24-06-27.13 Beantwoording technische vragen OBN bij paraplubestemmingsplan deel 2
Tekst van het document
Format technische vragen Datum indienen: 13 juni 2024 Datum politieke avond: 27 juni 2024 Agendapunt: Onderwerp: Paraplubestemmingsplan “Overbetuwe, Paraplubestemmingsplan planologische afwijkingsmogelijkheden
Toelichting: Op 11 juni 2024 heeft een voorronde vergadering plaatsgevonden voor de Cluster Ruimte. Een onderwerp dat op de agenda stond was het paraplubestemmingsplan “Overbetuwe, Paraplubestemmingsplan planologische afwijkingsmogelijkheden’’. Via dit plan wil de gemeente een beleidsneutrale overgang realiseren van het Kruimelbeleid omdat het Kruimelbeleid is vervallen na 1 januari 2024 door de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Een kruimelvergunning was een vergunning (een toestemming) om af te wijken van de regels uit een bestemmingsplan / beheersverordening. Een kruimelvergunning werd afgegeven op basis van het Besluit omgevingsrecht [oud]. Het was gewoonlijk dat een gemeente ook beleidskaders had om een aanvraag voor een kruimelvergunning beleidsmatig te toetsen; het Kruimelbeleid. De gemeente Overbetuwe kiest ervoor om het (oude) Kruimelbeleid te continueren via een beleidsneutrale overgang. De gemeente doet dit door het Kruimelbeleid om te zetten naar een wetgevend kader. Na 1 januari 2024 heeft iedere gemeente als vervanger van het bestemmingsplan en de beheersverordening van rechtswege een omgevingsplan gekregen. Nu wordt het Kruimelbeleid geplaatst in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan Overbetuwe. Op basis van artikel 4.6 Invoeringswet Omgevingswet zijn alle bestemmingsplannen (incl.
de ontwerpplannen die voor 1 januari 2024 ter inzage zijn gelegd 1 ) een onderdeel van het tijdelijk deel van een omgevingsplan. Een gemeente heeft tot en met 1 januari 2032 de tijd om alle vigerende bestemmingsplannen ‘omgevingsplan proof te maken’; de zogenaamde transitiefase. Door het Kruimelbeleid te plaatsen in het Omgevingsplan Overbetuwe wordt de oude kruimelvergunning een binnenplanse omgevingsplanvergunning 2. Deze vergunning wordt afgegeven op basis van het toetsingskader dat in het omgevingsplan staat. Omdat via de Omgevingswet de buitenplanse omgevingsplan vergunning (hierna: BOPA vergunning) is geïntroduceerd waarbij kan worden afgeweken van de regels uit het Omgevingsplan en waarbij het Besluit kwaliteit leefomgeving (incl. de memorie van toelichting) een duidelijk toetsingskader 3 4 geeft, kan de vraag worden gesteld of het vaststellen van dit paraplubestemmingsplan een meerwaarde heeft.
1 Deze plannen moeten ook worden vastgesteld na 1 januari 2024 2 Een vergunning die past binnen het toetsingskader / regels van het omgevingsplan. 3 Artikel 8.0a lid 2 Besluit kwaliteit leefomgeving spreekt over: een ‘’evenwichtige toedeling van functies aan
locaties’’ en de vergunning dient niet strijdig te zijn ten opzichte van provinciale en landelijke (instructie)regels 8.0b Besluit kwaliteit leefomgeving. 4 De memorie van toelichting van het Besluit kwaliteit leefomgeving geeft aan dat een buitenplanse omgevingsplan vergunning wordt afgegeven aan de hand van een ‘’evenwichtige toedeling van functies aan locaties’’ waarbij een omgevingsvisie eveneens als een (beleidsmatig) beoordelingskader kan worden beschouwd, andere beleidsdocumenten (zoals een kruimelbeleid) wordt niet in de memorie benoemd.
