24-06-27.18 Relevant stuk 1E - Bijlage Onderzoeken
Tekst van het document
Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering
Inhoudsopgave Bijlagen Bijlage 1
Ladder voor duurzame verstedelijking
Bijlage 2
Onderbouwing Hogere Waarden
Bijlage 3
Akoestischonderzoek
Bijlage 4
Akoestischonderzoek industrielawaai 26 en 27
Bijlage 5
Onderzoek evenementen
Bijlage 6
Stikstofonderzoek velden 26 en 27
Bijlage 7
Analyse luchtkwaliteit
Bijlage 8
M.e.r.-beoordelingsbesluit
Bijlage 9
Zienswijzennota
"Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld) 1
Bijlage 1 Ladder voor duurzame verstedelijking De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is van toepassing bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' wordt in art. 1.1.1 Bro als volgt gedefinieerd: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De ontwikkeling op de beide velden maakt maximaal 198 woningen en 7 atelierwoningen mogelijk. Bij de beantwoording van de vraag of de ontwikkeling die het voorliggende plan mogelijk maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling is in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, moet een vergelijking worden gemaakt tussen het nu geldende bestemmingsplan en de voorliggende herziening van dat plan. In het bestemmingsplan 'Schuytgraaf, veegplan 2017' hebben velden 26 en 27 een nog uit te werken bestemming. In de voorliggende herziening worden deze nog onbenutte uit te werken ontwikkelingsmogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan bij recht mogelijk gemaakt. Onder deze omstandigheden is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in art. 1.1.1 Bro, zoals ook herhaaldelijk is bevestigd in uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:489) en 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1155).
Nu er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet noodzakelijk. Wel is het van belang dat er bij de herziening van het plan sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarvoor moet vaststaan dat plan voorziet in een behoefte. Uit het regionale woningmarktonderzoek 'Woonbehoefteonderzoek 2022, Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen' van Companen blijkt dat er in Arnhem voor de periode 2022-2040 een aanvullende woonbehoefte is van 14.600 woningen. Voor het overgrote deel ligt deze behoefte in de jaren tot 2030. Om deze aantallen te realiseren, kunnen nieuwbouwwoningen worden ontwikkeld, maar ook woningen in bijvoorbeeld bestaande leegstaande panden (transformatie) worden geraliseerd. Het aantal wordt niet gezien als hard maximum. Om de twee jaar wordt dit aantal geactualiseerd naar aanleiding van de meest recente provinciale huishoudens- en bevolkingsprognose. Daarnaast vind om de 3 jaar een nieuw woningbehoefteonderzoek plaats om vraag en aanbod naast elkaar te kunnen zien. Op dit moment heeft Arnhem nog niet genoeg harde plannen om in de behoefte te voorzien. Dit bestemmingsplan maakt ongeveer 198 woningen en 7 atelierwoningen mogelijk. Dit plan staat beschreven in de woningbouwplanningslijst die jaarlijks aan de provincie Gelderland wordt aangeboden.
De woningen passen binnen de plancapaciteit, zoals binnen de subregio Arnhem en omgeving is afgestemd. Om te bouwen naar behoefte, dienen de woningen te worden gerealiseerd.
Bijlage 2 Onderbouwing Hogere Waarden Inleiding Dit bestemmingsplan betreft de herziening van het bestemmingsplan Schuytgraaf veegplan 2017 betrekking op veld 26 en 27. Veld 27 ligt aan de zuidzijde van Schuytgraaf en voldoet niet aan de voorkeurswaarde van de Wet geluidhinder. De spoorlijn Arnhem – Nijmegen is aan de oostzijde van het plan gesitueerd op een talud. Als gevolg van het railverkeer wordt de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder overschreden. De planologische regeling voor veld 27 voorziet in de ontwikkeling ten behoeve van woningbouw. De exacte locatie van de te ontwikkelen woningen is niet vastgelegd. Bij de aanvraag hogere grenswaarde wordt uitgegaan van de, vanuit akoestisch oogpunt bezien, slechts mogelijke situatie, het geen inhoudt dat is uitgegaan van de hoogste belasting op de bestemmingsgrens voor 'Wonen'. De voorkeurswaarde van 55 dB wordt ter plaatse van veld 27 overschreden vanwege belasting door het railverkeer. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet hiervoor een hogere waarde worden verleend zoals weergegeven in onderstaande tabel. Het bestemmingsplan maakt in veld 27 de bouw van 81 woningen mogelijk en 7 atelierwoningen.
locatie (inclusief kadastraal nummer)
Ter plaatse van vast te stellen Gevel-aandui de hogere ding aanduiding geluidsbelasting in dB Arnhem, Schuytgraaf 'overige zone – 58 dB oost veld 27 AHM05AF 03192 hogere waarde 1 Arnhem, Schuytgraaf 'overige zone – 59 dB oost veld 27 AHM05AF 03192 hogere waarde 2'
Geluid afkomstig van:
Spoorweg Arnhem - Elst Spoorweg Arnhem - Elst
In deze overweging wordt aan de hand van een aantal criteria afgewogen of er een hogere waarde kan worden verleend. Bij deze afweging worden criteria gehanteerd die genoemd zijn in de Wet geluidhinder en het gemeentelijke geluidbeleid. 1.
Beoordeling aan de hand van de hoofdcriteria volgens de Wet geluidhinder
De geluidbelasting op basis van de Wet geluidhinder mag in eerste instantie niet meer bedragen dan de voorkeurswaarde van 55 dB. Wanneer hier niet aan kan worden voldaan is het mogelijk om een hogere waarde vast te stellen tot maximaal 68 dB. De maximale geluidbelasting bedraagt 59 dB. Op basis hiervan zou daarom een hogere waarde in het kader van de Wet geluidhinder kunnen worden vastgesteld. Voor het vaststellen van een hogere waarde moeten maatregelen zijn afgewogen. Deze afweging wordt hieronder beschreven. Bron- en overdrachtsmaatregelen Het volledig doortrekken van het geluidsscherm is financieel niet haalbaar. Bronmaatregelen aan het spoor zijn mogelijk door middel van raildempers. Hiermee kan een reductie worden behaald van maximaal 3 dB. Gezien de afstand en oppervlakte van het woongebied zou ongeveer 500 meter aan raildempers nodig zijn voor beide sporen (in totaal 1000 meter). Gezien de geluidbelasting van maximaal 59 dB en het aantal woningen dat een geluidbelasting ondervindt van boven de voorkeurswaarde is het realiseren van raildempers financieel niet doelmatig. Langs het spoor is ten noorden van de velden 26 en 27 een geluidscherm gerealiseerd. Dit scherm heeft deels effect op de geluidbelastingen. Dit effect is in het onderzoek bij de berekeningen meegenomen. Doortrekken van het scherm in zuidelijke richting kan de geluidbelasting waarschijnlijk verlagen tot
Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering
onder de voorkeurswaarde van 55 dB. Gezien de afstand en oppervlakte van het woongebied zou ongeveer 400 meter aan extra lengte nodig zijn. Gezien de geluidbelasting van maximaal 59 dB en het aantal woningen dat een geluidbelasting ondervindt van boven de voorkeurswaarde is het realiseren van een geluidscherm financieel niet doelmatig. Afstand vergroting In het ruimtelijk ordeningsproces is er voor gekozen om de exacte locatie voor woningen niet vast te leggen, zodat er in een later stadium ruimte is om de beste plek voor de woningen binnen het bouwvlak, te onderzoeken. Naast geluidsaspecten spelen er andere criteria op basis waarvan de keuze gemaakt gaat worden. Vanwege deze onzekerheid zijn voorschriften aan het Besluit hogere waarde verbonden met betrekking tot het stedenbouwkundig ontwerp. Conclusie Hierboven is een integrale afweging gemaakt met betrekking tot het nemen van bron- en overdrachtsmaatregelen. Na deze afweging kan een hogere grenswaarde worden verleend. Hierbij moeten de eisen uit het Bouwbesluit met betrekking tot de geluidwering van gevels te allen tijde in acht worden genomen.
2.
