?

Stap 2: Beoordeling wenselijkheid

We benoemen de maatschappelijke doelen die bij de ontwikkeling belangrijk zijn en we geven aan in welke mate we daarop resultaat willen bereiken. Ook stellen we duidelijk vast waarom juist deze ontwikkelingen nagestreefd worden. Eventuele ontwikkelpartners kunnen aan de hand ervan zien wat van hen verwacht wordt.

Stap 3 Afwegingen uitvoerbaarheid

Op basis van de zo verworven inzichten maken we twee afwegingen waarin het grondbeleid de kaders voor de uitvoerbaarheid geeft: Afweging 1: haalbaarheid integrale beoordeling Bij een integrale aanpak hoort naast aandacht voor het maatschappelijk rendement ook een brede financiële afweging, zodat de haalbaarheid van de ontwikkeling bepaald kan worden.

5

Afweging 2: rolkeuze gemeente Als we wel medewerking willen verlenen aan een plan dan bepalen we vervolgens welke rol de gemeente idealiter in de ontwikkeling inneemt. Het in beeld brengen van de gewenste impact, het maken van de integrale afweging en van de afweging voor de rolkeuze gebeurt meermaals. In grote lijnen kunnen we de volgende momenten onderscheiden waarop het nodig is om een integrale afweging en de afweging voor de rolkeuze te maken. Ze gaan van grof en hoog-over naar steeds verder uitgewerkt en gedetailleerder. Dit zijn geen verplichte opeenvolgende stappen.

Figuur 3: De afwegingsmomenten

Stap 4 Uitwerking en uitvoering in project

Wanneer in stap drie op de haalbaarheid van de integrale beoordeling en de rolkeuze van de gemeente is geadviseerd, dan vindt in het project de verdere uitwerking en, na bestuurlijke besluitvorming, uitvoering van de gebiedsontwikkeling plaats. Het grondbeleid blijft daarin de kaders voor de uitvoerbaarheid aangeven. De uitwerking en uitvoering in het project zelf valt buiten de scope van de nota grondbeleid. Kader 2.1: Nadenken over de haalbaarheid van een ontwikkeling en de gewenste rol van de gemeente daarin doen we bij voorkeur meermaals. Zo willen we ook al in het vroegtijdige stadium van visievorming de relatie leggen naar de uitvoerbaarheid van de ambities. Kader 2.2: We nemen in de omgevingsvisie en nieuwe beleidsvisies van onze gemeente in hoofdlijnen op welke rol we als gemeente op ons denken te nemen om bij te dragen aan de realisatie van de ambities.

6

Hoofdstuk 3

De integrale afweging

We kunnen door middel van de integrale afweging in het grondbeleid vroegtijdig bij een ontwikkeling adviseren wat maatschappelijk en financieel haalbaar is en hoe we daarbij keuzes kunnen maken. We zetten daarvoor het maatschappelijk en het financieel resultaat voor de gemeente van een ontwikkeling naast elkaar.

Maatschappelijk rendement

Het maatschappelijk rendement is het totaal aan mogelijke maatschappelijke effecten die veroorzaakt worden door een ruimtelijke ontwikkeling of door de inzet van vastgoed. De advisering over de kwalitatieve beoordeling is een zaak van de diverse beleidssectoren. Zij geven aan in hoeverre een bijdrage geleverd kan worden aan de zes strategische opgaven. Deze beoordeling gaat niet per definitie op een kwantitatieve wijze. Maatschappelijke waarden zijn vaak subjectief en lastig of niet in geld uit te drukken. Ook een kwalitatieve beschouwing is daarom essentieel als maatschappelijke waarden in de beoordeling meegenomen worden.