Afgezien van de voorgaande vraag is bij OBN de zorg ontstaan dat het toetsingskader dat in dit plan staat niet in overeenstemming is met de (vergunningsvrije)regels uit de bruidsschat5 en niet in overeenstemming is met het Besluit bouwwerken leefomgeving. En, is bij OBN de zorg ontstaan dat oude gedateerde toetsingskaders voor deze omgevingsvergunningen worden gebruikt. Dit zou mogelijk verwarring kunnen scheppen bij onze inwoners en tot onnodige vergunningsaanvragen kunnen leiden; waar leges voor betaald moeten worden Algemene informatie: In de beantwoording van de specifieke vragen wordt ingegaan op het waarom van het paraplubestemmingsplan. Een paraplubestemmingsplan is een planfiguur die onder de Wet ruimtelijke ordening kon worden opgesteld en juridisch houdbaar is. De Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) laat een dergelijke vorm toe. Het wordt ingezet om naast of in plaats van meerdere onderliggende bestemmingsplannen regels te stellen. De planfiguur wordt vaak toegepast om een bepaald thema te regelen. Bijvoorbeeld archeologie of parkeren. In Overbetuwe kennen we ook al een paraplubestemming, te weten voor het Plussenbeleid. Het uitgangspunt in Overbetuwe bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een beleidsneutrale overgang.
Door te kiezen voor het parapluplan wordt het tot 1 januari geldende afwijkingenbeleid van de gemeente Overbetuwe voortgezet en zorgt het ervoor dat dit onderdeel wordt van het tijdelijke omgevingsplan. Het parapluplan zorgt ervoor dat deze regels binnenplans worden. Hierdoor kan aan een bouwplan medewerking worden verleend via een procedure voor een omgevingsplanactiviteit (OPA) i.p.v. via de zwaardere procedure van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Zou gekozen worden een nieuwe beleidsregel vast te stellen, dan blijft medewerking slechts mogelijk via de procedure van een BOPA. Inhoudelijk is het parapluplan een opvolging/aanvulling op de regels voor vergunningsvrij bouwen en de regels van de overige bestemmingsplannen. De regels van het parapluplan zijn daarmee niet in strijd. Dit leidt tot onderstaande volgorde: 1. Toets of een bouwplan vergunningsvrij is
Besluit vergunningsvrij
Zo nee 2. Toets aan het tijdelijke omgevingsplan (o.a. bestaande uit de bestemmingsplannen)
Besluit OPA
Zo nee 3. Toets aan beoordelingsregels parapluplan afwijkingen
Besluit OPA
Zo nee 4. Toets aan evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Besluit BOPA of wijziging Omgevingsplan
Vraag/vragen: 1. Kunt u aangegeven waarom in de regelset onder artikel 1.44 a onder 5 (definities) de Drank- en horecawet wordt gebruikt terwijl deze wet is vervallen vanaf 1 januari 2021? Antwoord: De Drank- en horecawet is overgegaan in de Alcoholwet. Dit is per abuis niet goed overgenomen in het betreffende begrip het voorliggende plan. De gevolgen zijn echter nihil, daar het begrip niet terugkomt in de artikelen. 5 De rijksregels die na 1 januari 2024 van rechtswege zijn overgezet naar het tijdelijk deel van het
Omgevingsplan Overbetuwe.
2. Kunt u aangegeven waarom bij de bevoegdheid in artikel 4 onder c wordt verwezen naar de Wet ruimtelijke ordening terwijl deze wet vanaf 1 januari 2024 niet meer bestaat? Antwoord: Is een plan voor 1 januari 2024 ter ontwerp gepubliceerd, dan valt het onder geldende bestemmingsplannen en wordt de op dat moment geldende wetgeving genoemd. 3. Kunt u aangegeven waarom bij de bevoegdheid onder artikel 4 sub d onder 1 wordt verwezen naar de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht terwijl deze wet vanaf 1 januari 2024 niet meer bestaat? Antwoord: Zie beantwoording bij vraag 2. 4. Ik concludeer dat artikel 5.1 zodanig open is geformuleerd dat artikel 5.1 strijdig is met de vergunningsvrije (bouw)regels uit artikel 2.27 en 2.29 Besluit bouwwerken leefomgeving? Zo is bijvoorbeeld het plaatsen van een antenne-installatie voor de C2000 infrastructuur vergunningsvrij op basis van artikel 2.27 onder h Besluit bouwwerken leefomgeving. Hoe ziet u dit? Antwoord: Wij zien dat niet zo. Het genoemde artikel (2.27 Bbl) ziet op de technische bouwactiviteit. Het paraplubestemmingsplan vormt geen toetsingskader voor de technische bouwactiviteit. In artikel 2.29 onder h is bepaald dat een antenne-installatie met bijbehorend opstelpunt voor de C2000infrastructuur voor de mobiele communicatie door hulpverleningsdiensten vergunningvrij is voor de omgevingsplanactiviteit bouwen.