Toetsing aan de gebiedsgerichte aanpak volgens het beleidsplan Geluid
In augustus 2008 is het Beleidsplan Geluid door de raad vastgesteld. Het Beleidsplan Geluid heeft tot doel geluidsnormen voor nieuwe situaties af te stemmen op de aard en de functie van een gebied. Hierdoor kan beter rekening gehouden worden met ontwikkelingen en verwachting van de gebruikers van een gebied. In het centrum en dichtbij goed openbaar vervoer wil de gemeente Arnhem veel functies mogelijk maken. De beleidslijnen hiervoor zijn opgenomen in het Structuurplan Arnhem 2040. Als gebieden intensiever gebruikt worden neemt de kans op geluidhinder ook toe. Andere gebieden zoals de parken worden juist gewaardeerd om hun relatieve rust. Deze uitgangspunten hebben geleid tot een gebiedsgerichte invulling van geluidskwaliteiten binnen Arnhem. Naar mate de geluidbelasting hoger is neemt het belang van een zorgvuldige invulling van de totale leefomgevingskwaliteit toe. In verband met de wijziging van de Wet geluidhinder op 1 januari 2007 is aanvullend op het beleidsplan Geluid op 27 maart 2007 de Nota Uitvoeringsbeleid hogere grenswaarden gemeente Arnhem vastgesteld door het college van B&W. De gebiedsgerichte aanpak zoals opgenomen in het Beleidsplan Geluid is overgenomen in Nota Uitvoeringsbeleid. Dit beleid houdt in dat op basis van de uitgangspunten van het structuurplan 2040 gewerkt wordt met zeven gebiedstypen die elk een eigen ambitie hebben.
Van deze ambitie kan na motivering afgeweken worden. Gebiedstypering Voor veld 27 is het gebiedstype 'Stadswijk' van toepassing. De ambitiewaarde voor dit gebiedstype komt overeen met de geluidklassen “rustig” en “redelijk rustig”. Het beleid kent ook een geluidsklasse 'incidenteel' en 'plafondwaarde'. Deze geluidsklassen wordt bij uitzondering toegepast in combinatie met daarbij vereiste akoestische compensatie. In onderstaande tabel zijn de bij dit gebiedstype behorende ambitie-, incidentele en plafondwaarden weergegeven Tabel: Gemeentelijke ambitie- incidentele en plafondwaarden voor “Stadswijk” Bron Ambitie Incidenteel Plafond Rustig – Redelijk rustig Onrustig – Zeer onrustig Lawaaiig Railverkeer 45 – 55 dB 55 - 63 dB 63 – 68 dB Railverkeer Voor railverkeer wordt met een geluidbelasting van 59 dB niet aan de ambitiewaarde van het gemeentelijk geluidbeleid vanwege de spoorweg Arnhem - Elst voldaan. Voor de situering van de 2 "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld)
Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering
toetspunten en een bijhorende contourberekening, waarin de grootte van het gebied waar niet aan de ambitiewaarde van 55 dB wordt voldaan wordt weergegeven, wordt verwezen naar het akoestisch onderzoek dat in het kader van dit bestemmingsplan is uitgevoerd en als bijlage is toegevoegd. Waar niet aan de ambitiewaarde wordt voldaan, wordt wel voldaan aan de incidentele waarde van 63 dB. Vanwege de dominante woonfunctie in de stadswijken is de na te streven geluidbelasting laag. Alleen aan de randen van de stadswijken, waar deze grenzen aan verkeerswegen, wordt een hogere geluidsbelasting toegestaan (-1, onrustig tot –2, zeer onrustig). Cumulatie Cumulatie van geluid is alleen aan de orde wanneer de locatie door meerdere geluidbronnen wordt belast tot boven de voorkeurswaarde. Dit is voor de veld 27 niet het geval. Conclusie De geluidbelasting binnen veld 27 overschrijdt het ambitieniveau van 55 dB voor railverkeerslawaai zoals verwoord in het gemeentelijk beleidsplan. Wel wordt voldaan aan de incidentele waarde van 63 dB. Bij de nadere uitwerking zal aan de voorwaarden uit de 'Nota uitvoeringsbeleid hogere grenswaarden gemeente Arnhem' moeten worden voldaan. Daarnaast moet de geluidwering van de gevels van de nieuw te bouwen woningen voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit om een acceptabel binnenniveau te garanderen.
Als aan deze voorwaarden wordt voldaan ontstaat er een acceptabele situatie.
3. Beoordeling aan de hand van de Nota Uitvoeringsbeleid Hogere Grenswaarden De Nota Uitvoeringsbeleid Hogere Grenswaarden bevat locatiespecifieke criteria. 3a. Locatiespecifieke criteria De onderstaande locatiespecifieke kenmerken worden in de overwegingen als positief aspect meegenomen meegenomen. Veld 27 bevindt zich in de nabijheid van een bushalte; 3b. subcriteria De onderstaande criteria zijn conform de 'Nota uitvoeringsbeleid hogere grenswaarden gemeente Arnhem' bij de afweging betrokken. Het gaat om de criteria die horen bij de geluidklasse 'onrustig'. Voor de bron- en overdrachtmaatregelen wordt verwezen naar de beoordeling aan de hand van de hoofdcriteria volgens de Wet geluidhinder. Op dit moment is er nog geen invulling gegeven aan het stedenbouwkundig ontwerp. De criteria kunnen in dit stadium niet worden getoetst. De meest relevante criteria zijn daarom als voorschriften aan dit bestemmingsplan verbonden. Het gaat om de volgende criteria: Bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor een woning moet men door middel van een akoestisch onderzoek geluidwering gevels aantonen of wordt voldaan aan de eisen voor geluidwering uit het Bouwbesluit; Bij woningen met een geluidbelasting van meer dan 58 dB is de aanwezigheid van een geluidluwe buitenruimte verplicht.
Daarbij is het stedenbouwkundig ontwerp vorm geven waarbij zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat; 4. Eindconclusie De geluidbelasting in het gebied voldoet aan het gemeentelijk beleid. Daarnaast is er sprake van stedenbouwkundige overwegingen om ter plaatse nieuwbouw te realiseren. Het verlenen van een hogere waarde waarbij voorschriften worden vastgelegd past binnen de kaders zoals deze zijn gesteld in de Wet geluidhinder en in de gemeentelijke beleidsnotities.
"Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 26 en 27 & reparaties en detaillering" (vastgesteld) 3
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf Akoestisch onderzoek
Status Versie Rapport Datum
definitief 001 M.2021.0955.00.R001 20 oktober 2021
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
Colofon Opdrachtgever
Gemeente Arnhem Postbus 9029 6800 EL Arnhem
Contactpersoon opdrachtgever Project Betreft Uw kenmerk
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf Akoestisch onderzoek --
Rapport Datum Versie Status
M.2021.0955.00.R001 20 oktober 2021 001 definitief
Uitgevoerd door
DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Van Pallandtstraat 9-11 6814 GM Arnhem Postbus 153 6800 AD Arnhem
Contactpersoon
Auteur l Projectadviseur
2e lezer/secr.