Financieel rendement

Ook financieel is er op verschillende manieren impact voor onze gemeente. Het is zaak om ook daar bij de besluitvorming vooraf een goed beeld van te hebben. We willen bij de beoordeling van de financiële gevolgen van een gebiedsontwikkeling verder kijken dan naar de direct aan de ontwikkeling gerelateerde grondexploitatie1 of de opzet van het kostenverhaal2. Wanneer we een besluit nemen over het starten of actualiseren van een gebiedsontwikkeling moeten we in dat besluit in ieder geval de bijbehorende grondexploitatie of de opzet van het kostenverhaal opnemen. Een grondexploitatie kan verschillende financiële rendementen hebben. Om hier richting in te geven maken we gebruik van de volgende financiële kaders: Richtinggevende financiële kaders De ontwikkeling moet in staat zijn een bepaald positief financieel rendement op te leveren. Dit surplus komt ten gunste van de algemene reserve. De ontwikkeling moet minimaal een sluitende grondexploitatie of financiële businesscase binnen een bepaalde looptijd hebben. De ontwikkeling mag in de financiële businesscase als geheel of in de grondexploitatie afzonderlijk een voorzienbaar tekort hebben. Wat telt is de maatschappelijke winst die bereikt wordt. De algemene reserve zorgt voor de dekking van het tekort.

Een grondexploitatie is een begroting waarin door het BBV genormeerde kosten en opbrengsten worden opgenomen die te relateren zijn aan het proces van het aankopen, het voor bebouwing geschikt maken, het aanleggen van de openbare ruimte en het uitgeven van gronden aan partijen die gaan bouwen. 2 Het kostenverhaal is een wettelijke plicht om door wetgeving genormeerde kosten die we als gemeente maken te verhalen op een grondeigenaar die een gebied gaat (her)ontwikkelen. 1

7

Daar waar dat meerwaarde biedt en waar dat mogelijk is, willen we daarom ook een indicatie geven van andere financiële gevolgen voor de gemeentebegroting. Dat doen we in de vorm van een brede(re) financiële businesscase. Kader 3.1: Het financieel kader dat we ter besluitvorming voor een gebiedsontwikkeling aan de gemeenteraad voorleggen bestaat in ieder geval uit een grondexploitatie of de opzet van het kostenverhaal. Indien er een grondexploitatie of kostenverhaalopzet wordt voorgelegd met een voorzien financieel tekort, dan wordt in de besluitvorming ook de financiële dekking geregeld.

Integrale beoordeling

Nadat het maatschappelijk en het financieel rendement in beeld zijn gebracht, kunnen we deze tegen elkaar afwegen. We maken daarbij gebruik van het impact-afwegingsmodel. Door de maatschappelijke rendementen en de resultaten uit de (brede) financiële businesscase naast elkaar te zetten krijgen we een goed beeld van de impact van een gebiedsontwikkeling. In de advisering over de integrale beoordeling van een ontwikkeling maken we gebruik van het schema “integrale beoordeling en de mogelijke besluiten”.

Tijdelijkheid en integrale beoordeling

Een tijdelijke invulling van een locatie of pand kan bijzonder goed bijdragen aan meervoudige waardencreatie. In een tijdelijke situatie is veel van de integrale beoordeling hetzelfde maar er zijn ook belangrijke accentverschillen en de belangrijkste is de financiële beoordeling. In de tijdelijke situatie is een beoordeling ten opzichte van een kostprijs van een opstal of een sluitende grondexploitatie niet logisch. Het is daar meer voor de hand liggend om een financiële beoordeling te maken waarin de meerkosten van de tijdelijke functie ten opzichte van de leegstandsituatie worden vergeleken met de opbrengsten die de tijdelijke functie kunnen genereren. Kader 3.2: In de integrale beoordeling zetten we het integraal maatschappelijk rendement en het brede financieel rendement naast elkaar. Dit vullen we aan met de inzichten uit het risico- en kansenmanagement en prioriteringsopties. Kader 3.3: De integrale beoordeling van een plan vraagt om maatwerk. De voorwaarden die we aan de impact van een plan stellen om tot een positieve beoordeling (en dus uitvoer) te komen, bepalen we situationeel (dus per ontwikkeling). De voorwaarden hebben betrekking op minimale maatschappelijke rendementen die behaald moeten worden en op acceptabele of eventueel taakstellende financiële rendementen voor een plan. Kader 3.4: Op basis van deze beoordeling wordt advies gegeven over een besluit.