Dit is een door het Rijk aangewezen vergunningvrij geval en kan dus niet in het omgevingsplan alsnog vergunningplichtig worden gemaakt. (zie ook de toets volgorde in algemene informatie) Artikel 5.1 gaat over antenne installaties in het algemeen en niet alleen over een antenne-installaties voor C2000. Indien er sprake is dat een antenne-installatie vergunningvrij mag worden geplaatst dan is het voorliggende parapluplan niet van toepassing. Indien niet aan de vergunningvrije voorwaarden wordt voldaan biedt het voorliggende plan een afwegingskader om tot verlening over te gaan. 5. Ik concludeer dat bij de formulering van artikel 6.1 onvoldoende rekening is gehouden met de vergunningsvrije regels voor technische bouwactiviteiten; artikel 2.25, 2.26 en 2.27 Besluit bouwwerken leefomgeving. Zo kunnen bouwtechnische activiteiten onder bepaalde voorwaarden vergunningsvrij zijn. Hoe ziet u dit? Antwoord: Wij zien dat niet anders. De genoemde artikelen zijn van toepassing op de technische bouwactiviteit. Het parapluplan is het toetsingskader voor de ruimtelijke omgevingsplanactiviteit en niet voor technische bouwactiviteiten. 6. Ik concludeer dat via de buitenplanse omgevingsplan vergunning kan worden afgeweken van de bouw- en gebruiksregels van dit parapluplan; onder de voorwaarde dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
De BOPA is vereenvoudiging van het wettelijk stelsel. Dit, in het kader van de uitnodigingsplanologie die de formele wetgever beoogde met de Omgevingswet. Daarom heeft m.i. het opnemen van artikel 6, artikel 7 en artikel 8 in de regelset geen meerwaarde omdat (alsnog) van deze wettelijke kaders kan worden afgeweken. Hoe ziet u dit? Antwoord: Het klopt dat als onderhavig parapluplan niet wordt vastgesteld via een BOPA ook medewerking aan een aanvraag kan worden verleend. Om meerdere redenen is het vaststellen van het parapluplan gewenst. Op de eerste plaats heeft de gemeente gekozen voor een beleidsneutrale overgang. Belangrijker is dat de legestarieven voor een BOPA dubbel zo hoog zijn als voor een OPA. De kosten voor een BOPA zijn hoger omdat normaliter een beoordeling van de ruimtelijke motivatie (voorheen ruimtelijke onderbouwing), beoordeling van onderzoeken en een uitgebreider besluitvormings- en participatieproces moet plaatsvinden. Als derde is het beoordelingskader en daarmee de motiveringsplicht bij een BOPA zwaarder.
7. Ik zie in de regels dat een vergunningsbevoegdheid opgenomen is voor erfafscheidingen; artikel 8.1 onder c. Op basis van artikel 22.27 onder f bruidsschat zijn erfafscheidingen niet hoger dan 2 meter vergunningsvrij waarbij het begrip voorgevelrooilijn is vervallen. U wijkt af van deze vergunningsvrije regel. Hoe ziet u dit? Antwoord: Artikel 22.27 bruidsschat vermeldt de bouwactiviteiten waarvoor de vergunningplicht voor bouwactiviteiten niet geldt, mits ze voldoen aan de regels van het omgevingsplan en niet worden uitgesloten in artikel 22.28. Dit artikel is overeenkomstig artikel 3 van bijlage II van het Bor. In die gevallen waarin de erfafscheiding niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan biedt het paraplubestemmingsplan een lichter afwegingskader om tot een beoordeling over te gaan. Neem je dit niet op in het parapluplan, dan zal voor relatief kleine activiteiten een BOPA procedure doorlopen moeten worden. Hier nu veranderingen in aanbrengen past ook niet binnen een beleidsneutrale overgang bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. 8. In artikel 8.1 sub d onder 2 is een vergunningsbevoegdheid opgenomen voor het plaatsen van vlaggenmasten terwijl het plaatsen van een vlaggenmast onder bepaalde voorwaarden vergunningsvrij is; artikel 2.27 en 2.29 Besluit bouwwerken leefomgeving.