HBL|OZU
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
Inhoud 1. Inleiding
4
2. Doel van het onderzoek
6
3. Toetsingskader 3.1 Geluidgrenswaarden industrielawaai nieuwbouwlocaties 3.2 HWC 3.3 OV 3.4 Definities LAr,LT, LAmax en LAeq indirecte hinder
7 7 7 10 11
4. Representatieve bedrijfssituatie 4.1 Hulpwarmtecentrale (HWC) 4.2 Onderverdeelstation (OV)
12 12 13
5. Geluidsbronnnen 5.1 Emissiemetingen 5.2 Geluidsbronvermogens 5.3 Tonaal geluid transformatoren en compensatiespoelen 5.4 Bedrijfsduurcorrecties 5.5 Overzicht van geluidsbronnen
16 16 16 17 17 18
6. Overdrachtsberekeningen 6.1 Rekenmodel 6.2 Ontvangerpunten 6.3 Rekenresultaten
23 23 23 24
7. Conclusie 7.1 Hulpwarmtecentrale (HWC) 7.2 Onderverdeelstation (OV)
31 31 31
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Invoergegevens geluidsbronnen en objecten per inrichting Invoergegevens objecten Rekenresultaten LAr,LT Rekenresultaten LAmax Rekenresultaten LAeq indirecte hinder
3
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
1. Inleiding In opdracht van de gemeente Arnhem heeft DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd voor: • De hulpwarmtecentrale (in het vervolg aangeduid met HWC) gelegen aan de Marasingel 151, 6846 DX in Arnhem. • Het onderverdeelstation (in het vervolg aangeduid met OV) gelegen aan de Marasingel 23, 6661 NX in Elst; Aanleiding voor dit onderzoek is de ontwikkeling van plangebied ‘Schuytgraaf velden 26 en 27’. Dit gebied ligt aan de zuidkant van de wijk Schuytgraaf, ten westen van de spoorlijn Arnhem – Elst. Dit onderzoek richt zich op het onderdeel industrielawaai veroorzaakt door op korte afstand van deze velden gelegen bovengenoemde inrichtingen. In figuur 1 is een weergave opgenomen van beide velden en de ligging van beide inrichtingen.
Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de optredende geluidsbelasting op velden 26 en 27. Omdat de invulling van de velden nog niet bekend is, berekenen wij de geluidscontouren binnen beide velden en de geluidsbelasting op de grens van deze velden. In overleg met vertegenwoordigers van beide inrichtingen is de representatieve bedrijfssituatie vastgesteld. 4
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
figuur 1: Ligging velden 26 en 27 en inrichtingen HWC en OV
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
Dit rapport geeft een beschrijving van de omgevingssituatie, het toetsingskader, de representatieve bedrijfssituatie, de geluidsbronnen, de rekenresultaten en de toetsing. Dit akoestisch onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen die daaromtrent zijn gesteld in de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999.
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van de volgende gegevens: • emissiemetingen uitgevoerd aan de stationaire geluidsbronnen van beide inrichtingen, tijdens een bezoek op 12 oktober 2021 aan het HWC en op 13 oktober aan het OV; • geluidsbronvermogen van tijdelijk niet in werking zijnde stationaire geluidsbronnen, de mobiele geluidsbronnen, het interne transport en de voorkomende laad- en losactiviteiten gebaseerd op kengetallen afkomstig uit onze meetdatabank aangevuld met leveranciersgegevens; • een mondelinge toelichting door de heer R. Zuiderwijk en de heer R. Beld van Vattenfall op de representatieve bedrijfssituatie van het HWC; • een mondelinge toelichting door de heer H. Los van Alliander op de representatieve bedrijfssituatie van het OV; • beschikking van het HWC behorende bij de milieuvergunningaanvraag ingevolge de Wet milieubeheer met nummer MPM9670 van Gedeputeerde Staten van de Provincie Gelderland op naam van Nuon Warmte B.V. van 9 augustus 2007. • akoestisch onderzoek van het HWC dat onderdeel uitmaak van de vigerende omgevingsvergunning. Het betreft rapport met kenmerk F17899-4 van 27 februari 2007 opgesteld door Peutz B.V.
• digitaal kadastraal kaartmateriaal, gedownload van de internetsite van het kadaster; • structuurplan 2010 gebaseerd op Nota uitvoeringsbeleid hogere grenswaarden gemeente Arnhem van 16 februari 2007 van de gemeente Arnhem; • geluidsvoorschriften op grond van het Activiteitenbesluit Milieubeheer voor het OV.
5
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
2. Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is het vaststellen van de geluidsniveaus voor de omgeving vanwege de geluidsbronnen van de inrichting. Om dat doel te bereiken, zijn de relevante geluidsbronnen geïnventariseerd. Vervolgens zijn de bronvermogens van de relevante geluidsbronnen bepaald aan de hand van metingen aan de bron en op basis van kengetallen. Door middel van overdrachtsberekeningen zijn daarna de geluidsniveaus op beoordelingspunten in de directe omgeving van de inrichting vastgesteld. Er is voor deze onderzoeksmethode gekozen omdat: • Enkel het uitvoeren van immissiemetingen geeft geen inzicht in de afzonderlijke bijdragen van de geluidsbronnen, wat nodig kan zijn bij het bepalen van geluidreducerende maatregelen. • De geluidsniveaus onder representatieve bedrijfsomstandigheden moeten worden bepaald en beoordeeld en deze situatie kan met een model goed worden gesimuleerd. • Inzicht op bronbijdrage wordt verkregen.
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
6
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
3. Toetsingskader 3.1 Geluidgrenswaarden industrielawaai nieuwbouwlocaties De voorkeursgrenswaarde voor de geluidsbelasting afkomstig van industrielawaai voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen ligt vast in het geluidbeleid, in dit geval het Structuurplan 2010. De locatie Schuytgraaf velden 26 en 27 vallen binnen gebiedstype Stadswijk. Voor het gebiedstype Stadswijk gelden de volgende ambitiewaarden voor het aspect industrielawaai: • Ambitie (a) : 40 – 45 dB(A). • Incidenteel (i) : 45 – 55 dB(A). • Plafond (p) : 55 dB(A). De maximale bouwhoogte bedraagt voor de velden 11 meter boven het maaiveld. Dit volgt uit het geldende bestemmingsplan. Daarnaast beschikken beide inrichtingen over een omgevingsvergunning waarin specifieke geluidsvoorschriften zijn opgenomen. In navolgende paragrafen volgt hier een overzicht van. 3.2 HWC De hulpwarmtecentrale is vergunningsplichtig op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (De Wabo). Het bevoegd gezag is Gedeputeerde Staten van de Provincie Gelderland. De vigerende omgevingsvergunning dateert van 9 augustus 2007 en daarin zijn met betrekking tot het milieuaspect geluid de hierna genoemde voorschriften opgenomen. Deze voorschriften zijn gebaseerd op een door Peutz B.V. uitgevoerd akoestisch onderzoek met kenmerk F 17899-5 van 27 februari 2007. 3.2.1 Geluidsvoorschriften HWC 2 Geluid en Trillingen 2.1 Geluid
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
2.1.1 Het meten en berekenen van de geluidsniveaus en het beoordelen van de meetresultaten moet plaatsvinden overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, uitgave 1999. 2.1.2 Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT [dB(A)] veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten , alsmede door het transportverkeer binnen de grenzen van de inrichting, mag op de onderstaande immissiepunten niet meer bedragen dan:
7
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
tabel 1: geluidsvoorschriften LAr,LT in dB(A) HWC Beoordelingspunten 1
2
3
4
5
Hoogte (m) 1.5 5 15 1.5 5 15 1.5 5 15 1.5 5 15 1.5 5 15
LAr,LT 7.00-19.00 uur in dB(A) 39 41 44 40 43 45 41 44 45 40 42 44 25 26 28
LAr,LT 19.00-23.00 uur in dB(A) 30 32 35 31 33 36 34 36 37 33 35 37 24 25 26
LAr,LT 23.00-07.00 uur in dB(A) 27 29 32 28 30 33 31 33 34 30 32 34 21 22 23
De beoordelingspunten zijn weergegeven in figuur I.1 van het akoestisch onderzoek (rapportnr. F 17899-5, d.d. 27 februari 2007) behorende bij de aanvraag. 2.1.3 Het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten, alsmede door het transportverkeer binnen de grenzen van de inrichting, mag op de onderstaande immissiepunten niet meer bedragen dan: tabel 2: geluidsvoorschriften LAmax in dB(A) HWC Beoordelingspunten 1
2
3
4
5
Hoogte (m) 1.5 5 15 1.5 5 15 1.5 5 15 1.5 5 15 1.5 5 15
LAmax 7.00-19.00 uur in dB(A) 57 59 61 57 59 60 58 60 61 56 58 59 39 40 42
2.1.4 De geluidsbelasting vanwege het verkeer van en naar de inrichting ter plaatse van langs de aanvoerroute gesitueerde woningen mag niet meer dan 50 dB(A) bedragen. 2.1.5 Aanvoer van gasolie en/of biodiesel mag alleen plaatsvinden in de dagperiode tussen 7.00 en 19.00 uur.