Dit kan het afwijzen, herzien, optimaliseren of uitvoeren van een plan zijn. Om tot uitvoer over te gaan is een besluit van de gemeenteraad nodig, waarin het inhoudelijk en financieel kader wordt vastgesteld.

8

Hoofdstuk 4

De rolkeuze in het grondbeleid

In dit hoofdstuk laten we zien hoe we aan de hand van een afwegingsmodel kunnen bepalen welke rol de gemeente het beste in kan nemen om op een locatie tot een gewenste ontwikkeling te komen. De rolkeuze vormt samen met de brede integrale beoordeling het ontwikkelkader dat we bij complexe projecten aan de gemeenteraad voorleggen. We gaan in deze nota uit van situationeel grondbeleid, waarbij we van situatie tot situatie kijken welke rol het beste past. Een situationeel grondbeleid stelt ons het beste in staat om per situatie te beoordelen hoe we als gemeente regie in een (nieuwe) gebiedsontwikkeling willen en kunnen nemen en wie ervoor zorgdraagt dat de locatie als bouwrijpe grond uitgegeven kan worden ten behoeve van de gewenste ontwikkeling. We denken ons op deze manier beter te kunnen richten op de lange termijntrend die wordt bepaald door onze maatschappelijke opgaven. Door bij ontwikkelingen situationeel de rolkeuze te bepalen blijven we afwegen hoe we capaciteit en middelen inzetten, gericht op de realisatie van de belangrijkste maatschappelijke doelen en opgaven. Bij de omschrijving van de verschillende mogelijke rollen geven we aan hoe en in welke mate we regie willen nemen in de sturing op het tot stand komen van de ontwikkeling. Ook geven we aan hoe en in welke mate we risicodragend willen investeren en ontwikkelen.

Daarbij zijn we ons bewust van de beperkte mogelijkheden die wij hebben om actief op te treden. Onze investeringsmogelijkheden zorgen ervoor, net als onze beschikbare (ambtelijke) capaciteit) dat we selectief moeten zijn waar we die actievere rollen kunnen oppakken en waar we regie willen voeren op de realisatie van een ontwikkeling. We zien het als een ingroeimodel waarbij we de mate waarin we vaker actief zijn samen laten optrekken met extra benodigde middelen om de actieve rol waar te kunnen maken. Aan de hand van de antwoorden op twee hoofdvragen kunnen we verschillende rollen in het grondbeleid onderscheiden. Die twee vragen zijn: • •

Hoe urgent is de ontwikkeling? Welke invloed in de ontwikkeling is gewenst of nodig?

Het afwegingskader voor het bepalen van de gewenste rol in het grondbeleid

We bepalen steeds aan de hand van vier stappen welke rol bij een bepaalde ontwikkeling het meest geschikt is om de door ons gewenste impact te realiseren. Het gaat hierbij om de volgende stappen:

Stap 1: Kent de ontwikkeling een positieve integrale afweging?

De eerder in hoofdstuk 3 beschreven integrale afweging van een ontwikkeling is een belangrijke stap in het afwegingsmodel. Hierdoor wordt duidelijk of een ontwikkeling voldoende bij kan dragen aan onze ambities en of dat haalbaar is binnen de voor die ontwikkeling gestelde financiële kaders.

9

Stap 2: Hoe urgent is de ontwikkeling?

De mate van urgentie van de ontwikkeling is in hoge mate bepalend voor de keuze van de gewenste regie. Hoe urgenter de ontwikkeling, hoe meer wij regie willen nemen om tot die ontwikkeling te komen. Met de ontwikkeling wordt dan in ieder geval ook in hoge mate een publiek belang gediend. Urgentie heeft daarom ook niet perse dezelfde betekenis als snelheid. Urgente opgaven zoals die van de woningbouw en de energietransitie of de verbetering van de leefbaarheid in een wijk zorgen immers ook voor een ontwikkel- en/of transitiebehoefte die niet in een paar jaar tijd is ingevuld.

Stap 3: Welke invloed in de ontwikkeling is nodig of gewenst?