Hoe ziet u dit? Antwoord: In het geval de vlaggenmast een grotere hoogte heeft of de aanvraag ziet op meerdere vlaggenmasten, waardoor de mast/masten niet meer vergunningvrij kan/kunnen worden geplaatst biedt het parapluplan een lichter afwegingskader om tot een beoordeling over te gaan. Neem je dit niet op in het parapluplan, dan zal voor relatief kleine activiteiten een BOPA procedure doorlopen moeten worden. 9. Op basis van artikel 2.29 onder j zijn bepaalde bouwwerken vergunningsvrij nabij bouwlocaties, artikel 10.1 lijkt strijdig te zijn ten opzichte van de vergunningsvrije regels die zijn beschreven in artikel 2.29 onder j Besluit bouwwerken leefomgeving. Hoe ziet u dit? Antwoord: Artikel 2.29 sub j gaat over een erf- of perceelafscheiding. Artikel 10 geeft regels voor tijdelijke woonunits/stacaravans. Onduidelijk is wat nu de vraag is. In algemene zin is in de vorige vragen al beantwoord dat het parapluplan aanvullend is op de vergunningsvrije mogelijkheden die de wet biedt en pas speelt als een bouwplan niet vergunningsvrij is. 10. Houdt u in de regelset van het parapluplan voldoende rekening dat het plaatsen van een mantelzorgwoning onder bepaalde voorwaarden vergunningsvrij is; artikel 22.36 bruidsschat? Antwoord: Het plaatsen van een mantelzorgwoning is onder bepaalde voorwaarden vergunningvrij.
Indien dit niet het geval is dat biedt het parapluplan de mogelijkheid om medewerking te verlenen via een OPA ipv een BOPA. 11. Ik ben van mening dat het erop lijkt dat de regelset die behoort bij dit bestemmingsplan niet goed is getoetst aan de huidige wet- en regelgeving. Hoe ziet u dit? Antwoord: Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Doordat het parapluplan voor 1 januari 2024 ter ontwerp is aangeboden, is het nu in het tijdelijk deel van het omgevingsplan belandt en heeft de gemeente de tijd om dit tot 2032 te verwerken in het (definitieve) omgevingsplan. In dat plan kunnen keuzes gemaakt worden omtrent meer/andere mogelijkheden voor vergunningsvrij bouwen. 12. Ik zie geen meerwaarde om dit bestemmingsplan vaststellen omdat alsnog via een BOPA vergunning kan worden afgeweken van de bouw- en gebruiksregels uit dit parapluplan waarbij ik ook zie dat een aantal vergunningsbevoegdheden vergunningsvrij zijn; op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving en de bruidsschat. Het risico dat een inwoner onnodig een aanvraag voor een vergunning indient (met het risico dat hiervoor leges moeten worden betaald) is derhalve aanwezig. Hoe ziet u dit?
Antwoord: Het klopt dat als onderhavig parapluplan niet wordt vastgesteld via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (kortweg BOPA) ook medewerking aan een bouwplan kan worden verleend. Om meerdere redenen is het vaststellen van het parapluplan gewenst. Op de eerste plaats heeft de gemeente gekozen voor een beleidsneutrale overgang. Belangrijker is dat de legestarieven voor een BOPA dubbel zo hoog zijn als voor een OPA. De kosten voor een BOPA zijn hoger omdat normaliter een beoordeling van de ruimtelijke motivatie (voorheen ruimtelijke onderbouwing), beoordeling van onderzoeken en een uitgebreider besluitvormingsproces en participatieproces moet plaatsvinden. Voor wat betreft het aspect vergunningsvrij is bij meerdere vragen al aangegeven dat het parapluplan pas speelt als een bouwplan niet vergunningsvrij is. 13. Hoe kijkt u naar het gegeven dat een aantal college bevoegdheden zijn gebaseerd op wetgeving dat sinds 1 januari 2024 zijn ingetrokken? Antwoord: Het ontwerp-bestemmingsplan is gepubliceerd voor IWT van de Omgevingswet. De op dat moment geldende wetgeving is benoemd. Onderdeel van de IWT is een overgangsregeling die hier regels voor geeft.
Indiener/fractie: OBN, Andries Schoneveld Antwoord(en) ambtelijke organisatie: Zie direct onder de vragen
Verschil politieke en technische vragen Technische vragen zijn vragen naar feiten, harde gegevens. Deze vragen kunnen dan ook prima door ambtenaren beantwoord worden. Zodra er naar een mening (van het college of de burgemeester) wordt gevraagd, betreft het een politieke vraag. Politieke vragen kunnen ook over onderwerpen gaan die niet op de raadsagenda staan. In ibabs staat bij persoonlijke documenten=>werkwijzer 2018-2022 onder punt 8 een format voor de schriftelijke, politieke vragen. Je treft deze ook als bijlage bij dit verhaal. Uiteraard is het niet altijd eenvoudig om onderscheid te maken tussen technische en politieke vragen. De griffie kan je daarbij helpen en zal de raads- en burgerleden daar graag (gevraagd en ongevraagd) over adviseren. Een paar voorbeelden om je eigen vragen aan te spiegelen:
Technisch: -
Hoeveel ambtelijke uren gaan we besparen door het invoeren van livestream en hoeveel is dit uitgedrukt in euro's?