8
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
De beoordelingspunten zijn weergegeven in figuur I.1 van het akoestisch onderzoek (rapportnr. F 17899-5, d.d. 27 februari 2007) behorende bij de aanvraag.
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
2.1.6 Tussen zes maanden en één jaar na het inwerking stellen van de inrichting moet de rapportage van het akoestisch onderzoek aan Gedeputeerde Staten worden overlegd waaruit blijkt of aan de geluidsvoorschriften 2.1.2, 2.1.3 en 2.1.4 wordt voldaan. Indien niet aan de voorschriften wordt voldaan moet de rapportage een plan bevatten waarin wordt aangegeven op welke wijze binnen drie maanden na overleggen van de rapportage wel aan de geluidsvoorschriften wordt voldaan.
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
Opmerkingen bij voorschriften In figuur 1 volgt een weergave van de ligging van de beoordelingspunten die zijn opgenomen in de vigerende omgevingsvergunning. De vergunningspunten liggen op de grens van de velden 24 en 26 Schuytgraaf.
figuur 2: ligging ontvangerpunten 1 t/m 5 akoestisch onderzoek Peutz B.V. F 17899-5
Voor zover bij ons bekend is er (nog) geen akoestisch onderzoek uitgevoerd zoals gevraagd in voorschrift 2.1.6.
9
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
3.3 OV Het Onderverdeelstation is meldingsplichtig op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (de Wabo). De activiteiten die plaatsvinden binnen de inrichting moeten in principe voldoen aan de geluidsvoorschriften zoals deze zijn genoemd in het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Het bevoegd gezag, de gemeente Arnhem, kent op het gebied van industrielawaai geluidbeleid. Voor zover bekend is (nog) geen gebruikgemaakt van de mogelijkheid (volgens artikel 2.20) om maatwerkvoorschriften vast te stellen. Binnen het Activiteitenbesluit Milieubeheer gelden geluidsgrenswaarden op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen en voor terreinen en binnen in in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen. Hierbij moet worden opgemerkt dat de geluidsgrenswaarden in het Activiteitenbesluit Milieubeheer gelden voor de zogenaamde representatieve bedrijfssituatie (lees: in dit geval de regulier voorkomende bedrijfssituatie) en niet voor afwijkende of incidenteel voorkomende bedrijfssituaties. 3.3.1 Geluidsvoorschriften OV In de volgende paragraaf volgt een opsomming van de voor de telefooncentrale in principe geldende geluidsvoorschriften onder zogenaamde representatieve bedrijfsomstandigheden. In deze paragraaf volgt een opsomming van de voor het bedrijf in principe geldende geluidsvoorschriften op grond van het Activiteitenbesluit Milieubeheer.
Artikel 2.17, lid 1: Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidsniveau (LAmax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a. De niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden. tabel 3: tabel 2.17a overeenkomstg het Activiteitenbesluit Milieubeheer LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen LAmax in in- en aanpandige gebouwen
c.
d.
10
19.00-23.00 uur 45 dB(A) 30 dB(A) 65 dB(A) 50 dB(A)
23.00-07.00 uur 40 dB(A) 25 dB(A) 60 dB(A) 45 dB(A)
De in de periode tussen 07.00 uur en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus (LAmax) niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten. De in tabel 2.17a aangegeven waarden binnen in in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen. De in tabel 2.17a aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein, met dien verstande dat de waarden in geval van ligplaatsen, bestemd om te worden ingenomen door een woonschip als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, onderdeel b, van het Besluit geluidhinder, slechts gelden voor zover deze ligplaatsen als zodanig zijn bestemd op of na 1 juli 2012 en niet daarvoor in een gemeentelijke verordening waren aangewezen om door een woonschip te worden ingenomen.
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
b.
07.00 – 19.00 uur 50 dB(A) 35 dB(A) 70 dB(A) 55 dB(A)
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
e.
f. g.
De in tabel 2.17a aangegeven waarden op de gevel, vermeerderd met 5 dB(A), ook gelden op de grens van het terrein in geval van ligplaatsen, bestemd om te worden ingenomen door een woonschip als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, onderdeel b, van het Besluit geluidhinder, voor zover deze ligplaatsen: 1: als zodanig zijn bestemd voor 1 juli 2012, of 2: voor 1 juli 2012 in een gemeentelijke verordening waren aangewezen om door een woonschip te worden ingenomen en voor 1 juli 2022 als zodanig zijn bestemd. De waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen slechts gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; en De in tabel 2.17a aangegeven waarden niet gelden op gevoelige objecten die zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein.
3.4 Definities L Ar,LT , LAmax en LAeq indirecte hinder LAr,LT Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau is het energetisch gemiddelde van de fluctuerende geluidsniveaus van het ter plaatse (reken-/referentiepunt) in de loop van een periode (dag, avond of nacht) optredende geluid. De etmaalwaarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau vanwege een bedrijf/inrichting is de hoogste van de volgende drie waarden: • het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau over de dagperiode; • het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau over de avondperiode vermeerderd met 5 dB(A); • het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau over de nachtperiode vermeerderd met 10 dB(A). De geluidsbelasting (Bi) vanwege een bedrijf/inrichting is de etmaalwaarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats (reken-/referentiepunt) afkomstig van de inrichting. LAmax Het maximale geluidsniveau (piekgeluid, LAmax) betreft een kortstondige verhoging van het momentane geluidsniveau (Li) gecorrigeerd met de meteocorrectieterm (Cm).
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
LAeq indirecte hinder Bij de beoordeling van de optredende geluidsniveaus wordt in dit onderzoek ook de door de inrichtingen veroorzaakte indirecte hinder betrokken. Onder indirecte hinder wordt verstaan de nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt door activiteiten die weliswaar plaatsvinden buiten de grens van de inrichting, maar die wel aan de inrichting zijn toe te rekenen. De belangrijkste vorm van indirecte hinder is het op de openbare weg rijden van voertuigen van en naar de inrichting.
11
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
4. Representatieve bedrijfssituatie De beschrijving van de representatieve bedrijfssituatie beperkt zich in het kader van dit onderzoek tot de voor de geluidsimmissie relevante bronnen en hun bedrijfsduur. Bij het vaststellen van de representatieve bedrijfssituatie wordt uitgegaan van een maatgevend etmaal. Dit is een etmaal waarin de inrichting in werking is in een situatie die regelmatig (meer dan twaalfmaal per jaar) voorkomt of voor kan komen. De representatieve bedrijfssituatie is die situatie waarbij de voor de geluidsproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering in de volgende drie te beschouwen beoordelingsperioden: • De dagperiode (07.00 - 19.00 uur). • De avondperiode (19.00 - 23.00 uur). • De nachtperiode (23.00 - 07.00 uur). De dag-, avond- en nachtperiode worden hierbij afzonderlijk beoordeeld. De perioden hoeven dus niet tot één aansluitend etmaal te behoren. Voor de bepaling van de representatieve bedrijfssituatie zijn de volgende gegevens geïnventariseerd: • De bedrijfsvoering en de bedrijfstijden. • De stationaire geluidsbronnen. • De mobiele geluidsbronnen. 4.1 Hulpwarmtecentrale (HWC) De HWC gelegen aan de Marasingel 151, 6846 DX in Arnhem met een totaal thermisch theoretisch vermogen van 60 MW (praktisch 50 MW) wordt ingezet ten behoeve van stadsverwarming en warmwatervoorziening.
De HWV is primair om pieken in de warmtevraag op te vangen. Daarnaast fungeert de hulpwarmtecentrale als back-upcentrale wanneer de AVR in Duiven buiten werking treedt om welke reden dan ook. Het HWC bestaat uit twee boven elkaar geplaatste op biodiesel geplaatste identieke ketels en drie transportpompen die zorgen voor de distributie van warm water naar de woonwijk. Op het zuidelijk deel van het terrein liggen vier olieopslagtanks elk met een inhoud van 150 m3. Deze liggen binnen een terp. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om de ketels op aardgas te stoken. Hiervoor is een gasontvangststation aanwezig tussen de HWC en de terp.