De mate van invloed in de ontwikkeling die gewenst of nodig is, is afhankelijk van het antwoord op de vraag hoe de gemeente wil sturen op de invulling en het gebruik van de locatie en op de kwaliteit van bouwwerken en openbare ruimte. Er wordt afgewogen of en in welke mate de grondontwikkeling door de gemeente gewenst of noodzakelijk is. Misschien willen en kunnen andere partijen de gewenste ontwikkeling ook op een kwalitatief goede wijze uitvoeren. De grondontwikkeling kan dan in samenwerking met of alleen door derden worden gedaan. Een actorenanalyse kan antwoord geven op de vraag in welke mate invloed nodig is op de realisatie van de ontwikkeling.

Stap 4: Beoordeling randvoorwaarden invullen rol.

Vanuit de bovenstaande drie stappen bepalen we onze eerste voorkeursrol bij de ontwikkeling van een locatie. De voorkeursrol kan om meerdere redenen niet mogelijk of wenselijk zijn. De beoordeling van de randvoorwaarden kan tot heroverweging van de voorkeursrol leiden.

Het onderscheid in vier rollen

We onderscheiden vier mogelijke rollen in het grondbeleid. Deze ontstaan uit een matrix van mogelijke combinaties van antwoorden op twee vragen in het afwegingskader; die van de urgentie en de gewenste invloed. Stimulerend Zeer urgente ontwikkeling en zoveel mogelijk sturing op het resultaat gewenst. In deze rol hebben we zelf het volledig of in ieder geval het dominant eigendom of kunnen dat verkrijgen. Plannen waarbij sprake is van een complexe ontwikkelpotentie en een hoog investeringsen risicoprofiel kunnen wellicht in samenwerking met private partijen beter haalbaar worden gemaakt. Wij gaan dan in de stimulerende rol op zoek naar andere partijen voor de grondontwikkeling. We overwegen deze rol vooral wanneer we verder willen gaan met het sturen van de ontwikkeling dan via de publiekrechtelijke instrumenten mogelijk is of wanneer de markt de gewenste ontwikkeling niet of onvoldoende op wil of kan pakken. Richtinggevend Zeer urgente ontwikkeling en alleen indirecte sturing op het resultaat nodig. Deze rol past goed in een situatie waarin sprake is van een ontwikkeling die urgent is, maar waarbij we ervan uit kunnen gaan dat de ontwikkeling door andere partijen op een kwalitatief goede manier wordt uitgevoerd. Wij faciliteren de ontwikkelende partij op meerdere manieren waar dat nodig is en tot een goed ontwikkelresultaat leidt.

Dat kunnen we doen door samenwerking te faciliteren en/of door het proces eventueel met het maken van richtinggevende planvisies en ontwikkelstrategieën te ondersteunen. Indien nodig kunnen we ook in het gebied investeren in de openbare ruimte.

10

Verbindend Geen urgente ontwikkeling en toch zouden we zelf de grondontwikkeling kunnen doen. Dat doen we alleen als er een kans ontstaat op het behalen van een goed maatschappelijk en financieel resultaat en als we voldoende capaciteit en middelen ervoor hebben. Regulerend Geen urgente ontwikkeling en we hebben hier geen eigendom. We zetten vooral in op onze publiekrechtelijke mogelijkheden en toetsen initiatieven die binnenkomen. We zetten het instrument van kostenverhaal bij voorkeur maximaal in. Kader 4.1: We gaan uit van situationeel grondbeleid waarbij we van situatie tot situatie kijken welke rol de gemeente het beste past. Hiervoor gebruiken we het afwegingskader voor de gewenste rol in het grondbeleid. Kader 4.2 Met het afwegingskader bepalen we een voorkeursrol die we innemen als er geen belemmeringen zouden zijn en een alternatieve rol die we kunnen innemen als de voorkeursrol niet (volledig) mogelijk is vanwege beperkende randvoorwaarden. Deze rolkeuze bepaalt sterk onze positie in de samenwerkingsstrategie. Kader 4.3: We kiezen bij ontwikkelingen een van de vier mogelijke rollen: stimulerend, richtinggevend, verbindend of regulerend. Kader 4.4: Binnen de stimulerende rol van moet vanuit een van de zes mogelijke actieve argumenten inhoudelijk onderbouwd worden waarom de gemeente de grondontwikkeling en eventueel aanvullende verwervingen wil doen.