-
Waar komt de eis van 16-18 cm vandaan? Is dit wettelijk voorgeschreven?
Politiek: -
Is het college op de hoogte van een bestuurdersvergoeding die boven de Balkenende- norm ligt? Wat vindt het college hiervan?
Twijfel: -
Kunnen de kaders, welke uit de discussie van het de Nieuwe Visie Afvalstoffenplan komen alsnog in de aanbesteding worden toegevoegd? ▪ Als bedoeld wordt of het technisch mogelijk is de kaders in de aanbesteding toe te voegen, dan kan dit een technische vraag zijn. ▪ Wordt het college gevraagd of ze genegen zijn om ook het te doen, dan betreft het een politieke vraag.
Technische vragen Wanneer stel ik een vraag? De raad heeft recht op alle informatie die hij nodig heeft om zijn taak goed uit te voeren. Dat is een belangrijk recht. Aan de andere kant is het ook wel belangrijk jezelf af te vragen welke informatie je echt nodig hebt. Nieuwsgierigheid is een goede eigenschap voor een raadslid, maar veel vragen helpt niet altijd om op de hoofdlijnen te blijven en het ambtelijke apparaat niet onnodig te belasten. Vooropgesteld: als je een raadsvoorstel of nota niet begrijpt, en daarom geen besluit kunt nemen, dan moet je natuurlijk een vraag stellen! Gaat het om een detail dat je niet begrijpt, dan kun je afwegen of het nodig is de vraag te stellen. Een goed criterium voor jezelf om langs je technische vraag te leggen die je van plan bent in te gaan dienen: zal het antwoord op de vraag een verschil maken in mijn besluit om voor of tegen het voorstel te stemmen? M.a.w.: als ik antwoord A krijg stem ik voor, als ik antwoord
B krijg stem ik tegen? Als dit niet het geval is, en het antwoord er dus niet wezenlijk toe doet, dan hoef je de vraag niet te stellen! Dat is in het begin vast wennen, een beetje eng zelfs, om niet alles tot in de finesses te weten. Maar het helpt je tegelijk om op de hoofdlijnen te blijven, je niet te verliezen in details en zo het overzicht te houden. Bovendien scheelt het de ambtelijke organisatie een hoop tijd. Indienen technische vragen In het seniorenconvent is afgesproken dat raads- en burgerleden technische vragen voor voorronde of raad tot de donderdagmorgen 8.00 uur voor de betreffende politieke avond via mail kunnen aanleveren bij de griffie. De griffie bundelt de vragen per agendapunt (waarbij aangegeven wordt welke vraag van welke fractie is) en stuurt deze (uiterlijk 10 uur) naar de bestuursondersteuning, die de vraag uitzet bij de deskundige medewerker. De antwoorden van de medewerkers worden dan voor maandagavond, via de griffie naar de raad gezonden (via ibabs). De raad heeft dan een dag om de antwoorden tot zich te nemen ter voorbereiding op de politieke avond. Indien de antwoorden niet binnen de termijn beantwoord kunnen worden bijvoorbeeld als informatie van externen moet worden opgevraagd wordt dit bericht met aangeven van de datum waarop de antwoorden gegeven kunnen worden. Nb.1.
De medewerker zal de vragen en antwoorden delen met de portefeuillehouder, zodat deze ook volledig op de hoogte is. Medewerkers kunnen technische vragen, waarvan ze menen dat deze politiek zijn, voorleggen aan de portefeuillehouder. De portefeuillehouder besluit of hij hierover afstemming in het college wil. De antwoorden op de technische vragen kunnen dan wel al richting raad, de antwoorden op de politieke vragen komen dan na collegebehandeling. In dit geval kan het dus zo zijn dat de antwoorden na het college pas op de dag van de voorronde beschikbaar komen Nb.2. Het blijft ook altijd mogelijk om rechtstreeks een vraag aan een ambtenaar te stellen in geval van een verhelderende feitelijke vraag. Als de vraag en het antwoord ook relevant zijn voor andere raads- en burgerleden, kan de ambtenaar altijd besluiten om de vragen en antwoorden naar de griffie te sturen voor verspreiding.