De aanvoer van biodiesel wordt verzorgd door vrachtwagens. De aanvoer en het lossen vindt plaats gedurende de dagperiode. Jaarlijks wordt door 45 vrachtwagens biodiesel aangevoerd. In de representatieve bedrijfssituatie zijn dit er drie op één dag. Voor het lossen wordt gebruikgemaakt van de eigen pomp van de vrachtwagen. Tijdens het lossen draait de motor van de vrachtwagen met enigszins verhoogd stationair toerental. Het lossen duurt twee uur per vrachtwagen.
12
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
De representatieve bedrijfssituatie wordt bepaald door de bedrijfssituatie tijdens zeer koude dagen. Tijdens een dergelijk etmaal draaien beide ketels op vollast gedurende de dag- en de avondperiode. Gedurende de nachtperiode zal één ketel op vollast draaien. De tweede ketel is dan buiten bedrijf.
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
De stationaire geluidsbronnen van de HWC bestaan uit de bovenop het gebouw aangebrachte schoorstenen, in de zuidgevel van het gebouw aangebrachte gevelroosters en geluiduitstraling door de gevels en dak van het ketelhuis en de pompenruimte als gevolg van het geluidsniveau dat ontstaat tijdens het in werking zijn van de ketels en de transportpompen. Daarnaast is sprake van mobiele geluidsbronnen, in dit geval de vrachtwagens die biodiesel aanvoeren. De losactiviteiten betreft het lossen van biodiesel met de eigen pomp van de vrachtwagens. Het gebouw bestaat uit betonnen wanden en dak. In de zuidgevel is sprake van glas en twee gevelventilatieroosters. In de figuren 3 en 4 zijn foto’s opgenomen van het dak en de zuidgevel.
figuur 3: dak HWC
figuur 4: zuidgevel HWC
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
4.2 Onderverdeelstation (OV) Het OV gelegen aan de Marasingel 23, 6661 NX in Elst betreft een 150 kW-transformatorstation en is uitgerust met drie transformatoren en drie sets aan compensatiespoelen (smoorspoelen) en condensatoren en een installatiegebouw. Transformatoren Doorgaans is sprake van redundantie. Dit betekent dat twéé van de drie transfomatoren in werking zijn en één transformator buiten bedrijf is. Deze staat reserve. In de huidige situatie is sprake van een zogenaamde N+1 configuratie. Met de toenemende energievraag is het zeer waarschijnlijk dat binnen vijf tot tien jaar het OV zal worden uitgebreid in zuidelijke richting. De hiervoor benodigde ruimte is beschikbaar binnen de huidige perceelsgrens. In deze toekomstige situatie zullen twee transformatoren worden bijgeplaatst. Ook dan zal sprake zijn van redundantie. Uitgangspunt is dan een zogenaamde N+2 configuratie. Dit betekent dat drie transformatoren in bedrijf zijn en twee redundant.
13
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
Deze toekomstige bedrijfssituatie geldt als uitgangspunt voor de representatieve bedrijfssituatie voor het OV in dit onderzoek. De transformatoren 1 en 2 (zie figuur 5) zijn uitgerust met koelventilatoren. Trafo 3 (zie figuur 5) heeft dit niet. Dit betreft een trafo van een moderner type. Onder representatieve bedrijfsomstandigheden (lees: hoge belasting van het net tijdens een warm etmaal) is gedurende het gehele etmaal sprake van de inzet van de koelventilatoren (ONAF bedrijf trafo’s 1 en 2). Trafo 3 kent alleen zogenaamd ONAN bedrijf. Compensatiespoelen Op het terrein is in de representatieve bedrijfssituatie ook sprake van het gedurende het gehele etmaal in bedrijf zijn van drie 66 MVAr-compensatiespoelen (smoorspoelen) en condensatoren. Vermogensschakelaars In de schakeltuin is sprake van een aantal 150 kV-vermogensschakelaars. Het schakelen van vermogensschakelaars is nodig voor het uitvoeren van werk- en testschakelingen en vindt normaliter plaats gedurende de dagperiode. Dit blijft doorgaans beperkt tot een beperkt aantal keren per jaar. Dan wordt op één dag één tot tweemaal geschakeld. In de avond- en nachtperiode is normaliter geen sprake van schakelingen. Alleen in geval van calamiteiten kan in deze beoordelingsperiode worden geschakeld. Dit vindt sporadisch plaats.
Tijdens het schakelen is sprake van een kortstondige relevante geluidemissie (minder dan één seconde per schakeling). Het schakelen zal onder normale omstandigheden niet meer dan één à tweemaal per dag plaatsvinden. De meeste dagen zal er zelfs helemaal niet geschakeld worden. Mede gelet hierop zijn de vermogensschakelaars niet relevant voor de bepaling van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT). Het schakelen moet wel worden beschouwd bij het bepalen van de maximale geluidsniveaus (piekgeluiden, LAmax). Koelunit Op het dak van het installatiegebouw is sprake van een koelunit. Onder representatieve bedrijfsomstandigheden is deze koelunit gedurende de dagperiode volledig in bedrijf en gedurende de avond- en nachtperiode op 25%. Scherfmuren De trafo’s, de compensatiespoelen en condensatoren zijn deels omgeven door 4, 6 en 9 meter hoge scherfmuren. Daarnaast dragen deze scherfmuren bij aan een geluidafschermende werking.
In figuur 5 volgt een luchtfoto met daarop aangegeven de positie van de trafo’s 1, 2 en 3 en de compensatiespoelen en condensatoren.
14
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
Daarmee kan worden verondersteld dat sprake is van het toepassen van de Beste Beschikbare Technieken.
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
figuur 5: luchtfoto OV
15
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
5. Geluidsbronnnen Een overzicht van alle brongegevens is opgenomen in bijlage 1.1 (LAr,LT, LAmax en LAeq indirecte hinder) voor de HWC en in bijlage 1.2 (LAr,LT, LAmax en LAeq indirecte hinder) het OV. In de figuren van deze bijlage is de ligging van de geluidsbronnen op het terrein van beide inrichting weergegeven. 5.1 Emissiemetingen Op 12 en 13 oktober 2021 heeft een medewerker van DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. de bedrijfslocatie bezocht en geluidsmetingen uitgevoerd aan de maatgevende stationaire geluidsbronnen. De metingen zijn uitgevoerd met meetapparatuur van het fabricaat Rion: • Real-Time geluidsniveaumeter (klasse 1), type NA-28, serienummer 0070 1425; • ½" condensatormicrofoon met windbol (klasse 1), type UC-59, serienummer 01917; • voorversterker, type NH-23, serienummer 01464; • kalibrator (klasse 1), merk B&K, type Norsonic, serienummer 1059849. De emissiemetingen zijn verricht conform de meetmethode II.2 en II.3 uit de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999. 5.2 Geluidsbronvermogens HWC Tijdens de meetsessie op 12 oktober 2021 is het niet mogelijk om de HWC op vol vermogen in te schakelen. Wel is het mogelijk om één ketel op 20% van het totale vermogen (5.1 MW) te laten branden. Tijdens deze situatie zijn door ons emissiemetingen (lees: metingen aan de bron) uitgevoerd aan één schoorsteen en één in de zuidgevel aanwezig ventilatierooster.
Het door meting vastgestelde geluidsbronvermogen van één schoorsteen bedraagt bij 20% van het totale brandervermogen: 70.5 dB(A). Extrapolatie naar 100 % van het brandervermogen levert een geluidsbronvermogen op van 77.5 dB(A). Dit betreft hiermee een aanname. Peutz gaat in het akoestisch rekenmodel dat ten grondslag ligt aan de omgevingsvergunningaanvraag uit van een geluidsbronvermogen van 80 dB(A) bij het volledige brandervermogen. Dit lijkt hiermee in voldoende mate de gerealiseerde situatie te dekken. Wij gaan in onze berekening dan ook uit van dezelfde 80 dB(A). Mogelijk dat dit kan worden gecontroleerd in een meetsessie met volledig brandervermogen.