Kader 4.5: Indien we in de stimulerende rol samenwerken met een andere partij, dan brengen we de meerwaarde van de samenwerking in beeld en we kiezen daarbij de samenwerkingsvorm die het best aansluit op de redenen om te gaan samenwerken. Kader 4.6: De gemeente overweegt de verbindende rol alleen wanneer er sprake is van het benutten van reeds aangekochte gronden (met eventueel de aanvullende verwerving van aanpalende gronden) en wanneer er zowel maatschappelijk als financieel een goed resultaat behaald kan worden. Kader 4.7: We regelen het kostenverhaal via onze beleidskaders, waar mogelijk via een - op basis van vrijwilligheid - te sluiten Anterieure Overeenkomst. Als dat niet mogelijk is, verloopt het kostenverhaal via het wettelijk instrument omgevingsplan of via de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

11

In onderstaande figuur wordt het volledige afwegingsproces grafisch weergegeven. De voorkeursrol van de gemeente in het grondbeleid is het resultaat van het volgen van het afwegingskader hiervoor.

12

Hoofdstuk 5

Kaders en toepassing in de praktijk

Voor de uitvoering van het grondbeleid en de sturing in gebiedsontwikkelingen kunnen we gebruik maken van verschillende juridische en financiële instrumenten en kaders. Grondzaken zal over deze kaders en de toepassing ervan in de praktijk adviseren.

Instrumenten voor de rol als ontwikkelaar

Bij de stimulerende en verbindende rollen gaat het voornamelijk om de instrumenten die we beschikbaar hebben om een locatie in eigendom te krijgen en om de grond uit te geven aan een partij die de verdere ontwikkeling voor zijn rekening neemt. Dit brengt met zich mee dat we bereid en in staat moeten zijn om tot verwerving van locatie(s) over te gaan. Daarvoor zijn vier instrumenten te gebruiken. Locaties worden zoveel mogelijk minnelijk aangekocht, eventueel voorafgegaan door het vestigen van een voorkeursrecht. Indien een minnelijke aankoop niet lukt, dan maken we een heroverweging van onze ontwikkel- en samenwerkingsstrategie. We sluiten daarbij de route van onteigening niet uit. We maken in Overbetuwe onderscheid in vier soorten verwervingen: strategische verwervingen, gelegenheids-verwervingen, reguliere verwerving en anticiperende verwerving. Het proces van aankopen en het afwegingskader is separaat door het college vastgesteld. Kader 5.1: Voor strategische aankopen en gelegenheidsaankopen maken we gebruik van het separaat door het college vastgestelde afwegingskader. Kader 5.2: Locaties worden zoveel mogelijk minnelijk aangekocht tegen marktconforme prijzen en voorwaarden. Daarvoor wordt een grondaankoop onderbouwd met een onafhankelijke taxatie van tenminste één onafhankelijke deskundige.

Indien een minnelijke aankoop niet lukt, dan maken we een heroverweging van onze ontwikkel- en samenwerkingsstrategie. We sluiten daarbij de route van onteigening niet uit. Wanneer we kiezen voor een rol als ontwikkelaar dan is uitgifte van grond evident. Die vindt plaats voordat de bouwactiviteiten op de bouwkavels starten. In het proces van gronduitgifte hebben we telkens een aantal (strategische) keuzes te maken: • • • •

Keuze 1: Uitgifte in huidige bestemming of na bestemmingswijziging Keuze 2: Uitgifte als ruwe bouwgrond of als bouwrijpe grond Keuze 3: Uitgifte in volle juridische eigendom (verkoop) of gebruik (erfpacht) Keuze 4: Selectie van de partij waar grond aan wordt uitgegeven door een-op-een selectie of via openbare selectieprocedure.

Kader 5.3: Een locatie die we zelf als gemeente in bezit hebben verkopen we pas als duidelijk is geworden dat we die locatie niet, al dan niet na transformatie, zelf nodig hebben of dat we de locatie niet onderdeel willen laten zijn van een (toekomstige) gebiedsontwikkeling.