Het heersende binnenniveau hebben wij niet kunnen controleren. Uitgangspunt voor de berekening is dat in het gebouw (ketelruimte, pompenruimte en overige ruimten) het binnenniveau niet hoger is dan 80 dB(A). Hiervan is tijdens onze meting in ieder geval geen sprake.
16
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
Het door meting vastgestelde geluidsbronvermogen van het aanwezige ventilatierooster bedraagt 73 dB(A). Dit bronvermogen wijzigt niet wanneer sprake is van volledige inzet van de brander. Het door Peutz in 2007 geprognosticeerde geluidsbronvermogen bedraagt 57 dB(A). Dit is ontoereikend. Wij gaan in het door ons opgestelde akoestisch rekenmodel uit van een geluidbronvermogen van 73 dB(A). Daarnaast hanteren wij de daadwerkelijk gerealiseerde hoogte in de zuidgevel van het gebouw.
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
De geluiduitstraling van de pompenruimte en het ketelhuis baseren wij op het door Peutz opgestelde akoestisch rekenmodel uit 2007. De grotendeels uit beton bestaande gevel- en dakopbouw levert geen waarneembare geluiduitstraling op. De aanwezige dubbele beglazing in combinatie in het nagalmveld van het ketelhuis levert naar verwachting geen relevante geluidsuitstraling op. Het gehanteerde geluidsbronvermogen van rijdende en manoeuvrerende vrachtwagens bedraagt 102 dB(A) en is gebaseerd op een kengetal afkomstig uit de meetdatabank van Peutz. Onze meetdatabank levert dezelfde waarde op. Dit geldt ook voor het bronvermogen tijdens het lossen van biodiesel van 97 dB(A) en het piekbronvermogen (Lw,Amax) voor remmende vrachtwagens van 110 dB(A). Het geluidsbronvermogen van op de openbare weg rijdende vrachtwagens (indirecte hinder) bedraagt 106 dB(A) en is gebaseerd op een kengetal afkomstig op onze meetdatabank. OV Het geluidsbronvermogen van de opgestelde trafo’s, smoorspoelen en condensatoren is op 13 oktober 2021 in situ gemeten. De bronuitwerkformulieren zijn opgenomen in bijlage 1.2. Het piekbronvermogen (Lw,Amax) dat optreedt tijdens het schakelen van een vermogensschakelaar van 121 dB(A) is bepaald aan de hand van een kengetal afkomstig uit onze meetdatabank. Dit geldt ook voor het dichtslaan van een personenwagenportier van 97 dB(A).
Het geluidsbronvermogen van op de openbare weg rijdende personenwagens (indirecte hinder) bedraagt 92 dB(A) en is gebaseerd op een kengetal afkomstig op onze meetdatabank. 5.3 Tonaal geluid transformatoren en compensatiespoelen Het door transformatoren en compensatiespoelen geëmitteerde geluid is tonaal van karakter. Wanneer het geluid ter plaatse van geluidsgevoelige bestemmingen als tonaal kan worden waargenomen, moet een toeslag (K1) van 5 dB in rekening worden gebracht op het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT).
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
Of het geluid van het OV ter plaatse van geluidsgevoelige bestemmingen als tonaal wordt herkend, hangt mede af van het achtergrondgeluidsniveau ter plaatse. Vooralsnog zijn wij ervan uitgegaan dat het geluid ter plaatse van de velden 26 en 27 als tonaal zal worden beoordeeld en is de toeslag van 5 dB in rekening gebracht. 5.4 Bedrijfsduurcorrecties De correctieterm voor de bedrijfsduur (Cb) brengt in rekening dat de bron slechts gedurende een bepaalde tijd binnen de beoordelingsperiode in werking is. De bedrijfsduurcorrectieterm voor de stationaire geluidsbronnen wordt als volgt berekend: 𝑇𝑏 𝐶𝑏 = −10 log 𝑛. 𝑇0 waarin: Cb = bedrijfsduurcorrectieterm (in dB) To = beoordelingsperiode (in minuten) Tb = bedrijfsduur (in minuten) n = het aantal deelbronnen waar mogelijk de stationaire bron over is verdeeld
17
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
De bedrijfsduurcorrectieterm voor de mobiele bronnen wordt als volgt berekend: 𝑙. 𝑛 𝐶𝑏 = −10 log 𝑁. 𝑇𝑜 . 𝑣. 1000 waarin: l = de rijlengte (in meter) n = het aantal voertuigen N = het aantal deelbronnen To = de beoordelingsperiode (in uur) v = de rijsnelheid (in km/uur) 5.5 Overzicht van geluidsbronnen In de tabellen 4 en 5 zijn de gegevens ter bepaling van de bedrijfsduurcorrectieterm weergegeven. In bijlage 1 zijn de bedrijfsduurcorrecties voor alle bronnen opgenomen. In de figuren 6 t/m 11 volgt een weergave van de ligging van de geluidsbronnen per inrichting. tabel 4: overzicht van geluidsbronnen HWC Omschrijving geluidsbron/afdeling
Bronnr. (HWC)
Lw [dB(A)]
01-02
80
12 uur
4 uur
50% (4 uur)
03 04
53 53
12 uur 12 uur
4 uur 4 uur
50% (4 uur) 50% (4 uur)
05-09 10
57 53
12 uur 12 uur
4 uur 4 uur
50% (4 uur) 50% (4 uur)
11 12-13 14-15
70 68 73
12 uur 12 uur 12 uur
4 uur 4 uur 4 uur
50% (4 uur) 50% (4 uur) 50% (4 uur)
16
59
12 uur
4 uur
50% (4 uur)
23
97
3x à 2 uur
-
-
24
102
3x, 57 m, n=12
-
-
101
110
ja
nee
nee
201
106
3x, 317 m , n=32
-
-
Dagperiode 07.00 - 19.00 uur
Bedrijfsduur per periode Avondperiode Nachtperiode 19.00 - 23.00 uur 23.00 - 07.00 uur
LAr,LT Stationaire geluidsbronnen: Schoorsteen 1 en 2 Gebouwuitstraling pompenruimte: • O-gevel
•
Dak
Gebouwuitstraling ketelhuis:
• • • • • •
O/W/N-gevel Dak Daksparing afdekking Z-gevel glas laag/hoog Z-gevel ventilatierooster rechts/links Deur N-gevel
Losactiviteiten: Lossen biodiesel (vrachtwagen verhoogd stationair)
LAmax Vrachtwagens remmen
LAeq indirecte hinder Vrachtwagens
Opm.1 : per voertuigbeweging is het aantal voertuigen gegeven in de betreffende periode, inclusief de totaal afgelegde weg (aankomst en vertrek) en het aantal deelbronnen (n) waarin de rijroute is verdeeld. Bij het bepalen van de bedrijfsduur is een gemiddelde rijsnelheid aangehouden van 10 km/uur voor het rijden op de inrichting en 35 km/uur op de openbare weg in verband met de indirecte hinder. Opm. 2: LAmax komt voor ja/nee.
18
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
Mobiele geluidsbronnen Vrachtwagen aanvoer biodiesel
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
figuur 6: ligging geluidsbronnen LAr,LT HWC
19
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
figuur 7: ligging geluidsbronnen LAmax HWC
20
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
figuur 8: ligging geluidsbronnen LAeq indirecte hinder
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
tabel 5: overzicht van geluidsbronnen OV Omschrijving geluidsbron/afdeling
Bronnr. (OV)
Lw [dB(A)]
Dagperiode 07.00 - 19.00 uur
Bedrijfsduur per periode Avondperiode 19.00 - 23.00 uur
Stationaire geluidsbronnen: Trafo 1 [ONAF] Trafo 2 [ONAF] Trafo 3 [ONAN] Smoorspoel 1 t/m 3 Condensator 1 t/m 3 Koelunit
01 02 03 04-06 07-09 10
93 92 81 81 81 78
12 uur 12 uur 12 uur 12 uur 12 uur 12 uur
4 uur 4 uur 4 uur 4 uur 4 uur 25% (1 uur)
8 uur 8 uur 8 uur 8 uur 8 uur 25% (2 uur)
Mobiele geluidsbronnen Personenwagens personeel
11
89
8x,192 m, n=20
-
-
101 102-108
97 121
ja ja
nee ja
Nee Ja
201
92
8x, 473 m , n=48
-
-
Nachtperiode 23.00 - 07.00 uur
LAr,LT
LAmax Personenwagens dichtslaan portier Schakelen vermogensschakelaar
LAeq indirecte hinder Personenwagens
Opm.1 : per voertuigbeweging is het aantal voertuigen gegeven in de betreffende periode, inclusief de totaal afgelegde weg (aankomst en vertrek) en het aantal deelbronnen (n) waarin de rijroute is verdeeld. Bij het bepalen van de bedrijfsduur is een gemiddelde rijsnelheid aangehouden van 5 km/uur voor het rijden op de inrichting en 35 km/uur op de openbare weg in verband met de indirecte hinder.