13

Kader 5.4: Het college stelt jaarlijks of, als daar aanleiding toe is vaker, de hoogte van de gronduitgifteprijzen per uitgiftecategorie vast.

Instrumenten voor de samenwerkende ontwikkelrol

De realisatie van de gewenste maatschappelijke impact van een ontwikkeling kan ook tot stand komen via een samenwerking in de grondtransformatie tussen de gemeente en andere partijen. Er zijn vele gemengde samenwerkingsvormen te onderscheiden. We onderscheiden in ieder geval het bouwclaim model, de joint ventures via een nieuwe entiteit of bij overeenkomst en het concessiemodel. Er zijn daarbij varianten die meer naar het actief grondbeleid neigen en varianten die meer naar het faciliterend grondbeleid neigen. Wanneer we niet alleen de vastgoedontwikkeling, maar ook de grondproductie volledig aan andere partijen over laten is sprake van private grondexploitaties. Deze kunnen voorkomen in de richtinggevende of regulerende rol. We kunnen vanuit onze publiekrechtelijke rol dan via de bestemming nog sturen op de ruimtelijke ordening aangezien we de bevoegdheid hebben om de bestemming van een locatie te veranderen en vast te leggen. Bij de planologische medewerking die we dan verlenen, kunnen we zowel kwalitatieve als financiële voorwaarden stellen. Wanneer we de grond niet zelf uitgeven, zijn wij als gemeente verplicht een bijdrage in rekening te brengen voor kosten die door ons gemaakt worden ten behoeve van de ontwikkeling van het plan. Het programma kostenverhaal en financiële bijdragen is in 2023 door de gemeenteraad vastgesteld.

Hierin staat uitgewerkt welke gebiedseigen en gebiedsoverstijgende kosten en welke financiële bijdragen we verhalen en hoe we dat doen. We kunnen vanuit deze grondbeleid rollen ook in een situatie komen waarin het niet mogelijk is om alle gemeentelijke kosten te verhalen of waar zelfs sprake is van een voorzien tekort. We komen dan als gemeente voor de vraag te staan of we bereid zijn dit te betalen, om daarmee een ontwikkeling mogelijk te maken die bijdraagt aan het behalen van een maatschappelijk rendement. Ons uitgangspunt is dat we daartoe onder voorwaarden bereid zijn in de richtinggevende rol en dat we in onze regulerende rol inzetten op maximaal kostenverhaal.

Informatievoorziening

Het bouwwerk van een goed financieel beheer staat of valt met het hebben, naleven en verantwoorden van de met elkaar overeengekomen kaders en spelregels. Daarnaast is een adequate planning- en-controlcyclus essentieel. Voor een belangrijk deel worden de financiële kaders bepaald door wat is opgenomen in het Besluit, Begroting en Verantwoording (BBV) dat voor alle gemeenten geldt. Dat besluit is van toepassing op alle geldstromen uit de integrale financiële businesscase. We volgen deze regels en we geven daaraan waar dat nodig is verder invulling in de financiële verordening. Het College informeert de Raad over de uitvoering van het grondbeleid via de Planning & Control (P&C)cyclus. Dat doen we via de paragraaf grondbeleid in de begroting en jaarrekening. In onze jaarrekening lichten we alle financiële uitgangspunten toe die we hanteren bij de actualisatie van de grondexploitaties en bij het bepalen van het resultaat. Tevens wordt jaarlijks een projectenboek opgesteld en aan de gemeenteraad aangeboden. In dit projectenboek wordt inzicht gegeven in de stand van zaken van de te ontwikkelen en in de ontwikkeling genomen grondprojecten per 1 januari van het boekjaar. In de tweede BERAP wordt over de voortgang een beknopte voortgangsrapportage opgesteld.

Dorpsstraat 67 6661 EH Elst Postbus 11 6660 AA Elst telefoon 14 0481

info@overbetuwe.nl www.overbetuwe.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=47c87957-f656-49f8-acb0-eda38a07c460