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
Opm. 2: LAmax komt voor ja/nee
figuur 9: ligging geluidsbronnen LAr,LT OV
21
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
figuur 10: ligging geluidsbronnen LAmax OV
22
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
figuur 11: ligging geluidsbronnen LAeq indirecte hinder OV
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
6. Overdrachtsberekeningen De geluidsoverdracht van bronnen naar rekenpunten is berekend met behulp van het door DGMR ontwikkelde computerprogramma Geomilieu (versie 2021.1), dat is gebaseerd op de methode II.8 uit de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999. De geluidsoverdracht van een bron naar een punt wordt berekend met een driedimensionaal rekenmodel. Hierbij worden gebouwen en objecten van de inrichting en van de omgeving ingevoerd als blokken. In de berekening wordt met alle van belang zijnde factoren rekening gehouden, zoals afstandsreductie, afscherming, bodem- en luchtdemping, alsmede de bedrijfstijden door middel van de bedrijfsduurcorrectie. 6.1 Rekenmodel De voor de berekeningen ingevoerde objecten (gebouwen, bodemgebieden, schermen) zijn met nummers weergegeven in de figuren van bijlage 2. Daarnaast is de rekensituatie in deze bijlage opgenomen. In bijlage 2 staan ook de geometrische gegevens van alle objecten vermeld. De streepstippellijnen omsluiten de ingevoerde (deels) ‘harde’ (reflecterende) bodemgebieden. De omgeving (de niet ingevoerde bodem) wordt akoestisch ‘absorberend’ verondersteld.
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
6.2 Ontvangerpunten De ligging van de gekozen ontvangerpunten langs de randen van de velden 26 en 27 is opgenomen in de figuur van bijlage 2. De invoergegevens van de ontvangerpunten zijn opgenomen in bijlage 2. De ontvangerpunten zijn op 1.5, 4.5, 7.5 en op 11.0 meter boven het maaiveld gesitueerd. In de berekening zijn eventuele reflecties tegen een direct achter het punt gelegen gevel buiten beschouwing gelaten. De invallende geluidsniveaus zijn berekend. In figuur 12 is een overzicht gegeven van de ligging van de gekozen ontvangerpunten.
figuur 12: ligging gekozen ontvangerpunten velden 26 en 27
23
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
6.3 Rekenresultaten 6.3.1 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (L Ar,LT ) HWC Figuur 13 geeft een overzicht van de berekende geluidsbelasting als gevolg van de HWC op de rand van de velden 26 en 27 Schuytgraaf. Daarnaast wordt ook inzicht gegeven in de geluidscontour op 11.0 meter boven het maaiveld. De rekenresultaten op alle beoordelingspunten zijn opgenomen in bijlage 3.1.
figuur 13: geluidsbelasting (Bi) in dB(A) etmaalwaarde op 1.5, 4.5, 7.5 en 11.0 meter hoogte veroorzaakt door HWC
24
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
Op de rand van veld 26 Schuytgraaf is sprake van een geluidsbelasting (B i) van maximaal 43 dB(A) etmaalwaarde op 7.5 en op 11.0 meter hoogte. Op de rand van veld 27 Schuytgraaf is sprake van een geluidsbelasting (Bi) van maximaal 28 dB(A) etmaalwaarde op 11.0 meter hoogte. Hiermee wordt voor beide velden voldaan aan de ambitiewaarden (a) die volgen uit het Structuurplan 2010.
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
OV Figuur 14 geeft een overzicht van de berekende geluidsbelasting als gevolg van het OV op de rand van de velden 26 en 27 Schuytgraaf. Daarnaast wordt ook inzicht gegeven in de geluidscontour op 11.0 meter boven het maaiveld. De rekenresultaten op alle beoordelingspunten zijn opgenomen in bijlage 3.2.
figuur 14: geluidsbelasting (Bi) in dB(A) etmaalwaarde op 1.5, 4.5, 7.5 en 11.0 meter hoogte veroorzaakt door OV
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
Op de rand van veld 26 Schuytgraaf is sprake van een geluidsbelasting (B i) van maximaal 46 dB(A) etmaalwaarde op 11.0 meter hoogte. Deze bijdrage treedt op in de zuidwesthoek van veld 26. Alleen in deze hoek is sprake van een geringe overschrijding van de ambitiewaarde (a). Op de rand van veld 27 Schuytgraaf is sprake van een geluidsbelasting (B i) van maximaal 34 dB(A) etmaalwaarde op 11.0 meter hoogte. Hiermee wordt voor dit veld voldaan aan de ambitiewaarden (a) die volgen uit het Structuurplan 2010.
25
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
Cumulatie HWC en OV Figuur 15 geeft een overzicht van de berekende geluidsbelasting als gevolg van de HWC en het OV (cumulatie) op de rand van de velden 26 en 27 Schuytgraaf. Daarnaast wordt ook inzicht gegeven in de geluidscontour op 11.0 meter boven het maaiveld. De rekenresultaten op alle beoordelingspunten zijn opgenomen in bijlage 3.3.
figuur 15: geluidsbelasting a.g.v. de HWC en het OV (cumulatie) op de rand van de velden 26 en 27 Schuytgraaf
Op de rand van veld 27 Schuytgraaf is sprake van een geluidsbelasting (Bi) van maximaal 35 dB(A) etmaalwaarde op 11.0 meter hoogte. Hiermee wordt voor dit veld voldaan aan de ambitiewaarden (a) die volgen uit het Structuurplan 2010.
26
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
Op de rand van veld 26 Schuytgraaf is sprake van een gecumuleerde geluidsbelasting (B i) van maximaal 47 dB(A) etmaalwaarde op 11.0 meter hoogte. Deze bijdrage treedt op in de zuidwesthoek van veld 26. Alleen in deze hoek is sprake van een overschrijding van de ambitiewaarde (a).
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
6.3.2 Maximale geluidsniveaus (piekgeluiden, L Amax ) De tabellen 6 en 7 geven voor de gekozen ontvangerpunten, gelegen op de randen van velden 26 en 27 Schuytgraaf een overzicht van de berekende maximale geluidsniveaus (LAmax) veroorzaakt door respectievelijk de HWC en het OV. De rekenresultaten worden in de tabellen getoetst aan de maximaal toelaatbare geluidsgrenswaarden die gelden overeenkomstig de vigerende omgevingsvergunningen. In het geluidbeleid zijn hiervoor geen specifieke ambitiewaarden opgenomen. De rekenresultaten op alle beoordelingspunten zijn opgenomen in bijlage 4. tabel 6: Rekenresultaten en toetsing maximale geluidsniveaus (LAmax) HWC Ontvangerpunt
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
26-01 26-02 26-03 26-04 26-05 26-06 26-07 26-08 26-09 26-10 26-11 26-12 26-13 26-14 26-15 26-16 27-01 27-02 27-03 27-04 27-05 27-06 27-07 27-08 27-09 27-10 27-11 27-12
LAmax in dB(A) gedurende de dagperiode op 1.5/4.5/7.5/11.0 mv+ Berekend 42/43/44/44 43/44/45/46 44/45/45/46 45/46/46/47 46/47/48/49 48/50/51/52 51/53/54/56 55/57/58/59 44/45/46/46 46/46/47/47 47/48/49/50 49/51/52/53 52/53/54/56 54/56/57/58 55/57/59/59 57/59/60/60 34/35/35/35 34/35/35/36 35/36/36/37 36/37/37/38 38/39/39/40 40/41/42/42 35/36/36/36 37/38/38/38 39/40/40/40 40/41/41/42 41/42/42/43 42/42/43/44
Geluidsgrenswaarde
Overtschrijding
70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70 70
-
Uit de rekenresultaten volgt dat de HWC voldoet aan de maximaal toelaatbare geluidsgrenswaarden die gelden voor maximaal geluidsniveaus (piekgeluiden, LAmax).
27
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
tabel 7: rekenresultaten en toetsing maximale geluidsniveaus (LAmax) OV Ontvangerpunt
26-01 26-02 26-03 26-04 26-05 26-06 26-07 26-08 26-09 26-10 26-11 26-12 26-13 26-14 26-15 26-16 27-01 27-02 27-03 27-04 27-05 27-06 27-07 27-08 27-09 27-10 27-11 27-12
LAmax in dB(A) gedurende de dag-|avond-|nachtperiode op 1.5/4.5/7.5/11.0 mv+ Berekend 58/59/60/60 61/62/63/64 56/57/57/58 63/64/65/66 62/63/64/65 64/65/66/67 65/67/68/68 65/67/68/68 56/57/57/58 54/55/56/57 55/56/56/57 56/57/58/58 58/59/60/61 60/61/62/63 62/63/64/65 65/67/68/68 50/51/51/51 51/52/52/52 49/50/50/50 50/51/52/52 56/57/57/58 59/60/60/61 51/52/52/52 53/53/54/54 55/56/56/56 55/56/57/57 57/58/59/59 56/60/61/62
Geluidsgrenswaarde
Overschrijding
70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60 70/65/60
-/-/-/-/3 à 4 -/-/-/1/3 à 6 -/-/2 à 5 -/1 à 2/4 à 7 -/2 à 3/5 à 8 -/2 à 3/5 à 8 -/-/-/-/-/-/-/-/-/-/1 -/-/1 à 3 -/-/2 à 5 -/2 à 3/5 à 8 -/-/-/-/-/-/-/-/-/-/-/-/1 -/-/-/-/-/-/-/-/-/-/-/-/1 à 2
Uit de rekenresultaten volgt dat er sprake is van een overschrijding van de maximaal toelaatbare geluidsgrenswaarden die gelden voor maximaal geluidsniveaus (piekgeluiden, LAmax) die worden veroorzaakt door het OV. De optredende maximale geluidsniveaus zijn het gevolg van het inschakelen van vermogensschakelaars.
Het schakelen van de vermogensschakelaars is onlosmakelijk verbonden met de bedrijfsvoering. Het schakelen kan hiermee worden beschouwd als inherente maximale geluidsniveaus. Wanneer sprake is van schakelen met vermogensschakelaars in de avond- en nachtperiode is sprake van een niet-voorzienbare, ongewenste omstandigheid. Daarbij geldt ook dat sprake is van een zeer lage frequentie van optreden (niet meer dan 1 à 2 maal per jaar). Het streven is erop gericht deze schakelingen tot een minimum te beperken. Gelet hierop is sprake van calamiteuze maximale geluidsniveaus. De opgelegde geluidsvoorschriften hebben hier geen betrekking op.
28
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
Zoals reeds vermeld is het schakelen van vermogensschakelaars nodig voor het uitvoeren van werken testschakelingen en vindt normaliter plaats gedurende de dagperiode. Dit blijft doorgaans beperkt tot een beperkt aantal keren per jaar. Dan wordt op één dag één tot tweemaal geschakeld. De meeste dagen zal er zelfs helemaal niet worden geschakeld. In de avond- en nachtperiode is normaliter geen sprake van schakelingen. Alleen in geval van calamiteiten kan in deze beoordelingsperiode worden geschakeld. Dit vindt sporadisch plaats.
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
Bovengenoemde argumentatie draagt bij aan een acceptabel woon- en leefklimaat, ondanks dat dergelijke hoge maximale geluidsniveaus kunnen optreden. 6.3.3 Indirecte hinder (L Aeq ) De tabellen 8 en 9 geven voor de gekozen ontvangerpunten, gelegen op de randen van velden 26 en 27 Schuytgraaf een overzicht van de berekende equivalente geluidsniveaus (LAeq) als gevolg van de indirecte hinder veroorzaakt door respectievelijk de HWC en het OV. De rekenresultaten worden in de tabellen getoetst aan de voorkeursgrenswaarden. In het geluidbeleid zijn hiervoor geen specifieke ambitiewaarden opgenomen. De rekenresultaten op alle beoordelingspunten zijn opgenomen in bijlage 5. tabel 8: rekenresultaten en toetsing indirecte hinder (LAeq) HWC Ontvangerpunt
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
26-01 26-02 26-03 26-04 26-05 26-06 26-07 26-08 26-09 26-10 26-11 26-12 26-13 26-14 26-15 26-16 27-01 27-02 27-03 27-04 27-05 27-06 27-07 27-08 27-09 27-10 27-11 27-12
LAeq in dB(A) gedurende de dagperiode op 1.5/4.5/7.5/11.0 mv+ Berekend <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/21 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/21/22 20/22/23/25 20/22/23/25 <20/21/23/24 <20/20/22/23 <20/<20/20/22 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20
Geluidsgrenswaarde
Overtschrijding
50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50
-
Uit de rekenresultaten volgt dat de HWC voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die gelden voor equivalente geluidsniveaus (LAeq) als gevolg van de indirecte hinder.
29
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
tabel 9: rekenresultaten en toetsing indirecte hinder (LAeq) OV Ontvangerpunt
26-01 26-02 26-03 26-04 26-05 26-06 26-07 26-08 26-09 26-10 26-11 26-12 26-13 26-14 26-15 26-16 27-01 27-02 27-03 27-04 27-05 27-06 27-07 27-08 27-09 27-10 27-11 27-12
LAeq in dB(A) gedurende de dagperiode op 1.5/4.5/7.5/11.0 mv+ Berekend <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20 <20/<20/<20/<20
Geluidsgrenswaarde
Overschrijding
50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50
-
Uit de rekenresultaten volgt dat het OV voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die gelden voor equivalente geluidsniveaus (LAeq) als gevolg van de indirecte hinder.
k:\doc\m\2021\095500\m2021095500r001.docx 20-10-2021
30
Industrielawaai velden 26 en 27 Schuytgraaf
7. Conclusie In opdracht van de gemeente Arnhem heeft DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd voor: • De hulpwarmtecentrale (HWC) gelegen aan de Marasingel 151, 6846 DX in Arnhem. • Het onderverdeelstation (OV) gelegen aan de Marasingel 23, 6661 NX in Elst. Aanleiding voor dit onderzoek is de ontwikkeling van plangebied ‘Schuytgraaf velden 26 en 27’. Dit akoestisch onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen die daaromtrent zijn gesteld in de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999. 7.1 Hulpwarmtecentrale (HWC) LAr,LT Uit dit onderzoek volgt dat de HWC voldoet aan de ambitiewaarden die zijn opgenomen in het Struuurplan 2010 en die gelden voor optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT). Dit aspect vormt hiermee geen belemmering voor woningbouw op de velden 26 en 27 Schuytgraaf. LAmax Uit dit onderzoek volgt dat de HWC voldoet aan de maximaal toelaatbare geluidsgrenswaarden die gelden voor maximale geluidsniveaus (piekgeluiden, LAmax). Dit aspect vormt hiermee geen belemmering voor woningbouw op de velden 26 en 27 Schuytgraaf. LAeq indirecte hinder Uit dit onderzoek volgt dat de HWC voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die gelden voor equivalente geluidsniveaus (LAeq) als gevolg van de indirecte hinder. Dit aspect vormt hiermee geen belemmering voor woningbouw op de velden 26 en 27 Schuytgraaf.